bpm en btw, wanneer is een auto gebruikt en betaalt u mogelijk minder belasting

Bij de aanschaf van een auto is het van belang of een auto fiscaal ‘nieuw’ is. Dit is namelijk van invloed op de hoogte van een tweetal autobelastingen: de bpm en btw.

Wanneer is uw auto nieuw en wanneer gebruikt? En zijn de regels voor de bpm, belasting voor personenauto’s en motorrijwielen, en btw gelijk?

Wat is ‘gebruikt’ voor de bpm?

Het bedrag van de bpm dat u betaalt, en waarover u bpm betaalt, is afhankelijk van het motorrijtuig en het tarief van de bpm. Als een auto ‘gebruikt’ is, betaalt u minder bpm. Vanaf wanneer is dat het geval? Onlangs besliste de rechter dat een auto nieuw is als deze na de vervaardiging ervan niet of nauwelijks in gebruik is geweest. De auto in de betreffende zaak was maar drie dagen oud en had een tellerstand van 29 kilometer. Een dermate gering gebruik betekende volgens de rechter dat de auto nog steeds nieuw was en dus moest de volledige bpm betaald worden.

Tip: in een aantal gevallen hoeft u geen bpm te betalen. Bijvoorbeeld als u gebruik kunt maken van de ondernemersvrijstelling.

Auto importeren en bpm

Het aantal personen dat tegenwoordig zelf een gebruikte auto uit het buitenland haalt, neemt snel toe. Bent u dit ook van plan? Houd er dan rekening mee dat bij invoer van een gebruikte auto bpm betaald moet worden. Hoeveel bpm u betaalt, is afhankelijk van de leeftijd van de auto en is uitgedrukt in een percentage van de oorspronkelijke bpm.

Tip: de bpm voor een gebruikte auto kunt u op verschillende manieren berekenen. U mag de voordeligste manier toepassen. Op de site van de Belastingdienst vindt u deze methode.

En wat is gebruikt voor de btw?

De definitie van ‘gebruikt’ voor de btw wijkt af van die voor de bpm. Voor gebruikte auto’s die u importeert hoeft u geen btw te betalen, want die betaalt u al in het land van aankoop. Voor een nieuwe auto wel. Voor de btw is een auto gebruikt als deze meer dan zes maanden op kenteken staat én meer dan 6.000 km op de teller heeft.

Let op! Is aan één van beide voorwaarden niet voldaan, dan is de auto voor de btw nieuw en betaalt u gewoon de Nederlandse btw.

Heeft u vragen over de definitie van ‘nieuw’ bij invoer van een auto, neem dan contact met ons op.

(Bron: HLB)

Belastingvrij uw bv overdragen en preferente aandelen, oppassen geblazen!

Een bedrijfsopvolging kan op verschillende manieren worden gerealiseerd. Een van de mogelijkheden is een structuur met preferente aandelen. Hierbij worden de bestaande aandelen van de overdrager omgezet in (cumulatief) preferente aandelen in combinatie met de uitgifte van gewone aandelen aan de opvolger. Met name in het verleden zijn veel bedrijfsopvolgingen op deze manier vormgegeven.

Waarom (cumulatief) preferente aandelen?

Preferente aandelen geven de uittreder recht op een vaste vergoeding in de vorm van een dividend (gebruikelijk was in het verleden 7%). De overdrager is daarmee na overdracht ‘verzekerd’ van een jaarlijks inkomen, tenzij er geen winst wordt gemaakt in de onderneming. Cumulatief preferent betekent dat indien in enig jaar geen of te weinig dividend uitgekeerd kan worden aan de overdrager, het tekort de jaren daarna ingehaald moet worden. Het voordeel voor de overnemer is dat hij geen financiering nodig heeft voor de overname, terwijl de waardegroei van de onderneming direct volledig aan hem toekomt.

Door het vertrouwen dat je als overdrager moet hebben in de opvolger, wordt deze vorm van overdracht vooral toegepast bij familiebedrijven. Je bent als overdrager immers afhankelijk van de winstgevendheid van de opvolger. Maakt de opvolger geen winst, dan heeft de overdrager geen dividend. Met name in de crisisjaren leidde deze structuur ertoe dat de overdrager het overeengekomen dividend percentage niet volledig ontving en er voor de opvolger überhaupt geen winst resteerde.

