5 factoren die meespelen bij je uurloon

 

Als Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’er) voer je straks opdrachten uit voor uiteenlopende klanten of opdrachtgevers. Niet iedere klus is hetzelfde: het is onder meer afhankelijk van je functie, sector en het type opdrachtgever hoeveel geld je voor een opdracht kunt vragen. Maar hoe bepaal je nou het juiste tarief? Dat lees je hier: 5 factoren die meespelen bij je uurloon.

1. Wat is je marktwaarde?

Iedere zelfstandige professional heeft, net als een bedrijf of merk, een persoonlijke marktwaarde. De hoogte van deze marktwaarde is aan verandering onderhevig en hangt onder meer af van actuele ontwikkelingen in de branche waarin je werkzaam bent, de werkzaamheden die je moet uitvoeren en hoeveel tijd de opdracht in beslag zal nemen. Daarnaast spelen opleidingsniveau en ervaring een belangrijke rol: een expert op het gebied van HR met jarenlange ervaring kan een hoger tarief vragen dan iemand die kortgeleden is afgestudeerd en pas net op de arbeidsmarkt komt kijken.

2. Wat houdt de opdracht precies in?

De meeste ZZP’ers kijken bij het maken van een tariefinschatting hoofdzakelijk naar de duur en precieze inhoud van de opdracht: is het een kleine verbouwing bij een particulier of gaat het om een maandenlange renovatie van een stadsmonument? Aan de hand daarvan zou je kunnen inschatten dat je met die grote renovatie enkele maanden voor een groot deel verzekerd bent van inkomsten, terwijl je aan de opdracht van een particulier hooguit een week of twee kwijt zult zijn. Doorgaans geldt: hoe minder uren je kwijt bent aan een klus, des te hoger het tarief.

Het is goed om te weten dat jouw expertise ook een belangrijke rol speelt bij het bepalen van het juiste uurtarief. Beheers je een unieke techniek die essentieel is voor het uitvoeren van de opdracht? Dan kun je hiervoor meer geld vragen dan wanneer zowel jij als eventuele concurrenten over dezelfde vakkennis beschikken. Daarom is het als ZZP’er ook essentieel om regelmatig je kennis bij te spijkeren via – bijvoorbeeld – een vervolgopleiding of een cursus. Bijkomend voordeel: deze investeringen zijn fiscaal aftrekbaar als het relevant voor je werk is.

3. Wat doen je concurrenten?

Bij het vaststellen van een correct uurloon moet je ook kijken naar de tarieven die concurrenten in jouw branche en regio rekenen voor een vergelijkbare klus. Je moet er vanuit gaan dat de opdrachtgever dit ook zal doen; daarom is het van belang dat je niet te snel te hoog inzet, omdat de kans dan groot is dat de opdracht uiteindelijk aan je neus voorbijgaat. Dit is zeker belangrijk als je nog niet zo ervaren bent als sommige van je concullega’s. Benieuwd naar welke bedragen de concurrentie rekent? Kijk eens op loonwijzer.nl voor een overzicht van gangbare tarieven in verschillende branches.

Een te laag bedrag rekenen is aan de andere kant dan ook weer niet de meest verstandige keuze; je moet immers wel van de inkomsten kunnen leven. Vraag eens rond in je netwerk wat anderen voor een dergelijke klus zouden rekenen en pas jouw tarief daarop aan. Houd er rekening mee dat er op basis van je eerste offerte wel enige ruimte moet overblijven om te onderhandelen.

4. Wie is de opdrachtgever?

Als je de tijd ervoor hebt, onderzoek dan met wat voor soort opdrachtgever je te maken hebt en wat het bedrijf doorgaans uitgeeft aan bedrijven of kleine zelfstandige professionals die vergelijkbare opdrachten uitvoeren. Daarbij moet je niet alleen rekening houden met de sector, maar ook kijken naar de bedrijfsgrootte van de opdrachtgever en de leeftijd van de organisatie. Over het algemeen verstuur je eerder een prijzige offerte naar een gevestigde multinational dan naar een pas gestarte eenmanszaak van een jonge ondernemer.

