All posts in Nieuws voor het MKB(BV), belastingnieuws, belastingaangifte of belastingaanslag

Verbreken fiscale eenheid door wijzigingen tarief vennootschapsbelasting?

Categories: Nieuws, Nieuws voor het MKB (BV), Nieuws voor het MKB(BV), belastingnieuws, belastingaangifte of belastingaanslag
Reacties uitgeschakeld voor Verbreken fiscale eenheid door wijzigingen tarief vennootschapsbelasting?

Vanaf 2021 zal het tarief van de vennootschapsbelasting (Vpb.-tarief) volgens de kabinetsplannen verder omlaag gaan, maar dat geldt alleen voor het lage Vpb.-tarief. Dat lage Vpb.-tarief geldt nu nog voor winsten tot maximaal € 200.000 en wordt daarom ook wel eens het MKB-tarief genoemd.

In het jaar 2020 geldt nog een MKB-tarief van 16,5% voor de eerste € 200.000 aan belastbare winst voor uw BV. Wanneer u meer winst maakt dan € 200.000, wordt dat meerdere in 2020 nog belast tegen een tarief van 25%. Een behoorlijk tariefverschil. Al eerder was besloten dat het MKB-tarief in 2021 zou worden verlaagd naar 15% en het hoge tarief zou worden verlaagd naar 21,7%. Op dat voornemen komt dit kabinet nu echter weer terug.

Verlaging tarief vanaf 2021

Het MKB-tarief in de vennootschapsbelasting wordt vanaf 2021 verlaagd naar 15%. Dat gaat dan niet meer gelden voor een belastbare winst van maximaal € 200.000 maar zelfs voor een belastbare winst van maximaal € 245.000 in 2021 en voor een belastbare winst van maximaal € 395.000 in 2022. Voor winsten die hier bovenuit komen, geldt dan een tarief van 25% over dat meerdere. Dat is voor het MKB natuurlijk een enorme vooruitgang.
In een schema ziet die aanpassing er als volgt uit:

Deze tariefaanpassing en de verlenging van de MKB-schijf zijn dus zeer voordelig want het tariefverschil tussen de MKB-schijf en de hogere schijf is daardoor maar liefst 10%. Wanneer u uw onderneming(en) in meerdere BV’s exploiteert en die BV’s zijn allemaal zelf belastingplichtig, dan kunt u dus bij iedere BV dit tariefverschil benutten.

Fiscale eenheid Vpb.

Veel ondernemers die hun onderneming exploiteren in de BV-vorm en daarbij gebruik maken van meerdere BV’s hebben voor die BV’s een fiscale eenheid voor de Vpb. aangevraagd. Dat houdt dan in dat de Vpb. wordt geheven over de totale winst van alle BV’s tezamen. Dat heeft enkele voordelen, namelijk:

  • U hoeft maar één keer aangifte te doen voor alle BV’s in de fiscale eenheid;
  • De positieve en negatieve resultaten van de verschillende vennootschappen kunnen direct met elkaar worden verrekend zodat u zich direct Vpb. bespaart;
  • U hoeft niet zo nauwkeurig kostendoorbelastingen te berekenen want die hebben toch geen gevolgen (LET OP: in sommige situaties kan dat wel van belang zijn);
  • U kunt eenvoudig met bezittingen schuiven tussen vennootschappen omdat onderlinge resultaten niet worden meegenomen bij de bepaling van het resultaat.

Uiteraard zijn er ook nadelen aan een fiscale eenheid en dat zijn:

  • U komt minder snel in aanmerking voor een faciliteit als de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek;
  • U kunt maar één keer gebruik maken van het tariefverschil tussen het hoge en het lage Vpb.-tarief. Dat verschil wordt vanaf 2021 nog groter en bedraagt dan maar liefst 10% en dat ook nog eens over een groter bedrag.

Verbreken fiscale eenheid

Als u voldoende winst maakt in de Vpb. dan zult u wellicht geneigd zijn om de fiscale eenheid dan maar direct te verbreken. Dat kan natuurlijk vanuit fiscaal opzicht erg interessant zijn. Als u nu bijvoorbeeld 4 BV’s heeft die naar verwachting in 2021 in totaal € 1.000.000 winst zullen maken en die vormen samen een fiscale eenheid, dan heeft u maar één keer voordeel van het 15%-tarief over de eerste € 245.000. Als alle vennootschappen zelf belastingplichtig zijn en allemaal een winst van € 250.000 aangeven dan kunt u vier keer van het lage tarief gebruik maken! Dat scheelt u drie keer € 24.500 aanVpb. per jaar (10% x € 245.000) en dat is toch aanzienlijk.

