All posts in Nieuws voor de eenmanszaak of vof, subsidies, diversen

Een derde van de werkgevers die een voorschot heeft ontvangen voor de eerste periode NOW, is zich niet bewust dat zij zélf de definitieve berekening van de NOW moet aanvragen. Wordt dit niet aangevraagd, kan dit leiden tot een terugvordering van het complete voorschot. Het is echt belangrijk dat werkgevers zélf in actie komen.

Uit onderzoek dat UWV heeft laten uitvoeren onder de werkgevers die nog geen NOW aanvraag hebben ingediend, blijkt dat bijna een derde zich er niet van bewust is dat het de definitieve berekening zélf moet aanvragen. Daarnaast wees het onderzoek uit dat 44 procent van de werkgevers nog bezig is met het verzamelen van documenten of wacht op de samenstelling van een derdenverklaring of verklaring van een accountant.

Een aanvraag indienen kan nog tot en met 31 oktober 2021, dus er is nog tijd. Maar werkgevers die géén aanvraag doen voor de definitieve berekening, lopen het risico dat ze straks in de problemen komen. Geen aanvraag indienen betekent dat de tegemoetkoming op nul wordt vastgesteld en werkgevers dus hun complete voorschot moeten terugbetalen.

(Bron: De Jong & Laan)

Ondanks dat vanaf 28 april 2021 de nodige versoepelingen met betrekking tot de Lock down op stapel staan, is het zeker niet zo dat ondernemend Nederland vanaf dat moment geen ondersteuning meer nodig heeft. Op 6 mei 2021 start daarom voor de vijfde keer een tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW 5) waarmee deze keer een gedeeltelijke compensatie van de loonkosten is aan te vragen over de periode 1 april 2021 en 30 juni 2021.  Je kunt NOW 5 aanvragen als, in een periode van drie aaneengesloten maanden tussen 1 april 2021 en 31 augustus 2021, het gemiddelde omzetverlies ten minste 20% bedraagt ten opzichte van de gemiddelde omzet over 3 maanden in 2019. Over welke periode met omzetverlies jij exact NOW 5 kunt ontvangen is afhankelijk van de vraag of je voor de vierde periode ook al NOW (NOW 4) hebt aangevraagd.    Heb je ook NOW 4 aangevraagd, dan moet de omzetverlies periode voor de NOW 5 op die periode aansluiten. Heb je geen NOW 4 aangevraagd, dan kun je kiezen of je de periode met omzetverlies laat starten op 1 april 2021, 1 mei 2021 of 1 juni 2021. Deze periode kun je later niet meer wijzigen. De aanvraag voor NOW 5 kan bij het UWV worden ingediend tot en met 30 juni 2021.  

Welke voorwaarden gelden deze keer?

De voorwaarden zijn ten opzichte van NOW 4 verder niet gewijzigd:  

  • Over de periode van drie aaneengesloten maanden moet er een gemiddeld omzetverlies van minimaal 20% zijn ten opzichte van de gemiddelde omzet over 3 maanden in 2019. Voor ondernemingen die gestart zijn tussen 1 januari 2019 en 2 februari 2020 geldt een andere berekening.
  • De tegemoetkoming is maximaal 85% van de loonkosten. Hierbij wordt uitgegaan van de loonsom over de maand juni 2020. Als voorschot wordt maximaal 80% uitgekeerd over een loonsom per werknemer van maximaal € 9.718 per maand. De totale loonsom wordt vervolgens verhoogd met 40% ter compensatie van werkgeverslasten en vakantiegeld.
  • De loonsom over de maanden april 2021 tot en met juni 2021 mag met maximaal 10% dalen ten opzichte van de loonsom over juni 2020, zonder dat dit  gevolgen heeft voor de definitieve tegemoetkoming.

Welke verplichtingen gelden deze keer?

Ook de verplichtingen zijn ten opzichte van NOW 4 niet gewijzigd:  

  • Je bent verplicht de subsidie alleen te gebruiken voor het doel waarvoor deze is verstrekt, dus de subsidie moet in ieder geval worden gebruikt voor de betaling van loonkosten.
  • Informeer je OR of personeelsvertegenwoordiging. Heb je die niet, dan informeer je de werknemers zelf over de subsidieverlening.
  • Stimuleer je medewerkers om zich bij te scholen of om te scholen om beter voorbereid te zijn op de economische situatie. Hiervoor moet je als werkgever ook een verklaring afleggen bij de aanvraag.
  • Als je een werknemer toch moet ontslaan of zijn contract loopt af tijdens de NOW 5, dan heb je een inspanningsverplichting om deze werknemer te begeleiden naar ander werk.
  • Als je bij het UWV toch een ontslagaanvraag in verband met bedrijfseconomische redenen doet, moet je dit melden via UWV Telefoon NOW (088-8982004).
  • Je bent verplicht een controleerbare administratie te voeren die je, tot 5 jaar na de datum van definitieve vaststelling van de subsidie door het UWV, moet bewaren.
  • De loonaangifte moet steeds op tijd worden ingediend. Daarnaast moet je het UWV informeren als er iets gebeurt wat gevolgen heeft voor de tegemoetkoming (bijvoorbeeld stoppen met het bedrijf).

