Inleiding vermogensetikettering voor ondernemers binnen de inkomstenbelasting
De vermogensetikettering binnen de inkomstenbelasting geeft in de praktijk veel problemen. Investeringen in (kapitaal)goederen welke uitsluitend voor de zaak gebruikt worden, is verplicht ondernemingsvermogen. Investeringen welke u uitsluitend privé gaat gebruiken, is verplicht privévermogen. U heeft als ondernemer geen keuzerecht. Maar wat als u die investering zowel voor privé als voor de zaak gaat gebruiken? Deze laatste categorie behoort dan tot het keuzevermogen. U mag nu als ondernemer kiezen: of op de zaak of in privé. De wetgever heeft er bewust voor gekozen vermogensetikettering niet binnen de wet IB 2001 op te nemen.
Dat deze keus belangrijk is, zal duidelijk zijn. Bij de keuze van ondernemingsvermogen zijn de kosten aftrekbaar van de winst en eventuele verkoopwinsten belast in box 1. Bij de keuze van privévermogen zijn de kosten niet aftrekbaar en zijn eventuele verkoopwinsten onbelast. Wel krijgt u bij privévermogen eventueel te maken met de vermogensrendementsheffing binnen box 3.
Met een juiste etiketteringskeuze binnen de inkomstenbelasting kunt u fiscaal veel besparen.
Binnen de vennootschapsbelasting speelt vermogensetikettering minder, omdat daar geacht wordt, dat het gehele vermogen ondernemingsvermogen is.
Zoals uit mijn inleiding blijkt, zijn er drie soorten vermogensetikettering:
- Verplicht ondernemingsvermogen. Vermogensbestanddelen welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (90% of meer) in het bedrijf gebruikt worden. Voorbeelden zijn een bedrijfsgebouw, de machines, een heftruck, debiteuren, liquide middelen (nodig voor de normale bedrijfsuitoefening) en crediteuren. Deze posten moeten geactiveerd of gepassiveerd worden op de balans. Is een vermogensbestanddeel gefinancierd met vreemd vermogen, dan volgt deze schuld het bezit.
- Verplicht privévermogen. Vermogensbestanddelen welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (90% of meer) voor privé gebruikt worden. Voorbeelden zijn de inboedel van het woonhuis, de caravan voor op vakantie, een privéspaarrekening. Deze posten zien we niet terug op de balans van het bedrijf.
- Keuzevermogen. Als u als ondernemer de zaken of goederen zowel zakelijk als privé gaat gebruiken, dan is er een wisselend of gemengd gebruik. De wil van de ondernemer is doorslaggevend. Als u als ondernemer kiest voor zakelijke etikettering, dan blijkt dit door opname van de zaak op de balans. Binnen de inkomstenbelasting kunt u nog terugkomen op deze beslissing, zolang de aanslag inkomstenbelasting nog niet onherroepelijk is. Een aanslag is onherroepelijk, als de definitieve aanslag is opgelegd en de termijn van bezwaar is verstreken. Voorbeelden zijn een auto voor zowel zakelijk als privégebruik en een woon-werkpand. Bij de meeste vermogensbestanddelen wordt naar de (nagenoeg) uitsluitend grens van 10% – 90 % gekeken. Bij de auto is wel aparte wetgeving van toepassing. De grens ligt hier bij 500 km op jaarbasis. Bij minder dan 500 km privé geldt verplicht ondernemingsvermogen. Bij minder dan 500 km zakelijk geldt verplicht privévermogen. In alle andere gevallen geldt nu keuzevermogen.
Vermogensetikettering binnen de inkomstenbelasting is duidelijk een vak apart. Verkeerde keuzes kunnen fiscaal behoorlijk in de papieren lopen. Bij zakelijke etikettering worden waardemutaties van het vermogensbestanddeel als kosten e/o opbrengsten meegenomen in de winstbepaling. Bij privévermogen geldt eventueel alleen de forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3. (Na aftrek van het heffingsvrije vermogen).
Ook niet onbelangrijk bij een keuze is de vorming van de oudedagsreserve. Deze FOR is afhankelijk van de hoogte van het ondernemingsvermogen.
Als voorbeeld de verkoop van een pand.
Bij een verkoop met winst is deze winst onbelast bij de keuze privévermogen. Deze winst is belast bij de keuze ondernemingsvermogen. Bij een verkoop met verlies is dit verlies niet verrekenbaar binnen het privévermogen. Dit verlies is wel aftrekbaar op de jaarwinst bij de keuze ondernemingsvermogen.
In een volgend blog over vermogensetikettering komt o.a. heretikettering, verbouwingen en panden in gemengd gebruik aan de orde.
(Bron: Multiraedt /Bert Elfferich RB )
Hans (35 jaar) is 100% directeur-grootaandeelhouder (DGA) van X BV en getrouwd met Petra (32 jaar). Na 10 jaar besluiten Hans en Petra te scheiden. Nu is de financiële afwikkeling van een ‘gewone’ echtscheiding vaak al problematisch, maar bij een DGA spelen aanvullende factoren een rol die de scheiding nog complexer kunnen maken. Dit is onder andere het geval als de pensioenopbouw van de DGA in eigen beheer plaatsvindt. In dit artikel sta ik stil bij de fiscale gevolgen van de echtscheiding van Hans en Petra. Daarbij laat ik met name het verschil in fiscale behandeling zien als Hans zijn pensioen in eigen beheer of bij een professionele verzekeraar verzekerd heeft.


Boa’s die veel contact hebben met het publiek – bijvoorbeeld parkeercontroleurs, hoofdconducteurs en ook boswachters – dragen een insigne. Dankzij dit insigne is meteen duidelijk wanneer iemand “bijzondere bevoegdheden” heeft. Voorbeelden van “bijzondere bevoegdheden” zijn het uitschrijven van boetes en het aanhouden van verdachten. Sommige boa’s mogen ook handboeien, een wapenstok, pepperspray of een vuurwapen dragen. Met een insigne onderscheiden boa’s zich ook van andere handhavingsfunctionarissen, zoals particuliere beveiligers, die deze bevoegdheden niet hebben, en van de politie, die juist meer bevoegdheden heeft. Het insigne toont een hand, een scepter en een schild. De hand houdt de scepter vast, daarachter staat het schild. Het insigne is zilverkleurig en beschikbaar in 2 vormen: