All posts in Nieuws voor de eenmanszaak of vof

Ouders die na een echtscheiding de zorg voor een of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen en daarnaast werken, kunnen beiden recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Er wordt dan al snel gesproken over co-ouderschap. De zorg voor het kind of de kinderen moet dan min of meer gelijkelijk tussen beide ouders worden verdeeld. Als dat onvoldoende gebeurt, is er in fiscale zin geen sprake van co-ouderschap en mist een van beide ouders mogelijk de IACK. We zetten hier alles wat u moet weten rondom de IACK op een rij.

Hoeveel bedraagt de IACK

De IACK bedraagt dit jaar 11,45% van uw arbeidsinkomen boven € 5.153, met een maximum van € 2.815 per jaar. U moet wel ten minste € 5.153 verdienen of, wanneer u ondernemer bent, recht hebben op de zelfstandigenaftrek.

Voorwaarden IACK

  • U hebt een kind dat geboren is ná 31 december 2008 en in 2021 minstens 6 maanden is ingeschreven op uw woonadres. Bent u co-ouder? Dan mag uw kind ook zijn ingeschreven op het adres van uw ex.
  • U hebt geen fiscale partner of u hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of u hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner én u verdient minder dan uw fiscale partner.

Wanneer bent u co-ouder?

U bent in 2021 co-ouder als het kind in een herhalend ritme in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Over de verdeling van de zorg is nogal wat te doen geweest, met verschillende rechterlijke uitspraken. Zo gold tot voor kort nog dat het kind minstens drie dagen per week bij een ouder moest verblijven om aan de voorwaarden te voldoen. Die eis is nu versoepeld doordat het aantal dagen op jaarbasis wordt beoordeeld, mits er sprake is van een zekere regelmaat.

Rechtzaak: een dag is écht 24 uur

Eerder kwam een zaak voor de Hoge Raad waarin opnieuw de verdeling van de zorgplicht tussen ouders aan de orde kwam. De ouders in deze zaak hadden een kind van één jaar dat een aantal dagen per week van ’s ochtends 7.30 uur tot ’s avonds 19.30 uur bij de moeder verbleef. Deze merkte dit verblijf aan als één dag, maar de Hoge Raad ging hier niet in mee. De Hoge Raad besliste dat één dag moet worden opgevat als 24 uur. Omdat momenteel de eis gesteld wordt dat een kind minstens 156 dagen per jaar bij een ouder verblijft, is het arrest ook nu nog van belang.

Op de site van de Belastingdienst wordt aangegeven dat ook dagdelen meetellen. Dit komt bijvoorbeeld neer op drie dagen per week. Of de rechter deze uitleg onderschrijft, is nog onzeker.

Tip! Wilt u op zeker spelen, spreek dan een schema af waarbij u uw kind(eren) per jaar ten minste 156 hele dagen van 24 uur verzorgt, in een herhalend ritme.

Tip! Heeft u twee of meer jonge kinderen met uw ex-partner? Door bij ieder (minstens) één kind in te schrijven, voldoet u beiden automatisch aan de voorwaarden zolang het betreffende kind jonger is dan 12 jaar. U hoeft dan niet te voldoen aan de ingewikkelde regels van co-ouderschap.

(Bron: DRV)

Wordt aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking gesteld? Dan geldt in beginsel ook voor alle auto’s de bekende bijtelling. Dit is anders als de werknemer alleenstaand is of als er in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft. Als daar sprake van is, geldt per 1 januari 2022 de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling.

Bijtelling 2021

Werknemers met een auto van de zaak krijgen vanwege het privégebruik van de auto met een bijtelling op het inkomen te maken. Die bedraagt voor nieuwe auto’s in 2021 standaard 22%, voor elektrische auto’s is dit 12% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Over het meerdere is de bijtelling ook 22%.

Hoogste bijtelling

De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat als er meerdere auto’s ter beschikking staan en er niet voor elke auto bijgeteld hoeft te worden, per 1 januari 2022 de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling geldt. Tot 1 januari 2022 is dat voor de auto met de hoogste cataloguswaarde.

Waar zit het verschil?

Het verschil kan onder andere optreden in situaties waarin ook een elektrische auto ter beschikking staat. Die heeft dan wellicht een hogere cataloguswaarde, maar niet automatisch de hoogste bijtelling omdat deze voor elektrische auto’s lager is. 

Let op! De wijziging kan ook effect hebben voor auto’s die vóór 2017 vanwege een verminderde CO2-uitstoot nog recht hebben op een lagere bijtelling of nog te maken hebben met de hogere bijtelling van 25%.

Wat scheelt dat nu?

Stel dat een werknemer de beschikking heeft over twee auto’s, een elektrische met een cataloguswaarde van € 50.000 en een niet-elektrische met een cataloguswaarde van € 40.000.

