Partneralimentatie. Welke rechten heeft u?

Partneralimentatie

In beginsel is partneralimentatie nog altijd verschuldigd voor een periode van 12 jaar, tenzij het huwelijk kinderloos is gebleven en ten hoogste 5 jaar heeft geduurd. De duur van de partneralimentatie is dan gelijk aan de duur van het huwelijk. De grondslag, berekeningsmethodiek en duur van de periode waarin partneralimentatie moet worden betaald, houden de gemoederen al een tijdje bezig in politiek Den Haag. Het wetsvoorstel om de partneralimentatie te versoberen ligt echter nog steeds bij de Tweede Kamer en al enige tijd stil.

Hoe wordt de omvang van deze alimentatie vastgesteld?

De omvang van de partneralimentatie wordt vooralsnog bepaald aan de hand van drie kernbegrippen: behoefte, behoeftigheid en draagkracht. Behoefte en behoeftigheid worden in de praktijk weleens door elkaar gehaald, maar dienen goed te worden onderscheiden.

1. Behoefte

Behoefte is het bedrag dat de alimentatiegerechtigde nodig heeft om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Naast de inkomsten van beide echtgenoten tijdens de laatste jaren van hun gemeenschappelijke huishouding, wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar hun uitgavenpatroon in diezelfde periode. Hieruit wordt afgeleid in welke welstand partijen hebben geleefd.

2. Behoeftigheid

Om te kunnen spreken van behoeftigheid dient de alimentatiegerechtigde onvoldoende inkomsten te hebben en zich deze in redelijkheid ook niet te kunnen verwerven om te voorzien in het eigen levensonderhoud (in de eigen behoefte). Dat een gewezen echtgenoot behoefte heeft, is dus nog geen grond voor een alimentatie-uitkering.

3. Draagkracht

Tot slot wordt gekeken of de draagkracht van de alimentatieplichtige een dergelijke bijdrage toelaat. Naast het maandelijkse inkomen wordt de draagkracht van de alimentatieplichtige ook bepaald door zijn of haar vermogen.

Interen op vermogen is ook behoefte scheppend

Een recente uitspraak van het Hof Den Haag laat de drie kernbegrippen, op grond waarvan de partneralimentatie wordt vastgesteld, beter tot de verbeelding spreken.[1] Het betrof de volgende zaak:

De man en de vrouw hadden tijdens hun huwelijk een riante levensstijl gekend. De man en de vrouw woonden in een groot huis, reden beiden in een luxe BMW, boekten regelmatig reisjes naar het buitenland en gingen vaak uit eten. Het kon niet op. Deze levensstijl konden zij zich permitteren door in te teren op vermogen. De rechtbank stelde de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie vast op een bedrag ad € 4.862,– per maand. De man vond dit te hoog vastgesteld en ging in hoger beroep. Het Hof ging hier als volgt mee om.

1. Behoefte

Het Hof oordeelde dat interen op vermogen ook behoefte scheppend is. In het kader van de behoefte speelde de voorzienbare teruggang in levensstijl geen rol. Voor de behoefte wordt immers uitgegaan van de welstand van partijen tijdens het huwelijk en wordt geen rekening gehouden met een voorzienbare situatie in de toekomst. Het Gerechtshof achtte de vastgestelde behoefte van de rechtbank alleszins redelijk.

2. Behoeftigheid

Met betrekking tot de behoeftigheid stelde de man de verdiencapaciteit van de vrouw aan de orde. Zij zou ruim voldoende ervaring en tijd hebben om (meer) betaalde arbeid te verrichten. Het Hof oordeelde dat de vrouw haar verdiencapaciteit niet verder kon benutten dan zij al deed. De leeftijd van de vrouw (61 jaar), het feit dat het traditionele rollenpatroon haar arbeidsmogelijkheden negatief had beïnvloed, dat de vrouw ziek was geweest, zij hier nog steeds hinder van ondervond, maar desondanks als gastvrouw in een verzorgingshuis werkte, droegen bij aan dit oordeel.

3. Draagkracht

De man stelde dat hij geen draagkracht had om in het levensonderhoud van de vrouw te kunnen voldoen. Het Hof oordeelde dat de man voldoende had aangetoond geen draagkracht te hebben, mede in het licht van zijn hoge schuldenlast in zijn onderneming en zijn DGA-inkomen. De man betaalde zijn schulden en lasten met gelden afkomstig uit leningen bij zijn moeder. Hij kon zich geen hoger inkomen toekennen dan hij al deed. De vrouw moest de eventueel teveel ontvangen partneralimentatie verrekenen met wat zij uit de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap ontving.

De rechtbank en het Gerechtshof waren het dus eens over de behoefte en behoeftigheid van de vrouw. Echter, het Hof oordeelde dat de man onvoldoende draagkracht had waarmee de aanspraak van de vrouw op partneralimentatie verviel. Deze uitspraak illustreert dat voor de toekenning van partneralimentatie de begrippen behoefte, behoeftigheid en draagkracht in samenhang moeten worden bezien. Het Hof heeft bepaald dat behoefte ook kan worden gecreëerd door het maken van schulden. Als er echter geen draagkracht is, dan zal de alimentatie alsnog niet worden toegewezen.

