All posts in Nieuws voor de Zelfstandige Zonder Personeel

Rijdt u in een auto van uw onderneming? Let dan op de bijtellingsregels- en percentages. Wij lichten ze toe.

Bijtellingspercentages gewone auto

Voor auto’s waarvan de datum van eerste toelating op de weg (DET) in 2016 ligt, eindigt de overgangsperiode van 60 maanden in 2021. Als op grond van de bijtellingsregels uit 2016 nog een verlaagd bijtellingspercentage van toepassing is, zal dit in 2021 na verloop van de overgangsperiode wijzigen naar 25%. U moet dus rekening houden met een eventueel hogere bijtelling voor privégebruik.

Bijtellingspercentages elektrische auto

Voor elektrische auto’s geldt nog steeds een verlaagd gecombineerd bijtellingspercentage. In 2020 bedraagt het bijtellingspercentage 8% tot een cataloguswaarde van € 45.000. Over het meerdere moet u 22% bijtelling betalen. Dit wordt de komende jaren verder afgebouwd. In 2021 is het verlaagde tarief namelijk 12% tot een cataloguswaarde van € 40.000. De datum van eerste toelating van de auto is bepalend voor het bijbehorende bijtellingspercentage. Het verlaagde gecombineerde tarief is 60 maanden van toepassing, gerekend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand van eerste toelating. Daarna geldt het algemene percentage van 22%. Mogelijk is het interessant om dit jaar nog een elektrische auto aan te schaffen.

(Bron: ABAB)

De regering heeft een breed noodpakket voor de coronacrisis bekend gemaakt. Om ondernemers in liquiditeitsproblemen te helpen is er bijzonder uitstel van betaling van belastingaanslagen mogelijk. De Belastingdienst zet de rente op (bijna) 0%. Aanvragen van bijzonder uitstel of verlenging is nog mogelijk tot 1 januari 2021. De betalingsregeling start op 1 juli 2021 en duurt 36 maanden. Wat is er mogelijk en waar moet jij als ondernemer rekening mee houden?

Betalingsuitstel (3 maanden) nog aan te vragen tot 1 januari 2021
Betalingsregeling belastingschulden na bijzonder uitstel
Verlenging bijzonder uitstel belastingaanslagen tot 1 januari 2021
Voor welke belastingen is bijzonder uitstel mogelijk?
Invorderingsrente naar (bijna) 0%
Langer betalingsuitstel nodig?
Aangifte btw en loonheffingen doen
Uitstel van betaling aanslagen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting
Belastingrente in aanslagen
Uitstelverzoek is ook melding betalingsonmacht
Verlaging voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting
Verzoek verlaging voorlopige aanslag mogelijk

Betalingsuitstel (3 maanden) nog aan te vragen tot 1 januari 2021

Als je als ondernemer door de coronacrisis acute betalingsproblemen hebt, kun je met een brief om uitstel van betaling (laten) vragen. Deze mogelijkheid zou eindigen op 1 oktober 2020, maar is alsnog verlengd tot 1 januari 2021. Dit kan belangrijk zijn als je als ondernemer door de tweede coronagolf alsnog betalingsruimte nodig hebt.

Het verzoek hoef je maar éénmalig in te dienen. Je krijgt dan voorlopig uitstel van betaling, de invorderingsmaatregelen worden gestopt en een eventuele verzuimboete wordt geschrapt. Je krijgt vanaf het moment van je verzoek 3 maanden uitstel van betaling voor de aanslagen die op dat moment openstaan. Het uitstel geldt automatisch ook voor de aanslagen die aan jou daarna in de periode van 3 aan jou worden opgelegd. Wil je dat wij je helpen bij een verzoek om bijzonder uitstel van betaling? Neem dan contact op met je klantbeheerder. 

Betalingsregeling belastingschulden na bijzonder uitstel

Veel ondernemers hebben al eerder bijzonder uitstel van belastingbetalingen aangevraagd. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt hoe zij straks met een betalingsregeling de belastingschulden alsnog gaan innen. Als ondernemer met uitstel krijg je hierover een brief.

Betalingsregeling
Dit is belangrijk om te weten over de afbetaling van de belastingschuld:

  • Vanaf 1 juli 2021 gaat voor de openstaande belastingschuld een betalingsregeling lopen tot 1 juli 2024.
  • Je mag de openstaande belastingschuld in 36 maandelijkse termijnen aflossen.
  • Krijg je belastingteruggaven, dan worden die tot 1-7-2024 niet verrekend.
  • De rente blijft tot 31-12-2021 (bijna) 0%.

Deze regeling komt in de plaats van de eerdere plannen voor een betalingsregeling van 24 maanden vanaf 1 januari 2021, en is dus ruimer geworden.

