All posts in Nieuws voor het MKB (BV)

Verbreken fiscale eenheid door wijzigingen tarief vennootschapsbelasting?

Categories: Nieuws, Nieuws voor het MKB (BV), Nieuws voor het MKB(BV), belastingnieuws, belastingaangifte of belastingaanslag
Reacties uitgeschakeld voor Verbreken fiscale eenheid door wijzigingen tarief vennootschapsbelasting?

Vanaf 2021 zal het tarief van de vennootschapsbelasting (Vpb.-tarief) volgens de kabinetsplannen verder omlaag gaan, maar dat geldt alleen voor het lage Vpb.-tarief. Dat lage Vpb.-tarief geldt nu nog voor winsten tot maximaal € 200.000 en wordt daarom ook wel eens het MKB-tarief genoemd.

In het jaar 2020 geldt nog een MKB-tarief van 16,5% voor de eerste € 200.000 aan belastbare winst voor uw BV. Wanneer u meer winst maakt dan € 200.000, wordt dat meerdere in 2020 nog belast tegen een tarief van 25%. Een behoorlijk tariefverschil. Al eerder was besloten dat het MKB-tarief in 2021 zou worden verlaagd naar 15% en het hoge tarief zou worden verlaagd naar 21,7%. Op dat voornemen komt dit kabinet nu echter weer terug.

Verlaging tarief vanaf 2021

Het MKB-tarief in de vennootschapsbelasting wordt vanaf 2021 verlaagd naar 15%. Dat gaat dan niet meer gelden voor een belastbare winst van maximaal € 200.000 maar zelfs voor een belastbare winst van maximaal € 245.000 in 2021 en voor een belastbare winst van maximaal € 395.000 in 2022. Voor winsten die hier bovenuit komen, geldt dan een tarief van 25% over dat meerdere. Dat is voor het MKB natuurlijk een enorme vooruitgang.
In een schema ziet die aanpassing er als volgt uit:

Deze tariefaanpassing en de verlenging van de MKB-schijf zijn dus zeer voordelig want het tariefverschil tussen de MKB-schijf en de hogere schijf is daardoor maar liefst 10%. Wanneer u uw onderneming(en) in meerdere BV’s exploiteert en die BV’s zijn allemaal zelf belastingplichtig, dan kunt u dus bij iedere BV dit tariefverschil benutten.

Fiscale eenheid Vpb.

Veel ondernemers die hun onderneming exploiteren in de BV-vorm en daarbij gebruik maken van meerdere BV’s hebben voor die BV’s een fiscale eenheid voor de Vpb. aangevraagd. Dat houdt dan in dat de Vpb. wordt geheven over de totale winst van alle BV’s tezamen. Dat heeft enkele voordelen, namelijk:

  • U hoeft maar één keer aangifte te doen voor alle BV’s in de fiscale eenheid;
  • De positieve en negatieve resultaten van de verschillende vennootschappen kunnen direct met elkaar worden verrekend zodat u zich direct Vpb. bespaart;
  • U hoeft niet zo nauwkeurig kostendoorbelastingen te berekenen want die hebben toch geen gevolgen (LET OP: in sommige situaties kan dat wel van belang zijn);
  • U kunt eenvoudig met bezittingen schuiven tussen vennootschappen omdat onderlinge resultaten niet worden meegenomen bij de bepaling van het resultaat.

Uiteraard zijn er ook nadelen aan een fiscale eenheid en dat zijn:

  • U komt minder snel in aanmerking voor een faciliteit als de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek;
  • U kunt maar één keer gebruik maken van het tariefverschil tussen het hoge en het lage Vpb.-tarief. Dat verschil wordt vanaf 2021 nog groter en bedraagt dan maar liefst 10% en dat ook nog eens over een groter bedrag.

Verbreken fiscale eenheid

Als u voldoende winst maakt in de Vpb. dan zult u wellicht geneigd zijn om de fiscale eenheid dan maar direct te verbreken. Dat kan natuurlijk vanuit fiscaal opzicht erg interessant zijn. Als u nu bijvoorbeeld 4 BV’s heeft die naar verwachting in 2021 in totaal € 1.000.000 winst zullen maken en die vormen samen een fiscale eenheid, dan heeft u maar één keer voordeel van het 15%-tarief over de eerste € 245.000. Als alle vennootschappen zelf belastingplichtig zijn en allemaal een winst van € 250.000 aangeven dan kunt u vier keer van het lage tarief gebruik maken! Dat scheelt u drie keer € 24.500 aanVpb. per jaar (10% x € 245.000) en dat is toch aanzienlijk.

Echter, voordat u uw adviseur opdracht geeft om de fiscale eenheid met ingang van 1-1-2021 te verbreken moet u wel weten dat daar ook de nodige nadelen aan zitten:

  • Meestal is slechts één BV of zijn slechts enkele BV’s in de groep de echte winstmaker (s) en komen niet alle BV’s aan de drempel van € 245.000;
  • Bij de verbreking geldt een anti-misbruiktermijn van (meestal) zes jaar en die kan ingrijpende fiscale gevolgen hebben op het moment van verbreking van de fiscale eenheid;
  • U zult weer heel zorgvuldig moeten zijn met de onderlinge transacties tussen de BV’s;
  • Als een vennootschap een keer verlies lijdt, dan kunt u dat niet meer direct verrekenen;
  • U zult voor iedere vennootschap afzonderlijk aangifte moeten doen.

