WAADI en BV

Als je (regelmatig) arbeidskrachten in- of uitleent, loop je risico’s. Zeker als je geen rekening houdt met de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (WAADI). Regelgeving waarvan de naleving de bijzondere en blijvende aandacht heeft van de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie). Wat is er aan de hand?

Met de WAADI wil de overheid malafide uitzendbureaus aanpakken. Op basis van deze wet heeft zij een registratieplicht ingesteld. Dit betekent dat uitzendbureaus zich als zodanig moeten inschrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De registratieplicht geldt voor iedereen die als uitlener arbeidskrachten ter beschikking stelt aan een inlener.

Forse boetes

De Inspectie SZW legt een forse boete op als een uitzendbureau werkt zonder registratie. Als inlener krijg je dezelfde boete als je personeel inhuurt bij een uitlener die niet in het handelsregister is ingeschreven. Je bent namelijk verplicht te controleren of een uitlener geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel. De boete voor het niet voldoen aan de registratieplicht is afhankelijk van het aantal ingeleende arbeidskrachten. Bij minder dan 10 ingeleende werknemers is de boete € 8.000. Gaat het om 10 tot en met 29 ingeleende werknemers, dan is de boete € 16.000. Is het aantal ingeleende werknemers 30 of meer, dan bedraagt de boete € 32.000.

Bij een tweede overtreding verdubbelen deze bedragen. Bij een derde overtreding worden de bedragen driemaal zo hoog. Daarnaast kan de boete in bepaalde gevallen gehalveerd worden. Hiervan kan sprake zijn als: (a) het bureau wel bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven, maar niet als uitzender; (b) de uitlener of inlener door bijzondere omstandigheden verminderd verwijtbaar is; (c) de inlener een natuurlijk persoon is.

Wat is uitlenen?

De WAADI verstaat onder het ter beschikking stellen van arbeidskrachten: ‘Het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander, voor het onder diens toezicht of leiding, anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst, verrichten van arbeid.’

Wel registratieplicht

De registratieplicht geldt voor alle bedrijven die in Nederland personeel uitlenen. Ook in gevallen waarin dit niet-bedrijfsmatig is. Dit betekent dat de registratieplicht niet alleen geldt voor uitzendorganisaties en detacheringsbureaus, maar ook voor andere bedrijven die incidenteel en voor korte tijd personeel uitlenen aan een andere werkgever.

Geen registratieplicht

De registratieplicht is niet van toepassing als er sprake is van aanneming van werk, overeenkomst van opdracht, uitlening binnen hetzelfde concern of collegiale uitlening. Van ‘collegiale uitlening’ is sprake als collega-ondernemers elkaar in noodgevallen, tijdelijk en zonder winstoogmerk te hulp schieten door middel van het uitlenen van medewerkers. Als de uitlener zijn collega echter méér doorbelast dan alleen de kosten van de uitgeleende medewerker, is er al geen sprake meer van uitlenen ‘zonder winstoogmerk’ en is de registratieplicht van toepassing.

Voorbeelden

  • Uitgaande van de definitie ‘ter beschikking stellen’ geldt er geen registratieplicht voor de Interim Manager / DGA die zichzelf verhuurt aan een opdrachtgever. Hier is immers geen sprake van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.
  • Hetzelfde geldt voor een zelfstandige zonder personeel (ZZP’er) die ingehuurd wordt. De ZZP’er werkt zelf en stelt dus geen personeel ter beschikking. Wanneer een ZZP’er werk aanneemt en hiervoor een andere ZZP’er stuurt die het werk verricht, dan is er wel sprake van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten en dient de uitlenende ZZP’er geregistreerd te zijn.
  • Wanneer een B.V. een ZZP’er inhuurt en deze vervolgens doorleent, zal deze B.V. zich moeten registreren. Ook voor de B.V. die bemiddelt voor opdrachtgevers om ZZP’ers in te huren en door te lenen geldt de registratieplicht. Deze houdt zich immers bedrijfsmatig bezig met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.

Wijze van registreren

Uitleners moeten in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel een aantekening laten opnemen dat ze arbeidskrachten ter beschikking stellen. Ondernemers die bedrijfsmatig arbeidskrachten ter beschikking stellen, zoals uitzendbureaus, kunnen dit via een wijzigingsformulier doorgeven aan de Kamer van Koophandel. Uitleners die niet-bedrijfsmatig arbeidskrachten ter beschikking stellen kunnen dit telefonisch of per mail doorgeven aan de Kamer van Koophandel in hun regio.

Ook gevolgen bij inlenen!

De wet heeft ook consequenties voor iedereen die arbeidskrachten inhuurt. Inleners mogen niet meer gebruikmaken van de diensten van uitleners die niet goed geregistreerd staan. Inleners kunnen controleren of uitleners goed geregistreerd staan op de website van de Kamer van Koophandel (zie www.kvk.nl/waadi).

Inlenersaansprakelijkheid

Een ander belangrijk risico –naast dat van het ontbreken van een registratie– is de inlenersaansprakelijkheid. De Belastingdienst kan immers bij je aankloppen als het uitzendbureau –het gaat hier uitsluitend om bedrijfsmatige uitleen– de verplichte loonheffingen en omzetbelasting niet betaalt. Je kunt de financiële gevolgen daarvan beperken door een deel van het factuurbedrag te storten op de G-rekening van de uitlener. Ondanks die storting kan de fiscus je toch aansprakelijk stellen. Dit is het geval als achteraf blijkt dat het uitzendbureau meer loonheffingen of omzetbelasting verschuldigd is dan het bedrag dat je op zijn G-rekening hebt gestort. Onder bepaalde voorwaarden kun je jezelf daarvan echter vrijwaren.

Voorwaarden:

  • De uitzendonderneming is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA).
  • De inlener stort 25 procent van het factuurbedrag (inclusief omzetbelasting) op de G-rekening.
  • Je houdt een manurenadministratie bij.
  • Van de ingeleende mensen zijn voorgeschreven persoonsgegevens in de administratie aanwezig op basis waarvan je hun identiteit vaststelt en –voor zover van toepassing– geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunningen.

(Bron: Alfa)

Updated: 1 augustus 2020 — 12:14