Nieuwe aangiften en aanslagen
Als je uitstel van betaling van 3 maanden is afgelopen, dan moet je alle nieuwe aangiften en aanslagen vanaf 1 oktober 2020 weer op tijd betalen.

Kreeg je al eerder uitstel van 3 maanden en heb je langer uitstel nodig? Dan kan je nog tot 1 januari 2021 om verlenging van het uitstel vragen. Dit verlengde uitstel geldt dan ook voor de nieuwe aanslagen en aangiften tot 1 januari 2021. Meer hierover lees je in het vervolg van dit artikel.

Verlenging bijzonder uitstel belastingaanslagen tot 1 januari 2021

Heb je als ondernemer bijzonder uitstel lopen, maar red je het niet met de 3 maanden die je hebt gekregen? Het aanvragen van verlenging is nog steeds mogelijk, de termijn is versoepeld. Vraag je vóór 1 januari 2021 verlenging van het uitstel aan, dan krijg je langer uitstel voor alle aanslagen en aangiften tot 1 januari 2021. De belastingschuld komt daarna in de betalingsregeling die start op 1 juli 2021. Dit betekent wel dat je vanaf 1 januari 2021 alle nieuwe aangiften en aanslagen weer op tijd moet betalen.

Voor de verlenging van betalingsuitstel gelden voorwaarden. Meer hierover lees je verderop in dit artikel.     

Voor welke belastingen is bijzonder uitstel mogelijk?

Als je als ondernemer bent getroffen door de coronacrisis, kun je bijzonder uitstel voor betaling van belastingaanslagen krijgen. Het gaat dan om de volgende belastingaanslagen:

1. Naheffingsaanslagen loonheffingen
​2. Naheffingsaanslagen omzetbelasting 
3. Voorlopige en definitieve aanslagen vennootschapsbelasting 
4. Voorlopige en definitieve aanslagen inkomstenbelasting
5. Voorlopige en definitieve aanslagen premie zorgverzekeringswet 

Ook voor andere belastingaanslagen die je door de coronacrisis tijdelijk niet kunt betalen, kan verlenging van betalingsuitstel worden aangevraagd. Het gaat om de volgende aanslagen:

  • Kansspelbelasting
  • Assurantiebelasting
  • Verhuurderheffing
  • Milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater)
  • Accijns (minerale oliën, alcohol en tabak)
  • Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken

Bijzonder uitstel van betaling voor gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting is ook mogelijk, maar dit is per gemeente of waterschap verschillend geregeld. Hiervoor moet je een apart verzoek indienen.

Invorderingsrente naar (bijna) 0%

Als je een aanslag niet op tijd betaalt, betaal je vanaf het einde van de betaaltermijn normaal gesproken 4% invorderingsrente. De invorderingsrente is sinds maart 2020 tijdelijk van 4% verlaagd naar 0,01%. Deze verlaging geldt tot 31 december 2021. De Belastingdienst neemt hiermee een belangrijke drempel weg om uitstel van betaling aan te vragen.  

Langer betalingsuitstel nodig?

Heb je betalingsuitstel voor je belastingen gehad en een aanvullend uitstel van betaling nodig vanwege de coronacrisis? Dan moet je voor 1 januari 2021 een aanvullende verzoek om betalingsuitstel (laten) indienen. Voor verlenging van het betalingsuitstel geldt dat jouw betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis moeten zijn ontstaan.

  • Bij een totale belastingschuld van minder dan 20.000 euro is een verzoek waarin je de oorzaak van de betalingsproblemen toelicht, voldoende.
  • Bij een belastingschuld van 20.000 euro of meer moet er een goede liquiditeitsprognose en  een deskundigenverklaring komen. Als jouw accountant zijn wij bevoegd een dergelijke verklaring op te stellen.  
  • Voor bv’s gaat tevens gelden dat de ondernemer moet verklaren dat geen dividenden en bonussen (aan de bestuurders) zullen worden uitgekeerd, of eigen aandelen worden ingekocht.

Bij het einde van de uitstelperiode ontvang je een voorstel voor een betalingsregeling.

Let op: een aanvullende voorwaarde voor langer dan 3 maanden betalingsuitstel is dat je hebt voldaan aan de aangifteplicht. Zie hierna.   

Aangifte btw en loonheffingen doen

De loonheffingen van een maand betaal je normaal gesproken op de aangifte die je doet in de maand daarna. Voor de btw doe je kwartaalaangifte in de maand na een kwartaal. Als je verzoekt om uitstel van betaling, moet je in maart 2020 en de maanden daarna wel je aangiften loonheffingen blijven indienen. Ook voor je kwartaalaangiften btw geldt dat je die tijdig moet blijven doen. Dat geldt dus ook als je betalingsproblemen hebt. Na het indienen wacht je dan de naheffingsaanslag af. Betaalverzuimboetes tijdens de periode dat je uitstel van betaling hebt, worden teruggedraaid. 

