Niet alle afspraken gebruikelijkloonregeling in de BV per 2015 opgezegd

In tegenstelling tot wat staat vermeld in de memorie van toelichting bij het Belastingplan 2015, worden niet alle afspraken met inhoudingsplichtigen over de hoogte van het toe te passen loon voor DGA’s per 1 januari 2015 opgezegd. Afspraken waarbij een gebruikelijk loon gelijk aan of lager dan het standaardbedrag is afgesproken, worden niet collectief opgezegd. Dit blijkt uit de nota naar aanleiding van verslag Belastingplan 2015.

De overige afspraken worden nog wel opgezegd. De wettelijk verplichte overgangsregeling zal vervallen. Dat wordt geregeld in de tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2015, die op korte termijn naar de Tweede Kamer zal worden gezonden. Voor afspraken die worden opgezegd mag de inhoudingsplichtige deze afspraak blijven toepassen mits het afgesproken loon wordt verhoogd tot 75/70e van het loon in 2014 en de feiten en omstandigheden gelijk blijven. Een nieuwe afspraak is pas nodig wanneer de inspecteur of de inhoudingsplichtige contact opneemt voor het maken van een nieuwe afspraak of wanneer de geldigheidsduur van de oorspronkelijke afspraak verlopen is.

(Bron: Taxence)g

Verschil in fiscale bijtelling na total loss terecht als bijkomstige schade opgevoerd

De kantonrechter van Rechtbank Amsterdam verklaart voor recht dat de schade van X door het verschil in fiscale bijtelling, na een aanrijding, zolang het leasecontract loopt als toerekenbare vermogensschade wordt beschouwd.

Verzoeker, X, heeft in november 2013 een 5-jarig leasecontract gesloten bij Athlon Car Lease voor een Mitsubishi. Op dat moment gold geen fiscale bijtelling voor de auto. Op 21 februari 2014 vindt er een aanrijding plaats waarbij de Mitsubishi van X verloren gaat. De leasemaatschappij levert op 15 maart 2014 een nieuwe Mitsubishi aan X met dezelfde specificaties. Per 1 januari 2014 zijn de belastingtarieven gewijzigd en geldt vanaf dan een fiscale bijtelling van 7% voor de auto. Dit resulteert in een bijtelling van € 257,71 bruto per maand. Bij de resterende looptijd van het leasecontract is dat en schadepost van € 14 431,98. X wil vergoeding van deze schade en stelt dat het verschil in fiscale bijtelling als toekomstige vermogensschade moet worden aangemerkt. Volgens de verzekeringsmaatschappij komt deze bijtelling niet voor vergoeding in aanmerking. De schade komt voort uit een verandering in de belastingwetgeving. Dat zou een te ver verwijderd causaal verband met de aanrijding opleveren. X en de verzekeringsmaatschappij wenden zich tot de rechter voor een verklaring voor recht. Volgens de kantonrechter van Rechtbank Amsterdam is er bij een verkeersongeval geen aanleiding om al te gauw een te ver verwijderd causaal verband tussen gebeurtenis en schade aan te nemen. Er is immers in beginsel sprake van eigen verwijtbaar handelen en verzekerde schade. Wat de schade betreft gaat het hier om extra kosten. In het kader van een total loss moet een nieuwe auto worden aangeschaft. Dat is normaal en dus voorzienbaar. In aanmerking genomen het aantal lease-auto’s in Nederland en het door de overheid gevoerde beleid om met fiscale regelingen te beïnvloeden welke auto’s worden gebruikt is het voorzienbaar dat bij een total loss de fiscale bijtelling als bijkomstige schade wordt opgevoerd. De kantonrechter verklaart voor recht dat de schade van X door het verschil in fiscale bijtelling zolang het leasecontract loopt als toerekenbare vermogensschade wordt beschouwd.

