Aandachtspunten voor de IB-aangifte 2012

Op 1 januari 2012 zijn de inkomstenbelasting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet op een aantal punten veranderd. Lees hierna het overzicht.

Belastingtarieven

De tarieven over 2012 voor inkomsten in box 1 (werk en woning), box 2 (aanmerkelijk belang) of box 3 (sparen en beleggen) zijn veranderd? De fiscus berekent de volgende tarieven:

Tarieven box 1 (werk en woning) Belastingplichtigen die in 2012 jonger dan 65 jaar (geboren na 1947) zijn:

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 t/m € 18.945 33,1%
2 Vanaf € 18.946 t/m € 33.863 41,95%
3 Vanaf € 33.864 t/m € 56.491 42%
4 Vanaf € 56.492 52%

 

Een belastingplichtige wordt in 2012 65 jaar (geboren in 1947):

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 t/m € 18.945 15,2% *
2 Vanaf € 18.946 t/m € 33.863 24,05% *
3 Vanaf € 33.864 t/m € 56.491 42%
4 Vanaf € 56.492 52%

* Wordt iemand 65 jaar in de loop van 2012, dan betaalt diegene geen AOW-premie meer vanaf de maand waarin deze persoon 65 wordt. Tot die maand gelden de tarieven uit de eerste tabel.

Een belastinglichtige is in 2012 65 jaar of ouder (geboren vóór 1946):
Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 t/m € 18.945 15,2%
2 Vanaf € 18.946 t/m € 34.055 24,05%
3 Vanaf € 34.056 t/m € 56.491 42%
4 Vanaf € 56.492 52%
Tarief Box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang)
Het tarief voor de belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang bedraagt 25%. Het tarief is niet gewijzigd.
Tarief Box 3 (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen)
Het tarief van de belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen bedraagt 30% en is niet gewijzigd. Het forfaitaire rendement is ongewijzigd en bedraagt 4% van de grondslag sparen en beleggen. Het tarief komt dan per saldo neer op 1,2% belasting over de grondslag sparen en beleggen.

Bedragen heffingskortingen

In 2012 zijn de bedragen van de heffingskortingen:

Heffingskorting Jonger dan 65 jaar 65 jaar en ouder
Algemene heffingskorting per kalenderjaar € 2.033 € 934
Maximum uitbetaling algemene heffingskorting
als iemand geboren is na 31 december 1971
€ 1.491
Maximum uitbetaling algemene heffingskorting
als iemand geboren is na 31 december 1962
maar voor 1 januari 1972
€ 1.762
Inkomensafhankelijke combinatiekorting (maximaal) € 2.133 € 980
Alleenstaandeouderkorting (maximaal) € 2.266 € 1.042
Jonggehandicaptenkorting € 708
Ouderenkorting € 762
Alleenstaandeouderenkorting € 429
Levensloopverlofkorting € 205
Ouderschapsverlofkorting (per verlofuur) € 4,18
Korting maatschappelijke beleggingen 0,7% van de vrijstelling in box 3 0,7% van de vrijstelling in box 3
Korting directe beleggingen in durfkapitaal
en culturele beleggingen
0,7% van de vrijstelling in box 3 0,7% van de vrijstelling in box 3
Arbeidskorting (maximaal) Laag inkomen Hoog inkomen
Iemand is geboren in 1947 of later
(Iemand is jonger dan 65 of wordt in 2012 65)
€ 1.611 € 1.533
Iemand is geboren in 1946 of eerder
(Iemand ist 65 jaar of ouder)
€ 740 € 705
Doorwerkbonus Bedrag
Iemand is geboren in 1950 (1,5%) € 719
Iemand is geboren in 1949 (6%) € 2.873
Iemand is geboren in 1948 (8,5%) € 4.070
Iemand is geboren in 1946 of 1947 (2%) € 958
Iemand is geboren in 1945 of eerder (2%) € 479

