All posts in Geen categorie

Verleng uw uitstel van betaling vóór 1 juli

Categories: Geen categorie
Reacties uitgeschakeld voor Verleng uw uitstel van betaling vóór 1 juli

Ondernemers die vanwege corona bijzonder uitstel van betaling van hun belastingschulden hebben gevraagd (en gekregen), wordt geadviseerd dit uitstel vóór 1 juli te verlengen. Ook als u nog geen uitstel hebt aangevraagd, kunt u dit nog vóór 1 juli doen.

Brief van Belastingdienst

Na het einde van de drie maanden uitstel van betalingen moet u alle belastingen, waarvoor u aangifte doet, op tijd betalen. Heeft u dat niet gedaan, dan heeft u 1 mei 2021 een brief gekregen waarin de Belastingdienst u erop wijst dat u verlenging van bijzonder uitstel kunt aanvragen.

Het is verstandig om verlenging van het uitstel te vragen. De belastingen waarvoor u deze verlenging van bijzonder uitstel krijgt hoeft u dan namelijk niet op tijd te betalen.

Aflossen

Vanaf 1 juli 2021 moet u alle nieuwe belastingschulden weer op tijd betalen. Voor alle belastingschulden waarvoor u (verlenging van) bijzonder uitstel van betaling heeft gekregen, ontvangt u vóór 1 oktober 2021 een brief met een voorstel voor een betalingsregeling. U moet deze schulden in maximaal drie jaar aflossen, te beginnen op 1 oktober 2021.

(Bron: De Jong & Laan)

linkedin
facebook
twitter
email

Belangrijke voorwaarde: betaal op tijd

Voorwaarde voor deze betalingsregeling is dat u alle nieuwe belastingschulden of belastingschulden die niet in het bijzondere uitstel zijn meegenomen op tijd betaalt. Ook om die reden is het verstandig om verlenging van het bijzonder uitstel te vragen als u uw belastingschulden niet kunt betalen.

Zorg dat u niet op 1 juli 2021, als u de nieuwe belastingschulden weer op tijd moet betalen, al tegen een achterstand aanloopt!

(Bron: De Jong & Laan)

Noodmaatregelen loonheffingen komen te vervallen

Categories: Geen categorie
Reacties uitgeschakeld voor Noodmaatregelen loonheffingen komen te vervallen

Kort na het uitbreken van de coronacrisis is een groot aantal tijdelijke fiscale maatregelen afgekondigd ter verlichting van heffingen en/of administratieve last.

Voor de loonheffingen waren dit onder andere de volgende maatregelen:

  • Soepel standpunt bij naleving van administratieve verplichtingen zoals de identificatieplicht van werknemers;
  • Het ongewijzigd doorlopen van vaste onbelaste reiskostenvergoedingen woon-werkverkeer ondanks het significant veranderen van het reispatroon;
  • Het ongewijzigd doorlopen van onbelaste kostenvergoedingen ondanks het veranderen van het zakelijk uitgavenpatroon;
  • De mogelijkheid om het gebruikelijk loon voor dga’s bij te stellen bij omzetdaling.

Afgelopen week heeft de Staatssecretaris, door een actualisering van het ‘Besluit Noodmaatregelen Coronacrisis’, bekend gemaakt dat de goedkeuring voor het gebruik van vorenstaande maatregelen per 1 januari 2021 eindigt. Dit betekent dat vanaf dat moment de reguliere regels, zoals deze ook van kracht waren voor de invoering van deze maatregelen, weer van kracht zijn.

Wat te doen?

Voor het bepalen van een vaste onbelaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer zal gekeken moeten worden naar het werkelijke reispatroon van de werknemer, dat mogelijk anders is dan vóór de crisis. Goede communicatie richting uw werknemers is hierbij een vanzelfsprekendheid, zo menen wij.

Ook ten aanzien van de onbelaste vaste kostenvergoeding zal kritisch gekeken moeten worden naar het zakelijk uitgavenpatroon dat vanuit die gespecificeerde vergoeding moet worden bestreden. Het niet in lijn brengen van de kostenvergoeding met het uitgavenpatroon dat aangepast kan zijn door het anders werken, kan leiden tot belastbaarheid van de vergoeding.

Alternatief?

De wetgeving biedt ook mogelijkheden, zo u ze nog niet gebruikt, voor bijvoorbeeld het vergoeden van kosten die opgeroepen worden door het thuiswerken. Als voorbeeld noemen wij het inrichten van een adequate werkplek als ook noodzakelijke voorzieningen voor communicatie. Wellicht dat in een dergelijke vergoeding hiervoor enige compensatie te vinden is door het mogelijk wegvallen van reis- en/of onkostenvergoedingen.