(Bron: Alfa)

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)-regeling geeft een tegemoetkoming in de vaste lasten voor mkb-bedrijven die structureel omzet verliezen door de genomen maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van coronavirus. Omdat de maatregelen voorlopig doorlopen, wordt het subsidiepercentage van de TVL in het tweede kwartaal van 2021 verhoogd van 85 procent naar 100 procent .

De hoogte van de uiteindelijke tegemoetkoming is naast het subsidiepercentage afhankelijk van het omzetverlies van een bedrijf en het vastelastenpercentage van de sector. Ondernemers kunnen gebruikmaken van de TVL als zij meer dan 30% omzetverlies lijden. De TVL-regeling voor het tweede kwartaal gaat naar verwachting vanaf half mei open.

TVL kwartaal 2 van 2021 in combinatie met de NOW

De TVL-subsidie telt mee als inkomsten bij het omzetbegrip dat wordt gehanteerd binnen de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Voor iedere euro extra steun uit de TVL ontvangt een onderneming ongeveer 20 eurocent minder NOW. Dit omdat de NOW zich baseert op een omzetbegrip waar steun vanuit de TVL onderdeel van uitmaakt.

Let op het kan zijn dat je door de verruiming van de TVL en vanwege bovenstaande interactie met de NOW, toegang tot de NOW verliest. Dit zijn bedrijven in sectoren met een hoog vastelastenpercentage (tenminste 34%) en een omzetverlies dicht bij de omzetverliesdrempel van 30% in de TVL. De huidige inschatting is dat hierdoor enkele tientallen bedrijven per saldo minder steun ontvangen.

Uitbreidingen TVL kwartaal 1 van 2021 goedgekeurd en verlenging aanvraagperiode

Eerder berichtte wij al over de voorgenomen uitbreiding voor de TVL kwartaal 1 van 2021. Deze uitbreiding is inmiddels goedgekeurd. Onderdeel van de uitbreiding is de verhoging van het subsidiepercentage naar 85%, de verlaging van de minimale vaste lasten (van €3.000 naar €1.500), de openstelling voor grote bedrijven en een aantal uitbreidingen voor specifieke sectoren (o.a. land- en tuinbouw). Daarnaast is er nog een extra verhoging van het maximum subsidiebedrag doorgevoerd. De maximale subsidiebedragen zijn nu € 550.000 voor mkb-bedrijven en € 600.000 voor niet-mkb-bedrijven.

Het RVO zal het hogere subsidiepercentage en de andere uitbreidingen stapsgewijs gaan toepassen. Het RVO probeert zo snel mogelijk automatisch een extra betaling te doen voor de uitbreidingen die eventueel van toepassing zijn.

Ondernemers die door de verlaging van de minimale vaste lasten in aanmerking komen en al een aanvraag hebben gedaan, hoeven ook niets te doen. Deze aanvragen worden zo snel mogelijk verwerkt. Om ondernemers voldoende tijd te geven kunnen zij een aanvraag doen voor de TVL kwartaal 1 van 2021 tot 18 mei 17:00 uur.

TVL aanvragen?

Voor elke nieuwe ronde van de TVL moet een aparte aanvraag worden gedaan via de website van de RVO. Het indienen van een aanvraag voor periode kwartaal 2 van 2021 kan waarschijnlijk vanaf half mei.

Om een aanvraag te doen is nu nog een eHerkenning op niveau 1 vereist. Vanaf 12 april 2021 kan de TVL alleen nog maar met eHerkenning niveau 3 aangevraagd worden. Dit geldt voor TVL kwartaal 1 van 2021 en TVL kwartaal 2 van 2021. Het RVO heeft voor deze verhoging gekozen om het aanvragen veiliger te maken. Voor aanvragers met DigiD verandert er niets.

Op de website van het RVO kan eenvoudig met een Adviestool bepaald worden of je in aanmerking komt voor de TVL en hoeveel subsidie je kan verwachten.

(Bron: Alfa)

Vanaf 12 april 2021 is het verplicht de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) met eHerkenning niveau 3 aan te vragen. De verhoging van het niveau naar eHerkenning 3 geldt voor het aanvragen van de TVL van Q1 en Q2 van 2021.

Eherkenning is in feite hetzelfde als digi-D, maar dan voor bedrijven. Het helpt u om aanspraak te kunnen maken op regelingen voor ondernemers die nu gelden vanwege de coronacrisis, zoals de TVL. Eherkenning kent verschillende beveiligingsniveaus. De eHerkenning wordt voor de TVL nu verhoogd naar niveau 3 om het proces van aanvragen veiliger te maken.

