All posts in Nieuws voor de Zelfstandige Zonder Personeel

Ondernemers die in 2020 een Tozo-uitkering ontvingen én een partner hebben, kunnen bij de aangifte over 2020 geconfronteerd worden met een belastingheffing bij die partner. Dit is het gevolg van het feit dat de Tozo voor 50% aan die partner wordt toegerekend. Deze heffing kan in de honderden euro’s lopen.

Tozo is gezinsinkomen

Zelfstandigen die door corona in financiële moeilijkheden zijn gekomen, kunnen sinds maart 2020 in aanmerking komen voor de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). Via de Tozo kan het inkomen van een zelfstandige worden aangevuld tot het bestaansminimum. Dit is maximaal € 1.500. De Tozo kon in de eerste maanden ook worden verkregen als de partner van een zelfstandige zelf wel voldoende inkomen had.

De Tozo is een uitkering die juridisch valt onder de bijstandsregel- en wetgeving, daardoor wordt de Tozo wordt gezien als bijstand aan het gezin en is dus gezinsinkomen. Dit betekent dat 50% van de uitkering wordt toegerekend aan de partner.

Heeft u een partner?

De toerekening van de Tozo geschiedt voor zelfstandigen met een partner voor 50% aan de partner, die hier ook zelf belasting over moet betalen. De gemeente houdt hier bij het uitbetalen wel rekening mee, maar niet met het feit dat de partner wellicht al een deel van de heffingskorting gebruikt vanwege eigen inkomsten.

Heffingskorting

Als de heffingskorting al helemaal of deels gebruikt is vanwege inkomsten van de partner zelf, wordt het deel van de Tozo dat aan de partner wordt toegerekend belast tegen het belastingtarief dat hoort bij het totale inkomen. Dit wordt zichtbaar bij het doen van de belastingaangifte over 2020, waardoor de partner wellicht meer inkomstenbelasting moet betalen dan normaal.

Commotie over de belastingheffing bij de Tozo

Er is veel commotie over de wijze van belastingheffing over de Tozo-uitkering. Er is namelijk niet door de overheid duidelijk gecommuniceerd dat de Tozo een gezinsinkomen volgens de bijstandsregelgeving is en zowel bij de zelfstandige als partner als inkomen wordt beschouwd. Diverse organisaties hebben aangegeven dit bespreekbaar bij de overheid te maken. Vooralsnog moeten in de aangiften inkomstenbelasting de Tozo uitkeringen bij iedere partner aangegeven worden. Mocht dit veranderen dan houden we u natuurlijk op de hoogte.

(Bron: DRV)

Na lang wachten is de webmodule gereed die opdrachtgevers helpt te beoordelen of sprake is van een dienstbetrekking of juist niet. De webmodule is geïntroduceerd door de overheid omdat de regels rondom de inhuur van zelfstandigen nog steeds onduidelijk zijn. Deze regels zijn nu opgenomen in de veel besproken wet DBA (Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties). De webmodule die u als opdrachtgever anoniem kunt invullen helpt u om uw (potentiële) arbeidsrelatie te beoordelen.

Pilot zes maanden voor webmodule beoordeling arbeidsrelatie

Op dit moment is de webmodule een pilot. Daardoor heeft de uitkomst nog geen juridische status. De pilot duurt minimaal 6 maanden. De webmodule is de vinden via het Ondernemersplein van de KVK.

Nadat u de vragen in de webmodule heeft ingevuld zijn er 3 mogelijke uitkomsten:

  • Indicatie dat de werkzaamheden buiten een dienstbetrekking kunnen worden uitgevoerd.
  • Indicatie dat sprake is van een dienstbetrekking.
  • Geen oordeel mogelijk op grond van de gegeven antwoorden.

Voorlopig geen handhaving op de Wet DBA

Tot oktober 2021 zal geen handhaving op de Wet DBA (Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties) plaatsvinden, tenzij sprake is van kwaadwillendheid of een verzoek van de belastingdienst om de arbeidsrelatie als dienstbetrekking aan te merken niet wordt uitgevoerd.

(Bron: DRV)

Regelingen voor extra ondersteuning zelfstandig ondernemers

Mogelijk maakt u als ondernemer al gebruik van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Ondernemers kunnen ondersteuning aanvragen in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum.

