Vereenvoudiging aanvraag Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) – Stand van zaken 2026

In juni 2023 heeft BRAVO een brief gestuurd aan de beleidsdirectie Primair Onderwijs van het ministerie van OCW. In deze brief vroegen wij aandacht voor de problemen die schoolorganisaties ervaren bij de aanvraag van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Met name rondom invalkrachten blijkt het in de praktijk vaak niet haalbaar om tijdig een VOG te verkrijgen. Hierdoor kunnen beschikbare kandidaten niet worden ingezet en komt het zelfs voor dat klassen naar huis moeten worden gestuurd. Daarnaast vormt de huidige procedure een aanzienlijke administratieve belasting voor werkgevers, administratiekantoren en accountants.

BRAVO pleitte daarom voor een vereenvoudigde aanvraagprocedure, waaronder de mogelijkheid van continue screening, zoals al gebruikelijk is in de kinderopvang.

Sinds de oproep van BRAVO zijn diverse stappen gezet door het ministerie om de VOG‑systematiek in het funderend onderwijs te verbeteren en te moderniseren.

1. Inventarisatie en beleidsvorming afgerond
Het ministerie heeft de toegezegde inventarisatie uitgevoerd naar mogelijkheden om de VOG‑systematiek beter aan te laten sluiten op die van de kinderopvang. Uit deze inventarisatie blijkt dat een aanscherping van de VOG‑systematiek noodzakelijk is om veiligheidsrisico’s in het onderwijs verder te verkleinen. 

2. VOG‑Kinderopvang (VOG‑KO) als mogelijke vereenvoudiging
Een belangrijke oplossingsrichting is dat medewerkers in het primair onderwijs kunnen volstaan met een VOG‑Kinderopvang (VOG-KO). Volgens het ministerie en betrokken ketenpartners (Justis, JenV en SZW) is dit de eenvoudigste en snelst te realiseren maatregel om de administratie te verlichten en procedures te versnellen. Deze optie wordt verder uitgewerkt.

3. Onderzoek naar continue screening
Het kabinet onderzoekt actief hoe continue VOG‑screening kan worden ingevoerd in het funderend onderwijs, naar voorbeeld van de kinderopvang. Continue screening biedt structurele voordelen: het verhoogt de veiligheid én vermindert de administratieve lasten voor werkgevers aanzienlijk.
Ook organisaties zoals de PO-Raad pleiten al langer voor deze modernisering, omdat het administratieve processen vereenvoudigt en beter aansluit bij de praktijk van invalkrachten.

4. Nieuwe verantwoordingsplicht vanaf verslagjaar 2024
Vanaf verslagjaar 2024 moeten schoolbesturen in hun bestuursverslag verantwoording afleggen over de (tijdige) aanwezigheid van VOG’s. Dit vervangt de eerdere jaarlijkse verplichte controle door instellingsaccountants. Hiermee verandert de werkdruk en verantwoordelijkheid rond VOG‑controle binnen organisaties. 

5. Aangescherpte norm bij indiensttreding
Het ministerie benadrukt dat (inval)leerkrachten niet aan hun werkzaamheden mogen beginnen zonder geldige VOG. Ondanks de eerder gesignaleerde knelpunten blijft deze norm gehandhaafd en wordt deze strikter gecommuniceerd aan schoolbesturen. 

6. VOG‑verplichting uitgebreid per 1 januari 2025
Sinds 1 januari 2025 geldt de VOG‑plicht ook voor werknemers in het aanvullend onderwijs, zoals bijlesdocenten, huiswerkbegeleiders en trainers die in of nabij het schoolgebouw actief zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

Waardering en samenwerking
Het ministerie blijft de inzet van BRAVO zeer waarderen. Onze signalen over de administratieve lasten en knelpunten bij de VOG‑aanvraag worden nadrukkelijk meegenomen in de beleidsontwikkeling. De gezamenlijke ambitie is en blijft: een veiligere schoolomgeving met zo min mogelijk administratieve druk voor onderwijsorganisaties.

Vervolg
Zodra er meer duidelijkheid is over de uiteindelijke inrichting van de VOG‑systematiek, waaronder de mogelijke invoering van continue screening en/of de VOG‑KO als standaard, zal BRAVO dit opnieuw communiceren via de website.

