All posts in Nieuws voor de eenmanszaak of vof, belastingnieuws, omzetbelasting

Verkoop je (via je webshop) goederen of diensten aan particuliere kopers in andere lidstaten of heb je plannen in die richting, dan heb je vanaf 1 juli a.s. te maken met nieuwe btw-regels. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat je je kunt aanmelden voor het nieuwe éénloketsysteem. Wat dat is, waarom je dat zou doen, hoe dat werkt en wat je daarvoor moet doen, leggen we hieronder uit.    

Wat gaat er veranderen?  

Een belangrijke wijziging is dat je straks als (webshop)ondernemer bij de leveringen van EU-goederen veel sneller dan je gewend bent de btw bent verschuldigd in de lidstaten van je particuliere klanten. 
Nu is het nog zo dat je je pas vanaf een bepaalde omzetdrempel in het buitenland hoeft te registreren. België kent daarvoor bijvoorbeeld een omzetdrempel van € 35.000. Blijf je daaronder, dan hoef je in België niets te doen en reken je Nederlandse btw die je in Nederland afdraagt. 
Vanaf 1 juli wordt dat anders. En om te voorkomen dat je je in andere lidstaten moet registreren, heb je de keuze om gebruik te maken van het éénloketsysteem. Dit wordt ook wel de Unieregeling genoemd.  

Lever je bijvoorbeeld digitale diensten aan particulieren in andere lidstaten? Dan kun je ook gebruik maken van hetzelfde éénloketsysteem. 

Nieuw drempelbedrag 

Vanaf 1 juli geldt er een nieuw drempelbedrag van € 10.000. Deze geldt voor alle leveringen en digitale diensten gezamenlijk aan particuliere klanten in andere lidstaten. Als je EU-omzet op jaarbasis onder dat drempelbedrag blijft, kun je ervoor kiezen om Nederlandse btw te blijven rekenen. Met de nieuwe regels en het éénloketsysteem heb je dan niets te maken. Gevolg is ook dat je al heel snel met buitenlandse btw hebt te maken. 

Je hoeft overigens geen gebruik te maken van de nieuwe drempel. Als je verwacht deze omzetgrens toch wel te halen, kun je net zo goed al vanaf 1 juli voor het éénloketsysteem kiezen. Je hoeft dan niet te wachten op het moment dat je de omzetgrens overschrijdt. Let op: als de nieuwe omzetdrempel al in 2020 is overschreden, dan gaan wij ervan uit dat je in 2021 geen keuze hebt. Je bent dan de btw verschuldigd in de lidstaten van je klanten. Met de keuze voor het éénloketsysteem voorkom je vervolgens de btw-registraties in de andere lidstaten.  

Wat houdt het éénloketsysteem in? 

Het éénloketsysteem, ook wel ‘One-Stop-Shop’ of kortweg ‘OSS’ genoemd, biedt de mogelijkheid om via een portal van de site van de Nederlandse Belastingdienst de buitenlandse btw-aangifte in te dienen. Deze ‘OSS’-aangiften dien je dus in naast de ‘gewone’ btw-aangiften.   
In de OSS-aangifte geef je per lidstaat de behaalde omzet aan en bereken je op basis van de lokale btw-tarieven de verschuldigde btw. De OSS-aangifte biedt niet de mogelijkheid om buitenlandse voorbelasting terug te vragen. Deze btw kan via een afzonderlijk verzoek teruggevraagd worden.   
Als je kiest voor het éénloketsysteem, dan geldt dat in beginsel voor alle EU-omzet die je behaalt uit zowel je verkoop van goederen (afstandsverkopen) als diensten. Je kunt dus niet per lidstaat een keuze te maken.  

Hoe en wanneer meld je je aan? 

Aanmelden moet digitaal via de daarvoor beschikbare portal van de Belastingdienst, te vinden onder ‘Mijn Belastingdienst zakelijk’. Je kunt je nu al aanmelden! Als het goed is, dan kun in dat geval al vanaf 1 juli gebruik maken van het éénloketsysteem. Later aanmelden dan 1 juli kan ook, maar dan kun je ook pas later gebruik maken van deze faciliteit en moet je tot die tijd de buitenlandse btw afdragen in de betreffende lidstaat. De verwachting is dat veel ondernemers zich nu al aanmelden om vanaf 1 juli voor het éénloketsysteem te kiezen.  

Waarom zou je je aanmelden? 

De belangrijkste reden om je aan te melden voor het éénloketsysteem is dat je daarmee voorkomt dat je je moet registreren in de lidstaten van je klanten. Je bespaart jezelf administratieve rompslomp en extra kosten. Zeker als je nu nog geen btw-registraties hebt in de lidstaten van je klanten, ligt het voor de hand te kiezen voor het éénloketsysteem. 

Maar ook als je al in één of meerdere lidstaten btw-aangifte doet, ben je goedkoper uit als je deze registraties intrekt en vanaf 1 juli via het OSS-systeem aangifte gaat doen. Daar komt bij dat als je niet kiest voor het éénloketsysteem, je gehouden bent in alle lidstaten waarin je zakendoet, je te registreren. 

Waarom zou je je niet aanmelden? 