Bedrijfsopvolgingsregelingen – oppassen geblazen!

Het fiscale voordeel van (cumulatief) preferente aandelen boven een gewone verkoop van aandelen is dat de mogelijkheid tot toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij schenking of vererving van de preferente aandelen blijft bestaan.

Het is wel goed opletten, want in de praktijk blijkt dat de fiscale faciliteiten zonder nadere actie veelal niet kunnen worden toegepast op de preferente aandelen. Voor de schenking of vererving van preferente aandelen gelden namelijk aanvullende voorwaarden waaraan cumulatief moet worden voldaan:

  • De preferente aandelen zijn ontstaan door omzetting van een eerder door erflater of schenker gehouden aanmerkelijk belang van gewone aandelen.
  • Tegelijkertijd met de omzetting tot preferente aandelen zijn gewone aandelen toegekend aan de overnemer.
  • Ten tijde van de omzetting dreef de vennootschap een onderneming.
  • De verkrijger is reeds voor ten minste 5% aandeelhouder van de gewone aandelen ten tijde van de verkrijging van de cumulatief preferente aandelen.

Met name de laatste voorwaarde verhindert in de praktijk vaak de toepassing van de faciliteiten. Stel dat dochter de onderneming van vader (100% eigenaar) heeft overgenomen gebruik makend van een preferente aandelen structuur. Als bij overlijden van vader, zijn vermogen vererft naar moeder, zoon en dochter, dan kunnen de faciliteiten alleen worden toegepast voor zover de preferente aandelen worden verkregen door dochter. Als de nalatenschap zo wordt verdeeld dat moeder de volledige nalatenschap ontvangt met een schuld aan de kinderen (hetgeen in Nederland niet ongebruikelijk is) kunnen de faciliteiten in zijn geheel niet worden toegepast.

Het is bij een bedrijfsopvolging met preferente aandelen dus goed oppassen dat de gunstige faciliteiten niet worden verspeeld. Indien u in het verleden gebruik heeft gemaakt van een (cumulatief) preferente aandelenstructuur of voornemens bent om dit te doen, adviseren we u om contact met ons op te nemen. Er zijn namelijk mogelijkheden om te zorgen dat de faciliteiten wel kunnen worden toegepast.

(Bron: DRV)

Vraag huurder deze maand om gebruiksverklaring als u met btw verhuurt

Bezit u onroerend goed dat u btw-belast verhuurt? Controleer dan deze maand of uw huurder afgelopen jaar aan de voorwaarden heeft voldaan. Vraag uw huurder dit ook schriftelijk te bevestigen.

Belaste verhuur

U kunt alleen kiezen voor het btw-belast verhuren van uw onroerend goed als uw huurder het pand voor ten minste 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt. Doet u huurder dat niet (langer), dan moet u over het algemeen vrijgesteld verhuren.

Let op! Is de huurder een werkgeversorganisatie, makelaar (onroerende zaken), reisbureau, arbodienst, postvervoerder of radio- of televisieorganisatie, dan is een gebruik van ten minste 70% voor btw-belaste prestaties al voldoende.

Als een huurder in 2016 niet heeft voldaan aan het 90%- (of 70%-) criterium dan hoeft u niet meteen de huur met terugwerkende kracht te corrigeren naar btw-vrijgestelde verhuur. Belangrijkste voorwaarde hiervoor is dat de huurder tevoren redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien dat hij niet aan het criterium zou voldoen. Wij kunnen u nader informeren over de voorwaarden.

Gebruiksverklaring huurder

Een huurder die in 2016 een pand niet voor ten minste 90% (of 70%) voor belaste prestaties heeft gebruikt, moet de verhuurder daarvan uiterlijk 28 januari 2017 op de hoogte brengen door middel van een door hem ondertekende verklaring. Een afschrift van deze verklaring moet de huurder ook naar de Belastingdienst zenden.

Tip: Er zijn weinig huurders die van deze verplichting op de hoogte zijn. Vraag daarom zelf aan uw huurder om uiterlijk 28 januari 2017 aan u schriftelijk te verklaren dat hij uw pand voor ten minste 90% (of 70%) voor belaste prestatie heeft gebruikt.

