Thuiswerkvergoeding: wat kunt u en mag u onbelast vergoeden?

Recent werd bekend dat rijksambtenaren een netto thuiswerkvergoeding van € 363 ontvangen ter dekking van extra kosten. Sindsdien vragen werkgevers regelmatig of zij hun werknemers een maandelijkse onbelaste thuiswerkvergoeding kunnen geven. Houd rekening met deze fiscale aspecten.

Kosten thuiswerken: de Nibud-berekening

De vergoeding van € 363 is gebaseerd op cijfers van het Nibud. Dit instituut heeft berekend dat thuiswerken gemiddeld € 2 per dag aan extra kosten met zich meebrengt. Daarbij is rekening gehouden met de kosten voor elektriciteit-, water- en gasverbruik, koffie en thee, wc-papier en afschrijving van bureaus en bureaustoelen. Voor deze kosten kent de wet geen vrijstelling. Een vergoeding voor deze kosten vormt dus loon. De kosten kunnen daarom alleen onbelast worden vergoed uit de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR).

Vast thuiswerkbudget

Als u een algemene thuiswerkvergoeding toekent voor bijvoorbeeld extra energiekosten of koffie en thee, dan vormt dit loon. Door slim gebruik te maken van de gerichte vrijstellingen uit de werkkostenregeling, kunt u bepaalde kosten onbelast vergoeden. Deze kosten komen dan niet ten laste van de vrije ruimte, mits u de kosten op de juiste wijze benoemt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om kosten voor internet of een ergonomische bureaustoel. Let wel, uw werknemer moet deze kosten feitelijk maken. Bij arbo-voorzieningen geldt nog als voorwaarde dat uw werknemer geen eigen bijdrage mag betalen. De inrichting van uw thuiswerkbudget bepaalt dus in hoeverre kosten onbelast kunnen worden vergoed buiten de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Inventarisatie vrije ruimte werkkostenregeling

Voor kosten waarvoor geen vrijstelling geldt, kan de werkkostenregeling uitkomst bieden. Dit geldt bijvoorbeeld voor extra energiekosten of het kopje koffie thuis. Veel werkgevers hebben geen goed inzicht in hun WKR-positie of vergeten kosten toe te rekenen aan de vrije ruimte. Dit geeft een vertekend beeld en kan zorgen voor onaangename verrassingen. Daarom moet u eerst uw WKR-positie helder hebben, voordat u een algemene thuiswerkvergoeding opneemt in uw arbeidsvoorwaardenpakket.

(Bron: ABAB0

Versoepeling administratieve (loonbelasting)verplichtingen verlengd

Als u personeel aanneemt, krijgt u te maken met diverse wettelijke administratieve verplichtingen op het gebied van loonheffingen. Door de coronamaatregelen kunt u daar wellicht niet aan voldoen. In 2020 neemt de Belastingdienst daarom een coulante houding aan. Deze maatregel wordt verlengd.

Administratieve verplichtingen

Doorgaans heeft een tekortkoming in de administratieve verplichtingen voor de loonheffingen grote gevolgen (bijvoorbeeld toepassing anoniementarief van 52%). Vanaf 12 maart 2020 neemt de Belastingdienst een soepel standpunt in als u uw administratieve verplichtingen voor de loonheffingen niet, niet op tijd of niet volledig kunt nakomen door de coronamaatregelen. Aanvankelijk zou de goedkeuring gelden tot 1 januari 2021. Nu de crisis voortduurt is besloten om de goedkeuring te verlengen tot 1 april 2021.

Let op: U moet wel kunnen motiveren dat u in alle redelijkheid niet kunt voldoen aan de verplichtingen. Werken uw werknemers, net als vóór de coronamaatregelen, op kantoor, dan kunt u geen beroep doen op een coulante houding van de Belastingdienst. Ook moet u de tekortkoming herstellen, zodra u dat kunt. 

Geen verlenging voor andere loonbelasting maatregelen

Vanaf 12 maart 2020 is ook een goedkeuring voor vaste (reis)kostenvergoedingen in 2020. Die maatregel wordt, zoals het er nu naar uitziet, niet verlengd.

(Bron: ABAB)

Tweede ronde Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb

Vanaf 25 november 2020 is de tweede aanvraagronde van de TVL-regeling geopend voor alle SBI-codes.De TVL-regeling ondersteunt mkb-ondernemers met maximaal 250 werknemers en meer dan 30% omzetverlies door de coronacrisis bij het betalen van de vaste lasten. Het gaat hierbij om vaste lasten, zoals huur, gas/water/licht, verzekeringen en leasecontracten.