(Bron: BRAVO)

Milieulijst 2026 voor Vamil en MIA

Onlangs zijn de Milieulijst en de Energielijst voor 2026 gepubliceerd. Investeer je in bedrijfsmiddelen die op één van deze lijsten staan? Dan kun je fiscaal voordeel behalen.

Milieulijst

Met bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst 2026 staan, kun je fiscaal voordeel krijgen via MIA en/of Vamil.

  • MIA: Milieu-investeringsaftrek

Met MIA trek je een deel van de investeringskosten van milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra af van de fiscale winst. Hoeveel je mag aftrekken, hangt af van de categorie waarin het bedrijfsmiddel valt: 27%, 36% of 45%.

  • Vamil: Willekeurige afschrijving milieu-investeringen

Met Vamil schrijf je een investering in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen op de Milieulijst op een moment naar keuze af. De vrije afschrijving via Vamil is 75%.

Energielijst

Investeer je in bedrijfsmiddelen die op de Energielijst 2026 staan? Dan kun je gebruikmaken van de regeling Energie-investeringsaftrek (EIA). Met EIA trek je, naast de gebruikelijke afschrijving, een deel van de investeringskosten direct af van de fiscale winst. Het percentage voor investeringsaftrek is 40%.

Digitaal zoeken in de lijsten

Via de website van RVO kun je makkelijk zoeken naar bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor MIA, Vamil en/of EIA. Op de Milieulijst vind je ook MDV-stallen (Maatlat Duurzame Veehouderij).

(Bron: De Jong & Laan)

Lenen bij je vennoot­schap (Wet excessief lenen)

Heb je geld geleend van je eigen bv? Voorkom dat dit je in 2026 een forse belastingaanslag oplevert. Sinds de invoering van de Wet excessief lenen kijkt de Belastingdienst kritisch naar schulden van dga’s, hun partners en zelfs familieleden aan de eigen bv. Kom je op 31 december 2026 boven de grens van € 500.000 uit, dan betaal je direct box-2-belasting. Lees je wanneer de wet voor jou geldt, welke schulden meetellen en wat je kunt doen om verrassingen te voorkomen.

Sinds 2023 geldt de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap. Deze wet regelt grofweg dat je als dga belasting betaalt als je te veel hebt geleend bij je eigen bv. Er geldt een drempel van € 500.000. Voor de toepassing van deze drempel kan meer meetellen dan alleen een lening aan jou persoonlijk. Daarnaast zijn er ook uitzonderingen mogelijk. Het meetmoment in 2026 is 31 december 2026.

Belangrijk om te weten:

  • Het gaat niet alleen om jouw eigen lening.
  • Ook schulden van je fiscale partner en bepaalde familieleden kunnen meetellen.
  • Je kunt al belasting verschuldigd zijn zonder dat je geld ontvangt.

Voor wie geldt de wet excessief lenen?

De Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap kan op jou van toepassing zijn als je:

  • een zogenoemd aanmerkelijk belang hebt in één of meer vennootschappen (bijvoorbeeld als dga), én
  • schulden hebt aan die vennootschap(pen), of als je partner of zogenoemde verbonden personen (of hun partners) schulden hebben aan die vennootschap(pen).

Tip! De regels om te bepalen of je een aanmerkelijk belang hebt, kunnen complex zijn. Zo kun je ook een aanmerkelijk belang hebben in een vennootschap waarin je niet direct aandelen bezit, maar indirect via een andere vennootschap. Je kunt dus in meerdere vennootschappen een aanmerkelijk belang hebben. Overleg met onze adviseurs of in jouw situatie sprake is van een aanmerkelijk belang, in welke vennootschappen en hoe de regels in jouw geval uitwerken.

Let op! Deze tekst richt zich vooral op jou als dga met een aanmerkelijk belang in een bv. Een aanmerkelijk belang kan echter ook bestaan in andere entiteiten, zoals een lidmaatschapsrecht in een coöperatie of een aandeel in een andere (Nederlandse of buitenlandse) vennootschap waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld. Ook in die situaties kan de Wet excessief lenen van toepassing zijn.

Wat zijn de gevolgen als je schuld boven € 500.000 uitkomt?

Heb je op 31 december 2026 schulden aan je bv die hoger zijn dan € 500.000, dan kun je in 2026 met de gevolgen van deze wet te maken krijgen. Daarbij tellen niet alleen jouw eigen schulden mee, maar ook de schulden van je fiscale partner. Voor de beoordeling worden jullie schulden bij elkaar opgeteld.

