Vier tips om financiële risico’s bij export te beperken

 

Om het financiële risico op wanbetaling bij export op te vangen, kun je een exportkredietverzekering afsluiten. De belangrijkste voordelen op een rij en vier tips om risico’s te beperken.

Tip 1: Kredietlimieten

Kredietverzekeraars houden per klant kredietlimieten aan. Alles boven het limiet is voor eigen rekening. Als je een kredietverzekering afsluit, betaal je in de meeste gevallen premie over je totale omzet. De premie is afhankelijk van je branche en de landen waar je zaken doet.
Mocht een afnemer niet betalen, dan keert de exportkredietverzekeraar het gedekte percentage van dit factuurbedrag aan je uit. De kredietverzekeraar neemt de onbetaalde vordering (factuur) van je over en probeert zelf nog de betaling te regelen met je afnemer.

Tip 2: Check betalingsmoraal voordat je zaken gaat doen

Niet alle export wordt gedekt. Verzekeraars houden goed bij hoe de betalingsmoraal in landen is en of er door andere misstanden extra risico is op wanbetaling. Als je exporteert naar landen binnen de Europese Unie of naar andere Westerse landen zijn verzekeraars vrijwel altijd bereid de risico’s te dekken.
Dekking voor export naar een land als Rusland is dit dan weer vrijwel onmogelijk. Export naar Afrikaanse landen is eventueel via buitenlandse verzekeraars te dekken. Aziatische landen als Taiwan, Japan en Zuid-Korea zijn wel aantrekkelijk voor verzekeraars, maar de rest van Azië is minder gemakkelijk.

Tip 3: Achterstalligheid melden na aanmaning

Je schakelt een verzekeraar pas in als je, na een afgesproken tijd met de maatschappij, de klant een aanmaning hebt gestuurd en hij vervolgens nog steeds niet betaalt. Je meldt de achterstalligheid dan bij de verzekeraar. Vanaf die melding is de betreffende klant ook niet meer verzekerd voor verdere leveringen en zijn vervolgleveringen voor eigen risico. Ook ben je verplicht de factuur ter incasso te geven aan de verzekeraar.

Tip 4: Dek risico af met andere verzekeringen

Naast een exportkredietverzekering kun je de risico’s rond export verder afdekken met andere verzekeringen, zoals extra schadeverzekeringen bij export. Denk aan het risico dat je product beschadigd raakt bij transport, verdwijnt, gestolen wordt of door een andere reden niet (goed) aankomt bij je afnemer. Vraag je (krediet)verzekeraar naar de opties.

Vijf voordelen van een exportkredietverzekering:

  • Je dekt het risico op eventuele verliezen
    Je voorkomt (toekomstige) wanbetalingen
    Je kunt makkelijker extra financiering krijgen vanwege afdekking risico
    Je behoudt liquiditeit / werkkapitaal om door te kunnen
    Je hebt minder kosten en zorgen omtrent je debiteurenbeheer

(Bron: MKB Servicedesk)

 

De kilometeradministratie op orde

Al verschillende malen zijn hier uitspraken van de belastingrechter behandeld over de bijtelling vanwege het privégebruik van de auto van de zaak. Deze bijtelling is onder meer te voorkomen als men via een kilometeradministratie aantoont dat niet meer dan 500 privékilometers op jaarbasis zijn gereden. Men moet daarbij wel beseffen dat de fiscus strenge eisen stelt aan een kilometeradministratie.

Ondernemers en werkgevers

Zowel ondernemers die zelf een bedrijfsauto gebruiken als werkgevers die een auto ter beschikking stellen aan hun werknemers kunnen te maken krijgen met de bijtelling. In beide gevallen blijft de bijtelling achterwege als het privégebruik op jaarbasis niet meer bedraagt dan 500 kilometer per jaar. Dit bewijs is te leveren aan de hand van een kilometeradministratie, ook wel rittenregistratie genoemd.

 

Vrije bewijsleer

Strikt genomen is het bijhouden van een kilometeradministratie niet de enige methode om te bewijzen dat de ondernemer of werknemer in een jaar hooguit 500 privékilometers heeft gereden. Op dit gebied geldt namelijk het beginsel van de vrije bewijsleer. In de praktijk is het gebruik van een sluitende kilometeradministratie echter de meest voorkomende manier. Wel zijn er nog diverse verklaringen die ook het achterwege laten van de bijtelling in beginsel rechtvaardigen. Daarbij valt te denken aan de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto en de Verklaring geen privégebruik auto.

