Verrekenen met het loon van werknemers

Het gaat in de praktijk maar al te vaak verkeerd: het verrekenen van kosten, schade of schulden met het loon van werknemers. In dit artikel zal ik de mogelijkheden en onmogelijkheden ten aanzien hiervan op grond van de wet en de jurisprudentie bespreken.

Er dienen allereerst twee momenten voor verrekening te worden onderscheiden, te weten:

  • verrekenen tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst;
  • verrekenen aan het einde van de arbeidsovereenkomst (de eindafrekening).

Verrekenen tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst

U mag tijdens de duur van het dienstverband alleen in een aantal specifieke gevallen bedragen met het loon verrekenen. Het moet dan namelijk gaan om een opeisbaar bedrag dat verband houdt met:

  • een door de werknemer verschuldigde schadevergoeding. Een voorbeeld is de opzettelijk of door bewuste roekeloosheid veroorzaakte schade, die een werknemer heeft toegebracht aan bedrijfseigendommen;
  • een door de werknemer verschuldigde boete. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een boete die de werknemer verbeurt als hij een verbod van nevenwerkzaamheden overtreedt. U mag in dit geval maximaal 10% van het loon verrekenen met de verschuldigde boete;
  • een geldlening. Om deze geldlening met het loon te mogen verrekenen, moet u wel beschikken over een schriftelijke geldleningovereenkomst, waaruit blijkt dat de lening uit het loon mag worden afgelost;
  • onverschuldigd (of wel teveel) betaald loon;
  • de huurprijs van een woning, gereedschap of van een werktuig dat de werknemer van u heeft gehuurd. U kunt de (periodiek) verschuldigde huurprijs alleen met het loon verrekenen als er een schriftelijke huurovereenkomst is.

Beslagvrije voet

In alle andere gevallen is verrekening met het loon (tijdens het dienstverband) derhalve niet toegestaan. Bovendien mag u nooit verrekenen met dat deel van het loon van een werknemer dat onder de zogenaamde ‘beslagvrije voet’ valt. Dit is een bedrag dat overeenkomt met 90% van de bijstandsnorm. Dit bedrag moet elke werknemer volgens de overheid tenminste aan loon ontvangen, zodat hij in zijn levensonderhoud kan blijven voorzien.

Verrekenen aan het einde van de arbeidsovereenkomst

De verrekeningsmogelijkheden zijn bij het einde van de arbeidsovereenkomst ruimer dan tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst, met dien verstande dat ten minste de beslagvrije voet dient te worden uitbetaald. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst mag u geldbedragen met de eindafrekening verrekenen als:

  • er sprake is van een van de vorderingen zoals hierboven genoemd, mits de vordering opeisbaar is. Het verschuldigde geldbedrag moet zonder nader onderzoek vast te stellen zijn. Als dus bijvoorbeeld vaststaat dat de werknemer de werkgever een schadevergoeding moet betalen, maar het is nog niet duidelijk hoeveel de schade precies bedraagt, dan mag dit bedrag niet worden verrekend;
  • een studieschuld.

Studiekosten

Het terugvorderen van studiekosten vergt een nadere toelichting. Terugvorderen is alleen mogelijk wanneer een studiekostenbeding of een studieovereenkomst bepaalt dat de betreffende werknemer (een deel van) de gemaakte studiekosten moet terugbetalen als de arbeidsovereenkomst tijdens of in een bepaalde periode na afronding van de studie eindigt. De openstaande studieschuld kan alleen bij de eindafrekening worden verrekend als:

  • er een schriftelijk studiekostenbeding of studiekostenovereenkomst is;
  • de terugbetalingsregeling vermindert naar mate de arbeidsovereenkomst langer heeft voortbestaan sinds de afronding van de studie of opleiding (de zogenaamde ‘glijdende schaal’).

Bovendien kan een rechter tot het oordeel komen dat het niet redelijk is dat een werkgever bepaalde studiekosten terugvordert, met name als de organisatie van werkgever zelf heeft aangestuurd op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Bij twijfel is het aan te raden (preventief) juridisch advies in te winnen.