(Bron: DVAN)

Alcohol verkopen (via webwinkel)

Verkoopt u alcohol in uw winkel? Of schenkt u alcohol in uw café of restaurant? De regels hiervoor staan in de Drank- en Horecawet. De wet maakt verschil tussen:

  • drank met minder dan 15% alcohol, zoals bier en wijn (inclusief port en sherry, ook wanneer het alcoholpercentage hoger is dan 15%);
  • sterke drank met 15% alcohol of meer.

Als u sterke drank verkoopt, hebt u een drank- en horecavergunning of slijterijvergunning nodig. Uw personeel moet ook aan bepaalde eisen voldoen.

Aan wie mag u alcohol verkopen?

U mag alleen alcohol verkopen aan jongeren boven de 18 jaar. Daarom moet u de leeftijd van een jongere controleren. U mag ook geen drank verkopen aan jongeren via mensen die ouder zijn dan 18 jaar. Wordt u binnen 1 jaar 3 keer betrapt op het verkopen van alcohol aan jongeren onder de leeftijdsgrens? Dan kunt u een (tijdelijk) verbod op de verkoop van alcoholhoudende drank krijgen.

Hoe controleert u de leeftijd van jongeren?

Vraag naar het identiteitsbewijs om de leeftijd vast te stellen. Dat hoeft niet als een jongere duidelijk ouder is dan 18 jaar. Hang de regels aan wie u wel en aan wie u niet mag verkopen goed zichtbaar op in uw zaak.

Waaraan moet uw personeel voldoen?

Als u bier, wijn, port of sherry schenkt of sterke drank verkoopt, moeten uw personeelsleden 16 jaar of ouder zijn. Uw leidinggevenden zijn minimaal 21 jaar. In uw zaak moet altijd een leidinggevende aanwezig zijn. Deze leidinggevende staat op uw vergunning.

(Bron: Antwoord voor bedrijf

Termijn betaling partneralimentatie

Verlenging of verkorting van de termijn waarbinnen een alimentatieplichtige aan
een alimentatiegerechtigde partneralimentatie dient te betalen, houdt de
rechtspraak al jaren bezig. Op de omvangrijke jurisprudentie zal hier niet
worden ingegaan. Nieuw is echter dat de duur van de alimentatietermijn ook de
gemoederen binnen de politiek (opnieuw) bezig houdt. Nadat de termijn per 1
juli 1994 al werd gewijzigd van levenslang naar (in principe) maximaal twaalf
jaar, zijn er momenteel wetsvoorstellen aanhangig om de termijn opnieuw te
verkorten. Wanneer en of er een nieuwe wet wordt aangenomen en of er een
overgangsregeling zal zijn, is (nog) niet bekend. Iedereen lijkt het er echter
mee eens te zijn dat de huidige maximale duur van twaalf jaar
partneralimentatie ingekort moet worden. In dit artikel wordt kort ingegaan op
de huidige regeling.

De wet bepaalt dat de rechter op verzoek van de echtgenoot die niet voldoende
inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft, noch zich in redelijkheid kan
verwerven, ten laste van de andere echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud
kan toekennen. De rechter kan deze uitkering toekennen onder vaststelling van
voorwaarden en een termijn. Deze termijn is in principe gemaximeerd op twaalf
jaar na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de
burgerlijke stand. Een rechter kán dan ook al op grond van de huidige wetgeving
een kortere termijn dan twaalf jaar toekennen. Dit gebeurt echter nauwelijks.

Indien de rechter géén termijn heeft vastgesteld, eindigt de verplichting
alimentatie te betalen in principe van rechtswege na een periode van twaalf
jaar. Het is dan ook van belang om, indien er partneralimentatie dient te worden
voldaan, snel afspraken over de ingangsdatum te maken. Helaas komt het
regelmatig voor dat partijen al lange tijd feitelijk uiteen zijn en de
alimentatieplichtige gedurende deze periode al partneralimentatie betaalt. Deze
periode telt echter niet mee voor de termijn van twaalf jaar!

Indien de duur van het huwelijk niet meer bedraagt dan vijf jaren en uit dit
huwelijk geen kinderen zijn geboren, eindigt de verplichting tot levensonderhoud
van rechtswege na het verstrijken van een termijn die gelijk is aan de duur van
het huwelijk. In sommige gevallen wordt, in geval van een kinderloos huwelijk
dat langer dan vijf jaar heeft geduurd, toch aangesloten bij de duur van het
huwelijk. Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Van belang is
bijvoorbeeld of de ex-echtgenoot in alle redelijkheid een inkomen heeft kunnen
verwerven, rekening houdend met de leeftijd, het opleidingsniveau en de stand
van de banenmarkt.

