All posts in Nieuws voor de Zelfstandige zonder personeel (ZZP), belastingnieuws, auto

Rijdt u in een auto van uw onderneming? Let dan op de bijtellingsregels- en percentages. Wij lichten ze toe.

Bijtellingspercentages gewone auto

Voor auto’s waarvan de datum van eerste toelating op de weg (DET) in 2016 ligt, eindigt de overgangsperiode van 60 maanden in 2021. Als op grond van de bijtellingsregels uit 2016 nog een verlaagd bijtellingspercentage van toepassing is, zal dit in 2021 na verloop van de overgangsperiode wijzigen naar 25%. U moet dus rekening houden met een eventueel hogere bijtelling voor privégebruik.

Bijtellingspercentages elektrische auto

Voor elektrische auto’s geldt nog steeds een verlaagd gecombineerd bijtellingspercentage. In 2020 bedraagt het bijtellingspercentage 8% tot een cataloguswaarde van € 45.000. Over het meerdere moet u 22% bijtelling betalen. Dit wordt de komende jaren verder afgebouwd. In 2021 is het verlaagde tarief namelijk 12% tot een cataloguswaarde van € 40.000. De datum van eerste toelating van de auto is bepalend voor het bijbehorende bijtellingspercentage. Het verlaagde gecombineerde tarief is 60 maanden van toepassing, gerekend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand van eerste toelating. Daarna geldt het algemene percentage van 22%. Mogelijk is het interessant om dit jaar nog een elektrische auto aan te schaffen.

(Bron: ABAB)

De bijtelling voor de auto van de zaak is altijd in beweging en dat kan een reden zijn om – als dat nog lukt – dit jaar een nieuwe auto aan te schaffen. Er zijn namelijk nog steeds fiscaal interessante mogelijkheden en deze worden ieder jaar minder.

Een elektrische auto van de zaak

Bent u van plan om een nieuwe elektrische auto aan te schaffen? Dan is het interessant om dat nog dit jaar te doen. De bijtelling over het privégebruik van een elektrische auto bedraagt in 2020 in principe 8% voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 45.000. Voor zover de waarde hoger is, geldt een bijtellingspercentage van 22%.

Vanaf 1 januari 2021 wordt die regeling echter weer iets minder interessant. Dan bedraagtde bijtelling namelijk 12% voor zover de cataloguswaarde niet meer bedraagt dan € 40.000 en 22% over het meerdere. Koopt u de auto nog dit jaar, dan mag u gedurende zestig maanden de huidige percentages blijven toepassen. Deze termijn gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van eerste toelating.

Tip als u een elektrische auto aanschaft: Voor een elektrische auto heeft u onder voorwaarden recht op de milieu-investeringsaftrek (MIA). Dit is een extra aftrek op uw winst van 13,5% over de aanschafwaarde van uw auto met een maximum van € 40.000. Om de MIA te kunnen toepassen moet u de investering in de elektrische auto hebben aangemeld bij de RVO binnen drie maanden na de opdracht tot levering van de auto. Het moet bovendien gaan om een nog niet eerder gebruikte elektrische auto.

Een waterstofauto van de zaak

Hoewel de keuze nog beperkt is en het tanken van brandstof een uitdaging kan zijn, kan uw keuze ook uitgaan naar een waterstofauto. Doe dat dan nog in 2020. Voor auto’s zonder CO2-uitstoot die op waterstof rijden, geldt in 2020 namelijk een bijtelling van 8%. Dat percentage geldt bovendien voor de volledige aanschafprijs, zonder de drempel die bij elektrische auto’s nog wel geldt. De bijtelling van 8% mag u gedurende maximaal 60 maanden na aanschaf blijven toepassen.

Tips als u een waterstofauto aanschaft: Als ondernemer heeft u voor een waterstofauto recht op MIA. De MIA is een extra aftrekpost op de winst van 36% van de aanschafwaarde tot maximaal € 75.000 van het investeringsbedrag. Bij investering in een waterstofauto kunt u ook nog eens maximaal 75% van het investeringsbedrag willekeurig afschrijven en daarmee een liquiditeitsvoordeel behalen. Voor de MIA en de willekeurige afschrijving is van belang dat de investering in de waterstofauto binnen drie maanden na het aangaan van de koopovereenkomst aanmelden bij de RVO.

