Uitgeschreven door de Kamer van Koophandel

 

Het zal je maar gebeuren. Er ligt een brief van de Kamer van Koophandel (KvK) op de mat waarin wordt aangekondigd dat zij voornemens is je onderneming te ontbinden en vervolgens uit te schrijven uit het Handelsregister. De KvK heeft dit recht en deze plicht op grond van de wet. Wat nu?
In de wet staat dat een rechtspersoon (o.a. de naamloze vennootschap (nv) en besloten vennootschap (bv)) door de KvK zal worden ontbonden indien de KvK constateert dat ten minste twee van de hiernavolgende omstandigheden zich voordoen:
  • Wanneer er ten minste een jaar geen bijdrage is betaald aan de KvK (geldt sinds 1 januari 2014 alleen nog voor de vereniging en stichting);
  • Wanneer er minstens een jaar geen bestuurder is ingeschreven, de bestuurder niet bereikbaar is of wanneer een bestuurder is overleden;
  • Wanneer de rechtspersoon ten minste een jaar geen financiële stukken heeft gedeponeerd (geldt niet voor de vereniging en stichting);
  • Wanneer de rechtspersoon ten minste een jaar geen aangifte vennootschapsbelasting heeft ingediend (geldt niet voor de vereniging en stichting).

Eerste brief

In de eerste brief kondigt de KvK aan dat zij het voornemen heeft om de onderneming te ontbinden, omdat twee van de hierboven genoemde gronden zich voordoen. De rechtspersoon is daardoor niet meer als actief te beschouwen. In zo’n geval is het belangrijk meteen contact op te nemen met de KvK en ervoor te zorgen dat de genoemde gronden zich niet meer voordoen. Er geldt een termijn van acht weken om te reageren.

Tweede brief

Neem je geen actie, dan volgt de tweede brief vanuit de KvK waarin zij aangeeft dat de rechtspersoon is ontbonden en de registratie in het Handelsregister hiermee is beëindigd. Naast het schrijven van brieven aan de rechtspersoon moet de KvK in een landelijke krant de ontbinding aankondigen. Je krijgt dan de mogelijkheid binnen zes weken schriftelijk bezwaar te maken. In dat geval is het belangrijk dat je met bewijsstukken aan kunt tonen dat de rechtspersoon wel degelijk een ‘levende’ rechtspersoon is. Uitstel van de bezwaartermijn is doorgaans niet mogelijk.

Beroep

Mocht het bezwaar uiteindelijk door de KvK worden afgewezen dan is het nog mogelijk om in beroep te gaan bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag.
Wil je het niet zo ver laten komen? Neem dan contact op met een juridisch adviesbureau.
(Bron: Kamer van Koophandel)

 

Wat is een overeenkomst van opdracht?

En wat staat er precies in?
Als je als zzp’er voor iemand een opdracht gaat uitvoeren, krijg je te maken met contracten. De meeste freelancers werken op basis van een overeenkomst van opdracht (ovo). Dat wordt ook wel een freelance overeenkomst genoemd. Maar wat is het nu precies?
De definitie
Volgens artikel 7:400 in het Burgerlijk Wetboek is de overeenkomst van opdracht de overeenkomst waarbij de opdrachtnemer, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, zich aan de opdrachtgever verbindt. Als zzp’er (opdrachtnemer) verklaar je dus dat je buiten dienstbetrekking werkzaamheden verricht voor de andere partij (opdrachtgever).
Daarnaast stelt de wet dat het gaat om het verrichten van werkzaamheden anders dan van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren van personen of goederen. Dit soort overeenkomsten komt vooral voor bij het verrichten van diensten, zoals het werk van een consultant, arts of tekstschrijver.

Zwart op wit

De overeenkomst van opdracht bestaat uit de regels waaraan de zzp’er en de opdrachtgever zich moeten houden. Het is handig een overeenkomst op papier te zetten als je langere tijd met een andere partij gaat samenwerken. Een mondelinge overeenkomst is geldig, maar het is verstandiger alle regelingen schriftelijk vast te leggen. Dat voorkomt mogelijke discussies achteraf, want de gemaakte afspraken staan zwart op wit.

Wettelijke en algemene regels

In de overeenkomst van opdracht staat dat je niet in dienst treedt bij de opdrachtgever. Dat is meteen het grootste verschil met een arbeidsovereenkomst. Een overeenkomst van opdracht ga je voor bepaalde tijd aan. Als je bijvoorbeeld aan een project werkt, loopt de overeenkomst zonder opzegging af als jouw werk is voltooid.
Niet alleen speciale wettelijke regelingen, maar ook algemene voorwaarden staan in het document. Dat zijn bijvoorbeeld regels van de opdrachtgever zelf, zoals een geheimhoudingsplicht of een concurrentiebeding. Meestal is er ook een artikel te vinden over tussentijds opzeggen. Daar kunnen voorwaarden bij staan. Houdt een van de twee zich niet aan de afspraken? Dan kan de overeenkomst worden ontbonden.

Zelf maken

Krijg je geen overeenkomst van je opdrachtgever? Dan kun je die zelf opstellen. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Je zet in ieder geval afspraken over je tarief, werkzaamheden, de duur van de opdracht en de verantwoordelijkheden van jou en de opdrachtgever in een bestand. Je maakt het document in tweevoud op. Op internet zijn diverse voorbeelden te vinden. De belangrijkste informatie die in de overeenkomst moet staan, is:
  • Persoonlijke gegevens van de opdrachtnemer en opdrachtgever.
  • Een omschrijving van de te verrichten werkzaamheden.
  • De begin-en einddatum van de opdracht.
  • De vergoeding, inclusief of exclusief btw.
  • De betaaltermijn.
  • Zelfstandigheid en professionaliteit opdrachtnemer.
  • Aansprakelijkheid en verzekering.
  • Ondertekening van beide partijen.

(Bron: ZZP Zervicedesk)

Wat is een octrooi? Hoe kan ik mijn uitvinding beschermen?

Een octrooi, ook wel patent genoemd, is het exclusieve eigendomsrecht op je uitvinding. Dat voorkomt dat anderen jouw uitvinding, proces of product gaan
maken, gebruiken, doorverkopen, verhuren of leveren.

Als je een octrooi hebt op een vinding, kun je anderen verbieden om deze vinding na te maken of te verkopen. Zelfs als die ander de vinding geheel onafhankelijk
zelf bedacht en uitgevoerd heeft. Een octrooi geldt voor een bepaald land of een aantal landen en geldt maximaal 20 jaar, daarna is je vinding vrij te gebruiken
door iedereen. Als er nog wel een patent op je idee zit, kun je anderen wel toestemming geven om jouw uitvinding te maken, verkopen of beheren. Dat doe je
met een octrooilicentie

Wanneer kan ik een octrooi aanvragen?

