Zijn uw liquiditeiten voldoende bedrijfsgebonden?

Welk deel van de liquide middelen behoort toe aan de zaak en welk deel is privé? Dat is belangrijk voor de vraag of er meer liquiditeiten op de bankrekening staan dan voor de onderneming noodzakelijk is. Want dat deel – ‘duurzaam overtollige liquide middelen’ – dient u in box 3 aan te geven.

Voor een IB-ondernemer geldt dat hij op grond van de regels voor de zogeheten vermogensetikettering moet bepalen welke activa en passiva er op de balans van de onderneming thuishoren. Die regels zijn ook van toepassing op het saldo van de liquide middelen dat op de zakelijke bankrekening staat. Voor zover er meer liquiditeiten op de bankrekening staan dan voor de onderneming noodzakelijk is (de duurzaam overtollige liquide middelen), moet dat deel in box 3 worden opgenomen. Daarover is dan vermogensrendementsheffing verschuldigd.

Tip: Vanuit fiscaal oogpunt is het aantrekkelijk om zoveel mogelijk vermogen als zakelijk te etiketteren als er geen of een laag rendement op wordt behaald.

Hoeveel vermogen is er binnen de onderneming nodig?

Uiteindelijk is het aan de ondernemer om binnen de grenzen der redelijkheid te bepalen welk deel van de liquide middelen zakelijk zijn. Bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting heeft de ondernemer onderbouwd welk deel van het saldo liquide middelen als zakelijk kan worden aangemerkt. Dat is vooral van belang in de gevallen dat het saldo omvangrijk is en daarbij de vraag opkomt of het allemaal nodig is binnen de onderneming. Te denken valt aan het sparen voor bepaalde bedrijfsdoelen, zoals expansie, investeringen en/of overnames van andere bedrijven. Als dergelijke plannen goed onderbouwd zijn, dan kan gesteld worden dat de liquide middelen voldoende bedrijfsgebonden zijn en dus niet duurzaam overtollig.

Wat heeft de rechter beslist?

Recent heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak gedaan over de vraag welk deel van de liquide middelen tot het ondernemingsvermogen behoren. Belanghebbende is advocaat en met een andere advocaat mede-eigenaar van een advocatenpraktijk. Bij de ingediende aangifte inkomstenbelasting 2013 was het saldo liquide middelen op de ondernemingsbalans van € 388.988. De inspecteur vond een saldo van € 50.000 aan liquide middelen voldoende en corrigeerde de aangifte voor het verschil. In hoger beroep oordeelde het hof dat belanghebbende de grenzen van de redelijkheid niet had overschreden door een ruimere buffer in acht te nemen. De hoogte van het saldo van de liquide middelen stond daarmee niet ter discussie.

Overwegingen belanghebbende

Overwegingen van belanghebbende om een hoog saldo liquide middelen als buffer aan te houden zijn tweeërlei. Er sprake is van een door twee advocaten gedreven advocatenpraktijk en er bestaat onzekerheid over het vertrek van de mede-eigenaar. Daarnaast speelt ook de grote mate van afhankelijkheid van de gefinancierde rechtsbijstand, die door bezuinigingen onder druk staat, mee. In latere jaren heeft er zich een omzetdaling voorgedaan.

Tip In het geval dat een omvangrijk saldo liquide middelen als zakelijk is geëtiketteerd, is een goede onderbouwing van belang.

(Bron: SRA)

Wanneer zijn verhuiskosten zakelijk?

Als u als ondernemer verhuist, kunt u onder voorwaarden de kosten ervan ten laste van de winst brengen. Soortgelijke voorwaarden gelden ook als u uw personeel een belastingvrije vergoeding wilt geven vanwege een verhuizing. Wanneer zijn de verhuiskosten zakelijk?

Zakelijkheid voorop

Uitgangspunt is dat verhuiskosten voor een ondernemer aftrekbaar zijn. U kunt verhuiskosten belastingvrij aan uw personeel vergoeden als het een zakelijke verhuizing betreft. Voor beide situaties geldt een vast bedrag van € 7.750. Dit bedrag is exclusief de kosten van het overbrengen van de inboedel, die u ook mag aftrekken.