Gevolgen niet langer belast verhuren

Als u niet langer belast kunt verhuren, heeft dit gevolgen voor uw inkoop-btw op bijvoorbeeld onderhoud. Deze is dan niet langer aftrekbaar. U kunt zelfs te maken krijgen met het gedeeltelijk herzien van de btw die u destijds bij de aankoop van het pand in aftrek heeft gebracht.

Overleg met ons (richard.overweg@ambitions.nu) over de gevolgen van de overgang van btw-belaste naar btw-vrijgestelde verhuur in uw specifieke situatie.

(Bron: HLB)

Laatste btw-aangifte van het jaar

In de laatste aangifte van het jaar neemt u een aantal afrekeningen op over het afgelopen kalenderjaar. U betaalt dan onder andere voor privégebruik van goederen en diensten die tot uw bedrijf behoren een gedeelte van de btw terug die u eerder hebt afgetrokken.

Privégebruik

Als u een bedrijf hebt, kan het gebeuren dat u ook privé gebruikmaakt van goederen of diensten uit uw bedrijf. Als u de btw over deze goederen of diensten eerder hebt afgetrokken als voorbelasting, moet u voor het privégebruik btw terugbetalen.

Auto

Ook voor de auto van de zaak betaalt u voor het privégebruik btw terug in de laatste btw-aangifte van het jaar.

Belaste en vrijgestelde omzet

Hebt u zowel omzet waarover u btw moet betalen, als omzet die is vrijgesteld van btw? Dan hebt u waarschijnlijk kosten en inkopen voor zowel de belaste als de vrijgestelde omzet. U maakt dan voor de aftrek van de belasting een inschatting van de uitgaven die u doet voor belaste omzet. De btw die u betaalt hebt over kosten en inkopen die u gebruikt voor belaste omzet, mag u aftrekken als voorbelasting. Aan het einde van het jaar bekijkt u of deze inschatting klopt. Als u btw moet corrigeren, doet u dit in de laatste aangifte van het jaar.

Personeelsvoorzieningen

Btw over personeelsvoorzieningen, giften en relatiegeschenken is beperkt aftrekbaar. Alleen als u per jaar per werknemer of relatie niet meer uitgeeft dan € 227, kunt u de btw hierover aftrekken. Hebt u meer uitgegeven en hebt u de btw hierover afgetrokken als voorbelasting, dan corrigeert u in de laatste aangifte uw voorbelasting.

Kleineondernemersregeling

Krijgt u per maand of kwartaal belastingvermindering vanwege de kleineondernemersregeling? En blijken de schattingen aan het eind van het jaar te hoog of te laag? Dan dient u bij Vermindering vanwege de kleineondernemersregeling dit te corrigeren.

 

Twijfelt u over bovenstaande regelingen wel goed verwerkt zijn in uw administratie? Neem gerust contact met ons op via richard.overweg@ambitions.nu of 06-57592486

Het vaak vergeten Besluit Uitsluiting Aftrek van voorbelasting (BUA)

Jaarlijks dient er in de laatste aangifte van het jaar een correctie gemaakt te worden op de btw die in aftrek is gebracht voor het privégebruik of het gebruik voor persoonlijke behoeften van het personeel: de zogenaamde BUA-correctie. Veelal een vergeten item en een aandachtspunt van de Belastingdienst bij een belastingcontrole.

Het BUA sluit de aftrek van btw op kosten voor het persoonlijk gebruik van de ondernemer of zijn personeel uit. Het BUA kent drie categorieën waarvoor de aftrek van btw is uitgesloten:

  1. Het voeren van een zekere staat. Dat wil zeggen handelingen in de persoonlijke levenssfeer van iemand waarmee men een bepaalde status probeert te voeren.
  2. Het geven van relatiegeschenken of giften in natura aan relaties die geen recht op aftrek van btw hebben, zonder dat hiervoor een vergoeding wordt gevraagd of een vergoeding die lager is dan de kostprijs.
  3. Personeelsvoorzieningen, zoals loon in natura, het verlenen van huisvesting, sport en ontspanning en andere handelingen voor persoonlijk gebruik.

Daarnaast is nog een aantal afzonderlijke uitsluitingen geregeld. Dit zijn de kantineregeling en het ter beschikking stellen van een fiets voor woon-werkverkeer.

