Investeren en de fiscus

Bij het nemen van investeringsbeslissingen spelen bedrijfseconomische, maar zeker ook fiscale aspecten een belangrijke rol. In deze checklist worden de belangrijkste aandachtspunten uit de doeken gedaan.

1. Investeer in bedrijfsmiddelen

2. Schrijf af op het bedrijfsmiddel

3. Ga na of willekeurige afschrijving (nog) mogelijk is

4. Profiteer van de investeringsaftrek

5. Investeer in energie besparende bedrijfsmiddelen

6. Overweeg een investering in een milieubeschermende bedrijfsmiddel

7. Vorm een herinvesteringsreserve

8. Boek herinvesteringsreserve af

9. Houd rekening met de omzetbelastingaspecten

10. Combinaties tussen faciliteiten

 

1. Investeer in bedrijfsmiddelen

Ondernemen en investeren gaat hand in hand. Een goede afweging van alle mogelijke gevolgen is de moeite waard. Het vervroegen, uitstellen of splitsen van een investeringen in een bedrijfsmiddel kan zorgen voor een forse kostenbesparing.

Investeren is…..

Onder investeren wordt verstaan: het aangaan van verplichtingen voor de aanschaf of verbetering van een bedrijfsmiddel. Aanschaffingskosten zijn kort gezegd alle kosten die worden gemaakt om dat bedrijfsmiddel bedrijfsklaar te krijgen. Denk hierbij aan de advieskosten en de financieringskosten voor de periode dat een bedrijfsmiddel in aanbouw is. Ook het maken van voortbrengingskosten voor een bedrijfsmiddel kwalificeert als investeren. Voor de aftrek van deze kosten is vooral van belang dat de verplichtingen en kosten op de ondernemer drukken.

Het aanschaffen, verbeteren of voortbrengen van en bedrijfsmiddel

Bedrijfsmiddelen in fiscale zin zijn goederen die worden gebruikt voor het drijven van een onderneming. Materiële, onlichamelijke, goederen, zoals octrooien, patenten en goodwill worden ook gezien als een bedrijfsmiddel. Goederen ter bewerking, verwerking of verkoop, die alleen zijn bestemd voor de omzet zijn dus geen bedrijfsmiddelen. De investering moet in ieder geval ook behoren tot het ondernemingsvermogen, anders zijn de fiscale investeringsfaciliteiten niet van toepassing.

2. Schrijf af op het bedrijfsmiddel

De hoogte van de afschrijving is afhankelijk van de historische kostprijs, de restwaarde en de levensduur. De restwaarde van een bedrijfsmiddel is de waarde die het bedrijfsmiddel heeft aan het eind van de gebruiksduur in uw onderneming. De restwaarde moet naar goed koopmansgebruik door de ondernemer worden geschat. De gebruiksduur wordt niet alleen beïnvloed door de levensduur die het bedrijfsmiddel in technische zin heeft, maar ook door de levensduur in economische zin.

Begin met afschrijven

Zodra het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen kan de ondernemer beginnen met afschrijven. Gebeurt dat pas in de loop van het jaar, dan moet hij tijdsevenredig afschrijven. De fiscale afschrijving is gemaximeerd op 10% voor goodwill en 20% voor andere bedrijfsmiddelen (uitgezonderd onroerende zaken).

Let op de afschrijvingstermijnen voor gebouwen

De afschrijvingstermijnen voor gebouwen zijn per 2007 drastisch ingeperkt. Vanaf die datum is afschrijving op gebouwen alleen mogelijk als de boekwaarde aan het begin van het boekjaar hoger is dan bodemwaarde van dat gebouw. Voor een gebouw in eigen gebruik is de bodemwaarde 50% van de WOZ-waarde. Voor een gebouw ter belegging bedraagt de bodemwaarde 100% van de WOZ-waarde. Een gebouw is simpelweg alle onderdelen van een gebouw met inbegrip van de daarbij behorende ondergrond en aanhorigheden.

Kies uit een van de afschrijvingsmethoden

Er is afhankelijk van de feitelijke situatie vier afschrijvingsmethoden mogelijk, namelijk de lineaire afschrijving, de degressieve afschrijving, afschrijven tegen afnemend percentage en afschrijven volgens de intensiteitsmethode. De lineaire methode is algemeen geaccepteerd en wordt in de praktijk het meest gebruikt. Deze methode berust op de veronderstelling dat het nut dat een bedrijfsmiddel heeft voor een onderneming gelijkmatig afneemt. De meeste gebruikelijke afschrijving is een afschrijving met een past percentage van de aanschafprijs.

