All posts in Nieuws voor de eenmanszaak of vof, belastingnieuws, diversen

U heeft als ondernemer recht op verschillende soorten belastingfaciliteiten in de inkomstenbelasting. Voor een aantal van die faciliteiten moet u voldoen aan het zogenaamde urencriterium. Denk daarbij onder meer aan de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve. Daarvoor moet u onder meer in het jaar minimaal 1225 uur hebben besteed aan uw onderneming. De staatssecretaris van Financiën komt ondernemers tegemoet die door de coronacrisis niet kunnen voldoen aan die 1225-uursnorm en daardoor belastingfaciliteiten zouden verliezen. De tegemoetkoming die in eerste instantie zag op de periode van 1 maart t/m 31 mei 2020 is in het Noodpakket 2.0 verlengd tot 1 oktober 2020.

Algemene tegemoetkoming

De Belastingdienst zal er van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 van uitgaan dat u altijd minimaal 24 uren per week aan uw onderneming(en) heeft besteed, ook als u die uren door de coronacrisis niet daadwerkelijk heeft besteed.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Wilt u aanspraak maken op de zogenaamde startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, dan geldt een verlaagd urencriterium van 800 uur. Ook daarvoor geldt een versoepeling in 2020. De Belastingdienst gaat er dan vanuit dat u van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 minimaal 16 uren per week aan uw onderneming(en) heeft besteed.

Seizoensgebonden ondernemers

Valt de piek van uw werkzaamheden juist in de bovengenoemde periode, dan bieden de tegemoetkomingen u geen soelaas. In dat geval geldt een aanvullende tegemoetkoming en gaat de Belastingdienst ervan uit dat u in die periode hetzelfde aantal uren heeft besteed als u in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019 heeft gedaan. U kunt dan (deels) aan de hand van uw administratie van vorig jaar beoordelen of u in 2020 aan het urencriterium voldoet.  

(Bron: Flynth)

Vanaf 2020 geldt een nieuwe regeling voor de fiets de zaak. Die regeling maakt een eind aan allerlei administratieve ballast. Hoe werkt de regeling en is de fiets van de zaak interessant voor u of uw werknemers?

De oude fietsregeling

De oude fietsregeling bracht veel administratieve rompslomp met zich mee. Voordat de nieuwe regeling werd ingevoerd, moest u namelijk voor het gebruik van een fiets van de zaak exact bijhouden hoeveel u privé en zakelijk fietst. Dat is bij een fiets zonder kilometerteller nog veel lastiger dan bij een auto van de zaak.

De nieuwe fietsregeling

Om dit administratief makkelijker te maken, is per 2020 een nieuwe fietsregeling ingevoerd. Hierbij geldt een vast bijtellingspercentage van 7% en de rittenregistratie is komen te vervallen.

Bijtelling fiets van werknemer 

Gaat het om een fiets van een werknemer, dan geldt de bijtelling als de fiets door de werkgever ter beschikking is gesteld. Het maakt daarbij niet uit of u als werkgever de fiets hebt gekocht of geleast. De bijtelling wordt bij werknemers tot het belaste loon gerekend. De werkgever draagt hierover loonbelasting en premies af.

Niet bij direct eigendom

Belangrijk hierbij is wel dat het bij deze nieuwe 7%-bijtellingsregeling niet mag gaan om een fiets die direct eigendom wordt van de werknemer. Zou dat wel het geval zijn, dan is op het moment van het verstrekken of vergoeden van de fiets de hele waarde van die fiets in één keer belast als loon in natura.

Bijtelling fiets van ondernemer

Bent u ondernemer, dan krijgt u ook een bijtelling voor het privégebruik van de fiets als u de fiets tot het vermogen van uw onderneming rekent of als de fiets door uw onderneming wordt geleast. In principe komen dan alle kosten in aftrek op de winst.

Correctie bij privédoeleinden en/of woon-werkverkeer

Echter, als u de fiets ook voor privédoeleinden en/of woon-werkverkeer gebruikt, wordt de aftrek van de kosten deels gecorrigeerd door een privéonttrekking (de ‘bijtelling’) weer bij de winst te tellen.

Bijtelling bedraagt 7%

De bijtelling, ofwel onttrekking voor het privégebruik van de fiets van de zaak, bedraagt op jaarbasis 7% van de waarde van de fiets (inclusief btw).