Zakelijke verhuizing

Een verhuizing is in ieder geval zakelijk als u als ondernemer binnen twee jaar, na de start of verplaatsing van uw bedrijf, verhuist. Voor uw werknemer geldt de eis dat zij binnen twee jaar na aanvaarding van een andere baan of overplaatsing verhuizen. Bovendien moet voor zowel u als uw werknemers de afstand woning-werk vóór verhuizing minstens 25 km bedragen en moet na verhuizing die afstand met minstens 60% zijn afgenomen.

Voorbeeld: U woont in Utrecht en start een onderneming in Apeldoorn. U besluit daarom binnen twee jaar na de start te verhuizen naar Deventer.
Uitwerking: De afstand Utrecht-Apeldoorn bedraagt 67 km. De afstand Deventer-Apeldoorn bedraagt 18 km. De afstand vóór verhuizing bedroeg dus meer dan 25 km. De afstand na verhuizing is met 49 km bekort, ofwel met 73%. U voldoet dus aan beide voorwaarden en kunt een bedrag van € 7.750 plus de kosten van het overbrengen van de inboedel ten laste van de winst brengen.

Zakelijkheid aantonen

Een verhuizing is ook zakelijk als niet aan de voorwaarden voldaan wordt maar de zakelijkheid aangetoond kan worden. Een werknemer verhuist bijvoorbeeld pas na twee jaar omdat hij een andere functie krijgt en daarom voortaan bij een inbraakalarm binnen 15 minuten ter plekke moet zijn. De zakelijkheid moet u in dergelijke situaties aannemelijk kunnen maken.

Tip: Bij een niet zakelijke verhuizing kunt u belastingheffing bij uw werknemers voorkomen door de vergoeding onder te brengen in (de vrije ruimte van) de werkkostenregeling.

(Bron: SRA)

Vaststellen vermogenskostenvoet bij waardebepaling

De discounted cash flow (DCF) methode is de meeste zuivere methode om de waarde van een onderneming te bepalen. Een belangrijke parameter bij het uitvoeren van een waardering gebaseerd op een DCF-methode is de vermogenskostenvoet.

Belang van vermogenskostenvoet en tijdvoorkeur

De vermogenskostenvoet is belangrijk om de toekomstige vrije geldstromen terug te rekenen naar het waarderingsmoment (het zogenaamde disconteren). Een bedrag van €100.000 dat over één jaar vrijkomt of datzelfde bedrag dat over vijf jaar vrijkomt; de contante waarde zal in het eerste geval veel hoger zijn. Tijd heeft invloed op de waarde; met de tijdswaarde van geld wordt rekening gehouden.

De vermogenskostenvoet verschilt per onderneming

De vermogenskostenvoet verschilt per onderneming. Bij het Capital Asset Pricing Model (CAPM) wordt de vermogenskostenvoet samengesteld uit de risicovrij voet (vaak de rente van 10-jarige Nederlandse staatsobligaties) plus de marktrisicopremie (de premie die investeerders in eigen vermogen eisen boven de risicovrij voet) vermenigvuldigd met de Bèta (de graadmeter hoe de opbrengsten van specifieke groepen van ondernemingen/branches zich verhouden tot de opbrengsten van een relevante marktbenchmark) plus een specifieke ondernemingspremie.

De specifieke ondernemingspremie is een toeslag die gebaseerd is op de onderneming zelf. Verschillende elementen die de waarde en/of verkoopbaarheid beïnvloeden, spelen hierin een rol. Voor een onderneming die kleinschaliger wordt, moet hiervoor een extra premie worden toegekend. Ook de grote mate van afhankelijkheid van het management bij kleine onderneming kan meespelen. Voor een zeer specifieke, kleine onderneming is het vaak lastiger een koper te vinden.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat – als alle andere variabelen gelijk zijn – een hogere vermogenskostenvoet leidt tot een lagere waarde. Het omgekeerde is ook waar. U zult merken dat een afwijking in de vermogenskostenvoet van slechts één procent een grote invloed heeft op de uitkomst. Het spreekt voor zich dat de vermogenskostenvoet daarom zorgvuldig moet worden vastgesteld.