Loonkosten worden niet meegerekend, deze worden gecompenseerd door de NOW-regeling. Van het omzetverlies wordt een percentage vaste lasten berekend. Van dat percentage wordt minimaal 50% en maximaal 70% gecompenseerd. Per sector is een vast percentage aan vaste lasten bepaald. Dit percentage ontleent het kabinet aan cijfers van het CBS en kunt u op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland vinden. De vergoeding per bedrijf bedraagt minimaal € 750 en maximaal € 90.000 per drie maanden.

Voor wie?

De TVL is voor alle ondernemers die hard geraakt zijn door de maatregelen tegen het coronavirus. Waar voorheen alleen ondernemers in aanmerking kwamen die ingeschreven staan onder een bepaalde SBI-code, komen nu alle sectoren in aanmerking voor de regeling. Dit geldt voorlopig alleen voor de aanvraagperiode voor het vierde kwartaal van 2020 en, naar verwachting, het eerste kwartaal van 2021. Daarnaast krijgen horecaondernemingen eenmalig een aanvullende subsidie, de Horeca Voorraad en Aanpassingen (HVA). Dit bedrag komt bovenop de TVL-subsidie. Ondernemers en toeleveranciers in de evenementenbranche krijgen in het vierde kwartaal van 2020 en eerste kwartaal van 2021 een vast bedrag, op basis van hun TVL-subsidie in de zomermaanden.

Voorwaarden TVL

  • Uw onderneming is vóór 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven bij het handelsregister van de KvK.
  • U heeft zich na 15 maart 2020 niet met terugwerkende kracht ingeschreven in het Handelsregister of uw SBI-code aangepast om in aanmerking te komen voor deze subsidie.
  • Alleen de hoofdactiviteit van uw onderneming waarmee u op 15 maart stond ingeschreven in het Handelsregister telt. Alleen als u in de vorige subsidieperiode na een herbeoordeling of bezwaar TVL ontving voor een andere SBI-code, komt u ook met deze SBI-code in aanmerking. Het aanvraagsysteem kiest in dat geval automatisch de gunstigste SBI-code.
  • Financiële instellingen, holdings en publiek gefinancierde scholen zijn uitgesloten voor de regeling.
  • Uw onderneming is niet failliet.
  • Uw onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance ingediend bij de rechtbank.
  • Uw bedrijf is geen overheidsbedrijf.
  • U heeft een mkb-onderneming.
  • Uw onderneming heeft een fysieke vestiging in Nederland. Het bedrijfsadres staat vermeld in het handelsregister van de KvK.
  • U verklaart ten minste één vestiging met een ander adres te hebben dan uw privéadres of u verklaart een vestiging te hebben die fysiek is afgescheiden van uw privéwoning doordat deze een eigen opgang of toegang heeft. U moet dan bewijsstukken meesturen bij de aanvraag. Uitgezonderd zijn horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30 en auto- en motorrijscholen, taxibedrijven, touringcar operators, markthandelaren, kermisexploitanten, recreatieve vliegsector, binnenvaart, zee- en kustvaart, goederenvervoer over de weg, verhuisvervoer, post- en koeriersdiensten. Daar mag het privéadres wel gelijk zijn aan het vestigingsadres.
  • Uw onderneming heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis.
  • U heeft meer dan € 3.000 aan vaste lasten in het vierde kwartaal van 2020.
  • U kunt van zowel de TVL als de NOW gebruikmaken. De TVL is bedoeld als aanvulling op de NOW (loonkosten), maar heeft daar wel invloed op. De vergoeding die u ontvangt vanuit de TVL wordt opgeteld bij uw omzetberekening voor de NOW, waardoor u een lagere NOW-subsidie ontvangt. Ondanks dat de regelingen elkaar ‘bijten’, ontvangt u met beide regelingen opgeteld meer subsidie.
  • Na het krijgen van de tegemoetkoming mag u in totaal niet meer dan € 800.000 (bruto) aan overheidssteun hebben ontvangen. Uitzonderingen daarop zijn de visserij- en aquacultuursector en de primaire productie van landbouwproducten. Voor visserij- en aquacultuur geldt een maximum van € 120.000 overheidssteun. Voor de primaire productie van landbouwproducten geldt een maximum van € 100.000 overheidssteun.

