Postbusadres op factuur voldoende voor aftrek van voorbelasting

Het EU-Hof van Justitie heeft de vragen beantwoord van het Duitse Bundesfinanzhof over de factuurvereisten voor de aftrek van voorbelasting. De Duitse rechter wilde weten of een factuur voldoet aan de eis van het “volledige adres” in de zin van artikel 226, onderdeel 5, van de BTW-richtlijn, wanneer de ondernemer die goederen heeft geleverd of diensten heeft verricht, op de door hem uitgereikte factuur een adres vermeldt waar hij weliswaar per post bereikbaar is, maar waar hij geen economische activiteit uitoefent. De vragen waren gesteld in zaak van autohandelaar RGEX GmbH die over 2008 een aftrek van voorbelasting claimde voor van EXTEL GmbH afgenomen motorvoertuigen. De Duitse Belastingdienst weigerde de aftrek, omdat het op de facturen van EXTEL genoemde adres slechts een postbusadres was waar EXTEL geen economische activiteiten verrichtte. De andere zaak betrof die van Igor Butin die ook in motorvoertuigen handelde. De Duitse Belastingdienst weigerde zijn BTW-aftrek met betrekking tot facturen van een leverancier die uitsluitend via internet handelde en op de facturen vermelde adres een brievenbusadres waar de leverancier alleen de post ophaalde. Het EU-Hof besliste dat de BTW-richtlijn zo moet worden uitgelegd dat die zich verzet tegen een nationale regeling die als voorwaarde voor de uitoefening van het recht op aftrek van voorbelasting stelt dat op de factuur het adres is vermeld van de plaats waar de opsteller van deze factuur zijn economische activiteit uitoefent.

(Bron: FUTD)

Onbelaste bonus voor de dga

Als dga bent u voor de fiscus gewoon een werknemer. Met alle bijbehorende voordelen, zoals de werkkostenregeling. Hoe kunt u daar nu van profiteren?

Vrije ruimte

Volgens de werkkostenregeling mag u jaarlijks 1,2% van de totale loonsom van uw bv besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen, de zogenaamde vrije ruimte. Bij een loonsom van bijvoorbeeld € 500.000 is dit dus € 6.000. Een werknemer kan ook meer aan vergoedingen en verstrekkingen krijgen dan 1,2% van zijn loonsom, maar dan houdt de bv dus minder over voor de overige werknemers.

Onbelaste vergoedingen en verstrekkingen

Vergoedingen en verstrekkingen mag u in de vrije ruimte onderbrengen en blijven dan onbelast. Bijvoorbeeld een fiets, een kerstpakket of een financieel extraatje.

Ook voor de dga

Omdat u als dga ook een werknemer van de bv bent, mag u zichzelf ook onbelast zaken laten vergoeden en verstrekken. Heeft de bv dit jaar dus nog niet alle vrije ruimte besteed, dan kan dat een mooie aanleiding zijn om uzelf als dga een onbelaste bonus te verstrekken.

Toetsen aan gebruikelijkheid

Er geldt echter wel een voorwaarde en dat is dat alle vergoedingen en verstrekkingen gebruikelijk moeten zijn binnen een branche. Ze mogen niet meer dan 30% afwijken van wat ‘normaal’ is. De fiscus doet echter over vergoedingen en verstrekkingen tot € 2.400 per werknemer per jaar niet moeilijk. Dergelijke vergoedingen en verstrekkingen zijn dus altijd gebruikelijk.

Tip: Ga na of uw bv dit jaar nog genoeg vrije ruimte over heeft om uzelf een leuke, belastingvrije bonus te geven. Houd wel de jaarlijkse grens van € 2.400 in de gaten. Staat uw echtgenote of partner overigens ook op de payroll, dan kunt u hem of haar natuurlijk ook een bonus geven.

(Bron: HLB)

10 manieren waarop u bij de overheid aanklopt voor financiering van startup of scaleup

De overheid als financier voor uw startup of meer groeifinanciering voor uw scaleup, daar denkt u misschien niet direct aan. Toch zijn er veel mogelijkheden.

Zowel voor startups als scaleups zijn er kredieten en andere financiële regelingen vanuit de overheid. “Ondernemers zijn van onschatbare waarde. Ze zijn de motor van onze economie”, zo staat in het regeerakkoord van Rutte III. Toegang tot financiering is daarbij essentieel. In de selectie hieronder staan de regelingen die gedeeltelijk zowel voor startups als voor scaleups toegankelijk zijn.