 

Eisen aan de kilometeradministratie

Wie besluit het bewijs door middel van een kilometeradministratie te leveren, moet een aantal eisen in aanmerking nemen. Daarbij maakt het niet uit of de ondernemer of een werknemer de auto van de zaak gebruikt. De eisen zijn als volgt:

  • uit de kilometeradministratie moeten het merk, het type en het kenteken van de auto blijken;
  • de administratie moet de periode vermelden waarin de auto ter beschikking staat of is gesteld;
  • per rit wordt de datum vermeld;
  • per rit wordt zowel de begin- als de eindstand van de kilometerteller genoteerd;
  • per rit wordt zowel het begin- als het eindadres vermeld;
  • als tijdens een rit de gereden route afwijkt van de meest gebruikelijke route, moet men de gereden route ook invullen. De gebruikelijke route hoeft overigens niet de kortste route te zijn. Een kleine omweg kan soms sneller zijn en daarmee acceptabel;
  • de kilometeradministratie geeft per rit aan wat het karakter van de rit is.

De rittenstaat moet ook kunnen worden gecontroleerd aan de hand van bijvoorbeeld een agenda. Het is aan te bevelen niet te veel schattingen van afstanden op te voeren in de kilometeradministratie. Dat doet af aan de betrouwbaarheid en kan alsnog leiden tot een discussie met de Belastingdienst.

 

Niet achteraf opstellen!

Het achteraf opstellen van een kilometeradministratie is eveneens af te raden. In een zaak voor Hof Amsterdam had een dga na afloop van zijn ritten met de auto van de zaak geen enkele vastlegging gemaakt van de gereden ritten of de kilometerstand van de auto. Zijn secretaresse had achteraf een conceptregistratie opgemaakt aan de hand van urenstaten, de kantooragenda en de routeplanner. De dga had deze conceptregistratie aangevuld aan de hand van zijn persoonlijke agenda. Het hof concludeerde dat door deze gang van zake eerder de theoretische dan de werkelijke kilometerstanden werden genoteerd. De bv en de dga hadden daardoor niet voldaan aan de bewijslast. Het hof stond toe dat de Belastingdienst de loonheffing over de onterecht achterwege gelaten bijtelling nahief van de bv. Maar de fiscus mocht geen vergrijpboete opleggen. Het hof vond dat niet viel af te leiden dat de dga had geprobeerd privégebruik te maskeren. Volgens het hof was hier geen sprake van grove schuld, laat staan opzet.

 

Btw

De kilometeradministratie is ook van belang voor de btw-correctie. Blijkt uit de kilometeradministratie dat geen sprake is van privégebruik, dan vindt geen btw-correctie plaats. Daarbij is wel van belang dat woon-werkverkeer voor de btw wordt aangemerkt als privéverkeer, terwijl woon-werkverkeer in de inkomsten- en loonbelasting zakelijk verkeer vormt. Als het privégebruik van een auto alleen bestaat uit woon-werkverkeer, kan men volstaan met het bepalen van de afstand tussen woon en werk. Vervolgens moet men alleen bijhouden hoe vaak dergelijke reizen plaatsvinden. In plaats van het daadwerkelijk bijhouden van de frequentie mag ook worden uitgegaan van een vast aantal van 214 werkdagen per kalenderjaar. Bij dit aantal is onder andere rekening gehouden met incidenteel thuiswerken, ziekte, vakantie, sabbatsverlof en zorgverlof. Het aantal werkdagen van 214 kan naar evenredigheid worden toegepast wanneer:

  • de werknemer op minder dan vijf dagen per week werkt.
  • de dienstbetrekking begint of eindigt in de loop van het kalenderjaar.

(Bron: Taxence)

Inkomsten uit thuiszorg via zorgbemiddelaar was winst uit onderneming

Verpleegkundige X verrichtte werkzaamheden in de thuiszorg via bemiddeling van vijf AWBZ-erkende thuiszorginstellingen. In haar aangifte IB 2008 gaf X haar inkomsten uit zorgwerkzaamheden aan als winst uit onderneming. De inspecteur nam de inkomsten echter in aanmerking als resultaat uit overige werkzaamheden. X was volgens de inspecteur afhankelijk van de bemiddelingsbureaus en liep bij de verleende zorg in natura ook geen debiteurenrisico, omdat in dat geval de factuur voor de gewerkte uren niet werd betaald door de zorgvrager maar werd vergoed uit het AWBZ-budget. Rechtbank Gelderland besliste dat X niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van winst uit onderneming, maar Hof Arnhem-Leeuwarden besliste op het hoger beroep van X anders. Dat het X in het kader van de AWBZ niet was toegestaan om rechtstreeks (thuis)zorg in natura te verlenen aan de zorgvragers, hoefde niet in de weg te staan aan het fiscale ondernemerschap. Het ging er volgens het Hof in dit verband om of X, als thuiszorg verlenende verpleegkundige, voldoende zelfstandigheid bezat ten opzichte van de thuiszorginstellingen als haar opdrachtgevers. Dat was volgens het Hof het geval. Ook vond het Hof het aannemelijk dat X wezenlijke risico’s liep met betrekking tot het behalen van omzet met haar werkzaamheden als verpleegkundige in de thuiszorg. De met de werkzaamheden in de thuiszorg behaalde inkomsten vormden volgens het Hof winst uit onderneming.

