Verkoop verlieslatende onderneming zonder onderzoek door de koper? Onderzoek de koper!

De bestuurders van een BV waren namens de BV twee financieringsovereenkomsten aangegaan. Het ging niet goed met de BV en op een bepaald moment kwamen de ondernemingsactiviteiten zo goed als stil te liggen, waardoor de financiële situatie hard achteruit ging. Er diende zich een koper aan voor de BV en er werd een koopovereenkomst gesloten. Daarin werd opgenomen dat de koper op de hoogte was van de heel slechte financiële situatie van de BV, dat de activiteiten nagenoeg stillagen en dat de koper een boekenonderzoek mocht doen maar welbewust de keuze had gemaakt de BV te kopen zonder onderzoek te doen. Een maand vóór de verkoop namen de bestuurders ontslag als bestuurder. De overname vond plaats en vlak daarna stopte de BV met het doen van betalingen in het kader van de financieringsovereenkomsten. De financier kon zijn vordering niet meer volledig op de BV verhalen en sprak voor het restant de oud bestuurders aan. Hij stelde zich op het standpunt dat de oud bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt trof, omdat zij de BV in een slechte financiële toestand hadden overgedragen aan een onbetrouwbare/insolvabele koper.

De rechtbank baseert zich op de geldende regel dat een bestuurder aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade van een schuldeiser, als het handelen van die bestuurder zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Daarvan was in dit geval volgens de rechtbank sprake: de bestuurders hadden in het kader van de overname de financiële situatie van de koper moeten onderzoeken. Dat moesten ze zelf doen: hun verweer dat de notaris onderzoek zou hebben gedaan, werd door de rechtbank terzijde geschoven. Daarbij speelde ook een rol dat door via Google te zoeken al snel duidelijk werd dat de koper geen smetteloos blazoen had. Bovendien ligt niet voor de hand dat iemand een verlieslatende onderneming zou willen kopen zonder enig onderzoek te doen: de bestuurders hadden moeten bedenken dat er iets niet in de haak was en dat het niet de bedoeling van de koper kon zijn om de onderneming echt voort te zetten. De rechtbank vond daarom dat er sprake was van een ernstig persoonlijk verwijt en de financier kon dus bij de oud bestuurders zelf terecht, zij waren persoonlijk aansprakelijk.

TIP: Onderzoek als verkopende bestuurder de koper!

Ook als sprake is van een buitenkansje, zoals een verlieslatende onderneming toch nog kunnen verkopen, dan wordt van een bestuurder verwacht dat hij zorgvuldig te werk gaat. Hij mag niet namens de BV overeenkomsten aangaan waarvan hij weet of hoort te begrijpen dat de BV niet aan haar verplichtingen uit die overeenkomsten zal kunnen voldoen en vervolgens voor de schade die daardoor ontstaat, geen verhaal zou bieden.

(Bron: Dijkstra Voermans)

Geen verjaring van aansprakelijkheid bestuurder bv bij bepaalde handelingen

Rechtbank Arnhem heeft op 18 september geoordeeld dat er geen wettelijke bepaling is die belet dat een bestuurder van een bv nogmaals voor dezelfde belastingschuld aansprakelijk wordt gesteld, alsmede dat het recht tot invordering van de aanslag en daarmee de aansprakelijkheidsschuld nog niet is verjaard.

De bv heeft onder verantwoordelijkheid en leiding van de bestuurder onder meer geen dan wel te weinig privé-gebruik auto aangegeven en btw op valse facturen als voorbelasting in aftrek gebracht. In geschil is of de bestuurder door de ontvanger terecht aansprakelijk is gesteld voor de btw-naheffingsaanslag die in 2004 aan de bv is opgelegd. De beschikking aansprakelijkstelling uit 2006 is door de rechter in juni 2011 vernietigd, omdat de bv niet in gebreke was, althans omdat de aansprakelijkstelling onredelijk prematuur was. De ontvanger laat het hier niet bij zitten en stuurt de bestuurder in september 2011 alsnog een kennisgeving ‘voornemen aansprakelijk stellen voor vergrijpboete’. Volgens de bestuurder is de aanslag inmiddels verjaard en is de nieuwe aansprakelijkstelling dus niet meer mogelijk.