(Bron: BDO)

Kleineondernemersregeling (KOR)

Categories: Geen categorie
Reacties uitgeschakeld voor Kleineondernemersregeling (KOR)

De kleineondernemersregeling (KOR) is per 1 januari 2020 veranderd. U kunt nu kiezen voor een vrijstelling voor de btw als u in Nederland bent gevestigd en uw omzet per kalenderjaar onder de € 20.000 blijft. U hoeft dan geen btw te betalen over de omzet. Het jaarlijks voordeel wat u kunt behalen is daarmee maximaal € 4.200.

Wat is de KOR? 

De KOR is gerelateerd aan de hoogte van uw omzet. Er gelden specifiek regels voor de berekening van de  “KOR-omzet.” De “KOR-omzet” kan dus afwijken van de jaaromzet op uw btw-aangifte. Uw “KOR-omzet” mag niet boven de € 20.000 uitkomen. Als u voldoet aan de voorwaarden, betaalt u geen btw over uw omzet. Daarentegen kunt u dan ook geen btw op uw kosten meer aftrekken. Blijft uw omzet onder de € 20.000 dan blijft u gebruikmaken van deze regeling. Komt uw omzet in een jaar boven de € 20.000 dan mag u drie jaar lang niet meer mee doen. Voor bepaalde incidentele verkopen geldt een uitzondering.

Complexe kleine ondernemersregeling

De regeling is complex omdat niet alle omzet meetelt voor de grens van € 20.000. Zo telt privégebruik goederen en diensten én prestaties die belast zijn in een ander land niet mee voor de KOR.  Daarnaast moet u rekening houden met (on)roerende goederen die eerder zijn aangeschaft en de btw die u daarover heeft betaald. Soms kan de Belastingdienst namelijk naheffen doordat (on)roerende goederen niet (meer) worden gebruik voor belaste prestaties: de afgetrokken btw wordt dan herzien. Er geldt wel een ‘herzieningsdrempel’ van € 500 aan btw per jaar.

Stel dat de betaalde btw bij aanschaf van een zakelijke auto € 2.000 bedroeg. De herzieningstermijn van een auto is ‘vijf jaren’. De herzieningsbtw per jaar is dan 1/5 x € 2.000 = € 400. U blijft daarmee onder de grens van € 500 zodat geen btw wordt herzien onder de KOR.

Ook eigenaren van geïnstalleerde zonnepanelen moeten opletten dat ze mogelijk alsnog btw moeten terugbetalen. Let dus op dat u niet ‘te veel’ zonnepanelen op uw dak laat leggen, want de Belastingdienst legt u anders een naheffingsaanslag op. De grens ligt ongeveer op € 12.000 ex. btw.

Wanneer is de KOR gunstig?

De regeling is vaak niet interessant als u klanten heeft die btw kunnen aftrekken. Het kan u wel administratieve handelingen en de kosten voor het indienen van btw-aangiften besparen. De  KOR kan met name  interessant zijn als u veel particuliere klanten heeft of klanten die door u gefactureerde btw niet (of deels) kunnen aftrekken. Dit geldt als uw klanten vrijgestelde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in de sectoren onderwijs, zorg, sport, cultuur en de sociale sector. De btw die u normaal gesproken moet afdragen, houdt u onder de KOR in uw eigen zak, omdat u dan geen btw in rekening brengt aan uw klanten.

Belangrijke punten bij toepassing KOR

  • U mag geen btw vermelden op uw facturen
  • U kunt geen btw meer op kosten aftrekken
  • De KOR geldt in principe voor drie jaar, tenzij de omzet boven de € 20.000 komt
  • U mag pas na drie jaar ‘afkoeling’ weer aanmelden voor de nieuwe KOR

Actie vereist?

De vraag is of u uw onderneming moet aanmelden voor de nieuwe KOR of juist niet. Heeft u te maken met de volgende situaties, dan adviseren wij u te (laten) beoordelen of de KOR u kansen biedt.

  • U heeft voornamelijk particulieren en/of ondernemers als klant die de btw niet kunnen aftrekken en uw jaarlijkse “KOR-omzet” is minder dan € 20.000.
  • Uw onderneming is ontheven van de administratieve verplichtingen. (Let op: uw onderneming is automatisch overgegaan op de nieuwe KOR.)
  • U heeft voor meer dan € 12.000 ex. btw aan zonnepanelen op uw privéwoning geplaatst.
  • U schaft in 2020 zonnepanelen aan of een tweede/derde set aan zonnepanelen voor plaatsing op uw privéwoning.  

