Rechtbank corrigeert erfgenaam die nalatenschap zelfstandig afwikkelde

X is samen met zijn 3 zussen gerechtigd tot de nalatenschap van vader die zij beneficiair hebben aanvaard. In het testament was X benoemd tot executeur. Omdat 2 zussen het niet eens zijn met de wijze waarop X de nalatenschap afwikkelt, zijn zij een procedure gestart. Naar aanleiding hiervan heeft de Rechtbank thans onder meer het volgende geoordeeld.

Verdeling nalatenschap is nietig omdat niet alle erfgenamen hieraan hebben meegewerkt

De Rechtbank constateert dat X de nalatenschap feitelijk geheel naar eigen inzicht heeft beheerd, afgewikkeld en verdeeld. Alle erfgenamen dienen echter mee te werken aan de verdeling van de nalatenschap. Nu dit niet is gebeurd, is de verdeling nietig volgens artikel 3:195 BW. Dit betekent dat partijen de bedragen die zij uit de nalatenschap van vader door X betaald hebben gekregen met wettelijke rente in de nalatenschap dienen terug te brengen.

X moet rekening en verantwoording afleggen over door hem als executeur gevoerde beheer

Volgens de Rechtbank is X als executeur op grond van artikel 4:148 BW verplicht om alle door de erfgenamen gewenste inlichtingen te verschaffen over de uitoefening van zijn taak. Uit artikel 4:151 BW volgt voorts dat X op begrijpelijke en controleerbare wijze rekening en verantwoording moet afleggen over zijn beheer van de boedel vanaf de sterfdatum van vader. Omdat X tot dusver onvoldoende inzicht heeft gegeven in de wijze waarop hij als executeur de nalatenschap heeft beheerd, wordt X door de Rechtbank veroordeeld om alsnog rekening en verantwoording af te leggen. X moet hiertoe onder meer in chronologische volgorde alle bankafschriften overleggen van de door X beheerde erfgenamenrekening.

Door beneficiaire aanvaarding is taak van executeur geëindigd omdat nalatenschap negatief is

Volgens de Rechtbank is hier geen sprake van een nalatenschap die ruimschoots toereikend is om alle nalatenschapsschulden te voldoen, nu er vooralsnog sprake lijkt te zijn van een  fors negatieve boedel. Dit brengt met zich dat de taak van X als executeur door de beneficiaire aanvaarding strikt genomen is geëindigd (artikel 4:202 lid 1 letter a BW jo. artikel 4:149 lid 1 letter d BW) en dat op X als beheerder en als zelfbenoemd enig feitelijk vereffenaar van de boedel de plichten van een vereffenaar rusten. Daartoe behoort onder meer de verplichting om een boedelbeschrijving op te maken en deze ter inzage te leggen bij een boedelnotaris of ter griffie van de Rechtbank (artikel 4:211 lid 3 BW). Omdat een dergelijke boedelbeschrijving ontbreekt en geen verzoek als bedoeld in artikel 4:203 BW is ingediend, moet X een behoorlijke en verifieerbare boedelbeschrijving opstellen en ter inzage leggen.

Schuldenaar van erflater is zelf verantwoordelijk voor het bewijs dat geldlening is afgelost

Ten aanzien van een geldlening die vader in 1993 aan één van de kinderen had verstrekt, oordeelt de Rechtbank dat ondanks het tijdsverloop op het kind nog steeds de bewijslast rust dat de lening is afgelost. Als bewijsstukken zijn kwijtgeraakt, is dat voor diens risico.

Een erfgenaam heeft recht op inzage van alle stukken die deel uitmaken van de nalatenschap

Volgens de Rechtbank brengen de eisen van de redelijkheid en billijkheid met zich dat een deelgenoot in een nalatenschap tegenover de andere deelgenoten recht heeft op inzage van alle stukken die ter beoordeling van de samenstelling van de nalatenschap van belang zijn.

(Bron: VVE Erfrecht)

 

Updated: 26 mei 2012 — 10:06