Ten onrechte verrekend

Indien niet aan de gestelde voorwaarden is voldaan, behoeft de werknemer uiteraard met de verrekening geen genoegen te nemen. Hij kan dan alsnog het gehele loon vorderen met wettelijk rente en een wettelijke verhoging, welke verhogingen kunnen oplopen tot maar liefst 50% van het verschuldigde loon. Het is dan ook zaak om bovenstaande verrekeningsregels in acht te nemen.

(Bron: Pellicaan)

6 voordelen van het werken met een begroting

 

Ondernemers die bewust en actief met een begroting werken zijn doorgaans succesvoller in hun werk, omdat ze gerichter sturing kunnen geven aan hun bedrijf. In deze checklist vind je de 6 grootste voordelen van het werken met een begroting.

De meeste ondernemers maken bij de start van hun bedrijf een begroting, waarin ze de verwachte inkomsten en uitgaven opnemen. De begroting maakt in veel gevallen deel uit van het ondernemingsplan. Bij een financieringsaanvraag stellen ondernemers (verplicht) een aantal begrotingen op, maar zodra de financiering rond is, kijken sommigen hier eigenlijk niet meer naar om. Zonde, want werken met een begroting heeft de nodige voordelen. Hieronder noemen we er zes.

1. Inzicht in de financiële haalbaarheid van plannen

Een begroting is in principe niets anders dan het doorrekenen van toekomstplannen. Hiermee worden zwakke plekken en risico’s zichtbaar. Het is goed om van tevoren helder te krijgen wat wel en wat niet haalbaar is. Aan de hand hiervan kun je prioriteiten stellen. Blind blijven sturen op een onhaalbaar doel kan grote gevolgen hebben voor de continuïteit van jouw onderneming.

2. Meer kans op krediet

Op basis van een goed doordacht plan kan worden bepaald hoe veel externe financiering jij nodig hebt en of die financiering bij de bank geregeld kan worden en/of bij een alternatieve financier. Zowel de bank als andere financiers zullen vaak een (meerjaren)begroting eisen voordat ze tot financiering kunnen overgaan.

Met een begroting laat je de financier vooraf zien wat je met het geleende geld gaat doen. Nu het steeds lastiger wordt om startkapitaal te vergaren, is goed ondernemerschap belangrijk. Een ondernemer die kan aantonen dat hij met behulp van een begroting bewust sturing geeft aan zijn bedrijf, laat zien dat hij een goede ondernemer is waarin financiers vertrouwen kunnen hebben.

3. Op tijd kunnen bijsturen

Hoewel een begroting vrijwel nooit (exact) zal worden gerealiseerd, is het de bedoeling dat je wel probeert de begroting te halen. Door maandelijks de gerealiseerde cijfers te vergelijken met jouw begroting, kun je waar nodig ingrijpen. Soms zullen omstandigheden je dwingen de begroting aan te passen in positieve of negatieve zin. Als je bewust stuurt, zie je eventuele problemen vaak al in een vroeg stadium aankomen, kun je tijdig bijsturen en daarmee eventuele problemen voorkomen.

4. Liquiditeitsprognose en seizoensfinanciering

Bedrijven die een beperkte periode van het jaar een hogere financiering nodig hebben, regelen dat meestal met een rekening courant krediet bij de bank. Omdat dit vrij kostbaar kan zijn, is het belangrijk dat je probeert dit krediet zo laag mogelijk te houden.

Een planning van de inkomsten en uitgaven in deze periode (liquiditeitsbegroting) is belangrijk. Je kunt daarmee uitrekenen hoeveel seizoenskrediet nodig is (limiet) en kunt snel ingrijpen (debiteuren aanmanen, betaling van crediteuren uitstellen) als de werkelijkheid te veel gaat afwijken van de begroting. Ook het tijdig aanvragen van verruiming van het krediet is mogelijk wanneer je beschikt over een liquiditeitsprognose.

5. Kosten en budgettering

Een begroting geeft inzicht in de te maken kosten. Op basis van een begroting kun je als ondernemer beter bepalen welke uitgaven wel of niet gewenst of noodzakelijk zijn. Met een begroting kunnen financiële beslissingen ook transparanter worden gemaakt richting eventuele medewerkers. Bijvoorbeeld bij het vaststellen van de budgetten.

