ABRvS wil conclusie van A-G over termijn herziening kinderopvangtoeslag

In de Awir zijn geen uiterste, bindende termijnen opgenomen, waarbinnen voorschotten kinderopvangtoeslag kunnen worden herzien. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in zes zaken over kinderopvangtoeslagen een conclusie gevraagd aan A-G Keus. In alle zaken heeft de Belastingdienst/Toeslagen uitbetaalde voorschotten voor kinderopvangtoeslag meer dan vijf jaar na het verstrekken ervan in het nadeel van de aanvragers herzien of de toeslag definitief lager vastgesteld. De ABRvS wil van de A-G weten of, net als in het belastingrecht, een uiterste termijn is verbonden aan zo’n herziening en definitieve vaststelling. Hem is ook gevraagd om aandacht te besteden aan de verjaringstermijnen en andere vergelijkbare bindende termijnen binnen het algemeen bestuursrecht en het civiele recht. Verder attendeert de ABRvS erop dat de termijn waarbinnen de kinderopvangtoeslag definitief moet zijn vastgesteld, slechts termijnen van orde zijn. De ABRvS vindt uit een oogpunt van rechtszekerheid dat een aanvrager binnen een bepaalde termijn duidelijkheid moet krijgen over zijn aanspraak op een toeslag. De ABRvS zal de zaken op 14 december 2015 op een rechtszitting behandelen. De A-G brengt zijn conclusie uiterlijk zes weken na deze zitting uit. Daarna zal de ABRvS uitspraak doen in deze zaken, die speelden bij de rechtbanken van Den Haag, Rotterdam, Gelderland en Noord-Holland en waarin verschillend werd beslist.

(Bron: FUTD)

Updated: 25 september 2015 — 08:18