Veel werkgevers maken gebruik van een standaard
arbeidsovereenkomst. Wij zien echter regelmatig dat er in deze standaard
arbeidsovereenkomst juridische fouten staan of de arbeidsovereenkomsten
de werkgever niet genoeg bescherming bieden. Graag zouden wij u dan ook
willen informeren over de meest gemaakte fouten in de
arbeidsovereenkomst en enkele zaken waar u op moet letten bij het
aangaan van een arbeidsovereenkomst.
Overeenkomen van een proeftijd
Wanneer u een proeftijd wilt overeenkomen met een werknemer moet de
proeftijd schriftelijk worden vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. De
proeftijd mag maximaal één maand duren bij een tijdelijke
arbeidsovereenkomst van meer dan zes maanden maar korter dan twee jaar.
De proeftijd kan maximaal twee maanden duren bij een arbeidsovereenkomst
voor twee jaar of langer. Bij cao kan hiervan worden afgeweken, dan is
het aangaan van een proeftijd met een langere duur mogelijk. Wij zien
regelmatig dat er één maand proeftijd wordt opgenomen in een
arbeidsovereenkomst van zes maanden. Dit is wettelijk gezien niet
geldig, waardoor er geen proeftijd geldt. Indien u een proeftijd wilt
opnemen in uw arbeidsovereenkomst raden wij aan een arbeidsovereenkomst
voor de duur van zeven maanden aan te gaan
Is er na de eerste arbeidsovereenkomst een opvolgende
arbeidsovereenkomst, dan mag er in principe geen proeftijd meer worden
overeengekomen. Dit is slechts mogelijk indien de functie waarvoor de
nieuwe arbeidsovereenkomst geldt duidelijk andere vaardigheden of
verantwoordelijkheden bevat.
Wettelijke opzegtermijn
De opzegtermijn voor de werknemer is normaal gesproken één maand. In
de arbeidsovereenkomst of bij cao kan worden afgesproken dat de
opzegtermijn voor de werknemer langer is. De opzegtermijn mag echter
nooit langer zijn dan zes maanden en de opzegtermijn voor de werkgever
moet bij een verlengde opzegtermijn tweemaal zo lang zijn als die van de
werknemer. Vaak vergeten werkgevers dat indien de werknemer een
opzegtermijn heeft van drie maanden, voor de werkgever een opzegtermijn
van zes maanden geldt.
De opzegtermijn die als werkgever in acht moet worden genomen bij het
beëindigen van de arbeidsovereenkomst is afhankelijk van hoe lang de
werknemer in dienst is. Indien de werknemer korter dan vijf jaar in
dienst is geldt een opzegtermijn van één maand. Tussen de vijf en tien
jaar in dienstverband geldt een opzegtermijn van twee maanden, tussen de
tien en vijftien jaar geldt een opzegtermijn van drie maanden en bij
een dienstverband van vijftien jaar of langer geldt een opzegtermijn van
vier maanden.
Aanzegplicht
De aanzegplicht houdt in dat u als werkgever verplicht bent om een
werknemer minimaal één maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst
schriftelijk te informeren over het al dan niet voortzetten van de
arbeidsovereenkomst en bij voortzetting, over de voorwaarden waaronder
de overeenkomst wordt verlengd. Door het opnemen van een aanzegbepaling
in de arbeidsovereenkomst voldoet u al bij het aangaan van de
overeenkomst aan de aanzegplicht. Er is dan natuurlijk nog steeds de
mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst te verlengen. Indien u deze
bepaling niet opneemt in de arbeidsovereenkomst is van belang dat u aan
de aanzegverplichting voldoet door vroegtijdig de werknemer te
informeren om te voorkomen dat u een maand doorbetaling van het salaris
verschuldigd bent. Ook dient op de juiste wijze te worden aangezegd.
Opnemen concurrentie- en/of relatiebeding
In veel arbeidsovereenkomsten wordt standaard een concurrentie- en/of
relatiebeding opgenomen. Wil een concurrentie- en/of relatiebeding
rechtsgeldig zijn, dan moet dit schriftelijk met de werknemer zijn
overeengekomen. Ook geldt dat men alleen een concurrentie- en/of
relatiebeding kunt overeenkomen met een meerderjarige werknemer. Neem je
een concurrentie- en/of relatiebeding op in een arbeidsovereenkomst op
van iemand die jonger is dan achttien jaar, dan geldt dat dus niet ook
niet als de arbeidsovereenkomst vervolgens doorloopt.
Verder is van belang dat een concurrentiebeding vanaf 1 januari 2015
in principe niet langer is toegestaan in arbeidsovereenkomsten voor
bepaalde tijd. In een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan alleen
nog een concurrentiebeding opgenomen worden als uit de bij het
concurrentiebeding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever
blijkt dat het concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende
bedrijfs- of dienstbelangen. Indien u als werkgever ervoor kiest bij een
arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een concurrentie- en/of
relatiebeding op te nemen, vergeet dan niet de zwaarwegende bedrijfs- of
dienstbelangen te vermelden.
Ontbrekende bepalingen
Naast juridische onjuistheden zien wij vaak ook dat er belangrijke
bepalingen ontbreken in de arbeidsovereenkomst. Wij adviseren altijd een
geheimhoudingsbepaling, een nevenwerkzaamhedenbepaling, een bepaling
inzake de IE-rechten en een bepaling omtrent de eigendommen van de
werkgever op te nemen. Hiermee kan je voorkomen dat u als werkgever
zijnde een boete wordt opgelegd doordat de arbeidstijdenwet wordt
overtreden of dat de werknemer er vandoor gaat met rechten op
uitvindingen, ideeën, technieken en andere producten van intellectueel
karakter, die de werknemer zijn opgekomen tijdens het dienstverband. Het
opnemen van bovengenoemde bepalingen zorgt dan ook voor bescherming van
de werkgever.
Belang van een goede arbeidsovereenkomst
Het belang van een goede arbeidsovereenkomst wordt vaak helaas pas
geconstateerd op het moment dat het te laat is. Bijvoorbeeld op het
moment dat een werkgever besluit tot het beëindigen van het
dienstverband of als er een hoogoplopend conflict tussen werkgever en
werknemer ontstaat over bijvoorbeeld de werktijden of het
concurrentiebeding.
Wilt u weten of uw arbeidsovereenkomst wel voldoet aan de wet, er geen bepalingen ontbreken in de arbeidsovereenkomst of de arbeidsovereenkomst u genoeg beschermt als werkgever? U kunt bij ons altijd terecht voor het laten beoordelen of opstellen van een arbeidsovereenkomst!
(Bron: Flynth)