All posts in Nieuws voor het MKB (BV)

Recent werd bekend dat rijksambtenaren een netto thuiswerkvergoeding van € 363 ontvangen ter dekking van extra kosten. Sindsdien vragen werkgevers regelmatig of zij hun werknemers een maandelijkse onbelaste thuiswerkvergoeding kunnen geven. Houd rekening met deze fiscale aspecten.

Kosten thuiswerken: de Nibud-berekening

De vergoeding van € 363 is gebaseerd op cijfers van het Nibud. Dit instituut heeft berekend dat thuiswerken gemiddeld € 2 per dag aan extra kosten met zich meebrengt. Daarbij is rekening gehouden met de kosten voor elektriciteit-, water- en gasverbruik, koffie en thee, wc-papier en afschrijving van bureaus en bureaustoelen. Voor deze kosten kent de wet geen vrijstelling. Een vergoeding voor deze kosten vormt dus loon. De kosten kunnen daarom alleen onbelast worden vergoed uit de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR).

Vast thuiswerkbudget

Als u een algemene thuiswerkvergoeding toekent voor bijvoorbeeld extra energiekosten of koffie en thee, dan vormt dit loon. Door slim gebruik te maken van de gerichte vrijstellingen uit de werkkostenregeling, kunt u bepaalde kosten onbelast vergoeden. Deze kosten komen dan niet ten laste van de vrije ruimte, mits u de kosten op de juiste wijze benoemt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om kosten voor internet of een ergonomische bureaustoel. Let wel, uw werknemer moet deze kosten feitelijk maken. Bij arbo-voorzieningen geldt nog als voorwaarde dat uw werknemer geen eigen bijdrage mag betalen. De inrichting van uw thuiswerkbudget bepaalt dus in hoeverre kosten onbelast kunnen worden vergoed buiten de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Inventarisatie vrije ruimte werkkostenregeling

Voor kosten waarvoor geen vrijstelling geldt, kan de werkkostenregeling uitkomst bieden. Dit geldt bijvoorbeeld voor extra energiekosten of het kopje koffie thuis. Veel werkgevers hebben geen goed inzicht in hun WKR-positie of vergeten kosten toe te rekenen aan de vrije ruimte. Dit geeft een vertekend beeld en kan zorgen voor onaangename verrassingen. Daarom moet u eerst uw WKR-positie helder hebben, voordat u een algemene thuiswerkvergoeding opneemt in uw arbeidsvoorwaardenpakket.

(Bron: ABAB0

Als u personeel aanneemt, krijgt u te maken met diverse wettelijke administratieve verplichtingen op het gebied van loonheffingen. Door de coronamaatregelen kunt u daar wellicht niet aan voldoen. In 2020 neemt de Belastingdienst daarom een coulante houding aan. Deze maatregel wordt verlengd.

Administratieve verplichtingen

Doorgaans heeft een tekortkoming in de administratieve verplichtingen voor de loonheffingen grote gevolgen (bijvoorbeeld toepassing anoniementarief van 52%). Vanaf 12 maart 2020 neemt de Belastingdienst een soepel standpunt in als u uw administratieve verplichtingen voor de loonheffingen niet, niet op tijd of niet volledig kunt nakomen door de coronamaatregelen. Aanvankelijk zou de goedkeuring gelden tot 1 januari 2021. Nu de crisis voortduurt is besloten om de goedkeuring te verlengen tot 1 april 2021.

Let op: U moet wel kunnen motiveren dat u in alle redelijkheid niet kunt voldoen aan de verplichtingen. Werken uw werknemers, net als vóór de coronamaatregelen, op kantoor, dan kunt u geen beroep doen op een coulante houding van de Belastingdienst. Ook moet u de tekortkoming herstellen, zodra u dat kunt. 

Geen verlenging voor andere loonbelasting maatregelen

Vanaf 12 maart 2020 is ook een goedkeuring voor vaste (reis)kostenvergoedingen in 2020. Die maatregel wordt, zoals het er nu naar uitziet, niet verlengd.

(Bron: ABAB)

Vanaf 25 november 2020 is de tweede aanvraagronde van de TVL-regeling geopend voor alle SBI-codes.De TVL-regeling ondersteunt mkb-ondernemers met maximaal 250 werknemers en meer dan 30% omzetverlies door de coronacrisis bij het betalen van de vaste lasten. Het gaat hierbij om vaste lasten, zoals huur, gas/water/licht, verzekeringen en leasecontracten.

Loonkosten worden niet meegerekend, deze worden gecompenseerd door de NOW-regeling. Van het omzetverlies wordt een percentage vaste lasten berekend. Van dat percentage wordt minimaal 50% en maximaal 70% gecompenseerd. Per sector is een vast percentage aan vaste lasten bepaald. Dit percentage ontleent het kabinet aan cijfers van het CBS en kunt u op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland vinden. De vergoeding per bedrijf bedraagt minimaal € 750 en maximaal € 90.000 per drie maanden.

Voor wie?

