Teruggaaf buitenlandse btw; neem vóór 1 oktober actie

Indien u in 2019 facturen heeft ontvangen met buitenlandse btw van een ander EU-land, dan kunt u die btw terugvragen via de Nederlandse Belastingdienst. Dit geldt niet wanneer u in dat specifieke land bent gevestigd of btw verschuldigd bent. Een teruggaafverzoek moet uiterlijk 30 september a.s. worden ingediend.

Voorwaarden voor teruggaaf

Voor het kunnen doen van een btw-teruggaafverzoek voor buitenlandse btw gelden de volgende voorwaarden:

  1. Uw onderneming of organisatie is niet gevestigd in de EU-lidstaat waar u btw wilt terugvragen, maar wel in een andere EU-lidstaat;
  2. Uw onderneming of organisatie heeft geen activiteiten verricht in de EU-lidstaat waarover u de btw bent verschuldigd;
  3. Uw onderneming of organisatie verricht in ieder geval deels activiteiten waarvoor u recht op aftrek van voorbelasting heeft. Let op dat bij deze voorwaarde ook de btw-wetgeving van de lidstaat van teruggaaf van belang is.

Indien u niet voldoet aan de onder 1 en 2 genoemde voorwaarden, dan kunt u via de reguliere btw-aangifte de btw terugvragen. Indien u niet voldoet aan voorwaarde 3, dan kunt u geen teruggaafverzoek indienen.

NB: lidstaten kennen aftrekbeperkingen voor bepaalde kosten. Het is dus mogelijk dat u de btw op bepaalde kosten niet (volledig) terugkrijgt. 

Indieningsprocedure

Een teruggaafverzoek voor buitenlandse btw dient u in via het portaal van de Nederlandse Belastingdienst. U heeft hiervoor inloggegevens nodig. Indien u die niet heeft, dan kunt u die aanvragen. Indien u de inloggegevens al wel heeft, maar bent vergeten, dan moet u deze niet opnieuw aanvragen, maar kunt u contact opnemen met de Belastingtelefoon (0800-0543). Houd er rekening mee dat het verwerken van de aanvraag van de inloggegevens enkele weken in beslag kan nemen, met name in de vakantieperiode. De Nederlandse Belastingdienst stuurt het verzoek door naar de belastingautoriteiten van de andere lidstaat. U krijgt een bevestiging van ontvangst van de Nederlandse Belastingdienst wanneer zij uw verzoek ontvangen. Ook de lidstaat van teruggaaf zal u berichten wanneer zij uw verzoek hebben ontvangen. De beslissing op het teruggaafverzoek ontvangt u ook van de lidstaat van teruggaaf.

Situatie Verenigd Koninkrijk

Het Verenigd Koninkrijk heeft de EU verlaten op 31 januari 2020 en daarmee eindigt ook de mogelijkheid om btw terug te vragen via het portaal van de eigen EU-lidstaat. Wel geldt een overgangsperiode tot en met 31 december 2020. Gedurende die overgangsperiode kan nog btw over het jaar 2019 worden teruggevraagd via het portaal, uiterlijk tot en met 30 september 2020. 

Indien u in 2020 facturen heeft ontvangen met Britse btw, dan moet een verzoek om btw-teruggave uiterlijk op 31 maart 2021 worden ingediend.

(Bron: BDO)

Annulerings- of ontbindingsvergoeding: wel of geen btw?

Annuleringen, ontbindingen en beëindigingen van overeenkomsten komen regelmatig voor, met name in de huidige coronatijd. In sommige gevallen komen daar annulerings- en/of ontbindingsvergoedingen aan te pas. De btw-problematiek rondom deze vergoedingen is een lastige. De vraag is of btw is verschuldigd over die vergoeding omdat die onderdeel vormt van de vergoeding voor de te verrichte prestatie, of dat sprake is van een onbelaste schadevergoeding. Recent oordeelde het Hof van Justitie over deze problematiek in de zaak Vodafone Portugal. De zaak betrof een situatie waarin een afnemer zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet meer na kon komen. In dit artikel geven wij naar aanleiding van deze zaak een overzicht van welke omstandigheden een rol spelen bij het antwoord op de vraag of een annulerings- of ontbindingsvergoeding wel of niet belast is met btw wanneer een afnemer besluit geen gebruik meer te maken van uw product of dienst.

