Concept pensioenakkoord: wat is al bekend?

Op 4 juni 2019 zijn de eerste contouren van het (concept) pensioenakkoord bekendgemaakt. De onderhandelingen in november 2018 liepen vast op de stijging van de AOW-leeftijd. De regering is met een handreiking gekomen door de stijging van de AOW voor twee jaar te bevriezen en de koppeling aan de levensverwachting te temperen. De vakbond FNV kan nog roet in het eten gooien. Er zit namelijk een groot gat tussen wat zij als AOW- eis op tafel hadden gelegd en wat in het huidige onderhandelaarsresultaat is opgenomen. Op 14 juni kunnen alle FNV leden hierover stemmen.

Pensioenopbouw via werkgever nog onduidelijk

De invulling van de plannen voor de tweede pijler, pensioenopbouw via de werkgever, blijven nog onduidelijk. Centrale vragen zijn:

  • Hoe wordt het persoonlijk pensioen in de toekomst opgebouwd?
  • Hoe pakt dit uit voor de verschillende generaties?
  • Wie wordt op welke wijze gecompenseerd vanwege een lagere pensioenopbouw?

Afspraken pensioenakkoord die al duidelijk zijn

  • De AOW-leeftijd wordt vanaf 2020 voor twee jaar bevroren. De leeftijd gaat daarna omhoog naar 67 in 2024, in plaats van in 2021 zoals nu het geval is. De eis van de bonden was vijf jaar bevriezing. Voor de jaren na 2024 is een gedempte koppeling met de levensverwachting afgesproken: voor elk extra jaar levensverwachting stijgt de AOW-leeftijd met acht maanden. Dit kost het kabinet structureel €4 miljard per jaar. De bonden hadden ingezet op zes maanden.
  • Mensen met een zwaar beroep kunnen drie jaar eerder stoppen met werken. Voor bruto inkomens tot €19.000 per jaar hoeven werkgevers niet langer de zogeheten rvu-boete te betalen.
  • Zzp’ers moeten verplicht een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten, tenzij ze kunnen aantonen voldoende vermogen te hebben om ziekte en arbeidsongeschiktheid op te vangen. Een verplicht pensioen voor hen komt er niet.
  • Voor het nieuwe contract komen er twee varianten, waaruit pensioenfondsen kunnen kiezen:  de collectieve variant zonder buffers en de premieregeling. De doorsnee-systematiek wordt vervangen door degressieve opbouw.
  • Het wordt mogelijk om op de pensioeningangsdatum een bedrag van maximaal 10% van de opgebouwde waarde in een keer op te nemen (lumpsum) ter vrije besteding.

(Bron: ABAB)

Updated: 14 juni 2019 — 11:03