Toch nog enkele belastingenkortingen ivm hoge energieprijzen

Hoge energie- en brandstofkosten zetten veel bedrijven onder druk. Er zijn echter toch nog enkele maatregelen die juist voor de bouw, installatie en maakindustrie goed uitpakken. Denk aan hogere kilometervergoeding bij rijden met de privé-auto, tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting grijs kenteken en extra fiscale ruimte voor verduurzaming. Ambitions Bouw Installatie en Maakindustrie Accountants & Belastingadviseurs zet de belangrijkste voordelen overzichtelijk voor u op een rij.

Wat betekenen deze maatregelen voor uw bedrijf?

Hogere onbelaste reiskostenvergoeding
Uw medewerkers – van monteur tot projectleider – zijn veel onderweg. Vanaf 1 januari 2026 mag u de onbelaste reiskostenvergoeding verhogen naar € 0,25 per kilometer. Dit geldt zowel voor woon-werkverkeer als voor zakelijke ritten, welke met een privé vervoermiddel zijn gereden. Ook als DGA of IB-ondernemer kunt u privé-kilometers voor zakelijke doeleinden declareren tegen dit hogere tarief.

Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s
Voor btw-ondernemers met een bestelauto (grijze kenteken) wordt de motorrijtuigenbelasting vanaf 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 gehalveerd. Voorwaarde: de bestelauto wordt voor meer dan 10% zakelijk gebruikt en heeft een maximum massa van 3.500 kg. In de bouw en installatiebranche, waar bestelauto’s dagelijks de weg op gaan, levert dit een merkbare besparing op.

Motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s naar nul
Vrachtauto’s van 12.000 kg of meer betalen vanaf 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 géén motorrijtuigenbelasting. Voor lichtere vrachtauto’s geldt het nultarief structureel. Met ingang van 1 juli 2026 is een vrachtwagenheffing ingevoerd. Kijk ook vooral even hier op de site van belastingdienst.

Extra fiscale stimulans voor verduurzaming
Vanaf 1 januari 2027 stijgt het aftrekpercentage van de Energie-investeringsaftrek (EIA) van 40% naar 45,5%.
Investeert u in energiebesparende maatregelen of duurzame energie – denk aan warmtepompen, isolatie, LED-verlichting of zonnepanelen op de werkplaats – dan krijgt u nóg meer fiscale ruimte. Een slimme manier om tegelijk te verduurzamen en uw kosten te verlagen.

Raad van State uiterst kritisch over het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid funderend onderwijs

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 17 december 2025 het advies vastgesteld over het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid en arbeidsmarktmaatregelen. Het advies is op 22 december 2025 gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Inhoud van het wetsvoorstel

Met het wetsvoorstel wil de regering de continuïteit en kwaliteit van het funderend onderwijs waarborgen, goed werkgeverschap stimuleren en het lerarentekort aanpakken. Hiervoor bevat het wetsvoorstel twee onderdelen. Allereerst worden schoolbesturen verplicht om strategisch personeelsbeleid te voeren, dat is gericht op bevordering van vakbekwaamheid, duurzame inzetbaarheid en het behoud van onderwijspersoneel. Daarnaast wil de regering met arbeidsmarktmaatregelen duurzame arbeidsrelaties van leraren stimuleren om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken en de continuïteit van het onderwijs te waarborgen.

Probleemanalyse en probleemaanpak

De Afdeling advisering onderkent dat het lerarentekort schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs voor grote uitdagingen stelt. Het is begrijpelijk dat de regering behulpzaam wil zijn om dit tekort te verminderen, maar dan moet wel duidelijk zijn dat de gekozen aanpak noodzakelijk, geschikt en effectief is.

Strategisch personeelsbeleid is een waardevol instrument voor schoolbesturen om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Maar het invoeren van een verplichting voor strategisch personeelsbeleid moet wel worden afgewogen tegen de vrijheid en verantwoordelijkheid van schoolbesturen om dit zelf te kunnen inrichten. Het wetsvoorstel neemt de deels praktische belemmeringen die schoolbesturen daarbij tegenkomen, niet weg. Ook vergroot de verplichting de administratieve last op schoolbesturen en is onvoldoende aandacht besteed aan andere manieren waarop de regering schoolbesturen kan ondersteunen om van strategisch personeelsbeleid werk te maken. Daarom is het advies aan de regering om de wettelijke verplichting voor strategisch personeelsbeleid te heroverwegen.