Let op: heb je al eerder een uitstelverzoek gedaan omdat er al een aanslag lag voor een andere belasting (bijvoorbeeld: inkomstenbelasting)? Dan is een uitstelverzoek niet meer nodig. De naheffingsaanslagen vallen dan automatisch onder het verleende bijzondere uitstel.

Uitstel van betaling aanslagen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting

Heb je nu al een aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting voor 2019 of eerder die je moet betalen? Of ontvang je die binnenkort? Als je hiervoor door de coronacrisis geen liquide middelen hebt, dan is hiervoor ook uitstel van betaling mogelijk. Het uitstel kan zowel worden aangevraagd voor definitieve aanslagen als  voorlopige aanslagen (die niet meer kunnen worden verlaagd). Ook voor naheffingsaanslagen btw of loonheffingen die je hebt liggen of nog ontvangt, kan uitstel worden aangevraagd. Ook hiervoor geldt dat de invorderingsrente van 23 maart tot 31 december 2021 op (bijna) 0% is gezet.

Belastingrente in aanslagen  

De rente die wordt berekend in de aanslagen zelf (belastingrente) is sinds juni 2020 ook verlaagd naar 0,01%. Als je door coronacrisis pas laat je aangiften inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting kunt indienen, wordt er geen belastingrente meer berekend vanaf juli 2020 (inkomstenbelasting) en juni 2020 (vennootschapsbelasting). Ook voor de naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen geldt dat vanaf juni 2020 geen belastingrente meer wordt berekend. De lage belastingrente geldt tot 1 oktober 2020. De rente voor aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is sinds 1 oktober 2020 4%. Voor aanslagen vennootschapsbelasting stijgt de rente op 31 december 2021 weer naar de torenhoge 8%. 

Let op: in aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2018 vanwege een laat ingediende aangifte kan je dus nog wel een deel belastingrente (tot juni 2020) verwachten.

Uitstelverzoek is ook melding betalingsonmacht

Het is niet meer nodig om een aparte melding betalingsonmacht te doen. De Belastingdienst ziet jouw uitstelverzoek ook als een melding betalingsonmacht voor belastingtijdvakken vanaf februari 2020 tot 1 januari 2021. Voorwaarde is dat de betalingsonmacht door de coronacrisis moet zijn ontstaan.

De melding betalingsonmacht is belangrijk voor rechtspersonen, zoals BV’s. Bestuurders van rechtspersonen die de omzet- of loonbelasting niet kunnen betalen, moeten tijdig de betalingsonmacht melden, om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen.

Verlaging voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 

Als ondernemer heb je waarschijnlijk begin dit jaar al een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2020 gehad. Daarbij is de winst over 2020 door de Belastingdienst ingeschat en betaal je de over 2020 verschuldigde inkomsten- en vennootschapsbelasting maandelijks (of in één keer) als voorschot vooruit. 

Verzoek verlaging voorlopige aanslag mogelijk 

Als de coronacrisis je hard raakt, kun je een verzoek om verlaging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting bij de Belastingdienst indienen. Dit kan als je over 2020 minder winst verwacht te maken dan begin dit jaar door de Belastingdienst is ingeschat. De Belastingdienst zal je verzoek toewijzen. Verlaging van de voorlopige aanslag 2020 betekent dat je de komende maanden minder hoeft te betalen. Als bij de verlaging blijkt dat je de afgelopen maanden te veel hebt betaald, krijg je het verschil uitbetaald. 

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is verlengd (Tozo 3.0). Er is echter geen vermogenstoets ingebouwd, in tegenstelling tot eerdere berichtgeving. De aanvullende inkomensondersteuning voor levensonderhoud is verlengd tot eind maart 2021. Je inkomen wordt via de Tozo-regeling aangevuld tot het sociaal minimum en hoeft niet te worden terugbetaald.

Wat houdt de regeling ook alweer in?

De Tozo is een versoepelde versie van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). Als je als zelfstandig ondernemer financiële problemen ondervindt door de gevolgen van het coronavirus, kun je bij de gemeente een aanvullende uitkering aanvragen voor levensonderhoud en/of bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult je inkomen dan aan tot het sociaal minimum. Daarnaast kun je een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen, om liquiditeitsproblemen op te lossen. Het kabinet doet een beroep aan de zelfstandige ondernemers om slechts gebruik te maken van de regeling als dat nodig is en roept daarnaast op tot heroriëntatie op de toekomst van je ondernemingsactiviteiten.

Wanneer kun je een beroep doen op de Tozo?