(Bron: Taxlive)

Personeelskorting op eigen producten onder de werkkostenregeling

 

Veel werkgevers geven een korting aan werknemers die producten of diensten van de eigen onderneming afnemen. Zo’n korting kan echter worden aangemerkt als loon waarover de werkgever loonheffingen moet inhouden. Of de personeelskorting daadwerkelijk moet worden belast hangt onder meer af van de regels die de werkgever toepast, namelijk de werkkostenregeling of de ‘oude’ regels voor vergoedingen en verstrekkingen.

Onder de ‘oude’ regels voor vergoedingen en verstrekkingen kan een personeelskorting op producten uit het eigen bedrijf onder voorwaarden onbelast blijven. De drie voorwaarden zijn:

  • de producten – of diensten – zijn niet branchevreemd;
  • de korting is maximaal 20% van de waarde in het economisch verkeer (inclusief de btw!). Deze eis geldt pér product. Een gemiddelde korting van 20% is niet toegestaan;
  • de totale korting per werknemer is maximaal € 500 per kalenderjaar. Deze maximale vrijstelling mag worden verhoogd met de niet-benutte vrijstelling van de twee voorgaande kalenderjaren. Is een werknemer slechts een deel van het jaar in dienst geweest of werkt hij parttime, dan geldt toch het volledige vrijstellingsbedrag van € 500 per kalenderjaar.

Tip
De onbelaste korting mag niet alleen worden gegeven aan werknemers die nog bij de onderneming in dienst zijn, maar ook aan ex-werknemers van wie het dienstverband wegens pensionering of arbeidsongeschiktheid is beëindigd.

Belast loon

Als niet aan de eerste twee voorwaarden wordt voldaan, moet de korting volledig tot het loon van de individuele werknemers worden gerekend. Wordt alleen niet voldaan aan de laatste voorwaarde en is het totale kortingsbedrag dus hoger dan toegestaan, dan moet uitsluitend het bovenmatige deel van de korting tot het loon worden gerekend. Dit moet uiterlijk in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar gebeuren.

Tip
De werkgever moet in principe per werknemer bijhouden of het jaarmaximum van € 500 wordt overschreden. Als de werkgever echter aannemelijk kan maken – bijvoorbeeld op basis van ervaringen uit eerdere jaren – dat het jaarmaximum door alle werknemers of een te onderscheiden groep niet wordt overschreden, mag de registratie per individuele werknemer achterwege blijven.

Niet branchevreemd
Met de voorwaarde dat de betreffende producten of diensten niet branchevreemd mogen zijn wordt bedoeld dat het moet gaan om producten of diensten die ook ‘gewoon’ aan klanten worden verkocht. In veel gevallen zal hierover geen discussie ontstaan. Een werknemer van een supermarkt kan korting krijgen op producten die in de supermarkt worden verkocht.

In andere gevallen ligt het wat ingewikkelder. De staatssecretaris van Financiën noemt in een besluit als voorbeeld het product van assurantietussenpersonen. Dat is niet de verzekering zelf, maar de dienst of bemiddeling die zij aanbieden. Voor werknemers van assurantietussenpersonen zijn verzekeringen dan ook géén producten uit eigen bedrijf, zodat zij geen onbelaste korting kunnen krijgen op de verzekeringspremie.
Hetzelfde geldt voor reisbureaus die geen eigen reizen aanbieden, maar ‘bemiddelen’ tussen de klant en de reisorganisatie. Krijgt de werknemer van zo’n reisbureau korting op een reis, dan kan deze korting niet onbelast blijven. Er is namelijk geen sprake van een branche-eigen product. Overigens mag de regeling niet worden gebruikt voor geldleningen, ook niet als dit voor de werkgever een branche-eigen product is.

Verbonden vennootschap
De regeling geldt echter niet alleen voor kortingen op producten uit uw eigen bedrijf. De korting kan – onder de eerdergenoemde voorwaarden – ook onbelast blijven als deze wordt verstrekt door een ‘verbonden vennootschap’. Dit is een vennootschap:

  • waarin de werkgever voor minimaal een derde deel een belang heeft (dochtermaatschappij); óf
  • die voor minimaal een derde deel een belang heeft in de werkgever (moedermaatschappij); óf
  • waarin een derde partij, die voor minimaal een derde deel een belang heeft in de werkgever, ook voor minimaal een derde deel een belang heeft (zustermaatschappij).

