Tips voor uw overeenkomst met een BBL-werknemer

Via de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) kan een leerling school en werk combineren. De leerling werkt vaak vier dagen in de week en gaat een dag naar school. Waar moet een werkgever die een BBL-leerling in de praktijk wil laten werken rekening mee houden? Wij hebben drie tips voor u en leggen uit hoe het zit met de ketenregeling en de transitievergoeding.

Tip 1.Stem looptijd overeenkomsten goed op elkaar af
Zowel met de onderwijsinstelling als met de leerling moet een overeenkomst worden gesloten. Afspraken met de onderwijsinstelling worden vastgelegd in een praktijkovereenkomst. Met de leerling wordt veelal een arbeidsovereenkomst gesloten. Het is van belang om beide overeenkomsten goed op elkaar te laten aansluiten, bijvoorbeeld wat betreft de looptijd.

Tip 2.Benoem dat het om een BBL-traject gaat
Neem duidelijk in de arbeidsovereenkomst op dat het een arbeidsovereenkomst betreft die in het kader van een BBL- traject wordt gesloten.

Tip 3.Wees duidelijk over de arbeidsovereenkomst
Neem ook een bepaling op wat er gebeurt met de arbeidsovereenkomst op het moment dat de praktijkovereenkomst eindigt. Onder voorwaarden kan, met een zogenaamde ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst, bereikt worden dat het einde van de praktijkovereenkomst ook automatisch het einde van de arbeidsovereenkomst betekent. De ontbindende voorwaarde moet nauwkeurig worden omschreven om geldig te zijn.

Ketenregeling

De ketenregeling, die bepaalt hoeveel tijdelijke arbeidsovereenkomsten een werkgever mag aangaan met een werknemer, is niet van toepassing op de BBL-arbeidsovereenkomst. Normaliter geldt dat maximaal 3 tijdelijke arbeidsovereenkomsten in twee jaar mogen worden aangegaan. Voor de arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs is een uitzondering gecreëerd.

Niet duidelijk is echter of dit ook betekent dat een werkgever met een nieuwe keten aan tijdelijke arbeidsovereenkomsten kan beginnen na afloop van de BBL-arbeidsovereenkomst. En hoe zit het met een arbeidsovereenkomst die vooraf is gegaan aan de BBL-arbeidsovereenkomst? Speelt die een rol in de keten? Ook dit is nog niet uitgekristalliseerd.

Transitievergoeding
De wet heeft geen uitzondering gecreëerd wat betreft het recht op een transitievergoeding voor een BBL-werknemer. Gaat de BBL-werknemer uit dienst en heeft het dienstverband minimaal 24 maanden geduurd, dan ontstaat er recht op de transitievergoeding.

U mag als werkgever wel zogenaamde ‘inzetbaarheidskosten’ op de transitievergoeding in mindering brengen. Het gaat daarbij om kosten van de opleiding, zoals bijvoorbeeld door de u als werkgever betaald collegegeld. De kosten kunnen niet in mindering worden gebracht als de arbeidsovereenkomst direct aansluitend of binnen 6 maanden na afronding van de opleiding wordt voortgezet.

(Bron: Bakter Tilly Berk0

Neemt u een uitzendkracht over? Let op!

Bevalt de samenwerking met uw uitzendkracht goed? En bent u van plan om de uitzendkracht zelf in dienst te nemen? Houd dan rekening met een aantal specifieke regels, voordat u een keuze maakt.

Er gelden specifieke regels voor het overnemen van een uitzendkracht. Ga allereerst na of er sprake is van opvolgend werkgeverschap. Dit is van toepassing als de uitzendkracht al een bepaalde periode bij u heeft gewerkt. U bent opvolgend werkgever als:

  • de medewerker dezelfde of soortgelijke werkzaamheden blijft doen als in de periode dat hij als uitzendkracht bij u werkzaam was
  • de periode tussen het werken als uitzendkracht en het in dienst nemen niet langer is dan 6 maanden (de zogeheten keten is dan niet onderbroken)

Bent u opvolgend werkgever? Dan moet u de gewerkte periode aftrekken bij de voor u geldende ketenregeling.

