De inschrijfplicht van de UBO is een feit

Zoals je ongetwijfeld mee gekregen hebt moet tegenwoordig van iedere onderneming, stichting, vereniging etc (met een paar uitzonderingen zoals eenmanszaken) de zogenaamde UBO (Ultimate Beneficial Owner: uiteindelijk belanghebbende) worden ingeschreven. Dit is een gevolg van een Europese regeling die voor alle landen inmiddels geldt. Nederland behoort tot de achterhoede waar het gaat om het invoeren van deze regeling.

Wie is een UBO?

De UBO is iemand die bijvoorbeeld meer dan 25% stemrecht heeft in de Algemene Vergadering van aandeelhouders of t.a.v. een statutenwijziging. Het voert te ver om hier alle criteria te vermelden, maar op kvk.nl kun je precies lezen wie van welke onderneming een UBO is. Uiteindelijk is er van iedere onderneming een UBO. Want als er door de wettelijke regels geen UBO naar boven komt, dan is de hoger leidinggevende (de directeur) de UBO. Deze wordt dan in de volksmond ook wel pseudo-UBO genoemd. Voor iedere onderneming, stichting en vereniging is er dus uiteindelijk een UBO.

Welke gegevens zijn te raadplegen?

De naam van UBO is vervolgens voor iedereen te raadplegen. Ook is te raadplegen hoe groot iemands belang is en wat voor een soort belang die persoon dan heeft. Behalve geboortejaar en -plaats zijn vervolgens ook nog nationaliteit en woonstaat te raadplegen. De andere gegevens die opgegeven moeten worden (zoals bijvoorbeeld je BSN) zijn alleen voor een paar instanties, zoals de FIOD, te raadplegen. Het is in bepaalde situaties mogelijk om de meeste gegevens te laten afschermen, maar dat zal echt een uitzondering zijn (bijv. als er risico op ontvoering of afpersing is).

Hoe schrijf ik de UBO in?

Je bent als ondernemer zelf verantwoordelijk voor het inschrijven van de UBO. Je kunt dit doen door het digitale stappenplan te volgen op kvk.nl. Alternatief is om het formulier dat hier speciaal voor ontworpen is (formuliernr. 30, 31, 32 of 33  – afhankelijk van het soort onderneming of inschrijving dat je hebt) te downloaden en in te vullen. Daarna moet dit formulier naar de Kamer van Koophandel worden gebracht. Naast deze opgave moet je ook bewijs aanleveren bij de Kamer van Koophandel waaruit dan blijkt dat je de UBO bent. Een voorbeeld van deze opgave is een (gewaarmerkt) kopie van het aandeelhoudersregister of een firma-akte. Met name deze opgave zal lastig zijn om uit te zoeken.

Tot wanneer kan ik de UBO inschrijven?

De wetgever heeft bepaald dat vanaf 27 september 2020 gerekend (de invoeringsdatum) je 18 maanden de tijd hebt om je UBO in te schrijven. Dat betekent dus dat je voor 27 maart 2022 de UBO moet hebben ingeschreven. Er schijnen nu brieven door de Kamer van Koophandel verzonden te worden waarin staat dat je binnen 6 weken de UBO moet hebben ingeschreven, maar dat is dus pertinent niet waar.

(Bron: Alfa)

Een woud van coronaregelingen: zo houdt u het overzicht

Als ondernemer komt er veel op u af, zeker als de coronacrisis impact heeft op uw business. Het steunpakket van de overheid biedt veerkracht, maar we zien ook dat ondernemers soms door de bomen het bos niet meer zien. Herkenbaar voor u? Dan hebben we enkele tips.

Alle regelingen op een rij

Voor welke financiële regelingen komt u wel én niet in aanmerking? Welke gegevens en bewijsstukken moet u hiervoor aanleveren? En wanneer vindt de definitieve vaststelling of eindafrekening plaats? Op deze pagina van Rijksoverheid vindt u een overzicht van alle maatregelen. Tip: bekijk ook eens de regelingencheck van de KVK en de Coronacalculator van VNO-NCW/MKB Nederland.

Raadpleeg een expert

Van zoveel mogelijk regelingen gebruikmaken als mogelijk, is natuurlijk niet altijd verstandig. Veel regelingen zijn gebaseerd op verwachte omzetdaling. Als achteraf blijkt dat uw omzetdaling minder groot is dan verwacht, moet u tegemoetkoming terugbetalen. Ook bij uitstel van belastingbetaling komt er weer een moment dat u moet gaan betalen.