Als de auto’s in 2021 voor het eerst op kenteken worden gezet, bedraagt de bijtelling voor de elektrische auto € 40.000 x 12% + € 10.000 x 22% = € 4.800 + € 2.200 = € 7.000.

Voor de niet-elektrische auto bedraagt de bijtelling € 40.000 x 22% = € 8.800.

De wijziging kost dan € 8.800 -/- € 7.000 = € 1.800 meer aan bijtelling.

(Bron: De Jong & Laan)

Ondanks dat vanaf 28 april 2021 de nodige versoepelingen met betrekking tot de Lock down op stapel staan, is het zeker niet zo dat ondernemend Nederland vanaf dat moment geen ondersteuning meer nodig heeft. Op 6 mei 2021 start daarom voor de vijfde keer een tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW 5) waarmee deze keer een gedeeltelijke compensatie van de loonkosten is aan te vragen over de periode 1 april 2021 en 30 juni 2021.  Je kunt NOW 5 aanvragen als, in een periode van drie aaneengesloten maanden tussen 1 april 2021 en 31 augustus 2021, het gemiddelde omzetverlies ten minste 20% bedraagt ten opzichte van de gemiddelde omzet over 3 maanden in 2019. Over welke periode met omzetverlies jij exact NOW 5 kunt ontvangen is afhankelijk van de vraag of je voor de vierde periode ook al NOW (NOW 4) hebt aangevraagd.    Heb je ook NOW 4 aangevraagd, dan moet de omzetverlies periode voor de NOW 5 op die periode aansluiten. Heb je geen NOW 4 aangevraagd, dan kun je kiezen of je de periode met omzetverlies laat starten op 1 april 2021, 1 mei 2021 of 1 juni 2021. Deze periode kun je later niet meer wijzigen. De aanvraag voor NOW 5 kan bij het UWV worden ingediend tot en met 30 juni 2021.  

Welke voorwaarden gelden deze keer?

De voorwaarden zijn ten opzichte van NOW 4 verder niet gewijzigd:  

  • Over de periode van drie aaneengesloten maanden moet er een gemiddeld omzetverlies van minimaal 20% zijn ten opzichte van de gemiddelde omzet over 3 maanden in 2019. Voor ondernemingen die gestart zijn tussen 1 januari 2019 en 2 februari 2020 geldt een andere berekening.
  • De tegemoetkoming is maximaal 85% van de loonkosten. Hierbij wordt uitgegaan van de loonsom over de maand juni 2020. Als voorschot wordt maximaal 80% uitgekeerd over een loonsom per werknemer van maximaal € 9.718 per maand. De totale loonsom wordt vervolgens verhoogd met 40% ter compensatie van werkgeverslasten en vakantiegeld.
  • De loonsom over de maanden april 2021 tot en met juni 2021 mag met maximaal 10% dalen ten opzichte van de loonsom over juni 2020, zonder dat dit  gevolgen heeft voor de definitieve tegemoetkoming.

Welke verplichtingen gelden deze keer?

Ook de verplichtingen zijn ten opzichte van NOW 4 niet gewijzigd:  

  • Je bent verplicht de subsidie alleen te gebruiken voor het doel waarvoor deze is verstrekt, dus de subsidie moet in ieder geval worden gebruikt voor de betaling van loonkosten.
  • Informeer je OR of personeelsvertegenwoordiging. Heb je die niet, dan informeer je de werknemers zelf over de subsidieverlening.
  • Stimuleer je medewerkers om zich bij te scholen of om te scholen om beter voorbereid te zijn op de economische situatie. Hiervoor moet je als werkgever ook een verklaring afleggen bij de aanvraag.
  • Als je een werknemer toch moet ontslaan of zijn contract loopt af tijdens de NOW 5, dan heb je een inspanningsverplichting om deze werknemer te begeleiden naar ander werk.
  • Als je bij het UWV toch een ontslagaanvraag in verband met bedrijfseconomische redenen doet, moet je dit melden via UWV Telefoon NOW (088-8982004).
  • Je bent verplicht een controleerbare administratie te voeren die je, tot 5 jaar na de datum van definitieve vaststelling van de subsidie door het UWV, moet bewaren.
  • De loonaangifte moet steeds op tijd worden ingediend. Daarnaast moet je het UWV informeren als er iets gebeurt wat gevolgen heeft voor de tegemoetkoming (bijvoorbeeld stoppen met het bedrijf).

(Bron: Alfa)

Verkoop je (via je webshop) goederen of diensten aan particuliere kopers in andere lidstaten of heb je plannen in die richting, dan heb je vanaf 1 juli a.s. te maken met nieuwe btw-regels. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat je je kunt aanmelden voor het nieuwe éénloketsysteem. Wat dat is, waarom je dat zou doen, hoe dat werkt en wat je daarvoor moet doen, leggen we hieronder uit.    