Ketenregeling

De ketenregeling houdt in dat u een werknemer maximaal drie tijdelijke contracten in twee jaar mag aanbieden. Als opvolgend werkgever moet u de periode meetellen waarin de persoon als uitzendkracht heeft gewerkt.

Veel uitzendbureaus maken in de eerste periode (ABU-fase A of NBBU-fase I en II) gebruik van kortdurende contracten. Het maximum van drie tijdelijke contracten is dan snel bereikt.

Geen proeftijd meer

In de periode waarin de werknemer bij u als uitzendkracht vergelijkbare werkzaamheden heeft verricht, heeft u al kunnen beoordelen of dit bevalt. Een proeftijd is bij deze medewerker daarom niet meer mogelijk.

Veranderingen in arbeidsvoorwaarden

Wilt u de medewerker vergelijkbare of betere arbeidsvoorwaarden bieden dan het uitzendbureau? Vergelijk deze verschillende voorwaarden voordat u een aanbod doet.

Bijvoorbeeld: het uitzendbureau moest al een groot deel van uw arbeidsvoorwaarden toepassen (de inlenersbeloning). Ook verhogen veel uitzendbureaus het uurloon ter compensatie van eventuele adv-dagen. En vergelijk: wat gaat er veranderen voor het aantal vakantiedagen, de vakantiebijslag en pensioen?

Belemmeringsverbod

Het uitzendbureau mag u geen belemmeringen opleggen om de uitzendkracht in dienst te nemen. Wat wel mag: u om een vergoeding vragen voor gemaakte kosten en geleverde diensten. Het gaat om kosten die na een korte periode nog niet terugverdiend zijn.

Hiervoor mag het uitzendbureau een redelijke vergoeding afspreken. Vaak geldt dat u een uitzendkracht na 1040 gewerkte uren (half jaar fulltime) mag overnemen zonder vergoeding.

Tip: neem de inleenovereenkomst en de leveringsvoorwaarden van het uitzendbureau goed door.

Arbeidscontract beëindigen

Neemt u de medewerker in dienst, maar wilt u later toch het arbeidscontract beëindigen? Houd dan rekening met een mogelijke (hogere) transitievergoeding en een langere opzegtermijn. Ook hier telt de periode mee dat de medewerker via het uitzendbureau bij u heeft gewerkt.

(Bron: Flynth)

Samenwonen en het (familie)bedrijf: kinderen

Tegenwoordig kiezen steeds meer partners voor het ongehuwd samenwonen als volwaardig alternatief voor een huwelijk. Het is niet meer standaard een soort “proefperiode” voorafgaand aan een huwelijk. Was de komst van een kind vroeger vaak aanleiding om alsnog in het huwelijksbootje te stappen, tegenwoordig is dat lang niet altijd het geval. Dat betekent dat u als (aanstaande) ouders een aantal zaken zelf moet regelen. Denk daarbij aan het juridische aspect maar ook aan het hebben van gezamenlijk gezag.

“Juridisch ouderschap”

Wanneer u ongehuwd samenwoont en u krijgt kinderen dan is de moeder automatisch ook de “juridische” moeder. De vader is echter niet automatisch ook de “juridische” vader. Hiervoor moet de (aanstaande) vader eerst langs de Burgerlijke Stand om het kind te erkennen. De moeder moet hier wel toestemming voor geven. Mocht de moeder toestemming weigeren dan kan de Rechtbank vervangende toestemming geven. Erkenning kan zowel vóór als na de geboorte van het kind plaatsvinden. Erkenning tijdens de zwangerschap voorkomt juridische complicaties in de trieste situatie dat de aanstaande vader onverhoopt voor de geboorte mocht overlijden of wanneer de moeder tijdens de bevalling overlijdt. Door erkenning erft een kind van de vader ook al is er geen testament.