De TVL is voor alle ondernemers die hard geraakt zijn door de maatregelen tegen het coronavirus. Waar voorheen alleen ondernemers in aanmerking kwamen die ingeschreven staan onder een bepaalde SBI-code, komen nu alle sectoren in aanmerking voor de regeling. Dit geldt voorlopig alleen voor de aanvraagperiode voor het vierde kwartaal van 2020 en, naar verwachting, het eerste kwartaal van 2021. Daarnaast krijgen horecaondernemingen eenmalig een aanvullende subsidie, de Horeca Voorraad en Aanpassingen (HVA). Dit bedrag komt bovenop de TVL-subsidie. Ondernemers en toeleveranciers in de evenementenbranche krijgen in het vierde kwartaal van 2020 en eerste kwartaal van 2021 een vast bedrag, op basis van hun TVL-subsidie in de zomermaanden.

Voorwaarden TVL

  • Uw onderneming is vóór 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven bij het handelsregister van de KvK.
  • U heeft zich na 15 maart 2020 niet met terugwerkende kracht ingeschreven in het Handelsregister of uw SBI-code aangepast om in aanmerking te komen voor deze subsidie.
  • Alleen de hoofdactiviteit van uw onderneming waarmee u op 15 maart stond ingeschreven in het Handelsregister telt. Alleen als u in de vorige subsidieperiode na een herbeoordeling of bezwaar TVL ontving voor een andere SBI-code, komt u ook met deze SBI-code in aanmerking. Het aanvraagsysteem kiest in dat geval automatisch de gunstigste SBI-code.
  • Financiële instellingen, holdings en publiek gefinancierde scholen zijn uitgesloten voor de regeling.
  • Uw onderneming is niet failliet.
  • Uw onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance ingediend bij de rechtbank.
  • Uw bedrijf is geen overheidsbedrijf.
  • U heeft een mkb-onderneming.
  • Uw onderneming heeft een fysieke vestiging in Nederland. Het bedrijfsadres staat vermeld in het handelsregister van de KvK.
  • U verklaart ten minste één vestiging met een ander adres te hebben dan uw privéadres of u verklaart een vestiging te hebben die fysiek is afgescheiden van uw privéwoning doordat deze een eigen opgang of toegang heeft. U moet dan bewijsstukken meesturen bij de aanvraag. Uitgezonderd zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en auto- en motorrijscholen, taxibedrijven, touringcar operators, markthandelaren, kermisexploitanten, recreatieve vliegsector, binnenvaart, zee- en kustvaart, goederenvervoer over de weg, verhuisvervoer, post- en koeriersdiensten. Daar mag het privéadres wel gelijk zijn aan het vestigingsadres.
  • Uw onderneming heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis.
  • U heeft meer dan € 3.000 aan vaste lasten in het vierde kwartaal van 2020.
  • U kunt van zowel de TVL als de NOW gebruikmaken. De TVL is bedoeld als aanvulling op de NOW (loonkosten), maar heeft daar wel invloed op. De vergoeding die u ontvangt vanuit de TVL wordt opgeteld bij uw omzetberekening voor de NOW, waardoor u een lagere NOW-subsidie ontvangt. Ondanks dat de regelingen elkaar ‘bijten’, ontvangt u met beide regelingen opgeteld meer subsidie.
  • Na het krijgen van de tegemoetkoming mag u in totaal niet meer dan € 800.000 (bruto) aan overheidssteun hebben ontvangen. Uitzonderingen daarop zijn de visserij- en aquacultuursector en de primaire productie van landbouwproducten. Voor visserij- en aquacultuur geldt een maximum van € 120.000 overheidssteun. Voor de primaire productie van landbouwproducten geldt een maximum van € 100.000 overheidssteun.

Met de adviestool van het RVO kunt u eenvoudig en snel controleren of u in aanmerking komt voor de regeling en op welk bedrag u mogelijk recht heeft.

Berekening van de tegemoetkoming

Het kabinet bepaalt de hoogte van de tegemoetkoming als volgt: normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 50%*. Het omzetverlies wordt berekend aan de hand van de verwachte omzet in het vierde kwartaal van 2020 en de normale omzet van diezelfde periode in 2019. Onder omzet worden alle inkomsten zonder de ontvangen btw verstaan. U gebruikt hiervoor uw btw-aangiften over de betreffende maanden of kwartaal van 2019. Meer informatie over de berekening van de tegemoetkoming, inclusief rekenvoorbeelden, kunt u vinden op rvo.nl.

*Verhoging subsidiepercentage

Door de aanhoudende coronacrisis heeft de overheid besloten om het subsidiepercentage te verhogen afhankelijk van het omzetverlies. Bij 30% omzetverlies blijft het percentage 50%, bij 100% omzetverlies loopt dit op naar 70%. Deze aanpassing moet eerst nog worden goedgekeurd door de Europese Commissie. Tot die tijd worden aanvragen ingediend en uitbetaald op basis van het oude percentage van 50%. De verwachting is dat de wijziging eind januari wordt goedgekeurd. U hoeft dan niets te doen, het RVO past het hogere subsidiepercentage automatisch aan en doet een extra betaling.