Om in aanmerking te komen voor de ondersteuning, moet je aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Je bent zelfstandige, wat betekent dat je zelfstandig een beroep of bedrijf uitoefent. Je kwalificeert ook als zelfstandige als je onderdeel uitmaakt van een samenwerkingsverband of als je personeel in dienst hebt;
  • Je bent tussen 18 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • Je woont in Nederland en/of je bedrijf is gevestigd in Nederland
  • Je moet voldoen aan het urencriterium, wat neerkomt op 1.225 uur per jaar ofwel circa 24 uur per week; 
  • Je moet bedrijfsmatig actief zijn (geweest), waaronder ingeschreven zijn bij de KvK vóór 17 maart 2020 (toen de regeling is aangekondigd).

Partnertoets

De Tozo 3.0 bevat wél een partnertoets. Blijft door het inkomen van de partner het gezinsinkomen boven het sociaal minimum, dan krijgt een zelfstandige in de nieuwe regeling dus geen inkomensondersteuning meer. Er geldt echter nog steeds geen vermogenstoets, er wordt niet gekeken naar de levensvatbaarheid van het bedrijf. Ook onder de Tozo 3.0 regeling is dit dus niet het geval. Wel is aangekondigd dat de vermogenstoets vanaf 1 april 2021 alsnog gaat gelden (Bij de Tozo 4.0).

Kun je ook als dga een beroep doen op de regeling?

Ook als dga kun je een beroep doen op de regeling, als je voldoet aan het urencriterium, je volledige zeggenschap in jouw BV hebt en de financiële risico’s draagt. Tot slot dien je als dga naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat jouw BV nu geen salaris aan jou kan uitbetalen.

Wat zijn de voorwaarden voor een lening voor bedrijfskapitaal?

Heb je liquiditeitsproblemen in jouw onderneming als gevolg van het coronavirus? Dan kun je een lening van maximaal € 10.157 voor bedrijfskapitaal aanvragen bij de gemeente. Het rentepercentage voor de lening bedraagt 2% en de maximale looptijd is drie jaar. Tot 1 januari 2021 hoeft er niets op de lening te worden afgelost. Om in aanmerking te komen voor de lening, moet je wel naar waarheid verklaren en aannemelijk maken dat er sprake is van liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis.

Aanvragen Tozo 3.0

Ondernemers kunnen de Tozo 3.0 vanaf 1 oktober 2020 aanvragen bij hun woongemeente. Óók als je al Tozo 2.0 hebt gehad, moet je toch een (verkorte) aanvraag doen.

(Bron: Alfa)

Als ondernemer komt er veel op u af, zeker als de coronacrisis impact heeft op uw business. Het steunpakket van de overheid biedt veerkracht, maar we zien ook dat ondernemers soms door de bomen het bos niet meer zien. Herkenbaar voor u? Dan hebben we enkele tips.

Alle regelingen op een rij

Voor welke financiële regelingen komt u wel én niet in aanmerking? Welke gegevens en bewijsstukken moet u hiervoor aanleveren? En wanneer vindt de definitieve vaststelling of eindafrekening plaats? Op deze pagina van Rijksoverheid vindt u een overzicht van alle maatregelen. Tip: bekijk ook eens de regelingencheck van de KVK en de Coronacalculator van VNO-NCW/MKB Nederland.

Raadpleeg een expert

Van zoveel mogelijk regelingen gebruikmaken als mogelijk, is natuurlijk niet altijd verstandig. Veel regelingen zijn gebaseerd op verwachte omzetdaling. Als achteraf blijkt dat uw omzetdaling minder groot is dan verwacht, moet u tegemoetkoming terugbetalen. Ook bij uitstel van belastingbetaling komt er weer een moment dat u moet gaan betalen.

Het is daarom moeilijk om te bepalen van welke regelingen u het beste wel óf geen gebruik kan maken. U hebt immers geen glazen bol. Een adviseur van accon■avm kan u daarbij helpen. Hoewel zij ook niet in de toekomst kunnen kijken, kunnen zij wel uw cijfers interpreteren, uw liquiditeit bewaken en realistische prognoses maken. Ook helpen zij u met de aanvraag en afwikkeling van alle coronaregelingen.

(Bron: AcconAVM(

De bijtelling voor de auto van de zaak is altijd in beweging en dat kan een reden zijn om – als dat nog lukt – dit jaar een nieuwe auto aan te schaffen. Er zijn namelijk nog steeds fiscaal interessante mogelijkheden en deze worden ieder jaar minder.

Een elektrische auto van de zaak

Bent u van plan om een nieuwe elektrische auto aan te schaffen? Dan is het interessant om dat nog dit jaar te doen. De bijtelling over het privégebruik van een elektrische auto bedraagt in 2020 in principe 8% voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 45.000. Voor zover de waarde hoger is, geldt een bijtellingspercentage van 22%.

Vanaf 1 januari 2021 wordt die regeling echter weer iets minder interessant. Dan bedraagtde bijtelling namelijk 12% voor zover de cataloguswaarde niet meer bedraagt dan € 40.000 en 22% over het meerdere. Koopt u de auto nog dit jaar, dan mag u gedurende zestig maanden de huidige percentages blijven toepassen. Deze termijn gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van eerste toelating.

