Welke gevolgen heeft een echtscheiding voor mijn onderneming?

Kan ik mijn onderneming voortzetten?

Als ondernemer krijgt u bij een echtscheiding het nodige voor de kiezen. Naast keuzestress over de verdeling van het vermogen, het pensioen en de koopwoning komt u ook voor de vraag te staan of de onderneming kan worden voortgezet. En zo ja, wat moet u aan uw ex-partner betalen? Dit kan leiden tot vele discussies. Het uitkopen van uw ex-partner kan een behoorlijke aanslag betekenen op de financiering. En vergeet niet dat u mogelijk ook alimentatie moet betalen.

Wat is de waarde van mijn onderneming?

Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen, moet u de waarde van de onderneming of van de aanmerkelijk belang aandelen van de dga verdelen. Dit speelt ook als in huwelijkse voorwaarden een verrekenbeding is opgenomen. Uw ex-partner heeft mogelijk recht op een deel van de waarde van de onderneming of de aandelen.

Die waarde van uw onderneming is op verschillende manieren te bepalen. Denk hierbij niet alleen aan het vaststellen van de waarde van de bezittingen van de onderneming, maar ook aan de wijze van waardering van de winsten. En dat kan leiden tot een andere verrekening vordering van de ex-partner. Onze waarderingsspecialisten helpen u graag bij het vaststellen van de waarde van uw onderneming.

Per 1 januari 2018 is het huwelijksvermogensrecht gewijzigd

Wanneer u al een onderneming heeft voordat u trouwt (huwelijken na 1 januari 2018), dan valt deze onderneming buiten de beperkte gemeenschap van goederen. Start u tijdens het huwelijk een onderneming? Dan valt de onderneming, net als onder de oude wetgeving, in de gemeenschap van goederen. Wanneer dit wegens het ondernemersrisico of anderszins niet gewenst is, dan moet u ook onder de nieuwe wetgeving huwelijkse voorwaarden opmaken. Dit kan een hoop extra leed bij een echtscheiding voorkomen.

Heeft advies nodig bij de financiële keuzes die u moet maken na een echtscheiding? Neem contact met mij op. Ik denk graag met nu mee.

(Bron: GT)

Kamer van Koophandel biedt overzicht bestuursverboden

Met de invoering van de Wet civielrechtelijk bestuursverbod heeft de rechter de mogelijkheid om bestuurders van verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, nv’s, bv’s en stichtingen een bestuursverbod op te leggen voor de maximale duur van vijf jaar. In september zijn de eerste twee verboden ingeschreven in het door de Kamer van Koophandel (KvK) bijgehouden register.

Civielrechtelijk bestuursverbod voor wangedrag bij faillissementen

De wet geeft de rechter onder meer de mogelijkheid om bestuurders die faillissementsfraude plegen of zich schuldig maken aan wangedrag in aanloop naar een faillissement een civielrechtelijk bestuursverbod op te leggen. Het bestuursverbod geldt bij faillissementen van na 1 juli 2016. Het Openbaar Ministerie en de curator van de failliete rechtspersoon kunnen de rechtbank verzoeken het verbod op te leggen.

Overzicht van opgelegde civielrechtelijke bestuursverboden

Bij invoering van de wet is bepaald dat Handelsregisterwet 2007 zou worden aangepast, zodat het registreren van opgelegde bestuursverboden door de KvK mogelijk wordt. De aanpassing van de wet heeft vertraging opgelopen, waardoor er juridisch gezien nog geen verboden kunnen worden geregistreerd in het door de KvK inmiddels opengestelde register. De KvK heeft de opgelegde bestuursverboden die door de Rechtbank Den Haag zijn opgelegd wel al gepubliceerd. In een overzicht op de website houden zij de opgelegde civielrechtelijke bestuursverboden bij. Hierbij vermelden zij naam van de natuurlijke persoon en tevens de begin- en einddatum waarop het verbod van kracht is. Ook wordt de datum en tijd getoond dat het bestuursverbod openbaar is. Na afloop van het bestuursverbod worden de gegevens van de betreffende natuurlijke persoon verwijderd uit het overzicht.

