Privacyregelgeving zieke werknemer: beter voorkomen dan genezen!

Iedere werkgever heeft wel eens een zieke werknemer. Wanneer de werkgever vraagt naar de reden van ziekmelding, dan vindt de werknemer het meestal geen probleem om deze vraag te beantwoorden. Wat veel werkgevers zich echter niet realiseren is dat deze vraag weleens in strijd zou kunnen zijn met de Wet Bescherming Persoonsgegevens (‘Wbp’).

Wanneer de werkgever besluit de informatie over de zieke werknemer vast te leggen, kan dit tot financiële consequenties leiden. Indien de Wbp niet wordt nageleefd, heeft de Autoriteit Persoonsgegevens de mogelijkheid om een boete op te leggen. Die boetes zijn met ingang van 1 januari 2016 aanzienlijk verhoogd. Vóór deze wijziging kon een boete van maximaal 4.500 euro worden opgelegd, terwijl de boetes nu kunnen variëren van maximaal 20.250 euro voor relatief lichte overtredingen, tot maximaal 810.000 euro (of tien procent van de jaaromzet) voor opzettelijke en herhaaldelijke overtredingen. Bovendien heeft de Autoriteit Persoonsgegevens begin dit jaar aangekondigd prioriteit te zullen geven aan de controle op het verwerken van gevoelige medische gegevens in de arbeidsrelatie.

Voor werkgevers is het dus belangrijk om na te gaan wat zij nu wel en niet over de gezondheid van hun (potentiële) werknemers mogen vragen. De herziene en geactualiseerde beleidsregels die de Autoriteit Persoonsgegevens in april 2016 heeft uitgebracht, vormen hierbij een nuttig hulpmiddel. De beleidsregels geven een overzicht van de toepasselijke regelgeving over de privacy van de zieke werknemer in de verschillende fases van de arbeidsrelatie.

Sollicitatieprocedure

Een (toekomstig) werkgever mag een sollicitant niet vragen naar diens gezondheid of ziekteverzuim in het verleden. Het is de werkgever ook niet toegestaan om hier informatie over in te winnen, door bijvoorbeeld een oud-werkgever te benaderen. De werkgever mag bovendien niet naar de zwangerschap of kinderwens van een sollicitante vragen. Indien de werkgever dit toch doet, dan staat het de sollicitante vrij om op dit punt (zelfs) onjuiste informatie te verstrekken. De sollicitant is slechts verplicht om die gezondheidsklachten te melden waarvan hij weet of moet begrijpen dat deze hem (waarschijnlijk) ongeschikt voor de functie maken.

Onder strikte voorwaarden mag een werkgever wel een aanstellingskeuring laten uitvoeren. Deze keuring is alleen toegestaan wanneer aan de vervulling van de functie bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid worden gesteld, zoals bijvoorbeeld bij de functie van piloot of beroepschauffeur. Tijdens de keuring mogen slechts de (medische) aspecten die noodzakelijk zijn voor een veilige uitoefening van de functie worden onderzocht.

Ziekmelding

Uit de Wbp vloeit voort dat de werkgever zich bij de ziekmelding moet beperken tot het verwerken van de gegevens die noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst, de bedrijfsvoering of een wettelijke verplichting. Zo verplicht de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) de werkgever om de voortgang van zijn zieke werknemer bij te houden in een re-integratiedossier. Op grond van deze wettelijke verplichting mag de werkgever een beperkt aantal gegevens van de zieke werknemer vragen.

De werkgever mag slechts de volgende gegevens over de gezondheid van de zieke werknemer vragen en verwerken:

  • het telefoonnummer en (verpleeg)adres;
  • de vermoedelijke duur van het verzuim;
  • de lopende (werk)afspraken en werkzaamheden;
  • of de werknemer onder een van de vangnetbepalingen van de Ziektewet valt;
  • of de ziekte verband houdt met een arbeidsongeval;
  • of er sprake is van een verkeersongeval waar eventueel een aansprakelijke derde bij is betrokken.

De werkgever mag geen andere gegevens dan bovengenoemde verwerken, ook niet in het geval de werknemer hiervoor zijn uitdrukkelijke toestemming geeft of uit zichzelf andere gegevens meldt. Over het algemeen wordt namelijk aangenomen dat de toestemming niet door de werknemer in vrijheid is gegeven. Gelet op de gezagsverhouding tussen een werkgever en een werknemer valt het, zo wordt geredeneerd, niet uit te sluiten dat een werknemer druk ervaart om toestemming te verlenen.