Aanwijzingen uit de rechtspraak

Of btw is verschuldigd over een annulerings- of ontbindingsvergoeding is sterk afhankelijk van de specifieke situatie. Het onderstaande overzicht geeft weer welke factoren een rol spelen bij het antwoord op de vraag of de annulerings- of ontbindingsvergoeding belast is met btw. Omdat de btw-gevolgen sterk afhankelijk zijn van de specifieke situatie, adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw btw-adviseur. De onderstaande tabel geeft slechts een indicatie.

OmstandigheidBelaste vergoedingOnbelaste schadevergoeding
Heeft de afnemer het volledige bedrag betaald of slechts een voorschot? VolledigVoorschot
Mag u het volledige bedrag behouden als de afnemer annuleert of is de afnemer in geval van een voorschot alsnog de volledige vergoeding verschuldigd?JaNee
Heeft de afnemer reeds het recht verkregen om van de door u aangeboden prestatie gebruik te maken?JaNee
Is het bedrag dat u mag houden, bedoeld als compensatie van te lijden schade?NeeJa
Is in de gesloten overeenkomst reeds het bedrag van de ontbindings- of annuleringsvergoeding bepaald dan wel staat de berekeningswijze daarvan vast?JaNee
Is de verkoop bindend en definitief?JaNee

Zorg ervoor dat u geen cash laat liggen?

Met name in deze periode staat de liquiditeit van ondernemers onder druk. Het is dan ook van belang dat u geen geld laat liggen. De btw begrepen in het deel van de vergoeding dat u al heeft ontvangen van de afnemer, maar wegens annulering terugbetaalt aan de afnemer, kunt u sowieso terugvragen. Let er wel op dat hier voorwaarden aan verbonden zijn. Als u al hebt gefactureerd dan adviseren wij om een creditfactuur uit te reiken. Wanneer het deel van de vergoeding dat u mag behouden, kwalificeert als schadevergoeding, dan kunt u ook voor dat gedeelte de btw terugvragen. Zoals aangeven hangt dit af van de specifieke situatie.

(Bron: BDO)

Corona-voucher een oplossing, maar wat zijn de btw gevolgen?

In deze tijden van coronacrisis krijgen veel ondernemers of organisaties te maken met annuleringen of met het omboeken van bijvoorbeeld reizen. Zo heeft de reisbranche een speciale corona-voucher in het leven geroepen voor het annuleren of omboeken van een reis. 

Een dergelijke voucher kan zeker een oplossing zijn voor ondernemers om hun bedrijf gezond te houden en het door klanten betaalde bedrag veilig stellen. Maar wat zijn de btw gevolgen? In dit artikel zetten wij op hoofdlijnen de relevante btw-gevolgen uiteen en maken daarbij een onderscheid tussen verschillende scenario’s. Deze scenario’s zijn slechts voorbeelden. Ook andere situaties kunnen zich voordoen. 

Uitgeven van nieuwe vouchers

Een eerste scenario is dat een ondernemer die zijn business ziet teruglopen kiest voor het verkopen van vouchers (eventueel met korting) om (extra) omzet te behalen. Er worden dan nieuwe vouchers uitgegeven zonder dat al een goed of dienst is afgenomen. Een voucher is een instrument, welke de consument als (gedeeltelijke) tegenprestatie kan inwisselen voor goederen of diensten. Hoe in dit scenario de btw-gevolgen uitwerken, is afhankelijk van de situatie. Er bestaan voor de btw namelijk twee soorten vouchers: vouchers voor enkelvoudig gebruik en voor meervoudig gebruik. 

Bij een voucher voor enkelvoudig gebruik is het verschuldigde btw-bedrag bij uitgifte bekend. Zo zullen het btw-tarief dat van toepassing is en het land waar btw is verschuldigd vast moesten staan. Is het verschuldigde btw-bedrag niet bij voorbaat duidelijk dan is sprake van een voucher voor meervoudig gebruik. Bij de uitgifte en verkoop van vouchers voor enkelvoudig gebruik is direct btw verschuldigd. Bij de uitgifte van vouchers voor meervoudig gebruik is pas btw verschuldigd bij de inwisseling. 