De ondernemer mag de btw die op deze kosten ziet in eerste instantie gewoon in aftrek brengen conform zijn aftrekrecht. Aan het eind van het jaar vindt hierop een correctie plaats als het totaalbedrag per werknemer van bovengenoemde prestaties het drempelbedrag van € 227 (exclusief btw) overschrijdt. Wordt het bedrag overschreden, dan is de aftrek volledig uitgesloten en moet de btw als verschuldigd worden aangegeven. Als de werknemer een eigen bijdrage voldoet, dan telt dit deel niet mee voor de berekening van het totaalbedrag.

Naast de BUA-correctie dient ook jaarlijks een btw-correctie gemaakt te worden voor het privégebruik van een auto van de zaak. Bekeken dient te worden op basis van het werkelijk gebruik van de auto welk deel van de kilometers zakelijk was en welk deel privé. Dit kan gedaan worden aan de hand van de kilometeradministratie. De verdeelsleutel die hieruit volgt, dient te worden toegepast op de btw die op de (kosten ten aanzien van de) auto zag. Het deel wat zag op de zakelijke kilometers kan in aftrek worden gebracht. Het overige deel niet. Mocht een kilometeradministratie niet voorhanden zijn, dan mag ook het forfait van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto als correctie worden opgegeven.

De ervaring leert dat nogal eens vergeten wordt jaarlijks een BUA-berekening te maken en een eventuele correctie te maken. Bij een controle van de Belastingdienst is dit dan ook vaak een onderdeel wat gecontroleerd wordt. Om een inventarisatie van de risico’s te maken of voor hulp bij het maken van de jaarlijkse berekening en eventuele correctie, kunnen wij u uiteraard helpen!

(Bron: Schipper Groep)

Het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW

In artikel 1:88 van het Burgerlijk Wetboek is het zogenaamde toestemmingsvereiste vastgelegd. Op basis van artikel 1:88 BW is voor het verrichten van bepaalde rechtshandelingen door de ene echtgenoot toestemming van de andere echtgenoot nodig. In artikel 1:88 BW is geregeld voor welke rechtshandelingen dit toestemmingsvereiste geldt.

Toestemming van de andere echtgenoot is bijvoorbeeld nodig bij de verkoop van de echtelijke woning, bovenmatige giften, borgstellingen en koopovereenkomsten op afbetaling die niet onder de normale uitoefening van een beroep of bedrijf vallen. Artikel 1:88 BW beperkt zich dus tot niet alledaagse rechtshandelingen die van grote invloed kunnen zijn op het leven van de echtgenoten.

Schending van artikel 1:88 BW leidt op basis van artikel 1:89 BW tot een vernietigingsbevoegdheid van de andere echtgenoot. Dit betekent dat de andere echtgenoot de rechtshandeling waarvoor de toestemming is vereist kan vernietigen wanneer deze toestemming niet is gegeven. Vernietiging van een rechtshandeling heeft terugwerkende kracht. Dit betekent dat partijen in de situatie moeten worden gebracht waarin zij zouden hebben verkeerd wanneer de rechtshandeling nooit had plaatsgevonden.

Het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW is door de wetgever in het leven geroepen om de echtgenoten, in het belang van het gezin, tegen elkaar te beschermen tegen het verrichten van rechtshandelingen die gezien het onderwerp of de aard daarvan een groot financieel risico met zich brengen.

Toestemming geven is vormvrij en kan dus ook mondeling worden gegeven. Voor het bewijs van het geven van toestemming is het wel aan te raden om de toestemming schriftelijk vast te leggen. Door het geven van toestemming wordt de andere echtgenoot geen partij bij de overeenkomst.

Toestemmingsvereiste geldt alleen voor echtgenoten

Het toestemmingsvereiste van 1:88 BW geldt alleen voor echtgenoten en geregistreerde partners. Samenwonenden – met of zonder samenlevingsovereenkomst – kunnen op artikel 1:88 BW geen beroep doen. Ook na een echtscheiding of een scheiding van tafel en bed kan de andere echtgenoot de overeenkomst nog vernietigen.

Zoals gezegd kan de andere echtgenoot in een aantal gevallen de rechtshandeling vernietigen.

De echtelijke woning

Op basis van artikel 1:88 BW lid 1 sub a is toestemming vereist voor bijvoorbeeld de verkoop of de verhuur van de echtelijke woning of tot verpanding van bijvoorbeeld een deel van de inboedel. Onder woning moet tevens worden verstaan een woonboot of stacaravan. Het maakt hierbij niet uit of beide echtgenoten in de woning leven of dat er maar één echtgenoot in de woning leeft.