Marge- en reisbureauregeling

Maakt u gebruik van de marge-,  globalisatie- of reisbureauregeling? De omzetgrens mag u dan niet meer berekenen op basis van de winstmarge, maar berekent u op basis van de totale verkoopopbrengsten. De KOR-omzet van € 20.000 wordt dus eerder overschreden, waardoor u minder snel in aanmerking komt voor deze regeling.

(Bron: ABAB)

AOV voor zzp’ers wordt verplicht

Categories: Geen categorie
Reacties uitgeschakeld voor AOV voor zzp’ers wordt verplicht

Arbeidsongeschiktheidsverzekering verplicht? Als het principeakkoord over pensioenen doorgaat, wordt er binnenkort van jou als zzp’er verwacht dat je jezelf verzekert voor arbeidsongeschiktheid. We geven je daarom graag 6 heldere antwoorden op de meest gestelde vragen over de AOV.

AOV voor zzp’ers wordt verplicht

Voordat we inzoomen op de belangrijkste vragen, is het goed om te vertellen dat de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers waarschijnlijk verplicht wordt. Dat betekent dat je je als zzp’er vanaf 2024 verplicht moet verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. 

Nieuwe basisverzekering arbeidsongeschiktheid

Er komt een nieuwe basisverzekering voor alle werkenden in Nederland. Regeringspartijen hebben besloten deze collectieve verzekering verplicht wordt, of je nu in vaste dienst bent, of zelfstandig ondernemer.

Hoe dit er precies uit komt te zien, is nog niet bekend. Het kabinet werkt de komende tijd aan voorstellen voor de uitvoering van de plannen. Wij van IkGaStarten.nl houden je op de hoogte.

Hoeveel mag u in 2020 belastingvrij schenken?

Categories: Geen categorie
Reacties uitgeschakeld voor Hoeveel mag u in 2020 belastingvrij schenken?

Als u wilt, kunt u ook dit jaar weer belastingvrij schenken. De meest gebruikte vrijstelling, die voor schenkingen aan de kinderen, is verhoogd naar € 5.515 per kind. De algemene vrijstelling bedraagt in 2020 € 2.208.

Vrijstelling per jaar

De vrijstelling geldt per kalenderjaar. Een schenking in december 2019, bijvoorbeeld met kerst, staat een wederom vrijgestelde schenking in januari van dit jaar dus niet in de weg.

Kleinkinderen

Voor schenkingen aan uw kleinkinderen geldt geen specifieke vrijstelling. Wel kunt u dan gebruikmaken van de algemene vrijstelling, die voor 2020 is bepaald op € 2.208. Er geldt voor kleinkinderen wel een speciaal tarief als u meer schenkt dan de algemene vrijstelling.

Tarieven

Schenkt u meer dan genoemde vrijstellingen aan uw kinderen, dat moeten zij belasting betalen over het meerdere boven € 5.515. Tot een bedrag boven de vrijstelling van
€ 126.723 is het tarief 10%. Over het meerdere is het tarief 20%. Voor uw kleinkinderen bedraagt het tarief 18% tot € 126.723, terwijl over het meerdere een tarief geldt van 36%. Voor schenkingen aan willekeurige derden boven de algemene vrijstelling zijn deze tarieven respectievelijk 30% en 40%.

Let op!

De verkrijger van de schenking moet de schenkbelasting betalen.

Eenmalig extraatje voor uw kinderen

Voor kinderen tussen de 18 en 40 jaar geldt eenmalig een verhoogde vrijstelling van
€ 26.457. Bij aantoonbaar gebruik van de schenking voor een dure studie of een eigen woning geldt eenmalig een verhoogde vrijstelling van respectievelijk € 55.114 en € 103.643.

Let op!

Genoemde vrijstelling van € 103.643 ten behoeve van een eigen woning geldt ook voor schenkingen aan een willekeurige derde.

(Bron: Van Oers)

Ook bij afwezigheid buitenvennootschappelijke investeringen recht op volledige KIA

Categories: Geen categorie
Reacties uitgeschakeld voor Ook bij afwezigheid buitenvennootschappelijke investeringen recht op volledige KIA

Rechtbank Gelderland oordeelt dat bij het vaststellen van de KIA geen rekening hoeft te worden gehouden met de gerechtigdheid van X in het resultaat van de maatschap. Volgens de rechtbank is dat in lijn met een recent arrest van de Hoge Raad.