Naast fiscale gevolgen kan de verbreking van de fiscale eenheid ook op andere terreinen gevolgen hebben. Het verbreken van de fiscale eenheid kan namelijk invloed hebben op lopende en nieuwe subsidietrajecten voor productontwikkeling en of nieuwbouw van uw bedrijfspand. Met het verbreken van een fiscale eenheid kunnen voordelen wegvallen. Voordat een definitief besluit wordt genomen, is het goed deze effecten te laten beoordelen door een subsidie adviseur.

Meerdere keren gebruik maken van het lagere MKB-tarief 

Wilt u meerdere keren gebruik maken van het lagere MKB-tarief in de vennootschapsbelasting? Dan kunt u overwegen om de fiscale eenheid Vpb. te verbreken. Wilt u dat deze zogeheten ontvoeging plaatsvindt met ingang van 1 januari 2021? Dan moet u het verzoek om deze ontvoeging uiterlijk op 31 december 2020 hebben ingediend bij de belastingdienst.

Laat de verbreking vooraf beoordelen

Maar past u daarbij op dat een verbreking niet alleen maar voordelen heeft. Laat daarom de verbreking vooraf beoordelen door uw belastingadviseur, subsidieadviseur en accountant van Flynth zodat zij een advies op maat kunnen geven waarbij de voor- en nadelen in uw specifieke situatie goed in kaart worden gebracht.

(Bron: Flynth)

De regering heeft een breed noodpakket voor de coronacrisis bekend gemaakt. Om ondernemers in liquiditeitsproblemen te helpen is er bijzonder uitstel van betaling van belastingaanslagen mogelijk. De Belastingdienst zet de rente op (bijna) 0%. Aanvragen van bijzonder uitstel of verlenging is nog mogelijk tot 1 januari 2021. De betalingsregeling start op 1 juli 2021 en duurt 36 maanden. Wat is er mogelijk en waar moet jij als ondernemer rekening mee houden?

Betalingsuitstel (3 maanden) nog aan te vragen tot 1 januari 2021
Betalingsregeling belastingschulden na bijzonder uitstel
Verlenging bijzonder uitstel belastingaanslagen tot 1 januari 2021
Voor welke belastingen is bijzonder uitstel mogelijk?
Invorderingsrente naar (bijna) 0%
Langer betalingsuitstel nodig?
Aangifte btw en loonheffingen doen
Uitstel van betaling aanslagen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting
Belastingrente in aanslagen
Uitstelverzoek is ook melding betalingsonmacht
Verlaging voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting
Verzoek verlaging voorlopige aanslag mogelijk

Betalingsuitstel (3 maanden) nog aan te vragen tot 1 januari 2021

Als je als ondernemer door de coronacrisis acute betalingsproblemen hebt, kun je met een brief om uitstel van betaling (laten) vragen. Deze mogelijkheid zou eindigen op 1 oktober 2020, maar is alsnog verlengd tot 1 januari 2021. Dit kan belangrijk zijn als je als ondernemer door de tweede coronagolf alsnog betalingsruimte nodig hebt.

Het verzoek hoef je maar éénmalig in te dienen. Je krijgt dan voorlopig uitstel van betaling, de invorderingsmaatregelen worden gestopt en een eventuele verzuimboete wordt geschrapt. Je krijgt vanaf het moment van je verzoek 3 maanden uitstel van betaling voor de aanslagen die op dat moment openstaan. Het uitstel geldt automatisch ook voor de aanslagen die aan jou daarna in de periode van 3 aan jou worden opgelegd. Wil je dat wij je helpen bij een verzoek om bijzonder uitstel van betaling? Neem dan contact op met je klantbeheerder. 

Betalingsregeling belastingschulden na bijzonder uitstel

Veel ondernemers hebben al eerder bijzonder uitstel van belastingbetalingen aangevraagd. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt hoe zij straks met een betalingsregeling de belastingschulden alsnog gaan innen. Als ondernemer met uitstel krijg je hierover een brief.

Betalingsregeling
Dit is belangrijk om te weten over de afbetaling van de belastingschuld:

  • Vanaf 1 juli 2021 gaat voor de openstaande belastingschuld een betalingsregeling lopen tot 1 juli 2024.
  • Je mag de openstaande belastingschuld in 36 maandelijkse termijnen aflossen.
  • Krijg je belastingteruggaven, dan worden die tot 1-7-2024 niet verrekend.
  • De rente blijft tot 31-12-2021 (bijna) 0%.

Deze regeling komt in de plaats van de eerdere plannen voor een betalingsregeling van 24 maanden vanaf 1 januari 2021, en is dus ruimer geworden.

