Laatste nieuws

Werkgevers mogen volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) slechts beperkt gegevens vragen en verwerken van een werknemer in het kader van een ziekmelding of re-integratieproces. Want zieke werknemers hebben recht op privacy.

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft hiervoor beleidsregels opgesteld. Als werkgever moet u weten wat u mag vragen aan een zieke werknemer en mag vastleggen. Bij overtreding van de regels kan de Autoriteit Persoonsgegevens namelijk forse boetes opleggen.

Zo mag u als werkgever niet zelf vragen naar de aard en oorzaak van de ziekte.  Dit is voorbehouden aan de bedrijfsarts. De bedrijfsarts adviseert vervolgens de werkgever bij de begeleiding van de zieke werknemer. 

Wat mag de werkgever vragen en registreren?

  • Het telefoonnummer en (verpleeg)adres;
  • de vermoedelijke duur van het verzuim;
  • de lopende afspraken en werkzaamheden;
  • of de werknemer onder een van de vangnetbepalingen van de Ziektewet valt (maar niet onder welke vangnetbepaling);
  • of de ziekte verband houdt met een arbeidsongeval;
  • of er sprake is van een verkeersongeval in verband met het eventueel verhalen van loonkosten op een aansprakelijke derde;
  • gegevens gekregen van de bedrijfsarts;
  • gegevens over frequentie en duur ziekteverzuim van de werknemer in verband met loondoorbetaling en verzuimoverzichten;
  • in uitzonderlijke situaties gegevens over de gezondheid van de werknemer, om adequaat te kunnen reageren bij bijvoorbeeld een epileptische aanval of suikerziekte.

En de bedrijfsarts?

  • Relevante medische en sociale gegevens om een goed oordeel te kunnen vormen over de arbeidsongeschiktheid, verzuimbegeleiding en re-intergratie;
  • medische gegevens van de behandelend arts (met schriftelijke toestemming van de werknemer).

Uitwisseling informatie bedrijfsarts – werkgever

De bedrijfsarts mag alleen informatie delen die een werkgever nodig heeft om een beslissing te nemen over loondoorbetaling, verzuimbegeleiding en re-integratie:

  • de werkzaamheden waartoe de werknemer niet meer of nog wel in staat is;
  • de verwachte duur van het verzuim;
  • de mate van arbeidsongeschiktheid van de werknemer;
  • adviezen over aanpassingen, werkvoorzieningen of interventies die de werkgever voor de re-integratie moet treffen.

En verder…

Het is niet toegestaan om aanvullende informatie die de zieke werknemer spontaan heeft verteld vast te leggen of te delen. Vanuit de zorgplicht van de werkgever is het van belang om een duidelijk verzuim- en re-integratiebeleid op te stellen met daarin de rechten en plichten van de (zieke) werknemer en de werkgever. De bedrijfsarts heeft een belangrijke rol in het traject van verzuimbegeleiding.

(Bron: HLB)

Regelingen voor extra ondersteuning zelfstandig ondernemers

Mogelijk maakt u als ondernemer al gebruik van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Ondernemers kunnen ondersteuning aanvragen in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum.

De regeling is verlengd tot 1 juli 2021. In de tussentijd gaan aanvullende voorwaarden gelden.

Vanaf 1 februari 2021 kan de Tozo 3.0 worden aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf de voorafgaande maand. Op 1 februari 2021 kan een ondernemer de Tozo-uitkering dus aanvragen vanaf 1 januari 2021.

Ook in de Tozo 4.0, die op 1 april 2021 ingaat, wordt deze mogelijkheid van terugwerkende kracht opgenomen ten aanzien van Tozo 4-uitkeringen.

Vermogenstoets is vervallen

In eerste instantie zou vanaf 1 oktober 2020 de vermogenstoets gaan gelden. Deze is komen te vervallen. De vermogenstoets houdt in dat ondernemers die dan meer dan €46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen bezitten, niet (langer) voor de Tozo in aanmerking komen.

Met directe geldmiddelen kunt u onder meer denken aan:

  • Contant geld
  • Bank- en spaarsaldo
  • Aandelen
  • Obligaties
  • Opties

Ander vermogen, zoals een bedrijfspand en machines, blijft buiten schot. Ook een eigen woning en afgeschermd pensioen tellen niet mee voor de grens van € 46.520.