Regelingen voor startups

1. Vroege fase financiering

De regeling biedt cofinanciering om de stap van idee tot de start van productontwikkeling te zetten. In deze fase gaat het om het creëren en verifiëren van commerciële concepten, het identificeren van de geschikte markt en het ontwikkelen van de juiste licenties (intellectueel eigendom).

2. WBSO

De financiële lasten van research en development (R&D) kunt u verlagen via de WBSO. WBSO staat voor Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk. De regeling verlaagt loonkosten van uw R&D-medewerker of levert uzelf als ondernemer extra aftrek op. Ook kosten voor prototypes of onderzoeksapparatuur kunnen eronder vallen (ook voor scaleups).

3. Innovatiekrediet

Het innovatiekrediet is bedoeld voor de fase van ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten. U bent druk bezig om iets werkend te krijgen, maar er is nog geen omzet. Het gaat om innovatieve ideeën op technisch of klinisch gebied (ook voor scaleups).

4. Seed business angels

Technostarters kunnen gebruik maken van Seed Business Angel fondsen. Een Seed Business Angel fonds kan financiering verschaffen in de vorm van aandelen, eventueel aangevuld met een achtergestelde lening en converteerbare leningen. Naast financiering krijgt u met business angels ook ervaren, ondernemende investeerders als klankbord. Een Seed Business Angel fonds kan minimaal € 50.000 en maximaal € 500.000 investeren per technostarter. Meer geld nodig? Dan is de Seed Capital-regeling interessant.

5. Seed capital

De Seed Capital-regeling richt zich vooral op technostarters en creatieve starters. Het ministerie van Economische Zaken verstrekt kapitaal aan investeringsfondsen, die met risicokapitaal investeren in innovatieve ondernemers op technologisch en creatief gebied.

6. BMKB, Borgstelling MKB Kredieten

Bij deze regeling staat de overheid borg voor bedrijfsfinanciering. Banken en andere financiers geven eerder een lening als de overheid voor een deel garant staat. De borgstelling geeft hen meer zekerheid, als er bijvoorbeeld onvoldoende gebouwen of machines aanwezig zijn. Startende en technologisch innoverende bedrijven kunnen rekenen op extra gunstige voorwaarden.

Regelingen voor scaleups

7. Groeifaciliteit

De Groeifaciliteit helpt bedrijven bij het aantrekken van risicodragend vermogen. Dit gebeurt door garanties te verstrekken op achtergestelde leningen van banken en op aandelen van participatiemaatschappijen. De financier krijgt met de Groeifaciliteit 50% garantie op het risicodragend vermogen dat hij verstrekt. Bij verlies vergoedt de overheid 50% van dat verlies. Dit verlaagt het risico van de financier dus aanzienlijk.

8. Garantie Ondernemersfinanciering

De regeling helpt (middel)grote ondernemingen bij het aantrekken van bankleningen en bankgaranties. De Garantie Ondernemingsfinanciering houdt kredietstromen op gang, zodat ondernemers kunnen blijven ondernemen.

9. Dutch Good Growth Fund

Het Dutch Good Growth Fund helpt mkb’ers die zakendoen met ontwikkelingslanden en opkomende markten. Als je de financiering met je bank niet rond krijgt, is er steun met leningen, garanties en participaties met terugbetaalverplichting (deels ook voor startups). Als je kapitaalgoederen exporteert naar één of meer van de DGGF-landen, dan biedt het onderdeel Exporteren een exportkredietverzekering en exportfinanciering.

10. Dutch Trade and Investment Fund

Het fonds helpt Nederlandse mkb’ers die zakendoen met landen die niet op de Dutch Good Growth Fund lijst staan. Het onderdeel Investeren biedt steun in de vorm van leningen, garanties en (indirecte) participaties met terugbetaalverplichting. Als je kapitaalgoederen exporteert naar een of meer van de DTIF-landen, dan biedt het onderdeel Exporteren een exportkredietverzekering en exportfinanciering.

Aanvraag indienen

De regelingen worden uitgevoerd door RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). U kunt op hun website per regeling toetsen of u aan de voorwaarden voldoet.

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s)

Bij de provinciaal georganiseerde ontwikkelingsmaatschappijen is financiering beschikbaar voor innovatieve en snelgroeiende bedrijven.

Invest-NL

In 2018 opent het overheidsloket Invest-NL met financiering voor startups en scaleups. Er komt € 2,5 miljard beschikbaar onder meer op thema’s energie, verduurzaming en digitalisering van de industrie.

