All posts in Nieuws voor het MKB(BV), juridisch, ondernemingsrecht (exclusief jaarrekeningrecht)

Voorkom faillissement met Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)

Categories: Nieuws, Nieuws voor het MKB (BV), Nieuws voor het MKB(BV), juridisch, ondernemingsrecht (exclusief jaarrekeningrecht)
Reacties uitgeschakeld voor Voorkom faillissement met Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)

Veel ondernemers worden financieel geraakt door huidige onzekerheid in de economie en de maatregelen vanuit de overheid om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Helaas blijken de steunmaatregelen lang niet altijd toereikend voor ondernemers om aan alle financiële verplichtingen te blijven voldoen. Voor ondernemers in zwaar financieel weer, is er sinds 1 januari 2021 een interessante wet in werking getreden: de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Deze maakt het mogelijk een faillissement te voorkomen door tot een akkoord te komen met een gedeelte van de schuldeisers. In deze column vertellen wij u meer over de wijzigingen die de WHOA met zich meebrengt en de werkwijze van de WHOA.

Geen akkoord van alle schuldeisers nodig door WHOA

Tot 1 januari 2021 kon een ondernemer die in financieel zwaar weer verkeerde slechts een akkoord bereiken met zijn schuldeisers als alle schuldeisers het hierover eens waren. Hiermee had iedere schuldeiser feitelijk een prikkel om instemming te weigeren om mogelijk een betere positie voor zichzelf te creëren. Indien één schuldeiser dwars ging liggen, kon dit al leiden tot een faillissement.

Sinds de invoering van de WHOA per 1 januari 2021 is dit niet meer het geval en kan ook een bindend akkoord worden gesloten zonder dat alle schuldeisers hun goedkeuring hebben gegeven. Ondernemers met toekomstperspectief hebben hiermee een instrument in handen om een faillissement te voorkomen. De verwachting is dat dit beter is voor zowel werknemers, de ondernemer zelf en de schuldeisers. Overigens biedt de WHOA ook de mogelijkheid om gecontroleerd te stoppen met ondernemen.

Lastige werkwijze voor Wet homologatie onderhands akkoord

De praktische uitvoering van de WHOA kent de nodige voorwaarden en luistert zeer nauw. Bovendien is het maatwerk. Laat u daarom goed informeren alvorens u start. Hieronder beschrijven wij de werkwijze van de WHOA in een notendop.

Feitelijk kan een ondernemer zelf een WHOA-traject starten door een verklaring te deponeren bij de rechtbank en in overleg te treden met de schuldeisers. De uit het overleg voortvloeiende afspraken worden vastgelegd in een conceptakkoord. In het conceptakkoord worden schuldeisers ingedeeld in verschillende klassen (o.b.v. rangorde). Het conceptakkoord wordt vervolgens per klasse in stemming gebracht bij de schuldeisers.

Na de stemming dient een advocaat het homologatieverzoek in bij de rechtbank. Schuldeisers kunnen tot aan de dag van de zitting bij de rechtbank een verzoek indienen tot afwijzing van het homologatieverzoek. De rechtbank toetst vervolgens of is voldaan aan de voorwaarden. Is dit het geval, dan zal de rechtbank het akkoord bevestigen. Na bevestiging door de rechtbank is het akkoord bindend voor alle schuldeisers. Ook schuldeisers die tegen het akkoord hebben gestemd moeten zich hier aan houden, zelfs als dit leidt tot (gedeeltelijke) oninbaarheid van hun vorderingen.

(Bron: DRV)

De STAK – ontwikkelingen rondom de Stichting Administratiekantoor

Categories: Nieuws, Nieuws voor het MKB (BV), Nieuws voor het MKB(BV), juridisch, ondernemingsrecht (exclusief jaarrekeningrecht)
Reacties uitgeschakeld voor De STAK – ontwikkelingen rondom de Stichting Administratiekantoor

Wat is een STAK?

Een STAK is een instrument voor het administreren van aandelen. De STAK houdt daarbij de aandelen (van bijvoorbeeld een B.V.) voor de certificaathouders. De zeggenschap op de aandelen (en het juridische eigendom) rust bij de STAK en de waarde (het economische eigendom), vooral het recht op (dividend-) uitkeringen, komt toe aan de certificaathouders.

Bovenal is de STAK als rechtsvorm een stichting. Zij heet immers STAK, omdat het een STichting AdministratieKantoor betreft. Naast de administratievoorwaarden is de STAK daarmee gebonden aan de statuten en aan de wetgeving die geldt voor stichtingen. Dit geldt ook voor de bij de stichting betrokken personen, zoals de bestuurders en de certificaathouders.

In de wetgeving voor stichtingen zijn recent wijzigingen doorgevoerd. En er staan nog meer wijzigingen op stapel. In dit perspectief komen de wijzigingen aan de orde en leggen wij de betekenis daarvan voor de STAK uit.