(Bron: ABAB)

Mag u loondiensturen meerekenen voor de zelfstandigenaftrek? Loon

De zelfstandigenaftrek is een aftrekpost van €7.280 en daarmee een belangrijke fiscale faciliteit voor zelfstandig ondernemers. Om voor deze aftrekpost in aanmerking te komen, moet u als ondernemer wel voldoen aan het urencriterium.

Urencriterium

Het urencriterium betekent dat u in een jaar minstens 1.225 uren voor uw bedrijf werkzaam moet zijn. Op deze manier wordt bereikt dat de zelfstandigenaftrek met name toekomt aan degenen die vooral werkzaam zijn in een eigen bedrijf. Tevens geldt een aanvullende voorwaarde: meer dan de helft van het totale aantal werkzame uren moet in het eigen bedrijf worden gewerkt. Deze voorwaarde geldt niet voor starters. Starters kunnen dus meer uren naast hun bedrijf werkzaam zijn dan in hun bedrijf, zonder dat daardoor de zelfstandigenaftrek verloren gaat.

De uren in loondienst tellen voor een ondernemer alleen mee voor het urencriterium als de werkzaamheden in dienstbetrekking en als ondernemer nauw met elkaar samenhangen. Bovendien moeten de werkzaamheden in dienstbetrekking in het geheel van de ondernemersactiviteiten een ondergeschikte plaats innemen.

(Koenen en Co)

Voorkomen inlenersaansprakelijkheid en boete WAADI

De Belastingdienst heeft een aantal mogelijkheden om derden aansprakelijk te stellen voor onbetaald gebleven belastingschulden. Ook het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid kan soms boetes uitdelen bij uitlening. In dit artikel staat de inlenersaansprakelijkheid centraal en de wijze waarop de aansprakelijkstelling kan worden voorkomen of beperkt. Ook de WAADI en het boetebeleid komen aan de orde.

Inlener

Een inlener huurt een werknemer in van een andere ondernemer. Daarbij heeft de inlener de leiding over of het toezicht op de ingehuurde werknemer. De werknemer blijft daarbij echter wel in dienst bij de uitlener.

 

Uitlener

Een uitlener leent een werknemer uit aan een andere ondernemer om onder leiding of toezicht van die andere ondernemer te werken. De werknemer blijft bij de uitlener in dienst.

 

Doel aansprakelijkstelling inleners

In het verleden kwam het vaak voor dat uitleners failleerden of anderszins hun financiële verplichtingen aan de Belastingdienst niet nakwamen, waardoor de fiscus met lege handen kwam te staan. Door de inlenersaansprakelijkheid kan de fiscus de inlener onder voorwaarden aanspreken op onbetaald gebleven loonheffingen en omzetbelasting van de uitlener.

 

Verwar inlenersaansprakelijkheid niet met aansprakelijkheid bij onderaanneming

Een vergelijkbare regeling als de inlenersaansprakelijkheid betreft de aansprakelijkheid bij onderaanneming. Als bijvoorbeeld een aannemer gebruik maakt van de diensten van een onderaannemer, dan kan de Belastingdienst de aannemer (hoofdaannemer) onder voorwaarden aansprakelijk stellen voor onbetaald gebleven omzetbelasting en loonheffingen. Een verschil tussen inlening en onderaanneming is dat bij onderaanneming het toezicht op en de leiding over de werknemer bij de onderaannemer blijft. Bij inlening van een werknemer blijft de werknemer in dienst van de uitlener, maar komt hij onder toezicht of leiding van de inlener.

 

Belasting- en premies waar inlener aansprakelijk voor is

De inlener is aansprakelijk voor de verschuldigde omzetbelasting door de inlener en voor de verschuldigde loonheffingen. Deze loonheffingen bestaan uit de loonbelasting, premie volksverzekeringen, premie werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet.

 

Welke volgorde bij aansprakelijkstelling door de Belastingdienst?

De Belastingdienst hoeft zijn keuze voor een bepaalde aansprakelijkstelling niet te motiveren. De ontvanger hoeft niet eerst de bestuurder van de uitlener aansprakelijk te stellen, maar hij kan rechtstreeks de inlener aansprakelijk stellen. Dit besliste Rechtbank Zuid-West-Brabant op 15 december 2016.