Echter, voordat u uw adviseur opdracht geeft om de fiscale eenheid met ingang van 1-1-2021 te verbreken moet u wel weten dat daar ook de nodige nadelen aan zitten:

  • Meestal is slechts één BV of zijn slechts enkele BV’s in de groep de echte winstmaker (s) en komen niet alle BV’s aan de drempel van € 245.000;
  • Bij de verbreking geldt een anti-misbruiktermijn van (meestal) zes jaar en die kan ingrijpende fiscale gevolgen hebben op het moment van verbreking van de fiscale eenheid;
  • U zult weer heel zorgvuldig moeten zijn met de onderlinge transacties tussen de BV’s;
  • Als een vennootschap een keer verlies lijdt, dan kunt u dat niet meer direct verrekenen;
  • U zult voor iedere vennootschap afzonderlijk aangifte moeten doen.

Naast fiscale gevolgen kan de verbreking van de fiscale eenheid ook op andere terreinen gevolgen hebben. Het verbreken van de fiscale eenheid kan namelijk invloed hebben op lopende en nieuwe subsidietrajecten voor productontwikkeling en of nieuwbouw van uw bedrijfspand. Met het verbreken van een fiscale eenheid kunnen voordelen wegvallen. Voordat een definitief besluit wordt genomen, is het goed deze effecten te laten beoordelen door een subsidie adviseur.

Meerdere keren gebruik maken van het lagere MKB-tarief 

Wilt u meerdere keren gebruik maken van het lagere MKB-tarief in de vennootschapsbelasting? Dan kunt u overwegen om de fiscale eenheid Vpb. te verbreken. Wilt u dat deze zogeheten ontvoeging plaatsvindt met ingang van 1 januari 2021? Dan moet u het verzoek om deze ontvoeging uiterlijk op 31 december 2020 hebben ingediend bij de belastingdienst.

Laat de verbreking vooraf beoordelen

Maar past u daarbij op dat een verbreking niet alleen maar voordelen heeft. Laat daarom de verbreking vooraf beoordelen door uw belastingadviseur, subsidieadviseur en accountant van Flynth zodat zij een advies op maat kunnen geven waarbij de voor- en nadelen in uw specifieke situatie goed in kaart worden gebracht.

(Bron: Flynth)

De regering heeft een breed noodpakket voor de coronacrisis bekend gemaakt. Om ondernemers in liquiditeitsproblemen te helpen is er bijzonder uitstel van betaling van belastingaanslagen mogelijk. De Belastingdienst zet de rente op (bijna) 0%. Aanvragen van bijzonder uitstel of verlenging is nog mogelijk tot 1 januari 2021. De betalingsregeling start op 1 juli 2021 en duurt 36 maanden. Wat is er mogelijk en waar moet jij als ondernemer rekening mee houden?

Betalingsuitstel (3 maanden) nog aan te vragen tot 1 januari 2021
Betalingsregeling belastingschulden na bijzonder uitstel
Verlenging bijzonder uitstel belastingaanslagen tot 1 januari 2021
Voor welke belastingen is bijzonder uitstel mogelijk?
Invorderingsrente naar (bijna) 0%
Langer betalingsuitstel nodig?
Aangifte btw en loonheffingen doen
Uitstel van betaling aanslagen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting
Belastingrente in aanslagen
Uitstelverzoek is ook melding betalingsonmacht
Verlaging voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting
Verzoek verlaging voorlopige aanslag mogelijk

Betalingsuitstel (3 maanden) nog aan te vragen tot 1 januari 2021

Als je als ondernemer door de coronacrisis acute betalingsproblemen hebt, kun je met een brief om uitstel van betaling (laten) vragen. Deze mogelijkheid zou eindigen op 1 oktober 2020, maar is alsnog verlengd tot 1 januari 2021. Dit kan belangrijk zijn als je als ondernemer door de tweede coronagolf alsnog betalingsruimte nodig hebt.

Het verzoek hoef je maar éénmalig in te dienen. Je krijgt dan voorlopig uitstel van betaling, de invorderingsmaatregelen worden gestopt en een eventuele verzuimboete wordt geschrapt. Je krijgt vanaf het moment van je verzoek 3 maanden uitstel van betaling voor de aanslagen die op dat moment openstaan. Het uitstel geldt automatisch ook voor de aanslagen die aan jou daarna in de periode van 3 aan jou worden opgelegd. Wil je dat wij je helpen bij een verzoek om bijzonder uitstel van betaling? Neem dan contact op met je klantbeheerder. 

Betalingsregeling belastingschulden na bijzonder uitstel

Veel ondernemers hebben al eerder bijzonder uitstel van belastingbetalingen aangevraagd. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt hoe zij straks met een betalingsregeling de belastingschulden alsnog gaan innen. Als ondernemer met uitstel krijg je hierover een brief.