Met de adviestool van het RVO kunt u eenvoudig en snel controleren of u in aanmerking komt voor de regeling en op welk bedrag u mogelijk recht heeft.

Berekening van de tegemoetkoming

Het kabinet bepaalt de hoogte van de tegemoetkoming als volgt: normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 50%*. Het omzetverlies wordt berekend aan de hand van de verwachte omzet in het vierde kwartaal van 2020 en de normale omzet van diezelfde periode in 2019. Onder omzet worden alle inkomsten zonder de ontvangen btw verstaan. U gebruikt hiervoor uw btw-aangiften over de betreffende maanden of kwartaal van 2019. Meer informatie over de berekening van de tegemoetkoming, inclusief rekenvoorbeelden, kunt u vinden op rvo.nl.

*Verhoging subsidiepercentage

Door de aanhoudende coronacrisis heeft de overheid besloten om het subsidiepercentage te verhogen afhankelijk van het omzetverlies. Bij 30% omzetverlies blijft het percentage 50%, bij 100% omzetverlies loopt dit op naar 70%. Deze aanpassing moet eerst nog worden goedgekeurd door de Europese Commissie. Tot die tijd worden aanvragen ingediend en uitbetaald op basis van het oude percentage van 50%. De verwachting is dat de wijziging eind januari wordt goedgekeurd. U hoeft dan niets te doen, het RVO past het hogere subsidiepercentage automatisch aan en doet een extra betaling.

De aanvraagprocedure

Vanaf 25 november kunt u de aanvraag voor de TVL voor het vierde kwartaal indienen. De aanvraagperiode loopt tot en met 29 januari 2021, 17.00 uur. Hierna volgen nog twee aanvraagrondes:

  • 1 januari tot en met 31 maart 2021
  • 1 april tot en met 30 juni 2021

U kunt een aanvraag indienen bij het RVO via eHerkenning niveau 1 (of hoger) of DigiD. U kunt de aanvraag ook door uw intermediair laten verzorgen. Dit kan alleen met een ketenmachtiging via eHerkenning. U hoort binnen acht weken of uw aanvraag is goedgekeurd. Het besluit ontvangt u per e-mail. Na goedkeuring staat het bedrag binnen vijf werkdagen op uw bankrekening. Vóór 1 juli 2021 meldt u het werkelijke omzetverlies waarna de definitieve subsidie wordt vastgesteld. Aanvragen worden achteraf gecontroleerd. Dit kan tot vijf jaar na uitbetaling van de definitieve subsidie. Heeft u teveel subsidie gekregen? Dan kan het bedrag (gedeeltelijk) worden teruggevorderd.

De volgende documenten heeft u nodig voor het indienen van de aanvraag:

  • Het KVK-nummer van uw onderneming;
  • Uw contactgegevens: naam, telefoonnummer en e-mailadres;
  • Het bankrekeningnummer dat op naam staat van uw onderneming. Hier wordt de tegemoetkoming naar overgemaakt;
  • Btw-aangiften (pdf) van het vierde kwartaal van 2019. Als u geen omzetbelasting betaalt, volstaat een uitdraai van uw omzet uit uw eigen boekhoudprogramma voor deze periode van 2019.

Horeca Voorraad en Aanpassingen (HVA)

Horecagelegenheden die verplicht hebben moeten sluiten, ontvangen eenmalig een opslag van 2,8% van hun omzetverlies in oktober tot en met december 2020. Het maximale bedrag is € 20.160. Dit bedrag komt bovenop de TVL-subsidie van het vierde kwartaal 2020 en wordt automatisch bij de TVL aanvraag opgeteld. De HVA is bedoeld als extra tegemoetkoming voor voorraad die kan bederven en de aanleg en overkapping van een buitenterras die niet zomaar terugverdiend kan worden. Voor de HVA gelden dezelfde voorwaarden als bij de TVL.

De volgende SBI-codes komen in aanmerking voor de HVA:

  • 56.10.1 (restaurants)
  • 56.10.2 (fastfoodrestaurants, cafetaria’s, ijssalons, eetkramen)
  • 56.29 (kantines en contractcatering)
  • 56.30 (cafés, discotheken, nachtclubs)

Eventcatering en hotel-restaurants komen niet in aanmerking voor de regeling.