Combinatie van goederen en diensten

Biedt u een combinatie van goederen en diensten aan tegen 1 vergoeding? Dan kunnen hiervoor verschillende btw-tarieven gelden. Daarom is het belangrijk om te weten of u de combinatie van goederen en diensten mag behandelen als 1 goed of dienst. Hierbij geldt dat u diensten en leveringen van goederen niet kunstmatig mag splitsen of samenvoegen.

Wanneer combinatie van goederen en diensten?

Levert u een combinatie van goederen en/of diensten, dan is die combinatie 1 goed of dienst als:

  • de gemiddelde consument de combinatie ziet als 1 geheel
  • u een dienst levert waarbij u ook materialen gebruikt
    De materialen maken deel uit van de dienst, als zij ondergeschikt zijn aan de dienst. Bijvoorbeeld: u bent fietsenmaker en u gebruikt plakmateriaal bij het repareren van een lekke band.
  • u goederen levert waaraan u ook diensten verricht
    Uw diensten maken deel uit van de levering van goederen, als zij ondergeschikt zijn aan de levering van goederen. Bijvoorbeeld: u verkoopt een zonnescherm en u monteert dit.

Wanneer afzonderlijke goederen en diensten?

Er is geen sprake van een combinatie van goederen en diensten als de gezamenlijk geleverde goederen en diensten hun zelfstandigheid behouden. Bijvoorbeeld: u hebt een reisbureau en u verkoopt naast de reis (belast met btw) ook een reis- en annuleringsverzekering (vrijgesteld van btw). Deze verzekeringen blijven dan vrijgesteld van btw, omdat zij geen vast onderdeel zijn van de reis. Uw klant kan deze verzekeringen namelijk ook apart of bij een andere ondernemer afnemen.

Gevolgen btw-tarief

Als u meerdere goederen en diensten als 1 geheel aanbiedt, kan dit gevolgen hebben voor de btw die u moet betalen over uw vergoeding:

  • Biedt u een combinatie van goederen en diensten terecht aan als 1 goed of dienst? Dan berekent u hierbij het btw-tarief dat geldt voor het hoofdbestanddeel van de gecombineerde goederen of diensten.
  • Biedt u meerdere goederen en diensten voor 1 prijs aan, maar moet u die als afzonderlijke goederen of diensten behandelen? Dan moet u de vergoeding splitsen als voor de afzonderlijke delen een verschillend btw-tarief geldt. U splitst de vergoeding op basis van de gangbare prijzen die gelden voor de goederen en diensten die u voor 1 prijs hebt aangeboden. Geeft een splitsing op basis van de kosten van de goederen en diensten een beter beeld van de samenstelling? Dan mag u de splitsing daarop baseren als u dat kunt aantonen in uw administratie.

(Bron: Belastingdienst)

Ondanks weigering creditfactuur door afnemer toch btw-teruggaaf

A-G Van Hilten is van mening dat de leverancier of dienstverrichter eenzijdig achteraf een korting kan verlenen die leidt tot vermindering van de vergoeding. Het maakt dus niet uit of de afnemer er mee instemt.

Belanghebbende, X bv, verleent aan F bv een licentie voor het voeren van een merknaam. De totale vergoeding is € 18 miljoen exclusief € 3.420.000 btw. Deze btw is door X bv in 2006 betaald. Medio 2007 ontstaat onenigheid over het betaalschema van de termijnen. X bv besluit de overeenkomst op te zeggen en stuurt een creditfactuur naar F bv, maar die wordt teruggestuurd. In geschil is of X bv eind 2008 recht heeft op teruggaaf van de op de creditfactuur vermelde btw van € 1.037.815. Rechtbank Arnhem stelt X bv in het ongelijk. Dit in verband met de betwisting van de wanprestatie door F bv en het weigeren van de creditfactuur. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden maakt X bv niet aannemelijk dat de licentieovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd. X bv gaat in cassatie.

Advocaat-Generaal Van Hilten is van mening dat de leverancier of dienstverrichter eenzijdig achteraf een korting kan verlenen die leidt tot vermindering van de vergoeding. Het maakt volgens de A-G dus niet uit of de afnemer er mee instemt. De leverancier of dienstverlener heeft dan recht op teruggaaf van te veel voldane btw, mits de vordering op de afnemer (gedeeltelijk) is prijsgegeven. In casu is daarvan sprake door het sturen van de creditfactuur en de begeleidende brief met kwijtschelding. De A-G concludeert tot gegrondverklaring van het beroep van X bv.

(Bron: Taxlive)

Staatssecretaris geeft toelichting op innovatiebox

In een besluit heeft de staatssecretaris van Financiën het regime van de innovatiebox uitvoerig beschreven, nader toegelicht en verder ingevuld.