Alleenstaandeouderkorting

In 2012 heeft iemand recht op de alleenstaandeouderkorting als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:
  • Iemand heeft in 2012 meer dan 6 maanden geen fiscale partner.
  • Iemand voert in deze periode een huishouding met uitsluitend 1 of meer kinderen waarvan de jongste op 1 januari 2012 jonger is dan 18 jaar (dit was 27 jaar).
De heffingskorting voor alleenstaande ouders bestaat uit een vast bedrag en een inkomensafhankelijk bedrag. Iemand heeft recht op het inkomensafhankelijke deel als diegene voldoet aan de volgende twee voorwaarden:
  • Iemand heeft arbeidsinkomen (naast loon en resultaat uit overige werkzaamheden ook winst uit onderneming).
  • Tot iemands huishouding hoort een kind dat op 1 januari 2012 jonger is dan 16 jaar.

Uitbetaling heffingskortingen

De uitbetaling van heffingskortingen aan fiscale partners met geen of een laag inkomen wordt sinds 2009 jaarlijks verlaagd. Gezinnen met jonge kinderen en belastingplichtigen geboren vóór 1972 waren van deze verlaging uitgezonderd. Vanaf 1 januari 2012 is deze uitzondering vervallen en wordt de uitbetaling jaarlijks verlaagd. Alleen als iemand geboren is vóór 1 januari 1963 blijft de uitzondering bestaan.

Arbeidskorting

De verhoging van de arbeidskorting voor werknemers vanaf 57 jaar is vanaf 1 januari 2012 vervallen.

Levensloopregeling

De levensloopregeling is op 1 januari 2012 gestopt. Er geldt een overgangsmaatregel voor bestaande deelnemers. Welke maatregel geldt, hangt af van de hoogte van het levenslooptegoed op 31 december 2011:
  • Levenslooptegoed minder dan € 3.000 De levensloopregeling stopt in 2013. Als het levenslooptegoed op 31 december 2012 niet is opgenomen, dan wordt dit belast als loon in 2013. De werknemer krijgt dit uitgekeerd via zijn werkgever.
  • Levenslooptegoed € 3.000 of meer De werknemer mag doorgaan met de levensloopregeling tot en met 2021, maar uiterlijk tot de werknemer met pensioen is gegaan of AOW krijgt. De werknemer mag geld bijstorten. De werknemer bouwt echter geen levensloopverlofkorting meer op. De werknemer mag tegoed opnemen voor verlof. De werkgever houdt dan loonheffing in op die opname, en verrekent de levensloopverlofkorting die de werknemer opbouwde tot en met 2011.
Let op!
Over de inleg vanaf 2012 bouwt iemand geen levensloopverlofkorting meer op.

Giften

Gewone en periodieke giften aan culturele ANBI’s mag de schenker voor de berekening van zijn giftenaftrek verhogen met 25%. Deze verhoging kan maximaal € 1.250 zijn. Vanaf 2012 zijn eenmalige gewone giften aan steunstichtingen SBBI aftrekbaar. Dit zijn stichtingen die speciaal zijn opgericht om geld in te zamelen ter ondersteuning van een SBBI voor aangewezen doelen.

Levensonderhoud kinderen

De leeftijdsgrens voor de aftrek van uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen is 21 jaar of jonger. (Dit was 30 jaar of jonger.)

Uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten

De leeftijdsgrens voor de aftrek van uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten is 21 jaar. (Dit was 27 jaar.)

Specifieke zorgkosten

Uitgaven voor sommige paramedici, zoals een diëtist, mag iemand meetellen als aftrekbare specifieke zorgkosten, zonder dat sprake is van een doorverwijzing of begeleiding door een erkend arts. Diegene moet dan wel een verklaring hebben van die paramedicus dat sprake is van een medische behandeling.

Uitgaven voor rijksmonumentenpanden

Wanneer iemand in een rijksmonumentenpand woont, zijn de uitgaven voor vaste lasten en afschrijvingen niet meer aftrekbaar. Voor alle rijksmonumentenpanden wordt de aftrek van onderhoudskosten beperkt tot 80% van die kosten. Er geldt geen drempel meer. Er geldt een overgangsmaatregel voor verplichtingen tot onderhoud die zijn aangegaan vóór 1 januari 2012.
(Bron: Pleinplus)
Updated: 21 januari 2013 — 09:45