Inkomenstoets partner blijft

Met ingang van Tozo 2.0 geldt de toets op het inkomen van de partner. Deze partnertoets blijft van kracht. Er wordt niet gekeken naar levensvatbaarheid van het bedrijf en de kostendelernorm wordt ook nu niet toegepast. Deze norm betekent dat wanneer meerdere volwassenen samenwonen, de bijstandsuitkering lager wordt, omdat ervan uit wordt gegaan dat de kosten gedeeld worden.

Lening blijft mogelijk

Ook onder de Tozo 3.0 blijft een lening voor bedrijfskapitaal mogelijk. Het totale bedrag van de lening mag onder de Tozo 1.0, 2.0 en 3.0 samen niet meer bedragen dan € 10.157. Ondernemers die al een lening van deze omvang hebben gekregen, kunnen die dus niet nog een keer aanvragen.

Wat na Tozo 4.0?

De bestaande Bbz-regeling (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) blijft als vangnet dienen nadat de Tozo afloopt. Ook de Bbz voorziet in ondersteuning voor levensonderhoud en in krediet voor bedrijfskapitaal.

Heroriëntatie

Het kabinet vindt het belangrijk dat ondernemers die door de coronacrisis in moeilijkheden zijn gekomen, zich heroriënteren op hun toekomst. Daarom gaan gemeentes vanaf 1 januari 2021 deze ondernemers actief ondersteunen op het gebied van coaching, advies en bij- of omscholing.

Tozo aanvragen

De regeling is aan te vragen tussen 1 oktober 2020 en 30 juni 2021. De startdatum van de aanvraagmogelijkheid kan per gemeente verschillen. Houd de website van uw gemeente in de gaten voor meer informatie.

U kunt ook online checken of u voor Tozo in aanmerking komt.

Meer informatie vindt u op de website van de Rijksoverheid.

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Voor ondernemers die binnen het huidige Tozo-pakket net buiten de boot vallen, heeft het kabinet de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) ingesteld. Zowel:

  • werknemers die hun baan verliezen als;
  • zelfstandigen die als gevolg van de coronamaatregelen hun opdrachten verliezen

kunnen bij hun gemeente aankloppen voor de TONK. Deze regeling biedt hen extra hulp bij het betalen van onvermijdelijke en noodzakelijke kosten. Het gaat om kosten die zij, door een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen (vanwege corona), niet meer kunnen dragen. De nadruk ligt daarbij op de woonkosten.

Voorwaarden

U komt voor de TONK in aanmerking als u:

  • 18 jaar of ouder bent;
  • aanzienlijk inkomen verliest door de coronacrisis;
  • uw woonkosten niet meer uit uw inkomen of uw vermogen kunt betalen, en;
  • wanneer overige financiële tegemoetkomingen tekortschieten.

Daarnaast gelden nog andere voorwaarden die per gemeente kunnen verschillen.

TONK aanvragen afhankelijk per gemeente

Het verschilt per gemeente wanneer de aanvraag voor TONK mogelijk is. Ook wordt per gemeente bepaalt welke personen voor de TONK in aanmerking komen en wat de hoogte is van de tegemoetkoming. Het kabinet heeft gemeenten wel opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK.

De TONK geldt met terugwerkende kracht van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

(Bron: De Jong & Laan)

Gevolgen WOZ-waarde bedrijfspanden door corona

Categories: Kennisbank voor het MKB(BV), belastingen, investeren, Nieuws, Nieuws voor het MKB (BV)
Reacties uitgeschakeld voor Gevolgen WOZ-waarde bedrijfspanden door corona

De coronacrisis heeft flinke gevolgen voor burgers en bedrijven. Maar heeft de crisis ook gevolgen voor de WOZ-waarde van bedrijfspanden?

Peildatum doorslaggevend

In een zaak die onlangs door een horecaondernemer voor de rechter werd uitgevochten, werd beslist dat de WOZ-waarde van een bedrijfspand voor het jaar 2017 nog niet door corona werd beïnvloed. De zaak werd pas jaren later voor de rechter uitgevochten, maar voor de WOZ-waarde van panden is de peildatum doorslaggevend.

De peildatum voor de waardebepaling in het kader van de WOZ ligt in de regel op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de WOZ-waarde wordt vastgesteld. Voor dit jaar is dat dus 1 januari 2020.

Anders bij ‘bijzondere omstandigheid’

Dit kan anders zijn als sprake is van een ‘bijzondere omstandigheid’. Bij een verandering in waarde door een specifiek voor het pand geldende bijzondere omstandigheid, wordt de waardepeildatum namelijk een jaar vervroegd. De waardepeildatum voor WOZ-beschikkingen van 2021 is dan 1 januari 2021.