Wat gaat er veranderen?  

Een belangrijke wijziging is dat je straks als (webshop)ondernemer bij de leveringen van EU-goederen veel sneller dan je gewend bent de btw bent verschuldigd in de lidstaten van je particuliere klanten. 
Nu is het nog zo dat je je pas vanaf een bepaalde omzetdrempel in het buitenland hoeft te registreren. België kent daarvoor bijvoorbeeld een omzetdrempel van € 35.000. Blijf je daaronder, dan hoef je in België niets te doen en reken je Nederlandse btw die je in Nederland afdraagt. 
Vanaf 1 juli wordt dat anders. En om te voorkomen dat je je in andere lidstaten moet registreren, heb je de keuze om gebruik te maken van het éénloketsysteem. Dit wordt ook wel de Unieregeling genoemd.  

Lever je bijvoorbeeld digitale diensten aan particulieren in andere lidstaten? Dan kun je ook gebruik maken van hetzelfde éénloketsysteem. 

Nieuw drempelbedrag 

Vanaf 1 juli geldt er een nieuw drempelbedrag van € 10.000. Deze geldt voor alle leveringen en digitale diensten gezamenlijk aan particuliere klanten in andere lidstaten. Als je EU-omzet op jaarbasis onder dat drempelbedrag blijft, kun je ervoor kiezen om Nederlandse btw te blijven rekenen. Met de nieuwe regels en het éénloketsysteem heb je dan niets te maken. Gevolg is ook dat je al heel snel met buitenlandse btw hebt te maken. 

Je hoeft overigens geen gebruik te maken van de nieuwe drempel. Als je verwacht deze omzetgrens toch wel te halen, kun je net zo goed al vanaf 1 juli voor het éénloketsysteem kiezen. Je hoeft dan niet te wachten op het moment dat je de omzetgrens overschrijdt. Let op: als de nieuwe omzetdrempel al in 2020 is overschreden, dan gaan wij ervan uit dat je in 2021 geen keuze hebt. Je bent dan de btw verschuldigd in de lidstaten van je klanten. Met de keuze voor het éénloketsysteem voorkom je vervolgens de btw-registraties in de andere lidstaten.  

Wat houdt het éénloketsysteem in? 

Het éénloketsysteem, ook wel ‘One-Stop-Shop’ of kortweg ‘OSS’ genoemd, biedt de mogelijkheid om via een portal van de site van de Nederlandse Belastingdienst de buitenlandse btw-aangifte in te dienen. Deze ‘OSS’-aangiften dien je dus in naast de ‘gewone’ btw-aangiften.   
In de OSS-aangifte geef je per lidstaat de behaalde omzet aan en bereken je op basis van de lokale btw-tarieven de verschuldigde btw. De OSS-aangifte biedt niet de mogelijkheid om buitenlandse voorbelasting terug te vragen. Deze btw kan via een afzonderlijk verzoek teruggevraagd worden.   
Als je kiest voor het éénloketsysteem, dan geldt dat in beginsel voor alle EU-omzet die je behaalt uit zowel je verkoop van goederen (afstandsverkopen) als diensten. Je kunt dus niet per lidstaat een keuze te maken.  

Hoe en wanneer meld je je aan? 

Aanmelden moet digitaal via de daarvoor beschikbare portal van de Belastingdienst, te vinden onder ‘Mijn Belastingdienst zakelijk’. Je kunt je nu al aanmelden! Als het goed is, dan kun in dat geval al vanaf 1 juli gebruik maken van het éénloketsysteem. Later aanmelden dan 1 juli kan ook, maar dan kun je ook pas later gebruik maken van deze faciliteit en moet je tot die tijd de buitenlandse btw afdragen in de betreffende lidstaat. De verwachting is dat veel ondernemers zich nu al aanmelden om vanaf 1 juli voor het éénloketsysteem te kiezen.  

Waarom zou je je aanmelden? 

De belangrijkste reden om je aan te melden voor het éénloketsysteem is dat je daarmee voorkomt dat je je moet registreren in de lidstaten van je klanten. Je bespaart jezelf administratieve rompslomp en extra kosten. Zeker als je nu nog geen btw-registraties hebt in de lidstaten van je klanten, ligt het voor de hand te kiezen voor het éénloketsysteem. 

Maar ook als je al in één of meerdere lidstaten btw-aangifte doet, ben je goedkoper uit als je deze registraties intrekt en vanaf 1 juli via het OSS-systeem aangifte gaat doen. Daar komt bij dat als je niet kiest voor het éénloketsysteem, je gehouden bent in alle lidstaten waarin je zakendoet, je te registreren. 