Re-integratie

De bedrijfsarts of arbodienst verwerkt de gegevens over de gezondheid van de werknemer. De bedrijfsarts mag aan de werkgever alleen de gegevens verstrekken die de werkgever nodig heeft om aan zijn loondoorbetalingsverplichting en zijn re-integratieverplichting te voldoen. Dit betreft gegevens over:

  • de werkzaamheden waartoe de werknemer niet meer of nog wel in staat is;
  • de verwachte duur van het verzuim;
  • de mate waarin de werknemer arbeidsongeschikt is;
  • eventuele adviezen over aanpassingen, werkvoorzieningen of interventies die de werkgever voor de re-integratie moet treffen.

De bedrijfsarts mag dus geen gegevens verstrekken omtrent de diagnose of specifieke klachten, de behandelwijze van de ziekte of privéproblemen.

Bewaartermijnen

Voor administratieve verzuimgegevens (zoals de datum van de ziekmelding, de verwachte duur van het verzuim en de datum van herstel) geldt geen wettelijke bewaartermijn. Op basis van de Wbp moeten deze gegevens worden verwijderd zodra ze niet meer noodzakelijk zijn. Hierbij wordt een bewaartermijn van maximaal twee jaar nadat de werknemer uit dienst is getreden als redelijk gezien.

Indien de werkgever eigenrisicodrager is voor de Ziektewet gelden er langere bewaartermijnen, aangezien de werkgever er dan belang bij heeft de gegevens langer te bewaren. De werkgever moet de gegevens voor het UWV dan vijf jaar bewaren (en de bedrijfsarts tien jaar). Voor eigenrisicodrager-schap WGA mogen de gegevens voor de duur van het WGA-traject bewaard blijven (tien jaar).

Risico’s

Vóór de verruimde boetebevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens was het voor veel werkgevers nog maar de vraag of het maximum van de boete opwoog tegen de kosten van het vernieuwen van  het beleid of de software omtrent de registratie van het ziekteverzuim. Hierdoor namen werkgevers veelal risico’s op overtreding van de Wbp. Nu de bevoegdheid om boetes op te leggen per 1 januari 2016 aanzienlijk is uitgebreid, is het voor werkgevers raadzaam om binnen de organisatie na te gaan of de huidige wijze van het registreren van het ziekteverzuim in lijn is met de wettelijke kaders, om zo het risico op hoge boetes te voorkomen.

(Bron: Accountant.nl)

Definitief voorstel pensioen DGA

Nu alle jacqueten weer in de kast hangen na Prinsjesdag en de definitieve plannen van het kabinet bekend zijn, ligt ook het officiële wetsvoorstel er voor de wijziging van het dga pensioen. Wij zetten de belangrijkste punten nog een keer voor u op een rijtje.

 

  • Twee opties
    Het huidige pensioen in eigen beheer vervalt. Toekomstige pensioenopbouw in eigen beheer is daarmee niet meer mogelijk. U kunt vervolgens kiezen uit afkopen of een spaarvariant bij uitfasering (SBU).
  • Fiscale waarde
    Bij beide varianten is de fiscale waarde van het opgebouwde pensioenbedrag het uitgangspunt. Zowel bij uitgesteld pensioen als bij pensioen dat al wordt uitgekeerd, kunt u gebruik maken van een van deze opties.
  • Akkoord van beide partners
    Voor de definitieve uitvoering van beide opties is akkoord van de dga als zijn/haar (ex-)partner nodig. Dit moet volgens een model van de Belastingdienst worden vastgelegd.
  • Uitkering aan ex-partner
    Mogelijk kan een dga voordat hij een keuze maakt een ex-partner eenmalig een geldbedrag uitkeren in plaats van een pensioenuitkering zónder dat dit als belaste afkoop wordt beschouwd.
  • Overdracht aan kinderen
    Bij de totstandkoming van het wetsvoorstel zijn in de praktijk adviesmogelijkheden geopperd om met gebruikmaking van de nieuwe faciliteiten kapitaal gunstig naar de kinderen over te laten gaan. Het overdragen van pensioenkapitaal van uw bv aan een bv van de kinderen in combinatie met een van de nieuwe faciliteiten beschouwt de Belastingdienst als schenking waarover u de bijbehorende schenkbelasting verschuldigd bent.
  • (Deels) herverzekerd pensioen
    Na 1 januari 2017 kan (deels) herverzekerd pensioen niet meer overgeheveld worden naar eigen beheer of de gekozen optie.
    Let op: Heeft u een deel van uw pensioenvoorzieningen bij een externe partij herverzekerd, dan moet u direct actie ondernemen om optimaal gebruik te kunnen maken van de voordelen van de opties.

