U kunt Tozo met terugwerkende kracht aanvragen!

Nu de lockdown is verlengd tot 2 maart 2021 zal bij veel zzp’ers de vraag spelen: waar kan ik terecht voor ondersteuning. Vanaf 1 februari is het mogelijk om inkomensondersteuning via de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) met terugwerkende kracht aan te vragen. De terugwerkende kracht geldt tot de voorafgaande maand. Vanaf 1 februari kan de inkomensondersteuning dus voor de periode vanaf 1 januari 2021 worden aangevraagd.

Wat is de Tozo?

De Tozo is een financiële tegemoetkoming voor ondernemers, waaronder ook dga’s, die vanwege corona in moeilijkheden zijn gekomen. De regeling kan zorgen voor inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal.

Inkomensondersteuning via de Tozo

Inkomensondersteuning kan worden verleend wanneer het inkomen onder het sociaal minimum terecht is gekomen. De ondersteuning bedraagt maximaal € 1.500 netto voor stellen en maximaal € 1.050 netto voor alleenstaanden.

Door wisselende inkomsten is het soms moeilijk te bepalen of men onder het sociaal minimum uitkomt. Daarom is het mogelijk vanaf 1 februari 2021 de inkomensondersteuning met terugwerkende kracht aan te vragen. De terugwerkende kracht van de aanvraag is mogelijk tot 1 april 2021. Vanaf die datum moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.

Wel partnertoets, geen vermogenstoets

De inkomensondersteuning kent een partnertoets. De verdiensten van een eventuele partner worden dus meegenomen bij de vraag of het gezinsinkomen onder het sociaal minimum terecht is gekomen. De Tozo kent daarnaast geen vermogenstoets. Dit betekent dat met eventueel vermogen geen rekening wordt gehouden bij de aanvraag van de Tozo. Voor de lening van bedrijfskapitaal geldt zowel geen partnertoets als vermogenstoets.

Moet ik de Tozo terugbetalen?

Inkomensondersteuning hoeft in principe niet terug te worden betaald, tenzij achteraf blijkt dat het inkomen te laag is ingeschat. Is op basis hiervan te veel inkomensondersteuning ontvangen? Dan moet deze wel worden terugbetaald voor zover er te veel is ontvangen. Een lening voor bedrijfskapitaal moet wel worden terugbetaald. Hierover is een 2% rente verschuldigd.

(Bron: DRV)

Versoepeling urencriterium voor zelfstandigenaftrek en andere aftrekposten

U heeft als ondernemer recht op verschillende aftrekposten in de inkomstenbelasting. Voor een aantal van die aftrekposten moet u voldoen aan het zogenaamde urencriterium. Denk daarbij onder meer aan de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve. Daarvoor moet u onder meer in het jaar minimaal 1225 uur hebben besteed aan uw onderneming. De staatssecretaris van Financiën komt ondernemers tegemoet die door de coronacrisis niet kunnen voldoen aan die 1225-uursnorm en daardoor belastingfaciliteiten zouden verliezen.

Periodes waarvoor de tegemoetkoming geldt

Op basis van de goedkeuring mag u rekening houden met een minimaal aantal uren per week dat u aan uw onderneming heeft besteed, ongeacht of u die ook echt besteed heeft aan uw onderneming. De goedkeuring geldt zowel voor 2020 als voor 2021, maar er wordt niet voor het gehele jaar rekening gehouden met een minimaal aantal uren per week. 

  • Voor 2020 geldt (slechts) een periode van 1 maart tot en met 30 september
  • Voor 2021 geldt (vooralsnog) een periode van 1 januari tot en met 30 juni.

Voor de overige maanden zult u rekening moeten houden met de daadwerkelijk gewerkte uren.

Algemene tegemoetkoming

De Belastingdienst gaat er in de genoemde periodes vanuit dat u altijd minimaal 24 uren per week aan uw onderneming(en) heeft besteed, ook als u die uren door de coronacrisis niet daadwerkelijk heeft besteed.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Wilt u aanspraak maken op de zogenaamde startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, dan geldt een verlaagd urencriterium van 800 uur. Ook daarvoor geldt een versoepeling in 2020 en 2021. De Belastingdienst gaat er dan vanuit dat u in de genoemde periodes minimaal 16 uren per week aan uw onderneming(en) heeft besteed.