Wanneer heb ik niveau 3 eHerkenning nodig?

Gaat u de TVL voor Q1 van dit jaar aanvragen? Dan heeft u dus vanaf 12 april niveau 3 van eHerkenning nodig, met de bijbehorende machtiging ‘RVO diensten’. Heeft u deze machtiging aangevraagd, dan kunt u ook alle andere diensten van de RVO afnemen.

Voor de TVL juni-september 2020 en TVL Q4 2020 blijft het tot 1 juli 2021 mogelijk om in te loggen met de lagere niveaus van eHerkenning. Met deze niveaus kan u de aanvraag inzien en kunt u reageren op het vaststellingsverzoek. Let wel op, want vanaf 1 juli 2021 heeft u ook voor deze periodes eHerkenning niveau 3 nodig. Doe uw aanvraag voor eHerkenning 3 dus op tijd!

Ik heb mijn TVL eerder aangevraagd met DigiD, heb ik nu ook eHerkenning nodig?

Nee, heeft u eerder een aanvraag gedaan met DigiD dan verandert er niets. Bent u bij de KVK geregistreerd als eigenaar of bestuurder van het bedrijf, dan kan u TVL Q1 2021 met DigiD aanvragen en eerdere aanvragen beheren.

Hoe verhoog ik mijn eHerkenning naar niveau 3?

Om het niveau te verhogen en de machtiging aan te passen, moet u contact opnemen met uw eHerkenningsleverancier, of u kiest voor een andere leverancier. Heeft u een beheermodule, dan kan u of uw machtigingenbeheerder de machtiging zelf aanpassen.

Hoe kan ik eHerkenning aanvragen?

Het proces om eHerkenning aan te vragen bestaat uit verschillende stappen. Start uw aanvraag op tijd, want de levertijd van een eHerkenningsmiddel duurt tot 5 werkdagen. De levertijd is afhankelijk van het juist en volledig aanleveren van uw documenten en handtekeningen.

Naast de eerdere kabinetskeuze om de NOW regeling in het eerste kwartaal van 2021 niet af te bouwen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2020 geldt dit nu ook voor het tweede kwartaal 2021. De maximale vergoedingspercentages van de NOW 3.2 en 3.3 ( onder voorbehoud) worden in de eerste twee kwartalen van 2021 verhoogd naar 85%  waarbij de omzetdrempels gelijk blijven aan 2020, te weten minimaal 20% omzetverlies ten opzichte van kalenderjaar 2019.

* De bepalingen in de NOW 3.3 (5e tranche) zijn nog onder voorbehoud. Het kabinet heeft aangegeven mee te willen “ademen” met de diverse regelingen wat in de praktijk kan inhouden dat criteria naar gelang de noodzaak aangepast kunnen worden.

13 januari 2021 – update NOW-regeling

De NOW (Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid) is met ingang van 1 oktober 2020 verlengd met 9 maanden, tot 1 juli 2021.

Voor elk tijdvak kan een werkgever besluiten om wel of geen aanvraag te doen. Ook als een werkgever geen aanspraak heeft gemaakt op de NOW 1 of 2, kan de werkgever gebruik maken van de NOW 3.

UWV hanteert voor de NOW 1, 2 en 3 in totaal 5 aanvraagperiodes

NOW 1: eerste aanvraagperiode (maart 2020 tot en met mei 2020), is de eerste tranche.

NOW 2: tweede aanvraagperiode (juni 2020 tot en met september 2020), is tweede tranche.

NOW 3 kent:

  • NOW 3.1  (oktober tot en met december 2020), is derde tranche.
  • NOW 3.2 (januari tot en met maart 2021), is de vierde tranche.
  • NOW 3.3  (april tot en met juni 2021), is de vijfde tranche.

Periodes dat NOW aangevraagd kunnen worden

  • NOW 3.1: Tussen 16 november 2020 en 13 december 2020 kan bij UWV een aanvraag worden ingediend voor een tegemoetkoming in de loonkosten over de periode oktober 2020 tot en met 27 december 2020 (NOW3, eerste tijdvak) 
  • NOW 3.2: Voor de NOW 3, tweede tijdvak is de aanvraagperiode 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021.
  • NOW 3.3: Voor de NOW 3, derde tijdvak wordt gestreefd naar een aanvraagperiode tussen 17 mei 2021 en 13 juni 2021.

Tegemoetkoming NOW 3.1 (tijdvak 1: oktober 2020 tot en met december 2020)

Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij UWV een tegemoetkoming voor deze 3 maanden aanvragen ter hoogte van maximaal 80% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies ten opzichte van de omzet in 2019 en de loonsom van juni 2020. Indien er geen loonsom juni 2020 aanwezig is dan wordt uitgegaan van de loonsom april 2020.