(Bron: De Jong & Laan)

De derde dinsdag van september: Prinsjesdag. Voor ondernemers een belangrijk moment, niet alleen om te horen wat er uit ‘het koffertje’ komt, maar ook om nog even terug te kijken op de afgelopen periode in 2020. Welke belangrijke thema’s zijn aan bod gekomen? En hoe kan ik daar als ondernemer (nog beter) op inspringen? Ook kijken we tijdens Prinsjesdag vooruit, naar het nieuwe begrotingsjaar en welke nieuwe wet- en regelgeving we kunnen verwachten. Wij grijpen bij Flynth de aanloop naar Prinsjesdag aan, om door middel van een reeks artikelen stil te staan bij een aantal belangrijke thema’s voor ondernemers. Want wat er in het koffertje zit, weten we nog niet. Wat er bij onze klanten aan belangrijke thema’s leeft, wel! 

Bea Boetje, Senior Belastingadviseur  

Bea Boetje is al decennialang actief als fiscaal jurist. Sinds 2007 zet ze haar kennis en ervaring in bij Flynth om ondernemers in het mkb te helpen bij wet- en regelgeving. Meestal gaat het dan om bv’s en dus om vennootschapsbelasting, maar ook eenmanszaken kunnen bij haar terecht voor advies op het gebied van inkomstenbelasting. Ze legt graag uit wat voor fiscale maatregelen ondernemers kunnen verwachten op prinsjesdag. 

Alles op alles voor ondernemers 

‘Ik heb al heel wat koffertjes voorbij zien komen in mijn loopbaan. Ik herinner me bijvoorbeeld dat op Prinsjesdag 2008 iedereen heel positief was. Maar drie weken later vielen de banken in Amerika om en veranderde alles. Zo zal het dit jaar niet gaan. Corona bepaalt al sinds maart het nieuws. Er waren plannen om het belastingstelsel te wijzigen, maar die zijn allemaal tot stilstand gekomen. De overheid zet nu alles op alles om het economisch bestel in stand te houden en ondernemers te redden. Ik verwacht dan ook geen grote nieuwe beleidswijzigingen.’ 

Coronareserve 

‘Het is goed dat de coronamaatregelen nu wettelijk verankerd gaan worden. Een prettige regeling voor ondernemers in de vennootschapsbelasting is bijvoorbeeld de fiscale coronareserve. Die zorgt ervoor dat ze in de belastingaanslag over 2019 alvast rekening kunnen houden met de door corona geleden verliezen in 2020. Dat is heel belangrijk voor bv’s. Zeker omdat de eerder in het vooruitzicht gestelde verlaging van de vennootschapsbelasting niet doorgaat, zodat de overheid meer geld overhoudt om corona aan te pakken. De verlaging van het tarief in de eerste schijf van 16,5% naar 15% wordt wel doorgevoerd, maar de belastbare winstgrens wordt daarbij verhoogd van € 200.000 naar € 400.000. Voor winsten boven de € 400.000 blijft het tarief van 25% gelden.    

TOGS en TVLK  

‘Voor mkb-bedrijven en zzp’ers was er eerder een eenmalige Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren van € 4.000 als compensatie voor schade door corona. Later is daar de Tegemoetkoming Vaste Lasten bij gekomen met een maximum van € 50.000 in 4 maanden. Deze tegemoetkomingen zijn vrijgesteld van belasting en hoeven niet terugbetaald te worden.’ 

Voorstel “Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen” 

‘Als uitvloeisel van het pensioenakkoord ligt er nu een voorstel voor de ‘Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen. Deze biedt mogelijkheden om maximaal 10% van de waarde van het ouderdomspensioen af te kopen. Daarnaast uitbreiding tot 100 weken om vakantieverlof en compensatieverlof op te sparen om de arbeidsperiode tot de AOW leeftijd te overbruggen.’  

Overdrachtsbelasting 

‘Er is sprake van een mogelijke afschaffing van de overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt. Iedereen die een woning koopt waarin de koper zelf niet gaat wonen gaat het tarief omhoog naar 8%.  Enorme gevolgen derhalve voor beleggers en woningcorporaties. Ook wordt overwogen de overdrachtsbelasting voor bedrijfspanden te verhogen van 6 naar 8% in plaats van 7%.’  

Uitstel van betaling 

‘Vanwege corona biedt de Belastingdienst ondernemers de mogelijkheid om betaling uit te stellen over de periode februari tot en met september 2020. Dit kunnen ze nog tot 1 oktober aanvragen. Uiteindelijk moet die belasting wel alsnog betaald worden. Inmiddels is duidelijk dat daarvoor een realistische regeling komt met een ruime termijn van 24 maanden: van januari 2021 tot en met januari 2023. Daarbij is de Belastingdienst bereid tot regelingen op maat. Let op: vanaf 1 oktober geldt dit bijzondere beleid niet meer en is het veel lastiger om eventueel uitstel te krijgen.’ 