(Bron: Flynth)

Op Prinsjesdag maakt het kabinet de plannen voor de komende jaren bekend, waaronder een aantal plannen met betrekking tot de auto. Dit overzicht laat zien wat ons, waarschijnlijk, te wachten staat.

Hogere bijtelling elektrische auto

De bijtelling voor elektrische auto’s bedraagt nu nog 4% tot een cataloguswaarde van € 50.000 en een bijtelling van 22% over het meerdere. Volgens het Klimaatakkoord gaat de bijtelling volgend jaar naar 8% over de eerste € 45.000 van de cataloguswaarde en 22% over het meerdere.

In 2021 moet dit stijgen naar 12% over maximaal € 40.000. In de jaren na 2021 stijgt de bijtelling over de eerste € 40.000, vanaf 2026 bestaat voor de bijtelling geen onderscheid meer tussen elektrische en gewone auto’s.

Hogere accijns benzine en diesel

De accijns op benzine en diesel gaat volgend jaar met 1 eurocent per liter omhoog, ter financiering van de belastingkorting die voor elektrische rijders zijn weggelegd.

Andere berekening BPM

Er komt een andere methode ter berekening van de BPM. De BPM betaalt u bij aanschaf of import van een nieuwe auto en is gebaseerd op de CO2-uitstoot van de auto. De nieuwe methode berekent de uitstoot nauwkeuriger. Door de nieuwe methode wordt de BPM gemiddeld niet hoger, maar dit kan in individuele gevallen wel zo zijn. Door de nieuwe methode kan de BPM echter ook iets lager uitvallen.

Hogere motorrijtuigenbelasting vervuilende diesels

Dieselauto’s met een uitstoot van fijnstof van meer dan 5 mg/km, krijgen volgend jaar te maken met een MRB-verhoging van 15%.  Voor bestelauto’s van ondernemers op diesel geldt dit alleen voor auto’s die in 2019 12 jaar of ouder zijn.

Extra toets import schadeauto’s

Bij import van een gebruikte auto betaalt u aan de grens een deel van de BPM. Voor schadeauto’s bestaat een specifieke methode ter bepaling van de rest-BPM. Omdat de import van schadeauto’s onevenredig toeneemt, wordt er een extra toets door een onafhankelijke derde ingevoerd ter fiattering van de aangegeven BPM.

Teruggave BPM voor taxi’s afgeschaft

Taxibedrijven krijgen vanaf 2020 de BPM op aangeschafte auto’s die gebruikt worden als taxi, niet meer terug. Op deze manier wil het kabinet de aanschaf van schonere taxi’s stimuleren.

Heeft u vragen over de automaatregelen per 2020, neem dan contact met ons op.

(Bron: SRA)

De hypotheekrentes in Nederland gaan de laatste tijd hard omlaag. Volgens De Hypotheekshop verlaagden grote spelers als ING en ABN AMRO de rentes recent al vier keer, Rabobank drie keer, en SNS en Aegon twee keer.

Vooral voor de lange rentevaste periode is sprake van stevige dalingen. Bij dertig jaar vast met NHG is de gemiddelde hypotheekrente in de laatste vier weken met 0,25 procent teruglopen tot 2,6 procent, aldus de hypotheekadviseur.

De hypotheekrentes liggen al lang erg laag, net als de spaarrentes. Dat banken nu de rentes nog verder verlagen, hangt samen met het beleid bij de Europese Centrale Bank (ECB). Die hintte er onlangs op dat zijn rentetarieven, waarop andere rentes zijn gebaseerd, in september mogelijk verder omlaag gaan. De ECB zou met zo’n rentestap de afzwakkende economische groei kunnen aanjagen.

Aan de lage hypotheekrente lijkt voorlopig nog geen einde te komen, denkt De Hypotheekshop. “Door de aanhoudende internationale onrust, stimuleringsmaatregelen van de ECB en Federal Reserve op de rol, en de start van het naseizoen in aantocht lijkt de daling van de hypotheekrente voorlopig nog wel aan te gaan houden.”