Waarom zou je je niet aanmelden? 

Een reden om je niet aan te melden voor het éénloketsysteem zou kunnen zijn dat je in de lidstaten van je klanten veel kosten maakt. Deze kunnen namelijk niet in de OSS-aangifte worden teruggevraagd. Waardoor je via een afzonderlijk (digitaal) verzoek deze buitenlandse btw terug moet vragen. Teruggaaf kan dan langer duren dan via het indienen van een aangifte in de betreffende lidstaat.     

Een andere reden om je (voorlopig even) niet aan te melden is als je al bent geregistreerd in de lidstaten van je klanten en daar aangifte doet. Je zou kunnen overwegen dit ook na 1 juli nog even te continueren en aan te kijken hoe het nieuwe éénloketsysteem uitwerkt in de praktijk.   

Wat verandert nog meer? 

Andere wijzigingen per 1 juli hebben betrekking op niet-EU-goederen. De btw-vrijstelling bij invoer van kleine zendingen tot € 22 zal vervallen. Daarvoor in de plaats kan per 1 juli onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de zogenaamde ‘Invoerregeling’ of te wel de ‘iOSS’ binnen het éénloketsysteem. Het gaat dan om zendingen van maximaal €150 bestemd voor particulieren in andere lidstaten. Je betaalt dan geen btw bij invoer, maar via het éénloketsysteem. In dat geval kunnen ook faciliterende platformen een belangrijke rol spelen. Voor een korte uitleg verwijzen wij graag naar een eerder nieuwsbericht van ons. 

Denk ook zeker aan het volgende 

Ongeacht of je wel of niet kiest voor het éénloketsysteem, heb je vanaf 1 juli voor je buitenlandse EU-omzet te maken met buitenlandse btw. Je zult daarom met het volgende rekening moet houden: 

  • Je administratieve processen zullen zodanig moeten zijn ingericht dat daaruit de omzet per lidstaat moeten blijken. Als de software daarop (nog) niet is uitgerust, dan zal dat handmatig moeten; 
  • Je zult te maken krijgen met verschillende btw-tarieven. Dit heeft gevolgen voor de prijstelling, je website, facturering en softwaresystemen (ERP).  

(Bron: Alfa)

Het einde van de coronacrisis lijkt in zicht. Langzaam worden diverse maatregelen versoepeld. Dit betekent echter nog niet dat alles weer is zoals het was voor maart 2020. Voor velen is de financiële situatie op zijn zachtst gezegd nog niet rooskleurig. Daarom komt het kabinet je tegemoet als je tijdelijk de rente en/of aflossing van je hypotheek niet kunt betalen. Consequentie van niet betalen is immers dat je daarmee het recht op hypotheekaftrek zou verliezen.

Hoofdregel (sinds 1 januari 2013)

Als je de hypotheekrente wilt aftrekken, moet je jaarlijks zowel rente als aflossing voldoen. Lukt dit niet in een jaar? Dan moet de achterstand uiterlijk op 31 december van het volgende jaar zijn ingelopen. Zo niet, dan vervalt meestal het recht op hypotheekrenteaftrek.

Eerste maatregel

In eerste instantie is het kabinet akkoord gegaan met een ‘aflossingspauze’ van maximaal zes maanden. De aflossingsachterstand mag je gedurende de rest van de looptijd van de hypotheek inlopen. Je zit dus niet vast aan het jaar erop. In overleg met je geldverstrekker mag je een nieuw aflossingsschema opstellen. Deze betaalpauze moest uiterlijk 1 juli 2020 ingaan.

Verlenging van de maatregel

Het kabinet heeft de maatregel verlengd en geeft een extra mogelijkheid om de aflossingsachterstand in te halen. Bovendien is de betaalpauze-termijn verlengt van zes naar twaalf maanden

  1. Nieuw aflossingsschema opstellen

Je krijgt de mogelijkheid om een heel nieuw aflossingsschema op te stellen. Dit schema  moet uiterlijk 1 januari 2023 ingaan en is een verlenging van de  eerste maatregel

  1. Splitsen van de lening

Je mag de schuld ook splitsen in een oud en nieuw deel. Voor de aflossingsachterstand wordt een nieuw aflossingsschema opgesteld. Je kunt er dus voor kiezen om de aflossingsachterstand sneller af te lossen.

Voorwaarden

Geen regeling zonder voorwaarden. Waar moet je aan voldoen?

  • Bij de geldverstrekker moet je tussen 12 maart 2020 en 30 juni 2021 je betalingsproblemen als  gevolg van de coronacrisis melden (of al hebben gemeld).
  • De overeengekomen betalingspauze van maximaal twaalf maanden moet je schriftelijk laten vastleggen.
  • De betaalpauze gaat uiterlijk 1 juli 2021 in.