Rechtbank Arnhem oordeelt dat er geen wettelijke bepaling of rechtsbeginsel is die belet dat de ontvanger de bestuurder nogmaals voor dezelfde belastingschuld aansprakelijk stelt. Aangezien in 2008 een dwangbevel voor de betreffende aanslag aan de bv is betekend, kan het recht tot invordering en daarmee ook de aansprakelijkheidsschuld van de bestuurder pas in 2013 verjaren. Dit vloeit namelijk voort uit de tot 1 juli 2009 geldende tekst van art. 27 lid 1 Inv. 1990. Het beroep van de bestuurder is ook voor het overige ongegrond.

5 vragen en antwoorden over de maatschap

Een maatschap is een van de vele rechtsvormen waarvoor een startende ondernemer bij de oprichting van een bedrijf kan kiezen. Deze specifieke rechtsvorm is met name geschikt voor mensen die hun beroep samen met anderen als zelfstandig ondernemer willen uitoefenen. In deze checklist vindt u alle regels en details: 5 vragen en antwoorden over de maatschap.

1. Wat houdt een maatschap precies in?

Een maatschap is een van de vele rechtsvormen waarvoor een ondernemer bij de start van zijn of haar bedrijf kan kiezen. Een maatschap bent u nooit alleen. Het is namelijk een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen, de zogenaamde maten. Bij het oprichten van een nieuwe maatschap brengt iedere deelnemende maat afzonderlijk iets van waarde in (geld, goederen arbeid etc.), waarbij het uiteindelijke voordeel hieruit wordt verdeeld onder alle maten.

Een maatschap is vooral interessant voor ondernemers die gezamenlijk een praktijk willen starten en hiervoor een zogenaamd vrij beroep uitoefenen. Je ziet deze rechtsvorm dan ook vooral veel terug in de medische en juridische sector. Zo kiezen bijvoorbeeld veel (tand)artsen en advocaten, maar ook accountants, architecten en tolken ervoor een eigen maatschap op te richten.

2. Is de maatschap een rechtspersoon?

Nee. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een besloten vennootschap is bij deze rechtsvorm iedere deelnemer, vaak aangeduid als ‘maat’, voor een evenredig deel aansprakelijk voor alle gemaakte schulden van de betreffende maatschap.

3. Hoe zit het dan met die aansprakelijkheid?

In tegenstelling tot een vennootschap onder firma zijn alle deelnemende ondernemers van een maatschap aansprakelijk voor een evenredig deel van het bedrijf. Dat houdt in dat bij een eventueel faillissement vrijwel nooit één maat opdraait voor de gehele opgebouwde schuld van de onderneming. Indien een maat onbevoegd blijkt te hebben gehandeld, zijn de anderen in principe niet aansprakelijk. Houd er wel rekening mee dat schuldeisers wel degelijk aanspraak mogen maken op uw privévermogen om zo uw deel van de schuld op te eisen.

4. Met welke belastingen krijg ik te maken?

In de meeste gevallen zal de Belastingdienst u als zelfstandig ondernemer beschouwen. Daarmee heeft u als maat recht op bepaalde belastingvoordelen, zoals de ondernemers- en investeringsaftrek en MKB-winstvrijstelling. Deze fiscale voordelen komen overeen met die van een eenmanszaak. U moet inkomstenbelasting betalen over uw winst (deze wordt belast in box 1). Wat de BTW betreft ziet de ficus de maatschap als ondernemer. Daardoor zijn de BTW-regels van toepassing op de maatschap. Als maat bent u voor de BTW geen ondernemer, maar mocht u namens de maatschap personeel willen gaan aannemen, krijgt u wel te maken met loonheffingen.

5. Is een maatschapscontract verplicht?

Nee, maar het is desalniettemin ten zeerste aan te raden om wel een dergelijk contract tussen u en de andere maten te laten opstellen. Sinds 2008 moeten alle maatschappen (met uitzondering van de zogenaamde stille (externe) maatschappen) worden ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Bij de oprichting hoeft, net als bij een eenmanszaak, geen akte te worden opgesteld.