Belanghebbende, X, drijft in maatschapsverband een onderneming met G. Het aandeel van X in het resultaat van de maatschap bedraagt 50%. In 2016 investeert de maatschap voor € 63.322 in bedrijfsmiddelen. X is van mening dat zij recht heeft op een KIA van € 15.687. De inspecteur is echter van mening dat rekening moet worden gehouden met het aandeel van X in het resultaat van de maatschap en berekent de KIA op € 7846 (50% x € 15.687).

Rechtbank Gelderland oordeelt dat bij het vaststellen van de KIA geen rekening hoeft te worden gehouden met de gerechtigdheid van X in het resultaat van de maatschap. Volgens de rechtbank is dat in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 24 mei 2019, nr. 18/00135 (V-N 2019/26.3). In dat arrest heeft de Hoge Raad het gehele bedrag aan investeringen van de maatschap bij de belastingplichtige in aanmerking genomen voor de bepaling van de hoogte van de KIA die hij mag toepassen. Het standpunt van de inspecteur, dat dat alleen maar mag als ook buitenvennootschappelijke investeringen worden gedaan, zoals in het arrest van 24 mei 2019, wordt door de rechtbank verworpen. Het gelijk is aan X.

(Bron: Taxlive)

Btw-correctie privégebruik auto: bespaar op uw wagenpark

Categories: Geen categorie
Reacties uitgeschakeld voor Btw-correctie privégebruik auto: bespaar op uw wagenpark

Stelt u een auto ter beschikking aan uw medewerkers, dan moet u daarvoor als werkgever een btw-correctie betalen. Door juiste keuzes en berekeningen te maken, kunt u btw besparen op uw wagenpark.

Btw-correctie op basis van forfait of werkelijk gebruik?

Werkgevers leasen of kopen geregeld auto’s en stellen deze ter beschikking aan werknemers. De btw bij aankoop-, onderhouds- en/of leasekosten is vaak aftrekbaar. Als de auto door de medewerker ook voor privédoeleinden wordt gebruikt, moet er een btw-correctie worden gemaakt. Deze correctie kunt u op twee manieren berekenen. U mag een forfait berekenen van 2,7% (soms 1,5%) van de catalogusprijs van de auto als u geen kilometeradministratie heeft. 
De btw-correctie kunt u ook berekenen op basis van het werkelijk gebruik. Dit kan financieel gunstig uitpakken als uw werknemers relatief veel zakelijke kilometers rijden. Daarbij is van belang dat u als werkgever aantoont wat de omvang van het privégebruik is in verhouding tot het zakelijk gebruik. U houdt dan een kilometeradministratie bij. 

Tip

Bepaal op basis van één jaar of de (aan dat jaar toerekenbare) btw op aanschaf- en gebruikskosten aanschaf hoger of lager is dat een forfaitaire correctie van 2,7% x cataloguswaarde.  Bij een ‘voldoende’ verschil, kunt u overwegen een (sluitende) kilometeradministratie bij te houden. 

Woon-werkverkeer zakelijk of privé?

Houd er rekening mee dat de woon-werk kilometers van en naar ‘ de zaak’ voor de btw als privé moeten worden aangemerkt als u de btw-correctie berekent op basis van het werkelijk gebruik. Onder bepaalde omstandigheden kan een rit vanuit thuis echter zakelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan uw medewerker die ’s morgens thuis werkt en daarna (rechtstreeks) naar een klant rijdt. Soms zijn  (bestel)auto’s zo ingericht dat feitelijk privégebruik niet mogelijk is. Dat is gunstig voor uw jaarlijkse btw-correctie. Misschien blijven de (bestel)auto’s na werktijd achter slot en grendel op uw bedrijfslocatie? Of hebben uw medewerkers de auto’s alleen ter beschikking voor woon-werkverkeer én voor zakelijke ritten.

(Bron: Abab)

Box 3-heffing schendt eigendomsrecht: HR grijpt niet in

Categories: Geen categorie
Reacties uitgeschakeld voor Box 3-heffing schendt eigendomsrecht: HR grijpt niet in

Op 14 juni 2019 oordeelde de Hoge Raad in een reeks uitspraken dat voor de jaren 2013 en 2014 het nominale rendement van 4% in box 3 op stelselniveau niet langer haalbaar was voor belastingplichtingen. Althans, niet zonder dat zij daar veel risico voor moesten nemen. Wat houdt dit in? Wij bespreken de belangrijkste uitspraak.