Seizoensgebonden ondernemers

Valt de piek van uw werkzaamheden juist in de bovengenoemde periodes, dan bieden de tegemoetkomingen u geen soelaas. In dat geval geldt een aanvullende tegemoetkoming en gaat de Belastingdienst ervan uit dat u in die periodes hetzelfde aantal uren heeft besteed als u in de vergelijkbare periode in 2019 heeft gedaan. U kunt dan dus (deels) aan de hand van uw administratie van 2019 beoordelen of u in 2020 en/of 2021 aan het urencriterium voldoet.  

Normaal niet voldaan aan het urencriterium?

Er is een groep ondernemers die normaliter niet aan het urencriterium zou voldoen maar door de maatregel wel aan het urencriterium voldoet. Die hebben in deze beide jaren dan een voordeel.

(Bron: Flynth)

Wet homologatie onderhands akkoord voorkomt faillissementen

De Wet homologatie onderhands akkoord is sinds 1 januari 2021 in werking. De wet omvat een regeling die levensvatbare bedrijven redt als zij onder een te zware schuldenlast dreigen te bezwijken. Deze bedrijven krijgen de mogelijkheid om hun schuldenlast te saneren. Eén individuele schuldeiser kan niet langer een stok in het wiel steken.  

Oude situatie 

Voor de WHOA kon een onderneming die een mooie omzet maakte, met goede marges, toch failliet gaan. Bijvoorbeeld als er tijdens een moeilijke periode een aanzienlijke schuldenlast ontstond en de onderneming niet meer kon voldoen aan aflossings- en renteverplichtingen. Voor een eventueel schuldeisersakkoord was de medewerking van alle schuldeisers nodig. Weigerde één van hen mee te werken, dan bleef een minnelijke regeling uit. Een faillissement was het logische, maar minst gunstige gevolg.

Nieuwe situatie 

De WHOA geeft de rechtbank nu de mogelijkheid een onderhands akkoord te sluiten tussen een onderneming en een deel van de schuldeisers en aandeelhouders. Die moeten samen goedkeuring verlenen aan de herstructurering van de schulden. Ze moeten die schulden homologeren. De rechterlijke goedkeuring hiervan borgt dat alle betrokken schuldeisers en aandeelhouders zijn gebonden aan de inhoud van het akkoord. Dus ook die ene schuldeiser die niet wilde meewerken.  

Voor wie? 

De regeling geldt voor ondernemingen, ongeacht hun rechtsvorm. Voorwaarde is wel dat de schuldenaar in een toestand verkeert waarin het ‘redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan’.   

Herstructurering 

De verwachting is dat ondernemingen op basis van de WHOA toewerken naar een effectieve herstructurering van hun schulden. Dit leidt uiteindelijk tot een daling van het aantal uitgesproken faillissementen en betere uitkomsten en toekomstperspectieven voor alle betrokkenen. 

  • Let op! Het akkoord geldt niet vorderingen en andere rechten van werknemers op grond van een arbeidsovereenkomst. 

Inhoud van het akkoord 

De ondernemer met schulden is in beginsel vrij om te bepalen wat hij aanbiedt, hoe hij het akkoord vormgeeft en welke schuldeisers en aandeelhouders hij bij het akkoord betrekt. Daarbij kan worden gedacht aan:

  • Het aanpassen van rechten van schuldeisers; 
  • Het saneren van schulden; 
  • Het omzetten van schulden in aandelen; 
  • Het wijzigen van rechten van aandeelhouders en/of het wijzigen of beëindigen van lopende overeenkomsten.  

Homologatie 

Homologatie van het akkoord is mogelijk als er ten minste één klasse van schuldeisers is die met het akkoord instemt. De rechtbank bepaalt de datum van de zitting waarop het homologatieverzoek wordt behandeld. Tot aan de dag van de zitting kunnen alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders bij de rechtbank een schriftelijk verzoek indienen tot afwijzing van het homologatieverzoek. 

Voor kleine ondernemers geldt een extra bescherming. Zij kunnen de rechter verzoeken de homologatie te weigeren indien zij niet ten minste 20% van hun vordering betaald krijgen.  