Betalingsregeling
Dit is belangrijk om te weten over de afbetaling van de belastingschuld:

  • Vanaf 1 juli 2021 gaat voor de openstaande belastingschuld een betalingsregeling lopen tot 1 juli 2024.
  • Je mag de openstaande belastingschuld in 36 maandelijkse termijnen aflossen.
  • Krijg je belastingteruggaven, dan worden die tot 1-7-2024 niet verrekend.
  • De rente blijft tot 31-12-2021 (bijna) 0%.

Deze regeling komt in de plaats van de eerdere plannen voor een betalingsregeling van 24 maanden vanaf 1 januari 2021, en is dus ruimer geworden.

Nieuwe aangiften en aanslagen
Als je uitstel van betaling van 3 maanden is afgelopen, dan moet je alle nieuwe aangiften en aanslagen vanaf 1 oktober 2020 weer op tijd betalen.

Kreeg je al eerder uitstel van 3 maanden en heb je langer uitstel nodig? Dan kan je nog tot 1 januari 2021 om verlenging van het uitstel vragen. Dit verlengde uitstel geldt dan ook voor de nieuwe aanslagen en aangiften tot 1 januari 2021. Meer hierover lees je in het vervolg van dit artikel.

Verlenging bijzonder uitstel belastingaanslagen tot 1 januari 2021

Heb je als ondernemer bijzonder uitstel lopen, maar red je het niet met de 3 maanden die je hebt gekregen? Het aanvragen van verlenging is nog steeds mogelijk, de termijn is versoepeld. Vraag je vóór 1 januari 2021 verlenging van het uitstel aan, dan krijg je langer uitstel voor alle aanslagen en aangiften tot 1 januari 2021. De belastingschuld komt daarna in de betalingsregeling die start op 1 juli 2021. Dit betekent wel dat je vanaf 1 januari 2021 alle nieuwe aangiften en aanslagen weer op tijd moet betalen.

Voor de verlenging van betalingsuitstel gelden voorwaarden. Meer hierover lees je verderop in dit artikel.     

Voor welke belastingen is bijzonder uitstel mogelijk?

Als je als ondernemer bent getroffen door de coronacrisis, kun je bijzonder uitstel voor betaling van belastingaanslagen krijgen. Het gaat dan om de volgende belastingaanslagen:

1. Naheffingsaanslagen loonheffingen
​2. Naheffingsaanslagen omzetbelasting 
3. Voorlopige en definitieve aanslagen vennootschapsbelasting 
4. Voorlopige en definitieve aanslagen inkomstenbelasting
5. Voorlopige en definitieve aanslagen premie zorgverzekeringswet 

Ook voor andere belastingaanslagen die je door de coronacrisis tijdelijk niet kunt betalen, kan verlenging van betalingsuitstel worden aangevraagd. Het gaat om de volgende aanslagen:

  • Kansspelbelasting
  • Assurantiebelasting
  • Verhuurderheffing
  • Milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater)
  • Accijns (minerale oliën, alcohol en tabak)
  • Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken

Bijzonder uitstel van betaling voor gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting is ook mogelijk, maar dit is per gemeente of waterschap verschillend geregeld. Hiervoor moet je een apart verzoek indienen.

Invorderingsrente naar (bijna) 0%

Als je een aanslag niet op tijd betaalt, betaal je vanaf het einde van de betaaltermijn normaal gesproken 4% invorderingsrente. De invorderingsrente is sinds maart 2020 tijdelijk van 4% verlaagd naar 0,01%. Deze verlaging geldt tot 31 december 2021. De Belastingdienst neemt hiermee een belangrijke drempel weg om uitstel van betaling aan te vragen.  

Langer betalingsuitstel nodig?

Heb je betalingsuitstel voor je belastingen gehad en een aanvullend uitstel van betaling nodig vanwege de coronacrisis? Dan moet je voor 1 januari 2021 een aanvullende verzoek om betalingsuitstel (laten) indienen. Voor verlenging van het betalingsuitstel geldt dat jouw betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis moeten zijn ontstaan.

  • Bij een totale belastingschuld van minder dan 20.000 euro is een verzoek waarin je de oorzaak van de betalingsproblemen toelicht, voldoende.
  • Bij een belastingschuld van 20.000 euro of meer moet er een goede liquiditeitsprognose en  een deskundigenverklaring komen. Als jouw accountant zijn wij bevoegd een dergelijke verklaring op te stellen.  
  • Voor bv’s gaat tevens gelden dat de ondernemer moet verklaren dat geen dividenden en bonussen (aan de bestuurders) zullen worden uitgekeerd, of eigen aandelen worden ingekocht.

Bij het einde van de uitstelperiode ontvang je een voorstel voor een betalingsregeling.

Let op: een aanvullende voorwaarde voor langer dan 3 maanden betalingsuitstel is dat je hebt voldaan aan de aangifteplicht. Zie hierna.   