Gezamenlijk gezag

De moeder heeft automatisch het gezag over haar kind. De vader niet, ook al heeft hij het kind erkend. Om gezamenlijk gezag over uw kind te krijgen moet u samen een verzoek indienen tot aantekening daarvan in het gezagsregister. Dit kunt u zelf (zonder advocaat) regelen via het digitaal loket Rechtspraak.nl. U kunt ook een formulier downloaden en met bewijsdocumenten opsturen of afgeven bij elke Rechtbank in Nederland. Om het gezamenlijk gezag te krijgen moet de vader het kind wel hebben erkend. Daarnaast moet u allebei meerderjarig zijn en niet onder curatele staan.

Uit elkaar?

Na beëindiging van de relatie, blijft u samen het gezamenlijk gezag uitoefenen. Alleen wanneer dit niet in het belang is van uw kind kan de rechter hier van afwijken. Heeft u geen gezamenlijk gezag aangevraagd dan heeft alleen de moeder het gezag. Gaat u uit elkaar en zijn uw kinderen nog minderjarig? En heeft u het gezamenlijk gezag over uw kinderen? Dan bent u verplicht om een ouderschapsplan op te stellen. Daarin moet u de afspraken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de omgangsregeling, de kinderalimentatie en de informatie-uitwisseling over belangrijke aangelegenheden over uw kinderen en hun vermogen vastleggen.

Wat gebeurt er na overlijden?

Als een van u beiden overlijdt en u heeft het gezamenlijk gezag, dan krijgt de andere partner alleen het gezag. Heeft de moeder alleen het gezag, dan bepaalt de rechter wie het gezag krijgt na haar overlijden. In de meeste gevallen zal dit de andere ouder zijn, tenzij de rechter dit niet in het belang van het kind vindt. Ook wanneer de overleden ouder (bij testament of in het gezagsregister) iemand anders tot voogd heeft benoemd, zal de andere ouder de voorkeur hebben, deze moet de voogdij dan wel binnen een jaar aanvechten. Na een jaar verliest de langstlevende ouder zijn voorkeurspositie.

(Bron: Flynth)

Hoe zit het met de maandlasten van je hypotheek?

Wanneer je een huis gaat kopen, heb je waarschijnlijk een hypotheek nodig. De hoogte van je hypotheek wordt onder andere berekend op basis van de woningwaarde en je inkomen. Maar welke impact heeft je hypotheek op je maandelijkse vaste lasten? Dit is afhankelijk van een aantal factoren, zoals het eigenwoningforfait en hypotheekrenteaftrek. In dit artikel lees je hier meer over.

Wat zijn de maandlasten van een hypotheek?

Je hypotheeklasten kun je onderscheiden in twee soorten: bruto en netto maandlasten. Het bedrag dat je iedere maand aan je geldverstrekker betaalt noemen we je bruto hypotheeklast. Deze bruto maandlast bestaat meestal uit twee delen: hypotheekrente en aflossing. De hoogte van deze hypotheeklast is afhankelijk van meerdere factoren, zoals de hoogte van je hypotheek, je inkomen, de looptijd en de hypotheekvorm.

Maar hier blijft het niet bij. Als huiseigenaar krijg je ook te maken met het zogenoemde eigenwoningforfait én een belastingvoordeel in de vorm van hypotheekrenteaftrek. Als je daarmee rekening houdt, dan kom je uit op de netto maandlasten van je hypotheek.

Wat is het eigenwoningforfait?

Het eigenwoningforfait is een bedrag dat je als huiseigenaar moet aangeven bij je belastingaangifte. Dit bedrag wordt bovenop je belastbaar inkomen geteld. Maar alleen als je een koopwoning hebt die je hoofdverblijf is. De Belastingdienst ziet dit bedrag namelijk als inkomen uit je eigen woning. De hoogte van het woningforfait is gebaseerd op de WOZ-waarde van de woning. Deze waarde stelt de gemeente ieder jaar opnieuw vast en brengen je hiervan op de hoogte. Het eigenwoningforfait is een percentage van die WOZ-waarde. Welk percentage dat is, ziet u in de tabel eigenwoningforfait 2018.

Rekenvoorbeeld

Stel, je woning waar je het hele jaar in woont heeft een WOZ-waarde van € 230.000,-. Je rekent dan met 0,70%. Het eigenwoningforfait komt in dit geval neer op € 1.610,-. Dit bedrag geef je dan aan bij je belastingaangifte.

Eigenwoningforfait 2018

Woningwaarde Eigenwoningforfait
meer dan niet meer dan
– €12.500 0%
€12.500 €25.000 0,25%
€25.000 €50.000 0,40%
€50.000 €75.000 0,55%
€75.000 €1.060.000 0,70%
€1.060.000 – € 7.420 + 2,35% van de waarde van de woning boven €1.060.000

Hypotheekrenteaftrek: de financiële meevaller

Gelukkig heb je met een eigen woning ook recht op belastingvoordeel. De betaalde hypotheekrente is namelijk aftrekbaar. Heb je na 1 januari 2013 voor het eerst een hypotheek afgesloten? Dan heb je alleen recht op hypotheekrenteaftrek als je een lineaire hypotheek of annuïteitenhypotheek hebt afgesloten voor een periode van maximaal 30 jaar. Heb jij je hypotheek voor 2013 afgesloten? Dan heb je ook recht op hypotheekrenteaftrek met een andere hypotheekvorm, zoals een aflossingsvrije hypotheek of een (bank)spaarhypotheek.

Bij het afsluiten van je hypotheek heb je bovendien recht op een eenmalige aftrek van kosten. Hieronder vallen bijvoorbeeld de kosten van de hypotheekakte bij de notaris en taxatiekosten.

Stel, je betaalt in het eerste jaar € 10.000,- aan hypotheekrente en aflossing. Dit zijn dan je bruto hypotheeklasten. Van deze €10.000,- is €6.000,- rente. Deze betaalde hypotheekrente kun je aftrekken voor de inkomstenbelasting. Het eigenwoningforfait bedraagt €1.700,-. Hiermee komt het belastbaar inkomen uit je eigen woning neer op negatief €4.300,- (€1.700,- minus €6.000,-). Gemiddeld betaal je 40% aan inkomstenbelasting, je belastingvoordeel is dan €1.720,- (40% x € 4.300,-). Je netto hypotheeklasten bedragen dan op jaarbasis €8.280,- (€ 10.000,- minus €1.720,-).

Let op: dit is een vereenvoudigd voorbeeld om het verschil tussen netto en bruto hypotheeklasten duidelijk te maken.

Hoeveel maandlasten kan ik betalen?

Je hypotheeklasten zijn niet je enige vaste lasten per maand. De kosten voor verzekeringen, gas, water en licht, internet en tv en gemeentelijke belastingen komen hier nog bovenop. Na het betalen van deze kosten wil je ook iedere maand voldoende overhouden voor je dagelijkse boodschappen. Daarnaast wil je nog kunnen genieten, door bijvoorbeeld je hobby’s uit te oefenen of een keer uit eten te gaan.

Hoeveel je kunt betalen voor je hypotheek is dus niet alleen afhankelijk van je inkomen, maar ook van je levensstijl en je voorkeuren. Het gaat niet alleen om wat je kunt lenen, maar ook om hoeveel je wilt lenen.

Zet eens voor jezelf op een rijtje hoeveel je nu maandelijks uitgeeft. Bepaal vervolgens hoeveel je over wilt houden. Op basis hiervan kun je kijken hoeveel je wilt lenen. En wil je op basis van je eigen inkomen een indicatie van je bruto maandlasten berekenen?

Kom je er niet uit? Overleg eens met een accountant.

Aandachtspunten bij echtscheidingsconvenant en eigen woning

Bij echtscheiding komen er zomaar allerlei aandachtspunten naar voren. Heeft u gedacht aan de onderstaande punten?

  • Apart of samen aangifte doen
  • Onderbedeling en overbedeling
  • Woongenot: ontvangen en betaalde partneralimentatie
  • Eigen woningrente als betaalde partneralimentatie
  • Eigen woningrente als ontvangen partneralimentatie
  • Belang vastleggen in een convenant
  • Economische eigendom
  • Nihilbeding

Gezien de complexiteit hiervan is het verstandig om te overleggen met een fiscaal adviseur.

U heeft maar één kans voor het aanvragen van financiering

Eén op de vier ondernemers overweegt om te investeren en daarvoor extra financiering aan te vragen. Misschien bent u zo’n ondernemer. De investering begint met een financieringsaanvraag. U heeft maar één kans om uw aanvraag in te dienen. Het is daarom cruciaal dat u uw aanvraag goed presenteert. Het draait hierbij om de ondernemer, onderneming en aanvraag.

 

Ondernemer

Als ondernemer heeft u een belangrijke rol in het aanvraagproces van de bedrijfsfinanciering. Achter elke financieringsaanvraag zit een strategie, een doel, een plan. De geldverstrekker moet overtuigd worden van de kennis en kunde van u als ondernemer, om dit plan tot een succes te brengen en de onderneming gedegen voort te zetten. Laat uw sterkten zien, maar vooral ook uw zwakten.  Het gaat erom hoe je deze kwaliteiten optimaal inzet en op welke manier je omgaat met de aandachtspunten. Laat zien dat u volledig achter uw onderneming en idee staat. Leg hierbij niet het  volledige risico bij de geldverstrekker, maar neem zelf ook een deel voor eigen rekening.

Onderneming

De geldverstrekker wil weten aan welke onderneming geld wordt geleend en op welke manier het geld wordt verdiend. Hierbij wordt een risico-inventarisatie gemaakt. Wat is de kans dat het geld niet wordt terugbetaald binnen de afgesproken termijn en hoeveel schuld is er dan nog over? Deze risico-afweging wordt gemaakt door te kijken naar de financiële situatie van de onderneming in het verleden, heden en in de toekomst. Voorzie uw aanvraag van een duidelijk onderbouwde prognose en wees hierbij realistisch. Neem hierin op hoe groot de financiële buffers van een ondernemer zijn en hoe de winstgevendheid eruitziet. De verstrekker verwacht dat u hier zelf goed over na hebt gedacht.

Financieringsaanvraag

Het is belangrijk dat u een goed en volledig beeld geeft van uw plannen. En dat uw aanvraag voldoet aan de gestelde eisen en dat deze volledig is. Op basis hiervan wordt uw aanvraag beoordeeld op haalbaarheid. Hoe meer achtergrondinformatie u geeft, hoe professioneler u overkomt. U maakt zo meer kans op financiering.

Financieringsgesprek

Als uw aanvraag wordt beoordeeld, moet u mogelijk uw plan verdedigen. Het financieringsgesprek is het moment van de waarheid. De geldverstrekker heeft uw aanvraag bekeken en is benieuwd naar de rest van uw verhaal. In het gesprek toetst hij of het financieringsplan goed in elkaar steekt. Pas tijdens het gesprek wordt beoordeeld of uw plannen haalbaar zijn. Wees voorbereid op lastige inhoudelijk financiële vragen. Laat u desgewenst ondersteunen door een specialist. Hij kan het woord voor u doen.

Zorg dat u voldoende voorbereidingstijd neemt en uw aanvraag volledig is en goed onderbouwd. Zo vergroot u de slagingskans van uw financieringsaanvraag. Een specialist kan u hierbij ondersteunen.

Alternatieve financiering voor mkb nog steeds in de lift

Op dit moment kan het mkb op allerlei manieren financiering aanvragen voor investeringen of andere financiële ondersteuning. De klassieke vorm is bancaire financiering, maar alternatieve financiering viert sinds de crisis hoogtij. En die vorm van kredietverlening groeit nog steeds.

Organisaties kloppen nog graag aan bij de bank met de vraag om krediet te verstrekken. In totaal is bancaire financiering goed voor 309 miljard euro. Daarvan leveren ING, Rabobank en ABN Amro het leeuwendeel: 126 miljard euro. Sinds het uitbreken van de economische crisis zijn banken minder happig om een lening te verstrekken. Alternatieve vormen van financiering schoten als paddenstoelen uit de grond.