6. Juiste kostprijs bepalen

Verkoopprijzen voor producten of diensten worden bepaald door de markt. Een bedrijf maakt winst wanneer de kostprijs lager is dan de verkoopprijs. Het is daarom belangrijk om op de kostprijs te sturen en deze zo laag mogelijk te houden. De kostprijs bepaal je door directe kosten (inkoop en overige directe kosten) te vermeerderen met eventuele indirecte kosten en risico’s. De begroting, waarin je deze gegevens moet verwerken, is de basis voor de kostprijsberekening en van groot belang voor jouw uiteindelijke bedrijfsvoering.

(Bron: Ikgastarten)

 

Handelen voor de bv in oprichting

Met het oprichten van een bv kan enige tijd gepaard gaan. Toch zal het vaak nodig zijn om alvast transacties aan te gaan. In beginsel zal de Belastingdienst de resultaten uit de voor-voorperiode en de voorperiode toerekenen aan de bv. Als de oprichters handelingen voor de bv in oprichting verrichten tijdens deze periode, zal de vergoeding die zij daarvoor ontvangen belast zijn als resultaat uit overige werkzaamheden.

(Voor-)voorperiode ruisende inbreng

De periode waarin de oprichtingsakte van de bv nog niet is gepasseerd, maar wel op naam van de bv wordt gehandeld, wordt de voorperiode genoemd. Bij de ruisende inbreng van een IB-onderneming in de bv kan aan de geregistreerde intentieverklaring of voorovereenkomst terugwerkende kracht worden verleend tot maximaal drie maanden. Er ontstaat dan een voor-voorperiode. De oprichters van de bv moeten daartoe een verzoek indienen bij de aangifte over het jaar waarin de voor-voorperiode aanvangt. Vereist is dat inbreng in de bv binnen negen maanden na het gekozen overgangstijdstip heeft plaatsgevonden.

 

(Voor-)voorperiode geruisloze inbreng

Ook bij de geruisloze inbreng is terugwerkende kracht te verlenen aan de intentieverklaring of voorovereenkomst. Er ontstaat dan weer een voor-voorperiode. De intentieverklaring of voorovereenkomst moet zijn gesloten en geregistreerd bij de Belastingdienst binnen negen maanden na het laatste volledige boekjaar van de ondernemer. Als vaststaat dat binnen die termijn de notaris een akte van depot of andere notariële akte is opgemaakt, waaruit het voornemen tot oprichting blijkt, kan ook terugwerkende kracht worden verleend aan de intentieverklaring of voorovereenkomst.

 

Toerekening winst voorperiode

Civielrechtelijk heeft de bv pas bestaansrecht als zij is opgericht. Voor de winst die in de voorperiode is gegenereerd, kan dus geen aanslag vennootschapsbelasting worden opgelegd, omdat de bv toen eenvoudigweg nog niet bestond. Op grond van jurisprudentie wordt de winst uit de voorperiode toegevoegd aan de winst van het eerste boekjaar van de bv. Dit is in beginsel ook mogelijk voor de winst uit de voor-voorperiode. De toerekening van de winst uit de voorperiode en voor-voorperiode aan de winst van de bv in het eerste boekjaar brengt het volgende met zich. De winst uit die perioden wordt niet met inkomstenbelasting belast bij de belastingplichtige die zijn onderneming inbrengt, maar met vennootschapsbelasting bij de bv. Ook mag men in die perioden geen gebruik maken van de ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting. Bij inbreng van een IB-onderneming in de bv kunnen de handelingen ten behoeve van de bv wel ondernemingsactiviteiten zijn als ze buiten de (voor-)voorperiode vallen en dus niet aan de bv worden toegerekend.

 

Optreden namens bv i.o.