Uitgeven van tegoedbonnen bij annuleringen

Een tweede scenario is dat een ondernemer of organisatie geen geld terug geeft bij annulering of niet het volledige bedrag teruggeeft, maar een tegoedbon verstrekt. Voor de gevolgen van annuleringen verwijzen wij naar ons eerdere perspectief. De tegoedbon geeft recht op hetzelfde goed of de dienst waarvoor al eerder (deels) is betaald, maar kan ook recht geven op een ander goed of andere dienst. 

Indien bij inwisseling van deze tegoedbon niet hoeft te worden bijbetaald, is voor de btw sprake van een voucher. We verwijzen naar de uitleg over vouchers hiervoor. Het kan zijn dat u weliswaar vanwege de annulering recht heeft op btw-teruggaaf, maar vanwege het uitgeven van de voucher direct ook weer btw verschuldigd bent. 

Als altijd bijbetaald moet worden bij inwisseling, is sprake van een kortingsbon. De uitgifte van een kortingsbon tegen vergoeding is belast met btw. Mag de kortingsbon ook bij u worden ingewisseld dan mag u bij inwisseling de vergoeding waarover u btw verschuldigd bent verminderen met het bedrag van de kortingsbon. 

(Bron: BDO)

Btw bij tijdelijke factureringsstop als gevolg van coronacrisis

Als gevolg van de huidige coronacrisis en de verslechterde financiële situatie van uw afnemers kan het voorkomen dat u de berekening van vergoedingen bij doorlopende prestaties als managementvergoedingen, huur en abonnementen tijdelijk stop zet tot het moment dat de financiële situatie van uw afnemer weer een gezond niveau bereikt. Een dergelijke factureringsstop heeft echter wel btw-gevolgen. Dat is temeer gebleken uit een onlangs gepubliceerde uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank heeft geoordeeld dat een tijdelijke factureringsstop niet tot opschorting van de managementovereenkomst leidt. Er moeten nog steeds facturen worden uitgereikt waardoor de btw op dat moment verschuldigd is. 

De zaak van Rechtbank Noord-Nederland

Belanghebbende in de zaak is een moedervennootschap met een 26% aandelenbelang in een dochtervennootschap. De vennootschappen hebben een managementovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst verrichtte de moedervennootschap managementactiviteiten aan haar dochter tegen een vooraf vastgestelde maandelijkse vergoeding.

Op enig moment is de dochtervennootschap in financiële problemen gekomen. In het kader hiervan hebben de partijen afgesproken dat tijdelijk niet alle managementvergoedingen gefactureerd zouden worden welke volgens de afspraak wel verschuldigd waren. De partijen hadden hierbij afgesproken dat de bedragen alsnog gefactureerd zouden worden op het moment dat de dochtervennootschap uit haar financiële moeilijkheden is gekomen. 

In de tussentijd heeft de moedervennootschap de verschuldigde bedragen als vordering in haar jaarstukken opgenomen. De dochtervennootschap heeft de verschuldigde bedragen als voorziening opgenomen. De adviseur van de dochtervennootschap heeft uiteindelijk aan de Belastingdienst verzocht een standpunt in te nemen over de situatie dat de nog te betalen managementvergoeding zou worden omgezet in aandelenkapitaal. Naar aanleiding hiervan heeft de Belastingdienst naheffingsaanslagen omzetbelasting aan de moedervennootschap opgelegd.

Hierbij speelde de vraag of de moedervennootschap voor de bedragen die zij nog van de dochtervennootschap te vorderen had, facturen had moeten uitreiken en daarmee btw verschuldigd is geworden. 