3. Ga na of willekeurige afschrijving (nog) mogelijk is

De ondernemer kan bij bepaalde bedrijfsmiddelen zelf bepalen hoe snel (of hoe langzaam) de investering ten laste van de winst wordt gebracht. In dit geval is er sprake van willekeurige afschrijving die een liquiditeits- en rentevoordeel oplevert.

Schrijf willekeurig af

Sinds 1 januari 2012 geldt willekeurige afschrijving alleen nog voor bepaalde milieubedrijfsmiddelen (de VAMIL-regeling). Op milieubedrijfsmiddelen kan de ondernemer voor 75% willekeurig afschrijven. Op het restant past de ondernemer de normale afschrijving toe. Daarnaast kunnen ook ondernemers die in 2009, 2010 en 2011 een bedrijfsmiddel hebben aangeschaft en hierop willekeurig hebben afgeschreven dit ook in 2012 doen.

Begin met afschrijven vóór ingebruikname

Bij willekeurige afschrijving hoeft de ondernemer niet te wachten totdat het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen om over te gaan tot afschrijving. Zijn er verplichtingen aangegaan of voortbrengingskosten gemaakt, dan is afschrijving toegestaan. De afschrijving vóór ingebruikname mag echter niet hoger zijn dan het bedrag dat op grond van de investeringsverplichting reeds is betaald. In bepaalde gevallen kan de ondernemer zelfs willekeurig afschrijven als geen verplichtingen zijn aangegaan.

Meld de milieu-investering tijdig aan (VAMIL)

De milieu-investering moet binnen drie maanden na het aangaan van de verplichtingen worden gemeld bij Agentschap NL. Investeringen die vóór 1 januari 2012 zijn gedaan meldt de ondernemer nog wel bij de Belastingdienst.

 

4. Profiteer van de investeringsaftrek

Naast de afschrijving is nog een extra bedrag ten laste van de winst te brengen: de investeringsaftrek. De investeringsaftrek kan onder voorwaarden en met de juiste planning oplopen tot ruim 70% van het investeringsbedrag. Er zijn vier verschillende investeringsaftrekregelingen: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de deinvesteringsbijtelling.

Verzoek om toepassing van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is in feite de ‘gewone’ investeringsaftrek. Van groot belang voor de toepassing van deze aftrek is om expliciet hierom te verzoeken bij de aangifte. De ondernemer die in een kalenderjaar voor meer dan € 2.300 (2012) investeert in bedrijfsmiddelen heeft recht op deze aftrek. Er ontstaat bij het aangaan van een verplichting in beginsel al recht op investeringsaftrek (max. 28%). Feitelijke betaling is daarvoor niet vereist. De vraag óf en hoeveel is betaalt, gaat wel een rol spelen als het bedrijfsmiddel niet direct in gebruik wordt genomen.

Bepaal de aftrekpercentage bij een samenwerkingsverband

Als sprake is van samenwerkingsverband worden de investeringen van het samenwerkingsverband samengeteld voor de bepaling van het aftrekpercentage. De investeringsaftrek wordt aan de afzonderlijke firmanten toegerekend naar rato van hun kapitaaldeelname, hun aandeel in de stille reserves, hun aandeel in de winst of gewoon ieder voor een gelijk deel. De firmanten hebben veel vrijheid daarbij.

Ga na of sprake is van uitgesloten verplichtingen en transacties

Niet alle bedrijfsmiddelen komen voor investeringsaftrek in aanmerking. Uitgesloten zijn bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen waarvoor het investeringsbedrag minder is dan € 450, de zogenoemde ‘voorwerpen van geringe waarde’. Er zijn ook verschillende transacties die zijn uitgesloten van investeringsaftrek. Dit zijn de zogenoemde ‘besmette transacties’, zoals  verplichtingen tussen de ondernemer en personen die tot zijn huishouden behoren.

Houd rekening met de desinvesteringsbijtelling

Het tegenovergestelde van investeren is desinvesteren. Alleen de ondernemer die desinvesteert (dat wil zeggen een bedrijfsmiddel vervreemd) en gebruikt heeft gemaakt van de investeringsaftrek kan te maken krijgen met de desinvesteringsbijtelling. Deze bijtelling komt pas aan de orde bij een desinvestering van € 2.300 (2012) of meer. De termijn waarbinnen de desinvesteringsbijtelling in aanmerking moet worden genomen, is vijf jaar. Te rekenen vanaf het begin van het kalenderjaar waarin de investering heeft plaatsgevonden.