De aanvraagprocedure

Vanaf 25 november kunt u de aanvraag voor de TVL voor het vierde kwartaal indienen. De aanvraagperiode loopt tot en met 29 januari 2021, 17.00 uur. Hierna volgen nog twee aanvraagrondes:

  • 1 januari tot en met 31 maart 2021
  • 1 april tot en met 30 juni 2021

U kunt een aanvraag indienen bij het RVO via eHerkenning niveau 1 (of hoger) of DigiD. U kunt de aanvraag ook door uw intermediair laten verzorgen. Dit kan alleen met een ketenmachtiging via eHerkenning. U hoort binnen acht weken of uw aanvraag is goedgekeurd. Het besluit ontvangt u per e-mail. Na goedkeuring staat het bedrag binnen vijf werkdagen op uw bankrekening. Vóór 1 juli 2021 meldt u het werkelijke omzetverlies waarna de definitieve subsidie wordt vastgesteld. Aanvragen worden achteraf gecontroleerd. Dit kan tot vijf jaar na uitbetaling van de definitieve subsidie. Heeft u teveel subsidie gekregen? Dan kan het bedrag (gedeeltelijk) worden teruggevorderd.

De volgende documenten heeft u nodig voor het indienen van de aanvraag:

  • Het KVK-nummer van uw onderneming;
  • Uw contactgegevens: naam, telefoonnummer en e-mailadres;
  • Het bankrekeningnummer dat op naam staat van uw onderneming. Hier wordt de tegemoetkoming naar overgemaakt;
  • Btw-aangiften (pdf) van het vierde kwartaal van 2019. Als u geen omzetbelasting betaalt, volstaat een uitdraai van uw omzet uit uw eigen boekhoudprogramma voor deze periode van 2019.

Horeca Voorraad en Aanpassingen (HVA)

Horecagelegenheden die verplicht hebben moeten sluiten, ontvangen eenmalig een opslag van 2,8% van hun omzetverlies in oktober tot en met december 2020. Het maximale bedrag is € 20.160. Dit bedrag komt bovenop de TVL-subsidie van het vierde kwartaal 2020 en wordt automatisch bij de TVL aanvraag opgeteld. De HVA is bedoeld als extra tegemoetkoming voor voorraad die kan bederven en de aanleg en overkapping van een buitenterras die niet zomaar terugverdiend kan worden. Voor de HVA gelden dezelfde voorwaarden als bij de TVL.

De volgende SBI-codes komen in aanmerking voor de HVA:

  • 56.10.1 (restaurants)
  • 56.10.2 (fastfoodrestaurants, cafetaria’s, ijssalons, eetkramen)
  • 56.29 (kantines en contractcatering)
  • 56.30 (cafés, discotheken, nachtclubs)

Eventcatering en hotel-restaurants komen niet in aanmerking voor de regeling.

Evenementenmodule

Ondernemers in de evenementenbranche komen in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 in aanmerking voor de evenementenmodule. De subsidie bedraagt 33,3% over de TVL-subsidie in de zomermaanden. Ondernemers ontvangen minimaal € 750 en maximaal € 16.650. Ondernemers die in de zomer minimaal 50% van hun omzet aan publieke evenementen verdienden, komen in aanmerking. Dit kunnen ook leveranciers zijn. Zij kunnen de subsidie alleen aanvragen als ze de TVL hebben ontvangen in de zomermaanden en niet in aanmerking komen voor TVL Q4 door een te lage referentieomzet.

Op dit moment kan de evenementenmodule nog niet worden aangevraagd. Naar verwachting kunt u de aanvraag in het eerste kwartaal van 2021 indienen voor beide kwartalen.

Publicatieverplichting

Europese staatssteunregels verplichten de Nederlandse overheid openbaar te maken welke ondernemers subsidie hebben ontvangen en voor welk bedrag er subsidie is verleend. Als u de TVL ontvangt, worden uw gegevens gepubliceerd op de website van de Europese Commissie. Het gaat daarbij onder andere om de naam en vestigingsplaats van uw onderneming, uw branche, of u een mkb-bedrijf bent of niet, het bedrag en het doel van de subsidie. De publicatie vindt plaats binnen een jaar na de datum van de verleningsbeschikking. De gegevens blijven minimaal tien jaar beschikbaar.

(Bron: ABAB)

Als werkgever kunt u in elk geval tot 1 februari 2021 de bestaande vaste reiskostenvergoedingen aan uw werknemers onbelast blijven doorbetalen. Het kabinet heeft besloten deze maatregel tijdelijk te verlengen. Waar moet u op letten?

Voorwaarde onbelast doorbetalen

Eerder gaf het kabinet al goedkeuring voor het onbelast doorbetalen van de vaste reiskostenvergoeding. Ook als uw werknemers geen of minder reiskosten hebben. Deze goedkeuring gold aanvankelijk tot en met 31 december 2020. In verband met de aanhoudende coronacrisis heeft het kabinet besloten de goedkeuring te verlengen tot in elk geval 1 februari 2021. Voorwaarde is wel dat het vaste kostenvergoedingen betreft die al werden toegekend op 12 maart 2020. De goedkeuring geldt dus niet als er sprake is van gewijzigde omstandigheden na 12 maart 2020, bijvoorbeeld door een verhuizing of contractuitbreiding.