Werkkostenregeling
Onder de werkkostenregeling gelden andere regels voor personeelskortingen op producten uit de eigen onderneming. Onder deze regeling zijn kortingen in principe belastbaar loon voor de werknemer. Dit betekent dat de korting tot het loon moet worden gerekend en dat hierover loonheffingen moeten worden ingehouden. De werkgever kan er echter ook voor kiezen de personeelskortingen onder te brengen in de vrije ruimte van 1,5% van de fiscale loonsom. De voorwaarden die onder de ‘oude’ regels voor vergoedingen en verstrekkingen gelden zijn onder de werkkostenregeling dus niet relevant. Dit betekent bijvoorbeeld dat een korting van meer dan 20% geen probleem meer is. De werkgever is vrij om de hoogte van de korting te bepalen.

Problemen
Voor veel werkgevers én werknemers leveren de hiervóór genoemde regels grote problemen op. Denk bijvoorbeeld aan de avond- en weekendhulpen in winkels en supermarkten. Hun jaarloon is relatief laag en dus is hun bijdrage aan de vrije ruimte minimaal (dit is immers altijd 1,5%). Als zij wel bijvoorbeeld 15% of 20% korting krijgen op de producten uit de winkel, zal de vrije ruimte nooit toereikend zijn om alle personeelskortingen in onder te brengen. Aangezien geen enkele werkgever bereid zal zijn hierover 80% eindheffing te betalen, blijft er dan maar één optie over en dat is de korting belasten op de loonstrook. Het nadeel voor de werknemers kan dan wel worden verzacht – en vaak zelfs volledig worden weggenomen – door een hogere korting te geven van bijvoorbeeld 30%. Voor veel werkgevers is dit een acceptabele oplossing, mits de korting niet hoger is dan de brutomarge.

Advies
Als uw onderneming nog moet overstappen op de werkkostenregeling, is het raadzaam te inventariseren hoe het huidige personeelskortingenbeleid uitpakt bij toepassing van de werkkostenregeling. Blijkt dan dat de vrije ruimte – in combinatie met de andere vergoedingen en verstrekkingen – ontoereikend is, dan zou u kunnen overwegen een hogere personeelskorting te geven. Dit voordeel wordt dan weliswaar belast, maar ‘netto’ blijft de korting dan ongeveer op het oude niveau.

(Bron: De Salarisadviseur)

 

Geschiktheid verhuurde ruimte BV onder voorwaarden voldoende voor btw-aftrek

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de verhuur van een ruimte tegen een vergoeding een economische activiteit vormt, als de ruimte is geschikt voor zakelijk gebruik en zo ook wordt gebruikt. Dit betekent dat de verhuurder in dat geval recht kan hebben op btw-aftrek.

Met dit oordeel vernietigde de Hoge Raad de uitspraak van Hof Arnhem van 13 maart 2012 (zie: ‘Btw-heffing vereist economische activiteit’). In de zaak voor het hof had een echtpaar via een maatschap een kantoorruimte en een garage van een woning verhuurd aan de bv van de man. Het hof had vastgesteld dat strikt genomen de verhuurde ruimten zowel voor economische als privédoeleinden te waren gebruiken. In dat geval zou men alle exploitatiemogelijkheden moeten onderzoeken om te zien of de belanghebbende de ruimten werkelijk gebruikte voor het behalen van een duurzame opbrengst. De stelling van het echtpaar dat de ruimten objectief gezien geschikt waren voor verhuur, vond het hof onvoldoende. Het werkelijk gebruik door de bv was volgens het hof evenmin van belang. Het hof vond dat het echtpaar niet had voldaan aan de aanzienlijke bewijslast.