5. Investeer in energie besparende bedrijfsmiddelen

Investeren in bedrijfsmiddelen die energiebesparend zijn kan zorgen voor een extra aftrekpost van 41,5% (2012). Kijk dan vooraf of het bedrijfsmiddel op de zogeheten Energielijst voorkomt. Deze energie-investeringsaftrek kom nog eens bovenop de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Let op afwijkende bepalingen

De energie-investeringsaftrek is alleen bedoeld voor ‘echte’ ondernemers (en niet voor bijvoorbeeld de commanditaire vennoot in een cv) en is alleen van toepassing op niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen. Anders dan bij de kleinschaligheidsaftrek is het mogelijk een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen als niet eerder bij de aangifte om aftrek is verzocht.

6. Overweeg een investering in een milieubeschermende bedrijfsmiddel

Voor investeren in bedrijfsmiddelen die milieubeschermend zijn geldt ook een extra investeringsaftrek. In de Milieulijst komen drie categorieën bedrijfsmiddelen voor waarbij verschillende aftrekpercentages horen. Het kan een extra aftrekpost van 36% van de investering opleveren. Deze milieu-investeringsaftrek kom nog eens bovenop de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (en is te combineren met de willekeurige afschrijving milieu-bedrijfsmiddelen.

7. Vorm een herinvesteringsreserve

De herinvesteringsreserve biedt de mogelijkheid belastingheffing over boekwinst uit te stellen. Van belang is dat op de balansdatum (nog) het voornemen bestaat de opbrengst binnen drie jaar te investeren in vervangende bedrijfsmiddelen. De Belastingdienst kan vragen om dit voornemen aannemelijk te maken.

Vergeet gelijkstellingen niet

De vorming van een herinvesteringsreserve is ook mogelijk bij verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel. Deze handelingen zijn namelijk wettelijk gelijkgesteld met een vervreemding. De ontvangen vergoeding (meestal van de verzekeraar) wordt in dat geval als opbrengst aangemerkt.

Voldoe aan de vereiste van eenzelfde economische functie

In bepaalde gevallen is afboeking van de herinvesteringsreserve alleen mogelijk op voorwaarde dat het ‘oude’ bedrijfsmiddel en het vervangend bedrijfsmiddel economisch gezien dezelfde economische functie hebben. Het gaat dan om bedrijfsmiddelen waarover normaal gesproken niet (grond) of langer dan 10 jaar (bedrijfspanden) wordt afgeschreven.

Houd rekening met ‘vrijval’ bij staking

Staakt u uw onderneming, dan worden alle fiscale en stille reserves alsnog belast. Heeft u op het stakingsmoment nog geen gelegenheid gehad de herinvesteringsreserve aan te wenden, dan valt die in de (stakings)winst. Dat geldt ook als u na staking wederom gaat ondernemen. Het meenemen van de herinvesteringsreserve van de oude naar de nieuwe onderneming is niet toegestaan.

Houd rekening met aanvullende regels bij overheidsingrijpen

Er gelden enkele aanvullende regels voor de herinvesteringsreserve bij overheidsingrijpen. De situaties die kwalificeren als overheidsingrijpen zijn in 2012 verder uitgebreid. Wanneer is er nu precies sprake van overheidsingrijpen in de zin van deze regeling? De ondernemer krijgt in ieder geval hiermee te maken bij onteigening, middellijke onteigening en aankoop door de overheid ter voorkoming van onteigening.

Verzoek om verlenging bij herinvestering

De driejaarstermijn kan worden verlengd als in verband met de aard van de herinvestering een langere termijn nodig is. Ook als de herinvestering door bijzondere omstandigheden is vertraagd, kan de driejaarstermijn worden opgerekt. Is er sprake van vertraging, dan wordt de termijn echter alleen verlengd als u – binnen de drie jaar – al wel bent begonnen met de voorbereiding. De bewijslast dat deze bijzondere omstandigheden aan de orde zijn ligt bij de ondernemer. Uit de rechtspraak blijkt dat de belastingrechter de eis van een bijzondere omstandigheid soepel toepast.