Corona bijzondere omstandigheid? 

De vraag is of de coronacrisis zo’n bijzondere omstandigheid is. De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering van de Wet WOZ. Onderzoek in opdracht van de Waarderingskamer bracht aan het licht dat corona inderdaad zo’n bijzondere omstandigheid kan zijn.

Let op! Een voorwaarde is dat er door de coronacrisis sprake is van een substantiële waardedaling. Wat dit precies is, is niet bekend, maar duidelijk is dat het niet om kleinigheden mag gaan.

(Bron: De Jong & Laan)

linkedin
facebook
twitter
email

Gevolgen voor de horeca en de detailhandel

Inmiddels is duidelijk dat met name de horeca, maar ook veel detailhandelszaken, geconfronteerd worden met een aanzienlijke omzetschade door corona. Daarbij is de duur van deze omzetschade onbekend. Het is dan ook verdedigbaar te stellen dat veel panden, waarin horeca of detailhandel wordt uitgeoefend, fors in de WOZ-waarde zijn gedaald als gevolg van het leegstandsrisico.

In die gevallen is er voor de WOZ-waarde sprake is van een ‘bijzondere omstandigheid’, wat ertoe leidt dat de waardepeildatum voor dit jaar te bepalen is op 1 januari 2021 in plaats van 1 januari 2020. Dit zal dan resulteren tot een lagere WOZ-waarde.

Naast de eerdere kabinetskeuze om de NOW regeling in het eerste kwartaal van 2021 niet af te bouwen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2020 geldt dit nu ook voor het tweede kwartaal 2021. De maximale vergoedingspercentages van de NOW 3.2 en 3.3 ( onder voorbehoud) worden in de eerste twee kwartalen van 2021 verhoogd naar 85%  waarbij de omzetdrempels gelijk blijven aan 2020, te weten minimaal 20% omzetverlies ten opzichte van kalenderjaar 2019.

* De bepalingen in de NOW 3.3 (5e tranche) zijn nog onder voorbehoud. Het kabinet heeft aangegeven mee te willen “ademen” met de diverse regelingen wat in de praktijk kan inhouden dat criteria naar gelang de noodzaak aangepast kunnen worden.

13 januari 2021 – update NOW-regeling

De NOW (Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid) is met ingang van 1 oktober 2020 verlengd met 9 maanden, tot 1 juli 2021.

Voor elk tijdvak kan een werkgever besluiten om wel of geen aanvraag te doen. Ook als een werkgever geen aanspraak heeft gemaakt op de NOW 1 of 2, kan de werkgever gebruik maken van de NOW 3.

UWV hanteert voor de NOW 1, 2 en 3 in totaal 5 aanvraagperiodes

NOW 1: eerste aanvraagperiode (maart 2020 tot en met mei 2020), is de eerste tranche.

NOW 2: tweede aanvraagperiode (juni 2020 tot en met september 2020), is tweede tranche.

NOW 3 kent:

  • NOW 3.1  (oktober tot en met december 2020), is derde tranche.
  • NOW 3.2 (januari tot en met maart 2021), is de vierde tranche.
  • NOW 3.3  (april tot en met juni 2021), is de vijfde tranche.

Periodes dat NOW aangevraagd kunnen worden

  • NOW 3.1: Tussen 16 november 2020 en 13 december 2020 kan bij UWV een aanvraag worden ingediend voor een tegemoetkoming in de loonkosten over de periode oktober 2020 tot en met 27 december 2020 (NOW3, eerste tijdvak) 
  • NOW 3.2: Voor de NOW 3, tweede tijdvak is de aanvraagperiode 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021.
  • NOW 3.3: Voor de NOW 3, derde tijdvak wordt gestreefd naar een aanvraagperiode tussen 17 mei 2021 en 13 juni 2021.

Tegemoetkoming NOW 3.1 (tijdvak 1: oktober 2020 tot en met december 2020)

Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij UWV een tegemoetkoming voor deze 3 maanden aanvragen ter hoogte van maximaal 80% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies ten opzichte van de omzet in 2019 en de loonsom van juni 2020. Indien er geen loonsom juni 2020 aanwezig is dan wordt uitgegaan van de loonsom april 2020.