Tip als u een elektrische auto aanschaft: Voor een elektrische auto heeft u onder voorwaarden recht op de milieu-investeringsaftrek (MIA). Dit is een extra aftrek op uw winst van 13,5% over de aanschafwaarde van uw auto met een maximum van € 40.000. Om de MIA te kunnen toepassen moet u de investering in de elektrische auto hebben aangemeld bij de RVO binnen drie maanden na de opdracht tot levering van de auto. Het moet bovendien gaan om een nog niet eerder gebruikte elektrische auto.

Een waterstofauto van de zaak

Hoewel de keuze nog beperkt is en het tanken van brandstof een uitdaging kan zijn, kan uw keuze ook uitgaan naar een waterstofauto. Doe dat dan nog in 2020. Voor auto’s zonder CO2-uitstoot die op waterstof rijden, geldt in 2020 namelijk een bijtelling van 8%. Dat percentage geldt bovendien voor de volledige aanschafprijs, zonder de drempel die bij elektrische auto’s nog wel geldt. De bijtelling van 8% mag u gedurende maximaal 60 maanden na aanschaf blijven toepassen.

Tips als u een waterstofauto aanschaft: Als ondernemer heeft u voor een waterstofauto recht op MIA. De MIA is een extra aftrekpost op de winst van 36% van de aanschafwaarde tot maximaal € 75.000 van het investeringsbedrag. Bij investering in een waterstofauto kunt u ook nog eens maximaal 75% van het investeringsbedrag willekeurig afschrijven en daarmee een liquiditeitsvoordeel behalen. Voor de MIA en de willekeurige afschrijving is van belang dat de investering in de waterstofauto binnen drie maanden na het aangaan van de koopovereenkomst aanmelden bij de RVO.

(Bron: Flynth)

Per 1 januari 2021 gaan de tarieven en voorwaarden voor de overdrachtsbelasting wijzigen. Mogelijk kunt u nu nog een voordeel behalen door een levering naar voren te halen of juist de levering pas in 2021 laten plaatsvinden.

Voor starters op de woningmarkt (bij de aankoop van de woning leeftijd tussen 18 en 35 jaar), nog niet eerder een beroep op deze vrijstelling hebben gedaan en de woning ook duurzaam zelf willen gaan bewonen, geldt vanaf 1 januari 2021 een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Voorlopig geldt dit voor een periode van 5 jaar, dus tot en met 2025. Als uzelf, uw kinderen of kleinkinderen dus een woning willen kopen, kan het dus interessant zijn om de afspraak bij de notaris te verzetten naar een datum in januari 2021 (of later).

Toch gebruik maken van de startersregeling

Als u voor 1 januari 2021 al een eigen woning bezit en u gaat in de jaren na 1 januari 2021 verhuizen naar een andere eigen woning, dan kunt u toch gebruik maken van deze startersregeling ook al bent u eigenlijk geen starter op de woningmarkt. Uiteraard moet u wel aan de gestelde voorwaarden voldoen.

Voor de eigen woning blijft voor de andere gevallen een tarief gelden van 2% maar alleen als de woning bestemd is om door de koper zelf (als eigen woning) bewoond te worden. Datzelfde blijft gelden voor de aanhorigheden bij die woning (bijv. een aparte schuur of garage of een extra stuk grond) maar alleen als die aanhorigheid tegelijk met de eigen woning wordt aangeschaft. Als u dus nog apart een aanhorigheid wilt kopen dan kunt u dat beter dit jaar nog doen want dan geldt nog wel het 2% tarief. Vanaf 1-1-2021 geldt voor de afzonderlijke aankoop van zo’n aanhorigheid het algemene tarief van 8%.

Algemeen tarief overdrachtsbelasting naar 8%

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting gaat omhoog van 6% naar 8% (een verhoging van 33 1/3%). Als u overweegt een bestaand bedrijfspand aan te schaffen, dan kunt u dat dus beter nog dit jaar doen. Bij een bedrijfspand met een aanschafwaarde van € 1 miljoen bedraagt in 2020 de overdrachtsbelasting € 60.000. In 2021 zal deze € 80.000 zijn, zodat u bij aanschaf in 2020 € 20.000 overdrachtsbelasting bespaart.

Ook voor woningen aangeschaft als belegging

Dit algemene tarief zal vanaf 1 januari 2021 ook gelden voor woningen die als belegging worden aangeschaft, voor afzonderlijk aangekochte aanhorigheden bij de eigen woning en ook voor vakantiewoningen (ongeacht of u deze verhuurt of zelf gebruikt). Als u dus voornemens bent om die aan te kopen, zorgt u dan dat u vóór 1 januari a.s. bij de notaris bent geweest voor de levering. Het tarief hiervoor gaat immers van 2% naar 8% (een verhoging van maar liefst 300%!) en dan wordt bijvoorbeeld uw vakantiewoning ineens een stuk duurder.