 

Verhuur aannemelijk

De Hoge Raad vond dat het hof hiermee te ver ging. Het echtpaar kon volstaan met aannemelijk te maken dat:

  • hun maatschap de kantoorruimte en de garage duurzaam ter beschikking stelde aan de bv;
  • de bv deze ruimten wilde gebruiken als kantoorruimte respectievelijk parkeerruimte voor de dga;
  • het werkelijke gebruik overeenkwam met het beoogde gebruik; en
  • de maatschap een vergoeding ontving voor de terbeschikkingstelling.

In dat geval zou de verhuur een economische activiteit vormen en zou de toegang naar aftrek van voorbelasting open zijn. De Hoge Raad verwees de zaak daarom door naar Hof Amsterdam.

 

Update

Op 12 september 2014 heeft Hof Den Bosch uitspraak gedaan (ECLI:NL:GHSHE:2014:3616). Voor het hof konden de man en de vrouw niet aannemelijk maken dat zij een vergoeding hadden ontvangen voor het ter beschikking stellen van de kantoor- en parkeerruimte. Het echtpaar stelde dat de vergoeding in rekening-courant was verrekend maar had geen facturen uitgereikt aan de bv. Het hof vond evenmin dat het echtpaar had bewezen dat de beide ruimten duurzaam ter beschikking waren gesteld aan de bv om te worden gebruikt als kantoorruimte. In ieder geval werd de ruimte ook gebruikt voor privédoeleinden. Ook miste de verhuurovereenkomst reële betekenis, omdat de overeengekomen bepalingen niet waren nageleefd. Door dit alles kwam het echtpaar niet in aanmerking voor de btw-aftrek.

(Bron: Taxence)

 

Fiscus hoeft aftrekpost niet jaarlijks te onderzoeken

Als de inspecteur in een bepaald jaar een correctie aanbrengt op een aftrekpost in de aangifte, maar de aftrek in de aangifte van een later jaar gewoon accepteert, begaat hij daarmee volgens de Hoge Raad geen ambtelijk verzuim. Als de inspecteur naderhand merkt dat de opgegeven aftrekpost opnieuw onjuist is, mag hij dan ook navorderen.

Dit bleek nadat in de voorafgaande procedure voor Rechtbank Den Haag de rechter oordeelde dat de inspecteur over het jaar 2007 geen inkomstenbelasting mocht navorderen. Deze navordering vloeide namelijk voort uit een correctie die de inspecteur alsnog wilde aanbrengen in de eigenwoningaftrek, de scholingsuitgaven en de giften. De rechtbank vond echter dat hier geen sprake was van een nieuw feit, omdat de Belastingdienst bij de aangifte inkomstenbelasting 2005 al vragen had gesteld over deze posten. De belanghebbende had deze vragen toen niet beantwoord en geen bewijzen geleverd voor de aftrekposten. Door de aangifte over 2007 gewoon te volgen, had de inspecteur volgens de rechtbank een ambtelijk verzuim begaan. Zowel Hof Den Haag als de Hoge Raad was het oneens met de zienswijze van de rechtbank. De gang van zaken impliceerde op zich geen ambtelijk verzuim nu de Belastingdienst een aangifte volgde, waarin de belastingplichtige soortgelijke aftrekposten opgaf. Omdat de inspecteur na het opleggen van de primaire aanslag over 2007 achter nieuwe feiten was gekomen, mocht hij de te weinig betaalde belasting navorderen.

 

Ontwikkeling zuinigheidsgrenzen bijtelling 2015

Per 01-01-2015 wordt de tabel waar aan de hand van het bijtellingspercentage van een auto bepaald wordt aangepast. In dit artikel treft u de bijtellingscategorieën aan welke voorlopig door het kabinet zijn vastgesteld bij aanschaf van een auto. Heeft u reeds een auto dan geldt er hoogstwaarschijnlijk een overgangsregime dat aangeeft dat de oude bijtelling 5 jaar van kracht blijft.