Dit betekent dat voor een veelvoud aan rechtshandelingen met betrekking tot de woning en de inboedel van de echtgenoten de toestemming van de andere echtgenoot is vereist. Denk hierbij aan het vestigen van een hypotheekrecht op de woning, het verhuren van de woning of het vestigen van een pandrecht op een deel van de inboedel.

Giften

Op basis van artikel 1:88 lid 1 sub b BW is toestemming vereist van de andere echtgenoot bij giften die een echtgenoot heeft gedaan. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als uw echtgenoot een groot deel van uw beiden vermogen aan een goed doel wil schenken. Dit heeft ook voor u verstrekkende gevolgen. U moet alleen toestemming geven voor de giften van uw echtgenoot wanneer de gift bovenmatig of ongebruikelijk is. Of dit het geval is, is afhankelijk van de omstandigheden zoals bijvoorbeeld de hoogte van de gift en de financiële positie van de echtgenoten.

Borgstelling

Op grond van artikel 1:88 lid 1 sub c BW is de overeenkomst die er toe strekt dat een echtgenoot zich bijvoorbeeld als borg of hoofdelijk schuldenaar voor de schuld van een ander verbind, vernietigbaar indien niet is voldaan aan het toestemmingsvereiste.

Deze toestemming is niet vereist wanneer de rechtshandeling in de normale uitoefening van het beroep of bedrijf is uitgevoerd.

Van deze uitzondering is slechts in uitzonderingsgevallen sprake. De echtgenoot dient zich in deze gevallen beroeps-of bedrijfsmatig bezig te houden met dit soort rechtshandelingen.

Indien een echtgenoot zich bijvoorbeeld in privé hoofdelijk verbonden heeft voor de lening die de bank aan zijn onderneming heeft verstrekt, dan is daarvoor in beginsel de toestemming van de andere echtgenoot nodig. Indien die toestemming niet is gegeven, dan kan die andere echtgenoot de afspraak dat de ene echtgenoot hoofdelijk aansprakelijk is voor de lening vernietigen.

Koop op afbetaling

Op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d BW is toestemming van de andere echtgenoot vereist voor het aangaan van een overeenkomst tot koop op afbetaling.

Een koop op afbetaling kan bijzonder grote risico’s met zich meebrengen. Zoals vermeld, is de toestemming van de andere echtgenoot vereist bij overeenkomsten van koop op afbetaling indien deze niet geschieden in de normale uitoefening van het bedrijf van de ene echtgenoot.

De Hoge Raad heeft zich wat betreft de koop op afbetaling over artikel 1:88 BW en 1:89 BW uitgesproken. De Hoge Raad stelt voorop dat het doel van het toestemmingsvereiste is om echtgenoten, in hun belang en dat van het gezin, tegen elkaar te beschermen, onder meer wat betreft het verrichten van rechtshandelingen die kunnen ingrijpen in hun financiële positie, zoals die tot het aangaan van een koop op afbetaling.

Heeft u problemen met een hypotheek of met een koop op afbetaling en heeft u aan uw echtgenoot geen toestemming gegeven om de onderliggende overeenkomst aan te gaan? Dan is het raadzaam om na te gaan of u van de vernietigingsbevoegdheid uit artikel 1:88 jo. 1:89 BW gebruik kunt maken. Denk hierbij aan de verjaringstermijn van artikel 3:52 BW, waarover in een later blog meer!

(Bron: Wienen & Van Tellingen)

Voorkom deze fouten bij het aanvragen van een octrooi

Met technologische vernieuwing worden ook octrooien steeds belangrijker. Zo steeg in 2015 het aantal Europese octrooien dat werd verleend aan Nederlandse bedrijven met 17 procent naar tweeduizend, het hoogste aantal in tien jaar.

Tom Beetz, lid van het bestuur van de Orde van Octrooigemachtigden, noemt een reeks veelgemaakte fouten die aanvragers maken. Onlangs presenteerde de orde het boek Octrooi als handleiding voor octrooiaanvragen.