Het is daarom moeilijk om te bepalen van welke regelingen u het beste wel óf geen gebruik kan maken. U hebt immers geen glazen bol. Een adviseur van accon■avm kan u daarbij helpen. Hoewel zij ook niet in de toekomst kunnen kijken, kunnen zij wel uw cijfers interpreteren, uw liquiditeit bewaken en realistische prognoses maken. Ook helpen zij u met de aanvraag en afwikkeling van alle coronaregelingen.

(Bron: AcconAVM(

In 2020 nog een auto van de zaak aanschaffen

De bijtelling voor de auto van de zaak is altijd in beweging en dat kan een reden zijn om – als dat nog lukt – dit jaar een nieuwe auto aan te schaffen. Er zijn namelijk nog steeds fiscaal interessante mogelijkheden en deze worden ieder jaar minder.

Een elektrische auto van de zaak

Bent u van plan om een nieuwe elektrische auto aan te schaffen? Dan is het interessant om dat nog dit jaar te doen. De bijtelling over het privégebruik van een elektrische auto bedraagt in 2020 in principe 8% voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 45.000. Voor zover de waarde hoger is, geldt een bijtellingspercentage van 22%.

Vanaf 1 januari 2021 wordt die regeling echter weer iets minder interessant. Dan bedraagtde bijtelling namelijk 12% voor zover de cataloguswaarde niet meer bedraagt dan € 40.000 en 22% over het meerdere. Koopt u de auto nog dit jaar, dan mag u gedurende zestig maanden de huidige percentages blijven toepassen. Deze termijn gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van eerste toelating.

Tip als u een elektrische auto aanschaft: Voor een elektrische auto heeft u onder voorwaarden recht op de milieu-investeringsaftrek (MIA). Dit is een extra aftrek op uw winst van 13,5% over de aanschafwaarde van uw auto met een maximum van € 40.000. Om de MIA te kunnen toepassen moet u de investering in de elektrische auto hebben aangemeld bij de RVO binnen drie maanden na de opdracht tot levering van de auto. Het moet bovendien gaan om een nog niet eerder gebruikte elektrische auto.

Een waterstofauto van de zaak

Hoewel de keuze nog beperkt is en het tanken van brandstof een uitdaging kan zijn, kan uw keuze ook uitgaan naar een waterstofauto. Doe dat dan nog in 2020. Voor auto’s zonder CO2-uitstoot die op waterstof rijden, geldt in 2020 namelijk een bijtelling van 8%. Dat percentage geldt bovendien voor de volledige aanschafprijs, zonder de drempel die bij elektrische auto’s nog wel geldt. De bijtelling van 8% mag u gedurende maximaal 60 maanden na aanschaf blijven toepassen.

Tips als u een waterstofauto aanschaft: Als ondernemer heeft u voor een waterstofauto recht op MIA. De MIA is een extra aftrekpost op de winst van 36% van de aanschafwaarde tot maximaal € 75.000 van het investeringsbedrag. Bij investering in een waterstofauto kunt u ook nog eens maximaal 75% van het investeringsbedrag willekeurig afschrijven en daarmee een liquiditeitsvoordeel behalen. Voor de MIA en de willekeurige afschrijving is van belang dat de investering in de waterstofauto binnen drie maanden na het aangaan van de koopovereenkomst aanmelden bij de RVO.

(Bron: Flynth)

Speel in op aanpassing tarief voor de overdrachtsbelasting

Per 1 januari 2021 gaan de tarieven en voorwaarden voor de overdrachtsbelasting wijzigen. Mogelijk kunt u nu nog een voordeel behalen door een levering naar voren te halen of juist de levering pas in 2021 laten plaatsvinden.

Voor starters op de woningmarkt (bij de aankoop van de woning leeftijd tussen 18 en 35 jaar), nog niet eerder een beroep op deze vrijstelling hebben gedaan en de woning ook duurzaam zelf willen gaan bewonen, geldt vanaf 1 januari 2021 een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Voorlopig geldt dit voor een periode van 5 jaar, dus tot en met 2025. Als uzelf, uw kinderen of kleinkinderen dus een woning willen kopen, kan het dus interessant zijn om de afspraak bij de notaris te verzetten naar een datum in januari 2021 (of later).

Toch gebruik maken van de startersregeling

Als u voor 1 januari 2021 al een eigen woning bezit en u gaat in de jaren na 1 januari 2021 verhuizen naar een andere eigen woning, dan kunt u toch gebruik maken van deze startersregeling ook al bent u eigenlijk geen starter op de woningmarkt. Uiteraard moet u wel aan de gestelde voorwaarden voldoen.