Dit houdt in dat auto’s die nu nog in het zeer zuinige tarief (14%) en zuinige tarief (20%) vallen na 01-01-2015 in een ander (hoger) tarief kunnen gaan vallen. Het is dus zaak om goed op te letten bij het bestellen welke CO2 uitstoot de nieuwe auto heeft.

Een auto valt onder het nieuwe tarief als deze geleverd wordt op of na 01-01-2015.

Tabel zuinigheidsgrenzen bijtelling g/km 2014en 2015

2014 2015
Bijtelling Uitstoot g/km Bijtelling Uitstoot g/km
 Van Tot Van Tot
Overig Overig
4% 0 0 4% 0 0
7% 1 51 7% 1 51
14% 51 89 14% 51 83
20% 89 118 20% 83 111
25% 125 > 25% 111 >
Diesel Diesel
4% 0 0 4% 0 0
7% 1 51 7% 1 51
14% 51 86 14% 51 83
20% 86 111 20% 83 111
25% 111 > 25% 111 >

 

Om de bijtelling van uw (toekomstige) leaseauto te kunnen bepalen kunt u gebruik maken van onze fiscale bijteller.

Pas bij rapport van boekenonderzoek was informatie op de zaak betrekking hebbend

De inspecteur startte in 2013 een boekenonderzoek en vroeg bij X en een groot aantal vennootschappen waarin X een a.b. had, om informatie te verstrekken. Vervolgens legde de inspecteur ambtshalve een aanslag IB over 2009 op aan X. De aanslag werd terstond invorderbaar verklaard. X ging in beroep en verzocht om overlegging van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. De voorzieningenrechter van Rechtbank Gelderland besliste dat sprake was van een spoedeisend belang, omdat de termijn voor het doen van een uitspraak op bezwaar was verstreken en X een fundamenteel belang had bij inzage in die stukken voordat de inspecteur op het bezwaar besliste. De voorzieningenrechter was het echter met de inspecteur eens dat de opgevraagde informatie en gegevens niet waren aan te merken als op de zaak betrekking hebbend, omdat eerst nog moest worden beoordeeld of ze van belang waren en, zo ja, op welke wijze, voor het boekenonderzoek en vervolgens de besluitvorming. Pas als sprake was van een rapport van een boekenonderzoek was volgens de voorzieningenrechter sprake van een op de zaak betrekking hebbend stuk en pas dan, als onderliggend aan het rapport, behoorden de gebruikte informatie en gegevens eveneens tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. De inspecteur hoefde daarom niet gedurende een (omvangrijk) boekenonderzoek steeds alle opgevraagde informatie en gegevens met de belastingplichtige te delen, ook niet als al een aanslag was opgelegd waartegen bezwaar was gemaakt. De voorzieningenrechter wees het verzoek van X af.

Besluit over toepassing laag btw-tarief op 27 punten gewijzigd

Dit besluit geeft een toelichting op de reikwijdte en toepassing van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968 en is een actualisering van het besluit van 27 oktober 2011, nr. BLKB 2011/26M. In deze tabel zijn goederen en diensten opgenomen waarvoor het verlaagde btw-tarief geldt. Hieronder vindt u een opsomming van de relevante inhoudelijke wijzigingen.

Voedingsmiddelen (post a 1): in onderdeel 2.2 is het arrest Manfred Bog (HvJ 10 maart 2011) verwerkt; stikstofcapsules bestemd voor de bereiding van slagroom vallen niet onder de post;

