De Belastingdienst heeft het tweede deel van de aandachtspunten voor de aangifte inkomstenbelasting 2018 gepubliceerd.
In de tweede handreiking gaat het om de volgende onderwerpen:
– Resultaat overige werkzaamheden (ROW)
– Afkoop lijfrente
– Onjuiste verdeling – fiscaal partnerschap
– Ervenrekening
– Cryptovaluta
Resultaat overige werkzaamheden
Uit
voorgaande jaren blijkt dat het opgeven van ‘resultaat uit overige
werkzaamheden (ROW)’ (te) vaak niet gebeurt. Sommige belastingplichtigen
vergeten die inkomsten in te vullen. Anderen weten niet precies welk
bedrag zij als inkomsten moeten aangeven en welke kosten ze mogen
aftrekken. Men moet de ROW zelf aangeven in de aangifte IB.
Opdrachtgevers
geven dergelijke betalingen voor werkzaamheden of diensten door aan de
Belastingdienst. Dit is het geval als de opdrachtnemer niet in
dienstbetrekking is bij de opdrachtgever, of de opdrachtnemer de
werkzaamheden of diensten niet als ondernemer verricht. Deze gegevens
staan echter niet in de vooraf ingevulde aangifte (VIA). Alle bedragen
die de ondernemer voor zijn werkzaamheden heeft ontvangen, moeten
aangegeven worden als inkomsten uit overig werk. Dit gaat dus om
inkomsten én onkostenvergoedingen. De kosten van de inkomsten uit overig
werk die direct te maken hebben met deze inkomsten (zakelijke kosten)
mogen afgetrokken worden. Voor een aantal van deze kosten is een vast
bedrag aftrekbaar. Er zijn ook kosten die niet aftrekbaar zijn, of
alleen als ze boven een bepaald drempelbedrag uitkomen.
Afkoop lijfrente
Wie
een lijfrenteverzekering afkoopt, moet de afkoopsom in de aangifte
vermelden. De afkoopsom is belast in box 1. Het valt de Belastingdienst
op dat belastingplichtigen de in de VIA opgenomen afkoopsommen naar een
onjuiste categorie in de aangifte verplaatsen of ze uit de aangifte
verwijderen. Omdat de afkoop in de VIA al is ingevuld moet u de
juistheid van het bedrag controleren aan de hand van de opgave van de
bank of verzekeraar.
Over de afkoopsom
moet men meestal 20% revisierente betalen. Vaak geven
belastingplichtigen de revisierente niet op in de aangifte. Als de
lijfrenteverzekering is afgekocht binnen 10 jaar is sprake van de
tegenbewijsregeling. In deze situaties is men waarschijnlijk minder
revisierente verschuldigd. Op de internetsite van de Belastingdienst
staat een rekentool.
Onjuiste verdeling – fiscale partners
Fiscale
partners kunnen een aantal gemeenschappelijke inkomensbestanddelen
onderling verdelen. Dit geldt voor bepaalde inkomensbestanddelen van box
1 en inkomen box 2 en box 3. Om deze onderlinge verdeling toe te
passen, moeten de partners het hele jaar elkaars fiscale partner zijn.
De verdeling van ‘inkomensbestanddelen box 1 eigen woning’ en de
toedeling van ‘vermogensbestanddelen box 3’ blijkt niet altijd goed te
gaan in aangiften van fiscale partners. Er ontstaat een onjuiste
verdeling als fiscale partners:
- meer of minder dan 100% van het te verdelen inkomensbestanddeel van de eigen woning aangeven en
- minder dan 100% van de te verdelen vermogensbestanddelen aan elkaar toedelen
De belangrijkste elementen die fiscale partners onderling kunnen verdelen zijn:
- het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning;
- de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3);
- het (restant) persoonsgebonden aftrek.
Fiscale
partners kunnen de onderlinge verdeling wijzigen zolang de definitieve
aanslagen van beide partners nog niet onherroepelijk zijn vastgesteld.
Een definitieve aanslag is onherroepelijk als de termijn van 6 weken
voor bezwaar, beroep, hoger beroep of cassatie is verstreken.
Ervenrekening
De
Belastingdienst ziet in de praktijk dat erfgenamen vaak ten onrechte
vergeten een ervenrekening op te nemen in hun aangifte IB. De
ervenrekening vormt een onderdeel van de totale (onverdeelde)
nalatenschap. Erfgenamen moeten het saldo op de peildatum van een
ervenrekening dan ook aangeven in box 3 van hun aangifte IB. In het jaar
dat de nalatenschap is verdeeld tussen, en/of ter beschikking is
gesteld aan, de erfgenamen, kunnen twee situaties ontstaan:
1. De erfgenamen heffen de rekening op: de ervenrekening hoeft niet meer opgenomen te worden in de aangifte IB.
2. De ervenrekening blijft bestaan: het erfdeel moet nog worden opgegegeven in de aangifte IB.
Cryptovaluta
Wie
in het bezit is van cryptovaluta, behorend tot het privévermogen, geeft
de waarde in het economisch verkeer aan op 1 januari (peildatum).
Gebruik hierbij de koers op de peildatum van het gebruikte
omwisselplatform.
Ondernemers voor de
inkomstenbelasting die betalingen ontvangen in cryptovaluta voor
diensten of leveringen moeten deze omrekenen naar euro’s. Het
omgerekende bedrag rekent u tot zijn omzet. Mogelijk maakt de ondernemer
winst of verlies bij het omwisselen. Dat komt tot uitdrukking in de
winst-en-verliesrekening. Ook als de ondernemer is voor de
omzetbelasting en voor zijn diensten of leveringen betalingen ontvangt
in cryptovaluta, moeten deze omgerekend worden. Bij de btw-aangifte
geeft men vervolgens het bedrag in euro’s op.
Belastingdienst, 15 februari 2019