Beyond Access/FlickR

Beyond Access/FlickR

Voorwaarden innovatiebox

De innovatiebox is een faciliteit die alleen geldt voor vennootschapsbelastingplichtige lichamen. Dit kunnen binnenlandse lichamen zijn of buitenlandse lichamen met een vaste inrichting in Nederland. De kern van de innovatiebox is dat de netto-opbrengsten uit bepaalde immateriële activa zijn belast tegen een effectief tarief van 5%. Het moet daarbij gaan om zelf voortgebrachte immateriële bedrijfsmiddelen waarvoor één of meer octrooien of S&O-verklaringen zijn verkregen. Als onderzoeks- en ontwikkelingswerkzaamheden zijn uitbesteed, kan nog steeds sprake zijn van een zelf voortgebracht bedrijfsmiddel. Het kan dan wel handig zijn om aan de hand van documentatie aannemelijk te maken dat het lichaam voldoende belangrijke functies vervult bij het voortbrengen van het bedrijfsmiddel. Het octrooi moet bovendien in belangrijke mate bijdragen aan de te verwachten netto-opbrengsten uit het zelf voortgebrachte immateriële bedrijfsmiddel. Het lichaam kiest in de aangifte vennootschapsbelasting voor het plaatsen van het bedrijfsmiddel in de innovatiebox.

 

Indeplaatstreding

Binnen internationale concerns kan het gebeuren dat een buitenlandse groepsmaatschappij op basis van het concernbeleid alle octrooien aanvraagt. Dus ook de octrooien voor onderzoeks- en ontwikkelingswerkzaamheden door Nederlandse werkmaatschappijen. Omdat het octrooi niet wordt verleend aan de werkmaatschappij, kan deze de innovatiebox niet toepassen. Maar de buitenlandse groepsmaatschappij voldoet evenmin aan de voorwaarden. Zij heeft namelijk niet zelf het desbetreffende activum ontwikkeld. In zijn Besluit van 1 september 2014, nr. BLKB2014/1054M wijst de staatssecretaris van Financiën op de mogelijkheid van indeplaatstreding. Specifiek noemt hij de geruisloze inbreng in de bv en de bedrijfsfusie, juridische fusie en (af)splitsing. In deze situaties kan het lichaam dat het octrooi of S&O-activum overneemt van de verdwijnende onderneming in de plaats treden van deze onderneming. Deze indeplaatstreding werkt ook door naar de innovatiebox. De overnemer kan dus in deze situaties de innovatiebox toepassen als hij voldoet aan de rest van de voorwaarden.

 

Werking innovatiebox

Het effectieve tarief van 5% wordt bereikt door de netto voordelen uit kwalificerende activa maar voor 5/H in aanmerking te nemen. ‘H’ staat hierbij voor het hoogste vennootschapsbelastingtarief. Op dit gedeelte van de winst is vervolgens het normale vennootschapsbelastingtarief van toepassing. Overigens stelt de staatssecretaris dat het bepalen van de voordelen uit een bedrijfsmiddel in de innovatiebox een individuele benadering eist. Een vaste rekenregel of vast percentage is dus in beginsel niet toe te passen.

 

Forfaitaire voordeelberekening

Als de voordelen van de innovatiebox niet opwegen tegen de administratieve laste van het bepalen van de toerekenbare voordelen, mag een lichaam de forfaitaire voordeelberekening toepassen. Het lichaam moet dan wel in het desbetreffende jaar of in de twee voorafgaande jaren een octrooi- of S&O-activum hebben voortgebracht. Bij de forfaitaire methode wordt 25% van de fiscale winst als positieve innovatiewinst voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking genomen. De op deze forfaitaire wijze bepaalde positieve innovatiewinst is gemaximeerd op € 25.000. Als voor deze methode wordt gekozen, ziet de keuze op alle kwalificerende immateriële activa. Men kan per jaar kiezen voor de forfaitaire methode. Als men in de volgende jaren niet meer kan of wil kiezen voor de forfaitaire methode, kunnen de voordelen nog wel op de gebruikelijke wijze in aanmerking komen voor de toepassing van de innovatiebox.

 

Drempel

Het 5%-tarief is pas van toepassing op de opbrengsten uit immateriële bedrijfsmiddelen voor zover deze opbrengsten een drempel overschrijden. Deze drempel is gelijk aan:

  • het saldo van de nog in te lopen voortbrengingskosten aan het einde van het voorafgaande jaar; plus
  • de voortbrengingskosten van de octrooi- en S&O-activa waarvoor het lichaam in het desbetreffende jaar heeft gekozen voor toepassing van de innovatiebox; plus
  • een eventueel verlies uit de desbetreffende octrooi- en S&O-activa; minus
  • de positieve voordelen uit de desbetreffende octrooi- en S&O-activa die zijn genoten in de periode van het jaar van aanvraag van het octrooi tot en met het jaar vóór het jaar waarin het octrooi is toegekend. Deze voordelen leiden alleen tot een vermindering voor zover zij de som van de in de eerste drie onderdelen genoemde bedragen niet overschrijden.