Te vroeg publiceren over je uitvinding

Houd het enthousiasme over een nieuwe uitvinding en de technologische vernieuwing in toom. Het publiceren van een uitvinding kan er zomaar voor zorgen dat een octrooiaanvraag niet wordt ingewilligd. Om een octrooi aan te vragen op een uitvinding moet die technologie onder andere nieuw en innovatief zijn. Door een uitvinding te publiceren, is de nieuwheid weg.

“Publiceren moet je heel breed zien”, legt Beetz uit. “Ik kan mij een klant herinneren die mij opbelde vanuit een beurs waar hij stond met een uitvinding. Hij vertelde dat er veel belangstelling was voor zijn vernieuwing en hij het wel wilde octrooieren. Maar dan heb je al het probleem, want dan kun je het al openbaar hebben gemaakt.”

Belangrijk hierbij is dat geen onderscheid wordt gemaakt of de uitvinder zelf de technologie openbaar heeft gemaakt of dat iemand anders dat heeft gedaan.

Vanwege deze regel is het belangrijk om geheimhoudingsverklaringen te gebruiken bij eventuele overleggen met bijvoorbeeld een producent. “Op dat moment is het niet openbaar. Openbaar is in principe wanneer iedereen er toegang tot kan hebben. Het kan openbaar zijn gemaakt zonder dat iemand het heeft gezien. Dat maakt niet uit, want in dat geval was het wel mogelijk geweest.”

Beetz waarschuwt, het ligt niet allemaal zo zwart-wit wanneer iets als ‘openbaar’ wordt beschouwd.

Knutsel niet zelf wat in elkaar

“Een ander veelvoorkomende fout is als een uitvinder het allemaal zelf denkt te weten. Die gaat zelf wat knutselen en het dan indienen. Dat is allemaal veel goedkoper en het resultaat is in bijna alle gevallen rampzalig. Met als gevolg dat hij helemaal niks heeft en wel een openbaarmaking heeft gedaan.”

Betaal jaartaksen en wees nauwkeurig in de aanvraag

Er moet een bedrag worden betaald om de octrooiaanvraag in stand te houden. Als een betaling wordt gemist, krijgt een octrooihouder zes maanden respijt, maar uiteindelijk dreigt een heel octrooi te vervallen. Als dat gebeurt kan het niet meer worden hersteld en is het octrooi “dood”.

Ook de vorm waarin een aanvraag wordt gedaan, moet voldoen aan allerlei eisen. Dat gaat dan om regelmarge of de lettergrootte. “Het lijkt flauwekul en dat is het natuurlijk ook, maar het zijn wel formele eisen en als je er niet aan voldoet, dan gaat het mis.”

(Bron: Nu.nl)

Moet ik mijn pensioen delen met mijn ex?

Echtscheiding ná 30 april 1995
Zijn jullie gescheiden na 30 april 1995? Dan geldt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps). Deze wet houdt in dat jij de helft van jouw tijdens de huwelijksperiode opgebouwde pensioen op moment van uitkering moet betalen aan je ex-partner.

Als jullie niet of niet tijdig melden welke afspraken zijn gemaakt, dan geldt alsnog dit recht op verdeling, maar moeten jullie dit onderling regelen. Het aan je ex-partner te betalen deel is een bruto bedrag. Voor de pensioengerechtigde, voor jou, kun je de betaalde bedragen van je belastbaar inkomen in mindering brengen en bij de ex wordt dit belast in de inkomstenbelasting.

Welke pensioenen worden verdeeld?
Er zijn een aantal soorten pensioenen die bij de scheiding wel of niet wordt verdeeld. We hebben ze voor je op een rijtje gezet.

Werknemerspensioen
Het ouderdomspensioen dat tijdens de huwelijkse periode is opgebouwd wordt volgens de Wet verevening vensioenrechten bij scheiding verdeeld.

Partnerpensioen
Het partnerpensioen wordt bij scheiding niet verdeeld, maar volledig omgezet in een bijzonder partnerpensioen. Het is belangrijk om bij een scheiding ook hierover afspraken te maken en deze te melden bij de pensioenuitvoerder.

Zelf gespaard pensioen
Zelf bij het pensioenfonds gespaard pensioen valt onder de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Zelf gespaard pensioen in een lijfrente of op een spaarrekening wordt meegenomen in de vermogensverdeling.