Een verplichting van een gewezen echtgenoot om partneralimentatie te betalen,
eindigt ook wanneer de alimentatiegerechtigde opnieuw in het huwelijk treedt,
een geregistreerd partnerschap aangaat, dan wel is gaan samenleven met een ander
als waren zij gehuwd. De bewijslast hiertoe ligt bij de alimentatieplichtige.
Opgemerkt wordt dat het vaak bijzonder lastig is aan te tonen dat iemand
samenwoont.

De vaststelling van partneralimentatie is een momentopname. De hoogte van de
partneralimentatie hangt weliswaar af van de (huwelijksgerelateerde) behoefte
van de alimentatiegerechtigde, en staat dus vast, maar ook van de draagkracht
van de alimentatieplichtige. De behoefte wordt bepaald aan de hand van de
inkomsten en uitgaven gedurende de laatste jaren van het huwelijk. Als
vuistregel voor de berekening van de behoefte wordt vaak de zogenaamde “Hofnorm”
gehanteerd. Aan de hand van deze Hofnorm wordt de behoefte van de
alimentatiegerechtigde bepaald op zestig procent van het netto gezinsinkomen na
aftrek van de kosten van de kinderen. Steeds vaker wordt echter afgeweken van
deze Hofnorm. De alimentatiegerechtigde zal dan aan de hand van concrete
gegevens de gestelde behoefte moeten onderbouwen. Vervolgens dient te worden
bekeken in hoeverre de alimentatiegerechtigde in het eigen levensonderhoud kan
voorzien. Vervolgens dient de draagkracht van de alimentatieplichtige berekend
te worden.

Indien sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden in de financiële
situatie van de alimentatieplichtige óf de alimentatiegerechtigde kán wijziging
van de partneralimentatie worden verzocht. Deze wijzigingsmogelijkheden kunnen
echter in onderling overleg worden beperkt of uitgesloten (in het
echtscheidingsconvenant).

(Bron: Dijkstra Voermans)

Alcohol verkopen

Verkoopt u alcohol in uw winkel? Of schenkt u alcohol in uw café of restaurant? De regels hiervoor staan in de Drank- en Horecawet. De wet maakt verschil tussen:

  • drank met minder dan 15% alcohol, zoals bier en wijn (inclusief port en sherry, ook wanneer het alcoholpercentage hoger is dan 15%);
  • sterke drank met 15% alcohol of meer.

Als u sterke drank verkoopt, hebt u een drank- en horecavergunning of slijterijvergunning nodig. Uw personeel moet ook aan bepaalde eisen voldoen.

Aan wie mag u alcohol verkopen?

U mag alleen alcohol verkopen aan jongeren boven de 16 jaar. Sterke drank mag u alleen verkopen aan jongeren boven de 18 jaar. Daarom moet u de leeftijd van een jongere controleren. U mag ook geen drank verkopen aan jongeren via mensen die ouder zijn dan 16 of 18 jaar. Wordt u binnen 1 jaar 3 keer betrapt op het verkopen van alcohol aan jongeren onder de leeftijdsgrens? Dan kunt u een (tijdelijk) verbod op de verkoop van alcoholhoudende drank krijgen.

Hoe controleert u de leeftijd van jongeren?

Vraag naar het identiteitsbewijs om de leeftijd vast te stellen. Dat hoeft niet als een jongere duidelijk ouder is dan 16 jaar. Hang de regels aan wie u wel en aan wie u niet mag verkopen goed zichtbaar op in uw zaak.

Waaraan moet uw personeel voldoen?

Als u bier, wijn, port of sherry schenkt of sterke drank verkoopt, moeten uw personeelsleden ouder dan 16 jaar zijn. Uw leidinggevenden zijn minimaal 21 jaar. In uw zaak moet altijd een leidinggevende aanwezig zijn. Deze leidinggevende staat op uw vergunning.

(Bron: Antwoord voor bedrijven)

Regels voor webwinkels

Gaat u een webwinkel beginnen? Of bent u misschien al bezig? Dan is het goed om te weten dat er voor webwinkels wettelijke regels gelden. Op deze website kunt u lezen wat de belangrijkste regels zijn voor webwinkels die producten of diensten verkopen aan consumenten. En hoe de Autoriteit Consument & Markt deze regels uitlegt. Hierbij hoort ook de uitleg over de regels die gelden voor het gebruik van cookies en voor e-mailmarketing.

Praktische hulpmiddelen voor u als webwinkelier

Om u op weg te helpen hebben wij alle belangrijke regels voor u op een rij gezet. Die regels worden in een praktijksituatie toegelicht aan de hand van een demowebshop. Ten slotte kunt u checken of uw webwinkel al voldoet aan de belangrijkste regels met behulp van onze checklist .

1. Alle belangrijke regels voor u uitgelegd

Wij hebben de belangrijkste regels waar u als webwinkelier zich aan moet houden op een rij gezet. U vindt hier uitleg over deze regels. En wij geven u tips hoe u aan deze regels kunt voldoen. Ook geven we voorbeelden van veel voorkomende situaties die de Autoriteit Consument & Markt in ieder geval niet goed vindt.

Regels voor cookies en e-mailmarketing

Regels over de informatie die u op uw website moet vermelden

Regels over de algemene voorwaarden en het gebruik van keurmerken

Regels over het bestelproces

Regels voor het afhandelen van bestellingen

Overige regels

Naast de regels op deze website gelden er ook andere regels. Bijvoorbeeld regels over privacy en auteursrechten. De Autoriteit Consument & Markt houdt geen toezicht op deze regels. Op de website van Antwoord voor Bedrijven vindt u een overzicht van alle zaken waaraan u moet denken.

2. Een demo-webshop

In deze informatieve module krijgt u aan de hand van een demo-webshop praktische tips over hoe u uw website op een goede manier kunt inrichten.

Start de demo-webshop

3. Een checklist voor webwinkeliers

Met de checklist kunt u snel nagaan of uw webwinkel in grote lijnen aan de eisen voldoet. Maar om zeker te zijn dat u niks over het hoofd ziet kunt u het beste alle informatie op onze website lezen.

Let op

Voor het verkopen van specifieke producten of diensten kunnen andere of extra regels gelden. Bijvoorbeeld voor de verkoop van reizen en vliegtickets.

(Bron: ACM)

4 mogelijkheden om vorderingen te incasseren

In de meeste gevallen zullen facturen die u naar klanten of opdrachtgevers stuurt gewoon tijdig worden betaald. Sinds het begin van de crisis kan het echter ook wel eens langer duren voordat een betaling is voldaan. Maar wat als na het versturen van meerdere aanmaningen en een sommatie het geld nog steeds niet op uw rekening is bijgestort? Dan wordt het tijd om verdere stappen te ondernemen: 4 mogelijkheden om vorderingen te incasseren.

1. Beslag (laten) leggen

Als u onverhoopt te maken krijgt met een hardnekkige wanbetaler, heeft het versturen van aanmaningen of andere dreigbrieven jammer genoeg vaak weinig zin. U zult bij deze groep toch echt andere maatregelen moeten treffen, zoals het aanvragen van gerechtelijke inbeslagname. In eerste instantie zal uw juridisch adviseur u vaak adviseren om beslag te (laten) leggen op eigendommen van de debiteur in kwestie. Het gaat dan bijvoorbeeld om zaken als een bankrekening, maar ook op huizen of completeinboedels kan beslag worden gelegd.

Deze vorm van beslaglegging heet conservatoir beslag en kan vaak binnen een dag worden gerealiseerd. Het voordeel hiervan is dat – wanneer de wanbetaler beseft dat u menens is en alsnog besluit de betaling op korte termijn te voldoen en zo het beslag weer op te heffen – u hiermee een betaling kunt afdwingen zonder dat er verder nog geprocedeerd hoeft te worden. Indien de debiteur u niet direct na de eerste beslaglegging betaalt (of kan betalen) en u wilt dat het beslag in stand gehouden wordt, zult u alsnog een rechtelijke procedure moeten starten om de debiteur in kwestie te veroordelen.

2. Vraag faillissement aan van de debiteur

Indien een debiteur diverse schulden niet aflost, kunt u ook besluiten het faillissementvan deze klant of opdrachtgever aan te vragen. Volgens Antonie Kerstholt, juridisch expert van Ikgastarten.nl, is dit een uiterst effectieve methode om een hardnekkige wanbetaler aan te pakken: “De enige voorwaarde is dat u een direct opeisbare vordering en een zogenaamde steunvordering moet hebben. Dat is een andere schuld van de debiteur die een lokale deurwaarder snel genoeg voor u kan achterhalen. Vaak is alleen dreigen al voldoende om tegenstribbelende debiteuren alsnog te dwingen tot betaling.”

Kerstholt waarschuwt wel voor de mogelijke gevolgen: “Iedere debiteur ervaart een faillissementsverzoek als een schot in de rug. De praktijk wijst uit dat bedrijven die een dreigend faillissement weten af te wenden vaak daarna direct de zakelijke relatie beëindigen. En dat ongeacht het aantal jaren dat de samenwerking heeft geduurd. Er kleven dus wel degelijk commerciële risico’s aan het aanvragen van een faillissement van een debiteur.”

3. Stap naar de rechter

Als u echt tot het uiterste wilt gaan om uw vordering te incasseren en van plan naar de rechter te stappen, kunt u dit op twee manieren doen. U kunt de voorkeur geven aan een normale rechtszaak (ook wel bodemprocedure genoemd) of kiezen voor een kort geding. Die laatste optie is een goede manier om snel (de meeste zaken kunnen binnen een paar weken worden afgerond) een geldvordering van een schuldenaar te innen, mits – en dat is wel belangrijk om in gedachten te houden – uw debiteur de vordering niet in twijfel trekt en u de betreffende vordering eenvoudig hard kunt maken.

4. Verkoop de vordering in kwestie

Een andere mogelijkheid is dat u de vordering verkoopt aan een derde partij, zoals een incassobureau. Het voordeel hiervan is dat u, in tegenstelling tot bovengenoemde maatregelen, niet lang hoeft te wachten op uw geld. Daarnaast vervalt daarmee voor u ook het risico van een incasso. Houd er echter rekening mee dat de koper van de vordering u vaak minder betaalt dan het bedrag op uw oorspronkelijke factuur.