Grofweg gezegd leidt de drempel ertoe dat het effectieve tarief van 5% pas van toepassing is vanaf het moment dat het totaal aan over de jaren genoten winsten uit het octrooi- of S&O-activum meer bedraagt dan de totale voortbrengingskosten en verliezen met betrekking tot dit bedrijfsmiddel. De Belastingdienst stelt het saldo van de nog in te lopen voortbrengingskosten vast in een voor bezwaar vatbare beschikking. Dit gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag vennootschapsbelasting over dat jaar.

 

Bepaling arm’s length beloning

In het eerder genoemde besluit nr. BLKB2014/1054M wijst de staatssecretaris op het volgende. Bij gelieerde lichamen moet men eerst een arm’s length beloning berekenen voor de functies die het lichaam heeft uitgeoefend, de activa die het lichaam heeft gebruikt en de risico’s die daarbij zijn gelopen. Pas nadat deze beloning is bepaald, is het mogelijk vast te stellen welk deel van deze beloning in de innovatiebox kan vallen.

(Bron: Taxence)

Voorkomen dubbele bijtelling bij vervangende auto of vakantieauto

Als een werknemer een vervangende auto of een vakantieauto heeft, is het van belang om te voorkomen dat dubbel bijtelling betaald moet worden. Formeel is het zo dat als iemand twee auto’s ‘ter beschikking’ heeft, hij ook twee keer bijtelling moet betalen.

Verklaring

Ook als de werknemer één auto helemaal niet gebruikt. Om te voorkomen dat de werknemer hiermee in de problemen komt bij een controle is het van belang om een ‘verklaring tijdelijk vervangend voertuig’ in te vullen.

Brancheafspraak

Dit meldt Vereniging Auto van de Zaak (VAVDZ). ‘Dit formulier is tot stand gekomen uit een brancheafspraak die de Belastingdienst gemaakt heeft met de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen. Het is feitelijk geen nieuwe wet of regeling en daarmee ook geen verplichting. Het is wel een werkafspraak. Dit houdt in dat als u gebruik maart van de verklaring en hier ook naar handelt, u zeker weet dat u hier geen problemen mee krijgt bij een eventuele controle,’ aldus VAVDZ.

Het formulier is op de website van VAVDZ te downloaden.

(Bron: Accountancynieuws)

SEPA: over naar één Europese betaalmarkt

Je huidige bankrekeningnummer kun je per 1 augustus 2014 niet meer gebruiken. Er komt een internationaal rekeningnummer voor in de plaats (IBAN). Dit hangt samen met de invoering van één Europese betaalmarkt (SEPA).

 

  • Nieuw rekeningnummer
  • IBAN
  • Invoering in fases
  • Overboeking
  • Incasso
  • Kosten
  • Veelgestelde vragen over IBAN
  • Consument profiteert nog beperkt
Afbeelding van een Euro-teken in combinatie met het symbool voor Europa (een cirkel met sterren).Je huidige bankrekeningnummer kun je per 1 augustus 2014 niet meer gebruiken. Er komt een internationaal rekeningnummer voor in de plaats (IBAN). Dit hangt samen met de invoering van één Europese betaalmarkt (SEPA). De oorspronkelijke datum was 1 februari, maar de Europese Commissie heeft uitstel van 6 maanden aangevraagd en gekregen.

Nieuw rekeningnummer

Er komt één Europese betaalmarkt, ook wel SEPA genoemd (Single European Payments Area). De grootste verandering is dat per 1 augustus 2014 het Nederlandse rekeningnummer definitief wordt vervangen voor een langer internationaal rekeningnummer (IBAN: International Bank Account Number).

De volgende landen nemen deel aan SEPA:

  • alle landen binnen de Europese Unie;
  • Noorwegen;
  • IJsland;
  • Liechtenstein;
  • Zwitserland;
  • Monaco.

Sommige bedrijven en instellingen zijn al overgegaan op het internationale rekeningnummer. Dit betekent dat ze nu al kunnen vragen om een IBAN en/of op hun facturen hun eigen IBAN vermelden.

IBAN

De IBAN bestaat in Nederland uit 18 tekens en is als volgt opgebouwd: NL99BANK0123456789

  • een landcode (NL voor Nederland);
  • een controlegetal (twee cijfers);
  • een code van de bank (in Nederland vier letters, zoals RABO en INGB);
  • één of meerdere nullen;
  • het huidige (‘oude’) bankrekeningnummer.

Bekijk wat jouw IBAN wordt.