Tip! Voor de beoordeling van de grens van € 500.000 mag je vorderingen die je op je bv(’s) hebt niet salderen met schulden die je aan je bv(’s) hebt. Het kan daarom verstandig zijn om deze vorderingen en schulden vóór 31 december 2026 officieel met elkaar te verrekenen. Overleg hierover met een van onze adviseurs.

Let op! Heb jij en/of je fiscale partner een aanmerkelijk belang in meerdere bv’s, dan moet je alle schulden aan al die bv’s bij elkaar optellen. Alleen als het totaal op 31 december 2026 niet hoger is dan € 500.000, krijg je in 2026 niet met de gevolgen van de wet te maken. Je kunt dus niet maximaal € 500.000 per bv lenen, maar samen met je fiscale partner maximaal € 500.000 van al je bv’s gezamenlijk.

Heb je in 2023,2024 of 2025 al belasting betaald over een te hoge schuld bij je eigen bv, dan wordt de drempel van € 500.000 verhoogd met het bedrag waarover je toen al hebt afgerekend. Je betaalt dus geen belasting over een schuld waarover je in een eerder jaar al belasting hebt betaald.

Voorbeeld

Je hebt een aanmerkelijk belang in bv X en in bv Y. Van beide bv’s heb je geld geleend.

  • Schuld bij bv X op 31 december 2026: € 350.000
  • Schuld bij bv Y op 31 december 2026: € 500.000

Samen bedragen je schulden € 850.000. Als je niets doet, moet je over 2026 belasting betalen over € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000).

Was de totale schuld op 31 december 2025 ook al € 850.000, dan heb je over 2025 al belasting betaald over € 350.000. In 2026 hoef je dan niet opnieuw belasting te betalen over dit bedrag. De drempel wordt namelijk verhoogd naar € 850.000 (€ 500.000 + € 350.000).

Ook indirecte schulden en andere rechten

Bij het inventariseren van je schulden moet je letten op alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen. Ook indirecte schulden tellen mee.

Let op! Kun jij en/of je fiscale partner alleen een externe financiering krijgen als de bv borg staat? Dan telt deze lening mee bij de beoordeling of je boven de € 500.000 uitkomt. Kun je de financiering ook zonder borgstelling krijgen en zorgt borgstelling alleen voor betere voorwaarden, dan telt de lening niet mee.

Tip! Overleg met je adviseur of in jouw situatie civielrechtelijke schuldverhoudingen of borgstellingen aanwezig zijn en hoe je hiermee om moet gaan.

Ook schulden van verbonden personen

Hebben je bloed- of aanverwanten in de rechte lijn schulden aan jouw bv, dan moet je deze schulden bij jezelf meetellen voor zover ze boven € 500.000 uitkomen.

Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn zijn onder andere kinderen, kleinkinderen, (achter)ouders en grootouders van jou en/of je fiscale partner.

Voorbeeld

Heeft je kind in 2026 € 400.000 geleend van jouw bv, dan hoef je niets mee te tellen.
Bedraagt de schuld van je kind op 31 december 2026 echter € 600.000, dan tel je € 100.000 mee.

Heb je zelf € 450.000 geleend, dan betaal je over 2026 belasting over € 50.000
(€ 450.000 + € 100.000 − € 500.000).

Tip! Dit geldt niet als je bloed- of aanverwant zelf een aanmerkelijk belang heeft in jouw bv. In dat geval beoordeelt hij of zij zelf of de wet van toepassing is en telt de schuld niet bij jou mee.

Voorbeeld: Heeft je kind uit het voorbeeld zelf een aanmerkelijk belang, dan telt de € 100.000 niet bij jou mee. Jij betaalt geen belasting, maar je kind betaalt belasting over € 100.000 (€ 600.000 − € 500.000).

Uitzondering voor eigenwoningschulden

Voor eigenwoningschulden geldt een uitzondering. Deze tellen niet mee bij de beoordeling of je boven de € 500.000 uitkomt, mits:

  • de lening voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor renteaftrek in de inkomstenbelasting, én
  • er een recht van hypotheek is verstrekt aan de bv.