Ubo-register

Sinds september 2020 kent Nederland een ubo-register. Ook stichtingen dienen hun ubo’s in dit register in te schrijven. Voor stichtingen die nu worden opgericht, geldt de inschrijfplicht direct. Stichtingen die op 26 september 2020 al bestonden hebben tot 27 maart 2022 de tijd.

Omdat de STAK een stichting is, geldt de inschrijfplicht ook daarvoor. Meestal zijn de certificaathouders geen ubo van de STAK. De waarde van de aandelen wordt namelijk direct toegerekend aan de certificaathouders, inclusief de uitkeringen op deze aandelen. Zij hebben daarom geen aanspraken jegens de STAK, aangezien die feitelijk alleen “doorgeefluik” is. Mogelijk kwalificeren de certificaathouders wel als ubo van de vennootschap waarvan de aandelen zijn gecertificeerd.

Veelal zullen de bestuurders van de STAK als pseudo-ubo moeten worden ingeschreven. Soms zijn de certificaathouders wel ubo, bijvoorbeeld via zeggenschap in de STAK. Een goede beoordeling is dus van belang. Zie voor meer informatie over het ubo-register ook de brochure van BDO.

Uitkeringenregister

Gelijktijdig met het ubo-register heeft de wetgever het uitkeringenregister ingevoerd. In dit interne register moeten stichtingen alle uitkeringen ten laste van hun vermogen opnemen, inclusief de gegevens van de ontvanger.

Dit register heeft voor de STAK weinig betekenis. Zoals gezegd, de waarde van de aandelen wordt direct toegerekend aan de certificaathouders. Hierdoor komen uitkeringen op de aandelen niet ten laste van het vermogen van de STAK. Aangezien een STAK verder geen vermogen zal hebben, zijn ook andere uitkeringen niet aan de orde.

Echter, de STAK heeft wel een algemene wettelijke administratieplicht. Daarom is het toch raadzaam om alle uitkeringen vast te leggen. Als juridische eigenaar betaalt de STAK namelijk formeel de uitkeringen op de aandelen door aan de certificaathouders.

Bestuur en toezicht

Op 1 juli aanstaande treedt de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen in werking. Zoals de titel al aangeeft, bevat de wet bepalingen inzake bestuur en toezicht voor onder andere stichtingen. Een deel van de bepalingen is voor een STAK niet relevant. Zo kent een STAK (vrijwel) nooit een raad van commissarissen of een andere vorm van toezicht.

Wel van belang zijn de volgende bepalingen:

  • tegenstrijdig belang: een bestuurder die bij een bestuursbesluit een eigen belang heeft, mag niet aan de besluitvorming daarover deelnemen;.
  • ontstentenis en belet: welke regels gelden als een bestuurder of commissaris tijdelijk (belet) of blijvend (ontstentenis) zijn taken niet kan uitvoeren?
  • doorslaggevend stemrecht: een bestuurder mag bij de besluitvorming in het bestuur niet meer stemmen hebben dan de andere bestuurders gezamenlijk.

Voor deze onderdelen is in ieder geval (op termijn) een statutenwijziging nodig.

Donatieregister

Eind 2020 is het Wetsvoorstel transparantie maatschappelijke organisaties bij de Tweede Kamer ingediend. Het doel is het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering. Op hoofdlijnen omvat het wetsvoorstel twee onderwerpen. Het eerste betreft het intern vastleggen van donaties die van buiten de Europese Unie worden ontvangen. Omdat een STAK sowieso geen donaties ontvangt, laten wij dit onderwerp rusten.

Publicatie jaarstukken

Het tweede onderwerp is een publicatieplicht van jaarstukken. Treedt genoemd wetsvoorstel in werking, dan zal iedere stichting voortaan jaarlijks binnen tien maanden na afloop van een boekjaar haar jaarstukken (jaarrekening) moeten deponeren in het handelsregister. Dat geldt dus ook voor de STAK. Aan de jaarstukken worden geen nieuwe inhoudelijke eisen gesteld. Daarnaast zijn de stukken – anders dan bijvoorbeeld een jaarrekening van een B.V. – niet algemeen openbaar. Alleen bepaalde overheidsinstanties hebben inzage.

Waarschijnlijk gaat de publicatieplicht, afhankelijk van het wetgevingsproces, voor het eerst gelden voor boekjaar 2022.

(Bron: BDO)

Zoals je ongetwijfeld mee gekregen hebt moet tegenwoordig van iedere onderneming, stichting, vereniging etc (met een paar uitzonderingen zoals eenmanszaken) de zogenaamde UBO (Ultimate Beneficial Owner: uiteindelijk belanghebbende) worden ingeschreven. Dit is een gevolg van een Europese regeling die voor alle landen inmiddels geldt. Nederland behoort tot de achterhoede waar het gaat om het invoeren van deze regeling.