Aangifte btw en loonheffingen doen

De loonheffingen van een maand betaal je normaal gesproken op de aangifte die je doet in de maand daarna. Voor de btw doe je kwartaalaangifte in de maand na een kwartaal. Als je verzoekt om uitstel van betaling, moet je in maart 2020 en de maanden daarna wel je aangiften loonheffingen blijven indienen. Ook voor je kwartaalaangiften btw geldt dat je die tijdig moet blijven doen. Dat geldt dus ook als je betalingsproblemen hebt. Na het indienen wacht je dan de naheffingsaanslag af. Betaalverzuimboetes tijdens de periode dat je uitstel van betaling hebt, worden teruggedraaid. 

Let op: heb je al eerder een uitstelverzoek gedaan omdat er al een aanslag lag voor een andere belasting (bijvoorbeeld: inkomstenbelasting)? Dan is een uitstelverzoek niet meer nodig. De naheffingsaanslagen vallen dan automatisch onder het verleende bijzondere uitstel.

Uitstel van betaling aanslagen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting

Heb je nu al een aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting voor 2019 of eerder die je moet betalen? Of ontvang je die binnenkort? Als je hiervoor door de coronacrisis geen liquide middelen hebt, dan is hiervoor ook uitstel van betaling mogelijk. Het uitstel kan zowel worden aangevraagd voor definitieve aanslagen als  voorlopige aanslagen (die niet meer kunnen worden verlaagd). Ook voor naheffingsaanslagen btw of loonheffingen die je hebt liggen of nog ontvangt, kan uitstel worden aangevraagd. Ook hiervoor geldt dat de invorderingsrente van 23 maart tot 31 december 2021 op (bijna) 0% is gezet.

Belastingrente in aanslagen  

De rente die wordt berekend in de aanslagen zelf (belastingrente) is sinds juni 2020 ook verlaagd naar 0,01%. Als je door coronacrisis pas laat je aangiften inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting kunt indienen, wordt er geen belastingrente meer berekend vanaf juli 2020 (inkomstenbelasting) en juni 2020 (vennootschapsbelasting). Ook voor de naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen geldt dat vanaf juni 2020 geen belastingrente meer wordt berekend. De lage belastingrente geldt tot 1 oktober 2020. De rente voor aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is sinds 1 oktober 2020 4%. Voor aanslagen vennootschapsbelasting stijgt de rente op 31 december 2021 weer naar de torenhoge 8%. 

Let op: in aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2018 vanwege een laat ingediende aangifte kan je dus nog wel een deel belastingrente (tot juni 2020) verwachten.

Uitstelverzoek is ook melding betalingsonmacht

Het is niet meer nodig om een aparte melding betalingsonmacht te doen. De Belastingdienst ziet jouw uitstelverzoek ook als een melding betalingsonmacht voor belastingtijdvakken vanaf februari 2020 tot 1 januari 2021. Voorwaarde is dat de betalingsonmacht door de coronacrisis moet zijn ontstaan.

De melding betalingsonmacht is belangrijk voor rechtspersonen, zoals BV’s. Bestuurders van rechtspersonen die de omzet- of loonbelasting niet kunnen betalen, moeten tijdig de betalingsonmacht melden, om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen.

Verlaging voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 

Als ondernemer heb je waarschijnlijk begin dit jaar al een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2020 gehad. Daarbij is de winst over 2020 door de Belastingdienst ingeschat en betaal je de over 2020 verschuldigde inkomsten- en vennootschapsbelasting maandelijks (of in één keer) als voorschot vooruit. 

Verzoek verlaging voorlopige aanslag mogelijk 

Als de coronacrisis je hard raakt, kun je een verzoek om verlaging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting bij de Belastingdienst indienen. Dit kan als je over 2020 minder winst verwacht te maken dan begin dit jaar door de Belastingdienst is ingeschat. De Belastingdienst zal je verzoek toewijzen. Verlaging van de voorlopige aanslag 2020 betekent dat je de komende maanden minder hoeft te betalen. Als bij de verlaging blijkt dat je de afgelopen maanden te veel hebt betaald, krijg je het verschil uitbetaald. 

Wijziging regeling voor verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Categories: Nieuws, Nieuws voor het MKB (BV), Nieuws voor het MKB(BV), belastingnieuws, belastingaangifte of belastingaanslag
Reacties uitgeschakeld voor Wijziging regeling voor verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Op 5 oktober 2020 is een nota van wijziging op het met Prinsjesdag ingediende wetsvoorstel Belastingplan 2021 aan de Tweede Kamer gezonden. Er wordt voorgesteld om de regels voor de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting te wijzigen. De regels worden enerzijds beperkt en anderzijds verruimd. Als de wetswijziging wordt aangenomen, treden de regels per 1 januari 2022 in werking. De regels hebben gevolgen voor ondernemingen met aanwezige verliezen. 