(Bron: Flynth)

Het is sinds 7 oktober 2020 mogelijk om vaststelling van de NOW-1 subsidie aan te vragen. Daarnaast is de NOW-3 regeling gepubliceerd. Graag lichten we in dit perspectief toe waar u aan moet denken.

Vaststelling NOW-1 subsidie

Voor ondernemingen en organisaties is het mogelijk om een verzoek tot vaststelling van de NOW-1 subsidie in te dienen via de website van het UWV. Dat moet binnen 24 weken plaatsvinden of binnen 38 weken indien een accountantsverklaring is vereist. Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie moet de werkelijke omzetdaling over de meetperiode worden doorgegeven. Het UWV zal vervolgens controleren wat de loonsom over de subsidieperiode is geweest. Deze gegevens kunnen leiden tot extra subsidie of een terugbetalingsplicht. 

Ondernemingen en organisaties die een voorschot van in totaal € 100.000 of meer hebben ontvangen per concern, een subsidie van in totaal € 125.000 of meer hebben ontvangen per concern of de omzetdaling op het niveau van een zelfstandige werkmaatschappij hebben vastgesteld, moeten bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie een accountantsverklaring overleggen. De accountant dient de omzetdaling te controleren en vast te stellen of aan bepaalde voorwaarden van de NOW-regeling is voldaan. Bij een voorschot van € 20.000 of meer, of een subsidie van € 25.000 of meer, is een derdenverklaring vereist van een boekhouder, belastingdeskundige, brancheorganisatie of accountant. De werkzaamheden voor een derdenverklaring zijn minder ingrijpend dan de werkzaamheden voor een accountantsverklaring.

(Bron: BDO)

Prinsjesdag: de dag dat het kabinet haar plannen presenteert. De plannen vliegen je weliswaar om de oren, vandaar dat we de 3 belangrijkste items voor u hebben opgesomd. Heeft u langer de tijd?

1. Invoering startersvrijstelling overdrachtsbelasting

Om de toegang tot de woningmarkt voor starters te verbeteren, wordt per 1 januari 2021 een vrijstelling voor overdrachtsbelasting ingevoerd. De vrijstelling geldt voor de aankoop van een eigen woning door een koper tussen de 18 en 35 jaar.

Is er al eerder gebruikgemaakt van de overdrachtsbelastingvrijstelling, of is de koper 35 jaar of ouder, dan geldt het huidige tarief van 2% voor de aanschaf van een eigen woning.

Voor de overige verkrijgingen gaat het tarief van de overdrachtsbelasting naar 8% (6% in 2020). Hierbij kan worden gedacht aan niet-woningen (bedrijfsgebouwen, hotels etc.), maar daarnaast ook aan woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt.

Bent u voornemens te investeren in onroerend goed, dan kan het interessant zijn om dat nog dit jaar te doen. Bij uitstel tot 2021 zal dat 8% overdrachtsbelasting tot gevolg hebben i.p.v. 2% (woningen) of 6% (zakelijk vastgoed).

2. Afbouw hypotheekrente- en zelfstandigenaftrek

In het belastingplan 2021 worden de ingezette versoberingen zoals de afbouw van hypotheekrenteaftrek en zelfstandigenaftrek verder doorgezet. De box 2 belasting gaat in 2021 weer verder omhoog naar 26,9% en het tarief in box 3 stijgt licht naar 31%. Laat daarom beoordelen of uw privé situatie fiscaal nog optimaal is.

Mogelijk is het raadzaam om de hypotheek eigen woning af te lossen, al dan niet via dividend uit uw bv, of met spaargeld. Of is het wellicht beter om uw hypotheek om te zetten naar box 3? Zijn er mogelijkheden om vermogen onder te brengen in uw onderneming of BV? En is uw salaris fiscaal nog wel optimaal? Koenen en Co brengt het graag in kaart om er voor te zorgen dat u niet te veel belasting betaalt – fijn toch?

3. Wijzigingen vennootschapsbelasting per 2021


Lage tarief vennootschapsbelasting

Ondanks eerdere aankondigingen dat per 1 januari 2021 het hoge Vpb-tarief zou worden verlaagd, blijft ook in 2021 het hoge Vpb-tarief van 25% van kracht.

Het lage Vpb-tarief zal per 2021 verder worden verlaagd naar 15%, waarbij dit tarief geldt over de eerste €245.000 aan belastbare winst. Vanaf 2022 zal de lage tariefschijf verder worden uitgebreid naar een belastbare winst tot €395.000.

Vormen uw vennootschappen een fiscale eenheid? Dan is het wellicht raadzaam om deze binnenkort (gedeeltelijk) te verbreken om meermaals gebruik te kunnen maken van het tariefopstapje. Wij onderzoeken graag of dit in uw situatie voordelig is!