 

Voorkomen of matigen aansprakelijkstelling

Een inlener kan op verschillende manieren voorkomen dat hij aansprakelijk wordt gesteld voor de onbetaald gebleven omzetbelasting en loonheffingen van de uitlener.

 

Verklaring betalingsgedrag

Om te controleren of de uitlener zijn belastingen afdraagt aan de Belastingdienst, kan de inlener aan de uitlener een zogeheten ‘verklaring betalingsgedrag’ vragen. De uitlener moet deze verklaring bij de Belastingdienst opvragen en vervolgens op verzoek overleggen aan de inlener. Dit geeft geen absolute zekerheid, maar geeft wel een goede indruk van het beeld van de uitlener. Er zijn twee soorten verklaringen betalingsgedrag. Een schone verklaring en een voorbehoudverklaring.

 

Geblokkeerde rekening

Een inlener kan zijn aansprakelijkheid verder uitsluiten of beperken door het storten van een gedeelte van de overeengekomen prijs op een geblokkeerde (=g-)rekening van de uitlener. Dit is een speciale rekening die de uitlener alleen kan gebruiken voor het betalen van de loonheffingen en btw of voor het doorstorten naar een andere g-rekening.

In de praktijk stort de inlener een gedeelte van het factuurbedrag op de g-rekening van de uitlener. Dit gedeelte komt overeen met het bedrag van de loonheffingen en de btw die de uitlener aan de Belastingdienst moet afdragen. Voor het gebruik van een g-rekening gelden allerlei spelregels die men in acht moet nemen. Zijn deze goed in achtgenomen? Dan is de inlener niet aansprakelijk voor de onbetaald gebleven omzetbelasting en loonheffingen van de uitlener. Tot die voorwaarden behoort ook de voorwaarde dat de uitlener voldoet aan de NEN 4400-1 of de NEN 4400-2-norm en staat ingeschreven in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA).

 

Certificering door SNA

Een uitzendbureau kan een certificaat krijgen van de SNA. Daarvoor moeten uitzendbureaus aan strenge voorwaarden voldoen en de uitzendbureaus worden daarop ook jaarlijks meerdere keren gecontroleerd. Maakt een inlener gebruik van een uitzendbureau met een SNA-certificaat, dan is de inlener niet aansprakelijk voor onbetaald gebleven belastingen van het desbetreffende uitzendbureau.

 

Faillissement en g-rekening

Hoewel een g-rekening in beginsel de aansprakelijkheid van de inlener kan beperken of uitsluiten, schuilt er één groot gevaar bij de g-rekening. Dat is het geval bij een faillissement van de uitlener. Als de inlener de vermoedelijk verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting op de g-rekening van de uitlener heeft gestort en deze gaat failliet, dan gaat de g-rekening behoren tot de failliete boedel. Dan kan de inlener alsnog door de Belastingdienst aansprakelijk gesteld worden voor alle gestorte bedragen op de g-rekening gedaan na het faillissement van de inlener.

Wijziging rechtsvorm en g-rekening

Bij wijziging van de rechtsvorm van de onderneming van de inlener, bijvoorbeeld een eenmanszaak wordt een B.V., moet de g-rekening van de eenmanszaak worden opgeheven en moet voor de B.V. een nieuwe g-rekening worden geopend.

 

Rechtstreekse storting bij Belastingdienst

Sinds enkele jaren kan een inlener niet meer rechtstreeks bij de Belastingdienst de verschuldigde omzetbelasting en loonheffingen van de uitlener overmaken. Dat was vroeger wel mogelijk en bood een betere bescherming aan de inlener bij een faillissement van de uitlener dan een g-rekening.

 

Verplichtingen uitlener voor de WAADI

Een uitlener is verplicht zich als zodanig bij de Kamer van Koophandel in te schrijven op grond van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI). Doet een uitlener dat niet, dan kan hij een boete krijgen. De hoogte van de boetes zijn afhankelijk van de omvang van de uitlener enerzijds en het aantal keer dat de uitlener al eerder de fout in is ingegaan. De boetes waren volgens de Centrale Raad van beroep 24 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:370 onevenredig hoog. Daarom is het boetebeleid sinds 1 oktober 2018 versoepeld.