U lijdt hier in sommige gevallen dus wel enig verlies op, maar het verkopen van een vordering is vaak wel de minst tijdrovende oplossing. Uw advocaat of juridisch adviseur kan u het beste vertellen in welke situatie het voordeliger is om de vordering te verkopen of niet. Win dus altijd eerst advies in bij een of meerdere experts voor u definitief besluit van een van bovengenoemde methoden gebruik te maken.

(Bron: ikgastarten)

Juridische risico’s beperken doet u zo

Ondernemen staat gelijk aan risico nemen: hier vallen ook juridische risico’s onder. Niet elk juridisch risico hoeft ernstige gevolgen te hebben. Echter, het is wel belangrijk om goed te weten wat uw juridische risico’s zijn en deze vervolgens goed te managen. Anders bestaat het gevaar dat de continuïteit van uw bedrijf alsnog in gevaar komt.

Juridisch risico is een breed begrip. Aan al uw bedrijfsprocessen kunnen namelijk juridische risico’s kleven. Denk aan een verkeerde inkooptransactie, late levering van uw product of vergeten huuropzegging van een bedrijfspand, waardoor u nu voor een langere periode aan de huurruimte vastzit. Allemaal voorbeelden van bekende problemen die geld kosten en die u kunt beschouwen als financiële risico’s. En juist deze risico’s kunnen het voortbestaan van uw bedrijf bedreigen.

‘Bad luck’

Het is de schrik van iedere ondernemer: het failliet gaan van een grote debiteur, waarvoor u zich niet hebt verzekerd. In tijden van crisis komt het vaak voor. Het niet betaald krijgen is een juridisch risico dat direct het voortbestaan van de onderneming kan bedreigen. Vervolgens rijst de vraag of u de situatie had kunnen voorkomen. De ervaring leert dat veel MKB’ers dat risico zien als ‘pech’ of ‘bad luk’. Het verzekeren van dit soort risico’s is voor kleine bedrijven namelijk vaak te duur.

Wet en regelgeving

Er zijn echter meer soorten juridische risico’s waarmee u te maken kunt krijgen. Zoals wanneer u niet (of niet goed genoeg) op de hoogte bent van de wet en regelgeving die op het bedrijf van toepassing is.

Risico’s managen

Hoe moet u uw juridische risico’s managen? Mijn cliënten vertel ik altijd dat zij eerst hun risico’s moeten kennen voordat ze deze kunnen managen. Dit kunt u doen door eventuele klachten of conflicten te analyseren. Zo kan vaak al snel een groot aantal risico’s worden geconstateerd, ook juridische.

Oplossing

Daarnaast zijn risico’s eenvoudig uit de relevante wet en regelgeving te halen. Voldoet uw bedrijf aan deze regels? Zo niet, dan zijn er risico’s. Ook zeer effectief is het vragen aan uw medewerkers waar volgens hen de risico’s zitten. Als u de gevaren eenmaal in kaart heeft gebracht, kunt u starten met het daadwerkelijk managen van de risico’s. Soms betekent dit dat u daarvoor hele bedrijfsprocessen moet reorganiseren. Hebben de risico’s te maken met verplichtingen van wetten en regels? Dan geef ik u hierbij meteen de oplossing: leef deze regels simpelweg goed na.

Risico’s afdekken

Voor het afdekken van de allergrootste risico’s kan het afsluiten van een of meerdere verzekeringen soms de oplossing zijn. Denk bijvoorbeeld aan de risico’s op het gebied van aansprakelijkheid. Voor relatief weinig geld kan een startende ondernemer zich goed verzekeren tegen de belangrijkste bedrijfsrisico’s. Let op: u kunt niet alles afdekken. Er blijven altijd risico’s bestaan die niet altijd ernstig hoeven te zijn, maar die wel voor een belangrijke mate het succes van een bedrijf kunnen bepalen.

Grip

Slechte contracten of – nog erger – alleen onduidelijke mondelinge afspraken kunnen voor onrust zorgen en u uiteindelijk veel geld kosten. Grip krijgen op juridische risico’s begint dan ook bij het juiste contractmanagement. Het kunnen overleggen van duidelijke overeenkomsten is een belangrijke voorwaarde om uw juridisch management goed vorm en inhoud te geven.

Kennis

Maar er is meer. Kennis over wet en regelgeving moet up-to-date blijven. Alleen dan kunt u de eventuele juridische risico’s beperken. Als u niet weet om welke risico’s het gaat, valt er immers ook weinig te managen. Deze risico’s worden mede bepaald door de kwaliteit van de juridische processen van uw bedrijfsvoering. En uit onderzoek blijkt dat het daar in het MKB nog wel eens aan wil schorten. Meer aandacht besteden aan de juridische kwaliteit van uw organisatie hoeft u niet eens zoveel geld te kosten. Wel de nodige motivatie, tijd en energie.