Als de notaris bezig is met de voorbereiding voor de oprichting van de bv, kunnen de oprichters handelen namens de bv in oprichting (bv i.o.). Als in de op te richten bv een eenmanszaak wordt ingebracht, wordt soms de naam van deze eenmanszaak gebruikt met de toevoeging bv i.o. De contracten in deze fase zijn namens de eenmanszaak. De bv kan een contract later alleen overnemen als de andere partij hiermee akkoord gaat. Als de bv i.o. actief is als onderneming, is inschrijving in het Handelsregister verplicht. Een notaris moet hierbij verklaren de oprichting te verzorgen.

 

Vergoeding voor handelingen in voorperiode

Als een oprichter in de voorperiode handelingen verricht voor de bv i.o., kan hij daarvoor een vergoeding vragen. Deze vergoeding kan hij ontvangen via de rekening-courantverhouding met de bv, zoals het geval was in een zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden. In deze zaak had de oprichter dit voordeel niet opgegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. Het hof oordeelde echter dat hij dit voordeel had genoten als resultaat uit overige werkzaamheden. De Belastingdienst mocht daarom inkomstenbelasting navorderen over dit voordeel.

 

Aansprakelijkheid

Voor rechtshandelingen namens een op te richten vennootschap (bv i.o.) is degene, die de rechtshandelingen verricht namens de bv i.o., hoofdelijk aansprakelijk totdat de vennootschap na haar oprichting de rechtshandeling(en) heeft bekrachtigd. Als diegene tijdens het verrichten van die rechtshandeling wist dat de vennootschap haar verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet zou kunnen nakomen, is hij hiervoor aansprakelijk. De aansprakelijkheid is dan gegrond op een onrechtmatige daad.

(Bron: Taxence)

Hoe controleer ik een btw nummer

Hebt u zich als ondernemer ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK)? Dan geeft de KvK uw gegevens door aan de Belastingdienst. Nadat de Belastingdienst u heeft geregistreerd, krijgt u automatisch een btw-nummer (ook wel btw-identificatienummer).

Start u een eenmanszaak? Dan krijgt u het btw-nummer meteen bij inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Start u een vennootschap onder firma (vof), commanditaire vennootschap (cv), maatschap of rechtspersoon? Dan krijgt u het btw-nummer meestal binnen 5 werkdagen van de Belastingdienst.

Wat is het btw-nummer?

Het btw-nummer bestaat uit 14 tekens:

De Belastingdienst vermeldt uw btw-nummer op de brieven en formulieren die u ontvangt. Op enkele formulieren gebruikt de Belastingdienst het omzetbelastingnummer. Dat is bijna hetzelfde als het btw-nummer, maar het heeft geen landcode.

U vermeldt uw btw-nummer op uw facturen.

Wanneer wordt uw btw-nummer stopgezet?

Als u uw bedrijf uitschrijft bij de KvK, wordt u automatisch afgemeld bij de Belastingdienst. Uw btw-nummer wordt dan stopgezet. U krijgt hiervan een schriftelijke bevestiging van de Belastingdienst.

Hoe controleert u het btw-nummer van uw klant?

Wilt u de geldigheid van het btw-nummer van een in een EU-land gevestigde zakelijke klant controleren? U kunt dat doen met het VAT Information Exchange System (VIES) van de Europese Commissie. Van de meeste lidstaten kunt u met VIES ook de naam- en adresgegevens van uw klant controleren.

Schuldsanering

Kunt u uw schulden niet meer betalen? En bent u eigenaar van een eenmanszaak, maat in een maatschap, vennoot in een vennootschap of vrije beroepsbeoefenaar? Dan bent u persoonlijk aansprakelijk voor de schulden uit uw onderneming. U kunt een beroep doen op schuldsanering bij de gemeente of, als dit niet lukt, bij de rechtbank.

Meer weten of direct aanvragen? Openen

bij uw gemeente, provincie of waterschap

Hoe werkt vrijwillige schuldsanering?

Bij vrijwillige schuldsanering krijgt u hulp van een schuldhulpverlener. Deze is van de Gemeentelijke Kredietbank (GKB), de sociale dienst of een gespecialiseerd bedrijf. Hij helpt u een minnelijk akkoord te sluiten met uw schuldeiser(s). Dit is een vrijwillige betalingsregeling. Uw schuldeisers hoeven hier niet mee akkoord te gaan.