Tegemoetkoming NOW 3.2 ( tijdvak 2: januari 2021 tot en met maart 2021)

Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij UWV een tegemoetkoming voor deze 3 maanden aanvragen ter hoogte van maximaal 85% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies ten opzichte van de omzet in 2019 en de loonsom van juni 2020. Indien er geen loonsom juni 2020 aanwezig is dan wordt uitgegaan van de loonsom april 2020.

Tegemoetkoming NOW 3.3 (tijdvak 3: april 2021 tot en met juni 2021)

Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij UWV een tegemoetkoming voor deze 3 maanden aanvragen ter hoogte van maximaal 85% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies ten opzichte van de omzet in 2019 en de loonsom van juni 2020. Indien er geen loonsom juni 2020 aanwezig is dan wordt uitgegaan van de loonsom april 2020.

De bepalingen in de NOW 3.3 zijn nog onder voorbehoud. Het kabinet heeft aangegeven mee te willen “ademen” met de diverse regelingen wat in de praktijk kan inhouden dat criteria naar gelang de noodzaak aangepast kunnen worden.

(Bron: Alfa)

De belangrijkste subsidieregeling uit het steunpakket van de overheid ter bestrijding van de coronacrisis is de NOW. Daarmee is naar schatting aan voorschotbedragen tot nu toe al zo’n € 15 miljard gemoeid. Met de NOW kunnen werkgevers subsidie krijgen in de vorm van een tegemoetkoming voor de loonkosten van hun werknemers.

De NOW is echter niet vrijblijvend. Bij een beroep op de NOW geldt in bepaalde situaties bijvoorbeeld een restrictie tot het uitkeren van dividend of winst aan aandeelhouders en derden, bonussen of winstdelingen aan bestuur en directie en de inkoop van eigen aandelen. Deze restricties kunnen zelfs gelden voor het gehele (internationale) concern waarvan de werkgever deel uitmaakt. In dit artikel worden de belangrijkste aandachtspunten toegelicht.

Wanneer gelden er restricties?

Niet in alle situaties hebben werkgevers die een beroep doen op de NOW te maken met restricties. Ook moet onderscheid worden gemaakt tussen de restricties onder de NOW-1 en de restricties vanaf de NOW-2.

NOW-1
Onder de NOW-1 gelden er alleen restricties als er een beroep wordt gedaan op de concernuitzondering. Dit houdt in dat de werkgever onderdeel is van een concern, maar er op concernniveau geen sprake is van een omzetdaling van ten minste 20%. De werkgever mag de omzetdaling dan onder bepaalde voorwaarden op het niveau van een zelfstandige werkmaatschappij of een groepsdeel berekenen. Eén van die voorwaarden is dat het gehele (internationale) concern zich aan de restricties moet houden.

NOW-2 en NOW-3
Onder de NOW-2 en NOW-3 zijn de restricties bij een beroep op de concernuitzondering hetzelfde. Daar zijn echter restricties bij gekomen wanneer de hoofdregel wordt toegepast: het berekenen van de omzetdaling op concernniveau of – als er geen concern is – op het niveau van de werkgever. Er gelden in dat geval alleen restricties wanneer er sprake is van een voorschot van € 100.000,- of meer of een definitieve subsidie van € 125.000,- of meer. Deze bedragen gelden per tranche van de NOW en per concern. Als aan één van de drempelbedragen wordt voldaan, dan moet de werkgever of rechtspersoon die NOW-subsidie ontvangt zich aan de restricties houden.

Voor welke periode gelden de restricties?

Bij een beroep op de NOW-1, NOW-2 en/of het eerste tijdvak van de NOW-3 (in de regelingen de eerste, tweede en derde tranche genaamd) gelden de restricties in beginsel voor het jaar 2020. Als een beroep wordt gedaan op het tweede of derde tijdvak van de NOW-3 (in de regelingen de vierde en vijfde tranche genaamd), dan gelden de restricties in beginsel voor het jaar 2021.

Vanaf de NOW-2 geldt echter nog het volgende: als er sprake is van een boekjaar dat afwijkt van het kalenderjaar, dan gelden de restricties voor het boekjaar of de boekjaren waarin de subsidieperiode valt. Ter illustratie: de subsidieperiode van de NOW-2 betreft de maanden juni, juli, augustus en september 2020. Als een werkgever wordt geconfronteerd met restricties op basis van de NOW-2 en er is sprake van een afwijkend boekjaar dat loopt van 1 augustus t/m 31 juli, dan gelden de restricties voor twee boekjaren (van 1 augustus 2019 t/m 31 juli 2021).

Hoe ver reiken de restricties?