Als je een octrooi wilt aanvragen, moet je vinding aan bepaalde eisen voldoen.

Nieuwheid: Je product of proces moet nieuw zijn. Dit betekent dat je idee vóór de datum van
indiening nergens ter wereld openbaar bekend mag zijn, ook niet als je daar zelf de oorzaak van bent door bijvoorbeeld een brochure of een presentatie.
Inventiviteit: De vinding moet ‘inventief’ zijn. Dit houdt in dat het voor de vakman niet voor de hand mag liggen.
Industriële toepasbaarheid: De vinding moet gaan over een product of productieproces, en je moet kunnen aantonen dat dit technisch kan functioneren. Zo kunnen diensten, ideeën zonder concrete uitwerking, natuurwetenschappelijke theorieën, rekenmethoden en esthetische vormgeving niet beschermd worden door een patent. Hier zijn weer
andere beschermingsvormen voor zoals het auteursrecht, het tekeningen- en modellenrecht of het merkenrecht.

Wanneer vraag ik een octrooi aan?

Het is raadzaam om een goede afweging te maken wanneer je octrooi wilt aanvragen, omdat het niet gratis is. Denk je dat een concurrent op het punt
staat om dezelfde vinding te doen als jij dan kun je maar beter zo snel mogelijk een patent aanvragen. Jij bent dan de enige die het octrooi krijgt en dus geld
met je vinding kan verdienen. Als je denkt dat een ander niet zo gauw op hetzelfde idee zal komen, is er minder haast geboden bij het aanvragen van een
octrooi. Je kunt dan beter eerst de markt goed onderzoeken op commerciële haalbaarheid en het product of proces (in het geheim) uitproberen en verbeteren.
Want als je eenmaal een octrooiaanvraag hebt gedaan, kost het ook geld om dat octrooi te onderhouden.

Hoeveel kost het om een octrooi aan te vragen?

Je krijgt bij het aanvragen van een octrooi te maken met verschillende kosten. Denk bijvoorbeeld aan aanvraagkosten. Doe je dat op papier in Nederland, dan
kost je dat 120 euro, doe je dat online dan kost een octrooiaanvraag je 80 euro. Na je aanvraag voert het Octrooicentrum Nederland een verplicht onderzoek uit
naar de stand van de techniek. De stand van de techniek is alles wat vóór de indiening van de octrooiaanvraag schriftelijk of mondeling openbaar toegankelijk
is gemaakt. Het doel van dit onderzoek is de status ervan te achterhalen. De kosten zijn 100 euro (nationaal) en 794 euro (internationaal).

Daarnaast heb je instandhoudingskosten die je betaalt vanaf het derde jaar nadat je de aanvraag hebt ingediend. Dat begint bij 40 euro per jaar, maar loopt
langzaam op tot 1400 euro. Als je de instandhoudingstaks jaarlijks betaalt, blijft je octrooi maximaal 20 jaar geldig.

Houd ook rekening met kosten voor handhaving van je octrooi. Hoeveel geld je daarvoor moet reserveren, hangt af van het risico van inbreuk en de juridische
kosten. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland worden er jaarlijks zo’n 25 patentzaken voor de rechter uitgevochten, tegenover ongeveer 140.000
patenten die van kracht zijn voor ons land. Het is niet precies bekend hoeveel octrooien met inbreuk te maken krijgen. De tarieven voor regionale (Europese) en internationale octrooien liggen anders, kijk daarvoor op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

Waar kan ik een octrooi aanvragen?

Je vraagt een octrooi aan bij het Octrooicentrum Nederland. Dat is onderdeel van de Rjiksdienst voor Ondernemend Nederland (octrooicentrum.nl).

Kan ik een octrooi zelf aanvragen?

In principe kun je zelf een aanvraag indienen bij het Octrooicentrum Nederland, maar een octrooi is een technisch en juridisch document, waardoor het loont om
hulp in te schakelen. Een octrooi, geschreven door een octrooigemachtigde, heeft meer kans van slagen in een gerechtelijke procedure. Het tarief daarvoor is
afhankelijk van de complexiteit van je uitvinding en de tarieven van de gemachtigde die je inschakelt. Een Nederlandse aanvraag kost in totaal tussen de
2.000 en 10.000 euro. Je kunt de kosten wel enigszins drukken door veel uitzoekwerk vooraf zelf te doen (zie kader), zodat de gemachtigde zich vooral
kan concentreren op het beschrijven van je vinding.

Voor welke landen vraag ik octrooi aan?

Het is veel te duur om in alle landen van de wereld octrooi aan te vragen, daarom is het verstandig je af te vragen in welke landen het voor jou en jouw
vinding loont om patent aan te vragen. Handel je bijvoorbeeld in vitaminenmixen die alleen door Nederlandse voedselproducenten worden toegepast? Dan is een
Nederlands octrooi voor jou afdoende. Als je gebruikmaakt van een verpakking die voor veel landen geschikt is, kan een octrooi voor meerdere landen verstandig
zijn. Maar ook dan geldt dat het raadzaam is verstandige grenzen te trekken. Zoek als vitamineleverancier naar de landen waar veel gebruik wordt gemaakt van
vitaminetoevoegingen in voedsel. Realiseer je dat een land dat nu nog niet interessant is, dat in de toekomst wel kan worden.

Checklist aanvragen octrooi

  •         Kan mijn vinding door een octrooi worden beschermd?
  •         Bestaat mijn idee nog nergens ter wereld?
  •         Wat kost een octrooi?
  •         Is er een markt voor mijn product?
  •         Kan ik hulp krijgen bij het aanvragen van een octrooi?
  •         Voor welke landen vraag ik octrooi aan?

(Bron: MKB Servicedesk)

Koopcontracten en beleggingspanden

Geldt de “drie dagen bedenktijd” ook bij aankoop van een  woning als dat een beleggingspand is ? Volgens lid 2 van artikel 2  van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek (BW) heeft de koper drie dagen bedenktijd  na de ondertekening van het koopcontract.

Binnen die periode kan de koper zich dus terugtrekken zonder opgaaf van reden  en zonder schadeplichtig te zijn.