Uw schuldhulpverlener berekent hoeveel u maandelijks kunt aflossen. Na aflossing blijft een bedrag over dat u nodig hebt voor uw levensonderhoud. Dit bedrag ligt iets onder de bijstandsnorm.

Hoe werkt wettelijke schuldsanering?

U mag pas een beroep doen op wettelijke schuldsanering als vrijwillige schuldsanering niet lukt. Gaan 1 of meer schuldeisers niet akkoord met de minnelijke schuldregeling? Bijvoorbeeld omdat u niet genoeg kunt aflossen? Dan kunt u de rechtbank in uw woonplaats vragen om een wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat kan op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). U dient een schriftelijk verzoek in en stuurt een schuldsaneringsverklaring van de gemeente mee. Hiervoor hebt u geen advocaat nodig.

Keurt de rechtbank uw verzoek tot wettelijke schuldsanering goed? Dan stelt de rechtbank een saneringsplan op. Hierin staat het aflossingsbedrag en de duur van het traject. Meestal is dit 3 jaar. Uw schuldeisers zijn verplicht mee te werken aan de schuldsaneringsregeling. De rechtbank benoemt een bewindvoerder die u helpt in deze periode. Hij voert samen met u het beheer over uw vermogen.

Wijst de rechtbank uw verzoek af? Dan kunt u in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Hiervoor hebt u wel een advocaat nodig.

Tips voor (ex-)ondernemers

De folder ‘Als u als (ex-)ondernemer problematische schulden heeft’ van de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) geeft tips voor (ex-)ondernemers die in de financiële problemen zijn geraakt.

Externe links

(Bron: Overheid)

Zaken doen met het buitenland is btw-identificatienummers controleren

Voor u is het belangrijk om te weten of uw klant inderdaad ondernemer is. Als namelijk bij controle van uw administratie blijkt dat uw klant geen ondernemer is, krijgt u een naheffingsaanslag. U moet dan alsnog btw betalen over de goederen en diensten die u zonder btw hebt geleverd.

Lees meer over toepassing van het 0%-tarief bij goederen bij Btw berekenen bij export goederen naar EU-landen. Meer informatie over verleggen van de btw bij diensten leest u bij Btw berekenen bij diensten aan afnemers in andere EU-landen.

Controleer het btw-identificatienummer

Wilt u het btw-identificatienummer van uw klant controleren? Ga dan naar de internetsite van de Europese Commissie. U kunt hier de btw-identificatienummers van uw afnemers uit alle EU-lidstaten controleren. Dus ook die van uw Nederlandse afnemers.

Op deze internetsite kunt u naast de geldigheid van het btw-identificatienummer ook de naam- en adresgegevens van uw afnemer controleren. Is het nummer niet geldig of wijken de naam- en adresgegevens af? Neem dan contact op met uw afnemer.

Let op!

Controleren van naam- en adresgegevens van klanten in Duitsland via bovenstaande internetsite is niet mogelijk. De bevestiging dat het btw-identificatienummer geldig is, is dan voldoende.

Bevestiging van controle

Wilt u een bevestiging van de door u uitgevoerde btw-identificatienummercontrole? Dan kunt u het resultaat van de controle afdrukken en/of opslaan in uw computer. Bij het controleren kunt u uw eigen btw-identificatienummer invoeren. Deze wordt dan getoond op de bevestiging.

Verantwoordelijkheid EU-lidstaten

De wijze waarop de controle is ingericht, is de verantwoordelijkheid van iedere EU-lidstaat afzonderlijk. Bovendien zijn de lidstaten zelf verantwoordelijk voor de beschikbaarheid en inhoud van hun ondernemersbestand. Als het (tijdelijk) niet mogelijk is om voor een lidstaat een controle uit te voeren, dan heeft het geen zin contact op te nemen met de Belastingdienst. De EU-internetsite adviseert u wat te doen.

Meerdere btw-identificatienummers controleren

U kunt via de EU-internetsite één of meerdere btw-identificatienummers geautomatiseerd controleren. Informatie over deze wijze van controle, maar ook het antwoord op andere vragen vindt u op de EU-internetsite in de rubriek ‘Veelgestelde vragen’ (FAQ).

