Btw bij tijdelijke factureringsstop als gevolg van coronacrisis

Als gevolg van de huidige coronacrisis en de verslechterde financiële situatie van uw afnemers kan het voorkomen dat u de berekening van vergoedingen bij doorlopende prestaties als managementvergoedingen, huur en abonnementen tijdelijk stop zet tot het moment dat de financiële situatie van uw afnemer weer een gezond niveau bereikt. Een dergelijke factureringsstop heeft echter wel btw-gevolgen. Dat is temeer gebleken uit een onlangs gepubliceerde uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank heeft geoordeeld dat een tijdelijke factureringsstop niet tot opschorting van de managementovereenkomst leidt. Er moeten nog steeds facturen worden uitgereikt waardoor de btw op dat moment verschuldigd is. 

De zaak van Rechtbank Noord-Nederland

Belanghebbende in de zaak is een moedervennootschap met een 26% aandelenbelang in een dochtervennootschap. De vennootschappen hebben een managementovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst verrichtte de moedervennootschap managementactiviteiten aan haar dochter tegen een vooraf vastgestelde maandelijkse vergoeding.

Op enig moment is de dochtervennootschap in financiële problemen gekomen. In het kader hiervan hebben de partijen afgesproken dat tijdelijk niet alle managementvergoedingen gefactureerd zouden worden welke volgens de afspraak wel verschuldigd waren. De partijen hadden hierbij afgesproken dat de bedragen alsnog gefactureerd zouden worden op het moment dat de dochtervennootschap uit haar financiële moeilijkheden is gekomen. 

In de tussentijd heeft de moedervennootschap de verschuldigde bedragen als vordering in haar jaarstukken opgenomen. De dochtervennootschap heeft de verschuldigde bedragen als voorziening opgenomen. De adviseur van de dochtervennootschap heeft uiteindelijk aan de Belastingdienst verzocht een standpunt in te nemen over de situatie dat de nog te betalen managementvergoeding zou worden omgezet in aandelenkapitaal. Naar aanleiding hiervan heeft de Belastingdienst naheffingsaanslagen omzetbelasting aan de moedervennootschap opgelegd.

Hierbij speelde de vraag of de moedervennootschap voor de bedragen die zij nog van de dochtervennootschap te vorderen had, facturen had moeten uitreiken en daarmee btw verschuldigd is geworden. 

De Rechtbank oordeelde dat de onderlinge afspraak, dat pas betaald hoefde te worden als de financiële situatie van de dochtervennootschap zou verbeteren, geen opschortende voorwaarde vormt op grond waarvan zonder vervulling daarvan de overeenkomst niet tot stand zou komen. De managementovereenkomst loopt gewoon door. De onderlinge afspraak leidt volgens de rechtbank slechts tot een uitstel van betaling. Dit blijkt temeer uit het feit dat beide partijen de verschuldigde betalingen in hun jaarstukken hebben verwerkt. De moedervennootschap had derhalve facturen moeten uitreiken aan haar dochter. Omdat er geen facturen zijn uitgereikt, is de btw op grond van de wet verschuldigd geworden op het moment dat de facturen uitgereikt hadden moeten worden. 

Belang voor u als ondernemer

Deze uitspraak is belangrijk voor alle ondernemers die tijdelijk geen vergoedingen berekenen bij doorlopende prestaties zoals management, huur en abonnementen. Hoewel de afnemer nog niet betaalt, is wel een prestatie verricht waarvoor de afnemer in de toekomst een vergoeding is verschuldigd. U bent de btw over die prestatie ook gewoon verschuldigd.  

Wat te doen met uw factuur? 

Wij adviseren u in deze gevallen wel te factureren met btw en de afnemer uitstel van betaling te verlenen. Wanneer de afnemer recht op aftrek van voorbelasting heeft dan kan hij de btw op de factuur ook direct in aftrek brengen. In dat kader kunt u met de afnemer afspreken dat hij een deel van de factuur ter grootte van het btw-bedrag alvast wel aan u betaalt, zodat u geen financieel nadeel loopt. Als er geen factuur wordt uitgereikt, is de btw verschuldigd op het moment dat de factuur uiterlijk uitgereikt had moeten worden. Wordt deze btw niet tijdig voldaan, dan kan de Belastingdienst hiervoor naheffingsaanslagen opleggen, vermeerderd met boetes en belastingrente. 

Wanneer de afnemer uiteindelijk niet betaalt dan kan de verschuldigde btw overigens ook weer worden teruggevorderd.

Gevolgen kwijtschelding vergoeding

Wanneer u besluit de vergoeding volledig kwijt te schelden, let er dan op dat dit gevolgen kan hebben voor de aftrek van voorbelasting. U moet hierbij zelfs denken aan het terugbetalen van btw op investeringsgoederen die u gebruikt voor het verrichten van de prestaties aan uw afnemer en die u in het verleden in aftrek heeft gebracht. Berekent u bijvoorbeeld geen huur aan uw afnemer dan heeft u het pand in die periode gebruikt voor het verrichten van prestaties om niet waarvoor u geen recht op aftrek heeft. 

Als u in het verleden de btw in aftrek heeft gebracht, moet u een deel van die btw terugbetalen. Wij raden u aan met uw afnemer in contact te treden om te kijken of een lagere vergoeding overeengekomen kan worden dan wel uitstel van betaling kan worden overeengekomen om gevolgen voor het recht op aftrek te voorkomen. 

(Bron: BDO)

Updated: 7 april 2020 — 13:47