Is de geldlening niet door een bank verstrekt maar door een familielid of door je eigen BV? Dan gelden nog twee aanvullende voorwaarden:

  • Er is sprake van een terugval in arbeidsinkomen (als gevolg van de coronacrisis) van ten minste 20%.
  • Je bent in (minimaal) drie aaneengesloten maanden in de periode 1 maart 2020 – 1 juli 2021 teruggegaan in inkomen.

Rente

De niet betaalde rente tijdens de pauze is niet aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting over het jaar van de betaalpauze. Dit kan gevolgen hebben voor je voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting over het betreffende jaar. Je kunt de voorlopige aanslag inkomstenbelasting  aanpassen om te voorkomen dat je belasting moet terugbetalen.  

(Bron: Alfa)

Vastgoedbeleggers kunnen bij verkoop van beleggingsvastgoed de boekwinst doorschuiven naar een volgende investering met een fiscale faciliteit: de herinvesteringsreserve. Wanneer als gevolg van de coronacrisis niet tijdig aan alle voorwaarden kan worden voldaan, dreigt alsnog acute belastingheffing. Een overzicht van de herinvesteringsreserve in coronatijd en de recente handreiking van de Staatssecretaris van Financiën.

Herinvesteringsreserve in het kort:

Het vormen van een herinvesteringsreserve voorkomt acute belastingheffing bij verkoop: de boekwinst mag worden gereserveerd voor een toekomstige vervangende investering. Zo blijft belastingheffing (voorlopig) achterwege en kan de vastgoedbelegger dus over liquide middelen beschikken. De gereserveerde verkoopwinst wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vervangende investering.

Dat resulteert in een lagere grondslag voor fiscale afschrijvingen. Fiscale afschrijvingen zijn in de praktijk veelal echter toch al zeer beperkt, omdat de fiscale boekwaarde als gevolg van deze afschrijvingen niet onder de WOZ-waarde mag dalen. De lagere fiscale boekwaarde resulteert bij een verkoop van de vervangende investering wel in een hogere fiscale boekwinst – maar zolang aan de voorwaarden wordt voldaan, kan ook die boekwinst wederom worden gereserveerd voor een vervangende investering. Zo is de herinvesteringsreserve een behulpzame fiscale faciliteit om belastingheffing over verkoopwinsten (langdurig) uit te stellen.

Bedrijfsmiddel of voorraad:

Een belangrijk onderscheid dat moet worden aangebracht: was het verkochte object bestemd om als bedrijfsmiddel voor langere tijd dienstbaar te zijn aan de onderneming of kwalificeerde het als voor de verkoop bestemde voorraad? Boekwinst gerealiseerd bij verkoop van voorraad kan namelijk niet worden gereserveerd in de vorm van een herinvesteringsreserve. 

Indien bij verplaatsing van een productielocatie industrieel vastgoed van de hand wordt gedaan, is vermoedelijk sprake van een bedrijfsmiddel. Appartementen die een projectontwikkelaar realiseert en verkoopt, kwalificeren vermoedelijk als voorraad. In de praktijk is het onderscheid echter niet altijd helder. Hoe kwalificeert bijvoorbeeld een initieel voor de verhuur bestemd appartementencomplex in aanbouw dat gedurende de realisatiefase wordt verkocht aan een eindbelegger? Het onderscheid tussen bedrijfsmiddelen en voorraad is een grijs gebied waarover regelmatig discussie wordt gevoerd met de Belastingdienst. 

Herinvesteringsvoornemen:

Om in het jaar van verkoop een herinvesteringsreserve te kunnen vormen, moet aantoonbaar sprake zijn van het voornemen om binnen drie jaar te herinvesteren. Dat voornemen moet in de jaren daarna ook doorlopend én aantoonbaar aanwezig zijn, omdat de gereserveerde winst anders alsnog vroegtijdig wordt belast. Het kunnen aantonen van een (voortdurend) herinvesteringsvoornemen is daarmee een belangrijk aandachtspunt voor de praktijk om onvoorziene belastingheffing te voorkomen.

Wij adviseren het herinvesteringsvoornemen terugkerend en inhoudelijk te behandelen in bestuursvergaderingen en de zoektocht naar een vervangende investering zorgvuldig te documenteren. Daarbij valt te denken aan het formeel verstrekken van een zoekopdracht aan een makelaar, maar bijvoorbeeld ook aan het bewaren van informele e-mailcorrespondentie met potentiële verkopers en/of intermediairs (netwerk). Ook het vastleggen van bevindingen bij de bezichtiging van potentiële vervangende investeringsobjecten kan een positieve bijdrage leveren in een discussie met de Belastingdienst over het herinvesteringsvoornemen.