Invoering in fases

SEPA wordt in fases ingevoerd. Er is in de afgelopen jaren al veel veranderd. Dit is nu al mogelijk binnen de Eurozone:

  • Kosteloos met een betaalkaart betalen en geld opnemen. Dit kan op steeds meer plekken binnen Europa, doordat steeds meer automaten de Nederlandse betaalkaart accepteren. Let op: dit geldt alleen voor Eurolanden en niet voor landen die wel binnen het SEPA-gebied vallen, maar waar niet met de euro betaald wordt. Er morgen wel kosten in rekening worden gebracht als dit ook geldt voor de eigen inwoners én als het van te voren staat aangegeven (bijvoorbeeld met een sticker op een geldautomaat). Wij hebben diverse meldingen dat dit in Duitsland regelmatig voorkomt.
  • Grensoverschrijdend geld (laten) incasseren. Dit kun je bijvoorbeeld gebruiken voor het betalen van de huur van het vakantiehuis in Frankrijk of voor internetaankopen.
  • Zonder extra kosten geld ontvangen vanuit een andere Europese rekening.
  • Grensoverschrijdend geld over boeken. Dat is vanaf april 2013 bij alle Nederlandse banken mogelijk met internetbankieren.

Overboeking

Tot 1 augustus 2014 bestaan de nationale en Europese betaalmarkt nog naast elkaar. Maar per augustus 2014 verdwijnt het ‘oude’ bankrekeningnummer, de Nederlandse overboeking en de Nederlandse incasso.

Een overboeking gaat straks als volgt:

  • We doen vanaf 1 augustus 2014 ook als we binnen Nederland geld overschrijven een Europese overboeking.
  • Het internationale rekeningnummer (IBAN) wordt nu nog vooral voor grensoverschrijdende betalingen gebruikt, maar straks ook voor alle binnenlandse betalingen.
  • Voor een Europese overboeking is er naast de IBAN een zogenoemde BIC-code nodig. De BIC-code (Bank Indentifier Code) is een code van de bank waar de rekening van de begunstigde loopt. Per 1 augustus 2014 is voor een Europese overboeking binnen Nederland alleen nog de IBAN nodig. Per 1 februari 2016 geldt dat voor alle Europese overboekingen.
  • De overboeking komt vanaf 1 januari 2013 uiterlijk een dag erna aan. Tot die tijd kon dit soms wel drie dagen duren.
  • Geld overboeken kan nog steeds zowel met internetbankieren als met een overschrijvingsformulier.
  • In de internetbankieromgeving veranderen banken de rekeningnummers in de adresboeken automatisch in IBAN’s.

Incasso

Het Nederlandse incasso maakt plaats voor het Europese incasso. De bestaande automatische incasso’s – voor bijvoorbeeld het betalen van de energierekening of voor de hypotheek – worden automatisch omgezet in machtigingen voor Europese incasso’s. Alleen bij nieuw afgegeven machtigingen wordt er om een IBAN gevraagd.

Wat is anders aan de Europese incasso?

  • Enkele dagen voordat er een nieuwe doorlopende of éénmalige incasso plaatsvindt, informeert de bank je hierover. Het is dan mogelijk om het incasso bij de bank zonder opgave van reden tegen te weigeren.
  • Nadat een incasso is uitgevoerd, kun je desgewenst zonder opgave van reden het geïncasseerde geld laten terugstorten (storneren) via de bank. Dat kan nu al bij een doorlopend incasso tot 56 dagen nadat het incasso plaatsvond. Straks geldt deze mogelijkheid ook voor éénmalige incasso’s. Let op: als er een betalingsverplichting is, blijft die uiteraard wel bestaan.
  • Alleen voor incasso’s van Kansspelen is (voorlopig) een uitzondering gemaakt: ook de Europese variant van deze incasso is niet terug te boeken.

Kosten

Met de invoering van één Europese betaalmarkt is afgesproken dat het betalingsverkeer binnen het SEPA-gebied voor consumenten evenveel kost als in eigen land. In Nederland is het voor consumenten gratis om geld over te boeken en te laten incasseren. Daarom is dit over de grens, binnen Europa, sinds enkele jaren ook gratis. Vooral consumenten die binnen Europa regelmatig grensoverschrijdend werken, aankopen en/of betalingen doen, profiteren hiervan. Voor banken, bedrijven en instellingen vergt de overgang veel technische en administratieve investeringen. Het is te verwachten dat de consument hier indirect aan gaat meebetalen.

Veelgestelde vragen over IBAN

  • Is de kans groter dat je een verkeerd rekeningnummer intypt en je geld bij de verkeerde persoon terecht komt?

Nee, de kans dat je geld overmaakt naar een verkeerd rekeningnummer is juist kleiner.