Tegemoetkoming NOW 3.2 ( tijdvak 2: januari 2021 tot en met maart 2021)

Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij UWV een tegemoetkoming voor deze 3 maanden aanvragen ter hoogte van maximaal 85% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies ten opzichte van de omzet in 2019 en de loonsom van juni 2020. Indien er geen loonsom juni 2020 aanwezig is dan wordt uitgegaan van de loonsom april 2020.

Tegemoetkoming NOW 3.3 (tijdvak 3: april 2021 tot en met juni 2021)

Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij UWV een tegemoetkoming voor deze 3 maanden aanvragen ter hoogte van maximaal 85% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies ten opzichte van de omzet in 2019 en de loonsom van juni 2020. Indien er geen loonsom juni 2020 aanwezig is dan wordt uitgegaan van de loonsom april 2020.

De bepalingen in de NOW 3.3 zijn nog onder voorbehoud. Het kabinet heeft aangegeven mee te willen “ademen” met de diverse regelingen wat in de praktijk kan inhouden dat criteria naar gelang de noodzaak aangepast kunnen worden.

(Bron: Alfa)

Hoe verwerk je subsidie in de jaarrekening?

Categories: Nieuws, Nieuws voor het MKB (BV), Nieuws voor het MKB(BV), juridisch, jaarrekening
Reacties uitgeschakeld voor Hoe verwerk je subsidie in de jaarrekening?

Overheidssubsidies zoals de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) zijn een veelbesproken onderwerp in deze coronatijd. Hoe presenteer je de subsidie in de jaarrekening? Moet je dit verwerken als omzet of dien je dit in mindering te brengen op de kosten? Is er een keuzemogelijkheid of is de aard van de subsidie bepalend voor de verwerking? In dit artikel gaan we nader in op de exploitatiesubsidies. De andere subsidies komen de volgende keer aan bod.

Soorten subsidies

Hoe de subsidie in de jaarrekening wordt verwerkt is afhankelijk van het soort subsidie. Er zijn vier soorten overheidssubsidies: de exploitatiesubsidie, de financieringsfaciliteit, het ontwikkelingskrediet en de investeringssubsidie. Exploitatiesubsidies zijn:

  • subsidies voor bestedingen die in het jaar van besteding als kosten worden beschouwd
  • of subsidies voor bepaalde gederfde opbrengsten of voor exploitatietekorten in het algemeen

Exploitatiesubsidie

Exploitatiesubsidies dienen in de winst -en verliesrekening van het jaar te worden verwerkt. Er zijn twee mogelijkheden:

  • je brengt de ontvangen subsidies in mindering op de kosten
  • of je verwerkt de subsidie als omzet

De aard van de subsidie kan bepalend zijn voor welke manier je kiest. Uiteindelijk gaat het om het inzicht in de jaarrekening (artikel 2: 362 BW titel 9). Hieronder leggen we uit hoe de subsidie zou kunnen worden verwerkt door middel van een aantal voorbeelden.

Alle voorbeelden hieronder zijn van toepassing bij een BV (in ieder geval).

NOW-subsidie in de jaarrekening verwerken

De NOW-uitkering is een tegemoetkoming in de loonkosten. Vanuit dit oogpunt is het logisch om de uitkering in mindering te brengen op de loonkosten. Maar zijn er nog andere argumenten? Laten we even stilstaan bij het volgende voorbeeld.

Een horeca-ondernemer ontvangt in 2020 een NOW-voorschot van € 48.000 (afgerond). In 2020 bedragen de loonkosten € 280.000 exclusief NOW-voorschot. De NOW-uitkering kan op twee manieren worden verwerkt, in mindering op de kosten of als omzet. Bij de eerste manier worden de loonkosten voor € 232.000 in de winst -en verliesrekening gepresenteerd. Bij de tweede manier verwerk je de subsidie van € 48.000 als omzet en bedragen de loonkosten € 280.000. De tweede presentatiewijze maakt het eenvoudiger inzicht te krijgen in de brutobedragen van de tegemoetkoming en de loonkosten. Bovendien kan je de loonkosten van 2020 eenvoudiger vergelijken met 2019.

Subsidie van de gemeente

Er zijn ook subsidies voor gederfde opbrengsten of voor exploitatietekorten in het algemeen. Een voorbeeld is dat bedrijven subsidie van de gemeente krijgen voor het organiseren van activiteiten die een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. Het onderstaande voorbeeld maakt dit duidelijk.