Verliesverrekening

Daarnaast is in het Belastingplan 2021 aangekondigd dat per 1 januari 2022 een nieuwe verliesverrekeningssystematiek zal worden ingevoerd. In plaats van de huidige voorwaartse verliesverrekeningstermijn van zes jaar, zullen vanaf 2022 verliezen onbeperkt voorwaarts verrekenbaar zijn. Tot een belastbare winst van € 1.000.000 is de volledige winst verrekenbaar (zowel voorwaarts als achterwaarts), bij verliezen boven deze €1 miljoen-grens is de jaarlijkse verliesverrekening beperkt tot 50% van de belastbare winst.

Passend advies

Bent u benieuwd welke gevolgen het Belastingplan 2021 heeft voor u? Wij helpen u graag met een passend advies! Neem contact op met uw klantadviseur of belastingadviseur voor meer informatie.

(Bron: Koenen en Co)

Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn de fiscale regels voor saldolijfrenten gewijzigd. Bent u in bezit van een zogenaamde saldolijfrente, dan moet u er rekening mee houden dat het overgangsrecht per 2021 eindigt.

Wat is een saldolijfrente?

Een saldolijfrente is een levensverzekering waarbij de premies (of koopsom*) die u betaalde niet aftrekbaar waren. Daarom worden de uitkeringen pas belast op het moment dat zij meer gaan bedragen dan de inleg die u heeft betaald. Dit heet de saldomethode. * We spreken hierna van inleg, waarmee zowel de premie als koopsom bedoeld is

Bijvoorbeeld: u heeft € 74.000 niet aftrekbaar ingelegd. Wanneer de uitkeringen gaan lopen, worden zij pas belast vanaf het moment dat zij meer gaan bedragen dan € 74.000. Stel dat de jaarlijkse uitkeringen € 10.000 bedragen. Dan is de eerste 7 jaren de uitkering belastingvrij. Na het 7e jaar resteert nog € 4.000, zodat in jaar 8 € 6.000 belast wordt. Vanaf het 9e jaar zijn de uitkeringen volledig belast in box 1. Hierdoor wordt uiteindelijk alleen het rendement in de polis, wat u meer krijgt dan uw inleg, belast.

Fiscale behandeling vanaf 2001

Met de invoering van de wet IB 2001 is de behandeling van een lijfrentepolis met niet aftrekbare inleg veranderd en zou deze via box 3 moeten plaatsvinden. Daar wordt dan de waarde van de polis belast en zijn de uitkeringen niet meer belast in box 1. Latere wijzigingen hierop laten we buiten beschouwing omdat die niet relevant zijn voor de saldolijfrente van vóór 14 september 1999. Dat was de datum waarop de plannen voor de wet IB 2001 gepresenteerd werden.

Overgangsrecht

Als u de saldolijfrente heeft afgesloten vóór 14 september 1999, geldt het overgangsrecht. Door het overgangsrecht zijn de uitkeringen uit deze oude saldolijfrentes nog steeds belast in box 1 en is de saldomethode op deze uitkeringen nog steeds van toepassing. Dit jaar, 2020, is het laatste jaar dat dit overgangsrecht nog geldt. Vanaf volgend jaar behoort de waarde van deze polissen tot de grondslag van box 3. U betaalt dan geen belasting meer in box 1 over de uitkeringen, maar box 3 heffing over de waarde op 1 januari. Daarbij vindt nu op 31 december ineens heffing in box 1 plaats over het in de toekomstige uitkeringen aanwezige rendement. Dus over de waarde van de polis minus de inleg die nog niet op jaarlijkse uitkeringen in mindering is gekomen.

Bijvoorbeeld: de niet aftrekbare inleg bedroeg € 74.000. Er zijn uitkeringen geweest van in totaal € 20.000. De waarde van de polis op 31 december van dit jaar bedraagt € 180.000. Van de niet aftrekbare inleg is nog € 54.000 over. Tot dit bedrag zouden de toekomstige uitkeringen nog onbelast zijn. Daarom betaalt u nu belasting over € 126.000. Het maximale tarief in box 1 is dit jaar 49,5%. Op deze afrekening mag u op verzoek het bijzondere tarief van 45% toepassen.

Op 1 januari 2021 wordt de waarde van € 180.000 belast in box 3. Hoeveel u precies betaalt hangt van uw overige vermogen af, maar dit kan oplopen tot bijna € 3.000.

Beperken gevolgen einde overgangsrecht

Wat kunt u doen om de belastingheffing in box 1 te matigen? Als de polis bij een verzekeringsmaatschappij loopt, kunt u ervoor kiezen om de polis af te kopen. De afkoopwaarde zal lager zijn dan de waarde van de polis die u gewoon voortzet. Bij afkoop ontvangt u in de toekomst geen uitkeringen meer, maar nu ineens de afkoopwaarde. De heffing vindt dan plaats over de afkoopwaarde. U kunt dit doen als u geen mogelijkheid heeft om de belasting te betalen die het gevolg is van het einde van het overgangsrecht. Bij afkoop geldt niet het bijzondere tarief van 45%.

