Hoe stel je een juridisch contract op?

Juridische zaken, zoals het opstellen van contracten en leveringsvoorwaarden, zijn niet de eerste dingen waar je aan denkt bij het starten van een bedrijf. Maar dit is wel noodzakelijk. Het gaat overigens lang niet altijd om de meest ingewikkelde overeenkomsten, maar de afspraken tussen beide partijen en eventuele zakelijke risico’s moeten wel goed worden vastgelegd. Waarop je hierbij nog meer moet letten, lees je hier: hoe stel je een juridisch contract op?

Contracten opstellen: waarom belangrijk?

Mondelinge afspraken zijn bindend in het Nederlands recht. Je hoeft in principe dus niets op papier te zetten als je tot een overeenkomst bent gekomen en dit telefonisch aan elkaar hebt bevestigd. Het wordt alleen lastig dit te bewijzen als de andere partij zijn afspraken vervolgens niet nakomt.

In het allerzwartste scenario staan jij en jouw voormalige klant (of opdrachtgever, leverancier etc.) op den duur tegenover elkaar voor de rechter, waarbij het overduidelijk is dat de andere partij liegt, maar jij alsnog met lege handen achterblijft. Alleen al om deze reden is het verstandig om eventuele gemaakte afspraken met potentiële zakelijke relaties altijd op papier vast te leggen. En te ondertekenen, want zonder handtekening is een contract nog steeds niet rechtsgeldig.

Welke contracten heb je nodig?

Als startende ondernemer heb je in eerste instantie meestal nog geen ordners vol contracten in de kast staan. Personeel (en de daarbij horende arbeidscontracten) zijn bij veel starters bijvoorbeeld nog niet aan de orde. Maar hoe groter jouw bedrijf wordt – wellicht koop je over een paar jaar wel een bedrijfspand – des te meer contracten je uiteindelijk nodig zult hebben.

Toch is het noodzakelijk om je hier nu al een beetje in te verdiepen, al is het alleen maar om kleinschalige contracten te maken, zodat je een eventuele overeenkomst met een klant schriftelijk kunt vastleggen. Hieronder lichten we de vier meest voorkomende contracten verder uit.

1. Het samenwerkingscontract

Als je met een zakenpartner gaat samenwerken, moet je als starter een betrouwbare samenwerkingsovereenkomst opstellen. Zo’n rechtsvormen is bijvoorbeeld een maatschap of coöperatie. Leg hierin de onderling gemaakte afspraken goed vast. Daarbij moet je onder meer denken aan de winstverdeling, minimale inbreng van kapitaal en hoe de samenwerking kan worden beëindigd. Doe je dit niet, kun je in het ergste geval door een wanprestatie van de partner zelf ook financieel het schip ingaan.

2. Een in- en verkoopcontract

Als je producten of diensten in- en verkoopt, sluit je met de leverancier of afnemer van deze diensten en/of producten een contract af. Hierin leg je de afspraken over de specifieke leveringen of afnamen vast. Denk hierbij aan de prijs per geleverde dienst of afgenomen stuk, de bezorging en de leveringsvoorwaarden.

Vergeet ook niet dat, als je in- en verkoopt, jij altijd aan de verplichtingen naar je leveranciers moet voldoen. Als klanten wat de betaling betreft in gebreke blijven, is dat jouw ondernemersrisico. Daar heeft de leverancier dus geen boodschap aan. Het is dan ook verstandig om jouw betalingstermijn net iets korter te maken dan die van jouw leverancier(s). Als er geen calamiteiten plaatsvinden, zou je op deze manier altijd over voldoende cashflow moeten kunnen beschikken.

3. Een freelanceovereenkomst

De overeenkomst tussen freelancers of ZZP’ers en hun opdrachtgevers is het contract dat je als startende ondernemer in veel sectoren het vaakst zal gebruiken. Dit contract kun je in principe opstellen zoals je zelf wilt, want er is geen vast stramien voor. Voor het opstellen van een contract voor ZZP’ers gelden wel enkele voorwaarden.

Zo moet je hierin opnemen welke partijen de overeenkomst aangaan (bijvoorbeeld: een fotograaf en een krant), de reden waarom de overeenkomst wordt aangegaan (de fotograaf is goed in het maken van portretten en de krant wil hem gebruiken voor een serie interviews) en tot slot de gemaakte afspraken omtrent de opdracht,Deze details moet je zo duidelijk mogelijk omschrijven in het document (de fotograaf levert één foto per week, gedurende achttien weken, de prijs per foto bedraagt honderd euro exclusief btw etc.). Doordat je alles zo specifiek vastlegt, is er achteraf geen ruimte voor misverstanden. Daarnaast stuur je bij een contract jouw algemene voorwaarden mee.