Nieuw fonds voor scaleups en Europese regelingen

Het ministerie van Economische Zaken komt samen met het Europees Investeringsfonds (EIF) met € 100 miljoen aan extra financiering voor scaleups. Men verwacht dat marktpartijen nog eens € 100 miljoen aan kapitaal gaan investeren in het fonds. Er zijn meer Europese regelingen. Op Ondernemersplein.nl staat de Europese subsidiegids voor beginners als wegwijzer.

Niet financiële regelingen en programma’s

Naast de financieringsregelingen zijn er ook programma’s waarbij u kunt aansluiten. Startupofficers kunnen u in contact brengen met de overheid, bijvoorbeeld als launching customer. Het platform COSTA zorgt voor samenwerking tussen corporates en startups.

Er is ook een mentorennetwerk dat startups toegang geeft tot internationale netwerken. Op Kvk.nl staat een landelijk overzicht coaching voor startups. Nlgroeit is een voorbeeld van een programma voor scaleups met een omzet van minimaal 1 miljoen euro.

(Bron: Kamer van Koophandel)

Tot slot

kortingen of kredietbeperkingstoeslag hoe werkt dit met de btw?

Kortingen voor betalingen die op tijd zijn:

Als u uw klant korting geeft omdat hij voor een bepaalde datum betaalt, dan kunt u de korting wel of niet meteen op de factuur zetten. In elk geval moet u anders met de btw om gaan:

  1. U zet de korting meteen op de factuur. Als u de korting direct op de factuur zet en uw klant betaalt op tijd, dan hebt u het juiste btw-bedrag in rekening gebracht. Maar als uw klant niet op tijd betaalt en dus geen korting krijgt, dan moet u alsnog btw betalen over de korting die op de factuur staat. U geeft dit op in de btw-aangifte . Als uw klant btw mag aftrekken, dan kan hij de btw over korting die hij niet heeft gekregen alleen aftrekken als u hem een aanvullende factuur over de korting stuurt.
  2. U zet de korting niet meteen op de factuur. Als uw klant op tijd betaalt en daarbij gebruikmaakt van de korting, dan hebt u te veel btw in rekening gebracht. Zolang u geen creditfactuur aan uw klant geeft, moet u die btw aan ons betalen. Als u uw klant wel een creditfactuur geeft, dan kunt u de btw over de korting verrekenen in uw btw-aangifte. Als uw klant het volledige btw-bedrag van de factuur heeft afgetrokken in zijn btw-aangifte, zonder rekening te houden met de korting, dan moet hij op basis van de creditfactuur de btw over de korting aan ons terugbetalen.

U werkt met kredietbeperkingstoeslag: 

Om ervoor te zorgen dat uw klanten op tijd betalen, kunt u op uw facturen een kredietbeperkingstoeslag vermelden. Betalen uw klanten te laat, dan betalen zij u deze toeslag. Over deze toeslag betaalt u btw.

Wat moet u doen?

U telt de kredietbeperkingstoeslag op bij het factuurbedrag. Meestal is dit een percentage van het totaalbedrag. Omdat u niet weet of uw klant op tijd gaat betalen, rekent u geen btw over de toeslag. Betaalt de klant op tijd, dan hoeft u verder niets te doen. Betaalt hij te laat en betaalt hij u daarom ook de toeslag? Dan betaalt u btw over dit bedrag.

Voorbeeld

U levert goederen voor: € 10.000 + € 2.100 btw = € 12.100. Over dit bedrag berekent u een kredietbeperkingstoeslag, bijvoorbeeld 1% = € 121. Hierover berekent u geen btw. Het factuurtotaal is daarom € 12.221.

Uw klant betaalt op tijd:
U ontvangt € 12.100. U betaalt btw over dit bedrag en uw afnemer kan hierover btw aftrekken als voorbelasting.

Uw klant betaalt na de betalingstermijn:
U ontvangt € 12.221. U moet dan alsnog € 21 (21/121 x € 121) btw betalen. Heeft uw afnemer recht op aftrek van btw? Dan kan hij de btw over de toeslag alleen aftrekken als u hem een aanvullende factuur stuurt.

(Bron: Belastingdienst)

Lijfrentepremie voor eind van het jaar betalen

Met het Hulpmiddel lijfrentepremie 2017 kunnen werknemers en ondernemers voor de inkomstenbelasting (IB) berekenen welk bedrag zij aan lijfrente in aftrek mogen brengen in hun IB-aangifte. De lijfrentepremie moet wel voor 31 december 2017 zijn betaald om deze in de aangifte over 2017 te kunnen aftrekken.