Wanneer u deze verzekering bij uw eigen bv heeft afgesloten heeft u de mogelijkheid om van de toekomstige uitkeringen af te zien. Dan stopt de polis en ontvangt u in het geheel geen uitkeringen meer. Daarom hoeft u geen belasting in box 1 te betalen i.v.m. het einde van het overgangsrecht. De polis is immers beëindigd. De bv betaalt dan vennootschapsbelasting omdat de verplichting die zij had niet meer bestaat. Dat leidt tot een belaste vrijval. Als de bv compensabel verlies heeft komt dat op de winst in mindering. Omdat de bv geen lijfrente-uitkeringen meer hoeft te doen kan zij dit vrije vermogen aan u uitkeren als dividend. Dit kan qua belastingheffing gunstiger uitpakken dan de afrekening bij het einde van het overgangsrecht, wanneer u de verzekering in stand laat.

Op tijd aanslag vragen!

Als u de heffing over de waarde (of eventueel de afkoopwaarde) moet betalen, dan is het verstandig om niet te lang te wachten met het aanvragen van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Als u deze voor het einde van dit jaar kunt betalen is dat bedrag weg uit de grondslag voor box 3. U betaalt dan geen onnodige box 3 heffing.

Heeft u een saldolijfrente?

Heeft u een lijfrente waarvan u denkt dat het misschien een saldolijfrente is, neem dan contact met ons op. We kijken dan voor u wat de gevolgen van het aflopen van het overgangsrecht zijn en of er eventueel iets aan die gevolgen te doen is.

(Bron: HLB)

Mogelijk maakt u als ondernemer al gebruik van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Ondernemers kunnen ondersteuning aanvragen in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum.

De regeling is verlengd tot 1 juli 2021. In de tussentijd gaan aanvullende voorwaarden gelden.

Voor de nieuwe regeling – Tozo 3.0 – komen ondernemers die al gebruikmaken van de eerste en tweede Tozo regeling in aanmerking. Ook komen ondernemers in aanmerking die nog geen gebruik van Tozo hebben gemaakt. Voor beide groepen gelden dezelfde voorwaarden.

Aanvullende toets: vermogenstoets

In eerste instantie zou vanaf 1 oktober 2020 de vermogenstoets gaan gelden. Deze is uitgesteld naar 1 april 2021. Ondernemers die dan meer dan €46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen bezitten, komen niet langer voor de Tozo in aanmerking.

Met directe geldmiddelen kunt u onder meer denken aan:

  • Contant geld
  • Bank- en spaarsaldo
  • Aandelen
  • Obligaties
  • Opties

Ander vermogen, zoals een bedrijfspand en machines, blijft buiten schot. Ook een eigen woning en afgeschermd pensioen tellen niet mee voor de grens van € 46.520.

Inkomenstoets partner blijft

Met ingang van Tozo 2.0 geldt de toets op het inkomen van de partner. Deze partnertoets blijft van kracht. Er wordt niet gekeken naar levensvatbaarheid van het bedrijf en de kostendelernorm wordt ook nu niet toegepast. Deze norm betekent dat wanneer meerdere volwassenen samenwonen, de bijstandsuitkering lager wordt, omdat ervan uit wordt gegaan dat de kosten gedeeld worden.

Lening blijft mogelijk

Ook onder de Tozo 3.0 blijft een lening voor bedrijfskapitaal mogelijk. Het totale bedrag van de lening mag onder de Tozo 1.0, 2.0 en 3.0 samen niet meer bedragen dan € 10.157. Ondernemers die al een lening van deze omvang hebben gekregen, kunnen die dus niet nog een keer aanvragen.

Wat na Tozo 3.0?

De bestaande Bbz-regeling (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) blijft als vangnet dienen na de Tozo 3.0, die op 1 juli 2021 afloopt. Ook de Bbz voorziet in ondersteuning voor levensonderhoud en in krediet voor bedrijfskapitaal.

Heroriëntatie

Het kabinet vindt het belangrijk dat ondernemers die door de coronacrisis in moeilijkheden zijn gekomen, zich heroriënteren op hun toekomst. Daarom gaan gemeentes vanaf 1 januari 2021 deze ondernemers actief ondersteunen op het gebied van coaching, advies en bij- of omscholing.

Aanvragen

De regeling is aan te vragen tussen 1 oktober 2020 en 30 juni 2021. De startdatum van de aanvraagmogelijkheid kan per gemeente verschillen. Houd de website van uw gemeente in de gaten voor meer informatie.

(Bron: De Jong & Laan)