Gevolgen van de homologatie 

Nogmaals: De homologatie heeft tot gevolg dat het akkoord bindend is voor de schuldenaar en alle schuldeisers en aandeelhouders die bij het akkoord betrokken zijn en gerechtigd waren daarover te stemmen. Dit betekent dat ook de schuldeisers of aandeelhouders die uiteindelijk geen stem hebben uitgebracht of niet met het akkoord hebben ingestemd, zijn gebonden. 

(Bron: Flynth)

Corona: Denk aan tegemoetkoming voor melding betalingsonmacht

Bent u bestuurder van een bv of een andere rechtspersoon waarvoor de Nederlandse vennootschapsbelasting geldt? Dan kunt u door de ontvanger van de belastingen aansprakelijk worden gesteld als die rechtspersoon bepaalde belasting- en premieschulden niet betaalt. Om die aansprakelijkheid te voorkomen, moet u normaal gesproken een melding van betalingsonmacht doen. Dan kunt u alleen nog aansprakelijk worden gesteld als de ontvanger aannemelijk maakt dat:

  • er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaand aan het tijdstip van de melding;
  • En het niet betalen van de belastingen/premies hiervan een gevolg is.

Normaal moet u binnen twee weken na de dag waarop de belasting op de aangifte betaald moet zijn een rechtsgeldige melding doen van betalingsonmacht. Heeft u echter om uitstel van betaling gevraagd in verband met corona, dan is een aparte melding van betalingsonmacht niet nodig.

Achteraf alsnog niet rechtsgeldig geacht

De melding van betalingsonmacht wordt alsnog niet-rechtsgeldig geacht als achteraf blijkt dat de betalingsonmacht niet hoofdzakelijk verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis. Doe bij twijfel dus op de gebruikelijke wijze melding van betalingsonmacht binnen de daarvoor gestelde termijn van twee weken.

Tegemoetkoming alleen bij uitstel vanwege corona

De tegemoetkoming ziet alleen op schulden die meedelen in het bijzonder uitstel van betaling wegens de coronacrisis. Voor nieuw opgekomen schulden na afloop van dat uitstel moet u dus wel tijdig een melding betalingsonmacht doen!

Pensioenpremies

De tegemoetkoming geldt niet voor te betalen pensioenpremies aan een bedrijfspensioenfonds. Kan een BV zijn premies voor het bedrijfspensioenfonds niet voldoen, dan moest/moet daarvoor dus wél ‘gewoon’ een tijdige melding betalingsonmacht worden gedaan.

(Bron: Flynth)

Brexit en de positie van Noord-Ierland

Vanaf 1 januari 2021 maakt het Verenigd Koninkrijk als gevolg van de brexit geen onderdeel meer uit van de EU. Dit heeft gevolgen voor zowel de heffing van btw over de levering van goederen als het verrichten van diensten. In dit alles neemt Noord-Ierland bovendien een bijzondere positie in. Ierland en Noord-Ierland hebben een protocol gesloten waardoor Noord-Ierland ten aanzien van goederenleveringen onderdeel van de EU blijft. Op deze manier wordt een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland voorkomen. Hieronder leest u wat dat voor u betekent.

Btw-gevolgen protocol Ierland/Noord-Ierland

Als gevolg van het protocol tussen Ierland en Noord-Ierland is een gemengd btw-stelsel in Noord-Ierland ontstaan. Leveringen, intracommunautaire verwervingen en invoer van goederen die zich in Noord-Ierland voordoen vallen onder de EU btw-regels. Een intracommunautaire verwerving in Noord-Ierland vindt plaats als een ondernemer goederen koopt die vanuit een andere EU-lidstaat naar Noord-Ierland worden vervoerd en waarbij de leverancier een ondernemer is. Voor diensten geldt daarentegen dat Noord-Ierland wordt beschouwd als een derde land. Diensten verricht in Noord-Ierland vallen dus niet langer meer onder het btw-stelsel van de EU. Voor meer informatie over de btw-behandeling van diensten bekijk ons artikel[EdR1]    over de btw-gevolgen van de brexit voor diensten.