Op de website van de KvK kunt u het volledige overzicht zien van de opgelegde bestuursverboden. Weer een extra reden om het handelsregister te raadplegen.

(Bron: ABAB)

Zeg WhatsApp adieu voor de zakelijke communicatie?

Messengerdienst WhatsApp verwerkt dagelijks miljoenen berichten, waaronder ook een hoop zakelijke communicatie. Een frisse invalshoek: moeten organisaties WhatsApp als zakelijk communicatiemiddel niet gewoon verbieden?

Er zijn verschillende argumenten te bedenken waarom WhatsApp niet geschikt is als zakelijk communicatiemiddel, zeker op apparaten die door de werkgever beschikbaar zijn gesteld. Om te beginnen is daar de privacy. Sinds de Algemene Verordening Gegevensbescherming (tools) in mei 2018 van toepassing is geworden, zijn de privacyproblemen die WhatsApp met zich meebrengt duidelijker geworden. Zo vraagt WhatsApp toestemming om het adresboek in te zien en te gebruiken. Daar staan ook de contactgegevens van andere medewerkers, klanten en zakelijke relaties in.

WhatsApp: geen inzicht en controle

Daarnaast heeft een organisatie weinig inzicht in wat er allemaal achter de schermen van WhatsApp gebeurt: (oud-)collega’s kunnen naar hartenlust chatgroepen aanmaken en over zakelijke onderwerpen communiceren. Dat wil niet zeggen dat alle medewerkers in Nederland massaal muiterij beramen, maar het geeft wel de controle uit handen. WhatsApp is van oorsprong een consumententool; zakelijk gebruik ervan vervaagt de grens tussen werk en privé des te meer.

(Bron: Rendement)

Voldoe in 5 stappen aan AVG

Het kan u niet ontgaan zijn. Op 25 mei 2018 wordt definitief de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing. De AVG brengt nieuwe verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee.

Alle bedrijven en organisaties die werken met persoonsgegevens moeten zich voorbereiden op deze AVG, dus ook kleine mkb’ers en zzp’ers. In vijf stappen bent u AVG-proof.

Stap 1: Creëer intern bewustwording, zorg voor een vast aanspreekpunt

Informeer uw medewerkers over de wetgeving, de impact van de AVG op uw huidige processen en bij wie zij terecht kunnen bij vragen. Onder de AVG krijgen uw klanten meer privacyrechten.

Stap 2: Maak een register met persoonsgegevens die u verwerkt

Documenteer welke persoonsgegevens u verwerkt en met welk doel, waar deze gegevens vandaan komen en met wie u ze deelt. Belangrijk is de wijze waarop u de toestemming van uw klanten vraagt, krijgt en registreert.

Stap 3: Breng risico’s in kaart en zorg voor beveiligingsmaatregelen

Standaard moeten in uw bedrijfsvoering en ICT ingevoerd zijn:

  1. ‘Privacy by design’ voor de bescherming van persoonsgegevens en
  2. ‘Dataminimalisatie’ waarmee u zorgt dat u alléén persoonsgegevens verwerkt die noodzakelijk zijn voor het doel.

Stap 4: Zorg voor documentatie van datalekken

Bij een datalek vallen persoonsgegevens in handen van derden die geen toegang tot die gegevens zouden mogen hebben. De meldplicht datalekken blijft onder de AVG grotendeels hetzelfde, alleen de eisen voor de registratie zijn strenger.

Stap 5: Breng verwerkingen door derden in kaart, sluit verwerkersovereenkomsten

Bij verwerking van gegevens is sprake van een verantwoordelijke en een verwerker. Check de contracten en gemaakte afspraken goed voor alle pakketten die zijn uitbesteed en zorg voor verwerkersovereenkomsten.