  • Pootgoed bestemd voor de teelt van groenten en fruit (post a 3): de (landbouw)achtergrond van de post is nader toegelicht; growkits vallen niet onder de post;
  • Rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden enz. (post a 4): onderdeel a van de post is niet langer van toepassing op de levering van paarden; in de toelichting op onderdeel b van de post is aangegeven dat slachtpaarden, paarden die kennelijk zijn bestemd voor gebruik in de landbouw en fokmerries en dekhengsten nog wel onder het verlaagde tarief vallen. Voor fokmerries en dekhengsten die ook als sportpaard of op een andere wijze recreatief worden gebruikt, geldt een speciale regeling; onderdeel c van de post (slachtafvallen) is aangepast: verduidelijkt is dat de opgesomde goederen voorbeelden betreffen van het begrip ‘slachtafval‘. Verder is de uitzondering voor onderpoten verwijderd en het begrip ‘beenderen‘ verduidelijkt;
  • Geneesmiddelen (post a 6): losse naalden vallen niet onder de post; een drukmeetset, bestemd voor het meten van drukverschillen in verschillende weefsels met als doel om op de juiste plaats in het lichaam een narcosevloeistof in te spuiten, valt niet onder de post; een middel om het inslikken van medicijnen te vergemakkelijken valt niet onder de post;
  • Verbandmiddelen (post a 8): een scheurpak valt alleen onder de post als het uit één stuk bestaat en dient ter fixatie van incontinentiemateriaal; therapeutische verbandsokken zijn uitgezonderd van de post; een zachte halskraag en rugbandages zijn aan te merken als windsels in de zin van de post; zogenoemde barrièrefilms zijn niet aan te merken als verbandmiddelen in de zin van de post; aften-gel is niet aan te merken als een verbandmiddel of pleister; goedgekeurd is dat de levering van een (losse) plaswekker onder de post valt;
  • Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten (post a 29): het verlaagde tarief geldt met ingang van 1 juli 2012 nadat dat tarief eerder was vervallen per 1 januari 2011; de levering van een kunstwerk door de kunstenaar vanuit een rechtspersoon kan onder voorwaarden worden gerangschikt onder de post; een rol behang die door een kunstenaar is voorzien van een zeefdruk valt niet onder de post;
  • Boeken (post a 30): een zogenoemde boekbol valt onder de post; voor kinderen bestemde boeken vallen, ook als ze speelse elementen bevatten, onder de post; fotoboeken met foto’s van bijvoorbeeld een bruiloft, afscheid enz. vallen onder de post, de kosten van de reportage gaan daarbij op in de prijs van het album; de levering van fotoalbums met door de fotograaf ingeplakte foto’s valt onder de post; een kansspeltijdschrift is een tijdschrift in de zin van de post; lotnummercorrespondentie valt niet onder de post; drukwerken die zijn bedoeld om de loterijdeelnemer te bewegen tot het deelnemen aan andere trekkingen van dezelfde loterij of aan bepaalde acties enz. zijn aan te merken als reclamemateriaal en vallen niet onder de post;
  • Braille-papier enz. (post a 31): een elektronische handloep die uitsluitend is bestemd en ontworpen voor slechtzienden valt onder de post;
  • Invalidenwagentjes en invalidenkrukken; sta-opstoelen; hooglaagbedden (post a 34): alle trippelstoelen en sta-opstoelen vallen onder de post, ongeacht de wijze waarop zij verstelbaar zijn;
  • Kunstledematen (post a 35): de toelichting op de kunstnier is verduidelijkt;
  • Meetapparatuur en toebehoren voor zelfdiagnose van de stollingstijd van bloed enz., zuurstofconcentratoren met toebehoren enz. (post a 37): verduidelijkt is hoe de tarieftoepassing bij de levering van (toebehoren bij) zuurstofconcentratoren en medicijnvernevelaars dient te geschieden; het begrip ‘katheter‘ is nader omschreven en nieuwe voorbeelden van katheters die onder de post vallen, zijn toegevoegd; voerdraden vallen onder de post; shaverblades en RF probes vallen onder de post;
  • Land- en tuinbouwzaden voor zover dienende voor de teelt van de in deze tabel genoemde producten en oliehoudende zaden (post a 41): de toelichting op het onderdeel ‘kwekersrecht‘ is aangepast;