Maar dan moet het verkochte object wel een woning zijn en de koper een  natuurlijk persoon zijn die niet een beroep of bedrijf uitoefent. Hiervoor is  aangegeven dat de aankoop van een woning als belegging gezien wordt als  uitoefening van een beroep of bedrijf. Oftwel: bij de aankoop van een woning  (zoals een studentenpand) als belegging geldt de drie dagen bedenktijd  niet voor de koper.

Probleem is echter dat als de koper claimt de woning voor eigen gebruik te  hebben gekocht, hij of zij wel de bescherming geniet van de drie dagen  bedenktijd.

Het is daarom aan te raden, als een woning als beleggingspand wordt  aangeboden, direct aan geinteresseerden te vragen of zij zelf in het pand willen  gaan wonen of dat zij dit als belegging aankopen.

(Bron: NTRS.nl)

Alles over het opstellen van een balans

Wilt u weten wat de actuele financiële situatie van uw bedrijf is, bijvoorbeeld wanneer het tijd is om de jaarrekening op te stellen? Dan kan het maken van een balans u het benodigde inzicht geven. Een balans is een concreet overzicht van alle bezittingen, schulden en het eigen vermogen van uw onderneming. In dit artikel leest u er alles over: alles over het opstellen van een balans.

1. Wat is een balans?

Een balans is een concreet overzicht van uw bezittingen, schulden en eigen vermogen op een specifiek moment. Daarom moet u de balans zien als een momentopname; u krijgt een duidelijk beeld van hoe uw onderneming er op dat moment financieel voor staat en of er sprake is van een positief of negatief eigen vermogen. Daarnaast kunt u uit de balans opmaken welke investeringen u in de afgelopen periode heeft gedaan en – nog relevanter – hoe u deze heeft gefinancierd.

Een bedrijf starten kost naast energie vaak ook geld. Als startende ondernemer moet u doorgaans in veel zaken investeren. Denk aan investeringen in relevante bedrijfsmiddelen (computerapparatuur, bedrijfsauto etc.), het huren of kopen van een geschikte bedrijfslocatie en het (laten) ontwikkelen van een goede huisstijl. Dergelijke investeringen ziet u ook terug in de balans. Belangrijk: een balans moet altijd in evenwicht zijn. Dat wil zeggen: de bedragen aan beide kanten moeten bij elkaar opgeteld op hetzelfde bedrag uitkomen.

2. Hoe is een balans opgesteld?

Wij hebben hieronder een afbeelding opgenomen van een standaard balansindeling:

Zoals u ziet, is een balans altijd opgesteld uit een linker- en een rechterzijde. Aan de linkerzijde (de activa-kant, ook wel debetzijde genoemd) benoemt u uw bezittingen. Hierbij moet u bijvoorbeeld denken aan geld, goederen of debiteuren. De rechterzijde van de kolom (de passiva-kant, ook wel creditzijde genaamd) is voorbehouden aan de gemaakte schulden, onderverdeeld in lang vreemd vermogen (leningen met een looptijd langer dan één jaar) en kort vreemd vermogen (leningen met een looptijd van maximaal één jaar), plus uw eigen vermogen.

3. Wat is het verschil tussen vaste en vlottende activa?

Vaste activa zijn balansposten van de kapitaalgoederen die meer dan één productieproces of jaar meegaan, zoals grond en terreinen, gebouwen, auto’s, computerapparatuur en uw inventaris. Vlottende activa zijn – de naam zegt het eigenlijk al een beetje – kapitaalgoederen die slechts één productieproces of nog minder lang meegaan. Hieronder valt bijvoorbeeld de voorraad, maar ook grondstoffen, eventuele vorderingen, debiteuren en kasgeld.

4. En hoe worden eigen, lang vreemd en kort vreemd vermogen onderscheiden?

Het eigen vermogen staat letterlijk voor het bedrag dat u de afgelopen periode als ondernemer zelf in uw bedrijf heeft geïnvesteerd. Van het zogenoemde lang vreemd vermogen moet u apart melding maken, omdat het hier gaat om een lening of hypotheek met een looptijd van één jaar of langer. Het kort vreemd vermogen is dan weer van toepassing op kortlopende schulden, zoals salarissen voor uw werknemers of het afdragen van belasting.

5. Hoe lang blijft een balans geldig?

Zoals gezegd is een balans een momentopname. Zodra u een nieuwe aanschaf doet of een product of dienst levert aan een nieuwe klant, zal dit gevolgen hebben voor de balans. Zo’n ontwikkeling wordt een balansmutatie genoemd. Het is echter niet bevorderlijk voor het overzicht als u iedere wijziging of ontwikkeling zou moeten verwerken in de balans. Het is daarom gebruikelijk om apart melding te maken van deze mutaties.

Houd er rekening mee dat ook balansmutaties met elkaar in evenwicht moeten zijn. Stel: u heeft afgelopen zomer voor uw medewerkers op kantoor nieuwe computerapparatuur aangeschaft. De kosten: vijftienduizend euro. Dit betekent voor de balansmutatie dat u bij uw huidige inventaris vijftienduizend euro moet optellen, terwijl er bij uw zakelijke bankrekening hetzelfde bedrag moet worden afgetrokken. Op deze manier blijft de balans in evenwicht.

Komt u er toch niet helemaal uit met het opstellen van de balans en eventuele mutaties of twijfelt u of alles klopt? Leg de door u opgestelde balans dan altijd eerst voor aan een boekhouder of accountant. U kunt er uiteraard ook voor kiezen om de gehele boekhouding uit te besteden aan een professional.

Dit kan – zeker als u zelf geen held bent op het gebied van administratieve zaken – een verstandige beslissing zijn. U moet in dat geval uiteraard wel rekening houden met extra kosten. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van welk gedeelte u van de bedrijfsadministratie uitbesteedt.

(Bron: Ikgastarten)

Bedrijf laten overnemen? Let op de koper

Verkopende ondernemer heeft onderzoeksplicht: Als je je bedrijf van de hand doet, moet je onderzoek doen naar de achtergrond, betrouwbaarheid en plannen van de koper. Wie zijn bedrijf aan malafide opkopers overdoet, kan ook na de verkoop aansprakelijk worden gesteld voor schulden van de zaak.
Dat blijkt weer eens uit een recente uitspraak van de rechtbank Oost Brabant, meldt Het Financiële Dagblad. Een consument liet een zwembad aanleggen door een firma, maar al snel bleek dat er slecht werk was geleverd. Hij stelde het bedrijf aansprakelijk.