(Bron: Belastingdien)

De risico’s van een ‘vergeten’ 403-verklaring van een jaarrekening van de BV

Veronachtzaming van de gevolgen van aansprakelijkheidsverklaringen levert risico’s op. Twee recente uitspraken van de Hoge Raad bevestigen dat. Die risico’s zijn echter eenvoudig te vermijden.

Crediteuren staan handenwrijvend klaar als een 403-verklaring is afgegeven, de verklaring die omschrijft welke schulden van de dochtermaatschappij al dan niet door het moederbedrijf worden gedekt. Twee recente uitspraken van de Hoge Raad laten dat wederom zien. In de praktijk wordt de verklaring benut om aan de publicatieplicht van de jaarcijfers te ontkomen. Diezelfde praktijk laat echter ook zien dat de bijbehorende jaarlijkse instemmingsverklaring – afgegeven door de dochter – vaak bijna routinematig wordt afgegeven. Daardoor blijft de 403-verklaring ook bij tegenvallende resultaten of na overnames van kracht en dat kan ongewenste gevolgen hebben. Vandaar het advies om tijdig stil te staan bij de vraag of de diverse verklaringen wel ‘verlengd’ moeten worden, om aansprakelijkheden – ook voor de accountant zelf – te voorkomen.

De ratio van de 403-verklaring – gebaseerd op artikel 2:403 Burgerlijk Wetboek (BW) – ligt in het belang van crediteuren bij de kenbaarheid van de financiële positie van een (potentiële) schuldenaar. Door het afgeven en deponeren van de verklaring verruilt de dochtermaatschappij de verplichting om schuldeisers inzicht te bieden in haar financiële positie tegen een aansprakelijkheidsstelling door de moedermaatschappij.

Intrekking

Het voldoen aan de vereisten van art. 2:403 BW kan binnen een vloek en een zucht. Ook het intrekken van zo’n verklaring in niet bijster complex: deponering van een intrekkingsverklaring bij het handelsregister volstaat. Van belang daarbij is wel dat de intrekking geen betrekking kan hebben op verplichtingen die zijn aangegaan voordat de intrekking heeft plaatsgevonden. Zo blijft de aansprakelijkheid behorend bij langlopende verplichtingen zoals huur of lease doorlopen. Bij verkoop van de dochter kan deze aansprakelijkheid ook afgeknoopt worden. In dat geval moet zijn voldaan aan drie voorwaarden. Ten eerste moet het groepsverband zijn verbroken. Ten tweede moet de mededeling tot intrekking – na publicatie in een landelijk dagblad – minimaal twee maanden bij het handelsregister openbaar hebben gelegen. Ten derde mag er geen verzet zijn ingesteld door een schuldeiser. En deze mogelijkheid blijft verbazingwekkend vaak onbenut.

In de twee genoemde arresten van de Hoge Raad van 11 april 2014 wordt door schuldeisers dankbaar gebruikt gemaakt van de afgegeven 403-verklaring. In beide gevallen gaat het om loonaanspraken van werknemers op twee verschillende dochterondernemingen van Ecoconcern N.V.. Hoewel het wettelijke voorrecht niet kon worden uitgeoefend op de consoliderende maatschappij werd de vordering – dankzij de afgegeven 403-verklaring – onverkort erkend als schuld. De redelijkheid en billijkheid staat niet in de weg aan een succesvol beroep op een vergeten 403-verklaring na een verkoop van een dochter, zo ondervond Jones Lang Lasalle. Zij werd via een vergeten 403-verklaring met succes aangesproken voor schulden van een jaren daarvoor verkochte dochtermaatschappij die bij de nieuwe eigenaar insolvent raakte.