Een reden om je niet aan te melden voor het éénloketsysteem zou kunnen zijn dat je in de lidstaten van je klanten veel kosten maakt. Deze kunnen namelijk niet in de OSS-aangifte worden teruggevraagd. Waardoor je via een afzonderlijk (digitaal) verzoek deze buitenlandse btw terug moet vragen. Teruggaaf kan dan langer duren dan via het indienen van een aangifte in de betreffende lidstaat.     

Een andere reden om je (voorlopig even) niet aan te melden is als je al bent geregistreerd in de lidstaten van je klanten en daar aangifte doet. Je zou kunnen overwegen dit ook na 1 juli nog even te continueren en aan te kijken hoe het nieuwe éénloketsysteem uitwerkt in de praktijk.   

Wat verandert nog meer? 

Andere wijzigingen per 1 juli hebben betrekking op niet-EU-goederen. De btw-vrijstelling bij invoer van kleine zendingen tot € 22 zal vervallen. Daarvoor in de plaats kan per 1 juli onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de zogenaamde ‘Invoerregeling’ of te wel de ‘iOSS’ binnen het éénloketsysteem. Het gaat dan om zendingen van maximaal €150 bestemd voor particulieren in andere lidstaten. Je betaalt dan geen btw bij invoer, maar via het éénloketsysteem. In dat geval kunnen ook faciliterende platformen een belangrijke rol spelen. Voor een korte uitleg verwijzen wij graag naar een eerder nieuwsbericht van ons. 

Denk ook zeker aan het volgende 

Ongeacht of je wel of niet kiest voor het éénloketsysteem, heb je vanaf 1 juli voor je buitenlandse EU-omzet te maken met buitenlandse btw. Je zult daarom met het volgende rekening moet houden: 

  • Je administratieve processen zullen zodanig moeten zijn ingericht dat daaruit de omzet per lidstaat moeten blijken. Als de software daarop (nog) niet is uitgerust, dan zal dat handmatig moeten; 
  • Je zult te maken krijgen met verschillende btw-tarieven. Dit heeft gevolgen voor de prijstelling, je website, facturering en softwaresystemen (ERP).  

(Bron: Alfa)

Verkoopt u vanuit Nederland goederen aan consumenten (hieronder vallen ook zakelijke afnemers zonder btw-nummer) in andere EU-landen? Dan heeft u vanaf 1 juli 2021 mogelijk te maken met gewijzigde btw-regels. Dit kan een grote impact hebben op de bedrijfs- en aangifteprocessen binnen uw organisatie.

Geen drempelbedragen meer

Vanaf 1 juli 2021 zal namelijk niet langer gebruik worden gemaakt van drempelbedragen. Hierdoor zijn de buitenlandse btw-regels eerder op u van toepassing. Wanneer u een omzet heeft van meer dan € 10.000 aan goederenverkopen en digitale dienstverlening aan consumenten in andere EU-landen, zijn deze verkopen voor de btw belast in het land van de consument. Dit betekent dat u zich in principe in deze landen moet registreren voor de betaling van lokale btw. Om dit te vereenvoudigen, kan vanaf 1 juli 2021 gebruik worden gemaakt van een OSS-aangifte. In deze speciale aangifte kunnen alle EU-verkopen in één keer worden aangegeven. De Nederlandse Belastingdienst zal dit vervolgens verdelen over de betreffende EU-landen.

Speciale invoerregeling

Wanneer de goederen eerst van buiten de EU zijn ingevoerd en vervolgens worden geleverd aan consumenten in andere EU-landen, dan kunt u gebruik maken van een speciale invoerregeling. Hierdoor is de invoer van leveringen in de EU met een waarde van maximaal € 150 niet btw-belast. Vervolgens kunt u de lokale btw van het land van uw consument, middels één IOSS-aangifte aangeven en betalen.

Voor de (I)OSS-aangifte is het wenselijk om voor 1 juli geregistreerd te zijn. Hiervoor moet u in het bezit zijn van e-herkenning. Registratie voor de (I)OSS-aangifte is een keuze. Hieraan zijn verschillende voor- en nadelen verbonden. Het kan in sommige gevallen gunstig zijn om hiervan geen gebruik te maken. Daarnaast biedt de nieuwe regelgeving ook mogelijkheden voor uw organisatie.

(Bron: Flynth)

De kleineondernemersregeling (KOR) is sinds 1 januari 2020 veranderd. U kunt nu kiezen voor een vrijstelling voor de btw als u in Nederland bent gevestigd en uw omzet per kalenderjaar onder de € 20.000 blijft. U hoeft dan geen btw te betalen over de omzet. Het jaarlijks voordeel dat u kunt behalen is daarmee maximaal € 4.200.

Wat is de KOR? 

De KOR is gerelateerd aan de hoogte van uw omzet. Er gelden specifiek regels voor de berekening van de KOR-omzet. De KOR-omzet kan dus afwijken van de jaaromzet op uw btw-aangifte. Uw KOR-omzet mag niet boven de € 20.000 uitkomen. Als u voldoet aan de voorwaarden betaalt u geen btw over uw omzet. Daarentegen kunt u dan ook geen btw op uw kosten aftrekken. Blijft uw omzet onder de € 20.000 dan kunt u gebruikmaken van deze regeling. Komt uw omzet in een jaar boven de € 20.000 dan mag u drie jaar lang niet meer mee doen. Voor bepaalde incidentele verkopen geldt een uitzondering.