De regeling is verlengd tot 1 juli 2021. In de tussentijd gaan aanvullende voorwaarden gelden.

Vanaf 1 februari 2021 kan de Tozo 3.0 worden aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf de voorafgaande maand. Op 1 februari 2021 kan een ondernemer de Tozo-uitkering dus aanvragen vanaf 1 januari 2021.

Ook in de Tozo 4.0, die per 1 april 2021 kan worden aangevraagd, wordt deze mogelijkheid van terugwerkende kracht opgenomen ten aanzien van Tozo 4-uitkeringen

Vermogenstoets is vervallen

In eerste instantie zou vanaf 1 oktober 2020 de vermogenstoets gaan gelden. Deze is komen te vervallen. De vermogenstoets houdt in dat ondernemers die dan meer dan €46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen bezitten, niet (langer) voor de Tozo in aanmerking komen.

Met directe geldmiddelen kunt u onder meer denken aan:

  • Contant geld
  • Bank- en spaarsaldo
  • Aandelen
  • Obligaties
  • Opties

Ander vermogen, zoals een bedrijfspand en machines, blijft buiten schot. Ook een eigen woning en afgeschermd pensioen tellen niet mee voor de grens van € 46.520.

Inkomenstoets partner blijft

Met ingang van Tozo 2.0 geldt de toets op het inkomen van de partner. Deze partnertoets blijft van kracht. Er wordt niet gekeken naar levensvatbaarheid van het bedrijf en de kostendelernorm wordt ook nu niet toegepast. Deze norm betekent dat wanneer meerdere volwassenen samenwonen, de bijstandsuitkering lager wordt, omdat ervan uit wordt gegaan dat de kosten gedeeld worden.

Lening blijft mogelijk

Ook onder de Tozo 3.0 blijft een lening voor bedrijfskapitaal mogelijk. Het totale bedrag van de lening mag onder de Tozo 1.0, 2.0 en 3.0 samen niet meer bedragen dan € 10.157. Ondernemers die al een lening van deze omvang hebben gekregen, kunnen die dus niet nog een keer aanvragen.

Wat na Tozo 4.0?

De bestaande Bbz-regeling (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) blijft als vangnet dienen nadat de Tozo afloopt. Ook de Bbz voorziet in ondersteuning voor levensonderhoud en in krediet voor bedrijfskapitaal.

Heroriëntatie

Het kabinet vindt het belangrijk dat ondernemers die door de coronacrisis in moeilijkheden zijn gekomen, zich heroriënteren op hun toekomst. Daarom gaan gemeentes vanaf 1 januari 2021 deze ondernemers actief ondersteunen op het gebied van coaching, advies en bij- of omscholing.

Tozo aanvragen

De regeling is aan te vragen tussen 1 oktober 2020 en 30 juni 2021. De startdatum van de aanvraagmogelijkheid kan per gemeente verschillen. Houd de website van uw gemeente in de gaten voor meer informatie.

U kunt ook online checken of u voor Tozo in aanmerking komt.

Meer informatie vindt u op de website van de Rijksoverheid.

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Voor ondernemers waarvoor het huidige Tozo-pakket onvoldoende oplossing biedt, heeft het kabinet de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) ingesteld. Zowel:

  • werknemers die hun baan verliezen als;
  • zelfstandigen die als gevolg van de coronamaatregelen hun opdrachten verliezen

kunnen bij hun gemeente aankloppen voor de TONK. Deze regeling biedt hen extra hulp bij het betalen van onvermijdelijke en noodzakelijke kosten. Het gaat om kosten die zij, door een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen (vanwege corona), niet meer kunnen dragen. De nadruk ligt daarbij op de woonkosten.

Voorwaarden

U komt voor de TONK in aanmerking als u:

  • 18 jaar of ouder bent;
  • aanzienlijk inkomen verliest door de coronacrisis;
  • uw woonkosten niet meer uit uw inkomen of uw vermogen kunt betalen, en;
  • wanneer overige financiële tegemoetkomingen tekortschieten.

Daarnaast gelden nog andere voorwaarden die per gemeente kunnen verschillen.

TONK aanvragen afhankelijk per gemeente

Het verschilt per gemeente wanneer de aanvraag voor TONK mogelijk is. Ook wordt per gemeente bepaalt welke personen voor de TONK in aanmerking komen en wat de hoogte is van de tegemoetkoming. Het kabinet heeft gemeenten wel opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK.