Gebruik van speciale btw-nummers

Om te zorgen voor een goede werking van de genoemde regels is het van belang dat ondernemers die in Noord-Ierland goederen leveren en daar btw verschuldigd zijn een speciaal btw-nummer uitgereikt krijgen. Dit speciale nummer verschilt van het Britse btw-nummer, die begint met ‘GB’ en gebruikt wordt voor het Verenigd Koninkrijk als geheel. Vanaf 1 januari 2021 dient het btw-nummer, dat begint met de code ‘XI’, gebruikt te worden voor Noord-Ierland. Wanneer u goederen vanuit de EU levert aan Noord-Ierland, is het van belang dat u een geldig btw-nummer ontvangt van de klant die begint met deze ‘XI’ code. Wanneer goederen lokaal in Noord-Ierland worden geleverd, dient dit speciale btw-nummer met code ‘XI’ te worden gebruikt. Bovendien bestaat er nog een derde code, de ‘XU’ variant. Die geldt specifiek voor het Verenigd Koninkrijk met uitzondering van Noord-Ierland.

De diverse codes zijn in de onderstaande tabel weergegeven.

GB  Verenigd Koninkrijk
Groot-Brittannië, Noord-Ierland, Kanaaleilanden en Isle of Man
XIVerenigd Koninkrijk (Noord-Ierland)
Code die moet worden gebruikt indien het Verenigd Koninkrijk (met betrekking tot Noord-Ierland) moet worden onderscheiden.
XUVerenigd Koninkrijk (met uitzondering van Noord-Ierland)
Code die moet worden gebruikt indien het Verenigd Koninkrijk (met uitzondering van Noord-Ierland) moet worden onderscheiden.


Intrastat-aangiften blijven grotendeels verplicht

Voor sommige goederenstromen zijn nog steeds Intrastat-aangiften vereist. Via een Intrastat-aangifte dienen statistische gegevens te worden verstrekt omtrent het goederenverkeer tussen EU-lidstaten. De handel met Noord-Ierland blijft vanaf 2021 onderdeel uitmaken van de intra-EU handel, en daarvoor blijft, mits de drempel wordt overschreden, het indienen van Intrastat-aangiften verplicht. In ieder geval voor de looptijd van het Noord-Ierse protocol (ten minste tot 2025), aangezien er geen douanecontroles plaatsvinden. Voor Noord-Ierland dient landcode ‘XI’ te worden gebruikt. De handel met de rest van het Verenigd Koninkrijk is daarentegen vanaf 2021 wél onderhevig aan douanecontroles. Daardoor vervalt de Intrastat-verplichting. Voor de rest van het Verenigd Koninkrijk dient landcode ‘XU’ te worden gebruikt.

Aanpassingen steunpakket coronacrisis

Op 21 januari 2021 heeft het kabinet aangekondigd dat het steunpakket voor het opvangen van de gevolgen van de coronacrisis opnieuw wordt uitgebreid, dit keer met € 7,6 miljard. Hierdoor worden de totale ‘corona-uitgaven’ voor 2020 en 2021 inmiddels geraamd op € 61,3 miljard. Dat is hoger dan de jaarbegroting van de Ministeries van Justitie en Veiligheid, Defensie, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Infrastructuur en Waterstaat en Financiën bij elkaar opgeteld.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

NOW-regeling

  • De maximale subsidie op de loonkosten gaat in het eerste en tweede kwartaal van 2021 omhoog van 60-80% naar 85%;
  • De maximale loonsom die voor subsidie in aanmerking komt wordt in het tweede kwartaal van 2021 niet verlaagd naar 1x het maximummaandloon maar blijft staan op 2x het maximummaandloon;
  • Het minimale omzetverlies wordt in het tweede kwartaal van 2021 niet verhoogd naar 30% maar blijft staan op 20%;
  • De loonsomvrijstelling (het percentage waarmee de loonsom mag dalen zonder gevolgen voor de NOW-subsidie) wordt in het tweede kwartaal van 2021 niet verhoogd naar 20% maar blijft staan op 10%.