Daarnaast is het onder ondernemers een bekend gegeven dat overheden – crisis of niet – doorgaans nog steeds ruimhartiger zijn dan veel MKB-ondernemingen. Dit kun je ook meenemen bij het bepalen van de tarieven, maar maak het ook bij de overheid niet te gek. Blijf realistisch ten opzichte van eventuele concurrenten, zodat  je jezelf straks niet onbedoeld de markt uitprijst.

Het komt in bepaalde sectoren overigens ook geregeld voor dat opdrachtgevers je verzoeken geen uurloon te rekenen, maar voorafgaand aan de klus een totaalprijs te geven van de uren die je eraan gaat besteden. Dat is vaak lastig; de kans bestaat immers dat je een te lage inschatting maakt en straks een gedeelte voor niks moet werken. Je kunt voorstellen om op basis van nacalculatie te werken, maar daarmee moet de opdrachtgever eerst instemmen.

5. Wat moet je minimaal verdienen?

Veel concurrentie of niet: je moet straks uiteraard wel genoeg verdienen om de vaste lasten te kunnen dragen. Ook het maken van enige winst is wenselijk. Om het minimum beoogde tarief vast te stellen, moet je eerst op een rijtje zetten wat gemiddeld gezien jouw persoonlijke en zakelijke kosten zijn. Kijk daarbij ook naar de hoeveelheid uren die je daadwerkelijk kunt declareren. ZZPnodig.nl geeft op deze pagina een goede indicatie van wat een gemiddelde ZZP’er moet verdienen om rond te kunnen komen.

(Bron: Ikgastarten)

 

contractsovername: vergeet de wederpartij niet

TIP
Zorg dat altijd medewerking van de wederpartij is verkregen ingeval van een contractsovername. Indien een rechtsverhouding met een wederpartij aan een derde wordt overgedragen, is medewerking van de wederpartij een wettelijk vereiste.

VOORAF
Door middel van contractsovername wordt de gehele rechtsverhouding tot de wederpartij, met inbegrip van alle nevenrechten, nevenverplichtingen en wilsrechten aan de derde overgedragen. Een wettelijk vereiste voor contractsovername is medewerking van de wederpartij. De wederpartij kan zijn of haar medewerking in elke vorm verlenen, zowel vooraf, als achteraf, als zonder duidelijke verklaring. Daarnaast is een akte vereist, want zonder akte is de contractsovername nietig. Hetzelfde geldt ingeval van het ontbreken van medewerking. Men mag er niet van uitgaan dat medewerking is verleend. Om achteraf discussie te voorkomen, verdient het de voorkeur om de medewerking in de akte op te nemen.

Dat partijen dit in de praktijk niet altijd even scherp op hun netvlies hebben, blijkt wel uit een situatie die recent werd voorgelegd aan Rechtbank Midden-Nederland.

DE SITUATIE
In deze situatie betrof het de overdracht van een franchiseovereenkomst. De franchisegever (X) is ervan overtuigd dat hij de franchiseovereenkomst, die hij heeft gesloten met de franchisenemer (Y) heeft overdragen aan een nieuwe vennootschap (Z). In de franchiseovereenkomst is namelijk de volgende bepaling opgenomen: “franchisegever is bevoegd zijn rechten uit deze overeenkomst aan derden over te dragen”. In de aanhangige procedure vordert Z onder meer een contractuele boete van Y wegens overtreding van verplichtingen die voortvloeien uit de franchiseovereenkomst. Y voert hiertegen echter het verweer dat zijn rechtsverhouding met X helemaal niet is overgegaan op de nieuwe vennootschap Z. Uit voornoemde bepaling volgt namelijk niet dat Y bij voorbaat toestemming heeft gegeven aan X of medewerking heeft verleend aan overdracht van de gehele rechtsverhouding tussen X en Y aan Z. Evenmin is vast komen te staan dat Y op een later moment heeft ingestemd met de overdracht.

Nu niet is gebleken dat Y medewerking heeft verleend aan de overdracht van de gehele rechtsverhouding is hier geen sprake van een rechtsgeldige contractsovername in de zin van artikel 6:159 BW. Dit leidt tot de slotsom dat de vordering van Z wordt afgewezen, nu zij geen vorderingsrecht kon ontlenen aan de franchiseovereenkomst tussen X en Y. In onderhavige kwestie is X nog niet opgehouden te bestaan, zodat zij (wellicht in een separate procedure) alsnog nakoming van de franchiseovereenkomst kan vorderen. Indien X wel zou zijn opgehouden te bestaan, zou zich een groter probleem voordoen. Immers, ook in dat geval is de franchiseovereenkomst nooit overgedragen. Daar komt nog eens bij dat de franchisegever inmiddels is ontbonden. Kortom, zorg ingeval van contractsovername altijd voor (schriftelijke) toestemming van de wederpartij!