Wanneer is de KOR gunstig?

De regeling is vaak niet interessant als u klanten heeft die btw kunnen aftrekken. Het kan u wel administratieve handelingen en de kosten voor het indienen van btw-aangiften besparen. De KOR kan met name interessant zijn als u veel particuliere klanten heeft of klanten die de door u gefactureerde btw niet (of deels) kunnen aftrekken. Dit geldt als uw klanten vrijgestelde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in de sectoren onderwijs, zorg, sport, cultuur en in de sociale sector. De btw die u normaal gesproken moet afdragen, houdt u onder de KOR in uw eigen zak, omdat u dan geen btw in rekening brengt aan uw klanten.

Gebruikmaken van de KOR in 2021? Weeg de voor- en nadelen goed af

Wilt u per 2021 aan de nieuwe KOR deelnemen? Meld uw onderneming dan vóór 3 december 2020 aan bij de Belastingdienst. In verband met de coronacrisis is het belangrijk een goede afweging te maken. Ga na wat de voor- en nadelen van de KOR zijn. Belangrijk is dat u een inschatting maakt of uw omzet in 2021 onder de € 20.000 blijft. Is uw omzet over 2020 lager door de coronacrisis? Dan is de KOR voor u wellicht minder interessant. Wij geven u in een notendop vier situaties waarin de regeling wel óf niet interessant is:

  1. Moet u meer btw betalen dan u terugkrijgt? Dan kan de regeling interessant zijn. Krijgt u vooral btw terug? Dan ligt de KOR minder voor de hand. Uw activiteiten zijn dan namelijk vrijgesteld, waardoor u geen btw op uw inkoopfacturen terugkrijgt. Houd ook rekening met een besparing in tijd, omdat u (in principe) geen btw-aangifte hoeft te doen.
  2. Heeft u vooral particuliere klanten? Dan kan de regeling interessant zijn. Particulieren kunnen namelijk geen btw terugvragen. De prijs die uw particuliere klanten betalen is ook echt het bedrag wat van zijn of haar bankrekening wordt afgeschreven. Bij deelname aan de KOR 2020 regeling mag u bij particulieren geen btw in rekening te brengen.  Wilt u het bedrag dat uw particuliere afnemer daadwerkelijk betaalt, in 2021 constant houden ten opzichte van 2020? Dan kunt u de prijzen aan uw particulieren afnemers verhogen met het btw-bedrag dat u niet meer doorberekend. Uw marge/winst is dan hoger (gedeeltelijke/volledig doorberekening) óf uw kostprijs lager (geen of gedeeltelijke doorberekening).
  3. De KOR eindigt automatisch bij een omzet boven de € 20.000 (+ drie jaar afkoelen). De vrijstelling vervalt dan en u moet weer verplicht btw voor belaste prestaties in rekening brengen. De normale btw-regels gelden weer.
  4. Verwacht u veel inkoopkosten en investeringen? Dan is het waarschijnlijk beter om te wachten met de KOR. U kunt hierop geen btw aftrekken.

Let op!

Niet al uw omzet telt voor de berekening van de omzetgrens van € 20.000. Zorg dat uw berekeningen juist zijn. Soms moet u toch (incidenteel) aangifte doen, bijvoorbeeld als u voor  € 10.000 uit het buitenland koopt of als een buitenlandse ondernemer de btw naar u verlegt.

Complexe kleine ondernemersregeling

De regeling is complex omdat niet alle omzet meetelt voor de grens van € 20.000. Zo telt privégebruik van goederen, diensten én prestaties die belast zijn in een ander land niet mee voor de KOR.  Daarnaast moet u rekening houden met (on)roerende goederen die eerder zijn aangeschaft en de btw die u daarover heeft betaald. Soms kan de Belastingdienst namelijk naheffen doordat (on)roerende goederen niet (meer) worden gebruikt voor belaste prestaties: de afgetrokken btw wordt dan herzien. Er geldt wel een ‘herzieningsdrempel’ van € 500 aan btw per jaar.

Stel dat de betaalde btw bij aanschaf van een zakelijke auto € 2.000 bedroeg. De herzieningstermijn van een auto is ‘vijf jaren’. De herzieningsbtw per jaar is dan 1/5 x € 2.000 = € 400. U blijft daarmee onder de grens van € 500 zodat geen btw wordt herzien onder de KOR.

Ook eigenaren van geïnstalleerde zonnepanelen moeten er rekening mee houden dat ze mogelijk alsnog btw moeten terugbetalen. Let dus op dat u niet ‘te veel’ zonnepanelen op uw dak laat leggen, want de Belastingdienst legt u anders een naheffingsaanslag op. De grens ligt ongeveer op € 12.000 ex. btw.

Belangrijke punten bij toepassing KOR

  • U mag geen btw vermelden op uw facturen.
  • U kunt geen btw meer op kosten aftrekken.
  • De KOR geldt in principe voor drie jaar, tenzij de omzet boven de € 20.000 komt.
  • U mag pas na drie jaar ‘afkoeling’ weer aanmelden voor de nieuwe KOR.

Actie vereist?