Vervangingstermijn

Ook als er doorlopend én aantoonbaar sprake is van een herinvesteringsvoornemen moet het in principe binnen drie jaar na de verkoop daadwerkelijk tot een vervangende investering komen. Als dat niet lukt, wordt de gereserveerde winst in het derde jaar na de verkoop alsnog belast. Tenzij een begin is gemaakt met een vervangende investering, maar die investering is vertraagd door een bijzondere omstandigheid: dan wordt de driejaarstermijn opgerekt en blijft belastingheffing (voorlopig) achterwege. 

(Bron: BDO)

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)-regeling geeft een tegemoetkoming in de vaste lasten voor mkb-bedrijven die structureel omzet verliezen door de genomen maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van coronavirus. Omdat de maatregelen voorlopig doorlopen, wordt het subsidiepercentage van de TVL in het tweede kwartaal van 2021 verhoogd van 85 procent naar 100 procent .

De hoogte van de uiteindelijke tegemoetkoming is naast het subsidiepercentage afhankelijk van het omzetverlies van een bedrijf en het vastelastenpercentage van de sector. Ondernemers kunnen gebruikmaken van de TVL als zij meer dan 30% omzetverlies lijden. De TVL-regeling voor het tweede kwartaal gaat naar verwachting vanaf half mei open.

TVL kwartaal 2 van 2021 in combinatie met de NOW

De TVL-subsidie telt mee als inkomsten bij het omzetbegrip dat wordt gehanteerd binnen de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Voor iedere euro extra steun uit de TVL ontvangt een onderneming ongeveer 20 eurocent minder NOW. Dit omdat de NOW zich baseert op een omzetbegrip waar steun vanuit de TVL onderdeel van uitmaakt.

Let op het kan zijn dat je door de verruiming van de TVL en vanwege bovenstaande interactie met de NOW, toegang tot de NOW verliest. Dit zijn bedrijven in sectoren met een hoog vastelastenpercentage (tenminste 34%) en een omzetverlies dicht bij de omzetverliesdrempel van 30% in de TVL. De huidige inschatting is dat hierdoor enkele tientallen bedrijven per saldo minder steun ontvangen.

Uitbreidingen TVL kwartaal 1 van 2021 goedgekeurd en verlenging aanvraagperiode

Eerder berichtte wij al over de voorgenomen uitbreiding voor de TVL kwartaal 1 van 2021. Deze uitbreiding is inmiddels goedgekeurd. Onderdeel van de uitbreiding is de verhoging van het subsidiepercentage naar 85%, de verlaging van de minimale vaste lasten (van €3.000 naar €1.500), de openstelling voor grote bedrijven en een aantal uitbreidingen voor specifieke sectoren (o.a. land- en tuinbouw). Daarnaast is er nog een extra verhoging van het maximum subsidiebedrag doorgevoerd. De maximale subsidiebedragen zijn nu € 550.000 voor mkb-bedrijven en € 600.000 voor niet-mkb-bedrijven.

Het RVO zal het hogere subsidiepercentage en de andere uitbreidingen stapsgewijs gaan toepassen. Het RVO probeert zo snel mogelijk automatisch een extra betaling te doen voor de uitbreidingen die eventueel van toepassing zijn.

Ondernemers die door de verlaging van de minimale vaste lasten in aanmerking komen en al een aanvraag hebben gedaan, hoeven ook niets te doen. Deze aanvragen worden zo snel mogelijk verwerkt. Om ondernemers voldoende tijd te geven kunnen zij een aanvraag doen voor de TVL kwartaal 1 van 2021 tot 18 mei 17:00 uur.

TVL aanvragen?

Voor elke nieuwe ronde van de TVL moet een aparte aanvraag worden gedaan via de website van de RVO. Het indienen van een aanvraag voor periode kwartaal 2 van 2021 kan waarschijnlijk vanaf half mei.

Om een aanvraag te doen is nu nog een eHerkenning op niveau 1 vereist. Vanaf 12 april 2021 kan de TVL alleen nog maar met eHerkenning niveau 3 aangevraagd worden. Dit geldt voor TVL kwartaal 1 van 2021 en TVL kwartaal 2 van 2021. Het RVO heeft voor deze verhoging gekozen om het aanvragen veiliger te maken. Voor aanvragers met DigiD verandert er niets.

Op de website van het RVO kan eenvoudig met een Adviestool bepaald worden of je in aanmerking komt voor de TVL en hoeveel subsidie je kan verwachten.

(Bron: Alfa)

Vanaf 12 april 2021 is het verplicht de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) met eHerkenning niveau 3 aan te vragen. De verhoging van het niveau naar eHerkenning 3 geldt voor het aanvragen van de TVL van Q1 en Q2 van 2021.