Het kabinet besluit in de loop van januari 2021 hoe ze met de vaste reiskostenvergoedingen willen omgaan ná 1 februari 2021. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Wilt u meer weten over de fiscale en juridische aspecten rondom thuiswerken en kostenvergoedingen?

(Bron: ABAB)

De woningmarkt lijkt op dit moment nog geen last te hebben van de coronacrisis. Veel huiseigenaren wisselen van woning, kopers en verkopers maken keuzes. Naast het regelen van de praktische kant van de verkoop is het ook van belang aandacht te besteden aan de fiscale kant van het verkopen van een woning. In dit artikel wijzen wij op enkele fiscale aandachtspunten die komen kijken bij de verkoop van een reeds verlaten woning. 

Casus

Veelal worden woningen verkocht door degenen die deze woning zelf ook daadwerkelijk als hoofdverblijf gebruiken. Wij bespreken de situatie waarbij dit niet het geval is. Stel dat de eigenaren van de te koop staande eigen woning inmiddels een andere woning hebben betrokken als hoofdverblijf, leidt dit tot problemen in fiscale zin? 
 
Door het te koop zetten van een eigen woning verliest deze woning in beginsel niet de stempel ‘eigen woning’. Wanneer de eigenaren in de woning blijven wonen, blijft deze woning de eigenaren ter beschikking staan als hoofdverblijf (een eis die door de wet wordt gesteld). Wanneer de eigenaren de woning verlaten en elders gaan wonen, staat deze woning vanaf dat moment niet meer ter beschikking als hoofdverblijf. Dit zou betekenen dat, zolang de woning nog niet is verkocht en de hypotheek in zijn geheel blijft doorlopen, er mogelijk geen renteaftrek meer is. Een woning in verkoop blijft het etiket eigen woning dragen als wordt voldaan aan een aantal cumulatieve criteria. 

Cumulatieve criteria

Hieronder geven wij weer wanneer voor de te koop staande woning waar men zelf niet meer in woont toch nog aftrek van hypotheekrente geldt:

  • De woning dient leeg te staan. Dit betekent dat gedurende de verkoop de woning niet in gebruik mag zijn bij iemand anders. Ook niet als deze woning gratis door iemand wordt gebruikt. Hierbij is dus van belang dat de woning de eigenaar ter beschikking blijft staan. Wanneer iemand anders de woning gebruikt, wordt hier niet meer aan voldaan. En;
  • De betreffende woning in verkoop wordt in een kalenderjaar mede aangemerkt als eigen woning als de woning in dat kalenderjaar of één van de drie jaren daarvoor ook was aan te merken als eigen woning. Met andere woorden, als men in 2020 een woning te koop zet, die in 2017, 2018, 2019 of 2020 als eigen woning werd gebruikt, blijft deze woning ook in 2020 gelden als eigen woning. Is 2017 het laatste jaar dat deze woning als eigen woning werd gebruikt, dan vervalt het etiket eigen woning in 2021. En;
  • De eigenaar dient aannemelijk te maken dat de woning bestemd is voor verkoop. Met aannemelijk maken wordt bedoeld dat aangetoond kan worden dat de woning bedoeld is om te verkopen. Hiertoe kan bijvoorbeeld een opdracht aan een makelaar als bewijs dienen. 

Niet altijd zijn de feiten echter helemaal helder. Wat als namelijk een uitwonend kind tijdelijk in de woning verblijft? Of wat als de woning voor een periode van de markt af wordt gehaald en niet te koop wordt aangeboden? Wat voor een gevolgen heeft dit voor de aftrek van de eigenwoningrente? Of aan bovengenoemde eisen voldaan wordt is te beoordelen aan de hand van de specifieke feiten en omstandigheden.

Tot slot

Er zijn dus diverse fiscale aandachtspunten bij het te koop zetten van een eigen woning. Bij het verkopen van een eigen woning komen uiteraard ook andere aspecten zoals waardebepaling, het opstellen van een goede koopovereenkomst en de daadwerkelijke notariële levering aan bod, waarbij het op deze gebieden ook verstandig is goede adviezen in te winnen. Het zo optimaal mogelijk inkleden van het fiscale aspect vraagt om een goede planning vóóraf. 

(Bron: BDO)

De huidige tijd kan er toe leiden dat een belastingplichtige zorgen heeft over de betaalbaarheid van zijn hypotheek. Overleg met de kredietverstrekker is dan de aangewezen route. Kredietverstrekkers kunnen hun klanten – die als gevolg van de coronacrisis tijdelijk niet in staat zijn aan hun betalingsverplichtingen te voldoen – de mogelijkheid bieden tot een betaalpauze van maximaal zes maanden. In deze periode hoeft dan geen of minder rente en aflossing betaald te worden voor de hypotheek. Let wel; deze achterstand moet in de toekomst wel alsnog worden voldaan. Aanvankelijk gaf een beleidsbesluit van 16 juni 2020 een goedkeuring in dit kader. Dit is later verlengd.