De vraag is of u uw onderneming moet aanmelden voor de nieuwe KOR of juist niet. Heeft u te maken met de volgende situaties, dan adviseren wij u te (laten) beoordelen of de KOR u kansen biedt.

  • U heeft voornamelijk particulieren en/of ondernemers als klant die de btw niet kunnen aftrekken en uw jaarlijkse ‘KOR-omzet’ is minder dan € 20.000.
  • Uw onderneming is ontheven van administratieve verplichtingen. Let op: uw onderneming is automatisch overgegaan op de nieuwe KOR.
  • U heeft voor meer dan € 12.000 ex. btw aan zonnepanelen op uw privéwoning geplaatst.
  • U schaft in 2020 zonnepanelen aan of een tweede of derde set aan zonnepanelen voor plaatsing op uw privéwoning.  

Marge- en reisbureauregeling

Maakt u gebruik van de marge-,  globalisatie- of reisbureauregeling? De omzetgrens mag u dan niet meer berekenen op basis van de winstmarge, maar moet u bepalen op basis van de totale verkoopopbrengsten. De KOR-omzet van € 20.000 wordt dus eerder overschreden, waardoor u minder snel in aanmerking komt voor deze regeling.

(Bron: ABAB)

Onder de Nederlandse wet kan het gebeuren dat een ondernemer in één keer zijn afgetrokken voorbelasting moet herzien. Hoe vervelend dat voor hem is, het Europees recht staat zo’n herziening ineens in beginsel toe.

Een stichting kwalificeerde als een ondernemer voor de omzetbelasting. Zij had in 2013 zeven appartementen laten bouwen. Zij trok toen de voorbelasting af omdat deze appartementen toen voor belaste doeleinden waren bestemd. De oplevering was in juli 2014. Vier appartementen zijn met ingang van 1 augustus 2014 vrijgesteld verhuurd. In het derde kwartaal 2014 heeft de stichting het aan die appartementen toe te rekenen gedeelte van de voorbelasting in één keer herzien en op aangifte voldaan. Tegen deze voldoening is zij in bezwaar en beroep gekomen. Zij meent dat voor investeringsgoederen een herziening in één keer van de oorspronkelijk toegepaste aftrek op het tijdstip van de ingebruikneming in strijd is met het Europees recht.

Eindarrest

Omdat de hoogste nationale rechter daarover Unierechtelijke twijfel had, heeft hij prejudiciële vragen gesteld (14 december 2018, NTFR 2019/38). Na beantwoording ervan door het Hof van Justitie (17 september 2020, ECLI:EU:C:2020:731, C-791/18) wijst de Hoge Raad nu eindarrest. De herziening in een keer van alle in rekening gebrachte omzetbelasting bij ingebruikneming van een investeringsgoed is niet in strijd met het Unierecht. Daarmee verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond.

(Bron: Taxence)

Vanaf 1 juli 2021 zullen er nieuwe btw-regels gelden voor e-commerce binnen de Europese Unie. Indien u (online) goederen verkoopt aan consumenten in de EU, dan valt uw onderneming naar verwachting binnen het bereik van de nieuwe regels. De nieuwe regels vereisen veranderingen op verschillende gebieden binnen uw onderneming.

Hoe werkt het?

De huidige regelgeving voor afstandsverkopen wijzigt. Leveringen aan consumenten (B2C) in de EU zijn momenteel belast met btw in het land van ontvangst van de goederen, zodra het omzetdrempelbedrag in dat land is overschreden. De verkoper moet deze btw innen en afdragen aan de lokale belastingautoriteiten. Als gevolg moeten mogelijk 27 verschillende btw-tarieven worden toegepast en factureringsverplichtingen van 27 EU-landen worden gehanteerd.  Dit leidt tot lokale btw-registraties en rapportageverplichtingen.

Om deze regelgeving te vereenvoudigen en de bijbehorende administratieve lasten te verlichten, wordt vanaf 1 juli 2021 een éénloketsysteem geïmplementeerd voor grensoverschrijdende B2C-leveringen. Dit systeem heet de One Stop Shop (OSS).

Het OSS-systeem

Bij de inwerkingtreding van de nieuwe regels en het OSS-systeem per 1 juli 2021, wijzigen de btw-regels voor afstandsverkopen:

  • De drempelbedragen van de afstandsverkopenregeling worden afgeschaft. Een nieuwe, EU-brede drempel van € 10.000 per jaar is van toepassing.
  • Indien de drempel van € 10.000 wordt overschreden, moet lokale btw (van alle verschillende EU-landen) worden afgedragen, dit kan zowel via de OSS of via lokale btw-registraties.
  • Met de OSS kunt u uw btw-registraties beperken tot één btw-registratie in een EU-land naar keuze. De btw die wordt geïnd bij alle consumenten uit verschillende EU-landen, wordt afgedragen in het EU-land waar u bent geregistreerd voor de OSS.

Het toepassen van de OSS is niet verplicht. Het blijft mogelijk om verschillende lokale btw-registraties te hebben. Zowel EU- als non-EU-entiteiten kunnen de OSS toepassen. EU-landen kunnen non-EU-entiteiten verplichten een fiscaal vertegenwoordiger aan te wijzen om gebruik te kunnen maken van de OSS op grond van lokale wetgeving.