 

Check de status van de uitlener bij de Kamer van Koophandel

Ook een inlener kan een boete krijgen als de uitlener niet of niet goed staat geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. De inlener kan een boete voorkomen door vooraf te checken of de uitlener bij de Kamer van Koophandel als zodanig staat geregistreerd. Ga daarvoor naar de site van de Kamer van Koophandel (www.kvk.nl) en type in het zoekvenster de woorden ‘WAADI-check’ in. Vervolgens kan door het invoeren van het registratienummer bij de Kamer van Koophandel worden gecontroleerd of de uitlener aan zijn verplichtingen heeft voldaan.

(Bron: Taxence)

Beleggen voor beginners: vijf veelvoorkomende vragen

Speelt u met de gedachte of het tegenwoordig nog wel zin heeft om te sparen? En bent u op zoek naar andere mogelijkheden om uw geld te laten groeien? Dan is dit wellicht het juiste moment om te beginnen met beleggen. Om u daarbij op weg te helpen gaan we hieronder dieper in op een aantal veelvoorkomende vragen.

Wat is beleggen eigenlijk precies?

Sparen of beleggen? Een bekende vraag die steeds vaker voorbij komt in de media en misschien ook in uw eigen omgeving. Goed, sparen kennen we wel. Maar wat is beleggen precies? Beleggen betekent dat u uw geld investeert in bijvoorbeeld aandelen, obligaties of vastgoed om daarmee in de toekomst een financieel voordeel te behalen. Zo kunt u beleggen om uw pensioen aan te vullen, de studie van uw kind betalen, noem het maar op.

Wilt u grote of kleine bedragen beleggen?

Een bekend misverstand is dat je veel geld moet hebben om te kunnen starten met beleggen. Dat is in werkelijkheid niet het geval. Zo kunt u al starten vanaf een eenmalige inleg van € 1.000,- maar ook al met een periodieke inleg vanaf € 50,- per maand. Meer beleggen kan natuurlijk altijd.

Kunt u het bedrag voor langere tijd missen?

Een belangrijke vraag die u uzelf moet stellen. In tegenstelling tot spaargeld levert beleggen over het algemeen meer op als u het geld voor langere tijd belegt. Dus als u bijvoorbeeld verwacht binnenkort een grote uitgave te moeten doen, zet dat bedrag dan op uw spaarrekening. Het is bovendien verstandig om een financiële buffer op uw spaarrekening aan te houden voor onverwachte uitgaven.

Dus heeft u al een goede financiële buffer en op korte termijn geen grote uitgaven op de planning? Dan kunt u overwegen om te beginnen met beleggen.

Bent u bereid om risico te lopen?

Beleggen is nooit zonder risico. En rendementen uit het verleden zijn geen garantie voor toekomstige rendementen. Een vaak gehanteerde stelregel is dat beleggingen waarvan een hoger rendement verwacht wordt, een hoger risico met zich meebrengen. Uw beleggingen kunnen tussentijds in waarde dalen. Daar moet u tegen kunnen, anders is beginnen met beleggen wellicht niets voor u. Gelukkig heeft u zelf ook invloed op het risico dat u loopt. Zo kunt u bijvoorbeeld uw beleggingen spreiden en is de ene vorm van beleggen risicovoller dan de andere.

Wilt u zelf beleggen of uw geld laten beleggen?

Als u gaat starten met beleggen is het daarom goed om te kijken welke vorm het beste bij u past. Wilt u experts voor u laten beleggen of wilt u het zelf gaan doen? De meeste mensen zijn zelf geen beleggingsexpert of hebben geen tijd om de beurzen te volgen. Hierdoor lopen ze meer risico als ze zelf gaan beleggen.

Wilt u zelf gaan beleggen? Zorg er dan voor dat u:

  • Een inschatting maakt van uw beleggingsrisico;
  • Continu op de hoogte bent van het financiële nieuws;
  • Kennis opbouwt over beleggingsproducten en beleggingsterminologie;
  • Rationeel en rustig blijft handelen.