Als de hoofdregel wordt toegepast, dan gelden de restricties voor de werkgever of rechtspersoon die NOW-subsidie ontvangt. Bij toepassing van de concernuitzondering moet het gehele (internationale) concern zich aan de restricties houden. Dit betekent dat alle concernonderdelen geen dividend of winst mogen uitkeren aan aandeelhouders en derden en geen eigen aandelen mogen inkopen. De bonusrestrictie is bij een beroep op de concernuitzondering echter beperkt tot bonussen aan bestuur of directie van het concernonderdeel dat NOW-subsidie ontvangt en bestuur of directie van het groepshoofd of de moedermaatschappij. Met andere woorden: concernonderdelen die zelf geen NOW-subsidie ontvangen en geen groepshoofd of moedermaatschappij zijn mogen nog steeds een bonus uitkeren aan eigen bestuur en directie.

(Bron: BDO0

Op 21 januari 2021 heeft het kabinet aangekondigd dat het steunpakket voor het opvangen van de gevolgen van de coronacrisis opnieuw wordt uitgebreid, dit keer met € 7,6 miljard. Hierdoor worden de totale ‘corona-uitgaven’ voor 2020 en 2021 inmiddels geraamd op € 61,3 miljard. Dat is hoger dan de jaarbegroting van de Ministeries van Justitie en Veiligheid, Defensie, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Infrastructuur en Waterstaat en Financiën bij elkaar opgeteld.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

NOW-regeling

  • De maximale subsidie op de loonkosten gaat in het eerste en tweede kwartaal van 2021 omhoog van 60-80% naar 85%;
  • De maximale loonsom die voor subsidie in aanmerking komt wordt in het tweede kwartaal van 2021 niet verlaagd naar 1x het maximummaandloon maar blijft staan op 2x het maximummaandloon;
  • Het minimale omzetverlies wordt in het tweede kwartaal van 2021 niet verhoogd naar 30% maar blijft staan op 20%;
  • De loonsomvrijstelling (het percentage waarmee de loonsom mag dalen zonder gevolgen voor de NOW-subsidie) wordt in het tweede kwartaal van 2021 niet verhoogd naar 20% maar blijft staan op 10%.

TVL-regeling

  • Het vergoedingspercentage voor de vaste lasten wordt voor zowel het eerste als tweede kwartaal van 2021 verhoogd van 50-70% (afhankelijk van het omzetverlies) naar 85% (ongeacht het omzetverlies);
  • Het minimale omzetverlies blijft voor zowel het eerste als tweede kwartaal van 2021 op 30% staan en wordt niet verhoogd naar 45%;
  • De eis van maximaal 250 werknemers wordt voor zowel het eerste als tweede kwartaal van 2021 losgelaten. Hiermee komen ook grotere bedrijven in aanmerking voor de TVL-regeling;
  • Het maximale subsidiebedrag gaat voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 omhoog van € 90.000 naar € 330.000 voor MKB-bedrijven en € 400.000 voor niet-MKB bedrijven (meer dan 250 werknemers);
  • Het minimale subsidiebedrag gaat omhoog van € 750 naar € 1.500;
  • Er komt nader onderzoek of de drempel van € 3.000 aan vaste lasten kan worden verlaagd, zonder dat dit op negatieve wijze doorwerkt in andere elementen van de TVL-regeling;
  • De aanvullende voorraadsubsidie voor de detailhandel uit het vierde kwartaal van 2020 wordt voortgezet in het eerste kwartaal van 2021 en wordt verhoogd van 5,6% naar 21% (opslag op het vastelastenpercentage). De maximale voorraadsubsidie bedraagt € 200.000. Dit valt buiten het hiervoor genoemde maximum (punt 4)

Voorbeelden
Deze wijzigingen leveren onderaan de streep het volgende op:

  • Een hotel met restaurant met een omzet van € 800.000 per kwartaal, een loonsom van € 154.850 per kwartaal, € 320.000 aan vaste lasten per kwartaal en een omzetverlies van 100% zal door de wijzigingen € 393.650 aan NOW- en TVL-subsidie ontvangen in het eerste kwartaal van 2021 (in plaats van € 348.850);
  • Een kledingzaak met een omzet van € 200.000 per kwartaal, een loonsom van € 25.000 per kwartaal, € 30.000 aan vaste lasten per kwartaal en een omzetverlies van 100% zal door de wijzigingen € 81.850 aan NOW- en TVL-subsidie ontvangen in het eerste kwartaal van 2021 (in plaats van € 46.050).

(Bron: BDO)

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) helpt bedrijven bij het betalen van een deel van hun vaste lasten. De aanvraag voor de tweede periode, TVL 2.0 Q4-2020, is nog open tot en met 29 januari 2021 om 17.00 uur. Inmiddels heeft het kabinet aanvullingen aangekondigd op het steunpakket. Deze aanvullingen gelden voor het vierde kwartaal van 2020. Verder is de regeling verlengd voor het eerste kwartaal van 2021.