 

Afkopen

 

  • Korting alleen over voorziening tot 31 december 2015
    Wanneer u kiest voor afkopen, dan wordt de korting toegepast op basis van gereserveerde balansvoorziening in de aangifte vennootschapsbelasting per 31 december 2015. Dat betekent dat u over eventuele voorzieningen die u in dit jaar deed, geen korting meer ontvangt.
    Let op: de Belastingdienst zal controle uitvoeren op wijzigingen die dit jaar nog plaatsvinden.
  • Geen korting op extern verzekerd pensioen
    Op extern verzekerde voorzieningen ontvangt u geen korting bij afkopen, tenzij hiervoor een expliciete bepaling in de polisvoorwaarden staat. Verplaatsen van de verzekerde voorzieningen heeft gezien bovengenoemde voorwaarde geen zin.

 

Spaarvariant bij uitfasering (SBU)

 

  • Indexatie op basis van (negatief) u-rendement
    Bij een SBU vindt er jaarlijks indexatie plaats op basis van u-rendement. Momenteel is dit een negatief percentage (- 0,25%). Dat betekent dat uw pensioenbedrag lager wordt, maar daarmee ook de belasting die u daarover moet afdragen.
  • Uitkering vervroegen/uitstellen
    U kunt de uitkering van een SBU nog steeds vervroegen of uitstellen. De uiterlijk ingangsdatum mag dan de AOW-datum plus vijf jaar zijn. De uitkering duurt dan twintig jaar plus het aantal jaren dat de uitkering eerder ingaat dan de AOW-datum. Is uw pensioenuitkering al voor 2017 gestart, dan wordt de looptijd naar rato verminderd.
  • Bancaire lijfrente
    Het kapitaal van een SBU kunt u in de toekomst ook afstorten als (bancaire) lijfrente. Dit biedt een aantal belangrijke voordelen: een goede kostenstructuur, relatief goed en gegarandeerd rendement, alle flexibiliteit met betrekking tot uitkering en bovendien wordt bij overlijden het volledige restantbedrag uitgekeerd aan de nabestaanden. Een mooie kans voor dga’s die hun pensioen niet in een pensioenverzekering willen laten uitkeren maar wel van hun bv af willen.

Tijdig persoonlijk advies is essentieel

Ondanks dat u uit twee opties kunt kiezen, zijn er vele factoren die bepalen welke voor u de beste keuze is. Hoe staat u er nu voor? Hoe zijn uw huidige voorzieningen opgebouwd? Wat vindt u belangrijk voor de toekomst? Uit bovenstaande punten blijkt, dat u in sommige gevallen zo snel mogelijk actie moet ondernemen. In elk geval is het belangrijk dat u tijdig persoonlijk advies inwint bij een specialist. Hij kan uw persoonlijke situatie bekijken en aangeven wat de alternatieven zijn de financiële toekomst te realiseren die bij u past.

(Bron: ABAB)

Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017 naar Tweede Kamer

In het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2017 (OFM 2017) staan maatregelen die geen of nauwelijks gevolgen hebben voor het budgettaire en koopkrachtbeleid voor 2017. De voorgestelde wijzigingen zijn de volgende.