Klinkt dit als een ingewikkeld en uitdagend proces? En wilt u toch uw geld beleggen, maar heeft u te weinig kennis of te weinig tijd om dit zelf te doen? Dan kunt u bij Nationale-Nederlanden kiezen voor Beheerd Beleggen. Onze experts nemen u dan het werk uit handen. Zij houden de economische ontwikkelingen en wereldwijde beurzen dagelijks nauwlettend voor u in de gaten en ondernemen actie als dat nodig is.

(Bron: NN)

Negen belangrijke waarderingsmomenten

Er zijn diverse momenten waarop de waardering van een onderneming of bedrijfsonderdeel een belangrijke rol speelt. Wij zetten ze voor u op een rij

  1. Bedrijf kopen
    Als u erover denkt een bedrijf te kopen en wilt weten wat het bedrijf waard is. De waardebepaling dient als basis van de onderhandeling met de verkopende partij.
  2. Bedrijf verkopen
    Wanneer u besluit uw bedrijf te verkopen en wilt weten wat uw bedrijf waard is. Waardebepaling is een belangrijk onderdeel van het verkoopproces. De uitkomst helpt u bij het maken van de juiste keuzes. In geval van verkoop van een onderneming of bedrijfsovername is een waardebepaling nodig om als uitgangspunt mee te nemen in het proces naar de onderhandelingen.
  3. Bedrijf overdragen
    Een belangrijk element van overdracht binnen de familie is de waardebepaling van de onderneming. Een te lage waardering van de onderneming kan u flink in aanvaring brengen met de fiscus. Het hanteren van een reële prijs is daarnaast van belang voor de rust in de familie.
  4. Bij overlijden
    Bij overlijden is het in verband met de successiewet en mogelijke erfenis van belang om de ondernemingswaarde te bepalen.
  5. Bedrijf herstructureren
    Afhankelijk of de herstructurering fiscale consequenties heeft kijkt de Belastingdienst in meer of mindere mate mee met de waarde die is vastgesteld in verband met het verhangen van activa, activiteiten en of aandelen.
  6. Strategische beslissingen
    Indien u uw onderneming wilt sturen op waarde en haar waardeontwikkeling is het zinvol de waarde, de waardestuwers en de risicofactoren van uw onderneming te bepalen teneinde hierop beleid te kunnen formuleren en om vervolgens na verloop van tijd de ontwikkelingen te kunnen vaststellen.
  7. Waarde van uw bedrijf optimaliseren
    De value drivers bepalen voor een groot deel de waarde van een organisatie. Als ondernemer wilt u deze natuurlijk maximaliseren. Een bedrijfswaardering kan u helpen realiseren wat de belangrijkste value drivers voor uw bedrijf zijn. Vervolgens kunt u hierop sturen en zo een hoger rendement en verkoopwaarde behalen.
  8. Echtscheiding
    U raakt verwikkeld in een echtscheiding en uw partner heeft recht op een deel van de waarde van uw bedrijf.
  9. Geschillen
    U heeft onenigheid met uw zakelijk partner, familieleden of andere belanghebbenden en u wilt de samenwerking beëindigen.

(Bron: ABAB)

Stichting administratiekantoor: stemrechten en financiële belangen gesplitst

Een Stichting Administratiekantoor (‘STAK’) komt men in diverse ondernemingen tegen, van kleine ondernemingen tot beursgenoteerde vennootschappen. Regelmatig verschijnen in de media berichten over ondernemingen waarin een STAK een rol speelt. Zie bijvoorbeeld Het Financieele Dagblad van 10 juli 2018: “Het administratiekantoor zet aandeelhouders buitenspel’

Ondernemingen en investeerders kiezen soms voor een STAK als zij bepaalde personen op aandeelhoudersniveau willen laten meeprofiteren van de resultaten van een onderneming (via dividenduitkeringen), zonder dat zij deze personen stemrecht willen geven in die onderneming. Zo’n constructie moet echter wel goed worden overdacht, want het gaat nog wel eens mis.