TVL-regeling

  • Het vergoedingspercentage voor de vaste lasten wordt voor zowel het eerste als tweede kwartaal van 2021 verhoogd van 50-70% (afhankelijk van het omzetverlies) naar 85% (ongeacht het omzetverlies);
  • Het minimale omzetverlies blijft voor zowel het eerste als tweede kwartaal van 2021 op 30% staan en wordt niet verhoogd naar 45%;
  • De eis van maximaal 250 werknemers wordt voor zowel het eerste als tweede kwartaal van 2021 losgelaten. Hiermee komen ook grotere bedrijven in aanmerking voor de TVL-regeling;
  • Het maximale subsidiebedrag gaat voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 omhoog van € 90.000 naar € 330.000 voor MKB-bedrijven en € 400.000 voor niet-MKB bedrijven (meer dan 250 werknemers);
  • Het minimale subsidiebedrag gaat omhoog van € 750 naar € 1.500;
  • Er komt nader onderzoek of de drempel van € 3.000 aan vaste lasten kan worden verlaagd, zonder dat dit op negatieve wijze doorwerkt in andere elementen van de TVL-regeling;
  • De aanvullende voorraadsubsidie voor de detailhandel uit het vierde kwartaal van 2020 wordt voortgezet in het eerste kwartaal van 2021 en wordt verhoogd van 5,6% naar 21% (opslag op het vastelastenpercentage). De maximale voorraadsubsidie bedraagt € 200.000. Dit valt buiten het hiervoor genoemde maximum (punt 4)

Voorbeelden
Deze wijzigingen leveren onderaan de streep het volgende op:

  • Een hotel met restaurant met een omzet van € 800.000 per kwartaal, een loonsom van € 154.850 per kwartaal, € 320.000 aan vaste lasten per kwartaal en een omzetverlies van 100% zal door de wijzigingen € 393.650 aan NOW- en TVL-subsidie ontvangen in het eerste kwartaal van 2021 (in plaats van € 348.850);
  • Een kledingzaak met een omzet van € 200.000 per kwartaal, een loonsom van € 25.000 per kwartaal, € 30.000 aan vaste lasten per kwartaal en een omzetverlies van 100% zal door de wijzigingen € 81.850 aan NOW- en TVL-subsidie ontvangen in het eerste kwartaal van 2021 (in plaats van € 46.050).

(Bron: BDO)

Kortlopend en langlopend bijzonder uitstel van betaling van belastingen

Eén van de belangrijke maatregelen die de overheid heeft getroffen om ondernemingen te helpen tijdens de coronacrisis is een ruimhartig beleid inzake het verkrijgen van uitstel van betaling voor belastingschulden. Daarbij maakt de Belastingdienst onderscheid tussen uitstel voor maximaal drie maanden en uitstel voor langer dan drie maanden.

Kort uitstel (voor drie maanden)

Als u een verzoek tot bijzonder uitstel (i.v.m. corona) doet op of na 12 maart 2020, dan zal de Belastingdienst de invorderingsmaatregelen opschorten voor drie maanden. Dit geldt dan zowel voor aanslagen waar u op dat moment uitstel voor heeft gevraagd, als de aanslagen die in die drie maanden nog extra zijn opgelegd. Het moet daarbij wel gaan om de belastingschulden die voor bijzonder uitstel in aanmerking komen. Dat zijn: loonheffingen, omzetbelasting, inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE), kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater), accijnzen en verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Vanaf tijdvakken vanaf 1 mei 2020 kunt u als vergunninghouder van personenauto’s ook uitstel van betaling krijgen voor de bpm.

Na afloop van deze drie maanden is het dan in beginsel zo dat u weer aan uw nieuwe betalingsverplichtingen moet gaan voldoen. Het aflossen van de achterstallige schulden moet u doen vanaf 1 oktober 2021 gedurende een periode van maximaal 36 maanden in gelijke termijnen. Uiteraard mag u ook eerder starten met aflossen.

Voor zogenaamde ‘pre corona belastingschulden’ (schulden die nog van voor de corona crisis stammen, waar u wellicht al een afwijkende regeling voor had getroffen) geldt dat deze tijdelijk ‘mee’ mochten gaan in de drie maanden uitstel. Als u geen verlenging heeft aangevraagd, mogen deze pre coronaschulden niet mee worden genomen in de betalingsregeling van 36 maanden, maar moeten dan direct worden voldaan.

U kunt ook uitstel aanvragen voor een langere periode. Dat kunt u nu direct doen, maar u kunt ook nog wachten, als u nog niet weet of u langer uitstel nodig heeft.

NB. Mocht u eerst kort uitstel hebben aangevraagd en toch langer uitstel nodig hebben, dan moet dit  in beginsel worden aangevraagd vóór het aflopen van de drie maandstermijn. Voor het aanvragen van de verlenging van het uitstel is een speciaal digitaal formulier beschikbaar.