Voor de eigen woning blijft voor de andere gevallen een tarief gelden van 2% maar alleen als de woning bestemd is om door de koper zelf (als eigen woning) bewoond te worden. Datzelfde blijft gelden voor de aanhorigheden bij die woning (bijv. een aparte schuur of garage of een extra stuk grond) maar alleen als die aanhorigheid tegelijk met de eigen woning wordt aangeschaft. Als u dus nog apart een aanhorigheid wilt kopen dan kunt u dat beter dit jaar nog doen want dan geldt nog wel het 2% tarief. Vanaf 1-1-2021 geldt voor de afzonderlijke aankoop van zo’n aanhorigheid het algemene tarief van 8%.

Algemeen tarief overdrachtsbelasting naar 8%

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting gaat omhoog van 6% naar 8% (een verhoging van 33 1/3%). Als u overweegt een bestaand bedrijfspand aan te schaffen, dan kunt u dat dus beter nog dit jaar doen. Bij een bedrijfspand met een aanschafwaarde van € 1 miljoen bedraagt in 2020 de overdrachtsbelasting € 60.000. In 2021 zal deze € 80.000 zijn, zodat u bij aanschaf in 2020 € 20.000 overdrachtsbelasting bespaart.

Ook voor woningen aangeschaft als belegging

Dit algemene tarief zal vanaf 1 januari 2021 ook gelden voor woningen die als belegging worden aangeschaft, voor afzonderlijk aangekochte aanhorigheden bij de eigen woning en ook voor vakantiewoningen (ongeacht of u deze verhuurt of zelf gebruikt). Als u dus voornemens bent om die aan te kopen, zorgt u dan dat u vóór 1 januari a.s. bij de notaris bent geweest voor de levering. Het tarief hiervoor gaat immers van 2% naar 8% (een verhoging van maar liefst 300%!) en dan wordt bijvoorbeeld uw vakantiewoning ineens een stuk duurder.

(Bron: Flynth)

Wijziging regeling voor verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Op 5 oktober 2020 is een nota van wijziging op het met Prinsjesdag ingediende wetsvoorstel Belastingplan 2021 aan de Tweede Kamer gezonden. Er wordt voorgesteld om de regels voor de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting te wijzigen. De regels worden enerzijds beperkt en anderzijds verruimd. Als de wetswijziging wordt aangenomen, treden de regels per 1 januari 2022 in werking. De regels hebben gevolgen voor ondernemingen met aanwezige verliezen. 

Huidige regeling

Op dit moment kunnen verliezen in de vennootschapsbelasting worden verrekend met de winsten van het voorgaande jaar en de winsten van de zes volgende jaren.  In een winstjaar is de volledige belastbare winst beschikbaar voor verliesverrekening. Er geldt op dit moment dus geen maximumbedrag aan verliesverrekening per jaar. 

Voorgestelde wijzigingen

Het kabinet stelt voor om de verliesverrekeningsregels op drie punten te wijzigen:

  1. De voorwaartse verliesverrekeningstermijn (carry-forward) van zes jaar vervalt. Een verlies wordt daardoor onbeperkt in de tijd voorwaarts verrekenbaar. De achterwaartse verliesverrekeningstermijn (carry-back) blijft één jaar.
  2. Voor zover de belastbare winst over een jaar € 1 miljoen of minder is, kan die belastbare winst helemaal worden gebruikt voor de verrekening van een verlies uit een ander jaar.
  3. Voor zover de belastbare winst over een jaar meer is dan € 1 miljoen, kan slechts de helft van die belastbare winst boven € 1 miljoen worden gebruikt voor de verrekening van een verlies uit een ander jaar. 

Volgens het voorstel gaan deze regels in vanaf boekjaren die starten op of na 1 januari 2022. Dit betekent dat deze regels ook gaan gelden voor verliezen die op dat moment nog openstaan. Het gaat om verliezen die zijn geleden in boekjaren die zijn gestart op of na 1 januari 2013 en die nog niet verrekend zijn. 

Advies voor ondernemingen in Nederland

Voor belastingplichtigen met veel openstaande verliezen is het interessant te beoordelen of het mogelijk is om deze verliezen nog in 2020 en 2021 te verrekenen. Daarnaast is het in algemene zin altijd interessant te (laten) beoordelen in hoeverre de verliesverrekening kan worden geoptimaliseerd, bijvoorbeeld tussen groepsmaatschappijen. 

(Bron: BDO)

Vaststelling NOW-1 subsidie en publicatie NOW-3 regeling

Het is sinds 7 oktober 2020 mogelijk om vaststelling van de NOW-1 subsidie aan te vragen. Daarnaast is de NOW-3 regeling gepubliceerd. Graag lichten we in dit perspectief toe waar u aan moet denken.