Nieuwe aangiften en aanslagen
Als je uitstel van betaling van 3 maanden is afgelopen, dan moet je alle nieuwe aangiften en aanslagen vanaf 1 oktober 2020 weer op tijd betalen.

Kreeg je al eerder uitstel van 3 maanden en heb je langer uitstel nodig? Dan kan je nog tot 1 januari 2021 om verlenging van het uitstel vragen. Dit verlengde uitstel geldt dan ook voor de nieuwe aanslagen en aangiften tot 1 januari 2021. Meer hierover lees je in het vervolg van dit artikel.

Verlenging bijzonder uitstel belastingaanslagen tot 1 januari 2021

Heb je als ondernemer bijzonder uitstel lopen, maar red je het niet met de 3 maanden die je hebt gekregen? Het aanvragen van verlenging is nog steeds mogelijk, de termijn is versoepeld. Vraag je vóór 1 januari 2021 verlenging van het uitstel aan, dan krijg je langer uitstel voor alle aanslagen en aangiften tot 1 januari 2021. De belastingschuld komt daarna in de betalingsregeling die start op 1 juli 2021. Dit betekent wel dat je vanaf 1 januari 2021 alle nieuwe aangiften en aanslagen weer op tijd moet betalen.

Voor de verlenging van betalingsuitstel gelden voorwaarden. Meer hierover lees je verderop in dit artikel.     

Voor welke belastingen is bijzonder uitstel mogelijk?

Als je als ondernemer bent getroffen door de coronacrisis, kun je bijzonder uitstel voor betaling van belastingaanslagen krijgen. Het gaat dan om de volgende belastingaanslagen:

1. Naheffingsaanslagen loonheffingen
​2. Naheffingsaanslagen omzetbelasting 
3. Voorlopige en definitieve aanslagen vennootschapsbelasting 
4. Voorlopige en definitieve aanslagen inkomstenbelasting
5. Voorlopige en definitieve aanslagen premie zorgverzekeringswet 

Ook voor andere belastingaanslagen die je door de coronacrisis tijdelijk niet kunt betalen, kan verlenging van betalingsuitstel worden aangevraagd. Het gaat om de volgende aanslagen:

  • Kansspelbelasting
  • Assurantiebelasting
  • Verhuurderheffing
  • Milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater)
  • Accijns (minerale oliën, alcohol en tabak)
  • Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken

Bijzonder uitstel van betaling voor gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting is ook mogelijk, maar dit is per gemeente of waterschap verschillend geregeld. Hiervoor moet je een apart verzoek indienen.

Invorderingsrente naar (bijna) 0%

Als je een aanslag niet op tijd betaalt, betaal je vanaf het einde van de betaaltermijn normaal gesproken 4% invorderingsrente. De invorderingsrente is sinds maart 2020 tijdelijk van 4% verlaagd naar 0,01%. Deze verlaging geldt tot 31 december 2021. De Belastingdienst neemt hiermee een belangrijke drempel weg om uitstel van betaling aan te vragen.  

Langer betalingsuitstel nodig?

Heb je betalingsuitstel voor je belastingen gehad en een aanvullend uitstel van betaling nodig vanwege de coronacrisis? Dan moet je voor 1 januari 2021 een aanvullende verzoek om betalingsuitstel (laten) indienen. Voor verlenging van het betalingsuitstel geldt dat jouw betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis moeten zijn ontstaan.

  • Bij een totale belastingschuld van minder dan 20.000 euro is een verzoek waarin je de oorzaak van de betalingsproblemen toelicht, voldoende.
  • Bij een belastingschuld van 20.000 euro of meer moet er een goede liquiditeitsprognose en  een deskundigenverklaring komen. Als jouw accountant zijn wij bevoegd een dergelijke verklaring op te stellen.  
  • Voor bv’s gaat tevens gelden dat de ondernemer moet verklaren dat geen dividenden en bonussen (aan de bestuurders) zullen worden uitgekeerd, of eigen aandelen worden ingekocht.

Bij het einde van de uitstelperiode ontvang je een voorstel voor een betalingsregeling.

Let op: een aanvullende voorwaarde voor langer dan 3 maanden betalingsuitstel is dat je hebt voldaan aan de aangifteplicht. Zie hierna.   

Aangifte btw en loonheffingen doen

De loonheffingen van een maand betaal je normaal gesproken op de aangifte die je doet in de maand daarna. Voor de btw doe je kwartaalaangifte in de maand na een kwartaal. Als je verzoekt om uitstel van betaling, moet je in maart 2020 en de maanden daarna wel je aangiften loonheffingen blijven indienen. Ook voor je kwartaalaangiften btw geldt dat je die tijdig moet blijven doen. Dat geldt dus ook als je betalingsproblemen hebt. Na het indienen wacht je dan de naheffingsaanslag af. Betaalverzuimboetes tijdens de periode dat je uitstel van betaling hebt, worden teruggedraaid. 

Let op: heb je al eerder een uitstelverzoek gedaan omdat er al een aanslag lag voor een andere belasting (bijvoorbeeld: inkomstenbelasting)? Dan is een uitstelverzoek niet meer nodig. De naheffingsaanslagen vallen dan automatisch onder het verleende bijzondere uitstel.

