Volgens het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een notaris zijn
zorgplicht geschonden, omdat hij enkel een “positieve-negatieve
hypotheekverklaring” in een akte had opgenomen en geen hypotheekrecht
had gevestigd. Waarom komt het gerechtshof tot deze uitkomst en wat is
het verschil tussen een hypotheekrecht en een “positieve-negatieve
hypotheekverklaring”?
Het arrest van het gerechtshof
Een vader heeft aan zijn zoon een bedrag van ruim € 411.000,-
geleend. De notaris zou een akte opstellen waarbij de condities van deze
geldlening werden vastgelegd en waarbij de zoon als zekerheid voor de
terugbetaling van de lening een hypotheekrecht zou vestigen op zijn
woning en kantoor ten behoeve van vader.
De notaris heeft uiteindelijk een akte gepasseerd waarbij géén
hypotheekrecht werd gevestigd, maar waarin wel een zogenoemde
“positieve-negatieve hypotheekverklaring” was opgenomen ten aanzien van
kantoorpand van zoon.
Het gerechtshof oordeelde dat de notaris zijn zorgplicht tegenover
vader heeft geschonden, omdat er door het opnemen van de
“positieve-negatieve hypotheekverklaring” geen harde zekerheid stond
tegenover de geldlening. De notaris zou vader onvoldoende op het
ontbreken van deze harde zekerheid hebben gewezen.
Hypotheekrecht
Bij het daadwerkelijk vestigen van hypotheekrecht ontstaat het
zekerheidsrecht op het moment dat de notariële akte is gepasseerd en is
ingeschreven bij het Kadaster. Als de schuldenaar niet aan zijn
verplichtingen voldoet, heeft de schuldeiser het recht om het onderpand
te verkopen en zich met voorrang op eventuele andere schuldeisers op de
verkoopopbrengst te verhalen. Als er na de vestiging van het
hypotheekrecht bijvoorbeeld een beslag wordt gelegd, heeft de
schuldeiser die eerder een hypotheekrecht heeft verkregen, voorrang op
deze beslaglegger bij de verdeling van de verkoopopbrengst.
Positieve-negatieve hypotheekverklaring
Een positieve negatieve hypotheekverklaring bestaat uit twee elementen:
- De verklaring van de schuldenaar dat hij op eerste verzoek van de
schuldeiser mee zal werken aan het vestigen van een hypotheekrecht op
een registergoed (bijvoorbeeld een woning of bedrijfspand) ten behoeve
van die schuldeiser; en
- De verklaring van de schuldenaar dat hij géén hypotheek op dat pand zal vestigen ten behoeve van een derde.
Door het vastleggen van een “positieve-negatieve hypotheekverklaring”
wordt het hypotheekrecht nog niet daadwerkelijk gevestigd. De
schuldenaar moet in de toekomst nog meewerken aan het daadwerkelijk
vestigen van een hypotheekrecht. Om dit te ondervangen is het mogelijk
om een volmacht op te nemen bij de “positieve-negatieve
hypotheekverklaring”. Hierdoor heeft de schuldeiser de medewerking van
de schuldenaar in de toekomst niet meer nodig om de zekerheid te
vestigen.
Een schuldeiser die alleen een “positieve-negatieve
hypotheekverklaring” heeft gekregen van een schuldenaar, heeft nog geen
voorrang op eventuele andere schuldeisers, omdat er nog geen
daadwerkelijk zekerheidsrecht bestaat. Als er bijvoorbeeld een beslag op
het pand wordt gelegd waarvoor enkel een “positieve-negatieve
hypotheekverklaring” is afgegeven, moet de schuldeiser de beslaglegger
voor laten gaan.
Een “positieve-negatieve hypotheekverklaring” is bovendien niet
zichtbaar voor derden, waar een hypotheekrecht dat wel is. Een
hypotheekrecht wordt namelijk altijd ingeschreven bij het Kadaster, maar
een positieve-negatieve hypotheekverklaring kan niet worden
ingeschreven. Hierdoor kan de schuldenaar die een “positieve-negatieve
hypotheekverklaring” afgeeft tóch een hypotheek ten behoeve van een
derde vestigen, als hij het beding naast zich neerlegt.
In sommige situaties wordt er uiteraard bewust voor gekozen om een “positieve-negatieve hypotheekverklaring” af te geven. De regeling hiervoor kan door ons op maat worden gemaakt en op vele verschillende wijzen worden vormgegeven.
(Bron: WVDB)