Ook bij de arbeidsmarktmaatregelen ontbreekt een dragende motivering voor de noodzaak, geschiktheid en effectiviteit. Schoolbesturen worden met deze maatregelen beperkt in hun mogelijkheden om in de huidige arbeidsmarkt flexibel in te spelen op ontwikkelingen en om gaten in het personeelsbestand zo goed mogelijk te dichten. Tijdelijke financiering en incidentele behoefte aan expertise zorgen ervoor dat schoolbesturen sterker leunen op tijdelijke arbeidsovereenkomsten en externe inhuur. De Afdeling adviseert daarom de noodzaak, geschiktheid en effectiviteit van de arbeidsmarktmaatregelen dragend te motiveren en anders het wetsvoorstel te heroverwegen.

Daarnaast is het advies aan de regering om nader toe te lichten hoe de arbeidsmarktmaatregelen zich verhouden tot de bestaande cao-afspraken en het recht op collectief onderhandelen.

Conclusie

De Afdeling adviseert de regering daarom het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het voorstel is aangepast.

(Bron: Raad van State)

Heeft mijn BV voldoende inzicht in de cashflow?

In tijden van sterk stijgende kosten worden het steeds belangrijke om voldoen inzicht te hebben in uw cashflow. Wat drijft nu uw cashflow en hoe rich u uw kosten en uw omzet op zo’n manier in dat uw cashflow voorspelbaar wordt en dat u daarmee ook rust krijgt in uw bedrijfsvoering. Hieronder geven wij een aantal tips:

1. Maak cashflow inzichtelijk en voorspelbaar

Maak minimaal een 13-weeks rolling cashflowprognose. Een goede prognose voorkomt verrassingen en maakt sneller bijsturen mogelijk. Kijk niet alleen naar de bankstand van vandaag, maar breng in beeld:

  • wanneer grote inkomsten binnenkomen,
  • wanneer vaste en variabele uitgaven vallen,
  • en waar de kritieke momenten (dips) liggen.

2. Stuur actief op werkkapitaal

Cashflowproblemen ontstaan vaak niet door te weinig omzet, maar door te veel geld dat vastzit in debiteuren, voorraden of te late betaling van eigen facturen. Praktische actiepunten:

  • Debiteuren: streef naar een kortere betaaltermijn en stuur sneller aanmaningen.
  • Crediteuren: benut de beschikbare betaaltermijnen optimaal, zonder relaties te schaden.
  • Voorraad: beoordeel regelmatig of er “slapende” voorraad is die kapitaal vastlegt.

3. Bouw een liquiditeitsbuffer op

Bouw een buffer van minimaal 2 tot 3 maanden vaste kosten op een aparte rekening.
Dit geeft rust en voorkomt dat de onderneming bij tegenvallers direct moet leunen op de rekening-courant of dure kredieten.

4. Scheid privé en zakelijk strikt

Bij DGA’s is de grens tussen privé en zakelijk vaak dun.
Daarom zijn volgende zaken belangrijk:

  • een duidelijke rekening-courantregeling met rente,
  • realistische en gedocumenteerde managementvergoedingen,
  • en het tijdig vastleggen van beloningsafspraken (denk ook aan de gebruikelijkloonregeling).
    Dit voorkomt discussies met de Belastingdienst én houdt de cashflow van de BV zuiver.
  • Zorg ook dat uw nettoloon in overeenstemming is met uw privé uitgavenpatroom.
  • Daarbij is het ook van belang om overeenkomsten met de BV goed op orde te hebben.

5. Beoordeel grote uitgaven op cashflow-impact

Niet elke investering is per definitie verstandig, ook al is deze fiscaal aantrekkelijk.
Stel bij elke grotere uitgave de vraag: “Wat doet dit met mijn cashflow de komende 6–12 maanden?”
Een investering die op papier rendement oplevert, kan op korte termijn de liquiditeit onder druk zetten. Verlies hierbij uiteraard niet langetermijndoelstellingen.