  • Voortaan worden alle vermogensbestanddelen die deel uitmaken van een algemeenheid waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust of is gevestigd, volledig in aanmerking genomen bij de vruchtgebruiker, en niet (deels) bij de bloot eigenaar.
  • Een goedkeuring uit een beleidsbesluit van 21 februari 2014 wordt gecodificeerd. Hierdoor kan een vruchtgebruiker de rente en kosten van de schuld voor een eigen woning die hij krachtens erfrecht in vruchtgebruik heeft in aftrek brengen, ook al gaat het niet om een schuld van de vruchtgebruiker zelf. Daarbij zijn enige aanpassingen opgenomen.
  • Voor buitenlands belastingplichtige bestuurders en commissarissen van in Nederland gevestigde vennootschappen is wettelijk vastgelegd dat Nederland kan heffen over de beloningen, zowel wanneer sprake is van winst uit onderneming als wanneer sprake is van loon of resultaat uit overige werkzaamheden.
  • Er is een maatregel getroffen met betrekking tot goedkeuring die al was opgenomen in een beleidsbesluit van 6 december 2014 en een uitbreiding daarvan. Die komt erop neer dat de vrijstelling voor een uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW), beleggingsrecht eigen woning (BEW), of een kapitaalverzekering van vóór 1 januari 2001 in met name de in het beleidsbesluit genoemde situaties toch kan worden genoten terwijl niet is voldaan aan de voor de vrijstelling vereiste looptijd van 15 (lage vrijstelling), of 20 jaar (hoge vrijstelling). De codificatie is uitgebreid met betrekking tot de situatie van verkoop van de eigen woning.
  • In de WVA wordt wettelijk vastgelegd dat eindheffingsloon is uitgesloten van het loonbegrip dat in het kader van de S&O-afdrachtvermindering wordt gehanteerd voor de berekening van het gemiddelde uurloon. Daarnaast wordt de boete bij niet-naleving van de mededelingsplicht van het aantal over het kalenderjaar bestede S&O-uren en gerealiseerde kosten en uitgaven per S&O-verklaring, gemaximeerd op € 2.500.
  • Om ongewenste gevolgen van de van de quasi-inbestedingsvrijstelling voor overheidslichamen in de Vpb en eventuele taxplanning te voorkomen, is de quasi-inbestedingsvrijstelling voortaan niet meer van toepassing op het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen die bij de afnemer worden aangewend ten behoeve van belaste (niet-vrijgestelde) activiteiten. Omdat de quasi-inbestedingsvrijstelling het equivalent van de vrijstelling voor interne diensten, wordt ook deze vrijstelling op gelijke wijze aangepast.
  • De gevolgen van het arrest van 22 april 2016 worden met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2016 gerepareerd. In dit arrest besliste de Hoge Raad dat een indirect belang in een onderneming van een erflater of schenker dat kleiner is dan 5%, onder omstandigheden kan kwalificeren als ondernemingsvermogen voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling in de erf- en schenkbelasting (BOF) en de doorschuifregeling voor het a.b. in de IB. Er wordt teruggekeerd naar de werkwijze zoals de Belastingdienst die sinds 2010 hanteerde.
  • Vanaf 1 januari 2017 mag iedereen tussen 18 en 40 jaar per schenker eenmalig een schenking van € 100.000 ten behoeve van de eigen woning vrijgesteld ontvangen. Deze vrijstelling is eenmalig, maar het is mogelijk om deze verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren te benutten. De geschonken bedragen moeten uiterlijk in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de eerste schenking is gedaan, worden aangewend ten behoeve van de eigen woning. Aangezien meestal pas na drie kalenderjaren duidelijk is in hoeverre de vrijstelling feitelijk is benut en hoe de vrijstelling is gebruikt, wordt de termijn voor het opleggen van de aanslag met twee jaar verlengd tot vijf jaar.
  • Om de inwerkingtreding van de Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013 budgettair neutraal te laten plaatsvinden, wordt de Accijnswet aangepast, waardoor de tarieven van wijn, mousserende wijn en tussenproducten wijzigen.
  • De teruggaafregeling voor biobrandstoffen in de Accijnswet wordt uitgebreid met hernieuwbare brandstoffen.
  • In de Accijnswet wordt opgenomen dat dieren en apparatuur mogen worden meegenomen voor controles.
  • Voor de teruggaafregeling van energiebelasting voor aardgas, gebruikt in zeeschepen, moet de inspecteur voortaan beslissen bij voor bezwaar vatbare beschikking.
  • De Awir wordt in overeenstemming gebracht met een uitspraak van 1 juni 2016 waarin de ABRvS besliste dat de termijn waarbinnen de Belastingdienst/Toeslagen een voorschot in het nadeel van de aanvrager kan herzien of de definitieve toeslag lager kan vaststellen, vervalt vijf jaar na de laatste dag van het berekeningsjaar.
  • In de Awir wordt een bepaling opgenomen die een grondslag biedt voor gegevensverstrekking door de Belastingdienst/Toeslagen aan andere bestuursorganen waarmee op basis van een convenant wordt samengewerkt. Bij algemene maatregel van bestuur zal nader worden uitgewerkt welke gegevens voor welke doeleinden worden verstrekt aan welke bestuursorganen .
  • De goedkeuring in het besluit van 26 november 2014 waardoor ook sprake kan zijn van een woning in aanbouw als de feitelijke bouwwerkzaamheden (heien of aanleggen fundering) nog niet zijn begonnen, wordt per 1 januari 2017 omgezet in wetgeving.
  • Op grond van een beleidsbesluit van 19 februari 2016 kon al met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2015 een vrijstelling van afvalstoffenbelasting worden toegepast voor zuiveringsslib dat wordt afgegeven om te worden verbrand. De datum van 1 januari 2015 is nu ook wettelijk geregeld.