Voorwaarden

Een omzet verlies van 30% of meer ten opzicht van dezelfde periode van een jaar geleden is een harde voorwaarde om de aanvraag te kunnen doen. Het gaat dus over de maanden oktober tot en met december 2020. Omdat de regeling is verlengd kan voor kwartaal 1 van 2021 opnieuw een aanvraag worden ingediend over de maanden januari tot en met maart 2021. Daarnaast moet de SBI-code, die gekoppeld is aan het KvK nummer, gelden voor de TVL aanvraag.  

Tegemoetkoming

De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 90.000,-. De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald aan de hand van het totale omzetverlies en een vastgesteld percentage voor vaste lasten per sector.

De subsidie wordt berekend door de omzet van 2019 te vermenigvuldigen met het omzetverlies in Q4-2020. De uitkomst hiervan vermenigvuldigt u met het percentage vaste lasten. Dit percentage is gekoppeld aan de SBI-code. De uitkomst hiervan moet minimaal € 3.000,- zijn om voor subsidie in aanmerking te komen. De subsidie is minimaal 50% van de uitkomst. Nu heeft de overheid het subsidiebedrag aangepast aan de mate van omzet verlies en kan oplopen tot 70% bij 100% omzet verlies. Reeds aangevraagde steun over Q4-2020 zal daarom nog achteraf worden gecorrigeerd.

Aanvragen

Aanvragen van de tegemoetkoming kan  via de website van RVO. U heeft hiervoor eHerkenning niveau 1 of DigiD nodig. Tot 29 januari 2021 om 17.00 uur kunt een aanvraag TVL 2.0 Q4-2020 indienen.

Heeft u vragen over de aanvraagmodule van RVO, dan kan Flynth uw vragen beantwoorden. Beschikt u niet over eHerkenning, dan kan Flynth u helpen als er een ketenmachtiging is afgegeven. Het regelen van een ketenmachtiging neemt minimaal 10 werkdagen in beslag. Houd hiermee rekening. Verder kan Flynth u helpen bij het bepalen of de aanvraag zinvol is

(Bron: Flynth)

Vanaf 25 november 2020 is de tweede aanvraagronde van de TVL-regeling geopend voor alle SBI-codes.De TVL-regeling ondersteunt mkb-ondernemers met maximaal 250 werknemers en meer dan 30% omzetverlies door de coronacrisis bij het betalen van de vaste lasten. Het gaat hierbij om vaste lasten, zoals huur, gas/water/licht, verzekeringen en leasecontracten.

Loonkosten worden niet meegerekend, deze worden gecompenseerd door de NOW-regeling. Van het omzetverlies wordt een percentage vaste lasten berekend. Van dat percentage wordt minimaal 50% en maximaal 70% gecompenseerd. Per sector is een vast percentage aan vaste lasten bepaald. Dit percentage ontleent het kabinet aan cijfers van het CBS en kunt u op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland vinden. De vergoeding per bedrijf bedraagt minimaal € 750 en maximaal € 90.000 per drie maanden.

Voor wie?

De TVL is voor alle ondernemers die hard geraakt zijn door de maatregelen tegen het coronavirus. Waar voorheen alleen ondernemers in aanmerking kwamen die ingeschreven staan onder een bepaalde SBI-code, komen nu alle sectoren in aanmerking voor de regeling. Dit geldt voorlopig alleen voor de aanvraagperiode voor het vierde kwartaal van 2020 en, naar verwachting, het eerste kwartaal van 2021. Daarnaast krijgen horecaondernemingen eenmalig een aanvullende subsidie, de Horeca Voorraad en Aanpassingen (HVA). Dit bedrag komt bovenop de TVL-subsidie. Ondernemers en toeleveranciers in de evenementenbranche krijgen in het vierde kwartaal van 2020 en eerste kwartaal van 2021 een vast bedrag, op basis van hun TVL-subsidie in de zomermaanden.

