Verrekenen met het loon van werknemers

Het gaat in de praktijk maar al te vaak verkeerd: het verrekenen van kosten, schade of schulden met het loon van werknemers. In dit artikel zal ik de mogelijkheden en onmogelijkheden ten aanzien hiervan op grond van de wet en de jurisprudentie bespreken.

Er dienen allereerst twee momenten voor verrekening te worden onderscheiden, te weten:

  • verrekenen tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst;
  • verrekenen aan het einde van de arbeidsovereenkomst (de eindafrekening).

Verrekenen tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst

U mag tijdens de duur van het dienstverband alleen in een aantal specifieke gevallen bedragen met het loon verrekenen. Het moet dan namelijk gaan om een opeisbaar bedrag dat verband houdt met:

  • een door de werknemer verschuldigde schadevergoeding. Een voorbeeld is de opzettelijk of door bewuste roekeloosheid veroorzaakte schade, die een werknemer heeft toegebracht aan bedrijfseigendommen;
  • een door de werknemer verschuldigde boete. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een boete die de werknemer verbeurt als hij een verbod van nevenwerkzaamheden overtreedt. U mag in dit geval maximaal 10% van het loon verrekenen met de verschuldigde boete;
  • een geldlening. Om deze geldlening met het loon te mogen verrekenen, moet u wel beschikken over een schriftelijke geldleningovereenkomst, waaruit blijkt dat de lening uit het loon mag worden afgelost;
  • onverschuldigd (of wel teveel) betaald loon;
  • de huurprijs van een woning, gereedschap of van een werktuig dat de werknemer van u heeft gehuurd. U kunt de (periodiek) verschuldigde huurprijs alleen met het loon verrekenen als er een schriftelijke huurovereenkomst is.

Beslagvrije voet

In alle andere gevallen is verrekening met het loon (tijdens het dienstverband) derhalve niet toegestaan. Bovendien mag u nooit verrekenen met dat deel van het loon van een werknemer dat onder de zogenaamde ‘beslagvrije voet’ valt. Dit is een bedrag dat overeenkomt met 90% van de bijstandsnorm. Dit bedrag moet elke werknemer volgens de overheid tenminste aan loon ontvangen, zodat hij in zijn levensonderhoud kan blijven voorzien.

Verrekenen aan het einde van de arbeidsovereenkomst

De verrekeningsmogelijkheden zijn bij het einde van de arbeidsovereenkomst ruimer dan tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst, met dien verstande dat ten minste de beslagvrije voet dient te worden uitbetaald. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst mag u geldbedragen met de eindafrekening verrekenen als:

  • er sprake is van een van de vorderingen zoals hierboven genoemd, mits de vordering opeisbaar is. Het verschuldigde geldbedrag moet zonder nader onderzoek vast te stellen zijn. Als dus bijvoorbeeld vaststaat dat de werknemer de werkgever een schadevergoeding moet betalen, maar het is nog niet duidelijk hoeveel de schade precies bedraagt, dan mag dit bedrag niet worden verrekend;
  • een studieschuld.

Studiekosten

Het terugvorderen van studiekosten vergt een nadere toelichting. Terugvorderen is alleen mogelijk wanneer een studiekostenbeding of een studieovereenkomst bepaalt dat de betreffende werknemer (een deel van) de gemaakte studiekosten moet terugbetalen als de arbeidsovereenkomst tijdens of in een bepaalde periode na afronding van de studie eindigt. De openstaande studieschuld kan alleen bij de eindafrekening worden verrekend als:

  • er een schriftelijk studiekostenbeding of studiekostenovereenkomst is;
  • de terugbetalingsregeling vermindert naar mate de arbeidsovereenkomst langer heeft voortbestaan sinds de afronding van de studie of opleiding (de zogenaamde ‘glijdende schaal’).

Bovendien kan een rechter tot het oordeel komen dat het niet redelijk is dat een werkgever bepaalde studiekosten terugvordert, met name als de organisatie van werkgever zelf heeft aangestuurd op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Bij twijfel is het aan te raden (preventief) juridisch advies in te winnen.

Ten onrechte verrekend

Indien niet aan de gestelde voorwaarden is voldaan, behoeft de werknemer uiteraard met de verrekening geen genoegen te nemen. Hij kan dan alsnog het gehele loon vorderen met wettelijk rente en een wettelijke verhoging, welke verhogingen kunnen oplopen tot maar liefst 50% van het verschuldigde loon. Het is dan ook zaak om bovenstaande verrekeningsregels in acht te nemen.

(Bron: Pellicaan)

Updated: 3 december 2014 — 08:35