Wie is een UBO?

De UBO is iemand die bijvoorbeeld meer dan 25% stemrecht heeft in de Algemene Vergadering van aandeelhouders of t.a.v. een statutenwijziging. Het voert te ver om hier alle criteria te vermelden, maar op kvk.nl kun je precies lezen wie van welke onderneming een UBO is. Uiteindelijk is er van iedere onderneming een UBO. Want als er door de wettelijke regels geen UBO naar boven komt, dan is de hoger leidinggevende (de directeur) de UBO. Deze wordt dan in de volksmond ook wel pseudo-UBO genoemd. Voor iedere onderneming, stichting en vereniging is er dus uiteindelijk een UBO.

Welke gegevens zijn te raadplegen?

De naam van UBO is vervolgens voor iedereen te raadplegen. Ook is te raadplegen hoe groot iemands belang is en wat voor een soort belang die persoon dan heeft. Behalve geboortejaar en -plaats zijn vervolgens ook nog nationaliteit en woonstaat te raadplegen. De andere gegevens die opgegeven moeten worden (zoals bijvoorbeeld je BSN) zijn alleen voor een paar instanties, zoals de FIOD, te raadplegen. Het is in bepaalde situaties mogelijk om de meeste gegevens te laten afschermen, maar dat zal echt een uitzondering zijn (bijv. als er risico op ontvoering of afpersing is).

Hoe schrijf ik de UBO in?

Je bent als ondernemer zelf verantwoordelijk voor het inschrijven van de UBO. Je kunt dit doen door het digitale stappenplan te volgen op kvk.nl. Alternatief is om het formulier dat hier speciaal voor ontworpen is (formuliernr. 30, 31, 32 of 33  – afhankelijk van het soort onderneming of inschrijving dat je hebt) te downloaden en in te vullen. Daarna moet dit formulier naar de Kamer van Koophandel worden gebracht. Naast deze opgave moet je ook bewijs aanleveren bij de Kamer van Koophandel waaruit dan blijkt dat je de UBO bent. Een voorbeeld van deze opgave is een (gewaarmerkt) kopie van het aandeelhoudersregister of een firma-akte. Met name deze opgave zal lastig zijn om uit te zoeken.

Tot wanneer kan ik de UBO inschrijven?

De wetgever heeft bepaald dat vanaf 27 september 2020 gerekend (de invoeringsdatum) je 18 maanden de tijd hebt om je UBO in te schrijven. Dat betekent dus dat je voor 27 maart 2022 de UBO moet hebben ingeschreven. Er schijnen nu brieven door de Kamer van Koophandel verzonden te worden waarin staat dat je binnen 6 weken de UBO moet hebben ingeschreven, maar dat is dus pertinent niet waar.

(Bron: Alfa)

Zoals je ongetwijfeld mee gekregen hebt moet tegenwoordig van iedere onderneming, stichting, vereniging etc (met een paar uitzonderingen zoals eenmanszaken) de zogenaamde UBO (Ultimate Beneficial Owner: uiteindelijk belanghebbende) worden ingeschreven. Dit is een gevolg van een Europese regeling die voor alle landen inmiddels geldt. Nederland behoort tot de achterhoede waar het gaat om het invoeren van deze regeling.

Wie is een UBO?

De UBO is iemand die bijvoorbeeld meer dan 25% stemrecht heeft in de Algemene Vergadering van aandeelhouders of t.a.v. een statutenwijziging. Het voert te ver om hier alle criteria te vermelden, maar op kvk.nl kun je precies lezen wie van welke onderneming een UBO is. Uiteindelijk is er van iedere onderneming een UBO. Want als er door de wettelijke regels geen UBO naar boven komt, dan is de hoger leidinggevende (de directeur) de UBO. Deze wordt dan in de volksmond ook wel pseudo-UBO genoemd. Voor iedere onderneming, stichting en vereniging is er dus uiteindelijk een UBO.

Welke gegevens zijn te raadplegen?

De naam van UBO is vervolgens voor iedereen te raadplegen. Ook is te raadplegen hoe groot iemands belang is en wat voor een soort belang die persoon dan heeft. Behalve geboortejaar en -plaats zijn vervolgens ook nog nationaliteit en woonstaat te raadplegen. De andere gegevens die opgegeven moeten worden (zoals bijvoorbeeld je BSN) zijn alleen voor een paar instanties, zoals de FIOD, te raadplegen. Het is in bepaalde situaties mogelijk om de meeste gegevens te laten afschermen, maar dat zal echt een uitzondering zijn (bijv. als er risico op ontvoering of afpersing is).

Hoe schrijf ik de UBO in?