(Bron: HLB Van Daal)

Hoe wordt alimentatie berekend bij de IB-ondernemer?

Het berekenen van alimentatie bij ondernemers is maatwerk. Het vereist een goede samenwerking tussen de ondernemer, zijn accountant en advocaat. Bent u een IB-ondernemer, dan is dit van bijzonder belang. Een goede berekening is niet altijd eenvoudig omdat uw inkomen per jaar namelijk behoorlijk kan fluctueren.

Kinder- én partneralimentatie

Alimentatie kan worden vastgesteld voor een of meerdere kinderen en/of een eventuele partner. Kinderalimentatie is een bijdrage voor levensonderhoud van een kind. Bij partneralimentatie gaat het om een bijdrage voor de ex-partner.

Normen

Voor de berekening van alimentatie wordt uitgegaan van de zogenaamde “Trema-normen”, opgenomen in het rapport alimentatienormen. Het gaat hierbij om regels die niet in de wet staan maar wel gevolgd worden in de rechtspraktijk. Bij kinderalimentatie wordt eerst bekeken wat een kind kost. Daarna wordt bekeken wat de ouders kunnen betalen aan de hand van een formule op basis van hun huidige inkomen en verdiencapaciteit. Bij partneralimentatie wordt eerst bekeken wat de ex-partner nodig heeft, ook wel de behoefte. Daarna worden berekeningen gemaakt om te bepalen in hoeverre een partner in staat is om bij te dragen in het levensonderhoud voor zijn ex-partner en dus over draagkracht beschikt. In een dergelijke berekening wordt met inkomsten, lasten en verdiencapaciteit rekening gehouden.

Bedrijfseconomische winst

In het verleden haakten rechters vooral aan bij de bedrijfseconomische winst van de ondernemer bij het beoordelen van de draagkracht. Rechtbanken ontvangen de laatste drie jaarstukken en rekenden veelal met de gemiddelde van winsten over die periode. Problematisch is dat jaarstukken informatie geven over het verleden en niet over de huidige situatie en de toekomst van de onderneming. Dit is niet altijd gunstig voor de ondernemer, zeker niet ten tijde van recessie.

Kasstroomoverzicht

Steeds meer rechters zijn zich hier bewust van en haken aan bij te verwachte beschikbare winst van de ondernemer. Daarvoor is het te adviseren om kasstroomoverzichten, die meer inzicht bieden voor de toekomst, aan de rechter te overleggen. De kasstroom laat namelijk zien wat u vanaf morgen kunt betalen. In combinatie met de kasstroom over het verleden, de informatie van u als ondernemer over uw ervaring en bedrijfsvoering in het verleden, kan een geschatte toekomstige kasstroom gemaakt worden. Het is belangrijk dat u uw accountant de informatie verstrekt die hiervoor nodig is, zoals ontwikkelingen in uw branche, uw (komende) investeringen, uw (komende) aflossingen, uw te verwachten inkomsten, enzovoort.

Let op! Het initiatief om de rechter inzicht te verschaffen in uw bedrijfsvoering en uw actuele financiële situatie, ligt bij u. Laat daarom een kasstroomoverzicht maken voor de komende drie jaar. Zorg daarnaast ook voor recente jaarstukken, (liquiditeits)prognoses en voorlopige aanslagen. Daarmee kunt u mede de verwachtingen voor de toekomst onderbouwen.

Tip: Overweeg ook om uw accountant mee te nemen naar de rechtszaak, zodat financiële vragen van rechters goed kunnen worden ondervangen.

(Bron: DRV)

Bereid u voor op de Privacywet 2018

er 25 mei 2018 is de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van kracht. Vanaf die datum geldt in de hele EU dezelfde privacywetgeving. Nu hebben de lidstaten nog hun eigen nationale wetgeving, gebaseerd op de Europese privacyrichtlijnen uit 1995. De huidige Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) komt daarmee vanaf die datum te vervallen. Wees voorbereid en neem nu alvast maatregelen voor uw organisatie.