Andere afspraken maken over pensioenverdeling
Het is mogelijk om andere afspraken te maken over het te betalen pensioen aan je ex-partner. Kiezen jullie voor een overlegscheiding, dan zullen jullie onder begeleiding van een mediator kijken wat mogelijk is en wat jullie allebei graag willen. Soms wordt een andere verdeling afgesproken, of misschien zelfs helemaal geen verdeling. Jullie behouden dan ieder je eigen pensioen. Het is belangrijk om een goed overzicht te hebben van de financiële gevolgen, van zowel jou als van je partner, als jullie besluiten om het pensioen wel of niet te verdelen.

Een andere mogelijkheid is het omzetten van het gedeelde pensioen naar een eigen pensioen voor je ex. Dit wordt ook wel conversie genoemd.  Dit houdt in dat beide partners hun deel ontvangen wanneer zij de eigen pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Het voordeel hiervan is dat de ex die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd, niet meer afhankelijk is van de andere ex-partner. Het deel wordt namelijk gezien als eigen pensioen. Een nadeel is wel dat je als pensioenopbouwer je deel niet meer terugkrijgt wanneer je ex-partner overlijdt. Let wel op: conversie is niet terug te draaien.

AOW ook te verdelen?
AOW is individueel. Je hoeft dit dus niet te delen met je partner. Heb je al AOW en ga je scheiden? Dan krijg je een alleenstaande AOW. Wil je weten hoe dit precies zit en hoe je dit regelt? Een van onze juristen geeft je graag antwoord.

Afspraken over je pensioen vastleggen in convenant
De afspraken die jullie maken over je ouderdomspensioen, worden vastgelegd in een convenant. Als jullie scheiding definitief is, moeten jullie binnen twee jaar nadat de scheiding is afgerond, de gemaakte afspraken over jullie pensioen bij je pensioenverzekeraar of pensioenfonds bekend maken.

Als je er samen met je ex-partner voor kiest om het opgebouwde ouderdomspensioen te verdelen en de gemaakte afspraken zijn binnen 2 jaar nadat de echtscheiding is ingeschreven aan de pensioenverzekeraar gemeld,  dan zal deze ervoor zorgen dat het deel  voor jouw ex-partner rechtstreeks wordt voldaan vanaf het moment dat je met pensioen gaat.

Worden de gemaakte afspraken niet binnen 2 jaar nadat de echtscheiding is ingeschreven aan de pensioenverzekeraar gemeld, dan heeft je ex-partner evengoed recht op een deel van jouw pensioen. Echter, dit wordt niet door de pensioenverzekeraar aan de ex betaald,  maar jij dient dit zelf over te maken. Om hierover problemen en discussies te voorkomen is het dus raadzaam om de pensioenverzekeraar tijdig te informeren.

Melding kan alleen met het formulier ‘Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen’. Dit formulier kun je downloaden vanaf de website van de Rijksoverheid.

Pensioen ondergrens – geen verdeling
Het pensioen wordt niet altijd verdeeld. In de wet is er een ondergrens bepaald voor de uitbetaling door de pensioenuitvoerder. Deze ondergrens bedraagt € 465,95 bruto per jaar (2016). Indien het deel van je ex partner, na het verdelen van het pensioen, onder dit bedrag valt zal het pensioen niet worden verdeeld.

 

Laat je goed informeren
Als je gaat scheiden is het dus belangrijk om, na goed advies, afspraken te maken over de pensioenen. Ook al is het pensioen nog ver weg. Gaan jullie scheiden? Laat je dan goed informeren over de mogelijkheden en gevolgen voor het pensioen van jou en je ex-partner.

(Bron: Jurofoon)

Let op bij negatief ondernemingsvermogen en huwelijkse voorwaarden

Onderneemt u samen met uw partner en bent u gehuwd onder huwelijkse voorwaarden? Dan kan bij overlijden of scheiden een probleem ontstaan als één van u een negatief ondernemingsvermogen heeft. U kunt dit voorkomen door alert te zijn op negatieve vermogens en dit waar mogelijk aan te zuiveren. Zo bespaart u op erfbelasting.

Waardoor ontstaat negatief vermogen?
Het negatieve vermogen kan mede ontstaan door een bepaalde toerekening van stortingen en onttrekkingen op grond van de huwelijkse voorwaarden. Als de meest vermogende echtgenoot overlijdt, vererft zijn of haar hele vermogen. Met een andere uitwerking van de huwelijkse voorwaarden had dit vermogen lager kunnen zijn, waardoor de erfgenaam minder erfbelasting hoeft te betalen.