De TONK geldt met terugwerkende kracht van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

(Bron: De Jong & Laan)

De huidige tijd kan er toe leiden dat een belastingplichtige zorgen heeft over de betaalbaarheid van zijn hypotheek. Overleg met de kredietverstrekker is dan de aangewezen route. Kredietverstrekkers kunnen hun klanten – die als gevolg van de coronacrisis tijdelijk niet in staat zijn aan hun betalingsverplichtingen te voldoen – de mogelijkheid bieden tot een betaalpauze van maximaal zes maanden. In deze periode hoeft dan geen of minder rente en aflossing betaald te worden voor de hypotheek. Let wel; deze achterstand moet in de toekomst wel alsnog worden voldaan. Aanvankelijk gaf een beleidsbesluit van 16 december 2020 een goedkeuring in dit kader. Dit is nu verlengd in het Besluit van 25 maart 2021 (nr. 2021-7241).

De Wet Inkomstenbelasting 2001 regelt voor eigenwoningschulden vanaf 1 januari 2013 hoe achterstand in de aflossing en rentebetaling moet worden ingelopen, als deze op enig moment is opgelopen. Als niet aan deze wettelijke eisen wordt voldaan, loopt de belastingplichtige het risico dat het recht op aftrek van rente en kosten vervalt. Om het in bepaalde gevallen mogelijk te maken ook op een andere dan in de fiscale wetgeving vastgelegde wijze de aflossingsachterstand in te halen, worden twee goedkeuringen opgenomen.

Goedkeuringen in het beleidsbesluit 

De eerste goedkeuring ziet toe op het zo snel mogelijk na afloop van de uitstelperiode vaststellen van een nieuw annuïtair schema. Op basis hiervan wordt het inhalen van de aflossingsachterstand uitgesmeerd over de resterende looptijd van de maximale termijn van 360 maanden van de lening.  Het nieuwe aflosschema moet uiterlijk op 1 januari 2023 (of 1 januari 2022 als de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van 2020) ingaan.

Ten tweede wordt toegestaan de resterende lening te splitsen, waarbij voor de resterende hoofdsom (zonder rekening te houden met de aflossingsachterstand) het bestaande annuïtaire schema van toepassing blijft. Voor het deel van de aflossingsachterstand wordt dan een afzonderlijke (hypothecaire) lening met een eigen annuïtair schema afgesloten, waarbij de looptijd maximaal gelijk is aan de resterende looptijd van de oorspronkelijke hoofdsom. In de huidige wettelijke regeling moet voor de totale resterende hoofdsom een nieuw annuïtair schema wordt vastgesteld.  

Maatwerk

Door deze regelingen ontstaan meer mogelijkheden tot maatwerk. Uiteraard moet naast de gemiste aflossingen ook de uitgestelde rente alsnog aan de kredietverstrekker worden betaald. Deze uitgestelde rente is aftrekbaar volgens de reguliere fiscale regels. Afhankelijk van de wijze waarop belastingplichtige en geldverstrekker dit regelen, kan het zijn dat deze rente aftrekbaar is op het moment van rentedragend schuldig worden (2020 of 2021) of op het moment van feitelijke betaling.

Familiebank of eigenwoninglening bij BV

In de situatie dat de eigenwoninglening niet bij een commerciële uitvoerder is overeengekomen, maar bijvoorbeeld bij de ouders of bij de eigen BV, is het onder voorwaarden ook mogelijk een betaalpauze overeen te komen. Hiervoor gelden enkele specifieke voorwaarden. 

Geldigheid beleidsbesluit 

Het beleidsbesluit geldt voor belastingplichtigen die zich tussen 12 maart 2020 en 1 juli 2021 melden, of hebben gemeld bij hun kredietverstrekker en een betaalpauze overeenkomen van maximaal twaalf maanden. Deze betaalpauze moet uiterlijk op 1 juli 2021 ingaan. Onder nadere voorwaarden kan ook voor betaalpauzes die sinds 12 maart al zijn overeengekomen – en mogelijk deels al ten uitvoering zijn gebracht in de periode voorafgaande aan publicatie van het besluit – gebruik worden gemaakt van de regeling, zoals opgenomen in het beleidsbesluit. 