B2C-leveringen van goederen vanuit niet-EU-landen (I-OSS)

Voor afstandsverkopen van goederen aan EU-consumenten, geïmporteerd uit niet-EU-landen en tot een waarde van € 150, kan het importsysteem worden toegepast (‘I-OSS’). Om het I-OSS-systeem toe te kunnen passen, heeft u een speciaal I-OSS-registratienummer nodig. De btw-vrijstelling die momenteel geldt bij invoer voor eenheden met een waarde tot € 22, wordt per 2021 afgeschaft. 

Indien u de I-OSS toepast:

  • Is een btw-vrijstelling van toepassing voor de invoer van de goederen met een intrinsieke waarde van maximaal € 150.
  • Bent u btw verschuldigd in het EU-land waar het transport eindigt. De lokale btw moet worden geïnd en afgedragen.
  • De btw (van alle verschillende EU-landen) moet worden gerapporteerd en afgedragen in het EU-land waar u bent geregistreerd voor de I-OSS.

Het is niet verplicht de I-OSS toe te passen. In plaats daarvan blijft het mogelijk:

  • reguliere btw-aangiften in te dienen in de EU-landen; of
  • het OSS-systeem toe te passen na invoer van de goederen.

Indien de I-OSS niet wordt toegepast, is het mogelijk een andere invoerfaciliteit toe te passen. Deze faciliteit vindt alleen plaats bij toepassing voor de invoer van de goederen met een intrinsieke waarde van maximaal € 150. Op basis van de faciliteit int een douane-expediteur btw bij de consument en moet de btw op maandelijkse basis worden gerapporteerd en afgedragen.

Belangrijk om tijdig te handelen

Indien de nieuwe regels impact hebben op uw onderneming, dan is het belangrijk om tijdig te handelen en ervoor te zorgen dat uw onderneming en uw systemen voorbereid zijn op het toepassen van de nieuwe regels. Mogelijk heeft u  nieuwe registraties nodig (I-OSS en/of OSS) en kunt u de registraties in EU-landen in gang zetten om onnodige kosten te voorkomen.

(Bron: Mazars)

Indien u in 2019 facturen heeft ontvangen met buitenlandse btw van een ander EU-land, dan kunt u die btw terugvragen via de Nederlandse Belastingdienst. Dit geldt niet wanneer u in dat specifieke land bent gevestigd of btw verschuldigd bent. Een teruggaafverzoek moet uiterlijk 30 september a.s. worden ingediend.

Voorwaarden voor teruggaaf

Voor het kunnen doen van een btw-teruggaafverzoek voor buitenlandse btw gelden de volgende voorwaarden:

  1. Uw onderneming of organisatie is niet gevestigd in de EU-lidstaat waar u btw wilt terugvragen, maar wel in een andere EU-lidstaat;
  2. Uw onderneming of organisatie heeft geen activiteiten verricht in de EU-lidstaat waarover u de btw bent verschuldigd;
  3. Uw onderneming of organisatie verricht in ieder geval deels activiteiten waarvoor u recht op aftrek van voorbelasting heeft. Let op dat bij deze voorwaarde ook de btw-wetgeving van de lidstaat van teruggaaf van belang is.

Indien u niet voldoet aan de onder 1 en 2 genoemde voorwaarden, dan kunt u via de reguliere btw-aangifte de btw terugvragen. Indien u niet voldoet aan voorwaarde 3, dan kunt u geen teruggaafverzoek indienen.

NB: lidstaten kennen aftrekbeperkingen voor bepaalde kosten. Het is dus mogelijk dat u de btw op bepaalde kosten niet (volledig) terugkrijgt. 

Indieningsprocedure

Een teruggaafverzoek voor buitenlandse btw dient u in via het portaal van de Nederlandse Belastingdienst. U heeft hiervoor inloggegevens nodig. Indien u die niet heeft, dan kunt u die aanvragen. Indien u de inloggegevens al wel heeft, maar bent vergeten, dan moet u deze niet opnieuw aanvragen, maar kunt u contact opnemen met de Belastingtelefoon (0800-0543). Houd er rekening mee dat het verwerken van de aanvraag van de inloggegevens enkele weken in beslag kan nemen, met name in de vakantieperiode. De Nederlandse Belastingdienst stuurt het verzoek door naar de belastingautoriteiten van de andere lidstaat. U krijgt een bevestiging van ontvangst van de Nederlandse Belastingdienst wanneer zij uw verzoek ontvangen. Ook de lidstaat van teruggaaf zal u berichten wanneer zij uw verzoek hebben ontvangen. De beslissing op het teruggaafverzoek ontvangt u ook van de lidstaat van teruggaaf.

Situatie Verenigd Koninkrijk

Het Verenigd Koninkrijk heeft de EU verlaten op 31 januari 2020 en daarmee eindigt ook de mogelijkheid om btw terug te vragen via het portaal van de eigen EU-lidstaat. Wel geldt een overgangsperiode tot en met 31 december 2020. Gedurende die overgangsperiode kan nog btw over het jaar 2019 worden teruggevraagd via het portaal, uiterlijk tot en met 30 september 2020. 