Om van de lijfrenteaftrek te kunnen profiteren, moet er door de werknemer of de ondernemer aan twee voorwaarden zijn voldaan:

  • De werknemer of IB-ondernemer moet zelf de premies betalen voor de lijfrente of hier stortingen voor doen.
  • De werknemer of IB-ondernemer heeft in een bepaald jaar onvoldoende pensioen opgebouwd. Hierdoor ontstaat er jaarruimte of reserveringsruimte. Jaarruimte houdt in dat er in een bepaald jaar niet voldoende pensioen werd opgebouwd. Reserveringsruimte is het totaal van niet-benutte jaarruimten.

Informatie van afgelopen zeven jaar nodig

Voor het berekenen van de reserveringsruimte gebruikt een werknemer of ondernemer informatie over het inkomen en de pensioenopbouw uit de afgelopen zeven jaar. Daarnaast zijn er drie documenten uit het jaar 2016 nodig om de premieaftrek lijfrente 2017 te kunnen berekenen:

  • de IB-aangifte uit 2016;
  • de inkomensgegevens;
  • indien van toepassing: de opgaaf van pensioenaangroei van het pensioenfonds of pensioenverzekeraar.

(Bron: Rendement)

Aandeelhoudersovereenkomst voorkomt ellende bij conflict

Oefen je samen met een ander een bedrijf uit in de vorm van een B.V. en ben je samen aandeelhouder, al dan niet via een persoonlijke holding, dan is een aandeelhoudersovereenkomst een must. Essentieel daarbij zijn: de opname van een exitregeling, overnamerechten/-verplichtingen bij overlijden of arbeidsongeschiktheid, wijze van bepaling van de waarde van de aandelen en een financieringsregeling bij overname.

Wat is een aandeelhoudersovereenkomst?

Een aandeelhoudersovereenkomst is een belangrijk instrument, naast de statuten van een B.V., om de onderlinge verhoudingen te regelen tussen de aandeelhouders. In de statuten worden organisatierechtelijke rechten en bevoegdheden vastgelegd. In een aandeelhoudersovereenkomst wordt onder meer de wijze geregeld waarop die bevoegdheden zullen worden uitgeoefend. Een “vijandige” overname van de aandelen in de onderneming kan op deze manier worden voorkomen. Het is maatwerk!

Waarom een aandeelhoudersovereenkomst?

Een belangrijk element van een aandeelhoudersovereenkomst is namelijk het regelen van een exit.  Zonder zo’n regeling kan de ene aandeelhouder de uittreding van de andere aandeelhouder namelijk blokkeren. Maar ook kan door bijvoorbeeld een verplichte overname van de aandelen de onderneming in gevaar komen omdat de overname van de aandelen een te zware financiële wissel trekt. Daartoe kan een betalingsregeling op voorhand in de aandeelhoudersovereenkomst worden vastgelegd. En wat te denken van de situatie dat uw compagnon persoonlijk failliet gaat en u de aandelen over wilt/moet nemen. Wie gaat dan de waarde bepalen en op welke wijze? Zijn in de onderneming (hierna de werk-B.V.) de personal holdings van de ondernemer, de aandeelhouder in de werk-B.V., dan zou zonder verdere regeling zomaar in één keer een derde indirect (mede)aandeelhouder kunnen worden in de werk B.V., als uw compagnon de aandelen in zijn/haar personal holding overdraagt aan die derde. De blokkeringsregeling, die deel uitmaakt van de statuten van de werk-B.V., strekt zich normaliter niet uit tot de aandelen van de persoonlijke holdings maar ziet uitsluitend op de aanbieding van de aandelen van de desbetreffende
werk-B.V..

Of wat te denken van de situatie die ontstaat als uw compagnon komt te overlijden. Is het dan de bedoeling dat de erfgenamen (mogelijk zolang de eventuele kinderen nog minderjarig zijn de ‘koude kant’) medezeggenschap krijgen in de werk-B.V.? In een aandeelhoudersovereenkomst kan voor dergelijke gevallen een aanbiedingsplicht in combinatie met een afnameplicht en financieringsregeling worden opgenomen.