Zeggenschap en financiële belangen

Binnen een onderneming draait het onder andere om zeggenschap en financiële belangen. Waar het de zeggenschap betreft kennen de meeste ondernemingen een goede balans tussen de aandeelhouders en het bestuur; die balans legt men vast in de statuten, een aandeelhoudersovereenkomst en een directiereglement. Vaak wordt bovendien invloed gegund aan een werknemersvertegenwoordiging of een raad van commissarissen. Waar het de financiële belangen betreft kan een onderscheid worden gemaakt tussen de geldstromen binnen de onderneming zelf (bedrijfskosten, maar ook een managementfee voor het bestuur) en geldstromen tussen de onderneming en de aandeelhouders (te denken valt aan dividend).

Binnen sommige ondernemingen wil men bepaalde personen (bestuurders, key personeelsleden) vanwege hun belang aan de onderneming binden. Een interessante optie is dan een STAK. Met een STAK creëert men een soort aandeelhouder die wel recht krijgt op dividend, maar geen stemrecht. Dus wel financiële belangen, geen zeggenschap. Hoe werkt dit?

STAK: stemrechten en financiële belangen gesplitst

Naast de zittende aandeelhouders wordt een nieuwe aandeelhouder gecreëerd: een stichting. In de meeste gevallen kiest men voor de naam ‘stichting administratiekantoor’. De stichting gaat bijvoorbeeld 10% van de aandelen in de vennootschap houden. De zittende aandeelhouders houden de resterende 90%. Het bestuur van de stichting wordt gevormd door de zittende aandeelhouders, zij bepalen het stemgedrag van de stichting in de aandeelhoudersvergadering van de vennootschap. Qua zeggenschap in de aandeelhoudersvergadering van de vennootschap wijzigt dus in feite niets: alle stemrechten worden in feite nog steeds uitgeoefend door de zittende aandeelhouders. De algemene vergadering (van aandeelhouders) zal op precies dezelfde wijze en in dezelfde verhouding stemmen als daarvoor.

Dan de volgende stap. De stichting geeft van de genoemde 10% aandelen die zij houdt certificaten uit aan de personen die men aan de onderneming wil binden (bestuurders, key personeelsleden). Die certificaten geven recht op één-op-één doorbetaling van het dividend dat de stichting op de door haar gehouden aandelen ontvangt. In feite ontvangen de beoogde personen dus één-op-één hun deel van eventuele dividenduitkeringen. Zij profiteren van de resultaten als waren zij aandeelhouders. Maar zij zijn geen aandeelhouders (wel certificaathouders) en hebben geen stemrecht in de aandeelhoudersvergadering van de werkmaatschappij. In feite zijn voor wat betreft de genoemde 10% aandelen de financiële belangen en de stemrechten op deze wijze dus in verschillende handen gebracht. De financiële belangen zijn in handen van de certificaathouders, terwijl de stemrechten in handen zijn van het bestuur van de STAK.

Evenwicht

Een keus voor een STAK heeft allerlei consequenties. Het systeem moet goed overdacht en uitgevoerd worden. Goed nagedacht moet bijvoorbeeld worden over een plicht tot aanbieding van de certificaten ingeval een certificaathouder de onderneming verlaat. Men wil immers niet tot in lengte van jaren te maken hebben met oud-personeelsleden die certificaathouder blijven maar intussen wel bij de concurrent werken. Slordig uitgevoerde STAK-constructies kunnen vervelend uitpakken en het evenwicht binnen een onderneming verstoren, terwijl een STAK juist bedoeld is om bij te dragen aan het evenwicht binnen de onderneming.

(Bron: DVAN)

Print van digitale factuur onvoldoende fiscaal bewijs

Als ondernemer bent u verplicht een administratie te voeren en zodanig in te richten dat de fiscus uw fiscale verplichtingen hieruit eenvoudig kan afleiden. Onlangs heeft de Belastingdienst meer duidelijkheid gegeven over deze bewaarplicht in relatie tot de toenemende digitalisering van het bedrijfsleven.

Update software en bestanden

De bewaarplicht vereist dat software en bestanden ook in de toekomst toegankelijk blijven. Dit betekent dat updates vereist kunnen zijn, maar ook dat nieuwe systemen en software met ‘oude’ bestanden overweg moeten kunnen.