Maar een maatschapscontract, waarin u en de andere maten onderling afspraken maken over bijvoorbeeld de winstverdeling, de minimale inbreng van een nieuwe maat en hoe en wanneer de maatschap eventueel kan worden beëindigd, is zeker geen overbodige luxe. De neuzen in uw nieuwe maatschap kunnen nu nog allemaal dezelfde kant op staan, maar hier kan ooit verandering in komen. Met een maatschapscontract voorkomt u dat er in de toekomst mogelijk frictie ontstaat tussen een of meerdere leden uit de maatschap. Bovendien is het handig om een officieel document in handen te hebben waarop u tijdens eventuele conflicten kunt terugvallen.

(Bron: Ikgastarten)

6 vragen en antwoorden over de besloten vennootschap (bv)

Een belangrijke beslissing die een startende ondernemer moet maken, is het kiezen van de juiste rechtsvorm. De verschillen tussen de bestaande rechtsvormen hebben gevolgen voor uw aansprakelijkheid en belastingverplichtingen. Er wordt vaak gekozen voor de besloten vennootschap (bv), maar wat zijn hiervan de belangrijkste kenmerken? 6 vragen en antwoorden over de besloten vennootschap.

1. Wat houdt een besloten vennootschap in?

De besloten vennootschap is een veelgebruikte rechtspersoon, waarbij het kapitaal in aandelen is verdeeld en de risico’s van hoofdelijke aansprakelijkheid worden beperkt. Belangrijk om te weten is dat deze aandelen in het bezit zijn van aandeelhouders, maar niet vrij kunnen worden verhandeld: ze staan ‘op naam’. Als directeur bent u in dienst van en handelt u in naam van de bv. Voor de btw wordt de bv als ondernemer beschouwd. Wanneer er door de bv personeel wordt aangenomen, moet het bedrijf ook rekening houden met loonheffingen.

U kunt een bv alleen of samen met anderen oprichten. Bij de oprichting moeten u en uw eventuele compagnons wel aan een aantal eisen voldoen. Zo moet er onder meer een minimumkapitaal van ten minste achttienduizend euro in de vennootschap zijn geïnvesteerd. Dit kan geschieden in de vorm van geld, maar ook investeringen in natura (waaronder onroerend goed) kunnen van toepassing zijn. Voordat de bv daadwerkelijk kan worden opgericht moet u een akte laten opmaken door een notaris. De voorheen verplichte ‘Verklaring van geen bezwaar’ van het Ministerie van Justitie is per 1 juli 2011 komen te vervallen. Tot slot moet u de bv inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

2. Wanneer is een ‘bv in oprichting’ van toepassing?

Wanneer u met uw bedrijfsactiviteiten al een poosje geleden van start bent gegaan, heeft u in feite al een eigen onderneming vóór de daadwerkelijke oprichting van een bv. Dit kan van toepassing zijn als u een eenmanszaak gestart bent die u later wilt omzetten naar een bv. Houd er wel rekening mee dat u tijdens deze periode wel hoofdelijk aansprakelijk bent voor de rechtshandelingen van uw bedrijf.

Daarnaast is het van belang dat u bij het sluiten van contracten uw (potentiële) zakenpartners hierover goed informeert; laat er geen onduidelijkheid over bestaan dat u contracten sluit namens de bv in oprichting (vaak afgekort tot ‘bv i.o.’). De contracten uit deze periode zijn in principe namens de eenmanszaak gesloten. Als de latere bv zo’n contract wil overnemen, is dat alleen mogelijk wanneer de andere partij hiermee akkoord is gegaan. Is de bv in oprichting al zakelijk actief? Dan is een inschrijving in het Handelsregister ook verplicht. Hierbij moet u een verklaring van de betrokken notaris kunnen overleggen.

3. Wat zijn de voordelen?

Een van de bekendste voordelen van een besloten vennootschap is dat in de meeste gevallen niet u, maar de BV aansprakelijk wordt gesteld voor eventuele opgelopen schulden. Er zijn uitzonderingen: bijvoorbeeld als het gaat om een bv in oprichting, of wanneer de schulden zijn ontstaan door wanbeleid. In die gevallen kunt u hierop wél persoonlijk worden aangesproken. Maar in principe is een aandeelhouder niet verder aansprakelijk voor gemaakte schulden van de bv dan het bedrag van zijn inleg, ook wel aandelenkapitaal genoemd.