  • Gelegenheid geven tot sportbeoefening (post b 3): sportaccommodaties: naar aanleiding van rechtspraak van de Hoge Raad vervalt de eis van een gereserveerde ruimte als de sportbeoefening begint en eindigt op of in een sportaccommodatie; de voorwaarden waaronder het gelegenheid geven tot sportbeoefening dient plaats te vinden zijn verduidelijkt en versoepeld voor het verrichten van kleine onderhoudsdiensten door de huurder; de omschrijving van actieve sportbeoefening is gewijzigd; denksporten zoals schaken en bridge kunnen naar maatschappelijke opvattingen worden aangemerkt als sport; ‘zumba‘, ‘streetdance‘, ‘nia‘, ‘polefitness‘, ‘capoeira‘ en ‘sledehondensport‘ worden aangemerkt als vormen van actieve sportbeoefening die onder de post vallen; de prestatie bestaande in de enkele verhuur van boten valt niet onder de post, ongeacht of de huurder met de boot sportieve activiteiten gaat verrichten; het verzorgen van trainingen Xco-walking en Xco-bootcamp is niet aan te merken als het gelegenheid geven tot sportbeoefening in de zin van de post, tenzij is voldaan aan het vereiste dat een sportaccommodatie ter beschikking wordt gesteld;
  • Het herstellen van fietsen (post b 4): de reikwijdte van het begrip ‘fiets‘ is aangepast;
  • Het schilderen en stukadoren van woningen na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming (post b 8): het begrip ‘woning‘ is aangepast naar aanleiding van jurisprudentie: woonboten en woonwagens worden onder voorwaarden aangemerkt als woningen in de zin van de post; de bij een woning behorende tuin valt voortaan onder het begrip woning; nader is aangegeven hoe kan worden aangetoond dat is voldaan aan de 2-jaarseis; het spuiten van keukens en binnendeuren valt onder de post, ook als de spuitwerkzaamheden plaatsvinden in de werkplaats van de schilder; het vochtvrij maken van kelders is niet aan te merken als een voorbereidende handeling voor schilder- of stucwerk;
  • Het vervoer van personen (post b 9): de post is van toepassing op het vervoer van personen inclusief het vervoermiddel dat zij bij zich hebben tijdens het vervoer; een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat het vervoer van een stoffelijk overschot onder de post valt; het gecombineerde vervoer van een medisch team en menselijke organen valt onder de post;
  • Gelegenheid geven tot kamperen (post b 10): er is een definitie van het begrip ‘strandhuisje‘ opgenomen; de definitie van het begrip ‘verblijf voor een korte periode‘ is aangepast;
  • Het verstrekken van logies binnen het kader van het hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf enz. (post b 11): de definitie van het begrip ‘verblijf voor een korte periode‘ is aangepast; de verhuur van een (gemeubileerd) appartement aan een short stay-organisatie (bestemd voor verdere doorverhuur door die organisatie) valt onder de post;
  • Het verstrekken van voedingsmiddelen voor gebruik ter plaatse binnen de horeca e.d. (post b 12): de prestaties van een thuiskok zijn onder de post gebracht; de gevolgen van het arrest Manfred Bog (HvJ 10 maart 2011) zijn verwerkt;
  • Diensten aan landbouwers enz. (post b 13): het melken van koeien en het zogenoemde loonvoeren vallen onder de post (diensten door agrarisch loonbedrijf) als sprake is van het aannemen van werk;
  • Openbare musea of verzamelingen enz. (post b 14, onderdeel c): aangegeven is dat een voetbalstadion op het moment dat het niet als zodanig in gebruik is maar bij rondleidingen door het publiek wordt bezocht, niet is aan te merken als een museum;
  • Muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen (post b 14, onderdeel d): vanaf 1 juli 2012 is het verlaagde btw-tarief op deze prestaties van toepassing;
  • Sportwedstrijden, sportdemonstraties en dergelijke (post b 14, onderdeel f): er zijn voorbeelden opgenomen van sportdemonstraties (Harlem Globetrotters, Spaanse Rijschool, Wrestlemania);
  • Attractieparken enz. (post b 14, onderdeel g): recreatieve arrangementen op tijdelijke sportaccommodaties vallen niet onder de post;
  • Optreden door uitvoerende kunstenaars (post b 17): vanaf 1 juli 2012 is het verlaagde btw-tarief op deze prestaties van toepassing; de dienst van een dirigent bestaande in het leiden van repetities die samenhangen met optredens, valt onder de post;
  • Isoleren (post b 19): de verwijzing naar het bouwbesluit waar het gaat om het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal is verwijderd; vanaf 1 januari 2014 is de post alleen van toepassing op de dienst van het isoleren; vanaf 1 januari 2014 is de post ook van toepassing op het aanbrengen van (isolatie)glas; zogenoemde ‘schilrenovatie’ valt, als het uitsluitend isolatiewerkzaamheden betreft, onder de post;
  • Renovatie en herstel van woningen enz. (post b 21): vanaf 1 maart 2013 is het verlaagde btw-tarief van toepassing op alle renovatie- en herstelwerkzaamheden in en aan een woning; (complete) ‘schilrenovatie‘ valt onder de post; als bijlage bij dit besluit zijn vragen en antwoorden over deze tarieftoepassing opgenomen.