Je bent als ondernemer zelf verantwoordelijk voor het inschrijven van de UBO. Je kunt dit doen door het digitale stappenplan te volgen op kvk.nl. Alternatief is om het formulier dat hier speciaal voor ontworpen is (formuliernr. 30, 31, 32 of 33  – afhankelijk van het soort onderneming of inschrijving dat je hebt) te downloaden en in te vullen. Daarna moet dit formulier naar de Kamer van Koophandel worden gebracht. Naast deze opgave moet je ook bewijs aanleveren bij de Kamer van Koophandel waaruit dan blijkt dat je de UBO bent. Een voorbeeld van deze opgave is een (gewaarmerkt) kopie van het aandeelhoudersregister of een firma-akte. Met name deze opgave zal lastig zijn om uit te zoeken.

Tot wanneer kan ik de UBO inschrijven?

De wetgever heeft bepaald dat vanaf 27 september 2020 gerekend (de invoeringsdatum) je 18 maanden de tijd hebt om je UBO in te schrijven. Dat betekent dus dat je voor 27 maart 2022 de UBO moet hebben ingeschreven. Er schijnen nu brieven door de Kamer van Koophandel verzonden te worden waarin staat dat je binnen 6 weken de UBO moet hebben ingeschreven, maar dat is dus pertinent niet waar.

(Bron: Alfa)

Wanneer een onderneming in financiële problemen verkeert en de schuldenlast (te) hoog is, heeft de onderneming de mogelijkheid een akkoord aan te bieden aan haar schuldeisers. Dit akkoord bevat veelal het aanbod aan de schuldeisers tot betaling van een percentage van hun vordering. Het restant van de vordering wordt kwijtgescholden. Met een dergelijk crediteurenakkoord wordt getracht een faillissement te voorkomen.

Onder de huidige wetgeving loopt de onderneming bij het aanbieden van een crediteurenakkoord vaak tegen een probleem aan. Alle schuldeisers aan wie een dergelijk akkoord wordt aangeboden, moeten met het akkoord instemmen. Indien één schuldeiser medewerking aan het akkoord weigert, wordt het akkoord veelal niet aangenomen met alsnog het faillissement van de onderneming tot gevolg.

De WHOA

Door invoering van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord ter voorkoming van faillissement (de WHOA) wordt hierin verandering gebracht. Dit wetsvoorstel is op 26 mei jl. door de Tweede Kamer aangenomen. Indien het voorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen, wordt dit wetsvoorstel opgenomen in de faillissementswet.

Het wetsvoorstel heeft tot gevolg dat een crediteurenakkoord ook buiten faillissement door de Rechtbank kan worden goedgekeurd (homologatie). Hierdoor wordt het akkoord verbindend en zal dus gelden voor alle schuldeisers. De Rechtbank heeft derhalve de mogelijkheid een schuldeiser te dwingen in te stemmen met het akkoord.

Enkele voorwaarden voor het akkoord

Aan het aanbieden van een crediteurenakkoord zijn wel een aantal voorwaarden verbonden waaraan voldaan dient te worden alvorens de Rechtbank het akkoord zal goedkeuren of een dwangakkoord zal opleggen. Hieronder een aantal (niet limitatieve) voorwaarden:

  • Het akkoord moet door een ruime meerderheid van de schuldeisers en/of aandeelhouders worden ondersteund;
  • De onderneming die het akkoord aanbiedt moet rendabele bedrijfsactiviteiten hebben;
  • Het akkoord moet redelijk zijn: de schuldeisers en/of aandeelhouders mogen niet in een wezenlijk slechtere positie komen dan zij zouden hebben in geval van faillissement;
  • Het akkoord moet noodzakelijk en toereikend zijn om een faillissement van de onderneming te voorkomen.

Verzoek tot aanbieden akkoord door schuldeiser

Daarnaast kan ook een schuldeiser aansturen op een crediteurenakkoord. Een schuldeiser kan hiertoe een verzoek doen aan de onderneming in financiële problemen. Indien de onderneming geen gehoor geeft aan dit verzoek, kan de schuldeiser zich wenden tot de Rechtbank. De Rechtbank kan vervolgens een deskundige aanwijzen die namens de onderneming een akkoord kan aanbieden.

Voordeel bij reorganisatie

Wanneer een onderneming in financiële problemen verkeert, kan het aanbieden van een crediteurenakkoord bijdragen aan de mogelijkheden tot reorganisatie/herstructurering. Doordat de onderneming na betaling van het aangeboden bedrag aan de schuldeisers in beginsel veelal vrij is van schulden, kan het dienen als hulpmiddel bij de voortzetting van de onderneming in afgeslankte en/of aangepaste vorm. Het aanbieden van een crediteurenakkoord zal daarom in voorkomende gevallen onderdeel kunnen zijn van turnaround management of een financiële herstructurering.