De Rechtbank oordeelde dat de onderlinge afspraak, dat pas betaald hoefde te worden als de financiële situatie van de dochtervennootschap zou verbeteren, geen opschortende voorwaarde vormt op grond waarvan zonder vervulling daarvan de overeenkomst niet tot stand zou komen. De managementovereenkomst loopt gewoon door. De onderlinge afspraak leidt volgens de rechtbank slechts tot een uitstel van betaling. Dit blijkt temeer uit het feit dat beide partijen de verschuldigde betalingen in hun jaarstukken hebben verwerkt. De moedervennootschap had derhalve facturen moeten uitreiken aan haar dochter. Omdat er geen facturen zijn uitgereikt, is de btw op grond van de wet verschuldigd geworden op het moment dat de facturen uitgereikt hadden moeten worden. 

Belang voor u als ondernemer

Deze uitspraak is belangrijk voor alle ondernemers die tijdelijk geen vergoedingen berekenen bij doorlopende prestaties zoals management, huur en abonnementen. Hoewel de afnemer nog niet betaalt, is wel een prestatie verricht waarvoor de afnemer in de toekomst een vergoeding is verschuldigd. U bent de btw over die prestatie ook gewoon verschuldigd.  

Wat te doen met uw factuur? 

Wij adviseren u in deze gevallen wel te factureren met btw en de afnemer uitstel van betaling te verlenen. Wanneer de afnemer recht op aftrek van voorbelasting heeft dan kan hij de btw op de factuur ook direct in aftrek brengen. In dat kader kunt u met de afnemer afspreken dat hij een deel van de factuur ter grootte van het btw-bedrag alvast wel aan u betaalt, zodat u geen financieel nadeel loopt. Als er geen factuur wordt uitgereikt, is de btw verschuldigd op het moment dat de factuur uiterlijk uitgereikt had moeten worden. Wordt deze btw niet tijdig voldaan, dan kan de Belastingdienst hiervoor naheffingsaanslagen opleggen, vermeerderd met boetes en belastingrente. 

Wanneer de afnemer uiteindelijk niet betaalt dan kan de verschuldigde btw overigens ook weer worden teruggevorderd.

Gevolgen kwijtschelding vergoeding

Wanneer u besluit de vergoeding volledig kwijt te schelden, let er dan op dat dit gevolgen kan hebben voor de aftrek van voorbelasting. U moet hierbij zelfs denken aan het terugbetalen van btw op investeringsgoederen die u gebruikt voor het verrichten van de prestaties aan uw afnemer en die u in het verleden in aftrek heeft gebracht. Berekent u bijvoorbeeld geen huur aan uw afnemer dan heeft u het pand in die periode gebruikt voor het verrichten van prestaties om niet waarvoor u geen recht op aftrek heeft. 

Als u in het verleden de btw in aftrek heeft gebracht, moet u een deel van die btw terugbetalen. Wij raden u aan met uw afnemer in contact te treden om te kijken of een lagere vergoeding overeengekomen kan worden dan wel uitstel van betaling kan worden overeengekomen om gevolgen voor het recht op aftrek te voorkomen. 

(Bron: BDO)

Bijzonder uitstel en melding betalingsonmacht, wat moet u doen en wanneer?

De uitbraak van het coronavirus kan ervoor zorgen dat u tijdelijk en buiten uw invloed in liquiditeitsproblemen komt. Daarom is het mogelijk om een verzoek om bijzonder uitstel van betaling te doen voor de verschuldigde inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting.

Deze regeling roept veel praktische vragen op die nog niet allemaal tot in detail beantwoord kunnen worden. Deze vragen gaan ook over het doen van de melding betalingsonmacht om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen. Wij informeren u graag over de huidige stand van zaken. 

Wanneer uitstel van betaling aanvragen

Voor de loonbelasting en de btw is het belangrijk dat u de maandelijkse aangiften of de kwartaalaangiften in blijft dienen, ook als u deze niet kunt betalen. Als u niet de bij de aangifte behorende betaling verricht, volgt enige tijd later een naheffingsaanslag. Voor deze aanslag kunt u dan vragen om bijzonder uitstel van betaling. 

Voorbeeld
Voor de aangifte loonheffingen of btw over de maand maart of het eerste kwartaal 2020 geldt dat de aangifte en de bijbehorende betaling uiterlijk 30 april 2020 gedaan moeten worden. De aangifte moet u blijven doen. Wanneer u niet betaalt, zal in de loop van mei 2020 een naheffingsaanslag worden opgelegd. Pas daarna kunt u bijzonder uitstel van betaling vragen.