(Bron: Taxence)

Belastingdienst: aanslag 2014 waarschijnlijk hoger dan verwacht

De Belastingdienst meldt in een nieuwsbericht dat een aantal belastingregels sinds 1 januari 2014 veranderd is, waardoor de kans groot is dat belastingplichtigen over 2014 meer belasting moeten betalen dan ze verwachten. Of ze krijgen minder terug.

Belastingdienst: ‘Geldt voor u het volgende?

  • U had in 2014 een of meer van de volgende inkomsten:
    • loon
    • uitkering
    • winst uit onderneming
    • resultaat uit overig werk
  • Deze inkomsten waren in totaal hoger dan € 25.000.

Dan hebt u in 2014 vermoedelijk te weinig belasting betaald.

Dit heeft gevolgen voor uw aanslag over 2014. Als u belasting moet betalen, is het bedrag waarschijnlijk hoger dan u verwacht. Als u geld terugkrijgt, is het bedrag waarschijnlijk lager dan u verwacht. Het is ook mogelijk dat u verwacht geld terug te krijgen, maar dat u in plaats daarvan moet betalen.’

(Bron: Accountancynieuws)

Administratiekantoor civielrechtelijk aansprakelijk gesteld voor jegens cliënt gemaakte fouten

Een ondernemer heeft een administratiekantoor in 2002 opdracht gegeven om voor zijn bedrijf administratiewerkzaamheden te verrichten.
In 2006 neemt de ondernemer een werknemer aan en spreekt met hem een netto-salaris af.
Enige tijd later worden de klanten van het administratiekantoor overgedragen aan een ander administratiekantoor en daar blijkt dat er bij het eerste administratiekantoor fouten zijn gemaakt.
Zo is nagelaten de cao toe te passen, waardoor teveel loonbelasting aan de Belastingdienst is afgedragen. Voorts is jaarlijks bij de aangifte inkomstenbelasting de verschuldigde pensioenpremie ten behoeve van de werknemer niet op de winst in mindering gebracht en zijn er fouten gemaakt met vakantiebonnen.
De ondernemer laat het er niet bij zitten en claimt in een civiele procedure een schadevergoeding van € 27.189,02 bestaande uit:
€ 6.492,- met rente wegens teveel betaalde inkomstenbelasting;
€ 2.710,02 met rente wegens de wettelijke rente over de naheffing pensioenpremie;
€ 9.033,- met rente wegens teveel ingehouden loonbelasting;
€ 2.000,- met rente wegens kosten van het administratiekantoor voor het doorlichten van de financiële administratie en het opnieuw berekenen van onder meer de pensioenpremie;
€ 6.954,- met rente wegens ten onrechte betaalde facturen.
Rechtbank Midden-Nederland kende de vordering toe.
In hoger beroep wijst Hof Arnhem-Leeuwarden een tussenvonnis om een en ander nader uit te zoeken, eventueel met benoeming van een deskundige.

(Bron: Fiscanet)