Bewustwording

Zorg ervoor dat uw beleidsmakers ruim voor 25 mei 2018 op de hoogte zijn van de nieuwe privacywet. Zij moeten nagaan welke impact de AVG zal hebben op uw huidige processen, diensten en goederen en welke aanpassingen noodzakelijk zijn om aan de AVG te voldoen. Zorg dat u voor 25 mei 2018 alles op orde heeft om eventuele boetes van de Autoriteit persoonsgegevens te voorkomen.

Rechten van betrokkenen

Personen waarvan u persoonsgegevens verwerkt, krijgen meer en verbeterde privacyrechten. Hierbij kunt u denken aan recht op inzage, recht op correctie en verwijdering en recht op dataportabiliteit. Bij dit laatste moet u ervoor zorgen dat de betrokkenen in staat worden gesteld hun gegevens makkelijk op te vragen. Ook is het van belang te weten dat betrokkenen het recht hebben om bezwaar te maken tegen de verwerking van hun gegevens voor direct-marketingdoeleinden.

Overzicht verwerkingen

U heeft als verwerker een documentatieplicht. Dit betekent dat u moet kunnen aantonen dat uw organisatie in overeenstemming met de AVG handelt. Breng duidelijk in kaart welke persoonsgegevens u verwerkt, met welk doel, waar deze gegevens vandaan komen en met wie u deze gegevens deelt. Hierbij is het ook belangrijk dat u per gegevenscategorie vermeldt op basis van welke wettelijke grondslag u deze gegevens verwerkt.

Privacy impact assessment (PIA)

U kunt verplicht zijn om vooraf de privacyrisico’s van gegevensverwerking in kaart te brengen en vervolgens maatregelen te nemen om mogelijke risico’s te verkleinen (privacy impact assesment (PIA)). Maak nu alvast een inschatting of u straks dergelijke PIA’s moet uitvoeren en hoe u dit gaat aanpakken.

Privacy by design & privacy by default

Er komen verplichte uitgangspunten van ‘privacy by design’ en ‘privacy by default’. Privacy by design betekent dat u tijdens de ontwikkeling van producten en diensten al rekening houdt met een goede privacybescherming door het toepassen van privacytechnieken. Privacy by default houdt in dat u technische en organisatorische maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat u, als standaard, alleen persoonsgegevens verwerkt die noodzakelijk zijn voor uw specifieke doel.

Functionaris voor de gegevensbescherming

Mogelijk is uw organisatie straks verplicht om een functionaris voor de gegevensverwerking (FG) aan te stellen. Ga nu alvast na of dit op uw organisatie van toepassing is. Zo kunt u tijdig zo’n functionaris werven.

Meldplicht datalekken

De meldplicht datalekken is binnen uw organisatie niet onbekend. Deze meldplicht blijft grotendeels gelijk. De AVG stelt wel strengere eisen aan uw eigen registratie van datalekken die zich binnen uw organisatie hebben voorgedaan. Het is bovendien belangrijk dat u alle datalekken correct documenteert, zodat de Autoriteit Persoonsgegevens kan controleren of u aan de meldplicht heeft voldaan.

Bewerkersovereenkomsten

Onder de Wbp kennen we de verplichting tot het sluiten van een bewerkersovereenkomst. Ondanks de verplichting is dit nog niet in alle organisaties doorgevoerd. Vanaf 25 mei 2018 wordt de bewerkersovereenkomst hernoemd naar verwerkersovereenkomst. De verwerkersovereenkomst zal gelden voor de verhouding tussen de verantwoordelijke voor de persoonsgegevens en de partij die de persoonsgegevens voor hem verwerkt. Het is belangrijk dat u controleert of de bestaande overeenkomst(en) toereikend zijn en voldoen aan de vereisten van de AVG.