Let op! Is geen hypotheek verstrekt, dan telt de lening wel mee. Dit geldt ook als wel hypotheek is verstrekt, maar de lening niet voldoet aan de voorwaarden voor renteaftrek. Is het hypotheekbedrag lager dan de lening, dan telt het meerdere alsnog mee.

Tip! Bestond je eigenwoningschuld aan de bv al op 31 december 2022, dan geldt de hypotheekvoorwaarde niet. De schuld hoeft dan alleen te voldoen aan de voorwaarden voor renteaftrek.

Voorbeeld

Op 31 december 2026 heb je:

  • € 500.000 geleend voor je eigen woning
  • € 300.000 geleend voor andere doeleinden

De lening voor de woning voldoet aan de voorwaarden voor renteaftrek, maar er is geen hypotheek verstrekt.

  • Bestond deze lening al op 31 december 2022? Dan telt zij niet mee en betaal je geen belasting.
  • Is de lening later verstrekt? Dan telt zij wel mee en betaal je over 2026 belasting over € 300.000.

Tip! De uitzondering voor eigenwoningschulden geldt ook voor schulden van bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, mits aan alle voorwaarden is voldaan.

Peildatum 31 december 2026

Op 31 december 2026 wordt vastgesteld of je schulden hoger zijn dan € 500.000. Zijn je schulden dan hoger en was dat in 2025 nog niet zo, dan heb je tot die datum de tijd om in actie te komen. Overleg met je adviseur wat je eventueel nog kunt doen.

Belastingtarief

Over het surplus boven de € 500.000 (of de verhoogde drempel) betaal je belasting in box 2.
In 2025 gelden twee tarieven:

  • 24,5% over de eerste € 68.843 aan box-2-inkomen (voor fiscale partners het dubbele),
  • 31% over het meerdere.

Gevolgen bij latere aflossing

Heb je in 2023, 2024 of 2025 belasting betaald over een schuld boven de drempel, dan wordt de drempel verhoogd met dit bedrag. Hierdoor betaal je niet jaarlijks opnieuw belasting over hetzelfde surplus.

Los je later af, dan ontstaat een negatief inkomen in box 2. Dit wordt verrekend met positieve box-2-inkomsten in hetzelfde jaar of leidt tot een box-2-verlies. Dit verlies kun je verrekenen met box-2-inkomen van het voorafgaande jaar of de zes daaropvolgende jaren.

Voorbeeld

Je had op 31 december 2025 een schuld van € 850.000. Over € 350.000 betaalde je belasting.
Los je in 2026 € 350.000 af en heb je verder geen box-2-inkomen, dan ontstaat een verlies van € 350.000. Dit verlies kun je verrekenen met 2025, waardoor de toen betaalde belasting wordt terugontvangen. De schuld bedraagt daarna € 500.000.

Tip! Het aflossen via dividend is niet altijd de beste oplossing, omdat dit ook gevolgen kan hebben voor box 3. Bespreek dit met je adviseur.

Schulden tot € 500.000

Ook bij schulden onder € 500.000 kan belastingheffing plaatsvinden als de Belastingdienst meent dat sprake is van een verkapte dividenduitkering. Zorg er daarom voor dat leningen altijd schriftelijk zijn vastgelegd en zakelijke voorwaarden bevatten.

Alleen fiscale werking

De Wet excessief lenen heeft alleen fiscale gevolgen. De schuld blijft civielrechtelijk bestaan en je mag deze gewoon blijven opnemen in je aangifte inkomstenbelasting.

Disclaimer: bij de samenstelling van dit artikel is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan. Let op! Dit document dient slechts te worden gebruikt ter indicatie. 

(Bron: De Jong & Laan)

Met terugwerkende kracht overstappen naar een bv in 2026? Dit moet je weten

Wil je jouw eenmanszaak of andere IB‑onderneming met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 voortzetten in een bv? Dan is het belangrijk dat je op tijd in actie komt. Mogelijk moet je vóór 1 april 2026 al actie ondernemen. We zetten het helder en overzichtelijk voor je op een rij.

Ruisend of geruisloos

Als je jouw onderneming ruisend inbrengt in een bv, reken je fiscaal af over de stille reserves, fiscale reserves en goodwill van je onderneming. Wil je dat voorkomen? Dan kun je kiezen voor een geruisloze inbreng. Je hoeft dan niet direct af te rekenen. De fiscale claim schuift door naar de bv.