(Bron: Pellicaan)

Surseance van betaling

 

Bent u tijdelijk niet in staat uw schulden te betalen? Dan kunt u de rechtbank vragen u uitstel (surseance) van betaling (meestal anderhalf jaar) te geven. Door surseance van betaling kunt u een faillissement voorkomen. Of een surseance van betaling geschikt is voor uw bedrijf, hangt af van uw situatie. Het kan zijn dat schuldsanering beter bij uw situatie past.

Hoe vraagt u surseance aan?

U hebt een advocaat nodig om een verzoek tot surseance van betaling in te dienen. Bij uw aanvraag levert u uw financiële stukken en een lijst van schuldeisers. De rechtbank verleent binnen een dag een voorlopig akkoord. Daarna krijgt u te horen wanneer de definitieve uitspraak is.

Definitieve surseance

Voordat de rechtbank definitieve surseance verleent, krijgen uw schuldeisers en u gelegenheid te worden gehoord. Hierna mogen uw schuldeisers stemmen. Besluit de rechtbank om definitieve surseance toe te kennen? Dan kunnen de schuldeisers die niet hebben ingestemd hoger beroep aantekenen.

Geen surseance

Als de rechtbank een definitieve surseance weigert, kunt u failliet verklaard worden. U kunt uw advocaat hoger beroep laten aantekenen tegen de weigering om definitieve surseance te verlenen en de eventuele faillietverklaring.

Bewindvoerder

De rechter stelt een bewindvoerder aan. Deze geeft u advies en helpt u bij de onderhandelingen met schuldeisers. Hij voert samen met u het beheer over uw vermogen. Hij moet al uw beslissingen goedkeuren, bijvoorbeeld als u geld wilt uitgeven.

Betalingsregeling

Uw bewindvoerder kan in een vergadering van schuldeisers een betalingsregeling afspreken. Als een meerderheid van uw schuldeisers akkoord gaat, krijgen zij een gelijk percentage van de vordering. Het onbetaalde deel kunnen zij niet meer opeisen. De rechtbank moet het akkoord bevestigen. Dit heet homologatie.

Register van surseances van betalingen

In het Centraal Insolventieregister vindt u alle faillissementen, surseances van betalingen en schuldsaneringen van natuurlijke personen van na 1 januari 2005. De rechtbank geeft definitieve surseances ook op aan het Handelsregister.

 

* 5 investeringsregelingen die je moet kennen

 

Een bedrijf starten kost geld. Of je nu een bestaande onderneming overneemt of een startup vanaf de grond wilt opbouwen: als ondernemer zul je – zeker in het begin – in jouw bedrijf moeten investeren. Gelukkig heeft de overheid hiervoor een aantal goede regelingen in het leven geroepen: 5 investeringsregelingen voor ondernemers.

1. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek maakt deel uit van de overkoepelende investeringsaftrek. Van deze investeringsregeling kun je als startende ondernemer relatief snel gebruik maken omdat het hierbij gaat om het investeren in bedrijfsmiddelen. De belangrijkste voorwaarde is dat een bedrijfsmiddel minimaal 450 euro kost en daarnaast in aanmerking komt voor investeringsaftrek. Heb jij bijvoorbeeld een speciale zaagmachine aangeschaft of een computer gekocht voor het bijhouden van jouw administratie? Dan mag je gebruikmaken van de KIA-regeling.

Let op: het bedrag dat je uiteindelijk van de winst mag aftrekken, hangt altijd samen met het totaalbedrag dat je dat boekjaar in het bedrijf hebt geïnvesteerd. Daarnaast speelt de rechtsvorm een rol. Als je met anderen een bedrijf hebt, zoals een vennootschap onder firma (VOF) of een maatschap, moet je de aftrek berekenen door een percentage te nemen van de totale investering van het samenwerkingsverband (en dus niet kijken naar iedere afzonderlijke investering).

Sinds 2014 zijn de voorwaarden aangescherpt. Zo is de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek op zuinige personenauto’s niet langer van kracht. Verder komen de volgende investeringen ook niet (meer) in aanmerking voor investeringsaftrek:

  • Investeringen in bepaalde bedrijfsmiddelen, zoals woonhuizen, grond, dieren, personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer, vaartuigen voor representatieve doeleinden, effecten, vorderingen, goodwill en publiekrechtelijke vergunningen.
  • Bedrijfsmiddelen die zijn bestemd voor verhuur of voor gebruik in het buitenland.
  • Bedrijfsmiddelen die minder dan 450 euro per stuk kosten
  • Transacties tussen een lichaam en personen of rechtspersonen (bijvoorbeeld bv’s en nv’s), die voor ten minste een derde deel een belang hebben in dat lichaam. Als je bijvoorbeeld aandeelhouder bent van een bv en je verkoopt een bedrijfsmiddel aan de bv, dan heeft de bv geen recht op investeringsaftrek.

2. Energie-investeringsaftrek (EIA)

Ook de Energie-investeringsaftrek (EIA) valt onder de investeringsaftrek en is dus een fiscale aftrekregeling. Ondernemers die zich actief bezighouden met het investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie doen er verstandig aan om de mogelijkheden op dit gebied te bekijken.

Behalve de afschrijving kun je van de investering (aanschaf- en voortbrengingskosten) in deze bedrijfsmiddelen namelijk 41,5 procent extra aftrekken van de winst. Controleer om teleurstellingen te voorkomen van tevoren wel goed of je echt aan alle voorwaarden hebt voldaan:

  • Het bedrag aan energie-investeringen bedraagt minimaal 2.500 euro.
  • Het bedrijfsmiddel is niet eerder gebruikt.
  • Het bedrijfsmiddel staat op de energielijst van RVO.nl.
  • Je kunt voor hetzelfde bedrijfsmiddel geen energie-investeringsaftrek én milieu-investeringsaftrek tegelijk krijgen. Je moet dus een keuze maken tussen beide regelingen.
  • Bedrijfsmiddelen die niet op de energielijst van RVO staan, maar wel energie of fossiele brandstoffen besparen en een algemene besparingsnorm halen.
  • De kosten van een energieadvies (onder bepaalde voorwaarden)

Meer weten over hoe je als ondernemer gebruik kunt maken van de EIA-regeling? Lees er alles over op de website van de Belastingdienst.

3 + 4. Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL)

De Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) zijn subsidies voor ondernemers op het gebied van milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Kort samengevat kun je met de MIA-regeling jouw fiscale winst verder verlagen. Het is mogelijk om tot 36 procent van het investeringsbedrag in mindering te brengen op de gemaakte winst. Of jij straks daadwerkelijk dit maximale percentage mag toepassen, is afhankelijk van de milieu-effecten en de gangbaarheid van het bedrijfsmiddel in kwestie.

De VAMIL is een methode om een investering op ieder gewenst moment te kunnen afschrijven, zodat jouw totale fiscale winst uiteindelijk lager uitvalt en je over dat jaar dus minder belasting hoeft te betalen. Let op: de bovengrens van deze willekeurige afschrijving is sinds 2011 vastgesteld op 75 procent. Veel ondernemers kiezen er echter voor om de MIA en VAMIL te combineren. Dit is toegestaan, mits je aan alle gestelde voorwaarden voldoet:

  • Het bedrijfsmiddel staat op de milieulijst van RVO.
  • Het bedrijfsmiddel is niet eerder gebruikt.
  • De investering moet betrekking hebben op aanschaf- en voortbrengingskosten van het bedrijfsmiddel.
  • Voor de MIA moet het bedrag aan milieu-investeringen minimaal 2.500 euro zijn.

5. Desinvesteringsbijtelling

De desinvesteringsbijtelling is een vreemde eend in de bijt. Het is namelijk geen investeringsregeling waar je als ondernemer voordeel uit kunt halen, maar is wel een consequentie waar jij (of jouw boekhouder/accountant) op termijn rekening mee moet houden.

Als jij namens jouw onderneming bijvoorbeeld ooit bedrijfsmiddelen hebt vervreemd (verkocht, geschonken etc.) en daarvoor in eerdere jaren gebruik hebt gemaakt van de investeringsaftrek, kan het namelijk zijn dat je later een deel van die aftrek zult moeten terugbetalen aan de fiscus. Dit is in ieder geval zo wanneer:

  • Je de betreffende bedrijfsmiddelen binnen vijf jaar verkoopt of schenkt na het begin van het kalenderjaar waarin je de investering hebt gedaan.
  • De waarde van deze bedrijfsmiddelen bij elkaar opgeteld hoger is dan 2.300 euro. [Bron: Belastingdienst]

Het goede nieuws is dat deze uiteindelijke bijtelling nooit hoger zal uitvallen dan het bedrag dat je eerder hebt kunnen aftrekken. Dat maakt het toepassen van de eerder genoemde investeringsregelingen dus nog steeds de moeite waard. Tip: voorkom een misrekening en neem voor het bedrag dat je moet bijtellen hetzelfde percentage dat je bij de eerdere investeringsaftrek hebt toegepast. Zo weet je zeker dat je niet te veel of te weinig terugbetaalt.

(Bron: Ikgastarten)

 

Algemene voorwaarden meer informatie

In algemene voorwaarden leggen ondernemers de regels vast die zij gebruiken bij de verkoop van producten of diensten. Deze ‘kleine lettertjes’ scheppen duidelijkheid over allerlei zaken die met de verkoop aan consumenten te maken hebben. Ondernemers kunnen niet zomaar alles in hun ‘kleine lettertjes’ opnemen. En zij moeten zorgen dat consumenten de algemene voorwaarden kunnen inzien voor de koop.

Wat zegt de wet over algemene voorwaarden?

Ondernemers zijn niet verplicht om algemene voorwaarden op te stellen. In de wet staat precies aan welke regels ze zich moeten houden als zij dat wel doen.

Hoe moeten ondernemers algemene voorwaarden overhandigen?

Ondernemers moeten hun algemene voorwaarden vooraf overhandigen of opsturen. Is dat praktisch gezien echt niet mogelijk? Dan mag een ondernemer de consument verwijzen naar een plek waar ze in te zien zijn, bijvoorbeeld bij de Kamer van Koophandel. Vraagt de consument naar de algemene voorwaarden? Dan moet de ondernemer ze eenmalig kosteloos opsturen.

Wanneer zijn algemene voorwaarden ongeldig?

Heeft een consument geen gelegenheid gekregen om kennis te nemen van de algemene voorwaarden? Dan kan hij de voorwaarden niet van toepassing verklaren. In de wet heet dat ‘vernietigen’. Dit moet de consument dan wel bij de ondernemer melden.

Wat zijn onredelijke bepalingen in algemene voorwaarden?

In algemene voorwaarden mogen geen onredelijke bepalingen staan. Een ondernemer mag niet afwijken van andere ‘dwingende wettelijke bepalingen’. Veel regels die consumenten beschermen zijn van dwingend recht. Dit betekent dat daarvan niet mag worden afgeweken.

Wat zijn de regels als een ondernemer de algemene voorwaarden tussentijds wil wijzigen?

Overeenkomsten gelden soms voor langere tijd, zoals bij een abonnement. Wil een ondernemer de  algemene voorwaarden tijdens de looptijd van een overeenkomst veranderen? Dan kan dat alleen als hij dat in zijn voorwaarden bepaald heeft.

De ondernemer moet de gewijzigde voorwaarden opsturen naar de consument. Dat moet omdat hij een informatieplicht heeft. Een vermelding in de krant of de mededeling aan de consument dat de voorwaarden gewijzigd zijn, is niet voldoende. Zijn de nieuwe voorwaarden nadelig voor de consument? Dan kan hij deze afwijzen of de overeenkomst per direct ontbinden.

(Bron: ACM)

Belastingkenmerk vergeten? Zoekhulp betalingskenmerk van de belastingdienst

Wilt u een aangifte of aanslag betalen maar bent u de acceptgiro kwijt? Of weet u niet meer welk aangifte-, aanslag-, of beschikkingsnummer bij een betalingskenmerk hoort? Met de Zoekhulp betalingskenmerk en aangifte-, aanslag- of beschikkingsnummer kunt u dat achterhalen.

Zoekhulp gebruiken

  • Vul de vragen in.
  • Is iets niet duidelijk, klik dan op het vraagteken voor een toelichting.
  • Als alle vragen zijn ingevuld, klik dan op de toets ‘Geef betalingskenmerk’ of ‘Geef aangifte-, aanslag-, of beschikkingsnummer’.

Bij de hand houden

  • Houd uw aangifte-, aanslag- of beschikkingsnummer bij de hand als u een betalingskenmerk wilt weten. U kunt uw aangiftenummer voor de loonheffingen zelf afleiden als u dit kwijt bent.
  • Houd uw betalingskenmerk bij de hand als u een aangifte-, aanslag-, of beschikkingsnummer wilt weten.

(Bron: belastingdienst.nl)

Wanneer kan ik een hypotheek krijgen als zzp’er?

Als zzp’er kunt u een hypotheek krijgen, maar daarvoor gelden wel voorwaarden.

Geldverstrekkers hanteren altijd twee grenzen voor de bepaling van een maximale hypotheek. De laagste grens is bindend. Ten eerste mag u in 2015 maximaal 103 % van de woningwaarde financieren met een hypotheek. Ten tweede stelt de bank eisen aan uw inkomen.

Laatste drie jaar
De meeste banken kijken vooral naar uw gemiddelde inkomen over de laatste drie kalenderjaren (voorafgaand aan het jaar waarin u de hypotheek aanvraagt). Daarbij geldt het inkomen in het laatste jaar als maximum. Dus als u de afgelopen drie jaar achtereenvolgens € 20.000, € 26.000 en € 11.000 hebt verdiend, is het gemiddelde € 19.000. Maar aangezien de € 11.000 van het laatste jaar lager is, geldt dat als uitgangspunt.

Met ‘inkomen’ wordt bedoeld: de winst uit onderneming vóór belastingen. De bank vraagt om uw jaarcijfers, belastingaangiftes en belastingaanslagen. Als de laatste cijfers nog niet beschikbaar zijn, kan de geldverstrekker uitgaan van een onderbouwde accountantsprognose. In de praktijk houden geldverstrekkers meestal vast aan de eis van drie jaargangen jaarcijfers.

Wanneer een zzp’er minder dan drie jaar zelfstandig is, verstrekt de geldverstrekker op individuele beoordeling soms toch een hypotheek. Raadpleeg in zo’n situatie uw eigen zakelijke bank, omdat daar normaliter meer bekend is over uw financiële situatie. Dat maakt de kans op succes het grootst.

Bijzonderheden
Banken stellen vaak nog aanvullende voorwaarden, naast inkomen en financiering tot 103 % van de woningwaarde. Soms beperkt de bank de maximale lening bijvoorbeeld tot 90 % van de woningwaarde. Ondernemers uit bepaalde branches, zoals horeca, kunnen soms minder lenen of worden uitgesloten.

Vereniging Eigen Huis onderzocht in maart 2015 welke specifieke voorwaarden banken hanteren voor zzp’ers. Hieronder een kort overzicht, met de aanvullende voorwaarden van enkele grote banken.

ABN AMRO
Voor zzp’ers die korter dan drie jaar zelfstandig zijn, gelden aanvullende voorwaarden. Dan is de prognose van een deskundige vereist en wordt maximaal 75 % of 90 % van de woningwaarde als hypotheek verstrekt. Iemand die korter dan een jaar als zzp’er werkt, kan geen financiering krijgen.

ING
Als u korter dan drie jaar als zelfstandige werkt, is aanvullende informatie nodig. Denk aan de prognose van een deskundige, uw cv en orderportefeuille. Voor startende zzp’ers wordt 80 % van het inkomen gebruikt bij bepaling van de maximale hypotheek.

Rabobank
Starters moeten minstens één boekjaar hebben afgerond, aangevuld met de prognose van een deskundige.

Obvion Hypotheken
Starters moeten cijfers hebben over minimaal twee boekjaren, plus de prognose van een deskundige.

Nog eens op herhaling: de administratieplicht / bewaarplicht

In Nederland is iedere ondernemer verplicht zijn administratie te bewaren. Dit wordt ook wel de fiscale bewaarplicht genoemd. Wettelijk is bepaald dat u uw administratie 7 jaar dient te bewaren. Echter zijn er bestaan uitzonderingen waarbij u sommige gegevens wel tot 10 jaar moet bewaren.