Evenementenmodule

Ondernemers in de evenementenbranche komen in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 in aanmerking voor de evenementenmodule. De subsidie bedraagt 33,3% over de TVL-subsidie in de zomermaanden. Ondernemers ontvangen minimaal € 750 en maximaal € 16.650. Ondernemers die in de zomer minimaal 50% van hun omzet aan publieke evenementen verdienden, komen in aanmerking. Dit kunnen ook leveranciers zijn. Zij kunnen de subsidie alleen aanvragen als ze de TVL hebben ontvangen in de zomermaanden en niet in aanmerking komen voor TVL Q4 door een te lage referentieomzet.

Op dit moment kan de evenementenmodule nog niet worden aangevraagd. Naar verwachting kunt u de aanvraag in het eerste kwartaal van 2021 indienen voor beide kwartalen.

Publicatieverplichting

Europese staatssteunregels verplichten de Nederlandse overheid openbaar te maken welke ondernemers subsidie hebben ontvangen en voor welk bedrag er subsidie is verleend. Als u de TVL ontvangt, worden uw gegevens gepubliceerd op de website van de Europese Commissie. Het gaat daarbij onder andere om de naam en vestigingsplaats van uw onderneming, uw branche, of u een mkb-bedrijf bent of niet, het bedrag en het doel van de subsidie. De publicatie vindt plaats binnen een jaar na de datum van de verleningsbeschikking. De gegevens blijven minimaal tien jaar beschikbaar.

(Bron: ABAB)

Vaste reiskostenvergoeding onbelast doorbetalen tot 1 februari 2021

Als werkgever kunt u in elk geval tot 1 februari 2021 de bestaande vaste reiskostenvergoedingen aan uw werknemers onbelast blijven doorbetalen. Het kabinet heeft besloten deze maatregel tijdelijk te verlengen. Waar moet u op letten?

Voorwaarde onbelast doorbetalen

Eerder gaf het kabinet al goedkeuring voor het onbelast doorbetalen van de vaste reiskostenvergoeding. Ook als uw werknemers geen of minder reiskosten hebben. Deze goedkeuring gold aanvankelijk tot en met 31 december 2020. In verband met de aanhoudende coronacrisis heeft het kabinet besloten de goedkeuring te verlengen tot in elk geval 1 februari 2021. Voorwaarde is wel dat het vaste kostenvergoedingen betreft die al werden toegekend op 12 maart 2020. De goedkeuring geldt dus niet als er sprake is van gewijzigde omstandigheden na 12 maart 2020, bijvoorbeeld door een verhuizing of contractuitbreiding.

Het kabinet besluit in de loop van januari 2021 hoe ze met de vaste reiskostenvergoedingen willen omgaan ná 1 februari 2021. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Wilt u meer weten over de fiscale en juridische aspecten rondom thuiswerken en kostenvergoedingen?

(Bron: ABAB)

Versoepeling urencriterium voor 2020 verlengd

U heeft als ondernemer recht op verschillende soorten belastingfaciliteiten in de inkomstenbelasting. Voor een aantal van die faciliteiten moet u voldoen aan het zogenaamde urencriterium. Denk daarbij onder meer aan de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve. Daarvoor moet u onder meer in het jaar minimaal 1225 uur hebben besteed aan uw onderneming. De staatssecretaris van Financiën komt ondernemers tegemoet die door de coronacrisis niet kunnen voldoen aan die 1225-uursnorm en daardoor belastingfaciliteiten zouden verliezen. De tegemoetkoming die in eerste instantie zag op de periode van 1 maart t/m 31 mei 2020 is in het Noodpakket 2.0 verlengd tot 1 oktober 2020.

Algemene tegemoetkoming

De Belastingdienst zal er van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 van uitgaan dat u altijd minimaal 24 uren per week aan uw onderneming(en) heeft besteed, ook als u die uren door de coronacrisis niet daadwerkelijk heeft besteed.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Wilt u aanspraak maken op de zogenaamde startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, dan geldt een verlaagd urencriterium van 800 uur. Ook daarvoor geldt een versoepeling in 2020. De Belastingdienst gaat er dan vanuit dat u van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 minimaal 16 uren per week aan uw onderneming(en) heeft besteed.