Maar hoe om te gaan als uw compagnon tijdelijk dan wel blijvend arbeidsongeschikt wordt?
Blijft u de werk-B.V. dan alleen trekken en deelt uw compagnon mee in de winst? Trekt u een werknemer aan om de werkzaamheden van uw compagnon op te vangen? Gaat dat salaris ten laste van de werk-B.V. of komt dat ten laste van het winstaandeel van uw compagnon? Loopt het salaris/managementfee van uw compagnon door? Hoe lang?
Bij blijvende arbeidsongeschiktheid moeten de aandelen door uw compagnon dan worden aangeboden? Wat wordt dan de prijs? Hoe vindt de betaling plaats? In één keer of in termijnen?

Voor alle exit-situaties worden in een aandeelhoudersovereenkomst vaak formules of procedures vastgelegd voor de waardering van aandelen maar ook voor de wijze van betaling, al dan niet in termijnen. In het verlengde daarvan ligt uiteraard de compagnonsverzekering.

Heldere afspraken kunnen conflict voorkomen

Dit zijn maar enkele afspraken die in een aandeelhoudersovereenkomst vastgelegd kunnen worden. Maar wel goed om daar over na te denken en het een en ander op papier vast te leggen zolang je als compagnons nog goed met elkaar ‘door een deur kunt’! Leg de rechten en plichten die om de hoek komen kijken bij de diverse ‘slecht weer scenario’s’ goed vast. Een conflict is immers zo geboren en heldere afspraken voorkomen dan een hoop ellende! En zou een conflict optreden over iets wat je op voorhand niet hebt voorzien en dus ook niet hebt geregeld, dan kan de in de aandeelhoudersovereenkomst opgenomen arbitrageregeling uitkomst bieden. Heeft u alles goed geregeld?

(Bron: Accountantweek)

Wat mag gemeente met uw reclamebelasting?

De gemeente mag op openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg reclamebelasting heffen. Maar moet de opbrengst van reclamebelasting ook toekomen aan de ondernemers die deze hebben opgehoest?

Vrij besteden

De gemeente is vrij de opbrengst van de reclamebelasting naar eigen inzicht te besteden. Wel is de gemeente gebonden aan de zogenaamde beginselen van behoorlijk bestuur. Denk daarbij onder andere aan het gelijkheids- en redelijkheidsbeginsel.

Beperkt gebied

Het bovenstaande betekent dat de gemeente het heffen van een reclamebelasting tot een bepaald gebied mag beperken. Hiervoor moeten dan wel een objectieve en redelijke rechtvaardiging zijn. Deze kan zijn dat de opbrengst ook alleen maar besteed wordt aan activiteiten die zich afspelen binnen het aangewezen gebied.

Profijt

Daarbij is het uitgangspunt dat u profijt moet kúnnen hebben van de betreffende activiteiten. Of u ook daadwerkelijk van de activiteiten profiteert en of dit net zoveel is als uw buurman, is niet van belang.

Verordening

Voor de invoering van een reclamebelasting is een gemeentelijke verordening nodig. Ook hiervoor gelden de nodige eisen.

Eisen aan verordening

Zo dient een belastingverordening te vermelden: de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen voor de heffing en de invordering van belang is. Ook is bepaald dat het bedrag aan reclamebelasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen. Verder dient een gemeentelijke verordening gepubliceerd te worden. Tegenwoordig dient dit bij voorkeur digitaal te gebeuren.

(Bron: HLB)

Het verschil: meerwerk en overwerk

Bij werknemers die extra uren maken bovenop de uren die ze volgens hun arbeidsovereenkomst werken, is er sprake van overwerk. Of van meerwerk. Of van allebei. Waar zit het verschil?

In veel organisaties is het nodig of mogelijk dat werknemers af en toe meer uren werken dan in de arbeidsovereenkomst is afgesproken. Het is belangrijk om te weten of er dan sprake is van meerwerk of van overwerk, want de regels kunnen verschillen. Van meerwerk is sprake als een parttime werknemer meer dan zijn contracturen werkt, maar niet meer dan de fulltime arbeidsduur die in de organisatie geldt. Bij overwerk wordt die fulltime arbeidsduur overschreden.

Toeslag bij overwerk, niet bij meerwerk

Dit onderscheid kan belangrijk zijn omdat in de cao of arbeidsvoorwaardenregeling kan staan dat de werknemer bij overwerk bovenop zijn normale loon recht heeft op een toeslag. In de praktijk wordt er eigenlijk nooit een toeslag afgesproken bij meerwerk. De beloning bij meerwerk en overwerk is momenteel veel in het nieuws omdat er per 2018 strengere regels voor gelden.

Meeruren moeten wel beloond worden

Een voorbeeld van het onderscheid tussen overwerk en meerwerk: een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor 32 uur per week werkt in een bepaalde week 44 uur. In de organisatie is een volledige werkweek 36 uur. Dit betekent dat hij (36 − 32 =) 4 meeruren heeft gemaakt en ook nog (44 − 36 =) 8 overuren. In de cao die voor de organisatie geldt, staat dat werknemers voor ieder uur overwerk een vergoeding van anderhalf uur krijgen. Deze 150% van zijn loon krijgt de werknemer dus over zijn acht overuren. Over de vier meeruren heeft hij alleen recht op zijn normale loon. Zou hij voor de meeruren niet beloond worden, dan is er sprake van ongelijke behandeling van werknemers op grond van arbeidsduur.

MEERWERK: uren die een parttime werknemer extra werkt ten opzichte van zijn contracturen, tot aan de fulltime arbeidsomvang in de organisatie

OVERWERK: uren die een parttime of fulltime werknemer extra werkt ten opzichte van zijn contracturen die boven de omvang van een volledige werkweek uitkomen

(Bron: Rendement)

DGA-cliënt toe aan bedrijfsopvolging? Doe eerst de vijf basischecks!

Nu het weer voor de wind gaat met de economie, durven steeds meer ondernemers in het midden- en kleinbedrijf hun zaak over te dragen aan de volgende generatie. U heeft ongetwijfeld ook succesvolle DGA’s in uw klantenbestand die hun bedrijf het liefst volledig willen schenken aan hun kinderen. Deze DGA’s hebben goed geboerd, de oudedagskas in de holding is goed gevuld en ze hebben het liefst dat de kinderen zonder financiële zorgen het bedrijf kunnen voortzetten. Een bedrijf geschonken krijgen is natuurlijk fijn voor de kinderen, maar de continuïteit van de onderneming kan in gevaar komen als er veel schenkbelasting betaald moet worden. Gelukkig hebben we een royale schenkvrijstelling voor ondernemingsvermogens en kennen we daarnaast ook nog een faciliteit om de aanmerkelijk belangclaim (ab-claim) door te schuiven naar de bedrijfsopvolger.

DGA schenkt ab-aandelen

In deze bijdrage beperk ik mij tot de DGA’s die aandelen in hun BV (dan wel een dochter-BV) willen schenken aan hun kinderen. In de Successiewet staat een riante vrijstelling voor schenkingen van aanmerkelijk belangaandelen (ab-aandelen). In de praktijk wordt wel eens gezegd dat deze schenkvrijstelling altijd minimaal € 1 miljoen bedraagt, maar dat is een misverstand. Hierop kom ik verderop in mijn verhaal terug.

In de Wet inkomstenbelasting wordt verder de mogelijkheid geboden om bij schenking van ab-aandelen de ab-claim door te schuiven naar de verkrijgers van die aandelen (ab-doorschuiffaciliteit). Van belang is om te realiseren dat de voorwaarden voor toepassing van beide faciliteiten op en aantal punten van elkaar afwijken. Vandaar dat iedere begeleiding van een bedrijfsopvolging uiterst secuur moet plaatsvinden. Ik bespreek hierna een vijftal checks die altijd gedaan moeten worden, voordat de bedrijfsopvolging in gang kan worden gezet.

Check 1: is het allemaal wel ondernemingsvermogen?

De belangrijkste voorwaarde voor beide faciliteiten is natuurlijk dat sprake moet zijn van een schenking van aandelen in een vennootschap die een materiële onderneming drijft. Over eventueel aanwezig beleggingsvermogen in de vennootschap moet worden afgerekend. Dit kan soms tot lastige discussies met de Belastingdienst leiden. Hoeveel werkkapitaal moet de vennootschap aanhouden voor de continuïteit? Overigens mag het totale vermogen van de vennootschap ruwweg 5% uit beleggingsvermogen bestaan (om precies te zijn: de waarde van het beleggingsvermogen mag maximaal 5/105e van de waarde van de materiële onderneming bedragen).

Afsplitsen?

