Uitbreiding signaleringswaarden financieel toezicht onderwijsinstellingen

Voor het toezicht op financiële risico’s hanteert de onderwijsinspectie al enige tijd verschillende kengetallen. Voor deze kengetallen zijn signaleringswaarden bepaald. Om de jaarrekeningen over 2022 te beoordelen, zijn door de Onderwijsinspectie de kengetallen voor de liquiditeit uitgebreid. De bestaande differentiatie naar de omvang van de instelling is uitgebreid met de categorie ‘grootste instellingen’. Voor deze instellingen geldt een signaleringswaarde voor de liquiditeit (vlottende activa / vlottende passiva) van 0,5. Hieronder ziet u een overzicht van deze nieuwe signaleringswaarde:

Wat houdt klein, middel, groot en grootste in:

Kleine instellingen: betreft besturen met totale baten minder dan € 3 miljoen

Middelgrote instellingen: besturen met totale baten tussen € 3 en € 12 miljoen

Grote instellingen: besturen met totale baten tussen € 12 en € 25 miljoen

Grootste instellingen: besturen met totale baten meer dan € 25 miljoen

Deze signaleringswaarden zijn gericht op de detectie van financiële risico’s. Daarnaast wordt het kengetal gebruikt voor mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen gebruikt. Omdat dit kengetal niet gebruikt wordt voor het toezicht op risico’s, maar voor het toezicht op te hoge vermogensvorming, maakt deze geen deel uit van dit kader.

(Bron: Van Ree)

Effecten CAO PO en VO voor de jaarrekening 2023

In de CAO akkoorden zijn de gevolgen van de inflatie goed zichtbaar. In het Primair en Voortgezet Onderwijs gaat het om met name:

  • de salarisverhoging van 10% per 1 juli 2023 en
  • een eenmalige uitkering per november 2023.

Deze salarisaanpassing en de toelage zijn pensioengevend. U vraagt zich daarom mogelijk af of u in de jaarrekening rekening moet houden met hogere reserveringen. Bijvoorbeeld door een reservering voor pensioenlasten op te nemen.

Pensioenuitvoerder

Voor het antwoord is de werkwijze van de pensioenuitvoerder (ABP) van belang. Hun uitleg:

  • We gaan voor uw pensioenopbouw uit van uw pensioengevend inkomen per 1 januari of van het moment dat u in dienst trad.
  • Een tussentijdse salarisverhoging of –verlaging telt mee voor het volgende jaar.
  • Als uw salaris hoger of lager wordt door een andere deeltijdfactor houden we daar rekening mee vanaf de datum van die wijziging.

De premie die u als werkgever over het jaar 2023 betaalt bestaat uit “premie-% x pensioengrondslag”. De pensioengrondslag betreft het vaste salaris per 1 januari 2023 en de tussentijdse verhogingen van 2022. De verhogingen van 2023 tellen mee in de grondslag van 2024.

Pensioenpremie

Hierdoor zou u kunnen denken, dat in nieuwe jaar pensioenpremie betaald zal gaan worden op basis van de salarisverhogingen in 2023. Zodat deze alvast in de jaarrekening gereserveerd zouden moeten worden. Dit is echter niet het geval. Wanneer u de over 2023 berekende pensioenpremie (volgens de beschreven ABP berekeningsmethodiek) heeft voldaan, heeft u geen resterende verplichtingen meer over het verslagjaar 2023. Dus dient er ook geen verplichting in de balans te worden opgenomen. Het gegeven dat in de pensioengrondslag 2024 de tussentijdse verhogingen van 2023 meegenomen worden, is hierop niet van invloed.

(Bron: Van Ree)

Korting samenwerkingsverbanden bekend gemaakt

OCW heeft de hoogte van de korting op samenwerkingsverbanden met mogelijke bovenmatig publiek eigen vermogen gepubliceerd. In de definitieve regeling bekostiging 2023 is de verlaging van het bedrag per leerling voor zware ondersteuning verwerkt. Eerder had de minister al bekend gemaakt op welke manier ze de samenwerkingsverbanden met bovenmatig eigen vermogen gaat korten

De korting bedraagt:

  • In het primair onderwijs: € 13,50 per leerling (teldatum 1 februari 2022)
  • In het voortgezet onderwijs: € 12,50 per leerling (teldatum 1 oktober 2022).

Het bedrag per leerling voor de bekostiging van de zware ondersteuning bedraagt nu € 477,27 per leerling in primair onderwijs en € 781,39 in het voortgezet onderwijs. 

Compensatie

De samenwerkingsverbanden zonder bovenmatig eigen vermogen krijgen aanvullende bekostiging van het bedrag per leerling voor zware ondersteuning. De hoogte van de compensatie verschilt per samenwerkingsverband. De samenwerkingsverbanden die door de korting onder de signaleringswaarde van het bovenmatige eigen vermogen komen, worden gecompenseerd tot maximaal deze signaleringswaarde.

De verwerking van korting en compensatie lopen gelijk verdeeld over de maanden oktober tot en met december 2023.

(Bron: PO-Raad)

Vernieuwd model berekening voorziening groot onderhoud gepubliceerd

Een vernieuwd model voor de berekening voorziening groot onderhoud conform de richtlijnen voor de jaarverslaggeving is gepubliceerd. Het model is te vinden in de toolbox Verwerking kosten groot onderhoud in jaarrekening per 2024. Om het model goed te kunnen gebruiken, is het belangrijk om eerst de toelichting (op het eerste tabblad) goed door te lezen.