Een bedrijf heeft als doel om de samenleving van de inwoners in een gemeente te bevorderen door sportieve activiteiten te organiseren. Hiervoor ontvangt het bedrijf € 3.300 subsidie in 2020. De inschrijfkosten bedragen € 1 per aanmelding. In totaal hebben 200 inwoners zich aangemeld. De exploitatiekosten bedragen € 3.300.

Methode 1: verwerken als omzet

Totale omzet                                                  € 3.500 (€ 200 + € 3.300)
Totale exploitatiekosten                         € 3.300 -/-

Resultaat                                                         € 200

Methode 2: in mindering op de kosten

Totale omzet                                                  € 200
Totale kosten                                                 € 0         -/-

Resultaat                                                         € 200

Door methode 2 toe te passen lijkt het alsof er geen kosten zijn gemaakt, terwijl er wel degelijk kosten zijn gemaakt. In dit geval ligt het voor de hand om de subsidie als omzet te verwerken in de winst -en verliesrekening.

(Bron: Alfa)

Ga je als ondernemer een nieuwe volledig emissieloze bestelauto kopen of financial leasen? Dan kom je in aanmerking voor de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). Deze nieuwe subsidie opent op 15 maart 2021 en loopt tot 31 maart 2025. Het subsidiebedrag bedraagt maximaal €5.000 per bedrijfsauto.

Voorwaarden

De bedrijfsauto is volledig emissieloos. Dat kan een elektrische auto zijn, maar ook bijvoorbeeld een auto op waterstof met elektromotor. Het gaat om voertuigen in categorie N1 (lichte bedrijfsauto’s tot 3.500 kg) en N2 (zware bedrijfsauto’s van 3.500 kg tot 4.250 kg). Op het moment dat de subsidieaanvraag wordt ingediend, mag de koop- of financial leaseovereenkomst nog niet definitief zijn. Ook mag op dat moment de auto nog niet aan je geleverd zijn of al op je naam staan. Als de subsidie is aangevraagd, mag je tot koop overgaan. De auto moet vervolgens minimaal 3 jaar onafgebroken op je naam staan als subsidieontvanger.

N1-voertuigen

Voor voertuigen in de N1-klasse moet de netto catalogusprijs hoger zijn dan €20.000. Je subsidie bedraagt 10% van de catalogusprijs, tot een maximum van €5.000 per bedrijfsauto. Voor N1-auto’s met een typegoedkeuring voor lichte voertuigen geldt een actieradius van minimaal 100 km. Voor overige (zware) voertuigen in de N1-klasse geldt geen minimale actieradius.

N2-voertuigen

In voertuigcategorie N2 bedraagt de subsidie 10% van de verkoopprijs zonder btw, met een maximum van €5.000 per bedrijfsauto. De verkoopprijs exclusief btw moet minimaal €20.000 bedragen. Voor deze categorie geldt geen minimale actieradius waaraan de auto moet voldoen.

Subsidie aanvragen

Wil je door de aanschaf van een emissieloze bedrijfsauto je steentje bijdragen aan duurzaamheid, dan is deze subsidie een mooie bijkomstigheid. En naast deze contante subsidie is er ook nog milieu-investeringsaftrek (MIA) en in sommige gevallen vrije afschrijving (Vamil) mogelijk. Een aanvraag moet worden gedaan via RvO.nl met eHerkenning niveau 2+ of een hoger niveau met de juiste machtiging..

(Bron: Alfa)

Op de portalen van de Belastingdienst en de Douane worden vertrouwelijke gegevens verwerkt. Het is daarom belangrijk dat ondernemers veilig kunnen inloggen op deze portalen. De lidstaten van de EU hebben samen de eIDAS-verordening gemaakt. Hierin staan de eisen voor de betrouwbaarheidsniveaus van inlogmiddelen. De portalen van de Belastingdienst en de Douane moeten worden beveiligd met betrouwbaardere inlogmiddelen, zoals eHerkenning. eHerkenning is vergelijkbaar met DigiD, maar dan voor bedrijven. De Belastingdienst eist eHerkenning met niveau 3 om in te loggen op Mijn Belastingdienst Zakelijk. Het oude ondernemersportaal van de Belastingdienst kan thans nog worden gebruikt voor het indienen van btw-aangiften, maar dit gaat op termijn worden stopgezet.

Om ondernemers tegemoet te komen, komt er een compensatieregeling. Alle organisaties die eHerkenning alléén nodig hebben voor het doen van hun belastingaangiften kunnen gebruikmaken van de regeling. Dit geldt niet voor eenmanszaken. Zij kunnen aangifte doen met DigiD.