Komt u tot de conclusie dat er teveel beleggingsvermogen is, onderzoek dan de mogelijkheid van het afsplitsen van de onderneming naar een andere vennootschap, waarvan de aandelen kunnen worden geschonken. Heeft uw cliënt een holding met daarin beleggingsvermogen voor de oude dag? In dat geval is afsplitsen van de actieve deelneming naar een nieuw op te richten holding (waarvan de aandelen vervolgens geschonken worden) de standaardroute. Heeft uw cliënt een wat groter concern, check dan ook nog of uw cliënt vanuit privé bezien (indirect) een belang heeft van tenminste 5% in alle deelnemingen. Is het indirecte belang in een deelneming minder dan 5% dan wordt die deelneming als beleggingsvermogen aangemerkt, ook al is die deelneming een actieve BV of NV. Dit kan met name spelen bij (wat grotere) familiebedrijven.

Voorbeeld

Stel vijf broers en zussen hebben ieder een belang van 20% in de gezamenlijke familieholding. Alle deelnemingen waarin de familieholding een belang heeft van minder dan 25% worden dan als beleggingsvermogen aangemerkt. Dus, check de structuur en de balansen op mogelijke aanwezigheid van beleggingsvermogen!

Check 2: Bezitsvereiste van vijf jaren

De grote schenkvrijstelling kan alleen worden benut als:

  • de schenker op schenkingsdatum al langer dan vijf jaar (indirect) aanmerkelijk belanghouder is van de BV; én
  • die BV al langer dan 5 jaren een materiële onderneming heeft gedreven.

Deze twee eisen worden niet gesteld voor de AB-doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting. Van belang is om de historie van de BV goed in kaart te brengen. Is sprake van schenking van aandelen in een holding, dan tellen de deelnemingen van die holding (mits sprake is van een aanmerkelijk belang, zie hiervoor) ook mee voor de kwalificatie van materiële onderneming.

Stel nou dat de holding 3 jaar terug een deelneming heeft verworven die perfect aansluit bij de ondernemingsactiviteiten van de groep. Geldt de schenkvrijstelling ten aanzien van de aangekochte deelneming dan niet? Lijkt onlogisch maar de wettekst leidt wel tot deze conclusie. Dus, wees hier alert op en breng het verleden in kaart!

Check 3: Dienstbetrekkingsvereiste

De ab-claim op de geschonken aandelen doorschuiven naar de begiftigde kan alleen als de begiftigde op het moment van schenking al gedurende 36 maanden in dienstbetrekking was bij de BV. Deze eis wordt niet gesteld voor de toepassing van de grote vrijstelling in de schenkbelasting. Mij ontgaat eerlijk gezegd nog steeds waarom deze eis wordt gesteld. In de parlementaire behandeling heeft de Staatssecretaris aangegeven dat met deze eis wordt bereikt dat de relatie tussen de overdrager en de overnemer voldoende duurzaam is. Maar waarom wordt deze eis niet gesteld voor de toepassing van de grote schenkvrijstelling? Bovendien heeft de Staatssecretaris ook aangegeven dat er geen aanvullende eisen worden gesteld aan het werknemerschap, zoals bijvoorbeeld een minimum aantal uren. Dus een administratief baantje voor 2 uurtjes in de week zou voldoende zijn? Ik zou deze eis afschaffen, ik zie het nut er niet van in. Het is bovendien heel vervelend als de ouders het bedrijf aan alle kinderen willen schenken en de jongste werkt nog niet mee in de zaak, omdat hij of zij nog studeert. Dus, controleer of de kinderen wel op de loonlijst staan!

Check 4: Voortzettingsvereiste van vijf jaren

De genoten schenkvrijstelling wordt ingetrokken als de begiftigde de aandelen vervreemdt binnen vijf jaren na de schenking of als de BV in die periode stopt de materiële onderneming te drijven. Deze sanctie geldt overigens niet voor de toegepaste ab-doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting. Dus als binnen die 5 jaren een deelneming wordt verkocht, dan wordt de genoten schenkvrijstelling (in zoverre) ingetrokken. Een interne reorganisatie binnen de 5-jaarstermijn is op zichzelf toegestaan, maar houdt dan wel de spelregels in de gaten. Soms moet voor een beoogde reorganisatie een verzoek worden ingediend bij de Belastingdienst om te voorkomen dat de genoten schenkvrijstelling (deels) wordt ingetrokken. Dus, bespreek met uw cliënt wat de plannen zijn voor de komende vijf jaren!

Check 5: Maak de juiste rekensom!