Kleine regelingen 

‘Ik verwacht verder geen spectaculaire maatregelen, maar wel veel kleine regelingen om ondernemers, werkgevers en werknemers te helpen – zoals die er nu ook al zijn. Zo komt er wellicht een nieuwe belastingaftrek, de zogenoemde Baangerelateerde Investerings Korting (BIK), om investeringen in werkgelegenheid aan te moedigen. Verder mogen mensen die vanwege de coronacrisis een betaalpauze hebben afgesproken voor hun hypotheek toch later hypotheekrente aftrekken van de belasting. Werkgevers mogen hun werknemers meer belastingvrije vergoedingen geven, bijvoorbeeld voor apparatuur en meubilair om goed thuis te kunnen werken. En als een werknemer minder met het OV reist en de werkgever zijn vergoeding daarom beperkt, mag hij de kosten van een abonnement dat gewoon doorloopt wel aftrekken van de belasting.’ 

(Bron: Flynth)

Het besluit waarin de BTW-aftrek op fietsen van de zaak is geregeld is aangepast vanwege de nieuwe fiscale regeling die sinds 1 januari 2020 geldt.

De wijziging van het besluit van 11 juli 2012 (Heffing privégebruik auto en toepassing BUA) is in de Staatscourant van 30 december 2019 gepubliceerd. De belangrijkste wijziging betreft § 3.5 Bua en de verstrekking van fietsen. Deze paragraaf kan ook worden toegepast als de ondernemer fietsen leaset en ter beschikking stelt aan zijn werknemer(s).

De ondernemer kan de fiets die hij verstrekt of ter beschikking stelt, aanschaffen of leasen. Als is vermeld ‘inkoopprijs’ of ‘aanschafprijs’, wordt daaronder ook begrepen de in totaal te betalen leasetermijnen. Als is vermeld ‘inkoop’ of ‘aanschaf’ wordt daaronder ook begrepen lease.

Voor leasefietsen geldt dat het BTW-bedrag dat is begrepen in de leasetermijnen volledig in aftrek kan worden gebracht totdat het totaal van die in aftrek gebrachte bedragen het maximum van € 130 (21/121 x € 749) heeft bereikt.

De nieuwe fietsregeling komt er in het kort op neer dat voor een ter beschikking gestelde fiets slechts 7% van de cataloguswaarde tot het loon moet worden gerekend. Over deze 7% moet de werknemer belasting betalen.

(Bron: Accountancyvanmorgen)

Per 1 januari 2020 is de fiscale regeling voor de ‘fiets van de zaak’ veranderd. Het wordt voor werkgevers makkelijker om hun werknemers te laten profiteren van een fiets van de zaak. Ondernemers (bijvoorbeeld kleine ondernemers en zzp’ers) kunnen ook zelf gebruik maken van de regeling. 

Fiets van de zaak: hoe werkt het?

Een fiets van de zaak maakt het mogelijk om een (elektrische) fiets of een speed-pedelec te gebruiken voor woon-werkverkeer. De werknemer hoeft dan niet zelf een fiets te kopen. Hij of zij mag de fiets van de zaak fiscaal gezien onbeperkt privé gebruiken. Dus ook voor een fietstochtje, de boodschappen of het wegbrengen van de kinderen. 

Wat kost een fiets van de zaak?

De werkgever betaalt de fiets en meestal ook de kosten voor onderhoud en reparatie. Wel krijgt de werknemer te maken met een bijtelling bij het salaris. Uiteindelijk betaalt de werknemer daardoor enkele euro’s per maand extra belasting.  

Hoe werkt de bijtelling?

Wie een fiets van de zaak privé gebruikt, heeft daar voordeel van. Over de waarde van dit voordeel (de bijtelling) betaalt hij of zij loonbelasting. De bijtelling is 7% over de consumentenadviesprijs van de fiets en accessoires (inclusief btw) per jaar. De werkgever telt dit bedrag op bij het salaris. Hierover betaalt de werknemer dan maandelijks belasting. 

Eigen bijdrage

De werkgever kan de werknemer om een maandelijkse eigen bijdrage vragen. Dit bedrag gaat dan van de bijtelling af. De werknemer ziet dit terug op zijn of haar loonstrookje.

Werkgever vergoedt soms bijtelling

De werkgever mag er ook voor kiezen de bijtelling voor zijn rekening te nemen. Dat kan door gebruik te maken van de vrije ruimte in de werkkostenregeling. In dat geval hoeft de werknemer helemaal geen belasting te betalen. 

