Door overschrijding 500 km-grens op jaarbasis toch bijtelling over eerdere auto ondanks 0%-auto

Mevrouw X had van haar werkgever in 2013 twee auto’s ter beschikking gesteld gekregen. Het ging tot 5 november 2013 om een auto met een cataloguswaarde van € 33.885 (de 25%-auto) en daarna om een elektrisch aangedreven auto met een cataloguswaarde van € 51.865 (0%-auto). Mevrouw X hield voor beide auto’s een rittenregistratie bij. De 25%-auto had zij voor 376 km voor privédoeleinden gebruikt en de 0%-auto was voor 242 km voor privé gebruikt. Omdat de toegestane 500-km-grens was overschreden, legde de inspecteur een naheffingsaanslag LB op van (25% x € 33.885) x 52% x 308/365 dagen =) € 3.717. Mevrouw X ging in beroep. Hof Amsterdam had begrip voor de gedachtegang van mevrouw X dat het onjuist was om de met de 0%-auto gereden km’s in haar situatie mee te laten voor de vraag of de 500 km-grens was overschreden, omdat uit de wetsgeschiedenis bleek dat het de bedoeling van de wetgever was om het voordeel van het privégebruik van een 0%-auto niet in de heffing te betrekken. Het Hof vond het ook wel wrang, omdat mevrouw X uitsluitend met de 0%-auto tijdsevenredig gezien beduidend meer privé kilometers was gaan rijden, dan zij tot 5 november 2013 met de 25%-auto deed. Het privégebruik van de 25%-auto was immers – ook tijdsevenredig gezien – minder dan 500 km. Hier stond echter tegenover dat de Hoge Raad in een arrest van 17 december 1997 had beslist dat bij volgtijdelijk gebruik van aan een belastingplichtige ter beschikking gestelde auto’s voor de vraag of de 500 km-grens was overschreden, moest worden uitgegaan van het privégebruik van die auto’s tezamen, zodat de met de 0%-auto gereden privé km’s meetelden voor de vraag of de 500 km-grens grens was overschreden. Het Hof verklaarde het hoger beroep van mevrouw X ongegrond.

(Bron: FUTD)

Updated: 4 augustus 2017 — 08:06