Zoals ik al in het begin van deze bijdrage heb aangegeven, bestaat er soms het misverstand dat de schenkvrijstelling voor ondernemingsvermogens altijd minimaal € 1 miljoen bedraagt. Er bestaat inderdaad een 100%-vrijstelling voor schenkingen van ondernemingsvermogens tot € 1 miljoen (dit jaar bedraagt de vrijstelling wegens indexatie overigens € 1.063.479). Het meerdere boven die € 1 miljoen is voor 83% vrijgesteld. De wetgever heeft het ons adviseurs  – maar ook de Belastingdienst – moeilijk gemaakt door de 100%-vrijstelling tot de grens van € 1 miljoen te koppelen aan de ‘objectieve’ onderneming. Wat betekent dit? Dit houdt in dat eerst berekend moet worden wat de gehele onderneming waard is, los van de eigendomsverhoudingen. Vervolgens wordt die 100%-vrijstelling pro rata toegerekend aan de aandeelhouders. Dus als er 3 broers zijn die ieder een 1/3e (indirect) belang hebben in de BV en één van die broers schenkt zijn aandelen in de BV, dan bedraagt de 100%-vrijstelling geen € 1 miljoen maar ruwweg € 3,3 ton. Het meerdere boven die € 3,3 ton is voor 83% vrijgesteld. Dus nog altijd een riante vrijstelling. Dit is nog maar een eenvoudig voorbeeld. Bij complexe structuren wordt het rekensommetje zeer ingewikkeld! Dus, wees er van bewust dat de berekening van de verschuldigde schenkbelasting niet zo maar gemaakt is!

Slot

Zoals u ziet is het allemaal niet zo eenvoudig. Bedrijfsopvolging vereist een nauwkeurige begeleiding. De hierboven beschreven basischecks zijn eigenlijk nog maar het begin. Maar u bent hiermee al wel een heel eind op de goede weg. Succes ermee !

(Bron: Accountancyvanmorgen)

De financiering niet rond? Mezzanine lening

Veel financieringsaanvragen van ondernemingen bij banken leiden nog niet tot het gewenste resultaat. Een oorzaak is dat de bank minder wil financieren dan gevraagd door de ondernemer. Dit gebeurt ook bij gezonde ondernemingen met een behoorlijk track record. Als een ondernemer daar nog eens aan toevoegt dat de financiering benodigd is voor toekomstige groei, dan is de succeskans bij een bank beperkt.

 

Wat zijn de oorzaken?

Een bank verstrekt krediet indien het risico dat zij loopt beperkt is en zij voldoende dekking (zekerheden) heeft ten opzichte van de uitstaande lening. Daarnaast stellen de banken mogelijk nog eisen aan financiële ratio’s zoals solvabiliteit (de omvang van het eigen vermogen ten opzichte van het van het balanstotaal) en de Debt Service Coverage ratio (kan ik de rente en aflossing betalen uit mijn vrije geldstroom). Bij succesvolle (snel) groeiende ondernemingen zijn deze ratio’s niet optimaal, terwijl de ondernemingen in de kern gezond zijn.

 

Oplossing

Gelukkig zijn ook hier oplossingen voor beschikbaar. Eén daarvan is de Mezzanine lening. “Een Mezzanine is een tussenetage, meestal tegenover een vide, te vergelijken met een entresol. Komt voor op een luchthaven, in een hotel, op een cruise terminal, e.d.”. Een Mezzanine lening bevindt zich tussen eigen- en vreemd vermogen en vormt zodanig een soort etage tussen eigen- en vreemd vermogen. Met een Mezzanine lening kan dus prima gestapeld worden.

Het voordeel van een Mezzanine lening is dat deze veelal is achtergesteld. De verstrekker van de lening krijgt dus pas als laatste zijn geld terug bij een onverhoopt faillissement. Daarmee kwalificeert het als een soort eigen vermogen, waardoor de onderneming bancair aan een aantal voorwaarden zou kunnen voldoen (zoals solvabiliteit).

Daarnaast worden Mezzanine leningen juist gehanteerd voor risicovollere investeringen.

 

Compensatie

Dit alles heeft natuurlijk ook zijn prijs. Omdat een verstrekker van een Mezzanine lening een hoger risico loopt, wil deze hiervoor gecompenseerd worden met een hoger rendement, wat zich uit in een hoger rentepercentage. Daarnaast wordt ook wel een equity-kicker – meestal – bij aflossing afgesproken. Een equity-kicker is een extra beloning, meestal in de vorm van opties, aandelen of een bepaalde vorm van winstdeling.

 

Criteria

Niet iedereen komt in aanmerking voor een dergelijke lening. Hieronder volgen een paar basiscriteria:

  • gezonde onderneming;
  • aantoonbaar track record en reputatie;
  • klinkend ondernemingsplan.

(Bron: Jan)