Onderzoeksplicht

De inmiddels nieuwe eigenaar weigerde de schade te betalen en ging later failliet. Er bleek geen administratie te zijn. De rechter onderzocht vervolgens of de oorspronkelijke eigenaar van het zwembadbedrijf had kunnen weten dat zijn opvolger zijn verplichtingen niet zou nakomen. Dat bleek niet zo te zijn, maar de ondernemer was wel tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht bij een bedrijfsovername.
Zo had de ondernemer de koper van zijn bedrijf nooit ontmoet en ontmoette hij tussenpersonen in hotels of op zijn eigen kantoor, nooit bij de koper. Ook had hij geen businessplan gezien. Met eenvoudig onderzoek had de eigenaar kunnen weten dat de koper bij diverse faillissementen betrokken was geweest. De oorspronkelijke eigenaar moest de schade vergoeden.

Business plan

Ook bij eerdere uitspraken van rechters blijkt dat als je geen gedegen onderzoek doet naar je kopers, je nog aansprakelijk gesteld kunt worden voor schulden van je oude bedrijf. “Het  blijkt maar weer eens dat je je bedrijf niet aan de eerste de beste moet verkopen maar dat je eisen moet stellen, zoals een businessplan”, zegt advocaat Jeroen Elslo.

Tips:

  • Ontmoet de koper een paar keer. Spreek ook bij hem thuis of op zijn bedrijf af.
  • Vraag om een businessplan. Kijk hoe hij verwacht met toekomstige problemen om te gaan.
  • Google je koper. Opkopers die verschillende bedrijven failliet laten gaan, zijn meestal bekend op verschillende internetwebsites.

(Bron: MKB Servicedesk)

Hoe kies ik de juiste rechtsvorm?

De rechtsvorm van je onderneming heeft gevolgen voor je aansprakelijkheid en belastingverplichtingen. Heel belangrijk dus dat je kiest voor de juiste rechtsvorm. Welke past bij jouw bedrijf?

Ben ik een eenmanszaak?

Veel starters kiezen voor de eenmanszaak als rechtsvorm. Een eenmanszaak is een bedrijf waarvan één persoon eigenaar is, al wil dat niet zeggen dat er ook maar één persoon werkt in de onderneming. Dus wil je (nu of later) personeel aannemen, dan kun je nog steeds kiezen voor een eenmanszaak. Verder is het goed om te weten dat voor de eenmanszaak geen oprichtingseisen gelden: je hebt bijvoorbeeld geen notariële akte nodig. Het enige wat je moet doen, is je inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Juridisch gezien bestaat er in de eenmanszaak geen onderscheid tussen privé-vermogen en zakelijk vermogen. En dat kan een risico zijn. Want als het mis gaat met je bedrijf, is de kans groot dat je ook bijvoorbeeld je koophuis en inventaris kwijtraakt aan de schuldeisers. Heb je een eenmanszaak en ben je getrouwd of ga je trouwen, kan het om die reden slim zijn om huwelijkse voorwaarden te laten opstellen.

Moet ik een vennootschap onder firma (vof) oprichten?

Een vennootschap onder firma (vof) heeft meerdere eigenaren (de vennoten of firmanten). Deze eigenaren kunnen bestaande personen zijn, maar ook rechtspersonen zoals besloten vennootschappen (bv’s).
Aan de oprichting van een vof worden geen bijzondere eisen gesteld, buiten inschrijving bij het Handelsregister. Wel is het wel raadzaam om afspraken over verantwoordelijkheden, bevoegdheden en winstverdeling schriftelijk vast te (laten) leggen.
De vennoten binnen een vof zijn hoofdelijk aansprakelijk. Dat betekent dat als de vof haar verplichtingen niet nakomt, iedere vennoot met zijn of haar privé-vermogen voor 100 procent aansprakelijk is, ook als deze schulden door een andere vennoot binnen de vof zijn aangegaan.

Ben ik onderdeel van een maatschap?

Een maatschap is een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (‘maten’), die onder een gemeenschappelijke naam een beroep uitoefenen. De maatschap komt veel voor in de medische en juridische wereld, denk bijvoorbeeld aan (tand)artsen, advocaten en fysiotherapeuten. Iedere maat brengt iets in, bijvoorbeeld arbeid, geld of goederen en het voordeel hieruit wordt verdeeld onder de maten.
Maatschappen moeten zich, afgezien van stille maatschappijen, sinds 2008 inschrijven in het Handelsregister. Het is niet verplicht om een notariële akte op te stellen bij de oprichting van een maatschap, maar het is wel aan te raden om onderlinge afspraken vast te leggen (bij een notaris), om ruzie tussen de maten te voorkomen. Zo doe je er bijvoorbeeld verstandig aan om vast te leggen wat de inbreng is van de maten, welke winstverdeling jullie gaan hanteren, hoe de verdeling van bevoegdheden is en wat er gebeurt als de maatschap wordt beëindigd. Goed hierbij om te weten is alle maten aansprakelijk zijn voor gelijke delen. Dat is dus een belangrijk verschil met de vof, waarbij iedere vennoot voor 100 procent aansprakelijk is.

Is een commanditaire vennootschap (cv) de oplossing?

Een commanditaire vennootschap (cv) is in feite een bijzondere vorm van de vof. Het is een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (vennoten). Bij een cv bestaan twee soorten vennoten: beherende en stille (commanditaire) vennoten. De stille vennoten zijn alleen financieel betrokken; zij mogen niet namens de cv naar buiten treden.
De oprichting van een commanditaire vennootschap is vormvrij; er gelden dus geen formele vereisten. Wel is het slim om schriftelijk vast te leggen wat jullie precies zijn overeengekomen. Een inschrijving in het Handelsregister is wederom wél verplicht.
Lukt het de vennootschap niet meer om verplichtingen na te komen, dan zijn de beherende vennoten privé hoofdelijk aansprakelijk voor 100 procent. Dit geldt niet voor de commanditaire vennoten. Zij zijn slechts aansprakelijk voor het bedrag dat zij hebben ingebracht.

Past een besloten vennootschap (bv) bij mij?

De besloten vennootschap is een rechtspersoon, waarbij het kapitaal in aandelen is verdeeld (over de aandeelhouders) en de risico’s van hoofdelijke aansprakelijkheid worden beperkt. Dat betekent dat niet jij, maar de bv in de meeste gevallen aansprakelijk is voor eventuele schulden. Het rechtspersoon bv heeft dezelfde juridische status, rechten en plichten als een natuurlijk persoon. Daarmee wordt de bv als geheel als ondernemer gezien, terwijl je een bv wel samen met anderen kunt oprichten.
Je hebt geen minimum(start)kapitaal nodig om een bv op te richten, Eén eurocent is al genoeg. Ook een notariële akte is niet meer nodig. Een inschrijving in het Handelsregister is dat wél. Totdat dit gebeurd is, ben je namelijk nog persoonlijk aansprakelijk.
Groot voordeel van een bv is dat je privé-bezittingen buiten schot blijven. Er is echter één ‘maar’: voor schulden ontstaan door wanbeleid kun je wél persoonlijk aansprakelijk gesteld worden.