Seizoensgebonden ondernemers

Valt de piek van uw werkzaamheden juist in de bovengenoemde periode, dan bieden de tegemoetkomingen u geen soelaas. In dat geval geldt een aanvullende tegemoetkoming en gaat de Belastingdienst ervan uit dat u in die periode hetzelfde aantal uren heeft besteed als u in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019 heeft gedaan. U kunt dan (deels) aan de hand van uw administratie van vorig jaar beoordelen of u in 2020 aan het urencriterium voldoet.  

(Bron: Flynth)

Belangrijke fiscale aandachtspunten bij woningverkoop

De woningmarkt lijkt op dit moment nog geen last te hebben van de coronacrisis. Veel huiseigenaren wisselen van woning, kopers en verkopers maken keuzes. Naast het regelen van de praktische kant van de verkoop is het ook van belang aandacht te besteden aan de fiscale kant van het verkopen van een woning. In dit artikel wijzen wij op enkele fiscale aandachtspunten die komen kijken bij de verkoop van een reeds verlaten woning. 

Casus

Veelal worden woningen verkocht door degenen die deze woning zelf ook daadwerkelijk als hoofdverblijf gebruiken. Wij bespreken de situatie waarbij dit niet het geval is. Stel dat de eigenaren van de te koop staande eigen woning inmiddels een andere woning hebben betrokken als hoofdverblijf, leidt dit tot problemen in fiscale zin? 
 
Door het te koop zetten van een eigen woning verliest deze woning in beginsel niet de stempel ‘eigen woning’. Wanneer de eigenaren in de woning blijven wonen, blijft deze woning de eigenaren ter beschikking staan als hoofdverblijf (een eis die door de wet wordt gesteld). Wanneer de eigenaren de woning verlaten en elders gaan wonen, staat deze woning vanaf dat moment niet meer ter beschikking als hoofdverblijf. Dit zou betekenen dat, zolang de woning nog niet is verkocht en de hypotheek in zijn geheel blijft doorlopen, er mogelijk geen renteaftrek meer is. Een woning in verkoop blijft het etiket eigen woning dragen als wordt voldaan aan een aantal cumulatieve criteria. 

Cumulatieve criteria

Hieronder geven wij weer wanneer voor de te koop staande woning waar men zelf niet meer in woont toch nog aftrek van hypotheekrente geldt:

  • De woning dient leeg te staan. Dit betekent dat gedurende de verkoop de woning niet in gebruik mag zijn bij iemand anders. Ook niet als deze woning gratis door iemand wordt gebruikt. Hierbij is dus van belang dat de woning de eigenaar ter beschikking blijft staan. Wanneer iemand anders de woning gebruikt, wordt hier niet meer aan voldaan. En;
  • De betreffende woning in verkoop wordt in een kalenderjaar mede aangemerkt als eigen woning als de woning in dat kalenderjaar of één van de drie jaren daarvoor ook was aan te merken als eigen woning. Met andere woorden, als men in 2020 een woning te koop zet, die in 2017, 2018, 2019 of 2020 als eigen woning werd gebruikt, blijft deze woning ook in 2020 gelden als eigen woning. Is 2017 het laatste jaar dat deze woning als eigen woning werd gebruikt, dan vervalt het etiket eigen woning in 2021. En;
  • De eigenaar dient aannemelijk te maken dat de woning bestemd is voor verkoop. Met aannemelijk maken wordt bedoeld dat aangetoond kan worden dat de woning bedoeld is om te verkopen. Hiertoe kan bijvoorbeeld een opdracht aan een makelaar als bewijs dienen. 

Niet altijd zijn de feiten echter helemaal helder. Wat als namelijk een uitwonend kind tijdelijk in de woning verblijft? Of wat als de woning voor een periode van de markt af wordt gehaald en niet te koop wordt aangeboden? Wat voor een gevolgen heeft dit voor de aftrek van de eigenwoningrente? Of aan bovengenoemde eisen voldaan wordt is te beoordelen aan de hand van de specifieke feiten en omstandigheden.

Tot slot

Er zijn dus diverse fiscale aandachtspunten bij het te koop zetten van een eigen woning. Bij het verkopen van een eigen woning komen uiteraard ook andere aspecten zoals waardebepaling, het opstellen van een goede koopovereenkomst en de daadwerkelijke notariële levering aan bod, waarbij het op deze gebieden ook verstandig is goede adviezen in te winnen. Het zo optimaal mogelijk inkleden van het fiscale aspect vraagt om een goede planning vóóraf. 

(Bron: BDO)