Geen of minder reiskostenvergoeding

Maakt de werknemer gebruik van een fiets van de zaak? Dan kan het zijn dat hij of zij bepaalde reiskostenvergoedingen niet meer krijgt van de werkgever. Bijvoorbeeld een kilometervergoeding. Daar staat tegenover dat de werknemer ook minder of geen reiskosten meer maakt. De werkgever bepaalt welke reiskosten al dan niet vergoed worden. 

(Bron: Overheid)

De fiscale scholingsaftrek gaat verdwijnen, maar niet vóór 2022. Dat betekent dat de aftrek in 2020 en 2021 nog overeind blijft. Dit blijkt uit een brief van minister Koolmees van SZW.

Scholingsaftrek

Via de scholingsaftrek kunnen bepaalde kosten van scholing onder voorwaarden in aftrek op het inkomen worden gebracht.

Het betreft met name de kosten van:

  • lesgeld
  • cursusgeld
  • collegegeld
  • examengeld
  • verplicht gestelde leer- en beschermingsmiddelen

Aftrek vervangen door subsidie

Het kabinet beoogt al enkele jaren de scholingsaftrek te vervangen door een subsidie. Hierdoor zou het voordeel van de tegemoetkoming niet langer inkomensafhankelijk zijn.

Uitvoering

De uitvoering van een individuele subsidie inzake scholingskosten is voor het UWV nogal gecompliceerd, zo blijkt uit eerder genoemde brief van Koolmees.

Daarom kan deze subsidie niet eerder dan per 2022 worden ingevoerd. De fiscale aftrek blijft daarom tot die tijd gehandhaafd.

Aftrekbaar van de winst

De scholingsaftrek staat los van het feit dat scholingskosten van een ondernemer zelf ten laste van de winst kunnen komen. Dit is alleen anders als er een te ver verwijderd zakelijk belang is.

Ook de scholingskosten ten aanzien van zijn werknemers kunnen in beginsel ten laste van de winst worden gebracht.

(Bron: De Jong en Laan)

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft aangegeven dat als de procedure over de box 3-heffing bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in het voordeel van de belastingplichtige wordt beslecht, deze uitkomst ook zal gelden voor alle anderen. De belastingplichtigen die onder de massaalbezwaarprocedure 2013 en 2014 vallen hoeven dan niet ook nog naar het EHRM te stappen om hun gelijk te krijgen.

In juni 2019 heeft de Hoge Raad aangegeven dat de box 3-heffing over 2013 en 2014 in strijd was met artikel 1 van het EVRM, maar onze hoogste rechter vond wel dat er dan ten aanzien van de heffing sprake moest zijn van een buitensporig zware last.  De Bond voor Belastingbetalers is hierop in opdracht van een aantal belastingplichtigen een procedure gestart bij het EHRM. Zij wil van het EHRM weten of de box 3-heffing over 2013 en 2014 een schending is van artikel 1 van het EVRM.

Eenzelfde financiële vergoeding krijgen

Krijgen deze belastingplichtigen gelijk dan zouden in principe alle andere belastingplichtigen die onder de massaalbezwaarprocedure vallen ook een individueel verzoekschrift bij het EHRM moeten indienen om gelijk te krijgen. Dit vindt de staatssecretaris echter ongewenst. Hij belooft daarom dat als het EHRM concludeert dat de box 3-heffing een schending van artikel 1 van het EVRM is in de zaak van de Bond voor Belastingbetalers, alle deelnemers aan de massaalbezwaarprocedure uit de aanwijzing eenzelfde financiële vergoeding krijgen als de belastingplichtigen uit de EHRM-zaak.

(Bron: Rendement)

Rechtbank Gelderland oordeelt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling, omdat X bv niet behoort tot de in die vrijstelling genoemde kring van verkrijgers. De bedrijfsopvolgingsvrijstelling is dan niet van toepassing.

In 1995 brengt D zijn eenmanszaak in G bv in. Hierbij wordt ook de economische eigendom van een onroerende zaak ingebracht. De juridische eigendom blijft achter bij D. In 1998 en 2008 verkrijgt D nog twee onroerende zaken die hij ter beschikking stelt aan G bv. Uiteindelijk wordt de onderneming in 2007, exclusief de onroerende zaken, ondergebracht in belanghebbende, X bv, waarvan de zoons van D de aandelen in bezit hebben. Op 15 mei 2018 worden de onroerende zaken vervolgens aan X bv geleverd. Volgens X bv is geen overdrachtsbelasting verschuldigd voor deze levering, omdat de bedrijfsopvolgingsvrijstelling van toepassing is. Zij stelt dat er sprake is van een gefaseerde bedrijfsoverdracht en beroept zich ook op de doorkijkarresten.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de bedrijfsopvolgingsvrijstelling niet van toepassing is. Volgens de rechtbank wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. X bv behoort namelijk niet tot de in die vrijstelling genoemde kring van verkrijgers, de vervreemders zijn geen ondernemer in de zin van de vrijstelling en de verkregen goederen behoren niet tot een onderneming in de zin van de vrijstelling. Verder verwerpt de rechtbank ook het beroep op de doorkijkarresten, omdat er sprake is van een geheel andere situatie: X bv verkrijgt geen aandelen, maar onroerende zaken, zodat niet door de aandelen naar de achterliggende onroerende zaken heen gekeken kan worden.