Indien u in 2020 facturen heeft ontvangen met Britse btw, dan moet een verzoek om btw-teruggave uiterlijk op 31 maart 2021 worden ingediend.

(Bron: BDO)

Annuleringen, ontbindingen en beëindigingen van overeenkomsten komen regelmatig voor, met name in de huidige coronatijd. In sommige gevallen komen daar annulerings- en/of ontbindingsvergoedingen aan te pas. De btw-problematiek rondom deze vergoedingen is een lastige. De vraag is of btw is verschuldigd over die vergoeding omdat die onderdeel vormt van de vergoeding voor de te verrichte prestatie, of dat sprake is van een onbelaste schadevergoeding. Recent oordeelde het Hof van Justitie over deze problematiek in de zaak Vodafone Portugal. De zaak betrof een situatie waarin een afnemer zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet meer na kon komen. In dit artikel geven wij naar aanleiding van deze zaak een overzicht van welke omstandigheden een rol spelen bij het antwoord op de vraag of een annulerings- of ontbindingsvergoeding wel of niet belast is met btw wanneer een afnemer besluit geen gebruik meer te maken van uw product of dienst.

Aanwijzingen uit de rechtspraak

Of btw is verschuldigd over een annulerings- of ontbindingsvergoeding is sterk afhankelijk van de specifieke situatie. Het onderstaande overzicht geeft weer welke factoren een rol spelen bij het antwoord op de vraag of de annulerings- of ontbindingsvergoeding belast is met btw. Omdat de btw-gevolgen sterk afhankelijk zijn van de specifieke situatie, adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw btw-adviseur. De onderstaande tabel geeft slechts een indicatie.

OmstandigheidBelaste vergoedingOnbelaste schadevergoeding
Heeft de afnemer het volledige bedrag betaald of slechts een voorschot? VolledigVoorschot
Mag u het volledige bedrag behouden als de afnemer annuleert of is de afnemer in geval van een voorschot alsnog de volledige vergoeding verschuldigd?JaNee
Heeft de afnemer reeds het recht verkregen om van de door u aangeboden prestatie gebruik te maken?JaNee
Is het bedrag dat u mag houden, bedoeld als compensatie van te lijden schade?NeeJa
Is in de gesloten overeenkomst reeds het bedrag van de ontbindings- of annuleringsvergoeding bepaald dan wel staat de berekeningswijze daarvan vast?JaNee
Is de verkoop bindend en definitief?JaNee

Zorg ervoor dat u geen cash laat liggen?

Met name in deze periode staat de liquiditeit van ondernemers onder druk. Het is dan ook van belang dat u geen geld laat liggen. De btw begrepen in het deel van de vergoeding dat u al heeft ontvangen van de afnemer, maar wegens annulering terugbetaalt aan de afnemer, kunt u sowieso terugvragen. Let er wel op dat hier voorwaarden aan verbonden zijn. Als u al hebt gefactureerd dan adviseren wij om een creditfactuur uit te reiken. Wanneer het deel van de vergoeding dat u mag behouden, kwalificeert als schadevergoeding, dan kunt u ook voor dat gedeelte de btw terugvragen. Zoals aangeven hangt dit af van de specifieke situatie.

(Bron: BDO)

In deze tijden van coronacrisis krijgen veel ondernemers of organisaties te maken met annuleringen of met het omboeken van bijvoorbeeld reizen. Zo heeft de reisbranche een speciale corona-voucher in het leven geroepen voor het annuleren of omboeken van een reis. 

Een dergelijke voucher kan zeker een oplossing zijn voor ondernemers om hun bedrijf gezond te houden en het door klanten betaalde bedrag veilig stellen. Maar wat zijn de btw gevolgen? In dit artikel zetten wij op hoofdlijnen de relevante btw-gevolgen uiteen en maken daarbij een onderscheid tussen verschillende scenario’s. Deze scenario’s zijn slechts voorbeelden. Ook andere situaties kunnen zich voordoen. 

Uitgeven van nieuwe vouchers

Een eerste scenario is dat een ondernemer die zijn business ziet teruglopen kiest voor het verkopen van vouchers (eventueel met korting) om (extra) omzet te behalen. Er worden dan nieuwe vouchers uitgegeven zonder dat al een goed of dienst is afgenomen. Een voucher is een instrument, welke de consument als (gedeeltelijke) tegenprestatie kan inwisselen voor goederen of diensten. Hoe in dit scenario de btw-gevolgen uitwerken, is afhankelijk van de situatie. Er bestaan voor de btw namelijk twee soorten vouchers: vouchers voor enkelvoudig gebruik en voor meervoudig gebruik. 

Bij een voucher voor enkelvoudig gebruik is het verschuldigde btw-bedrag bij uitgifte bekend. Zo zullen het btw-tarief dat van toepassing is en het land waar btw is verschuldigd vast moesten staan. Is het verschuldigde btw-bedrag niet bij voorbaat duidelijk dan is sprake van een voucher voor meervoudig gebruik. Bij de uitgifte en verkoop van vouchers voor enkelvoudig gebruik is direct btw verschuldigd. Bij de uitgifte van vouchers voor meervoudig gebruik is pas btw verschuldigd bij de inwisseling. 