De belanghebbende in deze procedure was van mening dat de vermogensrendementsheffing op spaarsaldi, op het niveau van de regelgeving en naar haar aard, in strijd is met art. 1 EP EVRM. Dit bezwaar werd aangewezen als massaal bezwaar. De Bond van Belastingbetalers selecteerde deze zaak in overleg met het ministerie van Financiën voor behandeling.

Oordeel gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

In eerste instantie oordeelde gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de box-3 heffing niet in strijd is met art. 1 EP EVRM. Volgens het Hof kan het feit dat het rendement van een bepaalde bezitting structureel beneden de 4% van het daarin geïnvesteerde vermogen blijft, op regelniveau namelijk  niet worden aangenomen als inbreuk op art. 1 EP EVRM. De belanghebbende maakte het bovendien niet aannemelijk dat een rendement van 4% voor het totale box 3-vermogen voor particuliere beleggers onhaalbaar is.

Oordeel beroep in cassatie

Op het beroep in cassatie oordeelde de Hoge Raad echter dat het nominale rendement van 4% voor 2013 en 2014 niet meer haalbaar was voor belastingplichtigen zonder dat zij daar veel risico voor moesten nemen. De Hoge Raad wees erop dat dit rendement vanaf 2009 niet meer te realiseren is op Nederlandse staatsobligaties en vanaf 2001 niet meer op spaarrekeningen. Voor termijndeposito’s geldt dat dit rendement sinds 2010 niet meer realiseerbaar is.

Hoge Raad: box 3-heffing schendt art. 1 EP EVRM

De Hoge Raad stelt vervolgens vast dat de box 3-heffing – mede gelet op het toepasselijke tarief – op stelselniveau art. 1 EP EVRM schendt als het nominaal zonder veel risico’s gemiddeld haalbare rendement voor 2013 en 2014 lager is dan 1,2%. De Hoge Raad grijpt echter niet feitelijk in. Een dergelijke schending op stelselniveau gaat namelijk gepaard met een rechtstekort. In dit rechtstekort kan niet worden voorzien zonder op stelselniveau keuzes te maken, die onvoldoende duidelijk uit het stelsel van de wet zijn af te leiden. Volgens de Hoge Raad past de rechter ten opzichte van de wetgever terughoudendheid bij het voorzien in zo’n rechtstekort op stelselniveau. De procedure is daarom beperkt tot de vraag of de box 3-heffing op stelselniveau een schending van art. 1 EP EVRM vormt. Maar dit leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van het Hof, omdat de belanghebbende niet het standpunt innam dat er sprake was van een individuele buitensporige last. De Hoge Raad hoefde zich hierover dus ook niet uit te laten.

Wat betekent deze uitspraak?

Deze procedures hadden betrekking op 2013 en 2014. Inmiddels zijn nieuwe massaal bezwaarprocedures gestart over de jaren 2017 en 2018. Hoewel de motivering van de Hoge Raad weinig hoop op een positieve uitkomst in deze nieuwe zaken biedt, is het toch mogelijk dat de Hoge Raad ditmaal wél ingrijpt. De regeling van box 3 is immers al jarenlang op stelselniveau in strijd met art. 1 EP EVRM. De wetgever was hiervan op de hoogte en heeft hier niet of nauwelijks maatregelen voor getroffen. De tijd zal leren of de Hoge Raad niet alleen blaft, maar ook bijt. Het laatste geval zou de schatkist miljarden kunnen kosten.

Individuele buitensporige last

De uitspraken van de Hoge Raad bieden wel de ruimte om in voorkomende gevallen het standpunt in te nemen dat er sprake is van een individuele, buitensporige last ten aanzien van de box 3-heffing. De bewijslast ligt echter wel bij de belastingplichtige en in de praktijk is er slechts in weinig gevallen daadwerkelijk sprake van een individuele buitensporige last

(Bron: Flynth)

Ondernemers die aandelen in een bv verkopen en daar verlies op lijden, kunnen dat verlies omzetten in een belastingkorting. Maar bij het verzilveren van die korting is het wel opletten geblazen, met bijvoorbeeld de ‘wachtperiode’. De Belastingdienst heeft daarom de spelregels nog eens op een rijtje gezet in een handreiking.