Telkens opnieuw uitstel aanvragen of is één keer voldoende?

Een veelgestelde vraag is of een reeds ingediend verzoek om uitstel van betaling, ook toeziet op later opgelegde belastingaanslagen. Hierover bestaat op dit moment geen duidelijkheid. Wij raden u aan om een eerder ingediend verzoek om uitstel van betaling aan te vullen, op het moment dat nieuwe aanslagen worden opgelegd. 

Om het voor u, uw adviseur en de Belastingdienst overzichtelijk te houden, raden wij u aan om per belastingplichtige uitstel van betaling aan te vragen. Bij een concern met meerdere BV’s betekent dat dus per BV. U kunt in een verzoek wel uitstel vragen voor meerdere reeds opgelegde aanslagen (aan die belastingplichtige). Ook een aanvulling van een reeds eerder ingediend verzoek kunt u voor meerdere aanslagen tegelijk doen.

Niet wachten met melding betalingsonmacht

Indien een vennootschapsbelastingplichtig lichaam niet in staat is om haar belastingschulden te betalen, kan het voorkomen dat de schuld wordt ingevorderd bij de bestuurder van dit lichaam.

Bestuurdersaansprakelijkheid geldt niet voor alle belastingschulden. De meest belangrijke belastingschulden waar deze aansprakelijkheid voor geldt zijn de loonheffingen, btw en pensioenpremies. Bestuurdersaansprakelijkheid geldt niet voor de inkomstenbelasting en voor de vennootschapsbelasting. Daarvoor hoeft u dus geen melding betalingsonmacht te doen. 

Het is belangrijk dat u (naast het aanvragen van uitstel van betaling ook) tijdig een melding betalingsonmacht doet per belastingplichtige. Tijdig is uiterlijk binnen twee weken nadat de betaling op aangifte had moeten worden gedaan. Let op! Dit moment is dus eerder dan het moment waarop u uitstel van betaling kunt aanvragen.

Voorbeeld
Voor de aangifte loonheffingen of btw over de maand maart of het eerste kwartaal 2020, geldt dat de bijbehorende betaling uiterlijk 30 april 2020 gedaan moet worden. De melding betalingsonmacht over deze tijdvakken moet dan dus gedaan zijn voor 14 mei 2020. 

Voor de melding betalingsonmacht geldt dat u een eenmaal gedane melding niet hoeft aan te vullen als nieuwe belastingschulden ontstaan die niet kunnen worden betaald. Dit is dus anders dan bij het uitstel van betaling!

(Bron: BDO)

Ook btw afdragen over automatische incasso van abonnement

De omstandigheid dat een ondernemer een vooruitbetaling per automatische incasso ontvangt, is nog geen reden om de btw-afdracht uit te stellen.

Volgens de exploitant van een fitnesscentrum hoefde de afdracht van de btw over in december 2010 ontvangen abonnementsgelden pas in 2011 plaats te vinden. Deze B.V. vond dat geen sprake was van een vooruitbetaling, omdat de abonnementsgelden via automatische incasso van de rekening van de abonnementhouders waren geïncasseerd. Bovendien waren de abonnementen te allen tijde op te zeggen. In zo’n situatie was het betaalde abonnementsgeld terug te vorderen. Hof Arnhem-Leeuwarden ziet in deze omstandigheden echter geen reden om de btw-afdracht uit te stellen. Op grond van de Btw-richtlijn is de btw in het geval van vooruitbetalingen verschuldigd op moment van ontvangst van het bedrag. Ook volgens de wet is de btw uiterlijk verschuldigd op het moment waarop de btw-ondernemer de vergoeding voor zijn prestatie ontvangt. Daarbij maakt volgens het hof niet uit of de afnemer van de prestatie toestemming geeft voor automatische incasso of het bedrag zelf overmaakt. Ook de opzegbaarheid van het abonnement is in dit verband irrelevant. De B.V. had de btw over de vooruitbetalingen al in 2010 moeten afdragen, zodat de fiscus mag naheffen.