4. De algemene voorwaarden

Algemene voorwaarden zijn de regels die jij als ondernemer wilt laten gelden op alle contracten die worden afgesloten. Het document, dat bedoeld is voor de klant of opdrachtgever, bevat de zogenoemde ‘kleine lettertjes’. Oftewel: jouw voorwaarden over bijvoorbeeld de levering, betaling, aansprakelijkheid, eventuele reparaties en de garantietermijn. Deze voorwaarden maken duidelijk welke rechten en plichten zowel de leverancier (jij) als de afnemer (de klant) heeft. Het voorkomt een hoop gedoe achteraf en verkleint jouw ondernemersrisico.

Op internet kun je een aantal goede voorbeelden van standaard opgestelde algemene voorwaarden vinden, zoals bij Businesscompleet.nl. Deze voorwaarden kun je vervolgens aan jouw onderneming aanpassen (voor zover dat nodig is). Maar let op: de algemene voorwaarden voor ondernemers verschillen nog wel eens per branche.

Aangezien startende ondernemers vaak standaardvoorwaarden gebruiken, doe je er verstandig aan om hier eerst een jurist naar te laten kijken. Minstens zo belangrijk is dat je de algemene voorwaarden van de andere partij goed bestudeert. Lees altijd goed door wat de eventuele gevolgen en risico’s voor jouw bedrijf zijn. Je zou niet de eerste starter zijn die zich vergist in de kleine lettertjes en de juridische consequenties hiervan moet dragen.

(Bron: Ikgastarten)

Geruisloze inbreng met terugwerkende kracht

Een onderneming (eenmanszaak) zonder belastingheffing inbrengen in een besloten vennootschap, daar komt veel bij kijken. Een goede planning is dan ook zeer essentieel. Zo kan bijvoorbeeld het behalen van een incidenteel fiscaal voordeel in de weg staan van een geruisloze omzetting met terugwerkende kracht.

Het kan vooral vanwege risicospreiding gunstig zijn om een onderneming te gaan drijven via een besloten vennootschap in plaats van via een eenmanszaak. Tot 1 oktober 2012 moest men bij het oprichten van een besloten vennootschap rekening houden met onder meer het verplichte minimaal aandelenkapitaal van € 18.000. Maar dankzij de invoering van de flex-bv kan een bv al worden opgericht met maar één geplaatst aandeel van € 0,01. De wet vereist namelijk dat er ten minste één aandeel met stemrecht moet zijn. Dat aandeel mag echter niet door de bv zelf worden gehouden. Daarnaast is ook geen bank- en accountantsverklaring meer nodig. Al zal de notaris bij inbreng in geld vaak toch controleren of storting heeft plaatsgevonden. En als goederen bij of na oprichting van de bv worden ingebracht, kan ook de accountantsverklaring achterwege blijven. Maar let op, er is een aantal nieuwe regels hiervoor in de plaats gekomen (zie het bericht ‘De Flex-BV – Voordelen, maar ook nadelen!’.

Omzetting met terugwerkende kracht

Men kan desgewenst ook verzoeken om een omzetting met terugwerkende kracht met ingang van de eerste dag van het boekjaar dat volgt op het laatste volledige boekjaar. Maar dan moet de voorovereenkomst gesloten en geregistreerd zijn binnen negen maanden na het laatste volledige boekjaar van de onderneming. Deze terugwerkende kracht wordt echter niet verleend als dat tot gevolg zou hebben dat een incidenteel fiscaal voordeel wordt behaald. Hof Arnhem-Leeuwarden  heeft dit onlangs benadrukt. In deze zaak zou door de terugwerkende kracht een eenmalige bate worden behaald die niet naar het IB-tarief van hoogstens 52% zou worden belast, maar naar een Vpb-tarief van 25% in combinatie met een uitgesteld ab-tarief van 25%. Dat de ondernemer in kwestie ook andere motieven had voor de omzetting en de terugwerkende kracht, maakte het oordeel niet anders.

Belastingvrije inbreng

De onderneming wordt bij een geruisloze inbreng fiscaal gezien niet gestaakt. Dus men hoeft niet af te rekenen over stille reserves, met uitzondering van de stille reserves in onttrokken vermogensbestanddelen. Wel zal de bv voor het bepalen van de winst in de plaats moeten treden  van de ingebrachte onderneming. Dat betekent dat de bv de boekwaarden moet aanhouden die voorkwamen op de eindbalans van de eenmanszaak. Naast het vereiste dat de hele onderneming moet worden ingebracht geldt ook dat de aandelen die als tegenprestatie zijn ontvangen pas na drie jaar mogen worden vervreemd.