6. Monitor een beperkt aantal financiële KPI’s

Kijk regelmatig een kort dashboard met kritische prestatie-indicatoren zoals bijvoorbeeld:

  • liquide middelen,
  • debiteurenouderdom,
  • crediteurenouderdom,
  • omzet versus prognose

Analyseer daarbij bijvoorbeeld ook of facturatie tijdig plaats vind binnen uw organisatie.

7. Plan vooruit op seizoensinvloeden en pieken

Veel bedrijven hebben seizoensmatige of projectmatige pieken en dalen.
Onderken deze patronen tijdig anticipeer hierop door na te gaan of inkomsten en uitgaven verlegd kunnen worden in de tijd of dat er toch tijdelijk krediet aangetrokken moet worden.

8. Betrek de accountant proactief bij beslissingen

Kijk niet eens per jaar terug, maar plan een aantal momenten in het jaar in om bijvoorbeeld overleg te hebben met uw accountant. Hoe staat alles ervoor. Hierdoor is het ook makkelijker om niet alleen aan financiële planning te doen, maar ook aan fiscale planning en bijvoorbeeld te kijken of er fiscale faciliteiten aangewend kunnen worden of dat overeenkomsten aangepast moeten wroden.


Samengevat:
“Cashflow is de zuurstof van de onderneming. Winst is belangrijk, maar zonder voldoende en voorspelbare liquiditeit komt zelfs een winstgevende BV in de problemen. Door vooruit te kijken, werkkapitaal strak te managen en privé en zakelijk helder te scheiden, houdt u de regie.”

Looncomponenten tijdens vakantie en ziekte: waar moet je als werkgever op letten?

Ontvangt een werknemer tijdens vakantie of ziekte alleen zijn vaste salaris? Niet altijd. Ook toeslagen, bonussen en structureel overwerk kunnen meetellen. Lees waar je als werkgever rekening mee moet houden en hoe je discussies achteraf voorkomt.

Loon tijdens vakantie en ziekte

Werkgevers zijn zich vaak bewust van de verplichting om loon door te betalen tijdens vakantie en ziekte. Minder bekend lijkt dat deze verplichting zich niet altijd beperkt tot het vaste salaris. Met name bij werknemers die structureel toeslagen, bonussen of overwerkvergoedingen ontvangen kan de vraag spelen welke looncomponenten moeten worden meegenomen in de loonbetaling tijdens vakantie of ziekte.

Vakantie: uitgangspunt is het normale loon

Op grond van artikel 7:639 BW behoudt een werknemer tijdens vakantie recht op loon. Hiermee wordt niet slechts het basisloon bedoeld, maar het loon dat de werknemer normaliter zou ontvangen wanneer hij werkzaam zou zijn geweest. Een werknemer mag door vakantieopname namelijk niet financieel slechter af zijn dan wanneer hij zou hebben gewerkt. Dit betekent dat naast het vaste salaris ook andere looncomponenten onderdeel kunnen zijn van het vakantieloon, zoals:

  • Structurele ploegentoeslagen;
  • Onregelmatigheidstoeslagen;
  • Provisies;
  • Variabele beloningscomponenten die nauw samenhangen met de verrichte werkzaamheden;
  • Structureel of regelmatig overwerk.

Zuivere onkostenvergoedingen en incidentele vergoedingen zonder structureel karakter hoeven in beginsel niet te worden meegenomen. De feitelijke aard van de looncomponent is daarbij belangrijker dan de benaming van de looncomponent op de loonstrook.

Ziekte: andere regels, maar vergelijkbare aandachtspunten

Voor ziekte geldt een ander juridisch kader. Op grond van artikel 7:629 BW moet een werkgever gedurende maximaal 104 weken loon doorbetalen. Wettelijk bedraagt dit minimaal 70% van het loon, waarbij cao’s en arbeidsovereenkomsten vaak aanvullende afspraken bevatten over een hogere aanvulling.