7 tips om juridische risico’s te beperken

  1. Wees alert op juridische risico’s in uw bedrijf.
  2. Realiseer u dat juridische risico’s u veel geld kunnen kosten en dat om die reden het managen ervan altijd loont.
  3. Contractmanagement beperkt juridische risico’s.
  4. Blijf up-to-date met de huidige wet en regelgeving; dat kan u snel geld opleveren.
  5. Verzeker uw belangrijkste aansprakelijkheidsrisico’s.
  6. Vergroot uw risicobewustzijn, maar blijf wel (verantwoorde) risico’s nemen. Tenslotte bent u een ondernemer.

(Bron: Ikgastarten)

5 vragen en antwoorden over franchising

Als startende ondernemer kunt u natuurlijk besluiten om zelf een bedrijf van de grond op te bouwen, maar in bepaalde sectoren kan franchising aantrekkelijk zijn. Als franchisenemer van een bekende keten heeft u de nodige voordelen, al bent u dan wel gebonden aan bepaalde regels: 5 vragen en antwoorden over franchising.

1. Wat houdt franchising precies in?

Letterlijk staat franchise voor het ‘recht dat een grote onderneming geeft aan particuliere ondernemers om gebruik te maken van de naam en expertise van die grote onderneming’. In feite komt franchising neer op het volgende: het is een hechte samenwerking tussen franchisegever en franchisenemer, die de voordelen van het grootwinkelbedrijf (landelijke, uniforme uitstraling) en zelfstandig ondernemerschap (kennis van de lokale markt) combineert. Zowel franchisenemers als -nemers doen waar ze goed in zijn: de franchisenemer richt zich voornamelijk op dagelijkse en operationele taken, terwijl de franchisegever in veel gevallen de marketing voor u regelt.

De franchisegever – of het nou gaat om een drogisterij, supermarkt, kledingzaak of fastfoodketen – werkt volgens een bepaalde franchiseformule, die de vestiging franchisenemers aanbiedt voor een bepaalde vergoeding. In de formule staat uitgebreid omschreven hoe de samenwerking tussen beide partijen is vormgegeven. Zo krijgt u toestemming om de handelsnaam te voeren en krijgt u advies over onder meer de samenstelling van het assortiment en eventuele extra diensten die de keten aanbiedt (denk aan de digitaale fotoservice van Hema of Albert Heijn. Een paar succesvolle franchiseketens in Nederland zijn: Subway, Multi-vlaai, Blokker, McDonald’s, Kruidvat en BelCompany.

2. Zijn er kosten verbonden aan het starten van een franchisevestiging?

Ja, maar hoeveel geld dit u precies kost, is per franchiseformule verschillend. In de praktijk komen de volgende vergoedingen het vaakst voor:

  • De entreefee
  • De royalty, franchisevergoeding of franchisebijdrage
  • De reclamebijdrage

In de meeste gevallen moet u de keten als startende franchisenemer eenmalig een bedrag betalen om deel te nemen aan de formule. Daarnaast moet u dus mogelijk rekening houden met jaarlijks terugkomende kosten voor de franchisegever (denk aan kosten voor reclame-uitingen, nieuw materiaal en ter algemene ondersteuning van de keten). Ook bent u vaak afhankelijk van de acties die door de franchisegever worden georganiseerd; als het hoofdkantoor van Etos besluit om in de maand september deodorants met vijftig procent korting te verkopen, geldt dat voor ieder Etos-filiaal, dus ook die van u. Ook qua salariëring voor uw personeel zit u in bepaalde gevallen aan de regels van het hoofdkantoor.

3. Voor wie is franchising een aantrekkelijke ondernemersvorm?

Als u plannen heeft een bedrijf te starten in een branche waarin de concurrentie in uw regio sterk aanwezig is, zoals bijvoorbeeld een broodjeszaak, brillenzaak of drogisterij, kan het raadzaam zijn om voor de veiligheid van een franchise te kiezen. In veel sectoren is het de laatste jaren steeds moeilijker geworden om helemaal zelfstandig het hoofd boven water te houden. Dat geldt ook zeker voor starters, die in de startfase veel hebben aan de (financiële) ondersteuning van een franchisegever. Hieronder vindt u de bekendste voordelen van franchising op een rij:

  • een kleiner startrisico als u zich aansluit bij een succesvolle formule
  • profijt van schaalvoordelen
  • goede begeleiding door de franchisegever bij de start (en daarna)
  • meer tijd voor kerntaken

4. Wat zijn de nadelen?

Zoals gezegd bent u in veruit de meeste gevallen als franchisenemer verplicht volgens de algemene voorschriften van de franchiseketen te handelen. U levert dus een deel van uw zelfstandigheid in als ondernemer (en dat is misschien juist de reden dat u graag ondernemer wilt worden). De hoeveelheid regels – en hoe streng de franchisegever hierop controleert – verschilt per franchiseformule. Verder bent u verplicht om:

  • contractuele verplichtingen na te komen
  • een (jaarlijkse) vergoeding of fee te betalen
  • investeringen te doen om uw onderneming in te richten en af te stemmen op de franchiseformule (bijvoorbeeld het interieur van uw bedrijfspand)

Besef daarnaast dat u wat betreft reputatie, imago en continuïteit van uw onderneming afhankelijk bent van de overkoepelende organisatie én van andere franchisenemers in uw keten.