Let op! Hoewel geruisloos de voorkeur lijkt te hebben, is ruisend in bepaalde situaties voordeliger of gewenster. Bijvoorbeeld als er nauwelijks stille en fiscale reserves en goodwill zijn of als er voldoende geld is om de belasting meteen te belaten. Wij denken graag met je mee wat past bij jouw situatie.

ntentieverklaring bij ruisende inbreng vóór 1 april 2026

Wil je jouw IB‑onderneming ruisend en met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 inbrengen in een bv? Leg dan eerst je intentie hiervoor vast en zorg dat de Belastingdienst deze vóór 1 april 2026 ontvangt. Alleen dan kun je gebruikmaken van de terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.

Let op! Gebruik voor de verzending naar de Belastingdienst het daarvoor bedoelde Geleideformulier voorovereenkomst of intentieverklaring.

Intentieverklaring bij geruisloze inbreng vóór 1 oktober 2026

Wil je geruisloos overstappen naar een bv? Dan heb je wat meer tijd. Zorg dat de Belastingdienst jouw intentie vóór 1 oktober 2026 ontvangt. Dat is nodig om met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 de bv in te gaan.

Oprichting en inbreng in de bv

Bij een ruisende inbreng moeten de oprichting van de bv en de inbreng van de onderneming in de bv uiterlijk op 30 september 2026 hebben plaatsgevonden om de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 te behouden.

Bij een geruisloze inbreng moeten de oprichting van de bv en de inbreng van de onderneming in de bv uiterlijk op 31 maart 2027 hebben plaatsgevonden om de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 te behouden.

(Bron: De Jong & Laan)

Belasting­rente op een aanslag Vpb en IB: waar staan we nu?

De ontwikkelingen rond de belastingrente op de vennootschapsbelasting (Vpb) en die van de inkomstenbelasting (IB) volgen elkaar snel op. De Hoge Raad oordeelde op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag Vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor overige belastingen geldt. De belastingdienst leidt uit de uitspraak af dat de Hoge Raad de percentages voor de overige belastingen en dus voor de IB niet te hoog vindt.

Inmiddels heeft de Belastingdienst collectieve uitspraken gedaan op bezwaar over de hoogte van belastingrente op de Vpb en die van de IB en overige belastingen.Wat voorafging: massaal bezwaar en Hoge Raad

Naar aanleiding van een uitspraak waarin een rechtbank oordeelde dat de belastingrente op een aanslag Vpb te hoog was, werden er veel bezwaarschriften ingediend. Dit was aanleiding om tijdige bezwaren tegen de belastingrente op een aanslag Vpb aan te wijzen als massaal bezwaar. Een paar maanden later werden ook de tijdige bezwaren tegen de hoogte van de belastingrente op een aanslag IB en overige belastingmiddelen aangewezen als massaal bezwaar.

De Hoge Raad oordeelde vervolgens op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag Vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor overige belastingen geldt.

Collectieve uitspraken

Bij een aanwijzing massaal bezwaar doet de Belastingdienst niet op elk bezwaar individueel een uitspraak, maar één collectieve uitspraak op bezwaar. Op 25 februari 2026 deed de Belastingdienst deze collectieve uitspraken voor zowel de Vpb als de IB en overige belastingen.

Zoals verwacht verklaart de Belastingdienst alle bezwaren tegen de belastingrente Vpb in de massaalbezwaarprocedure gegrond. Dit betekent dat de Belastingdienst alle tijdig ingediende bezwaren over het belastingrentepercentage voor de Vpb gaat toewijzen vanaf het jaar 2022. De belastingrente Vpb gaat berekend worden naar het percentage dat geldt voor de overige belastingen (waaronder de IB), zie onderstaande tabel.

Maakte je (of wij namens jou) tijdig bezwaar tegen de belastingrente op een aanslag Vpb, en sloot je daarmee aan in de massaalbezwaarprocedure, dan ontvang je binnen zes maanden een vermindering van de belastingrente van de Belastingdienst. Deze vermindering wordt berekend volgens de percentages in de derde kolom van onderstaande tabel.

Voor de IB en overige belastingen verklaart de Belastingdienst alle bezwaren tegen de belastingrente in de massaalbezwaarprocedure ongegrond. Dit betekent dat de Belastingdienst alle bezwaren over het belastingrentepercentage voor de IB en overige belastingen afwijst. Je krijgt hier géén bericht over. 