Fiscale oudedagsreserve

Het is helaas niet mogelijk om de fiscale oudedagsreserve geruisloos in te brengen in een bv. Er bestaat wel een manier om de belastingheffing over de opgeheven oudedagsreserve uit te stellen. Men zou bijvoorbeeld al bij de inbreng van de onderneming een lijfrente kunnen bedingen bij een professionele verzekeraar of de eigen bv. De bv kan onder bepaalde voorwaarden de verschuldigde pensioenpremies in eigen beheer beleggen. Het voordeel hiervan is dat de gereserveerde premie voor de vennootschapsbelasting aftrekbaar is, zonder dat men de ingelegde premie kwijt is. Maar let op, de oudedagsvoorziening loopt dan wel meer risico. Want bij een faillissement wordt namelijk ook het opgebouwde pensioen hierin meegetrokken.

Overige belastingen

De omzetting brengt uiteraard ook een verandering van rechtsvorm teweeg. Dit heeft onder meer gevolgen voor de loonheffingen. De ondernemer zal de loonadministratie moeten afsluiten en zich opnieuw aanmelden bij de Belastingdienst als werkgever. Daarnaast krijgt de onderneming ook een nieuw loonheffingennummer. In de meeste gevallen zullen ook onroerende zaken tot het ondernemingsvermogen behoren. Maar in beginsel hoeft men geen overdrachtsbelasting te betalen over de waarde van deze zaken. Dat gebeurt alleen als de aandelen binnen drie jaar na omzetting alsnog worden verkocht of de onderneming niet gedurende drie jaar wordt voortgezet. Verkoop van de aandelen of de onderneming in het kader van een fusie of reorganisatie is overigens wel toegestaan (zie ‘Fusie en splitsing onder het nieuwe bv-recht’). Voor de btw vormt de overgang van een onderneming geen belastbaar feit. Dus is ook geen btw verschuldigd.

(Bron: Taxence)

Toetsing hoedanigheid executeur bij indiening aangifte erfbelasting (is er voldaan aan alle plichten)

De werkzaamheden van een executeur zijn niet zomaar beëindigd als mondeling decharge is verleend. Hij blijft aansprakelijk voor het verschuldigde successierecht.

In deze casus had een man zijn stichting als enige erfgenaam benoemd. Zijn belastingadviseur, benoemd als de executeur, nam bij zijn overlijden in 2002 het beheer van de nalatenschap op zich. Na successieaangifte in november 2013 ontstond een discussie over zijn aansprakelijkheid voor het successierecht dat niet was voldaan. Volgens de belastingadviseur was hij niet aansprakelijk omdat hij op 1 december 2002 zijn executeurswerkzaamheden zou hebben beëindigd. Volgens het hof had de man echter nog niet alle executeurstaken voltooid. De inspecteur mocht er daarom vanuit gaan dat hij ten tijde van het doen van de aangifte nog als executeur in functie was. Dat de bestuurders van de stichting hem mondeling decharge hadden verleend, leidde niet tot een ander oordeel. Op 1 december 2002 waren de schulden van de nalatenschap namelijk nog niet voldaan en was er nog geen anderhalf jaar verlopen sinds in beheer name van de nalatenschap. De adviseur probeerde nog weg te komen door te bepleiten dat hij de aangifte had ondertekend namens de secretaris van de stichting, op basis van een mondelinge volmacht. Bij ondertekening van het biljet had hij dit echter onvermeld gelaten. Daarbij kwam de schriftelijke verklaring dat de mondelinge volmacht was verstrekt pas tien jaar na ondertekening van de aangifte. Het hof achtte de verklaringen dat hij niet in de hoedanigheid van executeur de aangifte had ondertekend dan ook ongeloofwaardig. In de executeursperiode had de executeur de stichting tot zeer grote bedragen leningen laten verstrekken zonder daarbij reële zekerheden te bedingen. Daardoor resteerde onvoldoende vermogen bij de stichting om de aanslag successierecht te voldoen. Dit was aan de belastingadviseur te wijten.

(Bron: Taxence)

Mijn internetverkopen lopen als een trein… dan komt de btw verrassing

Verkopen via internet nemen nog steeds toe. Zeker bij particuliere afnemers. Vaak zien wij ook dat er veel succes wordt gehaald bij verkopen in onze buurlanden, met name in Duitsland. Niet alleen bij verkopen via Ebay en Amazon, maar ook via eigen websites.