Uitstel van betaling aanslagen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting

Heb je nu al een aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting voor 2019 of eerder die je moet betalen? Of ontvang je die binnenkort? Als je hiervoor door de coronacrisis geen liquide middelen hebt, dan is hiervoor ook uitstel van betaling mogelijk. Het uitstel kan zowel worden aangevraagd voor definitieve aanslagen als  voorlopige aanslagen (die niet meer kunnen worden verlaagd). Ook voor naheffingsaanslagen btw of loonheffingen die je hebt liggen of nog ontvangt, kan uitstel worden aangevraagd. Ook hiervoor geldt dat de invorderingsrente van 23 maart tot 31 december 2021 op (bijna) 0% is gezet.

Belastingrente in aanslagen  

De rente die wordt berekend in de aanslagen zelf (belastingrente) is sinds juni 2020 ook verlaagd naar 0,01%. Als je door coronacrisis pas laat je aangiften inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting kunt indienen, wordt er geen belastingrente meer berekend vanaf juli 2020 (inkomstenbelasting) en juni 2020 (vennootschapsbelasting). Ook voor de naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen geldt dat vanaf juni 2020 geen belastingrente meer wordt berekend. De lage belastingrente geldt tot 1 oktober 2020. De rente voor aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is sinds 1 oktober 2020 4%. Voor aanslagen vennootschapsbelasting stijgt de rente op 31 december 2021 weer naar de torenhoge 8%. 

Let op: in aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2018 vanwege een laat ingediende aangifte kan je dus nog wel een deel belastingrente (tot juni 2020) verwachten.

Uitstelverzoek is ook melding betalingsonmacht

Het is niet meer nodig om een aparte melding betalingsonmacht te doen. De Belastingdienst ziet jouw uitstelverzoek ook als een melding betalingsonmacht voor belastingtijdvakken vanaf februari 2020 tot 1 januari 2021. Voorwaarde is dat de betalingsonmacht door de coronacrisis moet zijn ontstaan.

De melding betalingsonmacht is belangrijk voor rechtspersonen, zoals BV’s. Bestuurders van rechtspersonen die de omzet- of loonbelasting niet kunnen betalen, moeten tijdig de betalingsonmacht melden, om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen.

Verlaging voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 

Als ondernemer heb je waarschijnlijk begin dit jaar al een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2020 gehad. Daarbij is de winst over 2020 door de Belastingdienst ingeschat en betaal je de over 2020 verschuldigde inkomsten- en vennootschapsbelasting maandelijks (of in één keer) als voorschot vooruit. 

Verzoek verlaging voorlopige aanslag mogelijk 

Als de coronacrisis je hard raakt, kun je een verzoek om verlaging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting bij de Belastingdienst indienen. Dit kan als je over 2020 minder winst verwacht te maken dan begin dit jaar door de Belastingdienst is ingeschat. De Belastingdienst zal je verzoek toewijzen. Verlaging van de voorlopige aanslag 2020 betekent dat je de komende maanden minder hoeft te betalen. Als bij de verlaging blijkt dat je de afgelopen maanden te veel hebt betaald, krijg je het verschil uitbetaald. 

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is verlengd (Tozo 3.0). Er is echter geen vermogenstoets ingebouwd, in tegenstelling tot eerdere berichtgeving. De aanvullende inkomensondersteuning voor levensonderhoud is verlengd tot eind maart 2021. Je inkomen wordt via de Tozo-regeling aangevuld tot het sociaal minimum en hoeft niet te worden terugbetaald.

Wat houdt de regeling ook alweer in?

De Tozo is een versoepelde versie van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). Als je als zelfstandig ondernemer financiële problemen ondervindt door de gevolgen van het coronavirus, kun je bij de gemeente een aanvullende uitkering aanvragen voor levensonderhoud en/of bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult je inkomen dan aan tot het sociaal minimum. Daarnaast kun je een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen, om liquiditeitsproblemen op te lossen. Het kabinet doet een beroep aan de zelfstandige ondernemers om slechts gebruik te maken van de regeling als dat nodig is en roept daarnaast op tot heroriëntatie op de toekomst van je ondernemingsactiviteiten.

Wanneer kun je een beroep doen op de Tozo?

Om in aanmerking te komen voor de ondersteuning, moet je aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Je bent zelfstandige, wat betekent dat je zelfstandig een beroep of bedrijf uitoefent. Je kwalificeert ook als zelfstandige als je onderdeel uitmaakt van een samenwerkingsverband of als je personeel in dienst hebt;
  • Je bent tussen 18 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • Je woont in Nederland en/of je bedrijf is gevestigd in Nederland
  • Je moet voldoen aan het urencriterium, wat neerkomt op 1.225 uur per jaar ofwel circa 24 uur per week; 
  • Je moet bedrijfsmatig actief zijn (geweest), waaronder ingeschreven zijn bij de KvK vóór 17 maart 2020 (toen de regeling is aangekondigd).