De Wet Inkomstenbelasting 2001 regelt voor eigenwoningschulden vanaf 1 januari 2013 hoe achterstand in de aflossing en rentebetaling moet worden ingelopen, als deze op enig moment is opgelopen. Als niet aan deze wettelijke eisen wordt voldaan, loopt de belastingplichtige het risico dat het recht op aftrek van rente en kosten vervalt. Om het in bepaalde gevallen mogelijk te maken ook op een andere dan in de fiscale wetgeving vastgelegde wijze de aflossingsachterstand in te halen, worden twee goedkeuringen opgenomen.

Goedkeuringen in het beleidsbesluit 

De eerste goedkeuring ziet toe op het zo snel mogelijk na afloop van de uitstelperiode van maximaal zes maanden vaststellen van een nieuw annuïtair schema. Op basis hiervan wordt het inhalen van de aflossingsachterstand uitgesmeerd over de resterende looptijd van de maximale termijn van 360 maanden van de lening. Dat is anders dan de huidige wettelijke regeling. Hierin staat dat een in 2020 opgelopen achterstand, in 2021 moet zijn ingehaald. Als dat niet lukt kan een nieuw annuïtair schema pas per 1 januari 2022 worden vastgesteld. 

Ten tweede wordt toegestaan de resterende lening te splitsen, waarbij voor de resterende hoofdsom (zonder rekening te houden met de aflossingsachterstand) het bestaande annuïtaire schema van toepassing blijft. Voor het deel van de aflossingsachterstand wordt dan een afzonderlijke (hypothecaire) lening met een eigen annuïtair schema afgesloten, waarbij de looptijd maximaal gelijk is aan de resterende looptijd van de oorspronkelijke hoofdsom. In de huidige wettelijke regeling moet voor de totale resterende hoofdsom een nieuw annuïtair schema wordt vastgesteld.  

Maatwerk

Door deze regelingen ontstaan meer mogelijkheden tot maatwerk. Uiteraard moet naast de gemiste aflossingen ook de uitgestelde rente alsnog aan de kredietverstrekker worden betaald. Deze uitgestelde rente is aftrekbaar volgens de reguliere fiscale regels. Afhankelijk van de wijze waarop belastingplichtige en geldverstrekker dit regelen, kan het zijn dat deze rente aftrekbaar is op het moment van rentedragend schuldig worden (2020) of op het moment van feitelijke betaling (veelal in 2021, maar mogelijk deels ook in 2020 of latere jaren).

Familiebank of eigenwoninglening bij BV

In de situatie dat de eigenwoninglening niet bij een commerciële uitvoerder is overeengekomen, maar bijvoorbeeld bij de ouders of bij de eigen BV, is het onder voorwaarden ook mogelijk een betaalpauze overeen te komen. Hiervoor gelden enkele specifieke voorwaarden. 

Geldigheid beleidsbesluit 

Het beleidsbesluit geldt voor belastingplichtigen die zich tussen 12 maart en 1 januari 2021 melden, of hebben gemeld bij hun kredietverstrekker en een betaalpauze overeenkomen van maximaal zes maanden. Deze betaalpauze moet uiterlijk op 1 januari 2021 ingaan. Echter, in een brief van het kabinet van 9 december 2020  is de termijn van 1 januari 2021 verlengd naar 1 april 2021. Onder nadere voorwaarden kan ook voor betaalpauzes die sinds 12 maart al zijn overeengekomen – en mogelijk deels al ten uitvoering zijn gebracht in de periode voorafgaande aan publicatie van het besluit – gebruik worden gemaakt van de regeling, zoals opgenomen in het beleidsbesluit. 

Voorlopige aanslag

Het is verstandig om bij een situatie als deze na te gaan of een opgelegde voorlopige aanslag over 2020 en/of de voorschotbeschikking(en) toeslag(en) op basis van het eerder geschatte inkomen over 2020 moet(en) worden aangepast. Hiermee kan voorkomen worden dat in 2021 terugbetalingen moeten plaatsvinden.

(Bron: BDO)

De voorraadvergoeding die winkeliers kunnen ontvangen als onderdeel van het steunpakket vanwege de lockdown is vrijgesteld van de inkomstenbelasting (IB) en vennootschapsbelasting (VPB). Dit heeft minister Wiebes van Economische Zaken aangegeven.

Het kabinet heeft het coronasteunpakket voor ondernemers onlangs uitgebreid vanwege de zware lockdown. Mkb-ondernemers in de non-food detailhandel kunnen een vergoeding krijgen voor hun seizoensgevoelige voorraad. De winkeliers raken immers hun voorraden die ze speciaal voor de feestdagen hebben aangeschaft straks natuurlijk niet meer kwijt aan de consument. Het gaat om de eenmalige Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel (kortweg de voorraadvergoeding). Deze regeling komt bovenop de al bestaande regelingen van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) en de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL).