Voorwaarden TVL

  • Uw onderneming is vóór 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven bij het handelsregister van de KvK.
  • U heeft zich na 15 maart 2020 niet met terugwerkende kracht ingeschreven in het Handelsregister of uw SBI-code aangepast om in aanmerking te komen voor deze subsidie.
  • Alleen de hoofdactiviteit van uw onderneming waarmee u op 15 maart stond ingeschreven in het Handelsregister telt. Alleen als u in de vorige subsidieperiode na een herbeoordeling of bezwaar TVL ontving voor een andere SBI-code, komt u ook met deze SBI-code in aanmerking. Het aanvraagsysteem kiest in dat geval automatisch de gunstigste SBI-code.
  • Financiële instellingen, holdings en publiek gefinancierde scholen zijn uitgesloten voor de regeling.
  • Uw onderneming is niet failliet.
  • Uw onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance ingediend bij de rechtbank.
  • Uw bedrijf is geen overheidsbedrijf.
  • U heeft een mkb-onderneming.
  • Uw onderneming heeft een fysieke vestiging in Nederland. Het bedrijfsadres staat vermeld in het handelsregister van de KvK.
  • U verklaart ten minste één vestiging met een ander adres te hebben dan uw privéadres of u verklaart een vestiging te hebben die fysiek is afgescheiden van uw privéwoning doordat deze een eigen opgang of toegang heeft. U moet dan bewijsstukken meesturen bij de aanvraag. Uitgezonderd zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en auto- en motorrijscholen, taxibedrijven, touringcar operators, markthandelaren, kermisexploitanten, recreatieve vliegsector, binnenvaart, zee- en kustvaart, goederenvervoer over de weg, verhuisvervoer, post- en koeriersdiensten. Daar mag het privéadres wel gelijk zijn aan het vestigingsadres.
  • Uw onderneming heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis.
  • U heeft meer dan € 3.000 aan vaste lasten in het vierde kwartaal van 2020.
  • U kunt van zowel de TVL als de NOW gebruikmaken. De TVL is bedoeld als aanvulling op de NOW (loonkosten), maar heeft daar wel invloed op. De vergoeding die u ontvangt vanuit de TVL wordt opgeteld bij uw omzetberekening voor de NOW, waardoor u een lagere NOW-subsidie ontvangt. Ondanks dat de regelingen elkaar ‘bijten’, ontvangt u met beide regelingen opgeteld meer subsidie.
  • Na het krijgen van de tegemoetkoming mag u in totaal niet meer dan € 800.000 (bruto) aan overheidssteun hebben ontvangen. Uitzonderingen daarop zijn de visserij- en aquacultuursector en de primaire productie van landbouwproducten. Voor visserij- en aquacultuur geldt een maximum van € 120.000 overheidssteun. Voor de primaire productie van landbouwproducten geldt een maximum van € 100.000 overheidssteun.

Met de adviestool van het RVO kunt u eenvoudig en snel controleren of u in aanmerking komt voor de regeling en op welk bedrag u mogelijk recht heeft.

Berekening van de tegemoetkoming

Het kabinet bepaalt de hoogte van de tegemoetkoming als volgt: normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 50%*. Het omzetverlies wordt berekend aan de hand van de verwachte omzet in het vierde kwartaal van 2020 en de normale omzet van diezelfde periode in 2019. Onder omzet worden alle inkomsten zonder de ontvangen btw verstaan. U gebruikt hiervoor uw btw-aangiften over de betreffende maanden of kwartaal van 2019. Meer informatie over de berekening van de tegemoetkoming, inclusief rekenvoorbeelden, kunt u vinden op rvo.nl.

*Verhoging subsidiepercentage

Door de aanhoudende coronacrisis heeft de overheid besloten om het subsidiepercentage te verhogen afhankelijk van het omzetverlies. Bij 30% omzetverlies blijft het percentage 50%, bij 100% omzetverlies loopt dit op naar 70%. Deze aanpassing moet eerst nog worden goedgekeurd door de Europese Commissie. Tot die tijd worden aanvragen ingediend en uitbetaald op basis van het oude percentage van 50%. De verwachting is dat de wijziging eind januari wordt goedgekeurd. U hoeft dan niets te doen, het RVO past het hogere subsidiepercentage automatisch aan en doet een extra betaling.

De aanvraagprocedure

Vanaf 25 november kunt u de aanvraag voor de TVL voor het vierde kwartaal indienen. De aanvraagperiode loopt tot en met 29 januari 2021, 17.00 uur. Hierna volgen nog twee aanvraagrondes:

  • 1 januari tot en met 31 maart 2021
  • 1 april tot en met 30 juni 2021

U kunt een aanvraag indienen bij het RVO via eHerkenning niveau 1 (of hoger) of DigiD. U kunt de aanvraag ook door uw intermediair laten verzorgen. Dit kan alleen met een ketenmachtiging via eHerkenning. U hoort binnen acht weken of uw aanvraag is goedgekeurd. Het besluit ontvangt u per e-mail. Na goedkeuring staat het bedrag binnen vijf werkdagen op uw bankrekening. Vóór 1 juli 2021 meldt u het werkelijke omzetverlies waarna de definitieve subsidie wordt vastgesteld. Aanvragen worden achteraf gecontroleerd. Dit kan tot vijf jaar na uitbetaling van de definitieve subsidie. Heeft u teveel subsidie gekregen? Dan kan het bedrag (gedeeltelijk) worden teruggevorderd.