5. Hoe worden de afspraken tussen franchisegever en franchisenemer vastgelegd?

Omdat de regels van verschillende franchiseformules veel van elkaar kunnen verschillen, zijn de kenmerken en voorwaarden niet vastgelegd in de wet. De afspraken die zijn gemaakt door de franchisegever en franchisenemer worden vastgelegd in een franchiseovereenkomst. Hierin komen bijvoorbeeld de volgende zaken aan bod:

  • omschrijving van de formule en uw recht op het gebruik ervan
  • duur van het contract; welke diensten biedt de franchisegever, bijvoorbeeld marketing, prijsstelling en advies over assortiment
  • verplichtingen van de franchisegever, zoals de formule en de kwaliteit bewaken
  • vergoedingen die u betaalt, zoals eenmalig entreegeld, maandelijkse vergoeding

(Bron: Ikgastarten)

Uitgebreide informatie over franchisecontracten vindt u op de KvK-website.

Franchisespiegel

Hoewel er in principe minder risico’s kleven aan franchising dan aan het starten van een individuele onderneming, kan het succesgehalte ook per franchiseformule nog wel eens verschillen. Daarom hebben wij de belangrijkste succesfactoren voor franchisenemers op een rijtje gezet in deze checklist. Daarnaast heeft de Rabobank in samenwerking met Ludwig & Van Dam Advocaten, specialist op het gebied van franchising, de Franchisespiegel opgesteld. Deze Franchisespiegel bevat, naast algemene informatie, ook specifieke informatie en tips over de juridische, bedrijfseconomische en de financiële aspecten van franchising.

Samen ondernemen is niet altijd leuk!

Samen een onderneming starten en exploiteren heeft de nodige voordelen. Zo kunt u profiteren van elkaars kwaliteiten en de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden onderling verdelen. Startende ondernemers die samen gaan ondernemen kiezen dan ook meestal voor de rechtsvorm vennootschap onder firma (vof).

Als een bedrijf meerdere eigenaren (vennoten) heeft, is het in ieder geval verstandig om afspraken over de samenwerking vast te leggen in een contract. In de praktijk zie ik dat de meeste zaken vooraf prima in een contract zijn opgenomen. Echter: dat geldt niet voor het aspect samenwerking. Dat onderdeel blijft vaak onderbelicht; meestal vanuit de gedachte dat de vennoten elkaar toch al goed kennen.

Conflicten

Het komt immers nogal eens voor dat vennoten partners, vrienden of familieleden van elkaar zijn. In dat geval acht men een schriftelijke vastlegging van afspraken over de samenwerking niet noodzakelijk. Maar dat is een misvatting. Uit de praktijk blijkt juist dat de meeste conflicten binnen een vof ontstaan wanneer de vennoten vrienden of familieleden van elkaar zijn. En dus niet gewend zijn om in een zakelijke omgeving te moeten samenwerken.

Valkuilen

Ik maak ook wel mee dat een typische ‘stront aan de knikker’-situatie ontstaat als vennoten verkeerde verwachtingen van elkaar blijken te hebben. Bijvoorbeeld in het geval dat men te snel heeft besloten om zakelijk met elkaar in zee te gaan zonder van tevoren grondig na te gaan over welke talenten iedere vennoot nu daadwerkelijk beschikt.

Acquisitie

Een techneut die als vennoot bijvoorbeeld ook acquisitie moet plegen, kan gedurende de samenwerking al snel door de mand vallen wanneer nieuwe opdrachten uitblijven. Of er ontstaan problemen als de privépartner van een van de vennoten niet wil dat er wekelijks meer dan dertig uur aan het bedrijf wordt besteed, terwijl een minimum van vijftig uur noodzakelijk is. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Er zijn genoeg voorbeelden te bedenken die aantonen dat – ook als u elkaar privé al een tijd kent – een goede zakelijke samenwerking niet vanzelf ontstaat.

Scheiden doet lijden

Als een conflict onoverbrugbaar blijkt te zijn, zal een vennoot moeten uittreden uit de vof. Dat is echter niet altijd even makkelijk. Afscheid nemen van een bedrijf is veel meer dan het uitkopen van een vennoot alleen. In veel vof’s mag een uittredende vennoot namelijk dezelfde activiteiten niet zomaar elders voortzetten. Dat maakt een mogelijk vertrek er natuurlijk niet makkelijker op.

Schulden

Daarnaast is iedere vennoot hoofdelijk aansprakelijk voor alle eventuele schulden van de vof. Een vertrek verandert daar niets aan. Tel daarbij de vaak ernstig verstoorde onderlinge relatie tussen de vennoten op en iedere buitenstaander voelt op zijn klompen aan dat een daadwerkelijk vertrek van een van de zakelijke partners veel vraagt van alle betrokkenen. Hoe kunt u deze vervelende situatie voorkomen?