Betrek uw gehele organisatie

Het aanpassen van uw organisatie voor de AVG kost tijd en mankracht. Het doorvoeren van de maatregelen is niet eenvoudig, zeker als u hier nog niet mee begonnen bent. Het is belangrijk dat de gehele organisatie op de hoogte is van de aanstaande veranderingen op privacygebied. Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van de regels van de AVG en informeer alle relevante afdelingen. Hiermee creëert u rust binnen uw organisatie en voorkomt u mogelijke sancties in de toekomst.

(Bron: ABAB)

Kan de hoogte van partneralimentatie tussentijds aangepast worden?

De hoogte van partneralimentatie kan veranderd worden als er sprake is van een ‘wijziging van omstandigheden’. Wanneer spreken we over een ‘wijziging van omstandigheden’ die ons voldoende gronden geeft om een herziening van de hoogte van de partneralimentatie aan te vragen?

Een ‘wijziging van omstandigheden’ kan betrekking hebben op vermindering van financiële draagkracht door de betalende partij, met als gevolg een verlaging van de partneralimentatie.
Een vermindering van financiële draagkracht kan veroorzaakt worden door:

  • ontslag, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid;
  • nieuwe baan met lager salaris;
  • samenwonen of hertrouwen;
  • hogere woonkosten door (noodzakelijke) verhuizing.

Naast een mogelijke wijziging van omstandigheden blijven zich in de jurisprudentie strengere toetsingskaders voor de alimentatie-ontvanger ontwikkelen voor partneralimentatie. Hieronder lichten wij een tweetal kaders kort toe.

Behoefte

De behoefte aan partneralimentatie wordt mede gerelateerd aan de welstand tijdens het huwelijk. Bij de bepaling van de hoogte van deze behoefte dient rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden. De behoefte dient voldoende te worden onderbouwd door de ontvanger, anders wordt de behoefte vastgesteld op bijstandsniveau. Inzichtelijk moet worden gemaakt wat de inkomsten tijdens de laatste jaren van het huwelijk zijn geweest alsmede het uitgavenpatroon van de ontvanger.

Verdiencapaciteit

Daarnaast worden er ook steeds strengere eisen gesteld aan de rustende inspanningsverplichting die van de ontvanger verwacht mag worden. Dit houdt in dat de ontvanger  zich steeds actiever moet opstellen om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Zeker naarmate de echtscheiding meer in het verleden ligt. In deze situatie mag er verwacht worden dat het uitgavenpatroon van de ontvanger aangepast zal zijn aan zijn/haar huidige inkomsten. De verbondenheid met het huwelijk is door de verstreken tijd na einde huwelijk verbleekt, waardoor de behoefte van de man/vrouw naar het oordeel van de rechtbank niet langer gerelateerd dient te worden aan de welstand tijdens het huwelijk. Maar aan de mate van welstand waarin de ontvanger de laatste jaren gewend is.

Conclusie:

Indien het inkomen of kosten van uw levensonderhoud van u als alimentatiebetaler ingrijpend is gewijzigd, en zeker indien het einde van het huwelijk langere tijd geleden is, kan het interessant zijn om na te gaan of op grond van de veranderde verdiencapaciteit dan wel de behoefte van uw ex-partner aanpassing van de hoogte en/of de duur van de partneralimentatie mogelijk is. Wij kunnen dit voor u nagaan. Uiteindelijk zal hiertoe door een advocaat een verzoek moeten worden ingediend bij de rechtbank. Door de veranderende jurisprudentie zijn de kansen op aanpassing wel vergroot.