Bijkomende voordelen

De onderneming die een crediteurenakkoord heeft aangeboden kan de Rechtbank verzoeken om een zogenoemde afkoelingsperiode in te voeren. Tijdens de afkoelingsperiode kunnen de schuldeisers zonder machtiging van de Rechtbank zich niet verhalen op goederen van de onderneming. Dit betekent dat zelfs de bank haar vordering niet mag verrekenen met het banksaldo van de onderneming.

De onderneming wiens faillissement reeds is aangevraagd, kan de faillissementsprocedure schorsen door alsnog een crediteurenakkoord aan te bieden. Het akkoord dient uiteraard wel aan te voorwaarden te voldoen.

Conclusie

Door invoering van de WHOA worden aan de onderneming in zwaar weer meer mogelijkheden geboden om een faillissement te voorkomen. De WHOA heeft is daarom zeker van toegevoegde waarde. Gezien de vereisten die gesteld worden aan het aanbieden van het crediteurenakkoord is het wel van belang dat een dergelijk akkoord goed wordt voorbereid en onderbouwd.

(Bron: HLB)

Op 23 juni 2020 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel om het UBO-register in te voeren aangenomen. Voor in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten geldt straks de verplichting tot het hebben, bijhouden en centraal registreren van informatie over de uiteindelijk belanghebbenden (“ultimate beneficial owners”, afgekort UBO’s). Door het besluit over de invoering worden de Handelsregisterwet 2007, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en enkele andere wetten gewijzigd. Zo wordt in de Wwft een terugmeldplicht opgenomen.

Wat is een UBO ? 

Een UBO is een natuurlijk persoon die de uiteindelijke eigenaar is van, of zeggenschap heeft over, een juridische entiteit. Daaronder wordt bijvoorbeeld verstaan een persoon die:

1.    (in)direct meer dan 25% van de aandelen of stemrechten heeft; en/of
2.    meer dan 25% van het economisch belang houdt; en/of
3.    feitelijke zeggenschap over die entiteit uitoefent.

Op grond van elke categorie moet worden vastgesteld wie als UBO kwalificeert. Een entiteit kan dus meerdere UBO’s hebben.

Waarom een UBO-register? 

In het UBO-register moeten vennootschappen en andere juridische entiteiten zelf informatie over hun UBO’s bijhouden. Hierdoor wordt transparanter wie de uiteindelijke belanghebbenden zijn bij in Nederland opgerichte organisaties. Het register draagt hierdoor bij aan het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwaspraktijken en terrorismefinanciering. De Kamer van Koophandel zal het UBO-register beheren.

Wanneer wordt het UBO-register ingevoerd? 

De precieze invoeringsdatum van het register is nog niet bekend. Op basis van de Vijfde antiwitwasrichtlijn moest het UBO-register eigenlijk uiterlijk 10 januari 2020 zijn ingevoerd. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel om het UBO-register te implementeren echter pas op 23 juni 2020 aangenomen. 

Wat verandert er mogelijk voor uw organisatie?

Door de invoering van het UBO-register gaat ook voor uw organisatie mogelijk het nodige veranderen. Is uw organisatie een bestaande juridische entiteit? Dan hoeft u na inwerkingtreding van de nieuwe regeling nog niet meteen uw UBO’s te registreren. Er is een overgangsperiode van 18 maanden. Het is wel belangrijk vóór het verstrijken van deze overgangsperiode tot registratie over te gaan.

Voor wie geldt de registratieplicht?

De UBO-registratieplicht geldt voor de volgende organisaties:

  • (niet-beursgenoteerde) B.V.’s en N.V.’s;
  • overige rechtspersonen: stichtingen, verenigingen met volledige rechtspersoonlijkheid, onderlinge waarborgmaatschappijen en coöperaties;
  • verenigingen zonder volledige rechtspersoonlijkheid met een onderneming;
  • personenvennootschappen: maatschappen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen;
  • rederijen;
  • Europese naamloze vennootschappen (SEs);
  • Europese coöperatieve vennootschappen (SCEs);
  • Europees economisch samenwerkingsverbanden;
  • kerkgenootschappen.

Voor wie geldt de registratieplicht niet?

De volgende organisaties hebben géén registratieplicht:

  • beursgenoteerde vennootschappen (ook een 100% dochtervennootschap van een van binnen de EU/EER gereguleerde beursgenoteerde vennootschap hoeft geen UBO te registreren);
  • verenigingen zonder volledige rechtspersoonlijkheid die géén onderneming drijven;
  • eenmanszaken;
  • publiekrechtelijke rechtspersonen;
  • verenigingen van eigenaren;
  • enkele historische rechtspersonen (zoals hofjes, boermarken, fundaties en gilden).

Wat als er geen UBO’s zijn?