(Bron: Taxence)

Geen naheffing mogelijk bij een ambtshalve teruggave omzetbelasting

De Belastingdienst kan eerder teruggegeven btw niet naheffen als de teruggave er niet toe heeft geleid dat er te weinig belasting is betaald. Dat uitgangspunt is ook van toepassing als de teruggave ambtshalve is verleend, zo blijkt uit een recente uitspraak van de Hoge Raad.

De casus

X is dirigent. In 2013 dient X naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank bezwaarschriften omzetbelasting in over de jaren 2008 tot en met 2011. De rechtbank oordeelde in die uitspraak dat het verlaagde btw-tarief ook van toepassing is op repetities als deze nauw samenhangen met uitvoeringen. De bezwaarschriften worden vervolgens niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze te laat zijn ingediend. X staat dan met lege handen.
X geeft echter niet op en dient toch suppleties omzetbelasting in. Naar aanleiding van deze suppleties worden in 2013 ambtshalve teruggaven aan X verleend. De inspecteur stelt in 2013 echter ook een boekenonderzoek in en legt btw-naheffingsaanslagen op ter zake van de eerder teruggegeven btw, omdat de teruggaven verleend zouden zijn in strijd met het beleid van de Belastingdienst. De bezwaarschriften waren immers eerder al niet-ontvankelijk verklaard. De inspecteur stelt daarbij dat aan de uitspraak van de rechtbank geen terugwerkende kracht mag worden ontleend. Uiteindelijk komt de vraag op of naheffing mogelijk is bij eerder, volgens intern beleid van de Belastingdienst, onterecht teruggegeven btw.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad heeft een uitspraak gedaan in deze zaak waaruit volgt dat naheffing door de Belastingdienst niet mogelijk is wanneer de (ambtshalve) teruggaaf niet ertoe heeft geleid dat te weinig btw is betaald. Ook niet als een inspecteur de teruggave heeft verleend in strijd met intern beleid van Belastingdienst.

(Bron: Van Oers)

Meeste zonnepaneelhouders ontsnappen aan herziening BTW

De invoering van de nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) kan ook gevolgen hebben voor particulieren die BTW op hun zonnepanelen proberen terug te krijgen. Zij zouden mogelijk de BTW die ze eerder hebben teruggekregen moeten herzien, ofwel terugbetalen. Maar volgens het kabinet ontsnappen ‘vrijwel alle’ zonnepaneelhouders daaraan.

Nu is de KOR nog gekoppeld aan het bedrag aan BTW dat een ondernemer in een jaar afdraagt. Maar vanaf 2020 verandert dat. Voor de KOR ‘nieuwe stijl’ geldt een grens van € 20.000 aan in Nederland belaste omzet. Ondernemers die onder dat grensbedrag blijven kunnen ervoor kiezen om de regeling te gebruiken.

Vrijstelling van BTW-administratie

De KOR scheelt ondernemers nogal in het papierwerk voor de BTW. Onder voorwaarden hoeven zij namelijk geen BTW-administratie bij te houden en hoeven ze ook geen BTW-aangifte meer te doen. De regeling is dus een uitkomst voor particulieren die zonnepanelen aanschaffen en de BTW daarop willen terugvragen. Zij melden zich wel aan als ondernemer, maar zitten in de regel niet te wachten op alle administratieve verplichtingen die horen bij het BTW-ondernemerschap.

Van BTW-belast naar BTW-vrijgesteld

Onder de huidige KOR zijn deze ondernemers nog ‘BTW-belast’, maar als zij de nieuwe regeling gaan gebruiken zijn zij ‘BTW-vrijgesteld’. Dat wil zeggen dat zij BTW op aangeschafte spullen niet in aftrek mogen brengen. Dit zou betekenen dat ondernemers die vóór 2020 de BTW op hun zonnepanelen hebben teruggevraagd nu tegen een ‘herziening’ aanlopen.
Om dat te voorkomen is er een herzieningsdrempel van € 500 per jaar, benadrukt staatssecretaris Snel van Financiën. In de memorie van antwoord bij het Belastingplan 2020 die hij naar de Eerste Kamer heeft gestuurd rekent hij voor dat hierdoor investeringen tot € 11.904 exclusief BTW per jaar buiten de herziening vallen. Volgens de staatssecretaris komt het erop neer dat ‘vrijwel alle’ particuliere zonnepaneelhouders onder die grens blijven. Wel moeten zij er rekening mee houden dat de keuze voor de nieuwe KOR geldt voor drie jaar. De BTW op eventuele nieuwe investeringen in zonnepanelen kunnen zij in die periode dus niet in aftrek brengen.