Molensteen

De conclusie is dat de 403-verklaring op het eerste gezicht onderdeel is van een praktische faciliteit om de boekhoudkundige verplichtingen binnen groepsmaatschappijen te verminderen. Aan de andere kant dient niet uit het oog te worden verloren wat de reikwijdte van de aansprakelijkheidsstelling is. De aansprakelijkheidsstelling blijft in beginsel bestaan na intrekking van de verklaring. Niet zelden blijkt in onze praktijk bij herstructurering of in een situatie van corporate recovery dat de vergeten (of jaarlijks bijna ‘routinematig’ afgegeven) 403-verklaring als een molensteen om de nek van de moedermaatschappij hangt, en de mogelijkheid op succesvolle reorganisatie teniet doet. De 403-verklaring verdient het om jaarlijks uitvoerig in heroverweging genomen te worden; bij tegenvallende resultaten dient direct tot intrekking overgegaan te worden.

(Bron: Accountant.nl)

Betalingsonmacht ondanks positief saldo op bankrekening stichting

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aanwezigheid van enig positief saldo op de bankrekening van de stichting niet wegneemt dat er sprake is van betalingsonmacht.

Belanghebbende, X, is bestuurder van een stichting. In geschil is of de ontvanger hem terecht aansprakelijk heeft gesteld voor een groot aantal naheffingsaanslagen loonheffing.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aanwezigheid van enig positief saldo op de bankrekening van de stichting niet wegneemt dat er sprake is van betalingsonmacht. X heeft niet aannemelijk gemaakt dat tot 25 september 2009 voldoende positief saldo op deze rekening heeft gestaan om aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen. De stichting beschikte slechts over één bankrekening waarop in november 2008 al een negatief saldo zou zijn ontstaan, indien de verschuldigde belasting, zoals uiteindelijk vastgesteld na bezwaar, wel zou zijn voldaan. Ter zitting van het hof is bovendien naar voren gekomen dat de bankvoorwaarden geen negatief saldo op de bankrekening toestonden tot de voor de betaling van de desbetreffende belastingaanslagen benodigde bedragen. X heeft niet aannemelijk gemaakt dat tijdig melding is gedaan van de betalingsonmacht. Het hof acht de ziekte van X geen excuus voor het niet melden van de betalingsonmacht. Het hof merkt op dat X ondanks zijn ziekte wel doorlopend de betalingen van de stichting is blijven verzorgen.

(Bron: Taxlive)

Uitgeschreven door de Kamer van Koophandel

 

Het zal je maar gebeuren. Er ligt een brief van de Kamer van Koophandel (KvK) op de mat waarin wordt aangekondigd dat zij voornemens is je onderneming te ontbinden en vervolgens uit te schrijven uit het Handelsregister. De KvK heeft dit recht en deze plicht op grond van de wet. Wat nu?
In de wet staat dat een rechtspersoon (o.a. de naamloze vennootschap (nv) en besloten vennootschap (bv)) door de KvK zal worden ontbonden indien de KvK constateert dat ten minste twee van de hiernavolgende omstandigheden zich voordoen:
  • Wanneer er ten minste een jaar geen bijdrage is betaald aan de KvK (geldt sinds 1 januari 2014 alleen nog voor de vereniging en stichting);
  • Wanneer er minstens een jaar geen bestuurder is ingeschreven, de bestuurder niet bereikbaar is of wanneer een bestuurder is overleden;
  • Wanneer de rechtspersoon ten minste een jaar geen financiële stukken heeft gedeponeerd (geldt niet voor de vereniging en stichting);
  • Wanneer de rechtspersoon ten minste een jaar geen aangifte vennootschapsbelasting heeft ingediend (geldt niet voor de vereniging en stichting).

Eerste brief

In de eerste brief kondigt de KvK aan dat zij het voornemen heeft om de onderneming te ontbinden, omdat twee van de hierboven genoemde gronden zich voordoen. De rechtspersoon is daardoor niet meer als actief te beschouwen. In zo’n geval is het belangrijk meteen contact op te nemen met de KvK en ervoor te zorgen dat de genoemde gronden zich niet meer voordoen. Er geldt een termijn van acht weken om te reageren.