Let op! Had je uitstel van betaling voor de belastingrente, dan krijgt je van de Belastingdienst nog wel een bericht dat het uitstel van betaling wordt ingetrokken.

Hoogte belastingrente

Na de collectieve uitspraak gaat de Belastingdienst de belastingrente voor de Vpb verlagen van de percentages in de tweede kolom naar de percentages in de laatste kolom:

PeriodeVpbAndere belastingen
1-1-2022 t/m 30-06-20238%4%
1-7-2023 t/m 31-12-20238%6%
1-1-2024 t/m 31-12-202410%7,5%
1-1-2025 t/m 31-12-20259%6,5%
Vanaf 1-1-20267,5%5%

Let op! In de IT-systemen van de Belastingdienst zijn inmiddels al de lagere belastingrentepercentages opgenomen. Aanslagen Vpb met een dagtekening na 7 februari 2026 worden daarom al met de lagere belastingrentepercentages berekend.

Definitieve aanslagen

Dagtekening aanslag ná 16 januari 2026

De Belastingdienst geeft aan dat alle Vpb-aanslagen met een te hoog rentepercentage en een dagtekening ná 16 januari 2026 automatisch worden verlaagd. Je hoeft zelf dus geen actie te ondernemen.

Dagtekening aanslag vanaf 5 december 2025 t/m 16 januari 2026

Heeft jouw aanslag Vpb een dagtekening vanaf 5 december t/m 16 januari 2026 en heb je op tijd bezwaar gemaakt? Dan liep jouw aanslag mee in de massaalbezwaarprocedure. Je krijgt binnen zes maanden na de collectieve uitspraak automatisch bericht. 

Is de bezwaartermijn al voorbij? De Belastingdienst geeft aan dat je in deze gevallen dan toch een verzoek om vermindering kunt doen.

Let op! Valt jouw dagtekening op of vóór 16 januari 2026 en loopt de bezwaartermijn nog? Maak dan alsnog bezwaar. Daarmee voorkom je discussie achteraf.

Dagtekening vóór 5 december 2025

Heeft jouw aanslag een dagtekening vóór 5 december 2025 en heb je geen bezwaar gemaakt? Dan stond je aanslag op 16 januari 2026 al onherroepelijk vast. Het arrest van de Hoge Raad geldt dan helaas niet voor jou. Verzoeken om ambtshalve vermindering worden afgewezen.

Voorlopige aanslagen

Dagtekening voorlopige aanslag ná 16 januari 2026

De Belastingdienst geeft aan dat voorlopige aanslagen met een te hoog rentepercentage en een dagtekening ná 16 januari 2026 automatisch worden verlaagd. Je hoeft zelf dus geen actie te ondernemen, maar check het bij grote bedragen nog wel even.

Dagtekening voorlopige aanslag vóór 16 januari 2026

Heb je nog geen verzoek tot herziening gedaan? Let op! De Belastingdienst past de belastingrente op deze voorlopige aanslag niet zelf aan. Dien daarom tijdig een verzoek om ambtshalve herziening in. Dit moet binnen 6 weken nadat de definitieve aanslag is vastgesteld.

Heb je wel een verzoek tot herziening gedaan die nog loopt of waar je tegen de afwijzing bezwaar hebt aangetekend? Dan liep jouw verzoek mee in de massaalbezwaarprocedure. Je krijgt binnen zes maanden na de collectieve uitspraak automatisch bericht van de Belastingdienst.

Let op! Dit bericht is gebaseerd op de wet- en regelgeving zoals die gold op de publicatiedatum en bevat een algemene beschrijving.

(Bron: De Jong & Laan)

Meer duidelijkheid voor zzp’ers en opdrachtgevers

Het kabinet schrapt een belangrijk deel van het wetsvoorstel Vbar, dat moest verduidelijken wanneer iemand als zelfstandige werkt en wanneer als werknemer. Tegelijk komt er tempo in nieuwe plannen: vooral voor laagbetaalde zzp’ers moet sneller helder zijn welke bescherming zij krijgen. Dit vormt de basis voor een nieuwe Zelfstandigenwet, die de positie van zelfstandigen duidelijker moet vastleggen.

Het kabinet heeft geluisterd naar de geluiden uit het veld waar het gaat over de onduidelijkheid over de bestaande regels wanneer iemand werknemer is en wanneer iemand als zelfstandige werkt. Daarom wordt een deel van de (nieuwe) zzp-wetgeving die al in de Tweede Kamer lag geschrapt. Wat zijn de plannen?

