Aftrekbaarheid rente eigen woning bij echtscheiding

Wanneer fiscale partners gaan scheiden en een eigen woning moet worden verdeeld, leidt dit vaak tot veel vragen en onduidelijkheden. Voor wie van de (ex) partners is de woning een eigen woning en voor welk deel? Hierbij komt dan ook de vraag: aan wie is de schuld toe te rekenen en kan de rente voor deze schuld als eigenwoningrente worden aangemerkt? Deze vraag is dan weer van belang voor de aftrek van de rente in de inkomstenbelasting.

Uitspraak Hof Den Haag

Hof Den Haag kreeg de volgende casus ter beoordeling. Echtgenoten zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn overeengekomen, in het kader van de echtscheiding, dat mevrouw in de woning blijft wonen. Vanaf 1 januari 2014 neemt zij de volledige lasten (inclusief hypotheekrente) van de woning voor haar rekening. Met de ex-echtgenoot wordt overeengekomen dat zij zijn deel van de woning overneemt tegen de waarde per 1 januari 2014. Wanneer zij vóór 1 januari 2017 de financiering van de over te nemen helft van de woning niet rond krijgt, wordt de woning aan derden verkocht en wordt de opbrengst op dat moment onder beiden verdeeld. Uiteindelijk vindt de juridische levering van de helft van de woning van de man aan mevrouw plaats op 16 januari 2017. In geschil was de vraag of in het jaar 2016 voor mevrouw voor de volledige woning sprake is van een eigen woning op basis van economisch eigendom. Daarnaast wordt beoordeeld of de rente op de aflossingsvrije hypotheek door mevrouw volledig in aftrek kan worden gebracht.

Standpunten en oordeel

De inspecteur stelt dat in 2016 geen sprake is van een eigen woning voor mevrouw op grond van economische eigendom aangezien er een opschortende voorwaarde is overeengekomen. Het Hof stelt de inspecteur op dit punt echter in het ongelijk en oordeelt dat er sprake is van een ontbindende voorwaarde en dat dus sprake is van economische eigendom voor het deel dat zij van haar ex-echtgenoot zal overnemen.

Waar deze casus goed lijkt af te lopen voor mevrouw, is echter over het hoofd gezien dat vanaf 1 januari 2014 weliswaar de woning geheel aan haar wordt toegerekend, maar de lening die daartoe behoort niet voldoet aan de eisen die de fiscale wet stelt. Voor mevrouw is namelijk voor het deel dat zij van de man overneemt, sprake van een nieuwe woning, waarop de nieuwe wettelijke regels van toepassing zijn voor het in aftrek kunnen brengen van de hypotheekrente. De ‘oude’ lening was aflossingsvrij en was dat ook nog in het jaar van geschil. Voor het deel van de lening dat zij overneemt van haar ex-echtgenoot, kwalificeert dit niet als eigenwoninglening, want er wordt niet voldaan aan de aflossingseis die in de wet is opgenomen (sinds 1 januari 2013). Vanaf het moment dat de financiering voldoet aan de wettelijke eisen, zal zij de rente wel in aftrek kunnen brengen.

(Bron: BDO_)

Updated: 17 januari 2020 — 08:06