(Bron: Taxlive)

De Tweede Kamer wil dat de regering diverse varianten uitwerkt waarbij het toeslagenstelsel geheel verdwijnt en wordt vervangen door bijvoorbeeld alternatieve inkomensafhankelijke arrangementen, (uitkeerbare) heffingskortingen, decentralisatie van toeslagen en/of verhoging van het wettelijk minimumloon en uitkeringen. Dat staat in een op 10 december 2019 aangenomen motie.

Ook werd een motie aangenomen waarin wordt verzocht de uitvoering bij de Belastingdienst aan te passen naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 23 oktober 2019 (V-N 2019/52.20 en V-N 2019/52.21). Ook moet de wet per 1 juni 2020 worden gewijzigd.

Er werden nog vijf andere moties aangenomen. Hierin wordt de regering onder andere opgeroepen ervoor te zorgen dat ouders die meer schade geleden hebben binnen de CAF-zaken op de meest eenvoudige wijze en zonder tegenwerking hun recht kunnen halen. Ook moet de status “fraudeur” zo snel mogelijk worden geherwaardeerd bij iedereen die sinds 2009 deze status heeft gekregen als gevolg van vermeende fraude met kinderopvangtoeslagen.

(Bron: Taxlive)

Werknemers die vanaf 2020 gebruik gaan maken van een leasefiets van de zaak, behouden hun recht op een onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer op moment dat zij met een ander vervoermiddel dan de leasefiets naar het werk reizen. Dit heeft het ministerie van Financiën bevestigd naar aanleiding van vragen van de branchevereniging voor Rijwiel en Automobiel Industrie (RAI). Volgens RAI is het behoud van de onbelaste reiskostenvergoeding naast de bijtelling voor de fiets cruciaal voor het succes van de fiscale regeling.

Bijtellingsregeling zakelijke fietsen

RAI schrijft hierover het volgende op haar website:

In de aanloop naar de start van de bijtellingsregeling voor zakelijke fietsen per 1 januari volgend jaar is er onduidelijkheid ontstaan of deze regeling naast de onbelaste vergoeding van € 0,19 per kilometer voor zakelijke kilometers mag worden gebruikt of niet. Het ministerie van Financiën verschaft nu duidelijkheid naar aanleiding van zorgen die RAI had geuit.

Recht op onbelaste reiskostenvergoeding

Ook werknemers met een leasefiets houden het recht op een onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 op het moment dat zij met een ander vervoersmiddel reizen en de leasefiets niet gebruiken. De bedoeling van de nieuwe regeling is altijd al geweest dat de leasefiets juist naast bijvoorbeeld de auto van de zaak mag worden gebruikt en niet gelijktijdig. Lamers: “Behoud van de vergoeding is essentieel. De nieuwe bijtellingsregeling moet het immers voor mensen aantrekkelijker maken om een fiets van de zaak te leasen en dat doe je niet door aan de andere kant bestaande voordelen weg te nemen.”

Vervoer per trein of auto

In de praktijk betekent dit, als een werknemer met de trein of auto naar werk gaat, de werkgever maximaal € 0,19 per kilometer onbelast mag vergoeden. Als de werknemer met de trein reist mag de werkgever ook de werkelijke kosten vergoeden als de kosten hoger zijn dan € 0,19 per kilometer. Werkgever/werknemer moeten wel aannemelijk kunnen maken dat de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de leasefiets als hij de zakelijke kilometers, ondanks die terbeschikkinggestelde fiets, per trein of per auto aflegt. Als een werknemer een dag de gehele rit met de leasefiets naar het werk reist, kan geen aanspraak worden gemaakt op de onbelaste kilometervergoeding.

Hoe aannemelijk gemaakt kan worden dat een werknemer met een ander vervoermiddel dan de fiets naar het werk is gekomen is niet aangegeven. Hierover zullen ongetwijfeld nog vragen gesteld worden.

(Bron: Van Oers)