Verduidelijkingsdeel Vbar geschrapt

Het kabinet schrapt het deel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (Vbar) dat beoogde te verduidelijken wanneer iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt of eigenlijk werknemer is. 

Zelfstandigenwet

Zzp’ers moeten een duidelijkere positie en erkenning in de wet krijgen, waarbij voorrang wordt gegeven aan laagbetaalde zzp’ers. Voor hen moet snel duidelijkheid komen. Deze versnelde regeling en meer wil men vormgeven in een nieuwe Zelfstandigenwet. Deze Zelfstandigenwet betreft een afspraak uit het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet. De komende tijd wordt het wetsvoorstel Zelfstandigenwet nader uitgewerkt. 

Snel regelen: laagbetaalde zzp’ers beter beschermd

Het kabinet wil dus het deel van het wetsvoorstel Vbar dat laagbetaalde zzp’ers beschermt snel in werking laten treden. Het betreft zzp’ers die tot € 38 per uur (per 1 januari 2026) verdienen. 
Doet een zzp’er een beroep op het rechtsvermoeden, dan moet de opdrachtgever aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lukt dat niet, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid en heeft die zzp’er recht op de bescherming die hoort bij iemand in loondienst. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan loondoorbetaling bij ziekte, vakantiedagen en ontslagbescherming. 

(Bron: De Jong & Laan)

Nieuw DAC7-portaal beschikbaar voor online platformen

Exploitanten van online platformen waarop verkopers of verhuurders goederen of diensten aanbieden, zijn soms verplicht bepaalde informatie over hun klanten aan de Belastingdienst door te geven. Naast de al bestaande system-2-system aanlevermethode is hiervoor nu een nieuw DAC7-portaal beschikbaar.

Niet altijd rapporteren

De gegevens betreffen onder meer NAW-gegevens, het btw-identificatienummer en de omzet per kwartaal. Eigenaren van online platformen hoeven niet altijd dergelijke gegevens aan de Belastingdienst door te geven. Zo is er onder meer voor de verkoop van goederen een minimum en hoeft men alleen te rapporteren over verkopers die in een jaar 30 keer of meer verkopen of voor meer dan € 2.000.

Tip! Hier kun je hier eenvoudig checken of je rapportageplichtig bent.

Gering aantal gegevens

Het nieuwe DAC7-portaal is met name geschikt voor exploitanten van platforms die slechts enkele tientallen gegevens dienen door te geven. Via het nieuwe portaal kan over 2023 en de jaren erna worden gerapporteerd.

Geen wijzigingen

Via het nieuwe portaal kunnen nog geen wijzigingen worden doorgegeven. Deze functionaliteit volgt later. Voor gebruik van het nieuwe portaal is geen specifieke software nodig. Wel dienen de exploitanten te beschikken over eHerkenning niveau 3.

Handhaving weer opgestart!

De Belastingdienst kondigt aan dat de tijdelijke terughoudendheid voor wat betreft de handhaving van de rapportageplicht is beëindigd. Nu het nieuwe portaal beschikbaar is, dienen de exploitanten er dus rekening mee te houden dat er op de rapportageplicht gecontroleerd gaat worden.

Rapporteren kan online via het portaal van de Belastingdienst. 

(Bron: De Jong & Laan)

Vernieuwde handreiking bestuursverslag 2025 beschikbaar

Schoolorganisaties in het primair onderwijs kunnen gebruikmaken van de vernieuwde handreiking bestuursverslag. De handreiking helpt bij het schrijven van een bondig verslag dat de doelen en ambities van de organisatie evalueert en ondersteunt in de horizontale en verticale verantwoording.  

De handreiking bestuursverslag 2025 is nu te downloaden. 

Met het bestuursverslag leg je verantwoording af over het jaar 2025. Deze versie van de handreiking is afgestemd met diverse accountantskantoren, de Inspectie van het Onderwijs en het ministerie van OCW. De maatschappelijke thema’s sluiten aan bij de brief van 15 december 2025 die de schoolbesturen van het ministerie van OCW hebben ontvangen.

In de handreiking is de Governancecode Funderend Onderwijs (sinds 25 juni 2025 van kracht) verwerkt.