Bij ziekte kan ook discussie ontstaan over de vraag welke looncomponenten onderdeel uitmaken van het door te betalen loon. Vaak komt dit loon overeen met het loon tijdens vakantie, maar het daadwerkelijke antwoord hangt ook af van de toepasselijke cao, de arbeidsovereenkomst en de aard van de betreffende looncomponent.

Vakantie tijdens ziekte

Een bijzonder aandachtspunt ontstaat wanneer een werknemer ziek is en vakantie opneemt. In dat geval geldt dat de werknemer tijdens de vakantiedagen in beginsel recht houdt op het volledige vakantieloon. Hierdoor kan het voorkomen dat een werknemer die tijdens ziekte tijdelijk een lager loon ontvangt, gedurende opgenomen vakantiedagen toch aanspraak heeft op 100% van het normale loon.

Recente rechtspraak vergroot het belang van een juiste inrichting

De Hoge Raad heeft bevestigd dat werknemers tijdens vakantie financieel niet mogen worden benadeeld. Werknemers moeten daarom goed kunnen onderbouwen welke looncomponenten in de loonbetaling tijdens vakantie zijn opgenomen en hoe deze zijn berekend. Een onjuiste verwerking kan leiden tot nabetalingsverplichtingen van werkgever aan werknemer. Let daarom met name op bij:

  • Variabel loon;
  • Ploegentoeslagen;
  • Onregelmatigheidstoeslagen;
  • Prestatiebonussen;
  • Structureel overwerk.

(Bron: jonglaan.nl)

Geven aan een ANBI/SBBI via een BV

Giften aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) en steunstichtingen SBBI mag u van de winst aftrekken. Per jaar bedraagt de aftrek ten hoogste 50% van de winst, met een maximum van € 100.000. U moet de giften schriftelijk kunnen bewijzen.

Gift aan culturele ANBI

Doet u een gift aan een ANBI die is aangemerkt als culturele instelling? Dan mag u de aftrek verhogen met 50% van het bedrag van de gift. De verhoging is echter maximaal € 2.500.

Voorbeeld 1

U doet een gift van € 2.000 aan een culturele ANBI. Een verhoging van 50% is € 1.000. De verhoging blijft onder het maximum van € 2.500. Uw aftrek is dus (€ 2.000 + € 1.000 =) € 3.000.

Voorbeeld 2

U doet een gift van € 7.000 aan een culturele ANBI. Een verhoging met 50% is € 3.500. Voor de aftrek mag u uw gift echter verhogen met maximaal € 2.500. Uw aftrek is dus (€ 7.000 + € 2.500 =) € 9.500.

Giften in natura

Doet u in een kalenderjaar giften in natura met een totale waarde in het economisch verkeer van meer dan € 10.000? Dan moet u de waarde van de giften aantonen met een taxatierapport of een factuur. Het taxatierapport of de factuur moet voldoen aan een aantal voorwaarden. Laat u dus goed adviseren.

Contante gift niet aftrekbaar

Doet u een gift in de vorm van contant geld? Deze gift is niet aftrekbaar.

Normenkader informatiebeveiliging en privacy in het onderwijs

Totstandkoming

Het Normenkader IBP is ontwikkeld in samenwerking met het onderwijs en op initiatief van het ministerie van OCW, Kennisnet, SIVON, de PO-Raad en de VO-raad. Daarnaast is de samenwerking gezocht met zowel SURF als MBO Digitaal. Hierdoor werkt gehele onderwijssector toe naar dezelfde standaard voor informatiebeveiliging en privacy.

Achtergrond

Het normenkader is gebaseerd op modellen van de Nederlandse Beroepsvereniging van Accountants (NBA) en SURF. Het onderdeel Informatiebeveiliging is gebaseerd op het model van de NBA. Dit model wordt ook door SURF gehanteerd. Het onderdeel Privacy komt voort uit het SURFaudit Toetsingskader Privacy, dat is afgeleid van het “Borgingsproduct AVG” van de IBD/VNG. Het Toetsingskader[1]  valt onder de licentie Naamsvermelding-Niet Commercieel-Gelijk Delen 4.0 Internationaal.