Hoe zit het bij een naamloze vennnootschap (nv)?

Slechts weinig starters zullen bij de oprichting van hun bedrijf kiezen voor een nv. Dit is een vennootschap waarvan het kapitaal is verdeeld in aandelen, maar anders dan bij de bv zijn de aandelen van een nv overdraagbaar.
Voor het oprichten van een nv gelden vrijwel dezelfde eisen als bij het oprichten van een bv, behalve het feit dat je voor oprichting van een nv startkapitaal nodig hebt: 45.000 euro.
Zowel met een bv als met een nv moet je jaarstukken inleveren bij de KvK. Welke gegevens je daarin moet opnemen, is afhankelijk van de grootte van je bedrijf. Zo hoeft een klein bedrijf alleen een verkorte balans en een beperkte toelichting te sturen en moet een middelgroot bedrijf ook een jaarverslag en een winst-en verliesrekening toevoegen.

Wanneer kies ik voor een vereniging?

Een vereniging is een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (leden) met een gemeenschappelijk doel. Belangrijke voorwaarde is dat het niet je doel mag zijn om winst te maken om onder de leden te verdelen. Winst maken an sich mag wel, maar die moet dan ten goede komen aan het gemeenschappelijke doel.
De hoogste macht in een vereniging ligt bij de ledenvergadering, waarvan alle leden in principe één stem hebben. De ledenvergadering benoemt het bestuur, dat meestal bestaat uit leden.
Je hebt twee soorten verenigingen:
  • Bij een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid ben je niet met je privé-vermogen aansprakelijk voor de verplichtingen; je richt deze vereniging op met een akte van de notaris en de notaris schrijft je in in het Handelsregister.
  • Bij een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid ben je met je privé-vermogen wél aansprakelijk voor verplichtingen. Die aansprakelijkheid kun je beperken door de vereniging in te schrijven in het Handelsregister.
Is mijn bedrijf eigenlijk een stichting?
Een stichting is bedoeld om met behulp van een vermogen een bepaald doel te realiseren. Deze doeleinden leg je vast in de statuten. Een stichting mag winst maken, maar net als bij een vereniging moet deze opbrengst wel ten goede komen aan een ideëel of sociaal doel. Een stichting wordt opgezet door één of meerdere personen. Dit kunnen natuurlijke personen zijn, maar ook rechtspersonen (zoals bij een bv). Een stichting heeft geen leden en wordt opgericht bij notariële akte of testament. Vergeet een stichting niet in te schrijven in het Handelsregister van de KvK, zodat de bestuuurders niet privé aansprakelijk zijn.
In het geval van schulden worden bestuurders van een stichting niet aansprakelijk gesteld. Als de stichting onder de heffing van de vennootschapsbelasting valt, zijn wel de anti-misbruikwetten van toepassing en kunnen bestuurders onder bepaalde omstandigheden alsnog aansprakelijk worden gehouden.

Hoe zit het bij een coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij?

Een bijzondere en weinig voorkomende rechtsvorm is de coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij. De coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij zijn bijzondere verenigingen. Een coöperatie komt door middel van het afsluiten van overeenkomsten op voor de materiële belangen van haar leden. De winst mag worden uitgekeerd aan leden. Er zijn drie soorten: bedrijfscoöperatie, consumentencoöperatie en producten- of dienstencoöperatie.

Een coöperatie wordt opgezet door minimaal twee personen. De oprichting vindt plaats bij notariële akte. De coöperatie moet daarnaast worden ingeschreven in het Handelsregister en is verplicht om ieder jaar jaarstukken op te stellen en deze openbaar te maken.
(Bron: MKB Servicedesk)

Commandiet: aansprakelijk of niet?

De commandiet heeft binnen de C.V. een bijzondere positie. De beherend vennoot van een C.V. is in beginsel altijd hoofdelijk verbonden voor alle schulden van de C.V. Voor de commandiet geldt echter dat, zolang hij of zij geen daad van beheer verricht of werkzaam is in de zaken van de C.V., de commandiet slechts aansprakelijk is tot het bedrag dat hij of zij bij geldschieting in de C.V. heeft ingebracht. Gaat de commandiet zijn boekje te buiten, dan is ook hij voor alle schulden van de C.V. hoofdelijk verbonden en kan hij dus door ieder van de schuldeisers worden aangesproken. Ook voor schulden die geen verband houden met zijn laakbaar optreden. Dat de rechter hier strikt de hand aan houdt blijkt maar weer eens uit een recente uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant.