Omzetverlies bepalend voor voorraadvergoeding

Voor de berekening van de voorraadvergoeding moeten ondernemers kijken naar het omzetverlies van oktober 2020 tot en met december 2020 en de grootte van de winkel. De vergoeding is minimaal 2,8% van het verlies bij een minimaal omzetverlies van 30%. Het maximumbedrag dat een ondernemer kan ontvangen is € 20.160.  De voorraadvergoeding is vrijgesteld voor de IB en de VPB.

Wel voldoen aan voorwaarden TVL

Ondernemers krijgen de voorraadvergoeding alleen als ze voldoen aan de voorwaarden voor de TVL. Dus de onderneming moet dan meer dan 30% omzetverlies in het 4e kwartaal van 2020 vergeleken met het 4e kwartaal van 2019 hebben geleden en de vaste lasten zijn minimaal € 3.000 in het 4e kwartaal van 2020 (op basis van het percentage vaste lasten dat bij de hoofdactiviteit hoort). De minister hoopt dat de vergoedingen begin volgend jaar op de rekeningen van de winkeliers staan.

(Bron: Rendement)

Op 9 december en 18 december heeft het kabinet laten weten een aantal steunmaatregelen te verlengen en uit te breiden. In dit bericht leest u de stand van zaken rondom de fiscale steunmaatregelen voor ondernemers.

Steunmaatregelen die worden verlengd

Bijzonder uitstel van betaling wordt verlengd tot: 1 april 2021

  • Heeft u nog niet eerder om het bijzonder uitstel van betaling van (standaard) drie maanden gevraagd, dan kunt u dat alsnog tot uiterlijk 1 april 2021 doen.
  • Heeft u wel al eerder om dat corona-uitstel gevraagd en is dat verleend, dan kunt u onder voorwaarden nog om verlenging van dat uitstel vragen tot 1 april 2021.
  • Heeft u al eerder in 2020 verlenging gekregen, dan geldt het uitstel automatisch tot 1 april 2021

Zodra het uitstel eindigt moet u direct voldoen aan uw nieuw opgekomen betalingsverplichtingen. Heeft u geen verlenging van het uitstel, dan geldt dat ook voor openstaande belastingschulden van vóór 12 maart 2020. Als u geen verlenging heeft dan gaan deze zogenaamde pre-coronaschulden ook niet mee in een betalingsregeling van 36 maanden die op 1 juli 2021 start. Een verzoek om verlenging kan dus zeker lonen. Denkt u er wel aan dat uw betalingsproblemen dan hoofdzakelijk moeten worden veroorzaakt door corona én u moet voldoen aan een aantal andere voorwaarden, waaronder een bonus- en dividendverbod.

Administratieve verplichtingen loonheffingen

Verlenging van het uitstel van een aantal administratieve verplichtingen rondom de loonheffingen tot 1 april 2021

Belastingheffing grenswerkers

Verlenging van het akkoord met Duitsland en België over de belastingheffing van grenswerkers tot 1 april 2021

Duitse netto-uitkeringen

Verlenging van de vrijstelling voor een aantal Duitse netto-uitkeringen tot 1 april 2021

Btw-nultarief mondkapjes

Verlenging van het btw-nultarief op mondkapjes tot 1 april 2021

Hypotheek betaalpauze

Verlenging van behoud van recht op hypotheekrenteaftrek bij een hypotheekbetaalpauze tot 1 april 2021.

Voortzetting vaste vergoeding woon-werkverkeer

Verlenging tot 1 februari 2021 van de mogelijkheid om de vaste reiskostenvergoedingen woon-werkverkeer zonder fiscale consequenties, ongewijzigd voort te zetten, zolang de werknemer daar op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijke recht op had. In januari komt het kabinet nog terug op hoe het na 1 februari om wil gaan met de onbelaste vaste reiskostenvergoedingen.

Is het reispatroon van uw personeel het afgelopen jaar veranderd (men is meer gaan thuiswerken), dan is deze reiskostenvergoeding vanaf 1 januari 2021 mogelijk niet meer gericht vrijgesteld. Of dat daadwerkelijke het geval is, hangt af van de omstandigheden.

Vooralsnog lijkt het erop dat de verlenging niet geldt voor de vergelijkbare tegemoetkoming voor overige vaste vergoedingen.

Nieuwe maatregelen

Btw-nultarief vaccins en testkits COVID-19

Tijdelijke invoering van een btw-tarief van 0% op COVID-19-vaccins en –testkits tot 1 april 2021.

Vrijstelling van inkomsten- en vennootschapsbelasting TVL

Vrijstelling van inkomsten- en vennootschapsbelasting van de eenmalige opslag op de TVL, die de horeca in het 4e kwartaal 2020 ontvangt voor voorraad- en aanpassingskosten (de zogenaamde TONK-regeling).