Vaststelling NOW-1 subsidie

Voor ondernemingen en organisaties is het mogelijk om een verzoek tot vaststelling van de NOW-1 subsidie in te dienen via de website van het UWV. Dat moet binnen 24 weken plaatsvinden of binnen 38 weken indien een accountantsverklaring is vereist. Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie moet de werkelijke omzetdaling over de meetperiode worden doorgegeven. Het UWV zal vervolgens controleren wat de loonsom over de subsidieperiode is geweest. Deze gegevens kunnen leiden tot extra subsidie of een terugbetalingsplicht. 

Ondernemingen en organisaties die een voorschot van in totaal € 100.000 of meer hebben ontvangen per concern, een subsidie van in totaal € 125.000 of meer hebben ontvangen per concern of de omzetdaling op het niveau van een zelfstandige werkmaatschappij hebben vastgesteld, moeten bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie een accountantsverklaring overleggen. De accountant dient de omzetdaling te controleren en vast te stellen of aan bepaalde voorwaarden van de NOW-regeling is voldaan. Bij een voorschot van € 20.000 of meer, of een subsidie van € 25.000 of meer, is een derdenverklaring vereist van een boekhouder, belastingdeskundige, brancheorganisatie of accountant. De werkzaamheden voor een derdenverklaring zijn minder ingrijpend dan de werkzaamheden voor een accountantsverklaring.

(Bron: BDO)

Financiële hulp aan kind bij aankoop eigen huis: 3 aandachtspunten

Ondanks de coronacrisis is de woningmarkt nog altijd oververhit en is het voor starters lastig om aan een koopwoning te komen. Soms is daarbij de hulp van ouders dan ook wenselijk of noodzakelijk. Enerzijds reikt de overheid de helpende hand richting starters door bijvoorbeeld de overdrachtsbelasting af te schaffen. Anderzijds neemt de overheid tegelijkertijd ook weer maatregelen die de eigenwoningbezitter raken. In verband met een aantal wetswijzigingen wijzen wij u op drie aandachtspunten die komen kijken als u als ouder uw kind helpt  bij de aankoop van een woning.

Allereerst moet vooropgesteld worden dat ouders op vele manieren kunnen helpen bij de aankoop van een eigen woning. In verband met een aantal aanstaande wetswijzigingen is het verstandig bij financiële hulp onderstaande drie zaken in de gaten te houden.

1. Schenken van een woning
Door het schenken van een woning in zijn geheel aan één van de kinderen, ‘verdampt’ de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Dat komt doordat bij de heffing van schenkbelasting rekening wordt gehouden met geheven overdrachtsbelasting. Als er geen overdrachtsbelasting wordt geheven omdat er een vrijstelling van toepassing is, vindt er geen vermindering plaats van schenkbelasting waardoor de vrijstelling feitelijk verloren gaat.

Daarnaast stijgt het box 1 inkomen door het eigenwoningforfait en de beperking van de zogenaamde Hillenaftrek. Daarom lijkt het aanbevelenswaardig de woning niet te schenken, maar bijvoorbeeld een deel van de financiering kwijt te schelden, al dan niet gespreid in de loop der tijd. Door jaarlijks een deel te schenken kan bovendien jaarlijks gebruik gemaakt worden van de voetvrijstelling. Dit kan naast gebruikmaking van de eenmalig verhoogde vrijstelling.

2. Familiebanklening
Een zogenaamde familiebanklening voor de eigen woning kan fiscaal optimaal ingekleed worden afhankelijk van de wensen en omstandigheden. Daarnaast kan er met een familiebanklening ook een deel uitstel van belasting worden gerealiseerd, omdat de aftrek van hypotheekrenteaftrek direct geclaimd kan worden in de aangifte inkomstenbelasting, terwijl als de lening vanuit een BV is gefaciliteerd de heffing over dividenduitkeringen langdurig uitgesteld kan worden. De hypotheekrenteaftrek wordt de komende tijd stap voor stap verder versoberd, maar de familiebanklening voor de eigen woning blijft in diverse gevallen nog interessant.

3. Aflossingsvrije lening
Een aflossingsvrije lening (al dan niet verstrekt door de ouders) vanuit de familiebanklening is in bepaalde gevallen ook interessant. Omdat de hypotheekrenteaftrek wordt versoberd kan het ook juist interessant zijn een lening te alloceren in box 3 waarmee de vermogensrendementsgrondslag kan worden beperkt. Het mogelijke fiscale voordeel verschuift dan van box 1 naar box 3.  

(Bron: BDO)