Koper heeft op 21 september 2009 een koopovereenkomst gesloten met De Voer en Partners C.V. met betrekking tot de koop en verkoop van een lunchroom. De levering van de lunchroom aan koper heeft op 1 november 2010 plaatsgevonden. In de koopovereenkomst was onder meer opgenomen dat het bij De Voer en Partners C.V. in dienst zijnde personeel van rechtswege bij verkoop in dienst van koper zal komen op gelijkblijvende condities en dat De Voer en Partners C.V. zal zorg dragen voor de afwikkeling c.q. afrekening van opgebouwde vakantiedagen, vakantiegelden en andere opgebouwde vergoedingen van de huidige personeelsleden tot aan de dag van overdracht.
Vordering salariskosten
In juni 2011 heeft koper aan een van de overgenomen personeelsleden wegens de afwikkeling van het dienstverband een bedrag betaald van € 907,87 (salaris mei 2010), € 38,92 (salaris november 2011) en € 91 (gerechtsdeurwaarderskosten). Koper heeft op basis van de koopovereenkomst De Voer en Partners C.V. en de heer en mevrouw De Voer, commandieten van De Voer en Partners C.V., schriftelijk gesommeerd tot betaling van het totaalbedrag van € 1.037,79 aan haar over te gaan. Betaling bleef echter uit.
Vordering contractuele boete
De vordering is door De Voer en Partners C.V. en de heer en mevrouw De Voer onbetaald gelaten, waarna koper ook aanspraak maakt op de contractuele boete omdat de heer en mevrouw De Voer de koopovereenkomst niet zijn nagekomen. [MM: op datum uitspraak, 12 februari 2013, was de boete inmiddels opgelopen tot zo’n € 88.000.]
Waarom zijn de heer en mevrouw De Voer volgens de koper aansprakelijk?
Volgens koper zou de aansprakelijkheid van de heer en mevrouw De Voer erin gelegen zijn dat zij (intern) daden van beheer hebben verricht, aangezien zij werkzaam waren in de bediening en de keuken van de lunchroom, schoonmaakwerkzaamheden verrichtten en het personeel aanstuurden (personeelsbeleid). Daarnaast zouden zij de vennootschap naar buiten toe hebben vertegenwoordigd, namelijk door de huurovereenkomst en jaren later de beëindigingovereenkomst daarvan mede te ondertekenen.
Oordeel rechtbank
Aansprakelijkheid commandieten
Van interne vertegenwoordiging is slechts sprake indien de daden van beheer van de commandiet ertoe leiden dat voor de beherend vennoot geen ruimte meer blijft voor het bepalen van het beleid van de vennootschap. De rechtbank is van oordeel dat de interne handelingen van de heer en mevrouw De Voer, zoals koper die stelt, hier geen blijk van geven.
Van externe vertegenwoordiging is slechts sprake indien de commandiet vertegenwoordigings-handelingen heeft uitgevoerd die bij derden het vertrouwen kunnen opwekken dat de commandiet aan de beherend vennoot gelijk te stellen is. De rechtbank is van oordeel dat door het meetekenen van de huurovereenkomst en jaren later de vaststellingsovereenkomst (als vertegenwoordiger) bij derden, de heer en mevrouw De Voer het vertrouwen hebben kunnen wekken dat zij bij het aangaan van deze overeenkomsten als beherend vennoot de vennootschap vertegenwoordigden. De heer en mevrouw De Voer hebben daarmee verwijtbaar gehandeld.
Voor de vordering van de koper, hoewel geen verband houdend met de vertegenwoordigingshandelingen door de heer en mevrouw De Voer, zijn de heer en mevrouw De Voer thans dan ook hoofdelijk verbonden geworden. De vorderingen van eiser worden dan ook toegewezen.
Hoogte van de vordering
De vordering betreffende de afwikkeling van het dienstverband wordt slechts toegewezen voor het deel dat onder de garanties van de koopovereenkomst valt, aldus toewijzing van een bedrag van
€ 907,87.
De vordering betreffende de contractuele boete wordt gematigd tot een bedrag van € 20.000, zijnde de eenmalige contractuele boete bij ontbinding van de koopovereenkomst.
Naar het oordeel van de rechtbank eist de billijkheid matiging, omdat de contractuele boete (2 promille van de koopsom per dag dat niet wordt nagekomen) niet in tijd is begrensd en dus onbeperkt zou doorlopen. Zonder matiging zou dit leiden tot een buitensporige boete in verhouding met het toegewezen bedrag in hoofdsom van € 907,87. De rechtbank matigt de boete naar redelijkheid.
Conclusie:
Commandiet: bezint eer ge begint aan beheersdaden. De financiële consequenties zijn niet te overzien en kunnen een catastrofale omvang krijgen en zelfs leiden tot een persoonlijk faillissement.
(Bron: Dijkstra Voerman)

9 rechtsvormen voor ondernemers

Als startende ondernemer moet u voor uw bedrijf de juiste juridische vorm, ook wel rechtsvorm genaamd, kiezen. Dit heeft gevolgen voor uw aansprakelijkheid en uw belastingverplichtingen. Hoewel u niet per definitie vastzit aan de rechtsvorm die u kiest, is het aanpassen ervan een ingewikkeld en kostbaar proces. Deze checklist helpt u bij het bepalen van de rechtsvorm die het best bij uw onderneming past: 9 rechtsvormen voor ondernemers.

1. Ben ik een eenmanszaak?

Veruit de meeste startende ondernemers en ZZP’ers beginnen als eenmanszaak. De naam zegt het eigenlijk al: van een dergelijk bedrijf is slechts één persoon de eigenaar. Er kunnen wel meerdere mensen werkzaam zijn in de onderneming. Gaat u in uw eentje beginnen maar verwacht u na verloop van tijd personeel te gaan aannemen, dan kunt u dus alsnog kiezen voor een eenmanszaak.

Verder is het van belang om te weten dat er voor een eenmanszaak geen oprichtingseisen gelden, dat wil zeggen dat er geen akte hoeft te worden gemaakt. U bent daarentegen wel verplicht om uw onderneming in te schrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Per persoon kan er maximaal één eenmanszaak worden opgericht.

2. Ben ik onderdeel van een maatschap?

In een maatschap werken twee of meer personen (in dit geval ‘maten’) samen, die onder een gemeenschappelijke naam een beroep uitoefenen. Deze rechtsvorm komt veel voor in de medische en juridische wereld. Denk bijvoorbeeld aan (tand)artsen, fysiotherapeuten, en advocaten. Maar ook in de architectenwereld bestaan veel maatschappen. Bij een maatschap is het zo dat iedere deelnemer iets inbrengt, zoals geld, goederen of arbeid, waarbij het uiteindelijke voordeel hieruit wordt verdeeld onder de maten. Daarnaast is iedere maat aansprakelijk voor gelijke delen.

Sinds 2008 moeten ook alle maatschappen, afgezien van zogenaamde stille (externe) maatschappen, worden ingeschreven in het Handelsregister. Bij de oprichting hoeft, net als bij een eenmanszaak, geen akte te worden opgesteld. Probeer onderling echter wel duidelijke afspraken te maken over overige zaken en leg deze desnoods vast bij een notaris. Zo voorkomt u dat er in de toekomst mogelijk frictie ontstaat tussen een of meerdere leden uit de maatschap.

3. Moet ik een Vennootschap Onder Firma (VOF) oprichten?

De Vennootschap Onder Firma (VOF) is eigendom van meerdere betrokkenen, die vennoten of firmanten worden genoemd. Dit kunnen bestaande personen zijn, maar rechtspersonen zoals besloten vennootschappen (BV’s) is ook een optie. De op te richten VOF moet worden ingeschreven in het Handelsregister. Het is niet verplicht om een firma- of vennootschapscontract te (laten) opmaken, maar net als bij een maatschap is het wenselijk om de gemaakte afspraken over verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de winstverdeling schriftelijk vast te leggen.