Uitgeven van tegoedbonnen bij annuleringen

Een tweede scenario is dat een ondernemer of organisatie geen geld terug geeft bij annulering of niet het volledige bedrag teruggeeft, maar een tegoedbon verstrekt. Voor de gevolgen van annuleringen verwijzen wij naar ons eerdere perspectief. De tegoedbon geeft recht op hetzelfde goed of de dienst waarvoor al eerder (deels) is betaald, maar kan ook recht geven op een ander goed of andere dienst. 

Indien bij inwisseling van deze tegoedbon niet hoeft te worden bijbetaald, is voor de btw sprake van een voucher. We verwijzen naar de uitleg over vouchers hiervoor. Het kan zijn dat u weliswaar vanwege de annulering recht heeft op btw-teruggaaf, maar vanwege het uitgeven van de voucher direct ook weer btw verschuldigd bent. 

Als altijd bijbetaald moet worden bij inwisseling, is sprake van een kortingsbon. De uitgifte van een kortingsbon tegen vergoeding is belast met btw. Mag de kortingsbon ook bij u worden ingewisseld dan mag u bij inwisseling de vergoeding waarover u btw verschuldigd bent verminderen met het bedrag van de kortingsbon. 

(Bron: BDO)

Als gevolg van de huidige coronacrisis en de verslechterde financiële situatie van uw afnemers kan het voorkomen dat u de berekening van vergoedingen bij doorlopende prestaties als managementvergoedingen, huur en abonnementen tijdelijk stop zet tot het moment dat de financiële situatie van uw afnemer weer een gezond niveau bereikt. Een dergelijke factureringsstop heeft echter wel btw-gevolgen. Dat is temeer gebleken uit een onlangs gepubliceerde uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank heeft geoordeeld dat een tijdelijke factureringsstop niet tot opschorting van de managementovereenkomst leidt. Er moeten nog steeds facturen worden uitgereikt waardoor de btw op dat moment verschuldigd is. 

De zaak van Rechtbank Noord-Nederland

Belanghebbende in de zaak is een moedervennootschap met een 26% aandelenbelang in een dochtervennootschap. De vennootschappen hebben een managementovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst verrichtte de moedervennootschap managementactiviteiten aan haar dochter tegen een vooraf vastgestelde maandelijkse vergoeding.

Op enig moment is de dochtervennootschap in financiële problemen gekomen. In het kader hiervan hebben de partijen afgesproken dat tijdelijk niet alle managementvergoedingen gefactureerd zouden worden welke volgens de afspraak wel verschuldigd waren. De partijen hadden hierbij afgesproken dat de bedragen alsnog gefactureerd zouden worden op het moment dat de dochtervennootschap uit haar financiële moeilijkheden is gekomen. 

In de tussentijd heeft de moedervennootschap de verschuldigde bedragen als vordering in haar jaarstukken opgenomen. De dochtervennootschap heeft de verschuldigde bedragen als voorziening opgenomen. De adviseur van de dochtervennootschap heeft uiteindelijk aan de Belastingdienst verzocht een standpunt in te nemen over de situatie dat de nog te betalen managementvergoeding zou worden omgezet in aandelenkapitaal. Naar aanleiding hiervan heeft de Belastingdienst naheffingsaanslagen omzetbelasting aan de moedervennootschap opgelegd.

Hierbij speelde de vraag of de moedervennootschap voor de bedragen die zij nog van de dochtervennootschap te vorderen had, facturen had moeten uitreiken en daarmee btw verschuldigd is geworden. 

De Rechtbank oordeelde dat de onderlinge afspraak, dat pas betaald hoefde te worden als de financiële situatie van de dochtervennootschap zou verbeteren, geen opschortende voorwaarde vormt op grond waarvan zonder vervulling daarvan de overeenkomst niet tot stand zou komen. De managementovereenkomst loopt gewoon door. De onderlinge afspraak leidt volgens de rechtbank slechts tot een uitstel van betaling. Dit blijkt temeer uit het feit dat beide partijen de verschuldigde betalingen in hun jaarstukken hebben verwerkt. De moedervennootschap had derhalve facturen moeten uitreiken aan haar dochter. Omdat er geen facturen zijn uitgereikt, is de btw op grond van de wet verschuldigd geworden op het moment dat de facturen uitgereikt hadden moeten worden. 

Belang voor u als ondernemer

Deze uitspraak is belangrijk voor alle ondernemers die tijdelijk geen vergoedingen berekenen bij doorlopende prestaties zoals management, huur en abonnementen. Hoewel de afnemer nog niet betaalt, is wel een prestatie verricht waarvoor de afnemer in de toekomst een vergoeding is verschuldigd. U bent de btw over die prestatie ook gewoon verschuldigd.  

Wat te doen met uw factuur? 

Wij adviseren u in deze gevallen wel te factureren met btw en de afnemer uitstel van betaling te verlenen. Wanneer de afnemer recht op aftrek van voorbelasting heeft dan kan hij de btw op de factuur ook direct in aftrek brengen. In dat kader kunt u met de afnemer afspreken dat hij een deel van de factuur ter grootte van het btw-bedrag alvast wel aan u betaalt, zodat u geen financieel nadeel loopt. Als er geen factuur wordt uitgereikt, is de btw verschuldigd op het moment dat de factuur uiterlijk uitgereikt had moeten worden. Wordt deze btw niet tijdig voldaan, dan kan de Belastingdienst hiervoor naheffingsaanslagen opleggen, vermeerderd met boetes en belastingrente. 