Compensatie kosten eHerkenning

De regeling compenseert één eHerkenningsmiddel per organisatie per jaar. De machtiging aan een intermediair wordt niet gecompenseerd. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) betaalt de vergoeding van € 24,20 inclusief btw rechtstreeks uit aan de ondernemer die kosten heeft gemaakt voor de aanschaf van het Belastingdienst eH3-inlogmiddel. Het bedrag van de vergoeding is gebaseerd op de laagste prijs in de markt. De vergoeding kan online worden aangevraagd via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Compensatie kosten intermediair of software als geen eHerkenning mogelijk is

eHerkenning kan thans alleen worden aangevraagd door organisaties die in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel zijn ingeschreven. Niet alle belastingplichtigen kunnen zich echter in het Handelsregister inschrijven. Zij kunnen op dit moment dus ook nog geen eHErkenning aanvragen. Wordt er thans loonaangifte of aangifte vennootschapsbelasting gedaan via het oude portaal voor ondernemers van de Belastingdienst en is er geen inschrijving bij KvK waardoor geen eHerkenning kan worden aangevraagd? Dan dient u voorlopig aangifte te doen via een softwarepakket of met behulp van een intermediair. Ook dan is er recht op compensatie van maximaal € 450 inclusief btw per kalanderjaar via Aanvraag Vergoeding kosten aanschaf aangiftesoftware of inhuur intermediair.

Meer algemene informatie is terug te vinden op eHerkenning aanvragen.

(Bron: Van Oers)

Verkoopt u vanuit Nederland goederen aan consumenten (hieronder vallen ook zakelijke afnemers zonder btw-nummer) in andere EU-landen? Dan heeft u vanaf 1 juli 2021 mogelijk te maken met gewijzigde btw-regels. Dit kan een grote impact hebben op de bedrijfs- en aangifteprocessen binnen uw organisatie.

Geen drempelbedragen meer

Vanaf 1 juli 2021 zal namelijk niet langer gebruik worden gemaakt van drempelbedragen. Hierdoor zijn de buitenlandse btw-regels eerder op u van toepassing. Wanneer u een omzet heeft van meer dan € 10.000 aan goederenverkopen en digitale dienstverlening aan consumenten in andere EU-landen, zijn deze verkopen voor de btw belast in het land van de consument. Dit betekent dat u zich in principe in deze landen moet registreren voor de betaling van lokale btw. Om dit te vereenvoudigen, kan vanaf 1 juli 2021 gebruik worden gemaakt van een OSS-aangifte. In deze speciale aangifte kunnen alle EU-verkopen in één keer worden aangegeven. De Nederlandse Belastingdienst zal dit vervolgens verdelen over de betreffende EU-landen.

Speciale invoerregeling

Wanneer de goederen eerst van buiten de EU zijn ingevoerd en vervolgens worden geleverd aan consumenten in andere EU-landen, dan kunt u gebruik maken van een speciale invoerregeling. Hierdoor is de invoer van leveringen in de EU met een waarde van maximaal € 150 niet btw-belast. Vervolgens kunt u de lokale btw van het land van uw consument, middels één IOSS-aangifte aangeven en betalen.

Voor de (I)OSS-aangifte is het wenselijk om voor 1 juli geregistreerd te zijn. Hiervoor moet u in het bezit zijn van e-herkenning. Registratie voor de (I)OSS-aangifte is een keuze. Hieraan zijn verschillende voor- en nadelen verbonden. Het kan in sommige gevallen gunstig zijn om hiervan geen gebruik te maken. Daarnaast biedt de nieuwe regelgeving ook mogelijkheden voor uw organisatie.

(Bron: Flynth)

De belangrijkste subsidieregeling uit het steunpakket van de overheid ter bestrijding van de coronacrisis is de NOW. Daarmee is naar schatting aan voorschotbedragen tot nu toe al zo’n € 15 miljard gemoeid. Met de NOW kunnen werkgevers subsidie krijgen in de vorm van een tegemoetkoming voor de loonkosten van hun werknemers.

De NOW is echter niet vrijblijvend. Bij een beroep op de NOW geldt in bepaalde situaties bijvoorbeeld een restrictie tot het uitkeren van dividend of winst aan aandeelhouders en derden, bonussen of winstdelingen aan bestuur en directie en de inkoop van eigen aandelen. Deze restricties kunnen zelfs gelden voor het gehele (internationale) concern waarvan de werkgever deel uitmaakt. In dit artikel worden de belangrijkste aandachtspunten toegelicht.