Voorlopige aanslag

Het is verstandig om bij een situatie als deze na te gaan of een opgelegde voorlopige aanslag over 2021 en/of de voorschotbeschikking(en) toeslag(en) op basis van het eerder geschatte inkomen over 2021 moet(en) worden aangepast. Hiermee kan voorkomen worden dat in 2022 terugbetalingen moeten plaatsvinden.

(Bron: BDO)

Regelingen voor extra ondersteuning zelfstandig ondernemers

Mogelijk maakt u als ondernemer al gebruik van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Ondernemers kunnen ondersteuning aanvragen in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum.

De regeling is verlengd tot 1 juli 2021. In de tussentijd gaan aanvullende voorwaarden gelden.

Vanaf 1 februari 2021 kan de Tozo 3.0 worden aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf de voorafgaande maand. Op 1 februari 2021 kan een ondernemer de Tozo-uitkering dus aanvragen vanaf 1 januari 2021.

Ook in de Tozo 4.0, die op 1 april 2021 ingaat, wordt deze mogelijkheid van terugwerkende kracht opgenomen ten aanzien van Tozo 4-uitkeringen.

Vermogenstoets is vervallen

In eerste instantie zou vanaf 1 oktober 2020 de vermogenstoets gaan gelden. Deze is komen te vervallen. De vermogenstoets houdt in dat ondernemers die dan meer dan €46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen bezitten, niet (langer) voor de Tozo in aanmerking komen.

Met directe geldmiddelen kunt u onder meer denken aan:

  • Contant geld
  • Bank- en spaarsaldo
  • Aandelen
  • Obligaties
  • Opties

Ander vermogen, zoals een bedrijfspand en machines, blijft buiten schot. Ook een eigen woning en afgeschermd pensioen tellen niet mee voor de grens van € 46.520.

Inkomenstoets partner blijft

Met ingang van Tozo 2.0 geldt de toets op het inkomen van de partner. Deze partnertoets blijft van kracht. Er wordt niet gekeken naar levensvatbaarheid van het bedrijf en de kostendelernorm wordt ook nu niet toegepast. Deze norm betekent dat wanneer meerdere volwassenen samenwonen, de bijstandsuitkering lager wordt, omdat ervan uit wordt gegaan dat de kosten gedeeld worden.

Lening blijft mogelijk

Ook onder de Tozo 3.0 blijft een lening voor bedrijfskapitaal mogelijk. Het totale bedrag van de lening mag onder de Tozo 1.0, 2.0 en 3.0 samen niet meer bedragen dan € 10.157. Ondernemers die al een lening van deze omvang hebben gekregen, kunnen die dus niet nog een keer aanvragen.

Wat na Tozo 4.0?

De bestaande Bbz-regeling (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) blijft als vangnet dienen nadat de Tozo afloopt. Ook de Bbz voorziet in ondersteuning voor levensonderhoud en in krediet voor bedrijfskapitaal.

Heroriëntatie

Het kabinet vindt het belangrijk dat ondernemers die door de coronacrisis in moeilijkheden zijn gekomen, zich heroriënteren op hun toekomst. Daarom gaan gemeentes vanaf 1 januari 2021 deze ondernemers actief ondersteunen op het gebied van coaching, advies en bij- of omscholing.

Tozo aanvragen

De regeling is aan te vragen tussen 1 oktober 2020 en 30 juni 2021. De startdatum van de aanvraagmogelijkheid kan per gemeente verschillen. Houd de website van uw gemeente in de gaten voor meer informatie.

U kunt ook online checken of u voor Tozo in aanmerking komt.

Meer informatie vindt u op de website van de Rijksoverheid.

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Voor ondernemers die binnen het huidige Tozo-pakket net buiten de boot vallen, heeft het kabinet de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) ingesteld. Zowel:

  • werknemers die hun baan verliezen als;
  • zelfstandigen die als gevolg van de coronamaatregelen hun opdrachten verliezen

kunnen bij hun gemeente aankloppen voor de TONK. Deze regeling biedt hen extra hulp bij het betalen van onvermijdelijke en noodzakelijke kosten. Het gaat om kosten die zij, door een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen (vanwege corona), niet meer kunnen dragen. De nadruk ligt daarbij op de woonkosten.