Zijn er geen UBO’s aan te wijzen op grond van voormelde criteria? Dan dient een zogenaamde “pseudo-UBO” in het UBO-register te worden ingeschreven. Een pseudo-UBO is de persoon die het dagelijks beleid van de entiteit bepaalt (hoger leidinggevend personeel). Dat kan bijvoorbeeld een statutair bestuurder of een vennoot van een personenvennootschap (niet zijnde een commanditaire vennoot) zijn. Er kunnen ook meerdere pseudo-UBO’s zijn. Bijvoorbeeld het voltallige bestuur.

Is de echtgenoot van een UBO zelf ook een UBO als zij in gemeenschap van goederen zijn getrouwd?

Valt het aandelenbezit in de huwelijksgoederengemeenschap? Dan is de echtgeno(o)t(e)/partner van een UBO medegerechtigd tot die aandelen. Ondanks deze medegerechtigdheid heeft hij/zij in de praktijk vaak geen zeggenschapsrechten. Deze Implementatiewet beoogt niet om de in gemeenschap van goederen gehuwde echtgeno(o)t(e)/partner enkel om die reden ook als UBO te kwalificeren, naast zijn of haar echtgeno(o)t(e)/partner die alle aandelen in het kapitaal van de vennootschap houdt. In het geval van een in gemeenschap van goederen gehuwde partner, volstaat de UBO-registratie van alleen de aandeelhouder met meer dan 25% van de aandelen in het kapitaal van de vennootschap, die als zodanig bekend is bij de vennootschap.
Vergoedingsrechten op grond van het huwelijksvermogensrecht leiden er niet toe dat de echtgeno(o)t(e)/partner enkel op die grond als UBO moet worden aangemerkt.

Welke gegevens van de UBO worden in het register opgenomen? 

a.    Het Burgerservicenummer (BSN) of fiscaal identiteitsnummer, naam, geboortedatum (dag, maand en jaar), geboorteplaats en geboorteland, woonstaat, nationaliteit en woonadres.
b.    De aard en omvang van het belang van de UBO, aangeduid in de volgende categorieën:
(i)    meer dan 25% tot 50%;
(ii)    meer dan 50% tot 75%; of
(iii)    meer dan 75%.

Een gedeelte  van deze persoonlijke informatie is openbaar toegankelijk; een gedeelte  is alleen toegankelijk voor bevoegde instanties en Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU-Nederland).

Wat valt onder “openbare gegevens”? 

Openbare gegevens zijn: naam, geboortemaand en -jaar, woonstaat, nationaliteit en aard en omvang van het belang. In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk afscherming te vragen van bepaalde gegevens (naam, geboortemaand en -jaar, woonstaat en nationaliteit). Dit gebeurt dan ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Bij een dergelijk verzoek tot afscherming controleert de Kamer van Koophandel of een persoon op de centrale of decentrale lijst van beveiligde personen staat. Verwacht een UBO dat de openbaarheid van het register een onevenredig risico met zich meebrengt? Dan kan de UBO zich op voorhand bij de politie of het OM melden. Deze instanties oordelen dan of beveiliging vanuit de overheid noodzakelijk is omdat er sprake is van een dreiging of voorstelbare dreiging. De uitvoering van de beveiliging kan per geval verschillen. De instanties beoordelen bij een verzoek tot beveiliging alle relevante feiten. Bij de beoordeling wordt bovendien bijzondere aandacht geschonken aan het kunnen uitoefenen van de grondrechten, waaronder de vrijheid van godsdienst of levensbeschouwelijke overtuiging.

Wat valt onder “niet openbare gegevens”? 

Niet openbare gegevens zijn: adres, geboortedag en -plaats, geboorteland, BSN of fiscaal identiteitsnummer. Verder is de UBO-documentatie (afschriften van het identiteitsbewijs en de document(en) waaruit de aard en omvang van het economische belang blijkt) niet openbaar. Deze informatie is wel altijd toegankelijk voor bevoegde instanties en FIU-Nederland.

Welke registratieverplichting geldt voor nieuwe entiteiten? 

Nieuwe entiteiten moeten met ingang van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling direct hun (pseudo-)UBO’s opgeven.

Welke registratieverplichting geldt voor bestaande entiteiten?

Bestaande entiteiten moeten binnen 18 maanden na inwerkingtreding van de nieuwe regeling hun UBO’s registreren. Gedurende deze overgangsperiode van 18 maanden gaat de Kamer van Koophandel entiteiten gefaseerd aanschrijven met een verzoek tot registratie in het UBO-register. Vindt een registratie niet na het eerste verzoek plaats? Dan volgt een herinnering.

Wat zijn de sancties bij het overtreden van de UBO-regels?