Partnertoets

De Tozo 3.0 bevat wél een partnertoets. Blijft door het inkomen van de partner het gezinsinkomen boven het sociaal minimum, dan krijgt een zelfstandige in de nieuwe regeling dus geen inkomensondersteuning meer. Er geldt echter nog steeds geen vermogenstoets, er wordt niet gekeken naar de levensvatbaarheid van het bedrijf. Ook onder de Tozo 3.0 regeling is dit dus niet het geval. Wel is aangekondigd dat de vermogenstoets vanaf 1 april 2021 alsnog gaat gelden (Bij de Tozo 4.0).

Kun je ook als dga een beroep doen op de regeling?

Ook als dga kun je een beroep doen op de regeling, als je voldoet aan het urencriterium, je volledige zeggenschap in jouw BV hebt en de financiële risico’s draagt. Tot slot dien je als dga naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat jouw BV nu geen salaris aan jou kan uitbetalen.

Wat zijn de voorwaarden voor een lening voor bedrijfskapitaal?

Heb je liquiditeitsproblemen in jouw onderneming als gevolg van het coronavirus? Dan kun je een lening van maximaal € 10.157 voor bedrijfskapitaal aanvragen bij de gemeente. Het rentepercentage voor de lening bedraagt 2% en de maximale looptijd is drie jaar. Tot 1 januari 2021 hoeft er niets op de lening te worden afgelost. Om in aanmerking te komen voor de lening, moet je wel naar waarheid verklaren en aannemelijk maken dat er sprake is van liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis.

Aanvragen Tozo 3.0

Ondernemers kunnen de Tozo 3.0 vanaf 1 oktober 2020 aanvragen bij hun woongemeente. Óók als je al Tozo 2.0 hebt gehad, moet je toch een (verkorte) aanvraag doen.

(Bron: Alfa)

Zoals je ongetwijfeld mee gekregen hebt moet tegenwoordig van iedere onderneming, stichting, vereniging etc (met een paar uitzonderingen zoals eenmanszaken) de zogenaamde UBO (Ultimate Beneficial Owner: uiteindelijk belanghebbende) worden ingeschreven. Dit is een gevolg van een Europese regeling die voor alle landen inmiddels geldt. Nederland behoort tot de achterhoede waar het gaat om het invoeren van deze regeling.

Wie is een UBO?

De UBO is iemand die bijvoorbeeld meer dan 25% stemrecht heeft in de Algemene Vergadering van aandeelhouders of t.a.v. een statutenwijziging. Het voert te ver om hier alle criteria te vermelden, maar op kvk.nl kun je precies lezen wie van welke onderneming een UBO is. Uiteindelijk is er van iedere onderneming een UBO. Want als er door de wettelijke regels geen UBO naar boven komt, dan is de hoger leidinggevende (de directeur) de UBO. Deze wordt dan in de volksmond ook wel pseudo-UBO genoemd. Voor iedere onderneming, stichting en vereniging is er dus uiteindelijk een UBO.

Welke gegevens zijn te raadplegen?

De naam van UBO is vervolgens voor iedereen te raadplegen. Ook is te raadplegen hoe groot iemands belang is en wat voor een soort belang die persoon dan heeft. Behalve geboortejaar en -plaats zijn vervolgens ook nog nationaliteit en woonstaat te raadplegen. De andere gegevens die opgegeven moeten worden (zoals bijvoorbeeld je BSN) zijn alleen voor een paar instanties, zoals de FIOD, te raadplegen. Het is in bepaalde situaties mogelijk om de meeste gegevens te laten afschermen, maar dat zal echt een uitzondering zijn (bijv. als er risico op ontvoering of afpersing is).

Hoe schrijf ik de UBO in?

Je bent als ondernemer zelf verantwoordelijk voor het inschrijven van de UBO. Je kunt dit doen door het digitale stappenplan te volgen op kvk.nl. Alternatief is om het formulier dat hier speciaal voor ontworpen is (formuliernr. 30, 31, 32 of 33  – afhankelijk van het soort onderneming of inschrijving dat je hebt) te downloaden en in te vullen. Daarna moet dit formulier naar de Kamer van Koophandel worden gebracht. Naast deze opgave moet je ook bewijs aanleveren bij de Kamer van Koophandel waaruit dan blijkt dat je de UBO bent. Een voorbeeld van deze opgave is een (gewaarmerkt) kopie van het aandeelhoudersregister of een firma-akte. Met name deze opgave zal lastig zijn om uit te zoeken.

Tot wanneer kan ik de UBO inschrijven?

De wetgever heeft bepaald dat vanaf 27 september 2020 gerekend (de invoeringsdatum) je 18 maanden de tijd hebt om je UBO in te schrijven. Dat betekent dus dat je voor 27 maart 2022 de UBO moet hebben ingeschreven. Er schijnen nu brieven door de Kamer van Koophandel verzonden te worden waarin staat dat je binnen 6 weken de UBO moet hebben ingeschreven, maar dat is dus pertinent niet waar.