Voorwaarden

U komt voor de TONK in aanmerking als u:

  • 18 jaar of ouder bent;
  • aanzienlijk inkomen verliest door de coronacrisis;
  • uw woonkosten niet meer uit uw inkomen of uw vermogen kunt betalen, en;
  • wanneer overige financiële tegemoetkomingen tekortschieten.

Daarnaast gelden nog andere voorwaarden die per gemeente kunnen verschillen.

TONK aanvragen afhankelijk per gemeente

Het verschilt per gemeente wanneer de aanvraag voor TONK mogelijk is. Ook wordt per gemeente bepaalt welke personen voor de TONK in aanmerking komen en wat de hoogte is van de tegemoetkoming. Het kabinet heeft gemeenten wel opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK.

De TONK geldt met terugwerkende kracht van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

(Bron: De Jong & Laan)

Ga je als ondernemer een nieuwe volledig emissieloze bestelauto kopen of financial leasen? Dan kom je in aanmerking voor de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). Deze nieuwe subsidie opent op 15 maart 2021 en loopt tot 31 maart 2025. Het subsidiebedrag bedraagt maximaal €5.000 per bedrijfsauto.

Voorwaarden

De bedrijfsauto is volledig emissieloos. Dat kan een elektrische auto zijn, maar ook bijvoorbeeld een auto op waterstof met elektromotor. Het gaat om voertuigen in categorie N1 (lichte bedrijfsauto’s tot 3.500 kg) en N2 (zware bedrijfsauto’s van 3.500 kg tot 4.250 kg). Op het moment dat de subsidieaanvraag wordt ingediend, mag de koop- of financial leaseovereenkomst nog niet definitief zijn. Ook mag op dat moment de auto nog niet aan je geleverd zijn of al op je naam staan. Als de subsidie is aangevraagd, mag je tot koop overgaan. De auto moet vervolgens minimaal 3 jaar onafgebroken op je naam staan als subsidieontvanger.

N1-voertuigen

Voor voertuigen in de N1-klasse moet de netto catalogusprijs hoger zijn dan €20.000. Je subsidie bedraagt 10% van de catalogusprijs, tot een maximum van €5.000 per bedrijfsauto. Voor N1-auto’s met een typegoedkeuring voor lichte voertuigen geldt een actieradius van minimaal 100 km. Voor overige (zware) voertuigen in de N1-klasse geldt geen minimale actieradius.

N2-voertuigen

In voertuigcategorie N2 bedraagt de subsidie 10% van de verkoopprijs zonder btw, met een maximum van €5.000 per bedrijfsauto. De verkoopprijs exclusief btw moet minimaal €20.000 bedragen. Voor deze categorie geldt geen minimale actieradius waaraan de auto moet voldoen.

Subsidie aanvragen

Wil je door de aanschaf van een emissieloze bedrijfsauto je steentje bijdragen aan duurzaamheid, dan is deze subsidie een mooie bijkomstigheid. En naast deze contante subsidie is er ook nog milieu-investeringsaftrek (MIA) en in sommige gevallen vrije afschrijving (Vamil) mogelijk. Een aanvraag moet worden gedaan via RvO.nl met eHerkenning niveau 2+ of een hoger niveau met de juiste machtiging..

(Bron: Alfa)

Op de portalen van de Belastingdienst en de Douane worden vertrouwelijke gegevens verwerkt. Het is daarom belangrijk dat ondernemers veilig kunnen inloggen op deze portalen. De lidstaten van de EU hebben samen de eIDAS-verordening gemaakt. Hierin staan de eisen voor de betrouwbaarheidsniveaus van inlogmiddelen. De portalen van de Belastingdienst en de Douane moeten worden beveiligd met betrouwbaardere inlogmiddelen, zoals eHerkenning. eHerkenning is vergelijkbaar met DigiD, maar dan voor bedrijven. De Belastingdienst eist eHerkenning met niveau 3 om in te loggen op Mijn Belastingdienst Zakelijk. Het oude ondernemersportaal van de Belastingdienst kan thans nog worden gebruikt voor het indienen van btw-aangiften, maar dit gaat op termijn worden stopgezet.

Om ondernemers tegemoet te komen, komt er een compensatieregeling. Alle organisaties die eHerkenning alléén nodig hebben voor het doen van hun belastingaangiften kunnen gebruikmaken van de regeling. Dit geldt niet voor eenmanszaken. Zij kunnen aangifte doen met DigiD.