Heeft u een N.V., B.V. of andere juridische entiteit de UBO na 18 maanden nog niet ingeschreven? Dan verstrekt de KvK de gegevens aan het Bureau Economische Handhaving (BEH). BEH kan nog een herinnering sturen en (vervolgens) handhavend optreden. BEH kan een boete of dwangsom opleggen. De maximale bestuurlijke boete voor het overtreden van de UBO-regels is vastgesteld op € 21.750*.  Er is echter een duaal sanctiestelsel ingericht. Hierbij kan, als herstelsanctie, een last onder dwangsom in combinatie met een bestuurlijke of strafrechtelijke boete opgelegd worden. Doordat bovenop de bestuurlijke boete nog andere sancties kunnen worden opgelegd, kan het te betalen bedrag aanzienlijk hoger komen te liggen dan € 21.750. Met de inrichting van het duale sanctiestelsel is beoogd een zo goed mogelijke naleving van de verstrekking van UBO-informatie te bevorderen.

In extreme gevallen kan het niet voldoen aan de registratieplicht ook worden bestraft met een celstraf. De verwachting is dat de nakoming van de registratieplicht strikt wordt gehandhaafd.

Wat is de meewerkverplichting UBO?

Voor het volledig en juist kunnen inschrijven van de UBO, is de entiteit afhankelijk van haar UBO’s. Op de UBO’s komt daarom een meewerkverplichting te liggen. De UBO’s dienen aan de entiteit alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor een juiste registratie. 
Voor het niet voldoen aan de meewerkverplichting staan dezelfde sancties als voor het niet voldoen aan de registratieplicht door de entiteit.

In de Wwft wordt een terugmeldplicht opgenomen. Wat houdt deze plicht in?

De terugmeldplicht uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) geldt voor alle financiële dienstverleners waarop de Wwft van toepassing is. Een Wwft-instelling  wordt verplicht te melden als er discrepanties bestaan tussen de gegevens van het UBO-register en de gegevens die blijken uit het Wwft-cliëntenonderzoek. 

Wat is het intern uitkeringenregister voor stichtingen?

Een onderbelicht punt van de Implementatiewet is dat voor stichtingen nog meer veranderingen worden doorgevoerd. Naast de invoering van het UBO-register geldt voor het bestuur van stichtingen ook dat zij verplicht worden een intern register bij te houden. In dit register staan:

  • de namen en adressen van alle personen aan wie een uitkering is gedaan die niet meer bedraagt dan 25% van het voor uitkering vatbare bedrag in een boekjaar;
  • de datum en het bedrag van de uitkering. 

(Bron: Flynth)

Bij de meeste Nederlandse rechtspersonen is in de statuten geen voorziening opgenomen voor het elektronisch houden van vergaderingen. Nu als gevolg van de coronamaatregelen fysiek vergaderen met grotere aantallen deelnemers onwenselijk is, levert dat vooral bij rechtspersonen met veel vergadergerechtigden problemen op. Voorbeelden daarvan zijn verenigingen en coöperaties met veel leden. Soms zijn er wel juridische oplossingen te bedenken wanneer een vergadering nodig is. Dat is echter niet altijd het geval.

Noodwet

Daarom is het belangrijk dat het ministerie van Justitie en Veiligheid op 3 april via een nieuwsbericht  bekendmaakte dat er een noodwet wordt voorbereid met het oog op de vergaderplichten bij rechtspersonen. In het bericht staat dat de noodwet het mogelijk zal maken om tijdelijk via elektronische middelen te vergaderen.

Rechtsgeldig

Het bestuur van een vereniging kan straks bepalen om een algemene vergadering te houden die uitsluitend via livestream (audio of video) te volgen is. Daaraan wordt wel de voorwaarde verbonden dat de leden tijdens die vergadering of van tevoren vragen kunnen indienen, die uiterlijk tijdens de vergadering zelf worden beantwoord. Mocht een lid niet optimaal hebben kunnen deelnemen aan zo’n vergadering, dan zijn de genomen besluiten toch rechtsgeldig. In de noodwet zal worden opgenomen dat het bestuur de algemene vergadering en het opmaken van de jaarrekening kan uitstellen.

Alternatieven

Zo lang de noodwet nog niet van kracht is, zal er moeten worden gewerkt met de bestaande statuten. Soms zijn er alternatieven, zoals besluitvorming buiten vergadering en het werken met een stemvolmacht. Het hangt af van de statuten en van allerlei andere omstandigheden of er een geschikte oplossing is. Onze specialisten adviseren u daar graag nader over.

(Bron: Mazars)

Bij een bv kunnen schuldeisers zich niet zomaar verhalen op het privévermogen van een bestuurder. Maar let op: deze bescherming kent wel voorwaarden. Een bv-structuur die de fiscale voordelen maximaal benut én u tegelijkertijd juridisch beschermt is cruciaal.

Ik kan me goed voorstellen dat u als ondernemer denkt: ‘Ik heb een bv, dus is mijn privévermogen veilig. Ik heb het goed geregeld’. Maar wat als dat toch niet het geval blijkt te zijn? Als een klant bij me komt kijk ik met een helicopterview naar de structuur van zijn vennootschappen. Vaak gaat het om een holding met een directeur-grootaandeelhouder en een aantal werkmaatschappijen. Ik bekijk of de onderlinge verhoudingen tussen de vennootschappen goed zijn vastgelegd en gedocumenteerd. Als dat niet het geval is, kan dat – met name in geval van een onverhoopt faillissement – voor problemen zorgen.