Leasing en factoring vormen een alternatief

Een alternatieve vorm voor financiering is leasing. Daarmee kunnen organisaties het werkkapitaal ontzien. Bovendien is leasing gebruiksvriendelijk. Soms ontstaat een liquiditeitsprobleem doordat debiteuren pas na een aantal maanden de factuur betalen. In dat geval is factoring een oplossing. Uw organisatie draagt dan de hele debiteurenportefeuille over aan een factormaatschappij. Dit levert een enorme tijdsbesparing op en bijvoorbeeld ook een betere en constantere liquiditeitsprognose. Ook het aantal factormaatschappijen is de laatste jaren flink gestegen. In totaal zijn leasing en factoring inmiddels goed voor zo’n 11 miljard euro.

Nieuwste alternatieven financieringsvormen groeien

Het kleinste aandeel leveren de jongste financieringsmethoden. Maar crowdfunding, microfinanciering, kredietunies en mkb-fondsen zijn toch altijd nog goed voor in totaal één miljard euro. En dit aandeel stijgt nog steeds. Eén van de grootste crowdfundingplatforms is Qredits. Al enkele jaren achtereen boekt Qredits succes met het verlenen van krediet aan startende en bestaande ondernemers. Qredits heeft inmiddels in totaal een recordbedrag van een kwart miljard euro verstrekt. Een overzicht van de verscheidenheid aan financieringsmogelijkheden is te vinden in de Financieringsgids 2018.

(Bron: Rendement)

Blog Hypotheken Ja, je kunt een hypotheek afsluiten met een studieschuld!

Ben jij al een tijd geen student meer en liggen de jaren van wonen op een studentenkamer ver achter je? Dan ben je vast druk bezig met je carrière. Ook qua woning wil je waarschijnlijk de volgende stap zetten, een eigen huis kopen. Maar kan dat eigenlijk wel met een studieschuld? Goed nieuws, ook met een studieschuld  kun je een huis kopen. Hieronder vind je een aantal zaken waar je wel rekening mee moet houden.

Hoe zwaar weegt jouw studieschuld?

Heb je een studieschuld van vóór 1 september 2015? Dan val je onder het oude leenstelsel. De wegingsfactor van studieschulden onder het oude leenstelsel bij de berekening van hypotheken is 0,75 %.

Rekenvoorbeeld

Stel, je hebt een studieschuld van € 15.000,- uit de periode 2009 – 2014. Hiervan weegt 0,75% mee als maandlast, wat neerkomt op € 112,50 iedere maand. Dit bedrag gaat van de maandlast af die je op basis van jouw inkomen maximaal kunt besteden aan je hypotheek, bijvoorbeeld € 800,-. Je maximale hypotheeklasten per maand zijn dan € 687,50. Je totale maximale hypotheek, het bedrag waarvoor je een huis kunt kopen, wordt daarmee dus een stuk lager.

Heb je een studieschuld van ná 1 september 2015? Dan val je onder het nieuwe leenstelsel. De wegingsfactor van studieschulden onder het nieuwe leenstelsel bij de berekening van een hypotheek is dan 0,45%.

Rekenvoorbeeld

Stel, je hebt een studieschuld van € 15.000 uit de periode ná 1 september 2015. Dan weegt de schuld 0,45% mee, wat neerkomt op € 67,50 per maand, oftewel een maximale hypotheeklast van € 732,50 elke maand.

Studieschuld snel terugbetalen

Iedereen moet vanaf twee jaar nadat de studiefinanciering is gestopt beginnen met het aflossen van de studieschuld. Extra aflossen is niet altijd interessant vanwege het lage rentepercentage. Dit geldt helemaal als je bijvoorbeeld grote uitgaven op je planning hebt staan, zoals het kopen van een nieuwe auto.

Het wordt wel interessant om je studieschuld volledig af te lossen als je een huis wilt kopen. Wanneer hypotheekverstrekkers je maximale hypotheek berekenen wordt namelijk gekeken naar je oorspronkelijke studieschuld en niet naar het huidige bedrag. Hoe kun je aflossen? Dit kun je bijvoorbeeld doen met je spaargeld of met een schenking van je (groot)ouders.