(Bron: AcconAVM)

Volledig overzicht afdoende bij inzage van persoonsgegevens

Alle partijen en organisaties die over persoonsgegevens beschikken, kunnen te maken krijgen met een verzoek om ook inzage in deze persoonsgegevens te geven. Volgens de wet heeft een persoon over wie de gegevens gaan het recht om zijn gegevens in te zien. Een organisatie mag als gegevensverantwoordelijke echter weigeren om mee te gaan in aanvullende verzoeken.

Volgens artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) heeft de degene wiens persoonsgegevens verwerkt worden het recht om aan de verwerker van zijn persoonsgegevens het verzoek tot inzage van zijn persoonsgegevens te doen. Ook onder de Algemene verordening persoonsgegevens (AVG) die vanaf 25 mei 2018 in Nederland de Wbp vervangt, blijft dit recht bestaan (art. 15 AVG). Toch hangt het af van de omstandigheden of inzage moet worden verleend in (een afschrift van) het stuk waarin een persoonsgegeven is opgenomen. Dat bleek in een zaak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Recht op inzage van persoonsgegevens

In deze zaak had een persoon een zakelijke relatie met een bank. De bank kwam erachter dat de persoon banden had in het criminele circuit en wekelijks contante geldstortingen deed via de bankrekening. De bank besloot daarom om de relatie te beëindigen. De persoon maakte gebruik van zijn recht op inzage en verzocht de bank een overzicht en afschrift te verschaffen van al zijn verwerkte persoonsgegevens. Ook vroeg de persoon om een overzicht van iedereen die zijn persoonsgegevens had ontvangen en de herkomst van deze gegevens.

Volledig overzicht verplicht, kopieën van stukken niet

De bank in kwestie verstrekte het wettelijk verplichte ‘volledige overzicht’. Volgens de Wbp (en de AVG) moet een gegevensverantwoordelijke minimaal ‘een volledig overzicht verstrekken’ waarmee een persoon kan controleren of zijn persoonsgegevens verwerkt zijn en of de verwerkte gegevens juist zijn. Het inzien van stukken waarin de persoonsgegevens zijn opgenomen, valt niet onder het recht van inzage en is dus niet verplicht voor een organisatie. De AVG stelt straks geen eisen aan de manier waarop een organisatie inzage moet gegeven. De verordening schrijft wel voor dat de verantwoordelijke organisatie de verzoeker een kopie verstrekt van de persoonsgegevens zélf die worden verwerkt. Een organisatie mag het overzicht ook elektronisch delen.

Organisatie mag verzoek tot verdere inzage weigeren

De persoon vond de aangeleverde informatie niet voldoende. Hij wilde dat de bank hem naast het overzicht ook kopieën zou verstrekken van alle stukken die persoonsgegevens van hem bevatten, inclusief e-mails. Bovendien wilde hij de gegevens ontvangen waaruit de link met het criminele milieu bleek. De bank weigerde het verzoek, zij was van mening dat zij alle gegevens had aangeleverd die zij volgens de wet moest aanleveren. Het hof gaf de bank gelijk.

Definitie, algemeen verzoek, misbruik bevoegdheid

Op basis van de Europese richtlijn 95 /46/EG uit 1995, vond de rechter dat niet elk digitaal gegeven of bestand waarin persoonsgegevens voorkomen gekwalificeerd kan worden als ‘persoonsgegeven’. Verder verweet de rechter de persoon dat hij een te algemeen verzoek (‘fishing expedition’) had gedaan. Ook vond de rechter dat de persoon misbruik van zijn bevoegdheid had gemaakt omdat zijn opmerkingen over de aangeleverde informatie  niet voldoende concreet waren. De persoon mocht niet verwachten dat zij alle documenten zou ophoesten, omdat dit te omvangrijk en te kostbaar zou worden.

(Bron: Rendement)

Wel of geen reclamebelasting betalen?

Gemeentes hebben de mogelijkheid reclamebelasting in te voeren. Dit mag ten aanzien van openbare aankondigingen die te zien zijn vanaf de openbare weg. Daarbij mag een gemeente niet positief discrimineren en bepaalde vormen van reclame, bijvoorbeeld culturele reclame-uitingen, willekeurig van belastingheffing uitsluiten.