(Bron: FUTD)

Belastingplan 2017 ingediend bij Tweede Kamer

In het Belastingplan 2017 zijn de volgende voorstellen opgenomen:

  • De derde schijf van de LB en IB eindigt bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 67.072.
  • De maximale algemene heffingskorting bedraagt € 2.254.
  • De maximale arbeidskorting bedraagt € 3.223. Het startpunt van de afbouw van de arbeidskorting komt op € 32.444 te liggen.
  • De ouderenkorting wordt € 1.292 voor pensioengerechtigden met een verzamelinkomen van niet meer dan € 36.057.
  • In box II moet worden afgerekend over de positieve a.b.-claim als een lichaam waarin de belastingplichtige een a.b. heeft, de vbi-status verkrijgt. Deze maatregel treedt met terugwerkende kracht tot en met Prinsjesdag 2016 in werking. Box III-vermogen dat wordt ondergebracht in een vbi waarin de belastingplichtige een a.b. heeft, wordt niet alleen belast in box II, maar blijft ook belast in box III als dit vermogen binnen achttien maanden weer terugkomt naar box III. Het percentage van het forfaitaire rendement uit een vbi wordt automatisch gekoppeld aan het voor dat jaar geldende percentage van de hoogste schijf in box III.
  • In de APV-regeling is een bepaling opgenomen om dubbele belastingheffing te voorkomen: de toerekeningsstop. Deze zal alleen nog gaan gelden voor APV’s voor zover die een reële, actieve onderneming drijven. Daardoor worden in een (aanzienlijk) aantal gevallen waarin dit voorheen niet het geval was, het door een APV genoten inkomen en gehouden bezittingen, zoals aandelen en winstbewijzen, toegerekend aan de inbrenger of diens erfgenamen. De verkrijgingsprijs van deze aandelen en winstbewijzen wordt in beginsel vastgesteld op de historische verkrijgingsprijs van de inbrenger vóór de inbreng in het APV. Deze maatregel treedt met terugwerkende kracht tot en met Prinsjesdag 2016 in werking.
  • De nexusbenadering wordt in de innovatiebox geïmplementeerd en de toegangscriteria worden aangepast. De nexusbenadering betekent dat, indien een gedeelte van de uitgaven van een belastingplichtige verband houdt met het uitbesteden van speur- en ontwikkelingswerk aan verbonden lichamen, een navenant deel van de voordelen niet in aanmerking komt voor de innovatiebox. Octrooien, naar hun aard met octrooien vergelijkbare rechten als “utility models” (gebruiksmodel), kwekersrechten, weesgeneesmiddelen en aanvullende beschermingscertificaten, programmatuur en overige activa die niet voor de hand liggen en nieuw en nuttig zijn, zijn toegangstickets voor de innovatiebox. De toegang voor de laatste categorie activa is beperkt tot belastingplichtigen met een nettogroepsomzet van ten hoogste € 50 mln per jaar en brutovoordelen uit intellectueel eigendom van ten hoogste € 7,5 mln per jaar.
  • De berekeningssystematiek van de overnameholdingbepaling in de Vpb wordt aangescherpt voor het geval een overnameschuld door middel van een zogeheten “debt push-down” wordt verplaatst van het niveau van de overnameholding naar het niveau van de overgenomen vennootschap. Daarnaast wordt de termijn van zeven jaar, waarbinnen de financiering moet worden afgebouwd van ten hoogste 60% van de verkrijgingsprijs naar ten hoogste 25% van de verkrijgingsprijs, aangescherpt. Voorwaarde voor toepassing van de renteaftrekbeperking is dat de leningen zijn verstrekt door een “verbonden lichaam”. Van de vereiste verbondenheid is ook sprake bij de aanwezigheid van een samenwerkende groep.
  • Het belastbare loon van DGA’s van innovatieve start-ups mag vanaf 2017 voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling worden vastgesteld op het wettelijke minimumloon.
  • De eerste tariefschijf van de Vpb van 20% wordt in 2018 verlengd van € 200.000 naar € 250.000, in 2020 van € 250.000 naar € 300.000 en in 2021 van € 300.000 naar € 350.000.
  • Voor een niet-ingezeten natuurlijke persoon en een niet-ingezeten lichaam met Nederlandse aandelen wordt teruggaaf op verzoek mogelijk van ingehouden dividendbelasting.
  • Ook bij (niet-kwalificerende) buitenlandse belastingplichtigen met een box III-inkomen wordt het heffingvrije vermogen in aanmerking genomen.
  • Een terrein wordt als bouwterrein voor de BTW aangemerkt, wanneer uit een beoordeling van alle omstandigheden blijkt dat op de datum van levering het betrokken terrein daadwerkelijk was bestemd om te worden bebouwd.
  • De BTW-vrijstelling voor watersportorganisaties wordt gewijzigd.
  • Het tarief van de exportheffing in de afvalstoffenbelasting wordt met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 op nul gezet. Het tarief van de afvalstoffenbelasting wordt verhoogd.