Bron: De hypotheekadviseur

Op Prinsjesdag zal de staatssecretaris naar verwachting ook een aantal nieuwe fiscale maatregelen met betrekking tot de auto presenteren. Een overzicht van deze verwachte wijzigingen.

Vermoedelijk zal het pakket belastingmaatregelen de volgende wijzigingen met betrekking tot de auto bevatten:

  • het verhogen van de bijtelling privégebruik elektrische auto van de zaak;
  • (misschien) een aanpassing van de bijtelling voor ‘youngtimers’;
  • een validatie bij de import van tweedehandsauto’s;
  • BPM-tarieven baseren op WLPT-testmethode;
  • een verlenging van de BPM-vrijstelling voor emissieloze auto’s;
  • een verlenging van de MRB-vrijstelling voor emissieloze personenauto’s;
  • verhoging van de MRB voor bestelbussen; en
  • de invoering van een vrachtwagenheffing.

Deze wijzigingen komen hieronder aan de orde.

Verhoging bijtelling privégebruik elektrische auto

In het Klimaatakkoord is een maatregel opgenomen om de bijtelling vanwege het privégebruik van een elektrische auto van de zaak te verhogen. Dit jaar bedraagt deze bijtelling 4% over de cataloguswaarde voor zover deze niet meer bedraagt dan € 50.000. Voor zover de cataloguswaarde hoger is, bedraagt de bijtelling 22%. Voor 2020 moet de fiscale bijtelling voor elektrische auto’s stijgen naar 8% voor zover de cataloguswaarde de € 45.000 niet overschrijdt. In 2021 bedraagt de bijtelling 12% over de eerste € 40.000. De gewone bijtelling blijft 22% bedragen. In de jaren na 2021 stijgt de bijtelling over de eerste € 40.000 totdat in 2026 geen onderscheid meer bestaat tussen elektrische en gewone auto’s van de zaak. Het kabinet moet deze maatregel nog in een wetsvoorstel opnemen.

Aanpassing bijtelling voor ‘youngtimers’

Men moet de bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak in beginsel berekenen over de cataloguswaarde van die auto. Een uitzondering geldt als de auto ouder is dan 15 jaar. Met betrekking tot deze zogeheten ‘youngtimers’ is de waarde in het economische verkeer de grondslag voor de bijtelling. Deze waarde wil nogal eens lager uitvallen dan de cataloguswaarde, terwijl de desbetreffende youngtimer vervuilender is dan een nieuwe auto. De staatssecretaris van Financiën wil een en ander laten onderzoeken. Als de youngtimer-regeling het aankopen van youngtimers (te veel) stimuleert, kan de staatssecretaris besluiten deze regeling af te schaffen.

Validatie bij import tweedehandsauto’s

De staatssecretaris constateert dat de laatste jaren relatief meer schadevoertuigen zijn opgegeven bij de import van tweedehandsauto’s, zonder dat de vraag naar beschadigde auto’s in Nederland zo is gestegen. Hij vermoedt dat importeurs soms de schade van de desbetreffende auto’s overdrijven om de BPM te drukken. De staatssecretaris wil dit tegen gaan door het import- en aangifteproces aan te passen. Voordat men de BPM-aangifte indient, moet een validatie plaatsvinden. Bij voorkeur moet een onafhankelijke partij deze validatie uitvoeren. De staatssecretaris is hierover in gesprek met de RDW. Als de validatie slaagt, kan men de aangifte BPM indienen. Na betaling volgt dan direct een fiscaal akkoord en is het kenteken direct te verlenen. Als de validatie niet slaagt, is het niet mogelijk om BPM-aangifte te doen en een kenteken te verkrijgen. Eerst moet een nieuw waarderapport worden opgemaakt en gevalideerd.

BPM-tarieven gebaseerd op WLTP-testmethode

Het bedrag aan BPM dat autobezitters moeten betalen, is mede afhankelijk van de CO2-uitstoot van de desbetreffende auto en de BPM-tarieven. De wetgever zal per 1 juli 2020 de BPM-tarieven baseren op een nieuwe CO2-testmethode: de Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure (WLTP). Deze methode moet beter inzicht geven in het werkelijke brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van personenauto’s dan de vorige methode. Onder de nieuwe methode pakt de CO2-uitstoot van auto’s gemiddeld hoger uit. Maar het is niet de bedoeling dat alleen al door deze nieuwe testmethode de BPM stijgt. Daarom wil het kabinet de CO2-tarieven van de BPM per 1 juli 2020 naar beneden bijstellen. Zo blijft de gemiddelde BPM per auto naar verwachting ongeveer hetzelfde. Deze omzetting wordt geregeld via een wetsvoorstel dat op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. De autobranche krijgt vervolgens tot 1 juli 2020 tijd om zich voor te bereiden.

Verlenging BPM-vrijstelling emissieloze auto’s

Op grond van de huidige wettekst geldt tot 1 januari 2021 een vrijstelling van BPM voor auto’s met een CO2-uitstoot van nihil. Op grond van het Klimaatakkoord wordt deze vrijstelling verlengd tot en met 2024. In 2025 zal een vaste voet gaan gelden voor emissieloze auto’s van € 360 per auto. Deze verlenging van de vrijstelling moet nog wel in een wetsvoorstel worden opgenomen. Misschien dat de staatsecretaris deze maatregel opneemt in het belastingpakket dat hij op Prinsjesdag 2019 presenteert.

Verlenging MRB-vrijstelling emissieloze auto’s

Volgens de Wetuitwerking Autobrief II vervalt op 1 januari 2021 de vrijstelling voor het rijksdeel van de motorrijtuigenbelasting voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van nihil. Maar in het Klimaatakkoord wordt deze vrijstelling verlengd tot en met 2024. In 2025 zal men voor emissieloze auto’s een percentage van (het rijksdeel van) de MRB van 25% betalen. Plug-in hybrides betalen MRB met een correctiefactor vanwege het zwaardere gewicht ten opzichte van brandstofauto’s. Ook deze verlenging van de vrijstelling moet nog in een wetsvoorstel worden vastgelegd.

Verhoging MRB voor bestelbussen

Vanaf 2021 zal een geleidelijke verhoging plaatsvinden van de MRB voor bestelbussen. Het moet gaan om een stijging van € 2 euro per maand per bestelbus vanaf 2021 tot en met 2024.

Invoering vrachtwagenheffing

Het kabinet heeft het voornemen om voor 2023 een vrachtwagenheffing in te voeren voor het vrachtverkeer uit binnen- en buitenland. De vrachtwagenheffing zal gelden voor binnenlandse en buitenlandse vrachtwagens van meer dan 3.500 kg. Rijdt een vrachtwagen op een weg waar de heffing geldt, dan registreert een on-board unit de afgelegde kilometers. Het tarief zal naar verwachting minimaal € 0,078 per afgelegde kilometer bedragen. Voor zwaardere en/of minder schone vrachtauto’s kan dit tarief oplopen tot € 0,26 per afgelegde kilometer. Private aanbieders van toldiensten gaan de registratie en inning van de vrachtwagenheffing op zich nemen. Dit plan is al verwerkt in een conceptwetsvoorstel dat voor internetconsultatie is voorgelegd. Maar misschien komt een echt wetsvoorstel wel in beeld op Prinsjesdag 2019.

(Bron: Taxence)

De bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s van de zaak stijgt, een jaar eerder dan aangekondigd, per 2020 van 4% naar 8%. Dit staat in de plannen voor het klimaatakkoord die het kabinet heeft gepresenteerd.

Bijtelling en elektrische auto van de zaak

De hogere bijtelling gaat gelden voor nieuwe elektrische auto’s tot een cataloguswaarde van € 45.000. Over de meerwaarde betalen uw werknemers dan 22%. Voor overige auto’s geldt vanaf 1 januari 2017 nog steeds het standaardbijtellingspercentage van 22%. 

Verhoging bijtelling elektrische auto

De verhoging van de bijtelling voor elektrische auto’s is nog niet definitief, maar naar verwachting gaat dat dit jaar wel gebeuren. Wij houden u op de hoogte.

(Bron: ABAB)

ter beschikking staat, is het vaak voordelig de bijtelling te verdelen.