Huidige regeling

Op dit moment kunnen verliezen in de vennootschapsbelasting worden verrekend met de winsten van het voorgaande jaar en de winsten van de zes volgende jaren.  In een winstjaar is de volledige belastbare winst beschikbaar voor verliesverrekening. Er geldt op dit moment dus geen maximumbedrag aan verliesverrekening per jaar. 

Voorgestelde wijzigingen

Het kabinet stelt voor om de verliesverrekeningsregels op drie punten te wijzigen:

  1. De voorwaartse verliesverrekeningstermijn (carry-forward) van zes jaar vervalt. Een verlies wordt daardoor onbeperkt in de tijd voorwaarts verrekenbaar. De achterwaartse verliesverrekeningstermijn (carry-back) blijft één jaar.
  2. Voor zover de belastbare winst over een jaar € 1 miljoen of minder is, kan die belastbare winst helemaal worden gebruikt voor de verrekening van een verlies uit een ander jaar.
  3. Voor zover de belastbare winst over een jaar meer is dan € 1 miljoen, kan slechts de helft van die belastbare winst boven € 1 miljoen worden gebruikt voor de verrekening van een verlies uit een ander jaar. 

Volgens het voorstel gaan deze regels in vanaf boekjaren die starten op of na 1 januari 2022. Dit betekent dat deze regels ook gaan gelden voor verliezen die op dat moment nog openstaan. Het gaat om verliezen die zijn geleden in boekjaren die zijn gestart op of na 1 januari 2013 en die nog niet verrekend zijn. 

Advies voor ondernemingen in Nederland

Voor belastingplichtigen met veel openstaande verliezen is het interessant te beoordelen of het mogelijk is om deze verliezen nog in 2020 en 2021 te verrekenen. Daarnaast is het in algemene zin altijd interessant te (laten) beoordelen in hoeverre de verliesverrekening kan worden geoptimaliseerd, bijvoorbeeld tussen groepsmaatschappijen. 

(Bron: BDO)

Prinsjesdag: de dag dat het kabinet haar plannen presenteert. De plannen vliegen je weliswaar om de oren, vandaar dat we de 3 belangrijkste items voor u hebben opgesomd. Heeft u langer de tijd?

1. Invoering startersvrijstelling overdrachtsbelasting

Om de toegang tot de woningmarkt voor starters te verbeteren, wordt per 1 januari 2021 een vrijstelling voor overdrachtsbelasting ingevoerd. De vrijstelling geldt voor de aankoop van een eigen woning door een koper tussen de 18 en 35 jaar.

Is er al eerder gebruikgemaakt van de overdrachtsbelastingvrijstelling, of is de koper 35 jaar of ouder, dan geldt het huidige tarief van 2% voor de aanschaf van een eigen woning.

Voor de overige verkrijgingen gaat het tarief van de overdrachtsbelasting naar 8% (6% in 2020). Hierbij kan worden gedacht aan niet-woningen (bedrijfsgebouwen, hotels etc.), maar daarnaast ook aan woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt.

Bent u voornemens te investeren in onroerend goed, dan kan het interessant zijn om dat nog dit jaar te doen. Bij uitstel tot 2021 zal dat 8% overdrachtsbelasting tot gevolg hebben i.p.v. 2% (woningen) of 6% (zakelijk vastgoed).

2. Afbouw hypotheekrente- en zelfstandigenaftrek

In het belastingplan 2021 worden de ingezette versoberingen zoals de afbouw van hypotheekrenteaftrek en zelfstandigenaftrek verder doorgezet. De box 2 belasting gaat in 2021 weer verder omhoog naar 26,9% en het tarief in box 3 stijgt licht naar 31%. Laat daarom beoordelen of uw privé situatie fiscaal nog optimaal is.

Mogelijk is het raadzaam om de hypotheek eigen woning af te lossen, al dan niet via dividend uit uw bv, of met spaargeld. Of is het wellicht beter om uw hypotheek om te zetten naar box 3? Zijn er mogelijkheden om vermogen onder te brengen in uw onderneming of BV? En is uw salaris fiscaal nog wel optimaal? Koenen en Co brengt het graag in kaart om er voor te zorgen dat u niet te veel belasting betaalt – fijn toch?

3. Wijzigingen vennootschapsbelasting per 2021


Lage tarief vennootschapsbelasting

Ondanks eerdere aankondigingen dat per 1 januari 2021 het hoge Vpb-tarief zou worden verlaagd, blijft ook in 2021 het hoge Vpb-tarief van 25% van kracht.

Het lage Vpb-tarief zal per 2021 verder worden verlaagd naar 15%, waarbij dit tarief geldt over de eerste €245.000 aan belastbare winst. Vanaf 2022 zal de lage tariefschijf verder worden uitgebreid naar een belastbare winst tot €395.000.