Tweede brief

Neem je geen actie, dan volgt de tweede brief vanuit de KvK waarin zij aangeeft dat de rechtspersoon is ontbonden en de registratie in het Handelsregister hiermee is beëindigd. Naast het schrijven van brieven aan de rechtspersoon moet de KvK in een landelijke krant de ontbinding aankondigen. Je krijgt dan de mogelijkheid binnen zes weken schriftelijk bezwaar te maken. In dat geval is het belangrijk dat je met bewijsstukken aan kunt tonen dat de rechtspersoon wel degelijk een ‘levende’ rechtspersoon is. Uitstel van de bezwaartermijn is doorgaans niet mogelijk.

Beroep

Mocht het bezwaar uiteindelijk door de KvK worden afgewezen dan is het nog mogelijk om in beroep te gaan bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag.
Wil je het niet zo ver laten komen? Neem dan contact op met een juridisch adviesbureau.
(Bron: Kamer van Koophandel)

 

Kostprijsberekening bij import

Wat is een goede verkoopprijs?

In Thailand kocht u boeddhabeeldjes in voor een euro per stuk. Maar hoe bepaalt u een goede verkoopprijs? Een kostprijsberekening maakt duidelijk welke kosten u maakt om het product naar Nederland te halen en wat u moet vragen om er ook nog iets aan te verdienen.

Waarom maakt u een kostprijsberekening?

Als u gaat importeren, heeft u waarschijnlijk al een idee aan wie u uw producten wil verkopen. Om prijsafspraken te kunnen maken, moet u wel weten welke kosten u gaat maken. Bijvoorbeeld voor opslag in een magazijn of een transportverzekering. Zo rekent u een goede prijs, die al uw kosten dekt en die u niet uit de markt prijst.

Hoe berekent u de kostprijs?

In een kostprijs zitten directe en indirecte kosten. Directe kosten zijn kosten die direct bij het product horen, zoals de inkoopprijs, kosten voor transport en invoerrechten. Bij indirecte kosten horen ook uw vaste bedrijfskosten, zoals reclamebudget, reiskosten en het salaris voor een personeelslid. Als u dit berekent, heeft u een integrale kostprijsberekening.

Kostprijsberekening: een simpele vuistregel?

Helaas komt u niet weg met een simpel rekensommetje. Welke kosten u maakt, verschilt per land en per product. Als u wijn importeert, maakt u kosten voor de opslag van de wijn in een douanedepot. En als u verlichting op de Europese markt wil brengen, krijgt u te maken met een keuring voor productveiligheid.

Voorbeeld kostprijsberekening

Stel: u koopt elke 2 maanden 500 vogelkooien in China. Wat zijn uw kosten en wat is een goede verkoopprijs om er zelf ook iets aan over te houden?

Directe kostprijsberekening
Aankoop 500 vogelkooien in China à € 20,-

€ 10.000

Kosten zeetransport

 € 1.000

Kosten verzekering

€ 150

Douanewaarde

€ 11.150

Invoerrecht 2,7%

€ 301,05

Inkoopwaarde

 € 11.451,05

Inkoopkosten per kooi (€ 11.421,05,/500)

€ 22,90

Verkoopprijs per kooi

€ 42,60

Winst per kooi

€ 19,70

Totale bruto winst (500 kooien à € 19,70)

 € 9.850

In dit voorbeeld is nog geen rekening gehouden met de vaste bedrijfslasten per jaar: huur opslagruimte, autokosten, telefoonkosten, bedrijfsverzekering, gas, water en licht, ondernemersinkomen en rente op leningen. De btw is niet meegenomen in de berekingen. Bij een totale verkoop van 3.000 kooien worden de indirecte kosten als volgt berekend:

Vaste lasten per jaar € 61.800,-
Indirecte kosten per kooi € 61.800,- / 3.000 = € 20,60

Integrale kostprijsberekening
Inkoopkosten per kooi

€ 22,90

Indirecte kosten per kooi

€ 20,60

Integrale kostprijs per kooi

€ 43,50

Winstmarge per kooi

€ 19,70

Totale winst 500 kooien à € 20,- € 9.850
Verkoopprijs per kooi

€ 63,20

Om de juiste verkoopprijs te kunnen berekenen, kunt u het beste uitgaan van een kostprijs waarin u alles meeneemt (directe en indirecte kosten). Dit voorkomt teleurstellingen.

(Bron: Kamer van Koophandel)