Culturele reclame onbelast

In een zaak die onlangs speelde voor het gerechtshof in Amsterdam, kwam de vraag aan de orde of culturele reclame-uitingen zonder nadere redengeving kunnen worden uitgesloten van de belastingheffing. De rechters vonden van niet, omdat er geen ‘objectieve en redelijke rechtvaardiging’ is voor het gemaakte onderscheid ten opzichte van andere reclame-uitingen.

Let op! Als een gemeente bepaalde reclame-uitingen niet in de heffing wil betrekken, moet dit via een vrijstelling in de verordening worden geregeld. Dan moet er hiervoor wel een objectieve en redelijke rechtvaardiging zijn.

Geen reclamebelasting betalen

Nu culturele reclame-uitingen in deze zaak niet in de verordening waren vrijgesteld, was er sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. Daarom hoefde ook een ondernemer die reclame maakte voor niet-culturele producten, de reclamebelasting niet te betalen.

Maatschappelijke wenselijkheid?

De gemeente stelde nog dat het uitsluiten van culturele reclame-uitingen gebaseerd was op de maatschappelijke wenselijkheid ervan, maar volgens de rechters kon dit niet als objectieve en redelijke rechtvaardiging worden gezien.

(Bron: HLB)

Alimentatie omhoog per 1 januari 2018

Betaalt u alimentatie? Dan moet u wellicht rekening houden met een verhoging. Jaarlijks worden de alimentatiebedragen namelijk aangepast. Per 1 januari 2018 gaan bestaande, vastgestelde of gewijzigde alimentaties met 1,5% omhoog.

Jaarlijkse aanpassingen

Omdat elk jaar de lonen veranderen, worden ook elk jaar de alimentatiebedragen aangepast. Dit heet indexering. Voor 2018 geldt een verhoging van 1,5%.

Stel dat de alimentatie die u betaalt in 2014 is vastgesteld op € 300 per maand. Dit alimentatiebedrag gaat vervolgens ieder jaar omhoog. Per 1 januari 2015 was dit met 0,8%, voor 2016 met 1,3% en voor 2017 met 2,1%. In 2018 komt daar 1,5% bij. In schema ziet dit er als volgt uit:

Jaar Percentage  Alimentatiebedrag per maand
 2014  € 300,00
 2015  0,8%  € 302,40
 2016  1,3%  € 306,33
 2017  2,1%  € 312,76
 2018  1,5%  € 317,45

Uitsluiting

De jaarlijkse verhoging van de alimentatiebedragen geldt automatisch. Dat kan bezwaarlijk zijn als u bijvoorbeeld moet leven van een vast inkomen dat niet meegaat met de loonstijgingen. Daarom kunt u samen met uw ex-partner afwijken van de automatische stijging van de alimentatie. Zo kunt u met uw ex-partner afspreken dat de jaarlijkse verhoging niet geldt, dat de verhoging enkel voor een bepaalde periode niet geldt of dat u gezamenlijk kiest voor een andere vorm van automatische aanpassing. In alle gevallen moet dan wel schriftelijk (bij overeenkomst) worden vastgelegd dat de wettelijke indexering wordt uitgesloten. Komt u er gezamenlijk niet uit dan kunt u dit ook aan de rechter vragen.

Let op!Op de automatische jaarlijkse verhoging van de alimentatiebedragen bestaat nog een uitzondering. De wettelijke indexering geldt niet als de alimentatie vóór 1 januari 1973 is vastgesteld en er toen afspraken zijn gemaakt over de verhoging van de alimentatie. In dat geval geldt wat de rechter toen heeft vastgesteld, of wat u samen met elkaar destijds in een overeenkomst heeft afgesproken.

(Bron: HLB)