Vormen uw vennootschappen een fiscale eenheid? Dan is het wellicht raadzaam om deze binnenkort (gedeeltelijk) te verbreken om meermaals gebruik te kunnen maken van het tariefopstapje. Wij onderzoeken graag of dit in uw situatie voordelig is!

Verliesverrekening

Daarnaast is in het Belastingplan 2021 aangekondigd dat per 1 januari 2022 een nieuwe verliesverrekeningssystematiek zal worden ingevoerd. In plaats van de huidige voorwaartse verliesverrekeningstermijn van zes jaar, zullen vanaf 2022 verliezen onbeperkt voorwaarts verrekenbaar zijn. Tot een belastbare winst van € 1.000.000 is de volledige winst verrekenbaar (zowel voorwaarts als achterwaarts), bij verliezen boven deze €1 miljoen-grens is de jaarlijkse verliesverrekening beperkt tot 50% van de belastbare winst.

Passend advies

Bent u benieuwd welke gevolgen het Belastingplan 2021 heeft voor u? Wij helpen u graag met een passend advies! Neem contact op met uw klantadviseur of belastingadviseur voor meer informatie.

(Bron: Koenen en Co)

Afgelopen week heeft staatssecretaris Vijlbrief laten weten dat ondernemers die wegens corona uitstel van betaling van belastingen hebben gekregen, langer de tijd krijgen om hun opgebouwde belastingschuld af te lossen. Zij krijgen nu 36 maanden de tijd om de belastingschuld terug te betalen en hoeven pas vanaf 1 juli 2021 terug te betalen. Die betalingsregeling eindigt dan dus uiterlijk op 30 juni 2024!

Ook tot 31 december 2020 verzoek om verlenging mogelijk

De Belastingdienst verwacht dat er een grote groep ondernemers is die wel meer dan drie maanden uitstel nodig heeft, maar nog niet heeft verzocht om verlenging. Deze ondernemers krijgen daarom langer de tijd om verlenging van het bijzonder uitstel van betaling. In plaats van tot 1 oktober dit jaar, krijgen ze tot 1 januari 2021 de tijd om verlenging van het uitstel aan te vragen.

Afbetaling volgens vast maandelijks bedrag

Ondernemers beginnen per 1 juli 2021 met het afbetalen van de belastingschuld die zij door de coronacrisis hebben opgebouwd met een vast bedrag per maand. Uiteraard is het ook mogelijk om eerder af te lossen als de ondernemer dit wil. De tijdelijke verlaging van invorderingsrente naar bijna nul procent blijft van kracht tot en met 31 december 2021. Zoals het er nu voor staat, gaat de invorderingsrente daarna weer naar het “normale” tarief van 4% terug. Dat betekent dat bij de betalingsregeling over de periode van 1 januari 2022 t/m 30 juni 2024 het hogere percentage voor de invorderingsrente zal gelden.

Veel ondernemers lossen al af

Sinds het begin van de noodmaatregelen hebben ruim 250.000 ondernemers uitstel van betaling aangevraagd. Zo’n 50.000 ondernemers hebben hun belastingschuld inmiddels volledig afbetaald. Op dit moment zijn er zo’n 200.000 ondernemers die nog gebruik maken van de regeling, voor een bedrag van ongeveer € 12 miljard. Ruim 130.000 ondernemers blijken genoeg gehad te hebben aan drie maanden uitstel. Bijna 40% van hen heeft de opgebouwde belastingschuld al helemaal terugbetaald.

(Bron: Flynth)_

Eerder schreven wij over de mogelijkheid om drie maanden uitstel van betaling van belasting aan te vragen wegens Corona. Dit aangevraagde uitstel gaat in de komende periode bij veel aanvragers aflopen.

nmiddels heeft de belastingdienst hierover de eerste brieven verstuurd. Helaas werd in die brieven de indruk gewekt dat de verschuldigde belasting ineens moest worden terugbetaald.
Dat is niet de bedoeling: de belastingdienst zal komen met een voorstel voor gespreide betaling. Deze zomer zal daarover meer duidelijkheid worden verschaft. Tot dat moment hoeft de openstaande belastingschuld nog niet betaald te worden. 

Indien u na afloop van de drie maanden uitstel nogmaals drie maanden uitstel wenst, kunt u daartoe online een verzoek indienen (zie onderstaande link).
https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/ondernemers/content/hoe-vraag-ik-voor-3-maanden-bijzonder-uitstel-van-betaling-aan-vanwege-de-coronacrisis

Indien de belastingschuld ten tijde van de eerste aanvraag om uitstel € 20.000 was of hoger, is een derdenverklaring plus liquiditeitsprognose vereist voor dit aanvullend uitstel. Tijdens het aanvullend uitstel hoeft u ook nieuwe belastingschulden die in die maanden opkomen nog niet te betalen: deze lopen mee in het uitstel. Na afloop van de zes maanden uitstel komt de belastingdienst met een voorstel voor gespreide betaling.