Langer dan drie maanden uitstel

Aan uitstel langer dan drie maanden worden meer eisen gesteld dan aan het korte uitstel van drie maanden. Deze voorwaarden zijn:

  • De bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel noodzakelijk.
  • Deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan.
  • Er is wel telkens regulier aangifte gedaan.
  • Het uitstel geldt alleen voor de specifieke belastingschulden waarvoor corona-uitstel mogelijk is. 
  • Als de totale belastingschuld ten tijde van ontvangst van het verzoek om uitstel € 20.000 of meer bedraagt is een verklaring van een derde-deskundige vereist.
  • De ondernemer moet verklaren geen dividenden en bonussen te zullen uitkeren, of eigen aandelen te zullen inkopen.

Omvang totale belastingschuld

Meer of minder dan 20.000 euro
Als de totale belastingschuld minder dan 20.000 euro bedraagt (op het moment van de eerste aanvraag van uitstel), hoeft er geen speciale verklaring bij het verzoek te worden gevoegd. Wel zult u aannemelijk moeten maken dat u aan de overige voorwaarden voldoet, namelijk dat uw betalingsproblemen er (nog steeds) zijn en dat ze hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn veroorzaakt. Het is dus niet zo dat uw problemen alléén door de coronacrisis mogen komen, maar andere redenen mogen dus alleen bijkomstig zijn.

Meer dan 20.000 euro: derde-deskundige verklaring
Is de totale openstaande belastingschuld meer dan € 20.000 ten tijde van het eerste verzoek om uitstel, dan moet een derde deskundige een verklaring verstrekken. In deze verklaring moet het volgende zijn opgenomen:

  • Een verklaring dat aannemelijk is dat sprake is van werkelijke betalingsproblemen op het moment van het verzoek om uitstel of naar verwachting op korte termijn daarna (met deze korte termijn bedoelt de overheid met name aan te sluiten bij de periode waarin de actuele coronabeperkingen van het kabinet ten aanzien van uw onderneming gelden).
  • Een verklaring dat aannemelijk is dat deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.
  • Een liquiditeitsprognose die volgens de derde-deskundige plausibel is. 

De eerste twee vereisten zullen naar verwachting weinig discussie opleveren. De laatste eis zal het meest lastige zijn om in te vullen. Het zal immers niet altijd meevallen om een plausibele liquiditeitsprognose op te stellen als nog niet duidelijk is wanneer de ondernemer zijn bedrijf weer goed kan opstarten. 

De prognose mag echter worden opgesteld aan de hand van de feiten en omstandigheden die op het moment van het indienen van het verzoek om uitstel van betaling bekend zijn. Enige inschatting zal daarbij altijd onvermijdelijk zijn.

Wie komt in aanmerking als derde-deskundige? 

De verklaring van de derde hoeft geen assuranceverklaring te zijn. De verklaring hoeft niet, maar mag wel door een externe accountant worden opgesteld. Het mag ook gaan om een externe consultant, een externe financier of een brancheorganisatie. Wel is het vanzelfsprekend aan de ontvanger om te beoordelen of de verklaring van voldoende kwaliteit is. 

Zonder meer uitstel, of toch meer voorwaarden?

Het is niet zo dat er altijd automatisch uitstel wordt verleend. In de meeste gevallen zal dat wel het geval zijn, echter kan de ontvanger in bijzondere omstandigheden er toch toe besluiten om geen uitstel te verlenen of al verleend uitstel van betaling in te trekken. Dat doet zich bijvoorbeeld voor als de ontvanger vreest dat zijn verhaalsmogelijkheden in gevaar komen.
Krijgt u geen uitstel? Neem dan contact met ons op. 

Hoe wordt het lange bijzondere uitstel verder afgewikkeld?

Indien u uitstel heeft voor langer dan drie maanden, geldt dit voor belastingaanslagen die uiterlijk worden opgelegd tot en met 30 juni 2021. Met ingang van 1 oktober 2021 moet u uw nieuwe betalingsverplichtingen hervatten. Ook moet u dan beginnen met het aflossen van de achterstallige schulden. U kunt aflossen gedurende een periode van maximaal 36 maanden in maandelijks gelijke termijnen. Bij verlengd uitstel mag u ook pre coronaschulden meenemen in de betalingsregeling van 36 maanden.

Mocht u de schulden niet binnen deze periode kunnen aflossen, neem dan contact met ons op. Wellicht kan de ontvanger in overleg overgaan tot het toepassen van maatwerk.

(Bron: BDO)