Wanneer gelden er restricties?

Niet in alle situaties hebben werkgevers die een beroep doen op de NOW te maken met restricties. Ook moet onderscheid worden gemaakt tussen de restricties onder de NOW-1 en de restricties vanaf de NOW-2.

NOW-1
Onder de NOW-1 gelden er alleen restricties als er een beroep wordt gedaan op de concernuitzondering. Dit houdt in dat de werkgever onderdeel is van een concern, maar er op concernniveau geen sprake is van een omzetdaling van ten minste 20%. De werkgever mag de omzetdaling dan onder bepaalde voorwaarden op het niveau van een zelfstandige werkmaatschappij of een groepsdeel berekenen. Eén van die voorwaarden is dat het gehele (internationale) concern zich aan de restricties moet houden.

NOW-2 en NOW-3
Onder de NOW-2 en NOW-3 zijn de restricties bij een beroep op de concernuitzondering hetzelfde. Daar zijn echter restricties bij gekomen wanneer de hoofdregel wordt toegepast: het berekenen van de omzetdaling op concernniveau of – als er geen concern is – op het niveau van de werkgever. Er gelden in dat geval alleen restricties wanneer er sprake is van een voorschot van € 100.000,- of meer of een definitieve subsidie van € 125.000,- of meer. Deze bedragen gelden per tranche van de NOW en per concern. Als aan één van de drempelbedragen wordt voldaan, dan moet de werkgever of rechtspersoon die NOW-subsidie ontvangt zich aan de restricties houden.

Voor welke periode gelden de restricties?

Bij een beroep op de NOW-1, NOW-2 en/of het eerste tijdvak van de NOW-3 (in de regelingen de eerste, tweede en derde tranche genaamd) gelden de restricties in beginsel voor het jaar 2020. Als een beroep wordt gedaan op het tweede of derde tijdvak van de NOW-3 (in de regelingen de vierde en vijfde tranche genaamd), dan gelden de restricties in beginsel voor het jaar 2021.

Vanaf de NOW-2 geldt echter nog het volgende: als er sprake is van een boekjaar dat afwijkt van het kalenderjaar, dan gelden de restricties voor het boekjaar of de boekjaren waarin de subsidieperiode valt. Ter illustratie: de subsidieperiode van de NOW-2 betreft de maanden juni, juli, augustus en september 2020. Als een werkgever wordt geconfronteerd met restricties op basis van de NOW-2 en er is sprake van een afwijkend boekjaar dat loopt van 1 augustus t/m 31 juli, dan gelden de restricties voor twee boekjaren (van 1 augustus 2019 t/m 31 juli 2021).

Hoe ver reiken de restricties?

Als de hoofdregel wordt toegepast, dan gelden de restricties voor de werkgever of rechtspersoon die NOW-subsidie ontvangt. Bij toepassing van de concernuitzondering moet het gehele (internationale) concern zich aan de restricties houden. Dit betekent dat alle concernonderdelen geen dividend of winst mogen uitkeren aan aandeelhouders en derden en geen eigen aandelen mogen inkopen. De bonusrestrictie is bij een beroep op de concernuitzondering echter beperkt tot bonussen aan bestuur of directie van het concernonderdeel dat NOW-subsidie ontvangt en bestuur of directie van het groepshoofd of de moedermaatschappij. Met andere woorden: concernonderdelen die zelf geen NOW-subsidie ontvangen en geen groepshoofd of moedermaatschappij zijn mogen nog steeds een bonus uitkeren aan eigen bestuur en directie.

(Bron: BDO0

Krijgen uw werknemers ook borrelboxen toegestuurd? Of verzorgt u de broodjes bij een online vergadering? Of voor de verandering eens een pizza? De fiscale behandeling van consumpties en maaltijden op de reguliere werkplek (binnen kantoor) verschilt van die van de thuiswerkplek. In dit artikel informeren we u hierover.

Belast loon

In beginsel vormen alle consumpties en maaltijden die de werkgever aan de werknemer vergoedt of verstrekt belast loon, in geld of in natura, ongeacht waar de werknemer die nuttigt (op kantoor of thuis). Onder voorwaarden kunnen consumpties en maaltijden echter onbelast worden vergoed of verstrekt. Behalve de locatie is hierbij ook de gelegenheid van belang. Worden de consumpties genuttigd tijdens een zakelijke bijeenkomst of een niet-zakelijke bijeenkomst?