(Bron: Alfa)

Als ondernemer komt er veel op u af, zeker als de coronacrisis impact heeft op uw business. Het steunpakket van de overheid biedt veerkracht, maar we zien ook dat ondernemers soms door de bomen het bos niet meer zien. Herkenbaar voor u? Dan hebben we enkele tips.

Alle regelingen op een rij

Voor welke financiële regelingen komt u wel én niet in aanmerking? Welke gegevens en bewijsstukken moet u hiervoor aanleveren? En wanneer vindt de definitieve vaststelling of eindafrekening plaats? Op deze pagina van Rijksoverheid vindt u een overzicht van alle maatregelen. Tip: bekijk ook eens de regelingencheck van de KVK en de Coronacalculator van VNO-NCW/MKB Nederland.

Raadpleeg een expert

Van zoveel mogelijk regelingen gebruikmaken als mogelijk, is natuurlijk niet altijd verstandig. Veel regelingen zijn gebaseerd op verwachte omzetdaling. Als achteraf blijkt dat uw omzetdaling minder groot is dan verwacht, moet u tegemoetkoming terugbetalen. Ook bij uitstel van belastingbetaling komt er weer een moment dat u moet gaan betalen.

Het is daarom moeilijk om te bepalen van welke regelingen u het beste wel óf geen gebruik kan maken. U hebt immers geen glazen bol. Een adviseur van accon■avm kan u daarbij helpen. Hoewel zij ook niet in de toekomst kunnen kijken, kunnen zij wel uw cijfers interpreteren, uw liquiditeit bewaken en realistische prognoses maken. Ook helpen zij u met de aanvraag en afwikkeling van alle coronaregelingen.

(Bron: AcconAVM(

De bijtelling voor de auto van de zaak is altijd in beweging en dat kan een reden zijn om – als dat nog lukt – dit jaar een nieuwe auto aan te schaffen. Er zijn namelijk nog steeds fiscaal interessante mogelijkheden en deze worden ieder jaar minder.

Een elektrische auto van de zaak

Bent u van plan om een nieuwe elektrische auto aan te schaffen? Dan is het interessant om dat nog dit jaar te doen. De bijtelling over het privégebruik van een elektrische auto bedraagt in 2020 in principe 8% voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 45.000. Voor zover de waarde hoger is, geldt een bijtellingspercentage van 22%.

Vanaf 1 januari 2021 wordt die regeling echter weer iets minder interessant. Dan bedraagtde bijtelling namelijk 12% voor zover de cataloguswaarde niet meer bedraagt dan € 40.000 en 22% over het meerdere. Koopt u de auto nog dit jaar, dan mag u gedurende zestig maanden de huidige percentages blijven toepassen. Deze termijn gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van eerste toelating.

Tip als u een elektrische auto aanschaft: Voor een elektrische auto heeft u onder voorwaarden recht op de milieu-investeringsaftrek (MIA). Dit is een extra aftrek op uw winst van 13,5% over de aanschafwaarde van uw auto met een maximum van € 40.000. Om de MIA te kunnen toepassen moet u de investering in de elektrische auto hebben aangemeld bij de RVO binnen drie maanden na de opdracht tot levering van de auto. Het moet bovendien gaan om een nog niet eerder gebruikte elektrische auto.

Een waterstofauto van de zaak

Hoewel de keuze nog beperkt is en het tanken van brandstof een uitdaging kan zijn, kan uw keuze ook uitgaan naar een waterstofauto. Doe dat dan nog in 2020. Voor auto’s zonder CO2-uitstoot die op waterstof rijden, geldt in 2020 namelijk een bijtelling van 8%. Dat percentage geldt bovendien voor de volledige aanschafprijs, zonder de drempel die bij elektrische auto’s nog wel geldt. De bijtelling van 8% mag u gedurende maximaal 60 maanden na aanschaf blijven toepassen.

Tips als u een waterstofauto aanschaft: Als ondernemer heeft u voor een waterstofauto recht op MIA. De MIA is een extra aftrekpost op de winst van 36% van de aanschafwaarde tot maximaal € 75.000 van het investeringsbedrag. Bij investering in een waterstofauto kunt u ook nog eens maximaal 75% van het investeringsbedrag willekeurig afschrijven en daarmee een liquiditeitsvoordeel behalen. Voor de MIA en de willekeurige afschrijving is van belang dat de investering in de waterstofauto binnen drie maanden na het aangaan van de koopovereenkomst aanmelden bij de RVO.

(Bron: Flynth)

Per 1 januari 2021 gaan de tarieven en voorwaarden voor de overdrachtsbelasting wijzigen. Mogelijk kunt u nu nog een voordeel behalen door een levering naar voren te halen of juist de levering pas in 2021 laten plaatsvinden.

Voor starters op de woningmarkt (bij de aankoop van de woning leeftijd tussen 18 en 35 jaar), nog niet eerder een beroep op deze vrijstelling hebben gedaan en de woning ook duurzaam zelf willen gaan bewonen, geldt vanaf 1 januari 2021 een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Voorlopig geldt dit voor een periode van 5 jaar, dus tot en met 2025. Als uzelf, uw kinderen of kleinkinderen dus een woning willen kopen, kan het dus interessant zijn om de afspraak bij de notaris te verzetten naar een datum in januari 2021 (of later).