Straks ook nog BTW terugvragen op zonnepanelen

Los van de herziening blijven de mogelijkheden onder de nieuwe KOR hetzelfde voor zonnepaneelhouders, schrijft Snel. Als zij kiezen voor deelname aan de KOR in het jaar ná de aanschaf van de zonnepanelen, hoeven zij maar één keer BTW-aangifte te doen. In die aangifte kunnen zij de BTW op de aanschafkosten terugvragen. Daar gaat de BTW op de opgewekte stroom (volgens een forfait) vanaf. De Belastingdienst heeft hiervoor een speciaal aanmeldformulier en ook meer uitleg op zijn website staan.

(Bron: Rendement)

Btw niet aftrekbaar omdat aan facturen geen prestaties ten grondslag liggen

Rechtbank Den Haag is het met de inspecteur eens dat X bv geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting. De leveranciers hebben allen afzonderlijk namelijk verklaard dat zij nooit leveringen aan X bv hebben verricht.

Belanghebbende, X bv, is een fiscale eenheid voor de btw, bestaande uit A bv en B bv. De aandelen zijn in handen van Q. Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek wordt A bv veroordeeld voor witwassen en B bv voor het valselijk opmaken van facturen dan wel voorhanden hebben van valse of vervalste facturen. Q wordt veroordeeld voor het leiding geven aan witwassen en valsheid in geschrifte. De inspecteur legt OB-naheffingsaanslagen op aan X bv. Volgens de inspecteur heeft X bv namelijk geen recht op aftrek van de op de facturen vermelde btw omdat de facturen valselijk zijn opgemaakt en er geen prestaties aan deze facturen ten grondslag liggen.

Rechtbank Den Haag is het met de inspecteur eens dat X bv geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting. De rechtbank overweegt daarbij dat de leveranciers allen afzonderlijk hebben verklaard dat zij nooit leveringen aan X bv hebben verricht. Verder hebben zij ook verklaard dat zij de gefactureerde btw niet op aangifte hebben voldaan en blijkt dat de facturen zijn uitgereikt op instigatie van X bv. Nu X bv verder niets aanvoert om aan te tonen dat de leveringen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en dat de facturen juist zijn, kan zij de btw niet in aftrek brengen. Dat zij de facturen heeft betaald, is daarvoor onvoldoende.

(Bron: Taxlive)

Oud BTW-nummer niet wegdoen! Nodig bij contact fiscus

De komende tijd krijgen eigenaren van eenmanszaken een nieuw BTW-identificatienummer toegestuurd. Dit wil echter niet zeggen dat ze hun oude BTW-nummer kunnen weggooien. Dit oude nummer moet de ondernemer namelijk nog wel blijven gebruiken voor de communicatie met de Belastingdienst zoals het indienen van de BTW-aangifte.

De toekenning van dit nieuwe BTW-nummer was nodig omdat het oude nummer het burgerservicenummer (BSN) bevatte van ondernemers met  een eenmanszaak. Dit is in strijd met de privacywet en zou ook (kunnen) leiden tot fraude. De BTW-ondernemer moet het nieuwe nummer vanaf 1 januari 2020 gaan gebruiken voor zijn zakelijke contacten. Hij zal dus factuurpapieren, internetsite en andere communicatiemiddelen voor die tijd moeten aanpassen.

Oude nummer niet in prullenbak

De toekenning van dit nieuwe nummer wil niet zeggen dat het oude nummer de prullenbak in kan. Dit nummer moet hij nog wel blijven gebruiken voor zijn communicatie met de fiscus, dus voor het doen van de aangifte BTW. De ondernemer moet dus twee nummers naast elkaar blijven gebruiken.

(Bron: Rendement)