Bijtelling privégebruik

De bijtelling voor de auto van de zaak hangt samen met het privégebruik dat van de auto gemaakt kan worden en is een percentage van de catalogusprijs. De bijtelling blijft achterwege als bewezen kan worden dat met de auto niet meer dan 500 kilometer privé in het jaar is gereden.

Progressie

Het voordeel van een verdeling van de bijtelling hangt samen met de progressie van het tarief in box 1. Als één van beide partners een lager tarief betaalt, is een verdeling van de bijtelling voordelig.

Voorbeeld:
Stel dat de auto van de zaak een cataloguswaarde van € 50.000 heeft en dat de bijtelling 22% is. Als de ene partner over de top van het inkomen bijvoorbeeld in 2019 een belastingtarief kent van 51,75% en de ander 38,1%, is het verschil in tarief 13,65%. Werken beiden in een man/vrouw-vof en wordt de bijtelling 50%/50% verdeeld, dan scheelt dit jaarlijks, rekening houdend met de mkb-winstvrijstelling van 14%:
€ 50.000 x 22% x 1/2 x (13,65% x 0,86) = € 646
Voor een dga en zijn/haar partner bedraagt het voordeel in dezelfde situatie:
€ 50.000 x 22% x 1/2 x 13,65% = € 751

Auto noodzakelijk

Voorwaarde is dat de partner de auto ook nodig heeft voor de werkzaamheden. Dit kan binnen de vof via een goede taakverdeling al snel aannemelijk worden gemaakt.

Let op! Bovenstaand voorbeeld is vereenvoudigd. Er zijn namelijk veel inkomensafhankelijke zaken, zoals de Zvw-premie en heffingskorting, die ook moeten worden meegerekend bij de verdeling van de bijtelling. Laat daarom uw persoonlijke situatie altijd door uw adviseur doorrekenen. Het is ook specifiek afhankelijk van de situatie en het soort bedrijf of het toegepast kan worden. Overleg daarom met een accountant als u dit wilt toepassen.

Heeft u vragen over een verdeling van de bijtelling van de auto van de zaak, neem dan contact met ons op.

Vanaf 1 januari 2019 worden de bijtellingsregels voor nieuwe volledig elektrische auto’s aangescherpt. Voor auto’s die duurder zijn dan € 50.000 geldt straks een gecombineerd bijtellingspercentage.

De bijtelling van 4% voor privégebruik geldt vanaf 1 januari 2019 alleen nog tot een cataloguswaarde van € 50.000. Over het meerdere wordt de normale bijtelling van 22% berekend. Als de cataloguswaarde van de elektrische auto meer dan € 50.000 is, krijgen werknemers en werkgevers dus te maken met een gecombineerd bijtellingspercentage. Deze verhoging van de bijtelling raakt vooral Tesla’s en wordt daarom ook wel de Tesla-taks genoemd.

Kentekens na 1 januari 2019

De verhoging van de bijtelling geldt voor auto’s die op of na 1 januari 2019 voor het eerst op kenteken worden gezet. Dit maakt het een stuk minder aantrekkelijk om een bijvoorbeeld een Tesla, BMW i8 of een Jaguar I-Pace te gaan rijden.

Voor elektrische auto’s met een catalogusprijs van bijvoorbeeld € 100.000 gaat de netto bijtelling van ongeveer € 150 per maand naar € 500 per maand. Bij een duurdere auto is het verschil nog groter.

Voor gunstige bijtelling snel bestellen

Alle elektrische auto’s die voor 1 januari 2019 op kenteken zijn gezet, kunnen nog tot vijf jaar na de dag van de eerste tenaamstelling profiteren van de 4% bijtelling over de gehele cataloguswaarde. Afhankelijk van de levertijd moet u uw nieuwe auto dus snel bestellen om komende 5 jaar nog te kunnen profiteren van de gunstige bijtelling.

 

Optie om belasting te besparen

Een optie om belasting te besparen als u vanuit een bv onderneemt, is het vormen van een eenmanszaak of vof met uw bv. Dit vereist nauwkeurige planning maar levert wel belastingvoordeel op. Vraag ons om advies.