5 praktische tips

  1. Selecteer uw zakelijke samenwerkingspartners op zakelijke kwaliteiten en niet op privé eigenschappen.
  2. Wees extra kritisch bij een mogelijke samenwerking met familie en vrienden.
  3. Leg schriftelijke afspraken over uw samenwerking goed vast. Het moet daarbij niet alleen gaan over de taakverdeling, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, maar ook over het te voeren beleid (en ieders rol daarin).
  4. Is er sprake van aanhoudende irritatie? Roep dan zo snel mogelijk deskundige hulp in.
  5. Denk goed na over de voor- en nadelen van een concurrentiebeding tussen de vennoten. Dit beschermt de vennoten en de vof, maar kan ook belemmerend werken wanneer een vennoot moet uittreden.

(Bron: Ikgastarten)

Welke informatie moet ik als dienstverlener aan afnemers verstrekken?

Voordat u een dienst verricht, moet u uw klant informatie geven over uw bedrijf en de te leveren dienst. Dit staat in de Europese Dienstenrichtlijn. Door duidelijke informatie te geven zorgt u voor vertrouwen tussen u en de klant, zowel zakelijke afnemers (business-to-business) als consumenten (business-to-consumers).

Sommige informatie moet u aan uw klant verstrekken voordat u de dienst levert. Andere informatie hoeft u alleen te geven op verzoek van de klant.

Informatie vooraf

Informatie die u altijd moet geven voor u de dienst levert of voor het contract of de overeenkomst wordt getekend, is:

  • naam en adresgegevens (vestigingsadres, telefoon- en/of faxnummer, e-mailadres) van uw onderneming. Vermeld tevens het adres waarheen eventuele vragen of klachten gestuurd kunnen worden wanneer dit afwijkt van uw vestigingsadres;
  • de rechtspositie en rechtsvorm van uw onderneming;
  • uw inschrijfnummer in het Handelsregister;
  • uw btw-nummer;
  • de prijs van de dienst die u levert wanneer deze vooraf vaststaat;
  • de kenmerken van de dienst, indien dit niet duidelijk is uit de context;
  • wanneer u algemene voorwaarden en bepalingen hanteert, moet u deze verstrekken, inclusief eventuele bepalingen over het op de overeenkomst toepasselijke recht en de bevoegde rechter;
  • wanneer er voor uw bedrijf een vergunning vereist is: de adresgegevens van de bevoegde instantie die de vergunning heeft verleend of van het centraal loket;
  • beoefent u een gereglementeerd beroep, vermeld dan uw inschrijving in een beroepsorde of bij een vergelijkbare organisatie, evenals de beroepstitel en het land waar die is verleend;
  • niet bij wet voorgeschreven garantie na verkoop;
  • wanneer u gebonden bent aan een gedragscode of lid van een beroepsorde waarbij geschillen buiten de rechter om afgehandeld kunnen worden, dan moet u dit vermelden. Ook geeft u informatie over waar de gedragscode of informatie over de beroepsorde te raadplegen is. Dit dient u te vermelden in elk document waarin uw diensten in detail worden beschreven. Daarnaast moet u aangeven waar uw klant kan nalezen hoe geschillen worden afgehandeld en wat de voorwaarden zijn.

Alle informatie moet helder en ondubbelzinnig zijn.

Wijze van bekendmaking

U mag kiezen op welke van de 4 onderstaande manieren u de informatie aan uw klant geeft:

  • op eigen initiatief;
  • ter inzage leggen op de plek waar de dienst wordt verricht of het contract/de overeenkomst wordt getekend;
  • digitaal beschikbaar stellen, bijvoorbeeld op uw website. Het adres van die website maakt u bekend aan uw klant;
  • meesturen met een offerte of informatiedocumenten.

Informatie op verzoek

Als een afnemer daarom vraagt, moet u ook de volgende informatie aan hem verstrekken:

  • wanneer vooraf geen prijs is afgesproken: de prijs, de manier waarop de prijs berekend wordt of een gedetailleerde kostenschatting van de dienst;
  • informatie over activiteiten en partnerschappen die direct verband houden met de dienst en de maatregelen die u heeft genomen om belangenconflicten te voorkomen. Deze informatie dient u te vermelden in elk document waarin uw diensten in detail worden beschreven;
  • wanneer u onder een gedragscode valt, moet u deze vermelden, evenals het adres waar deze digitaal kan worden geraadpleegd en in welke talen deze beschikbaar is;
  • voor gereglementeerde beroepen: een verwijzing naar de in het land van vestiging geldende beroepsregels en de manier waarop deze zijn in te zien.

Europese dienstenrichtlijn

Bovenstaande regels staan in de Europese Dienstenrichtlijn. De Dienstenrichtlijn maakt het voor dienstverleners gemakkelijker om te ondernemen in de Europese Unie (EU), IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Bovendien is het de bedoeling dat er meer grensoverschrijdend dienstenverkeer zal gaan plaatsvinden. In Nederland is de Dienstenrichtlijn vastgelegd in de Dienstenwet.

(Bron: Overheid)