De basisgegevens, de gegevens op basis waarvan uw belastingplicht moet kunnen worden afgeleid, dient u 7 jaar te bewaren. Onder deze gegevens vallen ieder geval:

  • Kasadministratie
  • Grootboekadministratie
  • Voorraadadministratie
  • Loonadministratie
  • Urenadministratie
  • Debiteurenadministratie
  • Crediteurenadministratie
  • Inkoopadministratie
  • Verkoopadministratie

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van gegevens die bewaard moeten worden. Deze lijst is echter niet compleet. Dit komt onder andere doordat per branche en per vakgroep bepaalde eisen gesteld kunnen worden aan de essentiële informatie die een onderneming moet kunnen verstrekken aan belastingdienst.

De belastingdienst kan uw administratie controleren en wanneer nodig om nadere gegevens vragen. Wanneer u deze gegevens niet heeft en/of niet verstrekt kan dit verstrekkende gevolgen hebben. De belastingdienst kan in dit geval de bewijslast omkeren en verzwaren. Dat wil zeggen dat de belastingdienst een redelijk onderbouwde schatting zal maken van uw omzet (welke in de praktijk altijd hoog zal zijn) en op basis hiervan een aanslag zal opleggen. Vervolgens verkeert de belastingplichtige onderneming in de zeer lastige positie om bewijs te leveren dat de schatting van de belastingdienst onjuist is en dus de aanslag te hoog is. In de praktijk is dit een lastige en weinig benijdenswaardige positie. Vaak zijn met deze zaken grote bedragen gemoeid.

Reden genoeg om u bij te laten staan door een specialist, een advocaat-belastingkundige. Twijfel niet en neem (vrijblijvend) contact op met Farber Zwaanswijk Advocaten, gespecialiseerd en ervaren op het gebied van (het voorkomen van) procedures tegen de belastingdienst. U kunt  hier klikken voor de contactgegevens.

(Bron: FZAdvocaten)

Rekeningnummer digitaal doorgeven aan Belastingdienst voor ondernemers

Ondernemers kunnen hun rekeningnummer voor teruggaven met een digitaal formulier doorgeven aan de Belastingdienst.

Het formulier ‘Wijzigen rekeningnummer ondernemer’ kan worden gebruikt om een rekeningnummer door te geven voor teruggaven:

  • btw
  • loonheffingen
  • motorrijtuigenbelastingen
  • vennootschapsbelasting
  • overige belastignen (eurovignet, verontreinigingsheffing rijkswateren)

Het formulier is niet bedoeld voor:

  • teruggaaf Inkomstenbelasting
  • teruggaaf bijdrage Zorgverzekeringwet (Zvw)
  • toeslagen

Gebruik daarvoor Mijn Belastingdienst of Mijn toeslagen.

 

Waar vindt u het formulier Wijzigen rekeningnummer?

Het formulier ‘Wijzigen rekeningnummer ondernemers’ staat onder ‘Overige formulieren’ op het beveiligde deel van onze internetsite (https://mijn.belastingdienst.nl/ppa/). U logt in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

(Bron: Taxence)

Voor het eerst een eigen huis kopen

De volgende gegevens hebt u nodig bij het invullen van de vraag ‘Eigen woning’ in uw aangifte inkomstenbelasting:

  • de WOZ-waarde van uw woning
    Deze waarde staat op uw WOZ-beschikking. Voor uw aangifte inkomstenbelasting gebruikt u de WOZ-beschikking van het jaar waarover u aangifte doet. Deze heeft een peildatum van 1 januari van het jaar vóór het jaar waarover u aangifte doet.
  • de betaalde rente en aflossing
    Deze staan op het (jaar)overzicht van uw bank.
  • In het jaar van aankoop of verkoop ook de volgende door u betaalde kosten:
    • de afsluitprovisie
    • de overdrachtsbelasting
    • de advies- en bemiddelingskosten
    • de taxatiekosten voor het krijgen van de lening
    • de notariskosten voor de hypotheek of lening

Deze staan op de aankoop- of verkoopspecificatie van de notaris.