(Bron: FUTD)

NPO en ROOS halen uit naar Belastingdienst inzake Wet DBA

De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS), trekken aan de bel. Na overleg met de Belastingdienst over modelovereenkomsten voor de omroepsector, waarbij de relatie tussen zelfstandige en klant wordt verduidelijkt en schijnzelfstandigheid wordt uitgesloten, is het resultaat nihil. In een brief (.pdf)aan staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën stellen de NPO en ROOS dat de Wet DBA voor de Publieke Omroepen niet werkt. En dat zorgt voor een nijpend probleem.

In de brief stellen de organisaties dat de omroepen zich er al sinds medio 2015 van bewust zijn dat de komst van de Wet DBA, de opvolger van de VAR, de bestaande praktijk van contracten afsluiten zou wijzigen. Om hier op voorbereid te zijn, werd al vroeg in het najaar van 2015 contact gelegd met de Belastingdienst en werden de eerste modelcontracten ter goedkeuring voorgelegd.

Uiteindelijk werd er medio juli 2016 op het niveau van de delegaties overeenstemming bereikt over een systematiek van drie basismodellen als ‘mal’ en tien voorbeeldrolbeschrijvingen in aanvulling daarop, welke ook toe te passen zijn op andersoortige opdrachten.

“De Belastingdienst heeft echter eind augustus laten weten slechts bereid te zijn om goedkeuring te verlenen aan een deel van elk van de drie basistypen modelovereenkomsten en niet aan de systematiek van de rolbeschrijvingen.”

“Deze opstelling van de Belastingdienst wekt de indruk dat de Belastingdienst zich bij nader inzien toch niet wenst te committeren aan te verstrekken zekerheid en de nodige slagen om de arm wenst te houden voor latere controles. Deze conclusie is na ruim dertig uur overleg uiterst teleurstellend maar vooral ook onthutsend. Het is vanzelfsprekend dat een sector als de onze haar bedrijfsvoering aanpast aan gewijzigde regelgeving. Daar staat tegenover dat wij van de Belastingdienst mogen verwachten dat zij zekerheid verschaft vooraf en ons niet onnodig opzadelt met ongewisse fiscale rislco’s gedurende een naheffingstermijn van vijf jaar.”

De organisaties vragen zich nu af hoe ze de inzet van freelancers gaan voortzetten. De NPO en ROOS hebben geen inzicht in de wijze waar contracten vanaf 1 mei 2017, de datum waarop het transitiejaar verstrijkt, aan moeten voldoen. De Publieke Omroepen zouden graag in gesprek willen met Wiebes over “hoe deze risico’s op zo kort mogelijke termijn kunnen worden weggenomen zodat onze processen niet verder stagneren.

HR: toetswinst redelijke heffingstoets omvat valutaresultaten

De deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing op voordelen uit hoofde van een laagbelaste beleggingsdeelneming (art. 13, lid 9 Wet Vpb). Bij de redelijke heffingstoets of sprake is van laagbelaste beleggingsdeelnemingen moet rekening worden gehouden met valutaresultaten.

De staatssecretaris was in cassatie gegaan tegen de beslissing van Hof Amsterdam (zie: Geïmputeerde rente op renteloze lening onder deelnemingsvrijstelling) dat een Ierse Ltd. geen laagbelaste beleggingsdeelneming was. De grens voor het al dan niet laag belast zijn van een beleggingsdeelneming heeft de wetgever gelegd bij een effectieve belastingdruk van 10%, waarbij de grondslag vergelijkbaar is met die voor de Nederlandse vennootschapsbelasting. Dan is van belang hoe de omvang van de toetswinst wordt bepaald. Met name was hierdoor in geschil of valutaverliezen in aanmerking genomen moesten worden voor de totaalwinst, wat het hof had gedaan, en of het hof de in aanmerking genomen geïmputeerde rente wel goed had vastgesteld en gemotiveerd. De Hoge Raad besliste op basis van tekst en strekking van de wet dat bij de berekening van de toetswinst inderdaad rekening moet worden gehouden met valutaresultaten. Het oordeel van het hof over de rente kon echter niet door de beugel, volgens de Hoge Raad. Om die reden verwees de Hoge Raad de zaak naar Hof Arnhem-Leeuwarden.

(Bron: Taxence)

Hoe aantrekkelijk is een nettolijfrente eigenlijk?

Het kabinet heeft de pensioenen gemaximeerd. Daarom zijn voor inkomens boven de ton nettolijfrentes uitgevonden. Wat zijn nettolijfrentes en hoe aantrekkelijk zijn die eigenlijk?

Een nettolijfrente is in veel opzichten te vergelijken met een gewone lijfrente. U stort dan in de regel bij een verzekeraar maandelijks een bedrag voor uw oude dag. Een belangrijk verschil is echter dat de premie voor een gewone lijfrente aftrekbaar is, mits u voldoet aan de voorwaarden en tot een bepaald maximum. De premie voor een nettolijfrente is nooit aftrekbaar. Het voordeel van een nettolijfrente is dat deze vrijgesteld is in box 3. En dat scheelt dus jaarlijks 1,2% belasting over het opgebouwde vermogen.