Eherkenning is in feite hetzelfde als digi-D, maar dan voor bedrijven. Het helpt u om aanspraak te kunnen maken op regelingen voor ondernemers die nu gelden vanwege de coronacrisis, zoals de TVL. Eherkenning kent verschillende beveiligingsniveaus. De eHerkenning wordt voor de TVL nu verhoogd naar niveau 3 om het proces van aanvragen veiliger te maken.

Wanneer heb ik niveau 3 eHerkenning nodig?

Gaat u de TVL voor Q1 van dit jaar aanvragen? Dan heeft u dus vanaf 12 april niveau 3 van eHerkenning nodig, met de bijbehorende machtiging ‘RVO diensten’. Heeft u deze machtiging aangevraagd, dan kunt u ook alle andere diensten van de RVO afnemen.

Voor de TVL juni-september 2020 en TVL Q4 2020 blijft het tot 1 juli 2021 mogelijk om in te loggen met de lagere niveaus van eHerkenning. Met deze niveaus kan u de aanvraag inzien en kunt u reageren op het vaststellingsverzoek. Let wel op, want vanaf 1 juli 2021 heeft u ook voor deze periodes eHerkenning niveau 3 nodig. Doe uw aanvraag voor eHerkenning 3 dus op tijd!

Ik heb mijn TVL eerder aangevraagd met DigiD, heb ik nu ook eHerkenning nodig?

Nee, heeft u eerder een aanvraag gedaan met DigiD dan verandert er niets. Bent u bij de KVK geregistreerd als eigenaar of bestuurder van het bedrijf, dan kan u TVL Q1 2021 met DigiD aanvragen en eerdere aanvragen beheren.

Hoe verhoog ik mijn eHerkenning naar niveau 3?

Om het niveau te verhogen en de machtiging aan te passen, moet u contact opnemen met uw eHerkenningsleverancier, of u kiest voor een andere leverancier. Heeft u een beheermodule, dan kan u of uw machtigingenbeheerder de machtiging zelf aanpassen.

Hoe kan ik eHerkenning aanvragen?

Het proces om eHerkenning aan te vragen bestaat uit verschillende stappen. Start uw aanvraag op tijd, want de levertijd van een eHerkenningsmiddel duurt tot 5 werkdagen. De levertijd is afhankelijk van het juist en volledig aanleveren van uw documenten en handtekeningen.

U kunt met uw werknemers een vaste onbelaste vergoeding afspreken, bijvoorbeeld voor het woon-werktraject. Voor veel werknemers hebben de maatregelen rondom de coronacrisis wat betreft de kosten van vervoer tot een verandering van hun reispatroon geleid. Het kabinet wil voorkomen dat die verandering meebrengt dat u de vaste reiskostenvergoeding moet aanpassen of geheel of gedeeltelijk tot het loon moet rekenen.  

Het kabinet heeft daarom geregeld dat de werkgever die een vaste reiskostenvergoeding aanbiedt daar nu in deze thuiswerktijden geen fiscale gevolgen aan hoeft te verbinden. U mag dan voor deze periode blijven uitgaan van het reispatroon waar de vergoeding al op gebaseerd was. Inmiddels is de einddatum voor deze tegemoetkoming weer verschoven. Dit keer naar 1 juli 2021.  

LET OP 

Deze goedkeuring ziet alleen op vaste reiskostenvergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had. Het geldt dus bijvoorbeeld niet voor vaste reiskostenvergoedingen die betaald worden aan werknemers die pas na 12 maart 2020 in dienst zijn getreden. De Belastingdienst heeft een aantal voorbeelden op zijn site opgenomen. Ook als we weer geheel zouden terugvallen op de bestaande regelgeving, is een gerichte vrijgestelde vaste reiskostenvergoeding in meer situaties mogelijk dan vaak wordt verondersteld. Dat hangt vooral af van de mate van thuiswerk en de gekozen fiscale optie.

Puur fiscaal 

Het besluit geeft de mogelijkheid om een vaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer onbelast te kunnen blijven geven. Maar het kan u juist de noodzakelijke financiële ruimte geven als u die reiskostenvergoeding niet meer betaalt. Daarbij moet zeker ook in aanmerking genomen worden dat u voor die onbelaste reiskostenvergoeding geen tegemoetkoming krijgt via de NOW. Wat arbeidsrechtelijk wel of niet mogelijk is in de verhouding tussen de u en uw werknemer hangt natuurlijk af van wat u met elkaar heeft afgesproken. Wilt u de reiskostenvergoeding stopzetten, dan zult u dus de arbeidsovereenkomst moeten raadplegen en eventueel het arbeidsvoorwaardenreglement en/of de van toepassing zijnde CAO. Bespreek de arbeidsrechtelijke (on)mogelijkheden met uw Flynth-adviseur. 