De PO-Raad heeft eerder een model gepubliceerd voor de berekening van de voorziening groot onderhoud. Daar bleken echter nog details in te zitten die niet volledig overeenkwamen met de richtlijnen voor de jaarverslaggeving. Daarom is er nu een vernieuwd model.

De voorschriften voor het verwerken van de kosten van het groot onderhoud in de jaarrekening veranderen per 1 januari 2024. De meeste schoolorganisaties zullen daardoor een keuze moeten maken voor het verwerken van de kosten van groot onderhoud: activeren of het vormen van een voorziening. Als wordt gekozen voor de voorziening, dan moet deze veelal op een andere wijze worden vastgesteld, dan schoolorganisaties tot nu toe altijd deden. PO-Raad en VO-raad ondersteunen schoolorganisaties bij de keuzes die gemaakt moeten worden met informatie en tools. 

(Bron: PO-Raad)

OCW gaat in gesprek over jaarverslaggeving

In november en december start het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met de Verantwoordingsronde 2023. Dit is een reeks bijeenkomsten op verschillende plaatsen in het land om ontwikkelingen rondom de jaarverslaggeving toe te lichten. Onderwijsinstellingen, bestuursleden, toezichthouders, controllers, accountants, administrateurs, financials en andere geïnteresseerden zijn van harte uitgenodigd voor de bijeenkomsten.

De Verantwoordingsronde typeert zich door het interactieve karakter waarbij veel ruimte is voor het geven van input en het uitwisselen van gedachtes in een informele sfeer. Tijdens de bijeenkomsten gaan verschillende experts in gesprek over verantwoordingsthematieken en verslaggevingsactualiteiten. Denk hierbij aan duurzaamheidsinformatie (n.a.v. CSRD), voorziening groot onderhoud, programma Samen Verantwoorden, project compact bestuursverslag, de Kamerbrief Financiële Positie Onderwijs en meer.

De bijeenkomsten vinden op verschillende plekken in het land plaats en zijn niet online. OCW doet achteraf wel verslag van de bijenkomsten via de nieuwsbrief jaarverslaggeving onderwijs.

De planning is als volgt:

  • Donderdag 16 november: Groningen
  • Dinsdag 21 november: Wageningen
  •  Donderdag 23 november: Breda
  • Donderdag 30 november: Roermond
  • Donderdag 7 december: Den Haag

Je kunt je nu aanmelden voor een datum/stad. De exacte locaties en programmaonderdelen worden in november bekend gemaakt. Houdt er in ieder geval rekening mee dat het programma een hele dag zal beslaan, van 9:30 tot 15:00 uur.

Heb je in de tussentijd vragen, dan kun je mailen naar de organisatie via jaarverslaggeving@minocw.nl.

(PO-Raad)

Eerste regeling bekostiging 2024 gepubliceerd

In de eerste regeling bekostiging 2024 is de prijsbijstelling 2024 verwerkt. Deze indexatie voor het prijsgevoelig deel van de bekostiging is vastgesteld op -0,14%. De bekostiging is hierdoor aangepast met -0,0152% (10,85% * -0,14%) ten opzichte van de definitief vastgestelde regeling bekostiging 2023. Een licht negatieve bijstelling dus. De nieuwe bekostigingsbedragen zijn verwerkt in het Model bekostiging 2024 in de toolbox.

De negatieve prijsbijstelling komt vreemd over, omdat de prijzen in 2024 door inflatie waarschijnlijk zullen stijgen. Het is echter wel te verklaren vanuit de indexatiesystematiek. Hierbij wordt jaarlijks gekeken naar een periode van 3 jaar, waarbij eerdere schattingen worden aangepast op de meeste recente indexcijfers van het CPB. De prijsbijstelling 2024 is gebaseerd op de werkelijke prijsontwikkeling in 2022, de geactualiseerde prijsontwikkeling in 2023 en de verwachte prijsontwikkeling van 2024. De prijsbijstelling 2024 is dus negatief, doordat prognoses in de prijsbijstelling 2023 te hoog blijken te zijn.  

Grafiek

Zoals eerder aangekondigd wordt de bekostiging ‘Professionalisering en begeleiding starters en schoolleiding in 2024 gecontinueerd. Per 2025 zal een deel van deze middelen worden uitgekeerd aan de Onderwijsregio’s, hierover wordt in de loop van 2024 een besluitgenomen. De PO-Raad heeft zich hard gemaakt dat het budget dat hiermee jaarlijks is gemoeid (€100 per leerling) structureel beschikbaar blijft voor de sector. En dat schoolbesturen zelf, gezamenlijk regie moeten kunnen blijven voeren over de besteding van deze middelen. Zo wordt de ruimte behouden om succesvol strategisch personeelsbeleid van de schoolbesturen te laten continueren.  

Naast een jaarlijkse prijsbijstelling is er ook een jaarlijkse loonbijstelling. Deze indexatie van het loongevoelig deel bekostiging 2024, zal worden verwerkt in de definitieve regeling bekostiging 2024 die in september 2024 wordt verwacht. De verwachte toename in de bekostigingsbedragen op basis van de loonbijstelling, is al voor een aanzienlijk deel ingezet in de cao primair onderwijs 2023/2024 die loopt tot en met september 2024.   

(Bron: PO-raad)