Toch gebruik maken van de startersregeling

Als u voor 1 januari 2021 al een eigen woning bezit en u gaat in de jaren na 1 januari 2021 verhuizen naar een andere eigen woning, dan kunt u toch gebruik maken van deze startersregeling ook al bent u eigenlijk geen starter op de woningmarkt. Uiteraard moet u wel aan de gestelde voorwaarden voldoen.

Voor de eigen woning blijft voor de andere gevallen een tarief gelden van 2% maar alleen als de woning bestemd is om door de koper zelf (als eigen woning) bewoond te worden. Datzelfde blijft gelden voor de aanhorigheden bij die woning (bijv. een aparte schuur of garage of een extra stuk grond) maar alleen als die aanhorigheid tegelijk met de eigen woning wordt aangeschaft. Als u dus nog apart een aanhorigheid wilt kopen dan kunt u dat beter dit jaar nog doen want dan geldt nog wel het 2% tarief. Vanaf 1-1-2021 geldt voor de afzonderlijke aankoop van zo’n aanhorigheid het algemene tarief van 8%.

Algemeen tarief overdrachtsbelasting naar 8%

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting gaat omhoog van 6% naar 8% (een verhoging van 33 1/3%). Als u overweegt een bestaand bedrijfspand aan te schaffen, dan kunt u dat dus beter nog dit jaar doen. Bij een bedrijfspand met een aanschafwaarde van € 1 miljoen bedraagt in 2020 de overdrachtsbelasting € 60.000. In 2021 zal deze € 80.000 zijn, zodat u bij aanschaf in 2020 € 20.000 overdrachtsbelasting bespaart.

Ook voor woningen aangeschaft als belegging

Dit algemene tarief zal vanaf 1 januari 2021 ook gelden voor woningen die als belegging worden aangeschaft, voor afzonderlijk aangekochte aanhorigheden bij de eigen woning en ook voor vakantiewoningen (ongeacht of u deze verhuurt of zelf gebruikt). Als u dus voornemens bent om die aan te kopen, zorgt u dan dat u vóór 1 januari a.s. bij de notaris bent geweest voor de levering. Het tarief hiervoor gaat immers van 2% naar 8% (een verhoging van maar liefst 300%!) en dan wordt bijvoorbeeld uw vakantiewoning ineens een stuk duurder.

(Bron: Flynth)

Wijziging regeling voor verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Categories: Nieuws, Nieuws voor het MKB (BV), Nieuws voor het MKB(BV), belastingnieuws, belastingaangifte of belastingaanslag
Reacties uitgeschakeld voor Wijziging regeling voor verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Op 5 oktober 2020 is een nota van wijziging op het met Prinsjesdag ingediende wetsvoorstel Belastingplan 2021 aan de Tweede Kamer gezonden. Er wordt voorgesteld om de regels voor de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting te wijzigen. De regels worden enerzijds beperkt en anderzijds verruimd. Als de wetswijziging wordt aangenomen, treden de regels per 1 januari 2022 in werking. De regels hebben gevolgen voor ondernemingen met aanwezige verliezen. 

Huidige regeling

Op dit moment kunnen verliezen in de vennootschapsbelasting worden verrekend met de winsten van het voorgaande jaar en de winsten van de zes volgende jaren.  In een winstjaar is de volledige belastbare winst beschikbaar voor verliesverrekening. Er geldt op dit moment dus geen maximumbedrag aan verliesverrekening per jaar. 

Voorgestelde wijzigingen

Het kabinet stelt voor om de verliesverrekeningsregels op drie punten te wijzigen:

  1. De voorwaartse verliesverrekeningstermijn (carry-forward) van zes jaar vervalt. Een verlies wordt daardoor onbeperkt in de tijd voorwaarts verrekenbaar. De achterwaartse verliesverrekeningstermijn (carry-back) blijft één jaar.
  2. Voor zover de belastbare winst over een jaar € 1 miljoen of minder is, kan die belastbare winst helemaal worden gebruikt voor de verrekening van een verlies uit een ander jaar.
  3. Voor zover de belastbare winst over een jaar meer is dan € 1 miljoen, kan slechts de helft van die belastbare winst boven € 1 miljoen worden gebruikt voor de verrekening van een verlies uit een ander jaar. 

Volgens het voorstel gaan deze regels in vanaf boekjaren die starten op of na 1 januari 2022. Dit betekent dat deze regels ook gaan gelden voor verliezen die op dat moment nog openstaan. Het gaat om verliezen die zijn geleden in boekjaren die zijn gestart op of na 1 januari 2013 en die nog niet verrekend zijn. 

Advies voor ondernemingen in Nederland

Voor belastingplichtigen met veel openstaande verliezen is het interessant te beoordelen of het mogelijk is om deze verliezen nog in 2020 en 2021 te verrekenen. Daarnaast is het in algemene zin altijd interessant te (laten) beoordelen in hoeverre de verliesverrekening kan worden geoptimaliseerd, bijvoorbeeld tussen groepsmaatschappijen. 