Maatregelen die (vooralsnog) niet worden verlengd

Overige vaste vergoedingen

In 2020 bestaat de mogelijkheid om fiscaal vriendelijk vaste vergoedingen, waaronder vaste reiskostenvergoedingen woon-werkverkeer, zonder fiscale consequenties ongewijzigd voort te zetten, zolang de werknemer daar op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijke recht op had. Voor de vaste reiskostenvergoeding wordt deze tegemoetkoming verlengd tot (minimaal) 1 februari 2021. Het lijkt erop dat die verlenging niet geldt voor de overige vaste vergoedingen.[DA1] 

Lager loon bij gebruikelijk loonregeling

Voor werknemers en hun partners die arbeid verrichten voor de vennootschap waarin (één van) beiden een aanmerkelijk belang houdt, geldt de zogenaamde gebruikelijk loonregeling. In verband met corona mag in 2020 een lager loon in aanmerking worden genomen gebaseerd op de omzetdaling over de eerste vier maanden van 2020 ten opzichte van de eerste vier maanden van 2019. Voor 2021 is vooralsnog niet voorzien in een verlenging van deze regeling.

Vrije ruimte werkkostenregeling

Voor 2020 is de vrije ruimte voor de werkkostenregeling met terugwerkende kracht verruimd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom. In 2021 gaat dat percentage over de eerste € 400.000 terug naar 1,7%. Het percentage voor de loonsom boven de € 400.000 gaat per 1-1-2021 van 1,2% naar 1,18%.

Tegemoetkoming ondernemersfaciliteiten

Om in aanmerking te komen voor een aantal ondernemersfaciliteiten, waaronder de zelfstandigenaftrek, moet u voldoen aan het zogenaamde urencriterium van 1225 uur. Voor 2020, om precies te zijn de periode 1 maart tot 1 oktober 2020, gold een tegemoetkoming. Vooralsnog is deze tegemoetkoming niet verder doorgetrokken.

Verlaagde belastingrente [FP2] Wordt een aanslag door uw toedoen te laat vastgesteld of wordt in de aanslag afgeweken van de aangifte, dan wordt belastingrente in rekening gebracht. Die belastingrente was tijdelijk verlaagd tot 0,01%, maar is op 1 oktober 2020 weer verhoogd naar 4%. Dat percentage van 4% geldt tot 31 december 2021 ook voor de vennootschapsbelasting. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting zal dus tot die tijd niet worden verhoogd naar de oorspronkelijke (minimaal) 8%.

Denkt u dat een voorlopige aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, overweeg dan een verzoek om een nadere voorlopige aanslag. Door een dergelijk verzoek kan de belastingrente immers worden beperkt en (als dat verzoek tijdig is) zelfs nog worden voorkomen.

Zoals gebruikelijk moet een en ander nog opgenomen en verder uitgewerkt worden in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis. In de komende periode zullen wij in ieder geval ook de op website opgenomen teksten ter zake van de genoemde onderwerpen updaten. Houdt u dus vooral onze website in de gaten.

Tot slot

Corona blijft ons in de greep houden. Natuurlijk kan dat er ook toe leiden dat fiscale steunmaatregelen (alsnog) verder worden verlengd. De tijd zal het leren. Maar vanzelfsprekend houden wij u op de hoogte.

(Bron: Flynth)

Directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) die hun pensioen in een zogeheten oudedagsverplichting hebben zitten krijgen ook volgend jaar te maken met een ‘pensioenkorting’. De cijfers wijzen erop dat dit pensioenpotje ook over het boekjaar 2021 moet worden afgewaardeerd, in plaats van opgehoogd.

De oudedagsverplichting (ODV) is één van de keuzes die dga’s hadden bij het omvormen van hun pensioen in eigen beheer. Vanaf dit jaar is het gedaan met de fiscaal voordelige regelingen voor het afbouwen van het dga-pensioen. In de jaren 2017, 2018 en 2019 zijn er in totaal ruim 53.000 ODV’s gevormd.

Na 2020 ook in 2021 negatief percentage

Het idee is dat de ODV vanaf een bepaald tijdstip, vaak vanaf de AOW-leeftijd, het opgebouwde pensioenpotje in 20 gelijke delen uitkeert. In de wet is geregeld dat dga’s de ODV jaarlijks mogen aanpassen (‘oprenten’) met een rentepercentage dat de overheid jaarlijks vaststelt. Dit percentage is gebaseerd op het zogeheten U-rendement. Dit is afgeleid van het rendement op Nederlandse staatsleningen. Het percentage dat dga’s mogen gebruiken om hun ODV aan te passen in een jaar is het gemiddelde van de U-rendementen in het voorgaande jaar.
In 2019 was het ‘ophoogpercentage’ nog 0,269%. Maar over 2020 is het percentage negatief: -0,107%. Inmiddels zijn alle U-rendementen voor 2020 bekend, en ook voor dit jaar komt er een negatief percentage uit de bus: -0,382%. Dat betekent dat dga’s opnieuw niet mogen ‘oprenten’, maar moeten ‘afrenten’. Ook bij een negatief percentage is het verplicht om dat te doen, zo heeft het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst eerder bevestigd in een vraag & antwoord.

