Kerstpakket voor uw werknemer ook goed in uw administratie verwerkt?

Ondanks de economische perikelen blijft het eindejaarsgeschenk een belangrijk symbool van waardering. Het kerstpakket wordt door de jaren heen wel steeds later besteld. Werkgevers zien het kerstpakket niet langer als een verplichting, maar als een kans om persoonlijk te communiceren met de werknemers.

Wat geven werkgevers aan de werknemers rond de kerstperiode ?

Circa de helft (49%) van de werkgevers kiest voor een traditioneel kerstpakket. 13% van de werkgevers gaat voor een cadeaubon. 12% koopt een persoonlijk cadeau. Een klein deel van de werkgevers kiest voor een bedrijfsuitje (6%) of een financiële bijdrage (5%). Terwijl 15% van de werkgevers het personeel met lege handen de feestdagen in laat gaan.

Kerstpakket tot € 70,00 fiscaal vriendelijk

Werkgevers mogen onder de huidige wetgeving per kalenderjaar tot een bedrag van € 70,00 in natura fiscaalvriendelijk (netto) schenken aan hun medewerkers.

Let op! Fiscaal vriendelijk betekent: Over deze € 70,00 vindt een eindheffing ten laste van de werkgever plaats van 20%; uw schenking kost u in totaal € 84,00.

Zolang de waarde van het geschenk in het economisch verkeer (inclusief BTW) niet meer bedraagt dan € 70,00 hoeft de medewerker hierover geen belasting  te betalen. Wanneer u meerdere geschenken per kalenderjaar verstrekt, kan worden volstaan met 20% eindheffing, onder de voorwaarde dat de som van de waarde onder het bedrag van € 70,00 blijft. Over het bedrag waarop u deze eindheffing toepast, hoeft u geen premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (Zorgverzekeringswet) af te dragen.

Gaan de verstrekkingen boven de grens van € 70,00 uit, dan wordt het meerdere belast tegen het gebruteerde tabeltarief. Het gebruteerde tabeltarief mag u alleen toepassen als het geschenk niet meer waard is dan € 136,00 en u voor niet meer dan € 272,00 op jaarbasis aan de werknemer heeft geschonken.

Kerstgeschenk aan relaties

Geeft u hetzelfde (kerst)geschenk dat u aan uw eigen werknemers verstrekt en waarop u eindheffing toepast op hetzelfde moment ook aan andere relaties die werkzaamheden voor u hebben verricht? Dan mag u de belasting die uw relaties hierover verschuldigd zijn voor uw rekening nemen. Dat kunt u doen door over de geschenken eindheffing te betalen. U past bij deze geschenken aan zakelijke relaties een tarief toe van 45% als de waarde van het geschenk of de verstrekking niet meer is dan € 136,00.

Dit betekent dat een geschenk van € 136,00 u in totaal € 197,20 kost.

 

Kerstpakket en de werkkostenregeling (WKR)

Vanaf 1-1-2011 kunt u jaarlijks kiezen om van de WKR gebruik te maken i.p.v. de huidige regels. Wat verandert er met betrekking tot het kerstgeschenk op fiscaal gebied voor werkgevers die hiervoor kiezen?

Volgens de nieuwe werkkostenregeling vormen in beginsel alle vergoedingen en verstrekkingen die plaatsvinden aan werknemers (dus ook het kerstpakket!) loon. Van de totale fiscale loonsom kunt u maximaal 1,4% besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor uw werknemers, waaronder het kerstpakket. Over het bedrag boven de 1,4% vrije ruimte betaalt u loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%.

(Bron: Fiscalio 19-11-2011)

Hoge salarisstijging leidde tot fors hoger gebruikelijk loon over voorafgaand jaar

Een forse salarisstijging van een directeur-grootaandeelhouder (dga) in enig jaar kan al fiscale gevolgen hebben voor het voorafgaande jaar en in dat jaar leiden tot onverwachte belastingheffing bij de bv. De Hoge Raad heeft onlangs de in deze zin luidende uitspraak van Hof Amsterdam zonder bijkomende motivering (art. 81 RO) bevestigd.
In de onderhavige procedure was het salaris van de dga in een optiekbedrijf eind december 2002 met terugwerkende kracht voor 2002 verhoogd van € 45.638 naar € 160.000. Als motivering voor de sterke verhoging werd onder meer aangevoerd de belangrijk verbeterde winstgevendheid van de onderneming sinds 1999.

De inspecteur stelde dat het gebruikelijke salaris voor de dga voor 2001 aanmerkelijk hoger zou zijn dan het overeengekomen salaris en legde de bv over het tijdvak 2000-2001 een naheffingsaanslag loonheffing op met boete en heffingsrente. Hij stelde het gebruikelijk loon op € 120.000. Daarbij baseerde de inspecteur zich op een interne brief, gericht aan een voormalige compagnon van de dga waarmee de zakenrelatie was beëindigd.
­
Het hof volgde de inspecteur en baseerde zich met name op de winstontwikkeling van de bv’s van het optiekbedrijf, omdat een vergelijking met andere dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang al dan niet aanwezig zou zijn en de CAO optiekbedrijven naar het oordeel van het hof onvoldoende vergelijkbaar waren.

(Hoge Raad 14 oktober 2011)