De mogelijkheid om een belastingkorting te krijgen geldt alleen voor houders van een zogeheten aanmerkelijk belang. Dat is iedereen die een belang heeft van meer dan 5% in een vennootschap, bijvoorbeeld een directeur-grootaandeelhouder (dga). Als de verkoop van de aandelen in de vennootschap tegenvalt, ontstaat er voor de houder een verlies uit aanmerkelijk belang. Dit verlies valt in box 2 van de inkomstenbelasting (tool).

Korting op verschuldigde inkomstenbelasting

Maar om dit verlies uit aanmerkelijk belang is fiscaal gezien nog wel wat te doen. Een deel kan namelijk omgezet worden in een korting op de belasting die iemand moet betalen in box 1 van de inkomstenbelasting (tool). De Belastingdienst verrekent dan automatisch 25% van het verlies. Dit moet binnen negen jaar nadat het verlies uit aanmerkelijk belang is ontstaan gebeurd zijn.
Stel dat in 2018 een verlies uit aanmerkelijk belang is ontstaan van € 20.000, dan heeft de inspecteur dus tot en met 2027 om dit verlies te verrekenen. De belastingkorting komt dan op € 5.000 (25% van € 20.000). In principe wordt dit bedrag meteen verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting over 2020, en wat eventueel nog resteert volgt dan in de jaren erna.

Wachtperiode voor indienen verzoek belastingkorting

Om in aanmerking te komen voor de belastingkorting moet de belastingplichtige een schriftelijk verzoek indienen bij zijn belastingkantoor. De fiscus tipt dat het voor de verwerking makkelijk is als in dat verzoek ook meteen staat vanaf welk jaar de belastingkorting verrekend moet worden. Keurt de inspecteur het verzoek goed, dan krijgt de belastingplichtige een beschikking met daarin de vastgestelde korting. Op die beschikking is ook bezwaar mogelijk.
Bij het indienen van een verzoek voor een belastingkorting geldt wel een ‘wachtperiode’ van twee jaar. Verzoeken die al tijdens die periode worden ingediend neemt de fiscus niet in behandeling. Voor een snelle afhandeling van het verzoek raadt de Belastingdienst uiteraard aan om pas na de wachtperiode een brief te schrijven. Ook is het handig als aanvrager een definitieve aanslag inkomstenbelasting met het vastgestelde verlies uit aanmerkelijk belang kan overleggen.

ter beschikking staat, is het vaak voordelig de bijtelling te verdelen.

Bijtelling privégebruik

De bijtelling voor de auto van de zaak hangt samen met het privégebruik dat van de auto gemaakt kan worden en is een percentage van de catalogusprijs. De bijtelling blijft achterwege als bewezen kan worden dat met de auto niet meer dan 500 kilometer privé in het jaar is gereden.

Progressie

Het voordeel van een verdeling van de bijtelling hangt samen met de progressie van het tarief in box 1. Als één van beide partners een lager tarief betaalt, is een verdeling van de bijtelling voordelig.

Voorbeeld:
Stel dat de auto van de zaak een cataloguswaarde van € 50.000 heeft en dat de bijtelling 22% is. Als de ene partner over de top van het inkomen bijvoorbeeld in 2019 een belastingtarief kent van 51,75% en de ander 38,1%, is het verschil in tarief 13,65%. Werken beiden in een man/vrouw-vof en wordt de bijtelling 50%/50% verdeeld, dan scheelt dit jaarlijks, rekening houdend met de mkb-winstvrijstelling van 14%:
€ 50.000 x 22% x 1/2 x (13,65% x 0,86) = € 646
Voor een dga en zijn/haar partner bedraagt het voordeel in dezelfde situatie:
€ 50.000 x 22% x 1/2 x 13,65% = € 751

Auto noodzakelijk

Voorwaarde is dat de partner de auto ook nodig heeft voor de werkzaamheden. Dit kan binnen de vof via een goede taakverdeling al snel aannemelijk worden gemaakt.

Let op! Bovenstaand voorbeeld is vereenvoudigd. Er zijn namelijk veel inkomensafhankelijke zaken, zoals de Zvw-premie en heffingskorting, die ook moeten worden meegerekend bij de verdeling van de bijtelling. Laat daarom uw persoonlijke situatie altijd door uw adviseur doorrekenen. Het is ook specifiek afhankelijk van de situatie en het soort bedrijf of het toegepast kan worden. Overleg daarom met een accountant als u dit wilt toepassen.

Heeft u vragen over een verdeling van de bijtelling van de auto van de zaak, neem dan contact met ons op.