Een ander groot voordeel is de makkelijke overdraagbaarheid van uw bv aan andere partijen. U kunt indien gewenst de onderneming (of een gedeelte daarvan) op een relatief eenvoudige manier overdragen door de aandelen van de vennootschap te verkopen. De kopende partij van de aandelen wordt in dat geval via de bv automatisch de nieuwe eigenaar van de onderneming. Ook fijn is dat u namens uw rechtspersoon zaken kunt doen op eigen naam. Zo kan de bv onder andere een bankrekening openen, een postbus aanvragen en facturen versturen.

4. Zijn er ook nadelen?

Zoals iedere rechtsvorm heeft het oprichten van een bv voor- en nadelen. Een groot nadeel voor startende ondernemers kan zijn dat het oprichten van een bv ten opzichte van andere rechtsvormen een relatief dure gelegenheid is. U heeft minimaal achttienduizend euro aan startkapitaal nodig. Daarnaast moet u voor de oprichting en later de eventuele verkoop van aandelen altijd langs de notaris.

Bovendien is het geld van de bv niet direct ook uw eigendom. Om hiertoe beschikking te krijgen, moet u dit bedrag eerst aan uzelf uitkeren als dividend of salaris, waarover u vervolgens als privé-persoon nog inkomstenbelasting verschuldigd bent. Tot slot neemt het jaarlijks opstellen van de jaarstukken die u vervolgens moet indienen bij de KvK veel tijd in beslag. De specifieke gegevens die u in de jaarrekening moet opnemen, hangen af van de omvang van uw onderneming. Op de KvK-website vindt u hiervoor een handig overzicht.

5. Wat is het verschil tussen een besloten en naamloze vennootschap?

Naast de nodige overeenkomsten (een naamloze vennootschap is bijvoorbeeld ook een rechtspersoon) zijn er ook wezenlijke verschillen tussen beide rechtsvormen. Zo is het vereiste minimumkapitaal voor een nv een aanzienlijk hoger bedrag; om een nv op te richten heeft u 45.000 euro nodig, voor een bv ‘slechts’ achttienduizend euro. Een ander groot verschil zit hem in het verhandelen van de aandelen. Zoals eerder gezegd staan de aandelen bij een bv op naam en zijn deze, mede dankzij een blokkeringsregeling niet vrij verhandelbaar (hiervoor is een bezoek aan de notaris noodzakelijk). Een nv kan daarentegen aandeelbewijzen uitgeven; bij deze rechtsvorm is het maatschappelijk kapitaal verdeeld in aandelen die (in beginsel) vrij overdraagbaar zijn. Van een verplichte blokkeringsregeling is geen sprake.

6. Met welke belastingen krijgt een bv te maken?

Als u directeur bent en ten minste vijf procent van de aandelen in uw bezit zijn, heeft u een ‘aanmerkelijk belang’ in de onderneming. Dat houdt in dat u directeur-grootaandeelhouder bent, vaak afgekort tot DGA. In dat geval betaalt u inkomstenbelasting over uw loon en eventueel dividendbelasting. Daarnaast krijgt u te maken met vennootschapsbelasting, de btw-aangifte en, indien u salaris uitkeert aan personeel (hieronder valt ook de DGA), loonbelasting.

De winst gemaakt door de bv wordt in eerste instantie belast met vennootschapsbelasting. Indien u de winst aan uzelf uitkeert komt daar een stukje inkomstenbelasting/dividendbelasting bovenop. Als er financieel gezien voldoende ruimte is, kan de keuze voor een bv als rechtsvorm dus extra voordelig uitpakken wanneer u niet alle winst aan uzelf uitbetaalt, maar deze direct weer investeert in uw onderneming.

(Bron: Ikgastarten)

Zijn uw overeenkomsten met de B.V. up to date?

In praktijk wil het nog wel eens voorkomen dat er geen overeenkomsten opgesteld zijn, terwijl dit wel noodzakelijk is. Vooral omdat dit ook allerlei ongewenste effecten kan voorkomen bij bijvoorbeeld een faillissement van een B.V.