Een simpel praktijkvoorbeeld:
Op de balans van de onderneming is het ondernemingsvermogen als volgt:

Man                             € 150.000 (werkelijke waarde € 700.000)

Vrouw                          -/- € 60.000

Bij overlijden van de man vererft € 700.000. De erfbelasting na toepassing van de vrijstelling bedraagt circa € 10.000. Waren de huwelijkse voorwaarden anders uitgewerkt en was het negatieve vermogen van de vrouw aangezuiverd tot € 0, dan bedroeg de nalatenschap € 640.000. De erfbelasting bedraagt in dit geval € 4.000 in plaats van € 10.000. Let ook op de gevolgen bij echtscheiding. Bij echtscheiding had de vrouw in dit geval € 60.000 moeten betalen aan de man.

Tip
Bespreek de gevolgen van negatieve ondernemingsvermogen en let goed op een juiste uitwerking van uw huwelijkse voorwaarden.

Mail richard.overweg@ambitions.nu of bel 06-57592486 gerust als u vragen heeft over dit artikel.

Volledige nalatenschap naar goed doel

‘Kunnen we het goede doel niet vragen of ze genoegen willen nemen met minder?’, vraagt Cees-Jan mij voorzichtig. Ik leg Cees-Jan uit dat het altijd mogelijk is om een dergelijk verzoek te doen, maar dat de praktijk leert dat goede doelen in bijna alle gevallen vasthouden aan wat er in het testament is vastgelegd. De laatste wil van de overledene moet tenslotte worden gerespecteerd. ‘Met andere woorden, vader had het zo gewild’, vat Cees- Jan gelaten samen.

Onverwacht

Steeds vaker worden erfgenamen onverwacht geconfronteerd met een bepaling in het testament waarin staat dat het positieve vermogen van de nalatenschap toekomt aan een goed doel. En daar waar de gedachte van de overledene misschien nobel en begrijpelijk is, vinden erfgenamen het vaak lastig om te accepteren dat niet zij het geld ontvangen, maar iemand die de overledene nooit heeft gekend. Dat terwijl de erfgenamen wel zelf de erfenis moeten regelen en niet zelden hun dierbare familielid hebben verzorgd tot aan het bittere einde.

Procedure

Soms halen dergelijke erfrechtelijke kwesties het nieuws. Misschien herinner je je het verhaal van de miljonair Arend Broekhuis nog. Hij  liet zijn erfenis van 26 miljoen en een groot landhuis na aan twee goede doelen. Volgens zijn familie had hij dit gedaan omdat hij ziek was en daardoor in de war. Bovendien zou het goede doel hem al tijdens zijn leven hebben benaderd over zijn erfenis. Toch wilden de goede doelen niet in gesprek met de familie. Daarom startte de familie in 2015 een gerechtelijke procedure. De uitkomst is nog onbekend.

Wilsbekwaam

‘Heeft zo’n procedure eigenlijk wel zin?’, vraagt Cees-Jan geïnteresseerd. Ik leg hem uit dat je in zeer uitzonderlijke gevallen het testament kunt aanvechten. Je moet dan wel medische verklaringen, van artsen en specialisten, kunnen overleggen welke aantonen dat de betrokkene niet wilsbekwaam was op het moment van het opstellen van het testament. Kort gezegd: vader was als gevolg van zijn ernstige (geestelijke) ziekte niet in staat om de gevolgen van zijn handeling ten volle te overzien. Een testament zal echter niet snel nietig worden verklaard door een rechter. Notarissen zijn beroepshalve verplicht strenge regels en protocollen te volgen om de wilsbekwaamheid van de persoon op meerdere momenten en manieren te toetsen.

Legitieme portie

Daarnaast vertel ik Cees-Jan dat hij in ieder geval aanspraak kan maken op zijn legitieme portie. Daar kunnen de kinderen van overledene binnen vijf jaar na overlijden aanspraak op maken, ook als ze in het testament zijn onterfd. Het is dus niet zo dat Cees-Jan helemaal niets zal erven, ook al lijkt dat wel in het testament te staan.

(bron: DAS)