Overeenkomsten op papier
Stel: één van uw vennootschappen verhuurt machines of panden of leent geld uit aan u of één van uw andere vennootschappen. Dit zijn rechtshandelingen tussen de vennootschappen onderling of tussen u en één of meer vennootschappen. U bent wettelijk verplicht om al deze rechtshandelingen schriftelijk vast te leggen. Denk bijvoorbeeld aan een managementovereenkomst, een arbeidsovereenkomst, een huurovereenkomst of rekening-courantovereenkomsten. Het komt regelmatig voor dat vennootschappen hun onderlinge verhoudingen zoals rekening-courantverhoudingen of leningen niet hebben vastgelegd in overeenkomsten. In geval van faillissement staat u als ondernemer in de discussie met een curator dan direct met 1-0 achter.

Regelmatige check-up
Niet alleen ontbreken soms overeenkomsten, een bedrijf ontwikkelt zich ook. Voortschrijdend inzicht, nieuwe wetgeving of jurisprudentie leren dat in het verleden gemaakte afspraken soms niet langer in het voordeel van u als ondernemer zijn. Advies is om deze afspraken daarom regelmatig tegen het licht te houden. Een auto moet zodra hij vier jaar oud is ook regelmatig een APK-keuring ondergaan. Zo’n periodieke check-up is voor uw vennootschappen ook heel zinvol. Dit geldt zowel voor een starter als voor door de wol geverfde ondernemers. Deze check kunnen we snel en eenvoudig voor uw vennootschappen uitvoeren en levert vrijwel altijd wat op.

De openbare consultatie van het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen is op 2 december van start gegaan. Een van de maatregelen in dit voorstel is een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000 voor handelaren.

In het plan van de ministers van Financiën en Justitie en Veiligheid voor een gezamenlijke aanpak van witwassen zijn drie maatregelen opgenomen. In de eerste maatregel is een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000 opgenomen. Dit verbod gaat gelden voor handelaren, dit zijn beroeps- of bedrijfsmatige verkopers van goederen. Hierdoor moet het moeilijker worden om geld wit te wassen door dure goederen te kopen.

Makkelijker gegevens uitwisselen

Door de tweede maatregel moeten instellingen zoals banken makkelijker gegevens met elkaar kunnen uitwisselen over verdachte transacties. Deze regel maakt het mogelijk om gezamenlijk transacties te monitoren.
In de derde maatregel is opgenomen dat instellingen, die voldoen aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, informatie met elkaar kunnen uitwisselen als er bij hun cliënten tekenen zijn van integriteitsrisico’s. Zij moeten door deze maatregel altijd onderzoeken of hun cliënt gebruik maakt (of eerder gebruik heeft gemaakt) van de dienstverlening bij andere instellingen. Is dit zo, dan moeten zij nadere informatie opvragen. Zij zijn ook verplicht om deze informatie te verstrekken. Criminelen kunnen hierdoor niet meer ongezien steeds naar andere financiële instellingen stappen om hun financiële handel en wandel te verdoezelen.
Op het plan kan tot en met 13 januari 2020 gereageerd worden.

(Bron: Rendement)

Vanaf 1 augustus 2021 moet het mogelijk zijn online een B.V. op te richten. Dit blijkt uit de Europese Richtlijn digitalisering oprichting en inschrijving van kapitaalvennootschappen. Die is op 11 juli geplaatst in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Vanaf 1 augustus 2021 moet het mogelijk zijn online een B.V. op te richten. Dit blijkt uit de Europese Richtlijn digitalisering oprichting en inschrijving van kapitaalvennootschappen. Die is op 11 juli geplaatst in het Publicatieblad van de Europese Unie. Op grond van de richtlijn moeten lidstaten het mogelijk maken dat bepaalde kapitaalvennootschappen langs digitale weg kunnen worden opgericht. In Nederland gaat het in ieder geval om B.V.’s.

Rol notaris

De notaris heeft ook na inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht een rol bij het oprichten van B.V.’s, omdat voor oprichting van een B.V. een notariële akte nodig is. Deze betrokkenheid van de notaris levert niet alleen een nuttige bijdrage aan de zorgvuldigheid in het handels- en rechtsverkeer, maar ook aan het voorkomen en bestrijden van misbruik van rechtspersonen. Dekker ziet mede door de rol van de notaris dat tegenwoordig fraude beter wordt herkend en gemeld kan worden. Daardoor is fraude ook beter zichtbaar gemaakt. Dit liet minister Dekker begin juli weten als antwoord op Kamervragen.

(Bron: Taxence)