(Bron: BDO)

Het is sinds 7 oktober 2020 mogelijk om vaststelling van de NOW-1 subsidie aan te vragen. Daarnaast is de NOW-3 regeling gepubliceerd. Graag lichten we in dit perspectief toe waar u aan moet denken.

Vaststelling NOW-1 subsidie

Voor ondernemingen en organisaties is het mogelijk om een verzoek tot vaststelling van de NOW-1 subsidie in te dienen via de website van het UWV. Dat moet binnen 24 weken plaatsvinden of binnen 38 weken indien een accountantsverklaring is vereist. Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie moet de werkelijke omzetdaling over de meetperiode worden doorgegeven. Het UWV zal vervolgens controleren wat de loonsom over de subsidieperiode is geweest. Deze gegevens kunnen leiden tot extra subsidie of een terugbetalingsplicht. 

Ondernemingen en organisaties die een voorschot van in totaal € 100.000 of meer hebben ontvangen per concern, een subsidie van in totaal € 125.000 of meer hebben ontvangen per concern of de omzetdaling op het niveau van een zelfstandige werkmaatschappij hebben vastgesteld, moeten bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie een accountantsverklaring overleggen. De accountant dient de omzetdaling te controleren en vast te stellen of aan bepaalde voorwaarden van de NOW-regeling is voldaan. Bij een voorschot van € 20.000 of meer, of een subsidie van € 25.000 of meer, is een derdenverklaring vereist van een boekhouder, belastingdeskundige, brancheorganisatie of accountant. De werkzaamheden voor een derdenverklaring zijn minder ingrijpend dan de werkzaamheden voor een accountantsverklaring.

(Bron: BDO)

Financiële hulp aan kind bij aankoop eigen huis: 3 aandachtspunten

Categories: Nieuws, Nieuws voor het MKB (BV), Nieuws voor het MKB(BV), belastingnieuws, woning
Reacties uitgeschakeld voor Financiële hulp aan kind bij aankoop eigen huis: 3 aandachtspunten

Ondanks de coronacrisis is de woningmarkt nog altijd oververhit en is het voor starters lastig om aan een koopwoning te komen. Soms is daarbij de hulp van ouders dan ook wenselijk of noodzakelijk. Enerzijds reikt de overheid de helpende hand richting starters door bijvoorbeeld de overdrachtsbelasting af te schaffen. Anderzijds neemt de overheid tegelijkertijd ook weer maatregelen die de eigenwoningbezitter raken. In verband met een aantal wetswijzigingen wijzen wij u op drie aandachtspunten die komen kijken als u als ouder uw kind helpt  bij de aankoop van een woning.

Allereerst moet vooropgesteld worden dat ouders op vele manieren kunnen helpen bij de aankoop van een eigen woning. In verband met een aantal aanstaande wetswijzigingen is het verstandig bij financiële hulp onderstaande drie zaken in de gaten te houden.

1. Schenken van een woning
Door het schenken van een woning in zijn geheel aan één van de kinderen, ‘verdampt’ de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Dat komt doordat bij de heffing van schenkbelasting rekening wordt gehouden met geheven overdrachtsbelasting. Als er geen overdrachtsbelasting wordt geheven omdat er een vrijstelling van toepassing is, vindt er geen vermindering plaats van schenkbelasting waardoor de vrijstelling feitelijk verloren gaat.

Daarnaast stijgt het box 1 inkomen door het eigenwoningforfait en de beperking van de zogenaamde Hillenaftrek. Daarom lijkt het aanbevelenswaardig de woning niet te schenken, maar bijvoorbeeld een deel van de financiering kwijt te schelden, al dan niet gespreid in de loop der tijd. Door jaarlijks een deel te schenken kan bovendien jaarlijks gebruik gemaakt worden van de voetvrijstelling. Dit kan naast gebruikmaking van de eenmalig verhoogde vrijstelling.

2. Familiebanklening
Een zogenaamde familiebanklening voor de eigen woning kan fiscaal optimaal ingekleed worden afhankelijk van de wensen en omstandigheden. Daarnaast kan er met een familiebanklening ook een deel uitstel van belasting worden gerealiseerd, omdat de aftrek van hypotheekrenteaftrek direct geclaimd kan worden in de aangifte inkomstenbelasting, terwijl als de lening vanuit een BV is gefaciliteerd de heffing over dividenduitkeringen langdurig uitgesteld kan worden. De hypotheekrenteaftrek wordt de komende tijd stap voor stap verder versoberd, maar de familiebanklening voor de eigen woning blijft in diverse gevallen nog interessant.

3. Aflossingsvrije lening
Een aflossingsvrije lening (al dan niet verstrekt door de ouders) vanuit de familiebanklening is in bepaalde gevallen ook interessant. Omdat de hypotheekrenteaftrek wordt versoberd kan het ook juist interessant zijn een lening te alloceren in box 3 waarmee de vermogensrendementsgrondslag kan worden beperkt. Het mogelijke fiscale voordeel verschuift dan van box 1 naar box 3.  

(Bron: BDO)