Een typefout bij het invoeren van een IBAN resulteert vrijwel altijd in een onjuist (niet bestaand) IBAN, zodat er dus ook geen geld naar een verkeerd persoon of bedrijf wordt overgemaakt. Het IBAN is opgebouwd als een zelf-controlerend rekeningnummer. De (zelf)controle gebeurt door middel van een wiskundige proef (de 97-proef). De naam-nummer controle werd bij oude Postbank rekeningnummers (de korte rekeningnummers) gebruikt omdat deze nummers niet zo’n geïntegreerde controle hadden. De overige oude rekeningnummers hadden wel een zelfde soort proef (de 11-proef), maar de controle die bij een IBAN wordt uitgevoerd is nog secuurder.

Lees wat je moet doen als je toch een overboeking hebt gedaan naar een verkeerd rekeningnummer.

  • Mijn IBAN staat nog niet op mijn pinpas, waarom krijg ik geen nieuwe?

De Consumentenbond heeft geëist dat banken de nieuwe bankpassen (waar je IBAN op staat) versneld gaan uitgeven, toen werd besloten dat er vanaf 1 augustus 2014 geen automatisch nummerconversie meer plaatsvindt. Als je niet wilt wachten kun je (vaak gratis) een nieuwe pas aanvragen.

Je IBAN vind je behalve op je (nieuwe) betaalpas ook in je internetbankieromgeving, door het rekeningnummer naar 4226 te smsen, via de overopIBAN app en IBAN BIC Check.

  • Is het veilig om mijn adresboek van internetbankieren te gebruiken om geld over te maken? Kunnen criminelen daar niet bij?

Banken raden vaak aan om zoveel mogelijk het adresboek te gebruiken bij overboekingen. De rekeningnummers in je adresboek zijn namelijk automatisch omgezet in IBAN. Wie zich aan de veiligheidsvoorschriften houdt en de tips voor veilig internetbankieren kent loopt géén extra risico door de invoering van IBAN. Wel zijn er in deze overgangsfase veel phishing mails over IBAN in omloop (bekijk hier 2 voorbeelden). Ga nooit om dergelijke mails in; een bank zal nooit om je inloggegevens vragen.

Consument profiteert nog beperkt

De Consumentenbond vindt de invoering van één Europese betaalmarkt (SEPA) op zich een goede zaak. Het zal volgens Ben Schellekens, campagneleider betalingsverkeer bij de Consumentenbond, voor de gemiddelde consument nog wel even duren voordat hij hiervan voordeel ondervindt. ‘Pas als het consumentenrecht op Europees niveau goed geregeld is, is het voor de consument echt aantrekkelijk om in andere Europese landen aankopen te doen.’
Mede door de invoering van SEPA verdwijnt de papieren acceptgiro op den duur. Deze zou in 2014 verdwijnen, maar dankzij inspanningen van onder andere de Consumentenbond blijft de papieren acceptgiro vijf jaar langer – tot 2019 – bestaan. Een ander punt dat met de invoering van SEPA speelt, is dat iedereen een internationaal rekeningnummer (IBAN) krijgt. Het kunnen meenemen van het rekeningnummer bij een overstap naar een andere bank (nummerportabiliteit) lijkt daarmee verder weg dan ooit, stelt Schellekens. ‘Maar we blijven nummerportabiliteit bij banken en politiek onder de aandacht brengen. Want dat dit niet kan, weerhoudt mensen ervan om van bank te wisselen.’

(Bron: consumentenbond)

‘Opting-in’ voor pseudo-werknemers

Als een arbeidsverhouding niet kwalificeert als een (fictieve) dienstbetrekking, kunnen de betrokken partijen de Belastingdienst verzoeken om deze arbeidsverhouding toch te beschouwen als een dienstbetrekking. Hieraan zijn wel enkele voorwaarden verbonden.

Pseudo-werknemers

Sommige arbeidskrachten verrichten werkzaamheden binnen een arbeidsverhouding die geen (echte of fictieve) dienstbetrekking is. Voor de begrippen echte dienstbetrekking en fictieve dienstbetrekking zie ook: ‘Distributie van dagbladen werd gelijkgesteld met dienstbetrekking’. De eerdergenoemde arbeidskrachten kunnen samen met hun opdrachtgever ervoor kiezen om de arbeidsverhouding aan te merken als fictieve dienstbetrekking. Deze regeling wordt ook wel ‘opting-in’ genoemd. De arbeidskracht wordt dan aangeduid met de term ‘pseudo-werknemer’.

Voorwaarden

Voor opting-in gelden de volgende voorwaarden:

  • de arbeidskracht/opdrachtnemer verricht zijn werkzaamheden voor de opdrachtgever in een arbeidsverhouding die niet kwalificeert als een echte of fictieve dienstbetrekking;
  • de arbeidskracht/opdrachtnemer ontvangt van de opdrachtgever een beloning voor zijn werkzaamheden;
  • de arbeidskracht/opdrachtnemer verricht zijn werkzaamheden niet als ondernemer; en
  • de arbeidskracht/opdrachtnemer en de opdrachtgever melden hun keuze voor opting-in bij de Belastingdienst en wel vóór de eerste beoogde inhouding van loonheffing. Dit gebeurt door een gezamenlijke verklaring, bijvoorbeeld het formulier ‘Verklaring Loonheffingen Opting-in’. Dit formulier is te downloaden vanaf de website van de Belastingdienst of aan te vragen via de Belastingtelefoon (telefoon 0800-0543).