Vragen?

Kennisnet is verantwoordelijk voor de doorontwikkeling en het beheer van het Normenkader IBP. Vanzelfsprekend werken we nauw samen met SIVON, de PO-Raad en VO-raad. Heb je een vraag of opmerking over het Normenkader IBP? Neem dan contact op via ibp@kennisnet.nl.

Programma Digitaal Veilig Onderwijs

Met het programma Digitaal Veilig Onderwijs bundelen het ministerie van OCW, Kennisnet, SIVON, de PO-Raad en de VO-raad hun krachten voor een onderwijssector waarin iedere leerling digitaal veilig kan leren en medewerkers digitaal veilig kunnen werken. Het programma biedt schoolbesturen heldere leidraden en een concreet ondersteuningsaanbod. Het programma stimuleert ook dat leveranciers hun productportfolio in lijn brengen met het normenkader. Zo kunnen scholen voldoen aan hun verantwoordelijkheid om een digitaal veilige organisatie te realiseren. Stap voor stap, Bit by Bit.

Heeft u als funderend onderwijsinstelling al een meerjarenonderhoudsplan (mjop)?

Op dit moment ligt er in de Eerste Kamer een wetsvoorstel voor welke schoolbesturen verplicht om een meerjarenonderhoudsplan vast te stellen. Daarnaast wordt het voor de gemeente verplicht om een integraal huisvestingsplan vast te stellen. Houd daarom de ontwikkeling van deze wet goed in de gaten, om tijdig een onderhoudsplan op te kunnen stellen als dit verplicht wordt voor uw school. Het is nog niet zeker of de wet aangenomen wordt, maar de kans lijkt groot.

Met dit wetsvoorstel wordt het stelsel van onderwijshuisvesting geoptimaliseerd waardoor gemeenten worden verplicht om een integraal huisvestingsplan (IHP) vast te stellen en schoolbesturen worden verplicht een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vast te stellen. Daarnaast wordt het begrip renovatie toegevoegd aan de voorzieningen in de huisvesting waar de gemeenten voor verantwoordelijk zijn en wordt in het primair onderwijs, in lijn met het voortgezet onderwijs, mogelijk gemaakt om exploitatieoverschotten te investeren in huisvesting.

Aanleiding voor het voorstel zijn de aanbevelingen die gedaan zijn in het rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting funderend onderwijs om het stelsel van onderwijshuisvesting beter te laten werken. (TK 35.570 VIII, nr. 213). Het overkoepelende doel is dat gemeenten en schoolbesturen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak van bouw, beheer en onderhoud van schoolgebouwen in het funderend onderwijs komen.

Voorkom extra pseudo eindheffing 12% op benzine en dieselauto’s van uw werknemer per 1 januari 2027

Schaf voor 1 januari 2027 een benzine of dieselauto aan en voorkom daarmee de pseudo eindheffing welke per 1 januari 2027 wordt ingevoerd. Dan valt u nog onder de overgangsregeling tot 17 september 2030. Daarna geldt de pseudo eindheffing.

Wat verandert er?

Biedt u een zakelijke auto aan uw werknemer, bijvoorbeeld een auto uit uw eigen wagenpark of een leaseauto? En gebruikt uw werknemer de auto ook privé of voor woon-werkverkeer? Dan betaalt u vanaf 1 januari 2027 extra belasting op zakelijke auto’s met uitstoot of die niet helemaal uitstootvrij zijn. Het gaat om auto’s met benzine-, diesel- of hybride aandrijving.

De belasting is per jaar:

  • 12% van de catalogusprijs van de auto bij auto’s tot en met 25 jaar oud.
  • 12% van de marktwaarde bij auto’s ouder dan 25 jaar.

U betaalt de belasting via de loonheffing (pseudo-eindheffing). U mag deze belasting niet doorberekenen aan uw werknemer.

Het doel van de belasting is dat werkgevers alleen nog zakelijke auto’s zonder uitstoot aan hun werknemers aanbieden, zoals volledig elektrische auto’s.

