Heeft u als funderend onderwijsinstelling al een meerjarenonderhoudsplan (mjop)?

Op dit moment ligt er in de Eerste Kamer een wetsvoorstel voor welke schoolbesturen verplicht om een meerjarenonderhoudsplan vast te stellen. Daarnaast wordt het voor de gemeente verplicht om een integraal huisvestingsplan vast te stellen. Houd daarom de ontwikkeling van deze wet goed in de gaten, om tijdig een onderhoudsplan op te kunnen stellen als dit verplicht wordt voor uw school. Het is nog niet zeker of de wet aangenomen wordt, maar de kans lijkt groot.

Met dit wetsvoorstel wordt het stelsel van onderwijshuisvesting geoptimaliseerd waardoor gemeenten worden verplicht om een integraal huisvestingsplan (IHP) vast te stellen en schoolbesturen worden verplicht een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vast te stellen. Daarnaast wordt het begrip renovatie toegevoegd aan de voorzieningen in de huisvesting waar de gemeenten voor verantwoordelijk zijn en wordt in het primair onderwijs, in lijn met het voortgezet onderwijs, mogelijk gemaakt om exploitatieoverschotten te investeren in huisvesting.

Aanleiding voor het voorstel zijn de aanbevelingen die gedaan zijn in het rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting funderend onderwijs om het stelsel van onderwijshuisvesting beter te laten werken. (TK 35.570 VIII, nr. 213). Het overkoepelende doel is dat gemeenten en schoolbesturen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak van bouw, beheer en onderhoud van schoolgebouwen in het funderend onderwijs komen.

Voorkom extra pseudo eindheffing 12% op benzine en dieselauto’s van uw werknemer per 1 januari 2027

Schaf voor 1 januari 2027 een benzine of dieselauto aan en voorkom daarmee de pseudo eindheffing welke per 1 januari 2027 wordt ingevoerd. Dan valt u nog onder de overgangsregeling tot 17 september 2030. Daarna geldt de pseudo eindheffing.

Wat verandert er?

Biedt u een zakelijke auto aan uw werknemer, bijvoorbeeld een auto uit uw eigen wagenpark of een leaseauto? En gebruikt uw werknemer de auto ook privé of voor woon-werkverkeer? Dan betaalt u vanaf 1 januari 2027 extra belasting op zakelijke auto’s met uitstoot of die niet helemaal uitstootvrij zijn. Het gaat om auto’s met benzine-, diesel- of hybride aandrijving.

De belasting is per jaar:

  • 12% van de catalogusprijs van de auto bij auto’s tot en met 25 jaar oud.
  • 12% van de marktwaarde bij auto’s ouder dan 25 jaar.

U betaalt de belasting via de loonheffing (pseudo-eindheffing). U mag deze belasting niet doorberekenen aan uw werknemer.

Het doel van de belasting is dat werkgevers alleen nog zakelijke auto’s zonder uitstoot aan hun werknemers aanbieden, zoals volledig elektrische auto’s.

Overgangsregeling

Voor zakelijke auto’s met uitstoot die u voor 1 januari 2027 al aan uw werknemers ter beschikking heeft gesteld, geldt een overgangsregeling. Vanaf 17 september 2030 betaalt u de extra belasting ook voor deze auto’s.

Voor wie?

  • ondernemers die zakelijke auto’s met uitstoot (eigen wagenpark of lease) aan werknemers aanbieden die deze auto’s ook privé of voor woon-werkverkeer gebruiken

Onderwijsinstelling en oudere statuten? Deadline 1 juli 2026

Op 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) ingevoerd. In deze wet zijn specifieke nieuwe regels opgenomen over het bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen. Voor het aanpassen van de statuten is een overgangsregeling opgenomen in de wet tot 1 juli 2026. Dit betekent dat regelingen in de statuten die strijdig zijn met deze wet niet meer geldig zijn.

In (oudere) statuten kan het zijn dat een bestuurder meer heeft dan de rest van het bestuur samen. Met ingang van de WBTR mag dit niet meer, vanwege het feit dat één bestuurder zijn zin dan kan doordrukken. Is deze regeling nog opgenomen in de statuten dan vervalt deze regeling automatisch per 1 juli 2026 of eerder indien er een statutenwijziging is geweest.

Het is niet verplicht om vóór 1 juli 2026 de statuten te wijzigen, maar het is wél verstandig om de statuten tijdig te laten controleren op dit punt en op andere punten. Zo voorkom je verrassingen bij besluitvorming en weet je zeker dat je organisatie juridisch goed in elkaar zit. Wel is het verplicht om bij de eerstvolgende statutenwijziging in de statuten op te nemen een regeling voor als het gehele bestuur, tijdelijk of permanent, uitvalt (bijvoorbeeld vanwege ziekte, overlijden of ontslag  of omdat het hele bestuur is opgestapt).