Wat klein begint wordt soms snel groot. En dan valt er zomaar onverwachts een brief van bijvoorbeeld het Duitse Finanzamt op de deurmat.

 

Nederlandse btw berekenen

Bij verkopen aan particulieren via internet moet in beginsel gewoon Nederlandse omzetbelasting worden berekend en afgedragen. Dit wordt niet zo maar anders indien er bestellingen komen uit Duitsland. Alleen indien de omzet stijgt, is het even opletten. Vanaf een bepaalde drempel is namelijk niet meer Nederlandse btw, maar Duitse Mwst verschuldigd.

 

Regeling afstandsverkopen

Indien een bepaalde drempel aan omzet wordt overschreden, kan de regeling van afstandsverkopen van toepassing worden. Dit is een regeling die bepaald dat niet meer in het vestigingsland (Nederland), maar in het land waar van aankomst (Duitsland) omzetbelasting verschuldigd is.

De regeling voor afstandsverkopen is van toepassing indien:

  • een ondernemer goederen levert aan particulieren, en
  • de goederen, direct of indirect, door of voor rekening van de leverancier worden vervoerd naar Duitsland

 

De regeling is overigens niet alleen van toepassing bij particulieren, maar ook bij levering aan landbouwers, ondernemers die uitsluitend vrijgestelde prestaties verrichten of rechtspersonen niet-ondernemers (afnemers zonder abtidentificatienummer).

 

Overschrijden drempel

Zoals reeds aangegeven moet eerst een drempel worden overschreden voordat de regeling van toepassing is. Deze drempel is voor Duitsland € 100.000 aan omzet.

 

Vanaf het moment dat deze drempel in het betreffende jaar is overschreden, is Duitse Mwst en niet meer Nederlandse btw verschuldigd.

 

Indien de drempel eenmaal is overschreden, is ook in de daaropvolgende jaren Duitse omzetbelasting verschuldigd. Pas nadat een volledig jaar de omzet lager is dan € 100.000, is eventueel weer Nederlandse omzetbelasting verschuldigd.

 

Wat is het risico

De regeling omtrent afstandsverkopen is op zich niet heel moeilijk. In de praktijk komt het echter regelmatig voor dat internetondernemers zich niet realiseren dat, indien ze succesvol zijn in Duitsland, eventueel ook omzetbelasting betaald moet gaan worden in Duitsland. Indien een ondernemer zich dat te laat realiseert, ontstaat naast veel gedoe, vaak onnodige kosten, boetes en naheffingen. Er moet dan immers alsnog in Duitsland omzetbelasting worden afgedragen en een verzoek om teruggaaf in Nederland worden ingediend. Ook een liquiditeitsnadeel kan ontstaan indien er al Duitse Mwst betaald moet worden, terwijl de Nederlandse belastingdienst de btw (vaak ambtshalve) nog niet heeft terugbetaald.

 

Laat geen voordeel liggen

Het algemene omzetbelastingtarief in Duitsland is 19% in plaats van 21%. Het kan dus ook voordelig zijn om onder de Duitse omzetbelastingheffing te vallen. De marge kan stijgen of de producten kunnen tegen concurrerende tarieven worden aangeboden.

 

‘Vrijwillig’ omzetbelasting in Duitsland gaan afdragen

De regeling is van toepassing als de drempel wordt overschreden. Het is echter ook mogelijk om vrijwillig voor internetverkopen in Duitsland Mwst af te dragen (ook al is het drempel bedrag niet overschreden). Bijvoorbeeld omdat het tarief lager is of bijvoorbeeld omdat Duitse particulieren meer vertrouwen hebben in een ondernemer die in Duitsland omzetbelasting afdraagt.

 

Indien een ondernemer vrijwillig omzetbelasting wil afdragen in Duitsland, dient wel een verzoek ingediend te worden bij de inspecteur en dit kan niet met terugwerkende kracht.

 

Wat te doen?

Let op bij het internetverkopen aan particulieren in Duitsland (en andere EU landen). Zorg ervoor dat je tijdig in de gaten hebt dat de drempel voor afstandsverkopen (wellicht) wordt overschreden. Dan kun je je tijdig aanmelden in Duitsland en ook de administratie voorbereiden/aanpassen.

 

Indien je graag met Duitse omzetbelasting wilt gaan factureren, is het mogelijk om een verzoek in te dienen.