Overgangsregeling

Voor zakelijke auto’s met uitstoot die u voor 1 januari 2027 al aan uw werknemers ter beschikking heeft gesteld, geldt een overgangsregeling. Vanaf 17 september 2030 betaalt u de extra belasting ook voor deze auto’s.

Voor wie?

  • ondernemers die zakelijke auto’s met uitstoot (eigen wagenpark of lease) aan werknemers aanbieden die deze auto’s ook privé of voor woon-werkverkeer gebruiken

Onderwijsinstelling en oudere statuten? Deadline 1 juli 2026

Op 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) ingevoerd. In deze wet zijn specifieke nieuwe regels opgenomen over het bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen. Voor het aanpassen van de statuten is een overgangsregeling opgenomen in de wet tot 1 juli 2026. Dit betekent dat regelingen in de statuten die strijdig zijn met deze wet niet meer geldig zijn.

In (oudere) statuten kan het zijn dat een bestuurder meer heeft dan de rest van het bestuur samen. Met ingang van de WBTR mag dit niet meer, vanwege het feit dat één bestuurder zijn zin dan kan doordrukken. Is deze regeling nog opgenomen in de statuten dan vervalt deze regeling automatisch per 1 juli 2026 of eerder indien er een statutenwijziging is geweest.

Het is niet verplicht om vóór 1 juli 2026 de statuten te wijzigen, maar het is wél verstandig om de statuten tijdig te laten controleren op dit punt en op andere punten. Zo voorkom je verrassingen bij besluitvorming en weet je zeker dat je organisatie juridisch goed in elkaar zit. Wel is het verplicht om bij de eerstvolgende statutenwijziging in de statuten op te nemen een regeling voor als het gehele bestuur, tijdelijk of permanent, uitvalt (bijvoorbeeld vanwege ziekte, overlijden of ontslag  of omdat het hele bestuur is opgestapt).

Wijzigingen uitlenen personeel aan een ander bedrijf

Leent u werknemers uit aan een ander bedrijf? Dan krijgt u te maken met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Deze wet treedt op 1 januari 2027 inwerking en voert een toelatingsstelsel in voor uitleners. Vanaf 1 januari 2028 gaat de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaven. Na dat moment mag u alleen nog werknemers uitlenen als u een toelating of ontheffing heeft van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), of als u onder de overgangsregeling valt. 

Voorkom risico’s

Twijfelt u of u toelating moet aanvragen? Controleer of u als uitlener wordt gezien en of een ontheffing mogelijk is. Bereid u op tijd voor, ken de eisen, maak gebruik van de overgangsregeling en dien uw aanvraag correct in. Zonder toelating riskeert u boetes of een verbod. Ook schorsing of intrekking van uw toelating heeft directe gevolgen.

Waadi-register gaat over naar Wtta-register per 1 januari 2028

Per 1 januari 2028 gaat het Waadi-register van de Kamer van Koophandel (KVK) over naar het openbare Wtta-register van de NAU. Als gevolg hiervan vervalt per die datum de huidige verplichting voor uitleners om een Waadi-registratie op te geven bij het Handelsregister. Ook de Waadi-check voor inleners op de website van de KVK komt daarmee te vervallen. Inschrijving in het Handelsregister van de KVK blijft wel een verplichting.

Detacheerders, payrollbedrijven en zelfs organisaties die slechts incidenteel personeel uitlenen, kunnen onder de nieuwe wetgeving vallen. Inleners moeten vervolgens controleren of het bedrijf in het register is opgenomen.

Er worden bijvoorbeeld eisen gesteld als: een VOG rechtspersonen, waarborgsom van 100.000 euro, aantonen dat juiste loon en loonheffing is betaald, beschikken over een inspectierapport dat onder andere voldaan is aan arbeidswetgeving en fiscale regels.

Wat te doen? Ga na of uw onder de regels valt. Breng in kaart aan welke normenkader voldaan moet worden. Meld u tussen 1 november 2026 en 31 december 2026 aan bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Vraag toelating aan tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 met een geldig SNA-Keurmerk, om gebruik te maken van de overgangsregeling zodat u uw activiteiten voort kan zetten.