 

Het algemene tarief voor de bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak is dit jaar verlaagd naar 22%. Maar voor auto’s die al vorig jaar op kenteken zijn gezet, moeten werkgevers nog rekenen met het hogere tarief van 25%. Toch is hier geen sprake van discriminatie, oordeelde rechtbank in Den Haag onlangs.

Sinds 1 januari 2017 is het algemene bijtellingspercentage voor privégebruik van de auto van de zaak 22%. Voor die tijd was het reguliere percentage nog 25%. Het nieuwe, lagere percentage geldt alleen voor auto’s die na 1 januari 2017 op kenteken zijn gezet. Daardoor ontstaat de situatie dat voor een auto die op 2 januari 2017 op de weg is toegelaten 22% bijgeteld moet worden, terwijl voor een identieke wagen die op 30 december 2016 op kenteken is gezet het percentage 25% is. Dat is een ongelijke behandeling van gelijke gevallen vond de Vereniging Zakelijke Rijders, die een proefprocedure startte.

Lagere bijtelling door nieuwe zuinige auto’s

De rechtbank in Den Haag kreeg vier zaken voorgelegd, twee over een bestelauto en twee over een personenauto, die allemaal vóór 1 januari 2017 op kenteken waren gezet. De klacht was dus dat er sprake was van discriminatie. De inspecteur stelde echter dat de wetgever met deze regeling keurig binnen zijn ruime beoordelingsbevoegdheid was gebleven.
En ook de rechtbank kwam tot die conclusie. De overheid mag gelijke gevallen verschillend behandelen, tenzij daar geen redelijke gronden voor zijn. Maar de wetgever was hier niet buiten zijn boekje gegaan, oordeelde de rechter. De verlaging van het bijtellingspercentage is onder meer ingegeven doordat nieuwe auto’s steeds zuiniger worden. Dan is het logisch dat het lagere percentage alleen geldt voor ‘nieuwe’ auto’s. Dat ‘nieuw’ hier is gedefinieerd als ‘vanaf 1 januari 2017’ valt binnen de beoordelingsbevoegdheid van de wetgever. Het beroep tegen de hoge bijtelling ging dus van tafel.

(Bron: Rendement)

Mevrouw X had van haar werkgever in 2013 twee auto’s ter beschikking gesteld gekregen. Het ging tot 5 november 2013 om een auto met een cataloguswaarde van € 33.885 (de 25%-auto) en daarna om een elektrisch aangedreven auto met een cataloguswaarde van € 51.865 (0%-auto). Mevrouw X hield voor beide auto’s een rittenregistratie bij. De 25%-auto had zij voor 376 km voor privédoeleinden gebruikt en de 0%-auto was voor 242 km voor privé gebruikt. Omdat de toegestane 500-km-grens was overschreden, legde de inspecteur een naheffingsaanslag LB op van (25% x € 33.885) x 52% x 308/365 dagen =) € 3.717. Mevrouw X ging in beroep. Hof Amsterdam had begrip voor de gedachtegang van mevrouw X dat het onjuist was om de met de 0%-auto gereden km’s in haar situatie mee te laten voor de vraag of de 500 km-grens was overschreden, omdat uit de wetsgeschiedenis bleek dat het de bedoeling van de wetgever was om het voordeel van het privégebruik van een 0%-auto niet in de heffing te betrekken. Het Hof vond het ook wel wrang, omdat mevrouw X uitsluitend met de 0%-auto tijdsevenredig gezien beduidend meer privé kilometers was gaan rijden, dan zij tot 5 november 2013 met de 25%-auto deed. Het privégebruik van de 25%-auto was immers – ook tijdsevenredig gezien – minder dan 500 km. Hier stond echter tegenover dat de Hoge Raad in een arrest van 17 december 1997 had beslist dat bij volgtijdelijk gebruik van aan een belastingplichtige ter beschikking gestelde auto’s voor de vraag of de 500 km-grens was overschreden, moest worden uitgegaan van het privégebruik van die auto’s tezamen, zodat de met de 0%-auto gereden privé km’s meetelden voor de vraag of de 500 km-grens grens was overschreden. Het Hof verklaarde het hoger beroep van mevrouw X ongegrond.

(Bron: FUTD)