Het is in de praktijk al eens voorgekomen dat een werkmaatschappij failliet ging en dat bijvoorbeeld wel betalingen plaats vonden vanuit deze B.V. naar de holding B.V. als managementfee. Dit lijkt op het eerste gezicht niet vreemd en dat is het ook niet, want vaak worden werkzaamheden van de Directeur Groot Aandeelhouder (DGA) ter beschikking gesteld aan de werkmaatschappij, of er worden andere zaken ter beschikking gesteld aan de werkmaatschappij.

Wat kan nu het geval zijn bij een faillissement: De curator stelt dat er geen rechtsgeldige overeenkomst is tussen de holding B.V. en de failliete werkmaatschappij. Vervolgens gaat de curator over tot terugvordering van alle (formeel) onjuiste betaalde managementfee.

Dit voorbeeld hoeft niet alleen aan de orde te komen bij managementfee. Het kan ook aan de orde komen bij bijvoorbeeld dividenduitkeringen, rekening-courantovereenkomsten en mogelijk andere overeenkomsten. Wat bovendien ook van belang is om na te gaan of bepaalde overeenkomsten een bekrachtiging nodig hebben door middel van een besluit van de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA). Het kan anders soms nog zo zijn dat overeenkomsten niet rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Heeft u vragen hierover? Mail deze gerust naar info@ambitions.nu

Uw merk beschermen

Door uw merk te beschermen voorkomt u dat een ander er met uw merk vandoor gaat. Als u een merk gebruikt, heeft u namelijk niet automatisch het merkenrecht. U krijgt merkenrecht door uw merknaam of logo te registreren bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE).

Regio waarin uw merkenrecht geldt

Voor het deponeren van een merk moet u bepalen binnen welk gebied u het merk wilt beschermen:

  • Benelux: depot bij het BBIE;
  • EU: depot bij het OHIM in Alicante, Spanje;
  • Internationaal: depot op basis van een Benelux-depot bij de World Intellectual Property Organisation (WIPO) in Genève, Zwitserland. Dit kan alleen als het merk al is gedeponeerd bij het BBIE of bij het OHIM.

Voldoet u aan de voorwaarden voor een Benelux-depot?

Bij een depot bekijkt het BBIE of het merk in aanmerking komt voor registratie. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:

  • Uw merk moet onderscheidend zijn. U mag bijvoorbeeld geen soortnaam gebruiken voor uw merk. Zo mag u niet de naam fiets gebruiken voor een fietsmerk. U mag wel een soortnaam gebruiken als deze niets met het product te maken heeft, bijvoorbeeld ‘locomotief’ voor een jenevermerk.
  • Uw merk mag niet misleidend zijn. Bijvoorbeeld de afbeelding van een chocoladeletter op een zak Engelse drop.
  • Uw merk moet in lijn zijn met de openbare orde of goede zeden.
  • Uw merk mag geen aanduiding zijn van een hoedanigheid (zoals ‘Schenkstroop’ voor vloeibare stroop) of van een bestemming (zoals ‘Hoofdpijnverlichter’ voor een pijnstiller).

In het Merkenregister van het BBIE vindt u alle gedeponeerde en ingeschreven merken die gelden in de Benelux. Dit register is openbaar en gratis toegankelijk.

Wilt u weten of er oudere merken zijn die uw depot in de weg staan?

Het BBIE onderzoekt op uw verzoek (tegen betaling) of er oudere merken bestaan die registratie van uw eigen merk in de weg staan. U ontvangt een onderzoeksrapport binnen ongeveer 3 weken. Ook een merkengemachtigde kan onderzoek doen naar oudere merkinschrijvingen. Daarnaast kan hij u adviseren over de beste manier om een merk te deponeren. Meer informatie: Beneluxvereniging voor Merken- en Modellenrecht (BMM).

Wat is een collectief merk?

Er zijn ook collectieve merken, zoals het KEMA-Keurmerk voor elektrische apparatuur en het Wolmerk voor producten van wol. Die merken horen niet bij producten maar bij eigenschappen van producten, bijvoorbeeld het wolgehalte in truien. U mag deze merken gebruiken als u toestemming heeft van de merkhouder. Die onderzoekt eerst of uw product aan de vereiste criteria voldoet.

(Bron: Kamer van Koophandel)