Fiscus uit de bocht met boetes

De Belastingdienst moet een toontje lager zingen bij de boetes die werkgevers krijgen wanneer werknemers geen deugdelijke rittenadministratie voor de auto van de zaak bijhouden. Dat blijkt uit een zaak die een transportbedrijf had aangespannen.

Een transportbedrijf uit Urk kreeg over vier jaar tijd een naheffing loonbelasting en vergrijpboetes opgelegd oplopende tot 80%. De reden: De rittenadministratie van een werknemer gaf onvoldoende onderbouwing voor de ‘verklaring geen privé-gebruik auto’ die hij bij de Belastingdienst had aangevraagd en gekregen. Die verklaring scheelt de werknemer loonbelasting maar dan moet de rittenadministratie wel deugen. En dat ziet de fiscus (ook) als de verantwoordelijkheid van de werkgever.

Omdat de rittenadministratie niet deugde, belastte de belastinginspecteur het ter beschikking stellen van de auto als loon. Dit leidde tot de naheffing van loonbelasting en het opleggen van vergrijpboeten voor het bedrijf.  De inspecteur hanteerde daarbij de eigen boeteregels van de Belastingdienst. Die boetes zijn echter in dit geval tot wel vier keer zo hoog als de normale regels voor een boete.

Willekeur

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden noemt dit willekeur, stelt Sandra Ligtenberg van Fiscaal up to Date. ,,Uit de uitspraak concluderen wij dat het Hof de desbetreffende beleidsregels van de Belastingdienst zelfs naar de prullenbak verwijst.”

Cruciaal is volgens de rechter dat de mate van verwijtbaarheid door de fiscus aangetoond moet worden en dat de fiscus ook in deze gevallen moet aansluiten bij de normale boeteregels. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vindt een boete van 25% in dit geval hoog genoeg. De inspecteur had volgens het Hof wel aannemelijk gemaakt dat het aan de grove schuld van het bedrijf was te wijten dat de verschuldigde belasting niet was betaald, omdat zij ervan op de hoogte was dat de rittenadministratie niet deugdelijk was.

(Bron: Telegraaf)

Updated: 22 mei 2014 — 08:35