Wanneer de afnemer uiteindelijk niet betaalt dan kan de verschuldigde btw overigens ook weer worden teruggevorderd.

Gevolgen kwijtschelding vergoeding

Wanneer u besluit de vergoeding volledig kwijt te schelden, let er dan op dat dit gevolgen kan hebben voor de aftrek van voorbelasting. U moet hierbij zelfs denken aan het terugbetalen van btw op investeringsgoederen die u gebruikt voor het verrichten van de prestaties aan uw afnemer en die u in het verleden in aftrek heeft gebracht. Berekent u bijvoorbeeld geen huur aan uw afnemer dan heeft u het pand in die periode gebruikt voor het verrichten van prestaties om niet waarvoor u geen recht op aftrek heeft. 

Als u in het verleden de btw in aftrek heeft gebracht, moet u een deel van die btw terugbetalen. Wij raden u aan met uw afnemer in contact te treden om te kijken of een lagere vergoeding overeengekomen kan worden dan wel uitstel van betaling kan worden overeengekomen om gevolgen voor het recht op aftrek te voorkomen. 

(Bron: BDO)

De uitbraak van het coronavirus kan ervoor zorgen dat u tijdelijk en buiten uw invloed in liquiditeitsproblemen komt. Daarom is het mogelijk om een verzoek om bijzonder uitstel van betaling te doen voor de verschuldigde inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting.

Deze regeling roept veel praktische vragen op die nog niet allemaal tot in detail beantwoord kunnen worden. Deze vragen gaan ook over het doen van de melding betalingsonmacht om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen. Wij informeren u graag over de huidige stand van zaken. 

Wanneer uitstel van betaling aanvragen

Voor de loonbelasting en de btw is het belangrijk dat u de maandelijkse aangiften of de kwartaalaangiften in blijft dienen, ook als u deze niet kunt betalen. Als u niet de bij de aangifte behorende betaling verricht, volgt enige tijd later een naheffingsaanslag. Voor deze aanslag kunt u dan vragen om bijzonder uitstel van betaling. 

Voorbeeld
Voor de aangifte loonheffingen of btw over de maand maart of het eerste kwartaal 2020 geldt dat de aangifte en de bijbehorende betaling uiterlijk 30 april 2020 gedaan moeten worden. De aangifte moet u blijven doen. Wanneer u niet betaalt, zal in de loop van mei 2020 een naheffingsaanslag worden opgelegd. Pas daarna kunt u bijzonder uitstel van betaling vragen.

Telkens opnieuw uitstel aanvragen of is één keer voldoende?

Een veelgestelde vraag is of een reeds ingediend verzoek om uitstel van betaling, ook toeziet op later opgelegde belastingaanslagen. Hierover bestaat op dit moment geen duidelijkheid. Wij raden u aan om een eerder ingediend verzoek om uitstel van betaling aan te vullen, op het moment dat nieuwe aanslagen worden opgelegd. 

Om het voor u, uw adviseur en de Belastingdienst overzichtelijk te houden, raden wij u aan om per belastingplichtige uitstel van betaling aan te vragen. Bij een concern met meerdere BV’s betekent dat dus per BV. U kunt in een verzoek wel uitstel vragen voor meerdere reeds opgelegde aanslagen (aan die belastingplichtige). Ook een aanvulling van een reeds eerder ingediend verzoek kunt u voor meerdere aanslagen tegelijk doen.

Niet wachten met melding betalingsonmacht

Indien een vennootschapsbelastingplichtig lichaam niet in staat is om haar belastingschulden te betalen, kan het voorkomen dat de schuld wordt ingevorderd bij de bestuurder van dit lichaam.

Bestuurdersaansprakelijkheid geldt niet voor alle belastingschulden. De meest belangrijke belastingschulden waar deze aansprakelijkheid voor geldt zijn de loonheffingen, btw en pensioenpremies. Bestuurdersaansprakelijkheid geldt niet voor de inkomstenbelasting en voor de vennootschapsbelasting. Daarvoor hoeft u dus geen melding betalingsonmacht te doen. 

Het is belangrijk dat u (naast het aanvragen van uitstel van betaling ook) tijdig een melding betalingsonmacht doet per belastingplichtige. Tijdig is uiterlijk binnen twee weken nadat de betaling op aangifte had moeten worden gedaan. Let op! Dit moment is dus eerder dan het moment waarop u uitstel van betaling kunt aanvragen.

Voorbeeld
Voor de aangifte loonheffingen of btw over de maand maart of het eerste kwartaal 2020, geldt dat de bijbehorende betaling uiterlijk 30 april 2020 gedaan moet worden. De melding betalingsonmacht over deze tijdvakken moet dan dus gedaan zijn voor 14 mei 2020. 

Voor de melding betalingsonmacht geldt dat u een eenmaal gedane melding niet hoeft aan te vullen als nieuwe belastingschulden ontstaan die niet kunnen worden betaald. Dit is dus anders dan bij het uitstel van betaling!

(Bron: BDO)