Zakelijke bijeenkomsten

De maaltijden die worden genuttigd tijdens een zakelijke bijeenkomst kunnen onder voorwaarden worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel om daar vervolgens een gerichte vrijstelling op toe te passen. Hierdoor kan de werknemer op de thuiswerplek soms toch van een onbelaste lunchmaaltijd genieten, bijvoorbeeld tijdens een online overleg of andere zakelijke bespreking. Dit geldt ook als de werknemer een bon ontvangt om bijvoorbeeld een pizza naar keuze te bestellen om tijdens een online bijeenkomst te nuttigen. Van belang is hierbij dat u kunt onderbouwen dat de (vergoeding van de) maaltijd een meer dan bijkomstig zakelijk karakter heeft, bijvoorbeeld door agendapunten van de bijeenkomst vast te leggen.

Er bestaat een onderscheid tussen de maaltijd (zoals bovenstaand beschreven) en de situatie waarin u uw werknemers consumpties vergoedt of verstrekt om deze tijdens een (online) zakelijke bijeenkomst op de thuiswerkplek te kunnen nuttigen. In deze situatie kan geen gerichte vrijstelling worden toegepast. U kunt er echter wel voor kiezen om het voordeel aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel en aan de vrije ruimte toe te rekenen.

Niet-zakelijke bijeenkomsten

De hiervoor genoemde situatie moet u onderscheiden van de (vergoeding van) maaltijden en consumpties tijdens niet-zakelijke (online) bijeenkomsten. Voor maaltijden tijdens een niet-zakelijke bijeenkomst op de ‘reguliere werkplek’ (binnen/bij het bedrijfspand) met een waarde van meer dan € 3,35 wordt het voordeel voor de werknemer vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 3,35 per maaltijd. Denk hierbij aan maaltijden verstrekt tijdens het eindejaarsfeest georganiseerd op kantoor. De thuiswerkplek is hiervan uitgesloten. Vergoedt of verstrekt u daarom uw werknemers maaltijden die worden genuttigd op de thuiswerkplek en tijdens een niet-zakelijke online bijeenkomst, dan moet u in beginsel de volledige vergoeding of de factuurwaarde (inclusief btw als belastbaar loon bij de werknemer in aanmerking nemen. Dit kán bijvoorbeeld van toepassing zijn als u een online nieuwjaarsbijeenkomst heeft georganiseerd of een online jubileumfeest. U kunt er in dat geval ook voor kiezen om het voordeel aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel en aan de vrije ruimte toe te rekenen.

Voor consumpties tijdens een niet-zakelijke bijeenkomst op de ‘reguliere werkplek’ (binnen/bij het bedrijfspand) geldt een nihilwaardering. De waarde van het voordeel dat aan de werknemer toekomt, wordt dan gesteld op nihil. Deze nihilwaardering geldt echter niet voor de vergoeding of verstrekking van consumpties op de thuiswerkplek. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de vrijdagmiddagborrelbox die de werknemers thuisbezorgd krijgen om gedurende een online vrijdagmiddagborrel te nuttigen. In dit geval moet u in beginsel de volledige factuurwaarde (inclusief btw) als belastbaar loon bij de werknemer in aanmerking nemen. U kunt er in dat geval ook voor kiezen om het voordeel aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel en aan de vrije ruimte toe te rekenen.

Wat betekent dit voor uw organisatie?

Als u consumpties en/of maaltijden aan uw werknemers vergoedt of bij uw werknemers laat bezorgen, zijn de gevolgen voor de loonheffingen in veel gevallen anders ten opzichte van consumpties en maaltijden die op de ‘reguliere werkplek’ (in/bij het bedrijfspand) worden genoten. De wetgeving behandelt de thuiswerkplek op dat punt niet hetzelfde. Dit kan deels of geheel worden voorkomen door optimaal gebruik te maken van de werkkostenregeling.

Bij het organiseren van (online) bijeenkomsten komen echter nog meer loonheffingenvragen op. Hoe moet bijvoorbeeld worden omgegaan bij de verzend- en bezorgkosten van de borrelboxen of pizzabonnen? En heeft u nog loonheffingenverplichtingen als u tijdens een (online) bijeenkomst een DJ inhuurt?

(Bron: BDO)