Zodra de pseudo-werknemer zijn werkzaamheden gaat verrichten in de hoedanigheid van ondernemer, moet hij dit melden aan de inspecteur. Hij voldoet dan immers niet meer aan de voorwaarden voor opting-in. Men kan een keuze voor opting-in ook weer terugdraaien, maar niet met terugwerkende kracht.

Voorbereiding

Voordat de pseudowerknemer aan de slag gaat, moet het volgende zijn geregeld:

  • de opdrachtgever moet de identiteit van de arbeidskracht/opdrachtnemer vaststellen; en
  • de arbeidskracht/opdrachtnemer moet zijn gegevens overhandigen aan de opdrachtgever.

Effect opting-in

Bij opting-in wordt de arbeidsovereenkomst op vrijwillige basis onder de loonheffing gebracht. Na de melding is de opdrachtgever inhoudingsplichtig en moet hij volgens de gewone regels loonheffing inhouden op de arbeidsbeloning van de pseudo-werknemer. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat de pseudowerknemer de mogelijkheid heeft om deel te nemen aan een pensioenregeling. Ook kan voor hem gebruik worden gemaakt van de werkkostenregeling of juist van de vrije vergoedingen en verstrekkingen van het overgangsrecht. Op de beloning van de pseudowerknemer moet de opdrachtgever verder 5,40% bijdrage Zvw (2014) inhouden.

Beperking opting-in

Opting-in heeft een beperkte reikwijdte. Zo kennen de werknemersverzekeringen het begrip opting-in niet. Ook de afdrachtverminderingen zijn niet van toepassing op pseudowerknemers. Opting-in heeft evenmin arbeidsrechtelijke gevolgen. Er ontstaat bijvoorbeeld geen ontslagbescherming.

(Bron: Taxence)

Aansprakelijk voor loonschulden dochtermaatschappij?

Is een moedermaatschappij aansprakelijk voor de (loon)schulden van een dochteronderneming? Dat hangt vooral af van de mate waarin de moeder beslist over die dochter. Het recht om te bepalen, brengt ook plichten met zich mee.

zie ook

  • Inhuur personeel: voorkom boetes en aansprakelijkheid
  • Schadeclaims in faillissementen meestal geschikt (FD)
  • Top failliet Econcern en PwC aansprakelijk gesteld
  • Te laat publiceren jaarrekening onbelangrijk verzuim?
  • 403 in een kleine groep – meestal niet…
  • Toezichthoudende bestuurder sneller aansprakelijk

Een rechtspersoon is in beginsel alleen aansprakelijk voor zijn eigen schulden en niet ook voor de schulden van de verbonden vennootschappen. Onder omstandigheden wordt deze beperking van aansprakelijkheid echter doorbroken en kan de rechtspersoon worden aangesproken voor schulden van bijvoorbeeld de dochtervennootschap, zoals loonschulden.

Om werknemers van de dochtermaatschappij tegemoet te komen, heeft de rechtspraak diverse criteria ontwikkeld. In het juli-augustusnummer van Accountant belicht advocaat Carolin Vethanayagam de juridische finesses aan de hand van enkele rechterlijke uitspraken.

Algemene conclusie is dat als directieleden en vertegenwoordigers van een moedermaatschappij willen voorkomen dat deze tegenover de werknemers van de dochtermaatschappij aansprakelijk wordt voor loonverplichtingen en dergelijke, zij zich terughoudend dienen op te stellen bij het bepalen van het beleid van die dochter.

Bij het beoordelen van deze aansprakelijkheid zijn de volgende vragen van belang:

  1. Is er sprake van een zeer hecht concernverband?
  2. Is er sprake van intensieve en indringende bemoeienis van moedermaatschappij met het beleid van de dochtermaatschappij?
  3. Is er sprake van feitelijke en beslissende zeggenschap van de moedermaatschappij in de dochtermaatschappij?
  4. Is er sprake van een vergaande financiële verwevenheid binnen het concern waartoe de dochtermaatschappij behoort?
  5. Valt de moedermaatschappij een ernstig verwijt te maken, doordat zij bijvoorbeeld nalaat bepaalde werknemers te betalen terwijl andere werknemers en/of crediteuren wel worden betaald?
  6. Heeft de moedermaatschappij toezeggingen gedaan aan de werknemers en/of verwachtingen gewekt die zij niet nakomt?

(Bron: Accountant.nl)