Compensatie kosten eHerkenning

De regeling compenseert één eHerkenningsmiddel per organisatie per jaar. De machtiging aan een intermediair wordt niet gecompenseerd. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) betaalt de vergoeding van € 24,20 inclusief btw rechtstreeks uit aan de ondernemer die kosten heeft gemaakt voor de aanschaf van het Belastingdienst eH3-inlogmiddel. Het bedrag van de vergoeding is gebaseerd op de laagste prijs in de markt. De vergoeding kan online worden aangevraagd via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Compensatie kosten intermediair of software als geen eHerkenning mogelijk is

eHerkenning kan thans alleen worden aangevraagd door organisaties die in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel zijn ingeschreven. Niet alle belastingplichtigen kunnen zich echter in het Handelsregister inschrijven. Zij kunnen op dit moment dus ook nog geen eHErkenning aanvragen. Wordt er thans loonaangifte of aangifte vennootschapsbelasting gedaan via het oude portaal voor ondernemers van de Belastingdienst en is er geen inschrijving bij KvK waardoor geen eHerkenning kan worden aangevraagd? Dan dient u voorlopig aangifte te doen via een softwarepakket of met behulp van een intermediair. Ook dan is er recht op compensatie van maximaal € 450 inclusief btw per kalanderjaar via Aanvraag Vergoeding kosten aanschaf aangiftesoftware of inhuur intermediair.

Meer algemene informatie is terug te vinden op eHerkenning aanvragen.

(Bron: Van Oers)

Verkoopt u vanuit Nederland goederen aan consumenten (hieronder vallen ook zakelijke afnemers zonder btw-nummer) in andere EU-landen? Dan heeft u vanaf 1 juli 2021 mogelijk te maken met gewijzigde btw-regels. Dit kan een grote impact hebben op de bedrijfs- en aangifteprocessen binnen uw organisatie.

Geen drempelbedragen meer

Vanaf 1 juli 2021 zal namelijk niet langer gebruik worden gemaakt van drempelbedragen. Hierdoor zijn de buitenlandse btw-regels eerder op u van toepassing. Wanneer u een omzet heeft van meer dan € 10.000 aan goederenverkopen en digitale dienstverlening aan consumenten in andere EU-landen, zijn deze verkopen voor de btw belast in het land van de consument. Dit betekent dat u zich in principe in deze landen moet registreren voor de betaling van lokale btw. Om dit te vereenvoudigen, kan vanaf 1 juli 2021 gebruik worden gemaakt van een OSS-aangifte. In deze speciale aangifte kunnen alle EU-verkopen in één keer worden aangegeven. De Nederlandse Belastingdienst zal dit vervolgens verdelen over de betreffende EU-landen.

Speciale invoerregeling

Wanneer de goederen eerst van buiten de EU zijn ingevoerd en vervolgens worden geleverd aan consumenten in andere EU-landen, dan kunt u gebruik maken van een speciale invoerregeling. Hierdoor is de invoer van leveringen in de EU met een waarde van maximaal € 150 niet btw-belast. Vervolgens kunt u de lokale btw van het land van uw consument, middels één IOSS-aangifte aangeven en betalen.

Voor de (I)OSS-aangifte is het wenselijk om voor 1 juli geregistreerd te zijn. Hiervoor moet u in het bezit zijn van e-herkenning. Registratie voor de (I)OSS-aangifte is een keuze. Hieraan zijn verschillende voor- en nadelen verbonden. Het kan in sommige gevallen gunstig zijn om hiervan geen gebruik te maken. Daarnaast biedt de nieuwe regelgeving ook mogelijkheden voor uw organisatie.

(Bron: Flynth)

Nu de lockdown is verlengd tot 2 maart 2021 zal bij veel zzp’ers de vraag spelen: waar kan ik terecht voor ondersteuning. Vanaf 1 februari is het mogelijk om inkomensondersteuning via de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) met terugwerkende kracht aan te vragen. De terugwerkende kracht geldt tot de voorafgaande maand. Vanaf 1 februari kan de inkomensondersteuning dus voor de periode vanaf 1 januari 2021 worden aangevraagd.

Wat is de Tozo?

De Tozo is een financiële tegemoetkoming voor ondernemers, waaronder ook dga’s, die vanwege corona in moeilijkheden zijn gekomen. De regeling kan zorgen voor inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal.