Krijg je een BKR-registratie vanwege je studieschuld?

Nee, een studielening wordt niet geregistreerd bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). Banken en kredietverstrekkers zijn daardoor niet automatisch op de hoogte van een eventuele studieschuld. De meeste leningen, zoals een persoonlijke lening, doorlopend krediet of creditcardlimiet, worden wel geregistreerd bij BKR. Lees hier meer over de invloed van een BKR registratie bij het aanvragen van een hypotheek.

Wees bewust

Natuurlijk wil je niet in de problemen komen met het betalen van je hypotheeklasten, meld daarom altijd je schulden bij een hypotheekverstrekker voordat je een hypotheek afsluit. Meld je niet dat je een studieschuld hebt, dan wordt er geen rekening mee gehouden bij de berekening van je maximale, verantwoorde maandlasten. Dan kunnen de lasten dus te hoog zijn voor jouw situatie. Daarnaast kun je als sanctie voor het achterhouden van deze financiële informatie op een zwarte lijst (het Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen) terecht komen bij financiële instellingen. En als je bijvoorbeeld voor het kopen van je eerste huis een lening hebt gesloten met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) en je hebt niet gemeld dat je een studieschuld hebt, dan vervalt je recht op de dekking van NHG.

(Bron: NN)

Online factuurverwerking, is het wel veilig?

Bij het verwerken van facturen wordt met gevoelige informatie van klanten gewerkt via een website of per e-mail. Deze gegevens worden vaak gedeeld met een partner die de factuurverwerking voor een klant voor zijn rekening neemt. Toch is de beveiliging van die gegevens niet altijd op orde, blijkt uit de resultaten van www.internet.nl.

 

Is het wel kostenefficiënt?

De factuurverwerkingspartner die elektronische verzending en ontvangst van facturen in UBL-formaat mogelijk maakt, kan diverse stappen nemen om de gegevens te beveiligen. Zo zijn er een aantal grote partijen die werken via een beveiligd kanaal en e-mail vermijden. Dat kan op zich de veiligheid verhogen, maar het kan drempels opwerpen die ten koste gaan van het gebruikersgemak. Er zijn ook mogelijkheden om e-mailverbindingen beter te beveiligen. Bovendien wordt het zeer kostbaar om simpele stromen op deze wijze te beveiligen.

 

Let op fiscale gevolgen bij opstellen echtscheidingsconvenant

Afspraken in het echtscheidingsconvenant over de verdeling van de koopwoning hebben soms vervelende en onbedoelde fiscale consequenties. Dit kan grote financiële gevolgen hebben. Daarom is het verstandig om deze fiscale consequenties vooraf goed in beeld te brengen en op te nemen in het echtscheidingsconvenant.

 

Een voorbeeld

Een paar, gehuwd op basis van gemeenschap van goederen, bezit een eigen koopwoning met overwaarde. Omdat sprake is van gemeenschap van goederen, hebben zowel man als vrouw recht op 50% van de overwaarde. Het gescheiden paar was overeengekomen dat de man een maandelijkse partneralimentatie zou betalen van ongeveer € 1.915. Ook hebben ze afgesproken dat de vrouw de volledige overwaarde van de voormalige echtelijke woning zou krijgen in ruil voor een verlaging van de alimentatie naar € 600 per maand. De belastinginspecteur ziet in de volledige toerekening van de overwaarde aan de vrouw een belaste afkoop van een gedeelte van de alimentatie. Een fiscale procedure tot aan de Hoge Raad brengt hierin geen verandering. De vrouw moet een groot bedrag aan belasting betalen.

Niet alleen de juridische, maar ook de fiscale problematiek bij echtscheidingen is bijzonder complex en de gevolgen kunnen zeer ingrijpend zijn. Door een goede formulering van het echtscheidingsconvenant kunnen problemen als hierboven voorkomen worden. Raadpleeg daarom op voorhand een specialist met ervaring op het gebied van fiscale gevolgen bij echtscheiding.

(Bron: ABAB)