Premie

De premie die u mag inleggen, is afhankelijk van de leeftijd en varieert tussen de 2,3% en 13,5%. De premie wordt berekend over uw arbeidsinkomsten, waaronder uw winstinkomen valt. Voor 2016 geldt dat alleen uw arbeidsinkomen boven € 101.519 meetelt. U moet rekening houden met AOW en eventueel opgebouwd pensioen.

Tip: Laat altijd door de verzekeraar de maximale premie berekenen, want als u meer premie stort dan toegestaan, vervalt de hele vrijstelling in box 3. Zelfs als u bij wijze van spreken maar één euro te veel stort.

De afkoop van een nettolijfrente is via boetes fiscaal erg onaantrekkelijk gemaakt. De hoogte van de boete is afhankelijk van het aantal jaren dat u onterecht van de vrijstelling in box 3 geprofiteerd heeft. Dat kan daarom op termijn aardig oplopen. U dient zich dan ook te realiseren dat u over de gestorte premies langere tijd niet kunt beschikken.

Aanvulling pensioen

De nettolijfrente kent dus niet alleen voordelen. Toch kunnen hogere inkomens zo een aardige aanvulling op het pensioen realiseren. Daarbij telt ook mee dat de heffing in box 3 vanaf volgend jaar gewijzigd wordt en voor degenen met een hoger vermogen flink stijgt.

Wilt u meer informatie over de mogelijkheden van een nettolijfrente, neem dan contact met ons op.

(Bron: SRA)

Nieuwe regels voor vormen fiscale eenheid

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) brengt de wetgeving over het vormen van een fiscale eenheid in overeenstemming met de Europese regelgeving. Wat zijn de gevolgen voor vestigingsklimaat, belastingopbrengsten en ontwijkingsconstructies? Onlangs vond een debat over dit voorstel in de Tweede Kamer plaats.

Bedrijven die nauw met elkaar verbonden zijn, bijvoorbeeld een moeder- en dochtermaatschappij, kunnen samen een fiscale eenheid vormen. Een belangrijk voordeel hiervan is dat winsten en verliezen tegen elkaar wegvallen, waardoor de betaalde vennootschapsbelasting lager wordt. Er zijn wel voorwaarden. Zo moet de moedermaatschappij aanspraak maken op minimaal 95% van de aandelen, de winst, het vermogen en het stemrecht van de dochtermaatschappij. Maar de Nederlandse wetgever maakt onterecht onderscheid tussen (moeder)bedrijven uit Nederland en uit andere Europese landen, oordeelt het Europees Hof van Justitie. Met een verruiming van de wetgeving komt de staatssecretaris daaraan tegemoet.

Verrekening

Het vormen van een fiscale eenheid is vooral van belang voor het mkb. Deze mogelijkheid verlaagt de administratieve lasten, benadrukken De Vries (VVD), Groot (PvdA) en Omtzigt (CDA), en is daarom belangrijk voor het vestigingsklimaat. Concerns kunnen zaken economisch gezien logisch organiseren zonder dat dit fiscale nadelen heeft, betogen onafhankelijk Kamerlid Van Vliet en de staatssecretaris. Maar het is onduidelijk hoeveel belastinginkomsten de overheid er door misloopt, aldus Merkies (SP), die er daarom vraagtekens bij zet. Wiebes’ voorstel verlaagt de belastinginkomsten structureel met 41 miljoen. Bijvoorbeeld doordat Nederlandse dochters van een moedermaatschappij uit een ander Europees land voortaan ook winsten en verliezen mogen verrekenen.

Ontwijkingsconstructies

Is de fiscale eenheid een constructie die het ontwijken van belasting eenvoudiger maakt? Van Vliet, Omtzigt en De Vries benadrukken dat het meer dan één keer aftrekken van verliezen moet worden voorkomen. Het behalen van fiscale voordelen door het schuiven met geld tussen landen wordt makkelijker, vreest Merkies. Het stelsel wordt met Wiebes’ voorstel nog ingewikkelder, denkt Groot: maakt dit nieuwe ontwijkingsconstructies mogelijk? De staatssecretaris verzekert dat de medewerkers van de Belastingdienst dagelijks bezig zijn om oneigenlijk gebruik van fiscale constructies te voorkomen.
De tweede termijn van het debat vindt plaats nadat de staatssecretaris enkele technische vragen schriftelijk heeft beantwoord.
(Bron: Tweede Kamer)

Zorg voor personen met kennis van zaken bij de belastingaangifte: Praktische handreiking voor pleitbaar standpunt

Sinds de openbaarwording van de Panama Papers in april 2016 is het debat over belastingontwijking en belastingontduiking losgebarsten. Maar waar ligt de grens tussen ontwijking en ontduiking? En wanneer is een standpunt een ‘pleitbaar standpunt’?