8. Boek herinvesteringsreserve af

Sta stil bij de boekwaarde-eis

De afboeking van de herinvesteringsreserve kan er niet toe leiden dat de boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel daalt beneden de boekwaarde van het oude bedrijfsmiddel ten tijde van de vervreemding. Bij meer bedrijfsmiddelen is dat het gezamenlijk bedrag van de boekwaarden.

Kijk uit bij samenloop tussen hir en willekeurige afschrijving

Als op een bedrijfsmiddel willekeurig is afgeschreven moet de ondernemer voor de herinvesteringsreserve uitgaan van de boekwaarde zoals die bij ‘gewone’ afschrijving zou hebben gegolden. Om de samenloop van herinvesteringsreserve en willekeurige afschrijving verder tegen te gaan, mag willekeurige afschrijving achterwege blijven tot het bedrag waarvoor een herinvesteringsreserve is afgeboekt.

Houd de afschrijvingsregels in de gaten

De afschrijvingen op het bedrijfsmiddel waarin is geherinvesteerd, berekent u op basis van de boekwaarde na afboeking van de herinvesteringsreserve. De herinvesteringsreserve verlaagt dus de afschrijvingsgrondslag. U mag de investeringsaftrek berekenen over de aanschaffingskosten zonder rekening te houden met afboeking van de herinvesteringsreserve.

Pas ruilarresten toe

Biedt de wettelijke herinvesteringsreserve geen soelaas? Ga dan na of u met een beroep op de zogenoemde ruilarresten het zelfde resultaat (uitstel van belasting over boekwinst) is te bereiken. De voorwaarden zijn weliswaar strenger dan die van de herinvesteringsreserve, het toepassingsbereik is namelijk veel groter. De ruilarresten zijn echter niet van toepassing bij normale verkoop uit een handelsvoorraad. Er is in dat geval immers sprake van het maken van omzet om daarmee winst te behalen.

9. Houd rekening met de omzetbelastingaspecten

Omzetbelasting kan – indien deze niet is te verrekenen- de investeringsverplichting met 19% verhogen. Het is daarom belangrijk voorafgaand aan de investering het BTW-profiel goed in kaart te brengen. In sommige gevallen heeft de ondernemer de keus een bedrijfsmiddel tot privé- of tot het bedrijfsvermogen te rekenen. Deze vermogensetikettering voor de omzetbelasting kan afwijken van die voor de inkomstenbelasting.

Liquiditeitsvoordeel

Bij koop financiert u de niet-aftrekbare btw in een keer. Bij huur of operational lease smeert de ondernemer de btw uit over de termijnen. Dat levert een liquiditeitsvoordeel op.

Verzoek niet te snel om ontheffing van administratieve verplichtingen

Op grond van de kleine ondernemersregeling kunnen bepaalde ondernemers een ontheffing krijgen van de administratieve verplichtingen. In dat geval is het niet mogelijk meer voorbelasting af te trekken dan het bedrag dat verschuldigd is. Zij krijgen dus nooit voorbelasting terug. Dit is een groot nadeel als men in enig jaar flink investeert.

Herzie de btw en het investeringsbedrag

De herziening van aftrek van voorbelasting is van invloed op de kostprijs en daarmee ook op de afschrijving en eventueel de investeringsaftrek (of de desinvesteringsbijtelling) van het betreffende bedrijfsmiddel. Als die gevolgen u niet goed uitkomen, zou u kunnen verdedigen dat de herziening wordt opgeroepen door een wijziging in de bedrijfsvoering in enig jaar en dat de terugbetaling of ontvangst als direct ten laste of ten gunste van het jaarresultaat moet worden geboekt.

10. Combinaties tussen faciliteiten

Veel van de besproken faciliteiten kunnen cumuleren. Zo kan de totale investeringsaftrek oplopen tot ruim 70%. De milieu-investeringsaftrek kan echter niet samengaan met de energie-investeringsaftrek. Ook voor een al te gunstige samenloop tussen willekeurige afschrijving en de herinvesteringsreserve heeft de wetgever een stokje gestoken. Zij het dat de zogenoemde ruilarresten u daarbij weer te hulp komen.

 

(Bron: Taxence)

Gratis informatie!

Gratis informatie

Brochure: Uw onderneming financieel en fiscaal onder controleVoorbeeld verkoopfactuur.Checklist ondernemerschap.

Uw naam*

Bedrijfsnaam*

Uw e-mail*

Uw telefoonnummer*

Maak uw keuze:

Updated: 21 april 2012 — 10:37

Archief

Ambitions Accountants & Adviseurs © 2017 Frontier Theme