Overige steunmaatregelen in de sfeer van de loonheffingen 

Voor 2020 is ook een viertal andere tegemoetkomingen getroffen in de sfeer van de loonheffingen. Voor drie daarvan geldt dat deze ook nog (deels) worden verlengd in 2021. 

  • In 2020 gold een tijdelijke administratieve lastenverlichting in de sfeer van de loonheffingen. Deze is verlengd tot 1 juli 2021. 
  • Ook in 2021 geldt een goedkeuring voor de verlaging van het salaris van de dga onder de gebruikelijkloonregeling. Deze wijkt overigens wel af van die van 2020.
  • Net als in 2020 wordt ook in 2021 de vrije ruimte in de werkkostenregeling over de eerste € 400.000 verhoogd van 1,7% naar 3%. Voor zover de totale loonsom meer bedraagt dan € 400.000 geldt voor 2021 een vrije ruimte van 1,18%, in plaats van 1,2% in 2020. 
    Deze (verruiming van de) vrije ruimte kunt u ook benutten om thuiswerkkosten onbelast te vergoeden. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheid van een structurele uitbreiding van onbelaste thuiswerkvergoedingen. Daarbij zal ook worden gekeken naar de huidige regelingen voor reiskostenvergoedingen. Naar verwachting zal de aanvullende regeling niet voor het einde van 2021 kunnen worden ingevoerd.
  • Buiten de vaste reiskosten mochten in 2020 (onder dezelfde voorwaarden) ook andere vaste vergoedingen ongewijzigd worden voortgezet. Die tegemoetkoming is (vooralsnog) niet verlengd in 2021.  

Naast deze in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis opgenomen tegemoetkomingen is in het Belastingplan 2021 de zogenaamde BIK (Baangerelateerde Investeringskorting)  opgenomen. Werkgevers kunnen (onder voorwaarden) een afdrachtvermindering op de loonbelasting en premie volksverzekeringen krijgen voor investeringsverplichtingen die zij aangaan op of na 1 oktober 2020 die volledig worden betaald in 2021 of 2022. Dat geldt dus heel expliciet niet voor investeringsverplichtingen die al volledig in 2020 zijn betaald. 

(Bron:Flynth)

Voor uw bedrijf een nieuwe investering doen van minimaal 1500 euro? Dan kunt u mogelijk korting krijgen op uw investering met de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). U krijgt die korting in de vorm van een vermindering van uw loonheffing. De investeringskorting geldt voor bedrijven met medewerkers in dienst– en die dus loonheffing afdragen – en belastingplichtig zijn voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting.

Welke investeringen voor de BIK

Het gaat om investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen (dus geen tweedehands) van meer dan € 1.500. Per aanvraag moet het totale bedrag aan investeringen minimaal € 20.000 bedragen. De BIK is van toepassing op investeringsverplichtingen die zijn aangegaan op of na 1 oktober 2020. Daarnaast geldt dat de volledige bedrijfsinvestering in 2021 of 2022 moet zijn betaald en de investering binnen zes maanden na volledige betaling in gebruik wordt genomen. Let op, want als een investering in het vierde kwartaal van 2020 ook in 2020 volledig is betaald, heeft u daarvoor geen recht op de BIK.

Uitgesloten van de BIK

Bijvoorbeeld verbeteringen van een bedrijfsmiddel en bedrijfsmiddelen voor de verhuur zijn uitgesloten van de BIK. Gaat u bijvoorbeeld uw asbesthoudende dak vervangen, dan wordt dat als een verbetering aangemerkt en komt dit niet voor de BIK in aanmerking.

Hoogte investeringskorting

De investeringskorting bedraagt 3,9% van het investeringsbedrag, tot en met 5 miljoen vermeerderd met 1,8% van het investeringsbedrag boven de 5 miljoen. Deze percentages zijn van toepassing als de Europese Commissie goedkeuring geeft om als fiscale eenheid gebruik te maken van de BIK.
Geeft de Europese Commissie deze goedkeuring niet, dan zullen de percentages worden verhoogd naar 5% tot met 5 miljoen en daarboven 2,08%.

De BIK geldt (vooralsnog onbeperkt) naast de andere fiscale investeringssubsidies; de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), WBSO en de fiscale regelingen (EIA, MIA en VAMIL).

Wanneer kan ik de BIK aanvragen

Vanaf 1 september 2021 kunt u de BIK aanvraag doen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Dit kan dan uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de laatste betaling op de investering is gedaan. De BIK-verklaring kunt u maximaal 4 keer per jaar aanvragen en maximaal 1 keer per kwartaal. Wordt uw aanvraag goedgekeurd? Dan wordt binnen 12 weken na de aanvraag een BIK-verklaring afgegeven. Hierop staat vermeld welk bedrag u in mindering mag brengen op de loonheffing.

(Bron: Flynth)