Inkomensondersteuning via de Tozo

Inkomensondersteuning kan worden verleend wanneer het inkomen onder het sociaal minimum terecht is gekomen. De ondersteuning bedraagt maximaal € 1.500 netto voor stellen en maximaal € 1.050 netto voor alleenstaanden.

Door wisselende inkomsten is het soms moeilijk te bepalen of men onder het sociaal minimum uitkomt. Daarom is het mogelijk vanaf 1 februari 2021 de inkomensondersteuning met terugwerkende kracht aan te vragen. De terugwerkende kracht van de aanvraag is mogelijk tot 1 april 2021. Vanaf die datum moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.

Wel partnertoets, geen vermogenstoets

De inkomensondersteuning kent een partnertoets. De verdiensten van een eventuele partner worden dus meegenomen bij de vraag of het gezinsinkomen onder het sociaal minimum terecht is gekomen. De Tozo kent daarnaast geen vermogenstoets. Dit betekent dat met eventueel vermogen geen rekening wordt gehouden bij de aanvraag van de Tozo. Voor de lening van bedrijfskapitaal geldt zowel geen partnertoets als vermogenstoets.

Moet ik de Tozo terugbetalen?

Inkomensondersteuning hoeft in principe niet terug te worden betaald, tenzij achteraf blijkt dat het inkomen te laag is ingeschat. Is op basis hiervan te veel inkomensondersteuning ontvangen? Dan moet deze wel worden terugbetaald voor zover er te veel is ontvangen. Een lening voor bedrijfskapitaal moet wel worden terugbetaald. Hierover is een 2% rente verschuldigd.

(Bron: DRV)

U heeft als ondernemer recht op verschillende aftrekposten in de inkomstenbelasting. Voor een aantal van die aftrekposten moet u voldoen aan het zogenaamde urencriterium. Denk daarbij onder meer aan de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve. Daarvoor moet u onder meer in het jaar minimaal 1225 uur hebben besteed aan uw onderneming. De staatssecretaris van Financiën komt ondernemers tegemoet die door de coronacrisis niet kunnen voldoen aan die 1225-uursnorm en daardoor belastingfaciliteiten zouden verliezen.

Periodes waarvoor de tegemoetkoming geldt

Op basis van de goedkeuring mag u rekening houden met een minimaal aantal uren per week dat u aan uw onderneming heeft besteed, ongeacht of u die ook echt besteed heeft aan uw onderneming. De goedkeuring geldt zowel voor 2020 als voor 2021, maar er wordt niet voor het gehele jaar rekening gehouden met een minimaal aantal uren per week. 

  • Voor 2020 geldt (slechts) een periode van 1 maart tot en met 30 september
  • Voor 2021 geldt (vooralsnog) een periode van 1 januari tot en met 30 juni.

Voor de overige maanden zult u rekening moeten houden met de daadwerkelijk gewerkte uren.

Algemene tegemoetkoming

De Belastingdienst gaat er in de genoemde periodes vanuit dat u altijd minimaal 24 uren per week aan uw onderneming(en) heeft besteed, ook als u die uren door de coronacrisis niet daadwerkelijk heeft besteed.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Wilt u aanspraak maken op de zogenaamde startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, dan geldt een verlaagd urencriterium van 800 uur. Ook daarvoor geldt een versoepeling in 2020 en 2021. De Belastingdienst gaat er dan vanuit dat u in de genoemde periodes minimaal 16 uren per week aan uw onderneming(en) heeft besteed.

Seizoensgebonden ondernemers

Valt de piek van uw werkzaamheden juist in de bovengenoemde periodes, dan bieden de tegemoetkomingen u geen soelaas. In dat geval geldt een aanvullende tegemoetkoming en gaat de Belastingdienst ervan uit dat u in die periodes hetzelfde aantal uren heeft besteed als u in de vergelijkbare periode in 2019 heeft gedaan. U kunt dan dus (deels) aan de hand van uw administratie van 2019 beoordelen of u in 2020 en/of 2021 aan het urencriterium voldoet.  

Normaal niet voldaan aan het urencriterium?

Er is een groep ondernemers die normaliter niet aan het urencriterium zou voldoen maar door de maatregel wel aan het urencriterium voldoet. Die hebben in deze beide jaren dan een voordeel.

(Bron: Flynth)