Ontwijking van belasting is een grondrecht dat we hebben, want het is toegestaan om fiscaal de meest voordelige weg te bewandelen. Belastingontwijking is daarom niet in strijd met de wet en dus legaal. Belastingontduiking is fraude en dus verboden. Bij ontduiking gaat het bijvoorbeeld om gevallen waarin inkomsten of vermogen is verzwegen of illegale transacties plaatsvinden.

De belastingaangifte betreft dan een belangrijk risico-element. Deze moet volgens de wet duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden gedaan. Neemt een belastingplichtige of zijn gemachtigde hierin een standpunt in dat geen ‘pleitbaar standpunt’ is, dan zal de fiscus stellen dat de vereiste aangifte niet is gedaan, met boete- en bewijsproblemen tot gevolg.

Pleitbaar standpunt

Als in een aangifte een standpunt is ingenomen dat volgens de fiscus onjuist is, hoeft het niet aan opzet of grove schuld zijn te wijten dat te weinig belasting is geheven. Dat is het geval als er zodanige argumenten zijn aan te voeren (objectieve benadering) voor dit standpunt dat de belastingplichtige niet lichtvaardig heeft gehandeld. Een pleitbaar standpunt is dus een geobjectiveerde vorm van een standpunt dat op basis van jurisprudentie, wetgeving en literatuur goed te verdedigen is, aldus Herreveld.

Praktische handreiking

Om te voorkomen dat de Belastingdienst kan spreken van een ‘niet pleitbaar standpunt’, is het volgens Herreveld aan te raden de volgende maatregelen te treffen of na te vragen bij uw belastingconsulent:

  • zorg ervoor dat de medewerkers een goed opleidingsniveau hebben;
  • zorg voor goede interne training mede gericht op risicoanalyse, en leg deze trainingen vast;
  • pas het vier-ogen-beginsel toe bij bijvoorbeeld het maken van de jaarstukken of opstellen van de aangiften;
  • leg een escalatiemogelijkheid vast voor het geval het tweede paar ogen het niet eens is met de opsteller;
  • beschrijf de regels (wie doet wat? escalatiemogelijkheid? etc.) in een Tax Control Framework;
  • laat bij twijfel een externe toetsing plaatsvinden door een deskundige die niet betrokken is bij de betreffende cliënt;
  • overweeg voorleggen aan de fiscus. Dit kan duidelijkheid verschaffen. Anderzijds kan de cliënt daardoor ook ongewenst in het licht komen te staan, dus weeg de voor- en nadelen goed af.

(Bron: Taxence)

Correctie foutieve IB-aanslagen kan zonder nieuw feit of kwade trouw

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de aangiften niet zijn beoordeeld voordat de aanslagen zijn opgelegd, zodat de inspecteur bij het vaststellen van de primitieve aanslagen geen onjuist inzicht had in de feiten of in het recht.

De heer X heeft in 2009 een onderneming geruisloos overgenomen. Desondanks schrijft X fiscaal over de aangekochte goodwill af en brengt deze afschrijving ten laste van zijn winst. De IB-aanslagen over 2009 tot en met 2011 zijn conform de aangiften opgelegd. Bij de aanslagregeling over 2011 was aan de behandelende medewerker van de belastingdienst bekend dat in 2009 en 2010 ten onrechte over goodwill was afgeschreven, doch deze aanslag is niet geblokkeerd. Deze aanslag heeft als dagtekening 8 februari 2013. Een week later wordt de navordering over 2009, 2010 en 2011 op grond van art. 16-2-c AWR aangekondigd. Volgens Rechtbank Noord-Nederland is de navordering terecht. X gaat in hoger beroep. Niet in geschil is dat de fout van de inspecteur om te lage IB-aanslagen op te leggen voor X kenbaar was.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aangiften niet zijn beoordeeld voordat de aanslagen zijn opgelegd, zodat de inspecteur bij het vaststellen van de primitieve aanslagen geen onjuist inzicht had in de feiten of in het recht. X stelt vergeefs dat de inspecteur vanwege het doorschuivingsverzoek verplicht was onderzoek te doen alvorens de aanslagen vast te stellen. Aangezien de navordering kan plaatsvinden op de voet van art. 16-2-c AWR, kan in het midden blijven of sprake is van een nieuw feit of kwade trouw. Het beroep van X is ongegrond.

(Bron: Taxlive)