In 2025 is een artikel aan de Regeling jaarverslaggeving onderwijs toegevoegd inzake het “compact bestuursverslag” voor kleine schoolbesturen. Aangezien de vereisten voor deze schoolbesturen nagenoeg gelijk zijn aan de vereisten voor alle andere schoolbesturen, is voor deze groep geen aparte handreiking gemaakt.

Het bestuursverslag is een logisch middel om informatie over financiën en beleid te verzamelen en te structuren. Het schoolbestuur deelt het verslag met stakeholders om zich te verantwoorden en om het gesprek over het gevoerde beleid te voeren. Idealiter is de informatie in het verslag ook bruikbaar om een breder beeld van de sector te verkrijgen. Met die doelen is door een werkgroep van schoolorganisaties en controllers een format met een werkbare en overzichtelijke structuur ontwikkeld, dat aan alle wettelijke vereisten voldoet. De handreiking wordt ieder jaar aangescherpt en geüpdatet.

(Bron: PO Raad)

Raad van State geeft scholen gelijk in hoger beroep over onvoldoende bekostiging in 2022

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 25 maart 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep over de toekenning van te weinig bekostiging in de periode augustus – december 2022. De schoolorganisaties zijn volledig in het gelijk gesteld. 

De Raad van State heeft de eerdere uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland bevestigd: OCW heeft zich niet gehouden aan de wettelijke plicht om schoolorganisaties voldoende financiële middelen toe te kennen om de uitgaven en inkomsten in balans te houden. De staatssecretaris van onderwijs was in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Zij heeft echter geen gelijk gekregen van de Raad van State.

Hoe zat het ook alweer?

Voor de laatste vijf maanden van 2022 heeft de toenmalige minister van onderwijs de schoolorganisaties een beschikking gegeven van 34,55% van de bekostigingsnorm van dat jaar. De schoolorganisaties hadden in die periode daarentegen te maken met substantieel hogere lasten ter grootte van 5/12e (= 41,67%). In eerdere jaren was dit ook het geval, maar dan werd het verschil door de minister in het volgende jaar gecompenseerd. Door de invoering van een nieuwe manier van bekostigen hebben scholen de compensatie in 2023 niet ontvangen. Zij kregen daardoor te maken met een tekort van 7,12 procentpunt van hun bekostiging.

In 2023 hebben 222 schoolorganisaties uit het primair onderwijs een gezamenlijk beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland tegen dit tekort aan bekostiging. Zij gaven aan dat ze forse schade hebben opgelopen. Zo hebben sommige schoolorganisaties personeel moeten ontslaan en investeringen moeten uitstellen, met gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs voor de leerlingen. De Raad van State heeft dit nu ook erkend en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

De PO-Raad is blij met de uitspraak van de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de belangen van de leerlingen serieus genomen. Schoolorganisaties moeten kunnen rekenen op een stabiele bekostiging en een betrouwbare overheid. Het advocatenkantoor Stibbe en de collega’s uit de kerngroep hebben hard gewerkt om dat zichtbaar te maken voor de rechters. 

We wachten nu op een reactie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op de uitspraak. We houden dat nadrukkelijk in de gaten en laten weten als er meer bekend is over hoe het ministerie gevolg geeft aan deze uitspraak.

(Bron: PO Raad)

Scholen kunnen weer subsidie aanvragen voor programma Ontwikkelkracht

Scholen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen tot 26 juni 2026, 16.00 uur subsidie aanvragen voor het programma Ontwikkelkracht voor schooljaar 2026/2027. Dit programma is opgezet om de kwaliteit van het onderwijs duurzaam te verbeteren door de kracht van de onderwijspraktijk te verbinden met inzichten uit onderzoek. Voor scholen die mee willen doen aan een leertraject van een expertiseschool is er daarnaast een extra subsidieronde vanaf 1 oktober 2026 om 9.00 uur tot 28 november 2026 om 16.00 uur.

Voor alle details over de subsidieregeling, voorwaarden en het aanvraagproces kunnen scholen terecht op de website van Ontwikkelkracht.

De subsidie voor het programma Ontwikkelkracht is een van de vele aanvullende bekostiging en landelijke subsidies voor het primair onderwijs. Op deze website vind je elke maand een bijgewerkt overzicht met aanvullende bekostiging en landelijke subsidies.

(Bron: PO Raad)