4. Past een Besloten Vennootschap (BV) beter bij mij?

De Besloten Vennootschap is een veelgebruikte rechtspersoon, waarbij het kapitaal in aandelen is verdeeld en de risico’s van hoofdelijke aansprakelijkheid worden beperkt. Deze aandelen zijn in het bezit van aandeelhouders, maar kunnen niet vrij worden verhandeld. Een belangrijk voordeel van de BV is dat het een rechtspersoon is. Dat houdt in dat in veel gevallen niet u, maar de BV aansprakelijk is voor eventuele schulden. Let op: als de schulden zijn ontstaan door wanbeleid kunt u hierop wél persoonlijk worden aangesproken. Als directeur bent u in dienst van de onderneming.

Een BV kan door een of meerdere personen worden opgericht. Bij de oprichting moet de BV nog tot 1 oktober aanstaande beschikking hebben over een kapitaal van achttienduizend euro (in de vorm van geld of natura, zoals onroerend goed). Voordat de BV kan worden opgericht, moet u een akte laten opmaken door een notaris. De voorheen verplichte ‘Verklaring van geen bezwaar’ van het Ministerie van Justitie is per 1 juli 2011 komen te vervallen. U moet de BV daarnaast inschrijven inschrijven in het Handelsregister. Let op: per 1 oktober 2012 gaat het nieuwe BV-recht in. De wetgeving om de besloten vennootschap (BV) verandert dan enigszins.

5. Is een Commanditaire Vennootschap (CV) de oplossing?

De Commanditaire Vennootschap kan van pas komen indien u over te weinig kapitaal beschikt om een VOF op te richten. Een CV is een bijzondere samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (vennoten). Deze vennoten kunnen beherend of stil (commanditair) zijn. In de praktijk betekent dit dat de stille vennoten alleen financieel betrokken zijn bij de onderneming. Het is voor hen niet toegestaan om namens de CV te spreken of handelen.

Voor de oprichting van een Commanditaire Vennootschap bestaan afgezien van de inschrijving in het Handelsregister geen formele eisen. Daarom is des te belangrijker om de gemaakte afspraken tussen de vennoten schriftelijk te laten vastleggen door een notaris. Mocht de vennootschap haar verplichtingen niet meer kunnen nakomen, dan zijn de beherende vennoten privé voor honderd procent hoofdelijk aansprakelijk. De commanditaire vennoten zijn daarentegen slechts aansprakelijk voor het bedrag dat zij hebben ingebracht.

6. Hoe zit het bij een Naamloze Vennootschap (NV)?

Deze rechtsvorm is voor starters over het algemeen niet echt relevant. Een NV is een vennootschap waarvan het kapitaal is verdeeld in aandelen, maar deze zijn in tegenstelling tot bij een BV overdraagbaar. De eisen bij het oprichten van een NV zijn vrijwel gelijk aan die bij het opzetten van een BV, maar het minimumkapitaal valt wel een stuk hoger uit: 45.000 in plaats van 18.000 euro.

Names de NV moeten jaarstukken worden opgeteld en ingeleverd bij de KvK. De wijze waarop dit moet gebeuren, hangt af van de grootte en omvang van het bedrijf.

7. Wanneer kies ik voor een vereniging?

Indien u een bepaald doel voor ogen heeft en met andere wilt samenwerken om dit te bereiken, kunt u de vereniging kiezen als rechtsvorm. Kort gezegd is een vereniging een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen (leden) met een gemeenschappelijk doel. Belangrijke voorwaarde is dat het maken van winst om onder de leden te verdelen, geen doel mag zijn. Er mag winst worden gemaakt, maar de opbrengsten moeten ten goede komen aan het gemeenschappelijke doel.

Voorwaarden voor deze rechtsvorm zijn dat uw vereniging uit ten minste twee personen bestaat, de hoogste macht bij de ledenvergadering ligt, alle leden hierbij één stem hebben en het bestuur wordt benoemd namens de ledenvergadering. Alle verenigingen hebben rechtspersoonlijkheid, maar er wordt wel onderscheid gemaakt tussen verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid en verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid.

8. Is mijn bedrijf een stichting?

Een stichting heeft als doel om met behulp van vermogen een bepaald ideaal te realiseren. Deze doeleinden zijn vastgelegd in de statuten. Een stichting mag winst maken, maar net als bij een vereniging moet deze opbrengst wel ten goede komen aan een ideëel of sociaal doel. Een stichting wordt opgezet door een of meerdere personen (natuurlijk of rechtspersoon), heeft geen leden en wordt opgericht bij notariële akte of testament. Vergeet de stichting niet als zodanig in te schrijven in het Handelsregister van de KvK.

In het geval van schulden worden de bestuurders van een stichting niet aansprakelijk gesteld. Als de stichting onder de heffing van de vennootschapsbelasting valt, zijn wel de anti-misbruikwetten van toepassing en kunnen bestuurders onder bepaalde omstandigheden alsnog aansprakelijk worden gehouden.

9. Hoe zit het bij een coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij?

Deze rechtsvorm komt nog maar weinig voor. De coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij zijn bijzondere verenigingen. Een coöperatie komt door middel van het afsluiten van overeenkomsten op voor de materiële belangen van haar leden. De winst mag worden uitgekeerd aan leden. Er zijn drie soorten: Bedrijfscoöperatie, Consumentencoöperatie en Producten- of dienstencoöperatie.

(Bron: Ikgastarten)

Bodembeslag door de fiscus

Een hoofdregel van het Nederlandse vermogensrecht is dat er verschil is tussen ‘mijn’ en ‘dijn’. Een uitvloeisel hiervan is dat de schuldeisers van de één kunnen zich niet zomaar op de eigendommen van een ander dan de schuldenaar kunnen verhalen.Op het beginsel dat een schuldeiser zich niet op de goederen van een derde kan verhalen, bestaan een aantal uitzonderingen. Eén uitzondering is speciaal voor de Belastingdienst in het leven geroepen, voor ‘zakelijke schulden’ (zoals loonbelasting en omzetbelasting). De Belastingdienst heeft op grond van artikel 22 Invorderingswet 1990 (IW) een zogenaamd ‘bodemrecht’ op grond waarvan zij beslag kan leggen op ‘bodemzaken’. Dit is vooral interessant indien sprake is van het faillissement van de belastingplichtige, omdat het bodembeslag rust op alle bodemzaken, dus ook op bodemzaken van derden.

Bodemzaken

Onder het begrip bodemzaken vallen roerende zaken die op de bodem staan van de belastingschuldige en die ook dienstbaar zijn aan die bodem. In het geval van een winkel zijn dit bijvoorbeeld de kassa’s, de computers en de inventaris. Onder bodemgoederen vallen bijvoorbeeld niet de voorraad en de bedrijfsauto’s, deze zijn niet bedoeld voor duurzaam gebruik in de winkel zelf. Het bodembeslag van de fiscus komt op al deze bodemzaken te rusten en kan ook nog na het faillissement van de belastingplichtige worden gelegd.