Comprimeren van gegevens

Gegevens mogen, vanwege bijvoorbeeld de grootte, gecomprimeerd worden, op voorwaarde dat de detailgegevens – ook in het kader van de AVG – toegankelijk blijven bij een eventuele controle.

Conversie

Ook het omzetten van gegevens in een andere vorm, conversie, is onder voorwaarden toegestaan. Dat geldt alleen niet voor de papieren balans en resultatenrekening. Er geldt een aantal voorwaarden, waarvan de belangrijkste is dat geconverteerde gegevens binnen een redelijke termijn weer reproduceerbaar moeten zijn.

Digitale gegevensdragers

Digitale gegevensdragers zijn er in verschillende vormen, zoals online en op DVD. Sommige vormen stellen extra eisen aan de waarborging van de authenticiteit. Een factuur die bijvoorbeeld via de mail ontvangen wordt, is niet authentiek indien deze wordt geprint. Aanvullende organisatorische actie is dan vereist, zoals bijvoorbeeld een back-up van de mail.

Verstrekken van informatie

Ook bij de informatievoorziening richting fiscus komt digitalisering om de hoek kijken. De voorkeur heeft het aanleveren via de beveiligde filetransfer van de Belastingdienst.

Let op! Er zijn individuele afspraken te maken over de manier waarop bestanden kunnen worden aangeleverd, met name als de grootte van bestanden het aanleveren op gebruikelijke opslagmedia niet mogelijk maakt.

Bewaartermijn

De fiscus hanteert een standaard bewaartermijn van zeven jaar, maar in bepaalde gevallen, zoals bij onroerend goed, is een langere bewaartermijn van toepassing. Er zijn ook nu afspraken te maken over de bewaarplicht, teneinde de uitvoering ervan te vereenvoudigen.

Heeft u vragen over uw digitale bewaarplicht, neem dan contact met ons op.

(Bron: HLB)

Aansprakelijkheid bestuurder cv bij belastingschuld

Als een bv belastingschulden heeft en deze niet meer kan betalen, is het van belang dat bestuurders tijdig deze betalingsonmacht melden. Ze kunnen daardoor hun aansprakelijkheid mogelijk beperken. Een dergelijke melding kan bestuurders van een commanditaire vennootschap (cv) echter niet baten.

Melding betalingsonmacht

De melding door een bv dat de belastingschulden niet betaald kunnen worden, betekent in het kort dat de bestuurders alleen aansprakelijk zijn voor belastingschulden als aannemelijk gemaakt kan worden dat deze door wanbeleid zijn ontstaan. Is er geen melding gedaan, dan dienen de bestuurders juist aannemelijk te maken dat het niet betalen van de belastingschulden niet door hun wanbeleid is ontstaan. Een veel zwaardere bewijslast dus.

Niet voor niet-rechtspersonen

Genoemde melding bestuursaansprakelijkheid bestaat niet voor niet-rechtspersonen. Dit vanwege het feit dat de bestuurders van niet-rechtspersonen automatisch voor de schulden aansprakelijk zijn.

Ook niet voor cv

Een commanditaire vennootschap is geen rechtspersoon en de melding betalingsonmacht geldt dus niet voor bestuurders van een cv. Een bestuurder van een cv die de betalingsonmacht desalniettemin meldde, was hierdoor dus niet gebaat. Zijn aansprakelijkheid voor de schulden van de cv werd er dan ook niet door verminderd, zo besliste onlangs het gerechtshof in Arnhem.

Stille vennoten?

Een cv heeft beherend vennoten en stille vennoten. De beherend vennoten besturen de bv. De stille vennoten zijn slechts geldschieters en niet verantwoordelijk voor het beleid. Ze zijn in beginsel dan ook niet aansprakelijk voor de schulden van de cv en kunnen slechts hun inleg in de cv kwijtraken.

Let op! Als een stille vennoot zich als beherend vennoot gedraagt en de cv naar buiten vertegenwoordigt, is hij aansprakelijk voor alle schulden van de cv.

(Bron: HLB)