(Bron: HLB)

Prinsjesdag in uitdagende tijden: binnenkort is het zover. Wat er op 15 september voor u als ondernemer gepresenteerd gaat worden? Ik kijk graag samen met u vooruit.

Uitdagende spagaat

Het kabinet heeft eerder al aangegeven niet verder te willen bezuinigen. En daar is het natuurlijk ook helemaal niet de tijd voor. Alleen: de laatste maanden zijn er al tientallen miljarden euro’s extra uitgegeven aan steunmaatregelen. En het begrotingstekort wordt alsmaar groter en groter. Er is echt geld nodig, dus dan moet je toch eigenlijk wel weer bezuinigen. Maar de vraag is: wanneer en hoe gaat dat gebeuren? Een uitdagende spagaat.

Welkom steuntje in de rug

Ik hoop van harte dat het kabinet zijn belofte kan waarmaken en ervoor kan blijven zorgen dat ondernemers hun eigen koers kunnen blijven varen, met vertrouwen in de toekomst. Door bezuinigingen en aftrekbeperkingen voorlopig even uit te stellen, voor tijdelijke verlichting.

Dit gebeurt al met de Wet excessief lenen, heeft het kabinet onlangs aangekondigd. Deze wet is nu uitgesteld tot 2023. Zo krijgen aanmerkelijk-belanghouders meer tijd om hun schuld aan de vennootschap af te lossen. Dat is een welkom steuntje in de rug. Ook de voorgenomen aanpassing van de box 3-heffing is nu van de baan. Er is een eenvoudiger voorstel in de maak dat eerlijker is en kleine spaarders en beleggers meer zal ontzien.

Liquiditeit verbeteren

Ook weten we op Prinsjesdag waarschijnlijk meer over de coronareserve-maatregel. Ondernemers die vennootschapsbelasting (vpb) betalen, mogen het verwachte verlies dit jaar aftrekken van de winst over 2019. Ze kunnen dan een gedeelte van de vpb terugkrijgen die ze voor 2019 betaald hebben. In ‘normale tijden’ kun je dit verlies pas meenemen in de aangifte over dit jaar. Het kabinet heeft dit aangepast om de liquiditeit van ondernemers te verbeteren.

Ad-hocmaatregelen

Ik ben vooral ook nieuwsgierig naar de rest van het jaar. Het zou zomaar kunnen dat er op Prinsjesdag helemaal geen grootse plannen worden gepresenteerd. Het ligt er natuurlijk aan hoelang de crisis nog duurt. Maar ik denk dat we de rest van het jaar regelmatig ad-hocmaatregelen kunnen verwachten. Maatregelen waar we nu nog geen weet van hebben. Om ondernemers te ondersteunen bij de continuïteit van hun bedrijf, passend bij de actualiteit.

Op 20 mei maakte het kabinet een nieuw Noodpakket 2.0 in verband met de coronacrisis bekend. Daarin zit ook een verlenging van de fiscale maatregelen.

Bijzonder uitstel van betaling belastingaanslagen

De periode waarin je als ondernemer belastinguitstel kunt aanvragen, is vanwege de aanhoudende coronacrisis verlengd tot 1 oktober 2020. Als ondernemer krijg je bij je eerste aanvraag direct drie maanden uitstel van betaling. Je hoeft maar één keer een verzoek in te (laten) dienen. Het uitstel geldt voor alle belastingaanslagen die je de komende 3 maanden krijgt opgelegd.

Langer dan 3 maanden uitstel mogelijk

Je kan als ondernemer ook voor een langere periode dan drie maanden uitstel aanvragen. Je moet dan onderbouwen dat je door de coronacrisis in betalingsproblemen bent gekomen. Hiervoor worden voorwaarden gesteld, die nog worden bekendgemaakt. Voor bv’s gaat in ieder geval gelden dat de ondernemer moet verklaren dat geen dividenden en bonussen (aan de bestuurders) zullen worden uitgekeerd, of eigen aandelen worden ingekocht.   

Bij het einde van de uitstelperiode wordt aan ondernemers een voorstel voor een betalingsregeling gedaan. 

Belasting- en invorderingsrente tot 1-10 (bijna) 0%

Een nadeel van belastinguitstel is dat je dan achteraf rente moet betalen. Dat is niet de bedoeling. De belastingrente en invorderingsrente blijven daarom tot 1 oktober 2020 verlaagd tot bij 0% (namelijk: 0,01%).

Betaalverzuimboetes vervallen 

Als je de loonheffingen of btw niet op tijd voldoet, krijg je een naheffingsaanslag met een betaalverzuimboete. Deze boete hoef je niet te voldoen, deze wordt kwijtgescholden. Dit geldt nu al, en wordt verlengd tot 1 september 2020.

Soepel urencriterium voor ondernemers tot 1 oktober 2020

Voor o.a. de zelfstandigenaftrek geldt dat je als ondernemer in een jaar tenminste 1.225 uur in je onderneming moet werken. Als de zaken door de coronacrisis stilliggen, dan kan het zijn dat je dit aantal uren in 2020 niet haalt. Het urencriterium wordt versoepeld tot 1 oktober 2020. In de periode van 1 maart tot en met 30 september wordt er vanuit gegaan dat je tenminste 24 uren per week aan jouw onderneming hebt besteed. Heb je seizoensgebonden werkzaamheden, dan is het aantal uren van het eerste halfjaar in 2019 het uitgangspunt.

(Bron: Alfa)

Het kabinet heeft een aantal aanvullende fiscale maatregelen aangekondigd ter bestrijding van de coronacrisis. De maatregelen zijn met name gericht op het geven van financiële ruimte aan bedrijven en ondernemers. Eén van de maatregelen is de invoering van een coronareserve in de vennootschapsbelasting.

Deze reserve maakt het mogelijk een verwacht coronagerelateerd verlies over 2020 versneld te kunnen verrekenen met het resultaat over 2019. Normaal gesproken kan het verlies over 2020 pas worden verrekend met het resultaat over 2019 wanneer de aanslag vennootschapsbelasting over 2019 definitief is vastgesteld en de aangifte vennootschapsbelasting 2020 is ingediend.

FISCALE MAATREGEL

Door deze fiscale maatregel kan het te verwachten verlies over 2020 in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 van de winst in 2019 worden afgetrokken. Hierbij geldt dat deze coronareserve niet hoger mag zijn dan de winst van 2019. Daarnaast kan nu al een teruggave van de eerder over 2019 betaalde vennootschapsbelasting door middel van een nadere voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019 worden gevraagd.

Voor het vormen van een coronareserve in 2019 gelden de volgende voorwaarden:

  • Er is sprake van een verwacht coronagerelateerd verlies in het boekjaar 2020
  • Het verwachte coronagerelateerde verlies kan niet groter zijn dan het totale verlies dat de belastingplichtige verwacht over het boekjaar 2020
  • De dotatie aan de coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve
  • De coronareserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen
  • De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves

(Bron: Mazars)

Rechtspersonen moeten voor het doen van aangiften, loonheffingen en vennootschapsbelasting sinds dit jaar verplicht gebruik maken van e-Herkenning. Aan het verkrijgen van e-Herkenning zijn jaarlijks kosten verbonden. Wij zetten de regels en mogelijkheden voor u uiteen.

Wat is E-Herkenning precies?

E-Herkenning is een veilig gedigitaliseerd communicatiemiddel waarmee inmiddels met enige honderden overheidsinstanties kan worden gecommuniceerd. Het verplichte gebruik van e-Herkenning betekent dat de loonaangifte en aangifte vennootschapsbelasting voor rechtspersonen niet meer kosteloos kan gebeuren. Op termijn zal het ook voor de btw aangifte verplicht worden om de e-Herkenning te gebruiken.

E-herkenning mogelijk onwettig?

Het is nog maar de vraag of het wettelijk is toegestaan om ondernemers te verplichten een betaald systeem te gebruiken voor de belastingaangifte. In antwoord op Kamervragen blijkt dat de verantwoordelijke bewindslieden vinden dat dit wel het geval is, maar hieraan wordt door meerdere experts getwijfeld.

Tijdig aanleveren van belastingaangiftes verplicht

Ondernemers zijn echter wel verplicht om hun belastingaangiftes tijdig in te leveren, dus ondernemingen zonder e-Herkenning worden op deze manier gedwongen e-Herkenning aan te schaffen.

Verschillende tarieven voor e-Herkenning

E-Herkenning wordt aangeboden door een zestal bedrijven met verschillende tarieven. Deze tarieven variëren, afhankelijk van de geboden mogelijkheden. Voor het gebruik van e-Herkenning voor de loonaangifte is minstens het één na hoogste veiligheidsniveau vereist, EH3.

Let op! Ook andere rechtspersonen, zoals verenigingen en stichtingen, moeten verplicht e-Herkenning gebruiken.

Verzorgen wij uw aangifte loonheffingen en / of vennootschapsbelasting?

Dan heeft u niet direct de e-herkenning nodig. Het kan wel zijn dat u voor de communicatie met UWV en / of andere overheidsinstanties de e-herkenning nodig heeft. U kunt ons voor deze communicatie machtigen.