Hiermee komt het bodembeslag dus ook te rusten op goederen van derden die zich duurzaam op de bodem van de failliet bevinden. Indien sprake is van bodembeslag en een faillissement, dan geldt het volgende. Het bodembeslag van de Belastingdienst op de goederen van de failliet gaat op in het faillissementsbeslag. De Belastingdienst kan zich op deze goederen niet verhalen.

Maar het bodembeslag op de goederen van een derde wordt niet door het faillissementsbeslag getroffen, want de derde is zelf niet failliet. De Belastingdienst kan de goederen van derden die onder het bodembeslag vallen dus uitwinnen om haar vorderingen voldaan te krijgen.

Dit kan natuurlijk tot vervelende situaties leiden, stel dat u verhuurder bent van stellingkasten, en uw huurder gaat failliet. Als de Belastingdienst bodembeslag legt, rust dat ook op uw stellingkasten. Het is vervolgens mogelijk dat de Belastingdienst deze goederen uitwint om haar vordering op de failliete huurder te voldoen.

Reële eigendom

Gelukkig hanteert de Belastingdienst een beleid, neergelegd in de Leidraad Invordering 1990, waarbij de reële eigendom van derden wordt ontzien. Als de derde (bijvoorbeeld een leverancier) aan kan tonen dat de bodemzaak zijn eigendom is, zal de Belastingdienst deze eigendom respecteren.

Uitzonderingen

Op dit beleid bestaan een aantal uitzonderingen. Indien de goederen wel het eigendom zijn van de leverancier, maar ter beschikking zijn gesteld aan de failliet met daarbij een afnameverplichting, dan respecteert de Belastingdienst het eigendom van de leverancier niet. Bijvoorbeeld indien sprake is van het ter beschikking stellen van een tapkraan door de leverancier in een horecagelegenheid, met de verplichting om het bier van dezelfde leverancier af te nemen.

Ook bij de zogenaamde ‘bedrijfsinmenging’ wordt de eigendom van de derde niet gerespecteerd. Bij bedrijfsinmenging zijn zaken aan de failliet ter beschikking gesteld, maar is de failliet op grond van afspraken met de leverancier in feite de vrije beschikkingsmacht en de beslissingsbevoegdheid over zijn bedrijf kwijtgeraakt aan de leverancier. De leverancier neemt dan alle beslissingen en ´runt´ dus eigenlijk het bedrijf. Deze constructies zien we vaak terug in de horecabranche.

Rechtbank Zutphen, 16 februari 2011

De Rechtbank Zutphen heeft op 16 februari 2011 over een dergelijke zaak een vonnis gewezen. In deze zaak was de horecagelegenheid FHL Horeca B.V. (FHL), uitbater van café “De 4 Jaargetijden”, failliet. FHL had in haar café de beschikking over een bedrijfsinventaris, die niet haar eigendom was. Deze bedrijfsinventaris is in het kader van de franchiseovereenkomst ter beschikking gesteld door De Vier Jaargetijden B.V. De Belastingdienst had vanwege haar vordering op FHL bodembeslag gelegd op de bedrijfsinventaris. De Vier Jaargetijden B.V. is hiertegen in verzet gekomen, met als onderbouwing dat de inventaris haar (reële) eigendom is.

Stellingen Belastingdienst

De Belastingdienst meent dat sprake is van ‘bedrijfsinmenging’. Zij voert aan dat de bedrijfsvoering van FHL zonder de bedrijfsinventaris ondenkbaar is. Volgens de Belastingdienst kan De Vier Jaargetijden als (mede) ondernemer worden beschouwd en daardoor ook (mede) verantwoordelijk worden gehouden voor de belastingschuld van FHL. De vennootschappen en bestuurders maken deel uit van dezelfde groep, en de bestuurders van De Vier Jaargetijden zouden als de werkelijke ondernemers hebben te gelden. Om deze reden acht de Belastingdienst het gerechtvaardigd dat ze verhaal kan nemen op de zaken van De Vier Jaargetijden, wat een ruime uitleg in zou houden van de uitzondering ‘bedrijfsinmenging’.

Oordeel Rechtbank

De Rechtbank volgt dit betoog van de Belastingdienst niet. In de eerste plaats oordeelt de Rechtbank dat er geen  sprake was van goederen op de bodem van FHL, waardoor dus ook bodembeslag niet mogelijk was. Maar zelfs als de bodem wel aan FHL had toebehoort, zou de vordering van de Belastingdienst stranden. Er is geen sprake van een afnameverplichting, noch was er sprake van bedrijfsinmenging. Aangezien De Vier Jaargetijden B.V. buiten de bedrijfsvoering van FHL staat, kan zij niet als (mede)ondernemer beschouwd worden.

Met betrekking tot het betoog dat De Vier Jaargetijden B.V. dient te worden aangemerkt als ‘mede-ondernemer’, oordeelt de Rechtbank dat slechts onder bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat om voorbij te gaan aan het identiteitsverschil tussen rechtspersonen. De door de Belastingdienst gestelde feiten en omstandigheden rechtvaardigen deze vereenzelviging niet. De door de Belastingdienst aangevoerde feiten en omstandigheden leiden er dus niet toe dat zij de reële eigendom van De Vier Jaargetijden B.V. mag negeren. De Belastingdienst staat dus met lege handen.

Conclusie

Bij reële eigendom van derden dient de Belastingdienst deze eigendom te respecteren. Zij mag deze goederen van derden dus niet uitwinnen om haar vorderingen voldaan te krijgen. Op het beginsel dat de reële eigendom van derden dient te worden gerespecteerd, bestaan uitzonderingen. In de bovengenoemde zaak heeft de Belastingdienst geprobeerd een ruime uitleg aan deze uitzonderingen te geven. De Rechtbank Zutphen is daar in deze casus niet in mee gegaan. De reële eigendom van De Vier Jaargetijden B.V. wordt gerespecteerd en de Belastingdienst mag de bedrijfsinventaris die toebehoort aan De Vier Jaargetijden B.V. dus niet uitwinnen om haar vorderingen op FHL voldaan te krijgen.

Indien u wordt geconfronteerd met een bodembeslag door de Belastingdienst is het van belang om op korte termijn tegen dit beslag bezwaar te maken, waarbij u aantoont dat de goederen uw reële eigendom zijn. Doet u dit niet, loopt u het risico dat de Belastingdienst zich verhaalt op uw goederen.

(Bron: DirkZwager)