Aanpassing ODV aan eind van boekjaar

De verlaging wordt verwerkt aan het eind van het boekjaar. Hoe het ‘afrenten’ uitwerkt, hangt ervan af de ODV-uitkeringen al zijn begonnen. Als de ODV al uitkeert, leidt de verlaging tot een iets lagere uitkering. Hierbij geldt dat het rentepercentage af kan wijken omdat er gerekend wordt vanaf de startdatum van de uitkering en niet vanaf 1 januari.
Als de ODV-uitkeringen nog niet zijn gestart wordt de waarde van de pot op de balans verlaagd per 31 december 2021 (bij een boekjaar dat gelijkloopt aan een kalenderjaar) ten opzichte van de stand van 1 januari 2021. Deze afwaardering zorgt voor een kleine vrijval in de winst voor het boekjaar 2020. Als de bv van de dga winst maakt, kost dit dus extra vennootschapsbelasting.

Hulp voor dga vanuit de politiek?

Pensioenadviseurs bevestigen het beeld desgevraagd. Alfred Milius van Triple A Pensioen Perspectief heeft geen geluiden gehoord dat de politiek het ‘afrenten’ voor dga’s wil voorkomen, bijvoorbeeld door wettelijk te regelen dat het rendement nooit negatief kan zijn. “Mijn verwachting is ook dat zo’n ‘bodem’ van 0% er niet komt. Dit heeft geen aandacht in de politiek.” Tot nu toe is het beleid
Ook volgens Martin Gast, financieel planner en pensioenadviseur M&M Financieel Advies, is er ‘geen zicht op verbetering voor de dga’. “Ik adviseer dga’s met een ODV waarbij de uitkeringen nog niet zijn gestart daarom steeds vaker om de ODV af te storten bij een verzekeraar, bank of vermogensbeheerder. De dga kan het dan gebruiken om een lijfrente aan te kopen.”

(Bron: Rendement)

Met een jaarrekening zullen ondernemingen relatief sneller een lening kunnen krijgen dan zonder. Dat is in coronatijd goed om in het achterhoofd te houden. Dat gebeurt uiteraard alleen als uit de gegeven informatie blijkt dat er sprake is van een gezonde onderneming. De jaarrekening heeft dan ook een tweeledig belang: informeren en profileren.

Zeker in deze economisch moeilijke tijden door de coronacrisis, doen ondernemingen er alles aan om overeind te blijven. Financiering, of die nu komt in de vorm van overheidssteun, of via leningen en kredietverstrekking, is soms onontbeerlijk om faillissement te voorkomen. Ondernemingen kunnen hun jaarrekening gebruiken als troefkaart voor financiering. Veel rechtspersonen zijn sowieso verplicht een jaarrekening te deponeren. Vanuit de internationale literatuur wordt gesproken over twee doelstellingen van de jaarrekening:

  • Stewardship (rekenschapsfunctie): bestuurders moeten eigenlijk laten zien wat zij met het voor hen ter beschikking staande geld hebben gedaan. Met andere woorden, hoe hebben zij gepresteerd?
  • Decision usefulness: dit betreft de nuttigheid van het jaarverslag in het bepalen van de toekomstige genereerbaarheid van de onderneming. Of anders gezegd, is het nuttig om hierin te investeren?

Spelregels nodig voor het opstellen van de jaarrekening

Deze twee vormen van informatie maken wel bepaalde spelregels noodzakelijk voor het opstellen van de jaarrekening, zodat geen appels met peren worden vergeleken. Anders zou elke onderneming zomaar kunnen roepen dat ze een omzet heeft van € 3 miljoen, zonder dat daar een goede en heldere onderbouwing aan ten grondslag ligt. De spelregels zijn zowel internationaal als nationaal vastgelegd. Gelukkig is er geen strak keurslijf van regels waarvan een ondernemer niet mag afwijken. Want ondanks de internationale invloeden heeft Nederland nog steeds een eigen positie met eigen vastlegging in het Burgerlijk Wetboek.

Jaarrekening geeft breed aanvaard financieel inzicht

Op grond van de wettekst voor rechtspersonen geeft de jaarrekening volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd zo’n goed inzicht dat bijvoorbeeld banken of andere investeerders een verantwoord oordeel kunnen vormen over het vermogen en het resultaat, en voor zover zichtbaar uit de  jaarrekening, over de solvabiliteit en de liquiditeit van de onderneming. Het grote voordeel van uniforme regelgeving is het positieve effect op de vergelijkbaarheid. Doordat de wetgever voor de diverse posten in de jaarrekening het aantal verwerkingswijzen heeft beperkt, is het mogelijk om jaarrekeningen met elkaar te vergelijken. Juist omdat de jaarrekening een betrouwbare status heeft met gedegen informatie, is het een prachtig instrument voor de ondernemer om zich te profileren en geld binnen te halen via kredietverstrekkers. Banken vertrouwen namelijk op een consistent stelsel van grondslagen van waardering en resultaatbepaling dat aan de basis ligt van iedere jaarrekening die volgens de geldende regelgeving opmaakt. Gebruik de jaarrekening dan ook als visitekaartje van de onderneming om gemakkelijker financiering rond te krijgen!

(Bron: Rendement)