De volgende documenten heeft u nodig voor het indienen van de aanvraag:

  • Het KVK-nummer van uw onderneming;
  • Uw contactgegevens: naam, telefoonnummer en e-mailadres;
  • Het bankrekeningnummer dat op naam staat van uw onderneming. Hier wordt de tegemoetkoming naar overgemaakt;
  • Btw-aangiften (pdf) van het vierde kwartaal van 2019. Als u geen omzetbelasting betaalt, volstaat een uitdraai van uw omzet uit uw eigen boekhoudprogramma voor deze periode van 2019.

Horeca Voorraad en Aanpassingen (HVA)

Horecagelegenheden die verplicht hebben moeten sluiten, ontvangen eenmalig een opslag van 2,8% van hun omzetverlies in oktober tot en met december 2020. Het maximale bedrag is € 20.160. Dit bedrag komt bovenop de TVL-subsidie van het vierde kwartaal 2020 en wordt automatisch bij de TVL aanvraag opgeteld. De HVA is bedoeld als extra tegemoetkoming voor voorraad die kan bederven en de aanleg en overkapping van een buitenterras die niet zomaar terugverdiend kan worden. Voor de HVA gelden dezelfde voorwaarden als bij de TVL.

De volgende SBI-codes komen in aanmerking voor de HVA:

  • 56.10.1 (restaurants)
  • 56.10.2 (fastfoodrestaurants, cafetaria’s, ijssalons, eetkramen)
  • 56.29 (kantines en contractcatering)
  • 56.30 (cafés, discotheken, nachtclubs)

Eventcatering en hotel-restaurants komen niet in aanmerking voor de regeling.

Evenementenmodule

Ondernemers in de evenementenbranche komen in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 in aanmerking voor de evenementenmodule. De subsidie bedraagt 33,3% over de TVL-subsidie in de zomermaanden. Ondernemers ontvangen minimaal € 750 en maximaal € 16.650. Ondernemers die in de zomer minimaal 50% van hun omzet aan publieke evenementen verdienden, komen in aanmerking. Dit kunnen ook leveranciers zijn. Zij kunnen de subsidie alleen aanvragen als ze de TVL hebben ontvangen in de zomermaanden en niet in aanmerking komen voor TVL Q4 door een te lage referentieomzet.

Op dit moment kan de evenementenmodule nog niet worden aangevraagd. Naar verwachting kunt u de aanvraag in het eerste kwartaal van 2021 indienen voor beide kwartalen.

Publicatieverplichting

Europese staatssteunregels verplichten de Nederlandse overheid openbaar te maken welke ondernemers subsidie hebben ontvangen en voor welk bedrag er subsidie is verleend. Als u de TVL ontvangt, worden uw gegevens gepubliceerd op de website van de Europese Commissie. Het gaat daarbij onder andere om de naam en vestigingsplaats van uw onderneming, uw branche, of u een mkb-bedrijf bent of niet, het bedrag en het doel van de subsidie. De publicatie vindt plaats binnen een jaar na de datum van de verleningsbeschikking. De gegevens blijven minimaal tien jaar beschikbaar.

(Bron: ABAB)

De voorraadvergoeding die winkeliers kunnen ontvangen als onderdeel van het steunpakket vanwege de lockdown is vrijgesteld van de inkomstenbelasting (IB) en vennootschapsbelasting (VPB). Dit heeft minister Wiebes van Economische Zaken aangegeven.

Het kabinet heeft het coronasteunpakket voor ondernemers onlangs uitgebreid vanwege de zware lockdown. Mkb-ondernemers in de non-food detailhandel kunnen een vergoeding krijgen voor hun seizoensgevoelige voorraad. De winkeliers raken immers hun voorraden die ze speciaal voor de feestdagen hebben aangeschaft straks natuurlijk niet meer kwijt aan de consument. Het gaat om de eenmalige Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel (kortweg de voorraadvergoeding). Deze regeling komt bovenop de al bestaande regelingen van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) en de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL).

Omzetverlies bepalend voor voorraadvergoeding

Voor de berekening van de voorraadvergoeding moeten ondernemers kijken naar het omzetverlies van oktober 2020 tot en met december 2020 en de grootte van de winkel. De vergoeding is minimaal 2,8% van het verlies bij een minimaal omzetverlies van 30%. Het maximumbedrag dat een ondernemer kan ontvangen is € 20.160.  De voorraadvergoeding is vrijgesteld voor de IB en de VPB.

Wel voldoen aan voorwaarden TVL

Ondernemers krijgen de voorraadvergoeding alleen als ze voldoen aan de voorwaarden voor de TVL. Dus de onderneming moet dan meer dan 30% omzetverlies in het 4e kwartaal van 2020 vergeleken met het 4e kwartaal van 2019 hebben geleden en de vaste lasten zijn minimaal € 3.000 in het 4e kwartaal van 2020 (op basis van het percentage vaste lasten dat bij de hoofdactiviteit hoort). De minister hoopt dat de vergoedingen begin volgend jaar op de rekeningen van de winkeliers staan.

(Bron: Rendement)