 

Je hebt de drempel reeds overschreden en ten onrechte Nederlandse btw berekend. Indien je de drempel reeds hebt overschreden, is het van belang snel in actie te komen. Zorg ervoor dat je zelf het initiatief neemt om de omzetbelasting in Nederland terug te vragen en in Duitsland af te dragen. Dan kun je vaak boetes voorkomen. Ook kun je dan nog vaak voorkomen dat je reeds in Duitsland moet betalen maar nog geen Nederlandse omzetbelasting hebt terugontvangen.

 

Andere EU landen

Bovenstaande gaat met name over internetverkopen in Duitsland. De regeling omtrent afstandsverkopen geldt echter ook voor andere EU landen. Er gelden echter wel verschillende drempels.

 

België

EUR

35 000

Bulgarije

BGN

     70 000

Cyprus

EUR

35 000

Denemarken

DKK

280 000

Duitsland

EUR

100 000

Estland

EUR

35 15

Finland

EUR

35 000

Frankrijk

EUR

100 000

Griekenland

EUR

35 000

Groot-Brittannië

GBP

70 000

Hongarije

HUF

8 800 000

Ierland

EUR

35 000

Italië

EUR

35 000

Kroatië

HRK

263 000

Letland

EUR

35 000

Litouwen

LTL

125 000

Luxemburg

EUR

100 000

Malta

EUR

35 000

Nederland

EUR

100 000

Oostenrijk

EUR

35 000

Polen

PLN

160 000

Portugal

EUR

35 000

Roemenië

RON

118 000

Slovenië

 EUR

35 000

Slowakije

EUR

35 000

Spanje

EUR

35 000

Tsjechië

CZK

1 140 000

Zweden

SEK

320 000

 

Tot slot

Omzetbelastingwetgeving is niet altijd eenvoudig. Bovenstaande regeling voor internetverkopen is daar weer een voorbeeld van. Zorg ervoor dat je tijdig in de gaten hebt dat je de drempel overschrijdt, zodat je daarvoor een en ander kan regelen. Indien je reeds geruime tijd de drempel hebt overschreden en ten onrechte Nederlandse omzetbelasting hebt afgedragen, zorg dat je zelf snel in actie komt. Voorkom boetes en liquiditeitsproblemen.
Indien je vragen hebt over bovenstaande of begeleiding nodig hebt bij het regelen van de afdracht van omzetbelasting in Duitsland (en teruggaaf in Nederland), neem dan contact op met mij of andere leden van de Duitsland-desk.nl. Uiteraard kun je ook contact opnemen indien je andere vraagstukken hebt op het gebied van omzetbelasting of ondernemen in Duitsland.

(Bron: Taxence)

Screening van uw personeel: Vijf eenvoudige checks –altijd doen!

Screening hoeft niet veel tijd en geld te kosten. Deze vijf stappen kunt u gemakkelijk zetten. Bij deze screening hoort ook de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Daarover leest u meer bij onderdeel 4.

 

CHECK 1:

Controleer paspoort of identiteitskaart

  1. Vraag het identiteitsbewijs van nieuwe werknemers op, controleer het en bewaar er een kopie van. Daartoe is elke werkgever verplicht.
  2. Vraag altijd om het origineel, neem geen genoegen met een kopie
  3. Maak een goed leesbare kopie, of nog beter: scan in kleur en op hoge resolutie (beide kanten van het identiteitsbewijs en alle relevante bladzijden van het paspoort)
  4. Bekijk of het identiteitsbewijs nog geldig is
  5. Ga na of het document vervalst kan zijn: komen foto, leeftijd, lengte in het document overeen met de persoon? Is het document onbeschadigd?
  6. Controleer of naam, geboortedatum en -plaats, geslacht en burgerservicenummer overeenkomen met de gegevens op de sollicitatiebrief of het sollicitatieformulier

Er zijn meer verificatiemogelijkheden. Zie ‘Extra instrumenten en bronnen’ verderop in deze uitgave.

identiteitsdocumenten.nl helpt u de echtheid van reis- en identiteitsdocumenten te controleren

paspoortinformatie.nl informeert over het Neder­landse paspoort en de identiteitskaart

CHECK 2:

Vraag originele diploma’s en cijferlijsten op

  1. Diploma’s, cijferlijsten en certificaten zijn gemakkelijk na te maken of te manipuleren. Controleer ze daarom goed.
  2. Maak zelf een kopie van de originele documenten, neem geen kopie van de kandidaat aan
  3. Is het origineel ‘bij een brand verloren gegaan’? Laat dan een gewaarmerkte kopie opvragen bij de opleidingsinstantie
  4. Vergelijk de afgiftedatum van het document met de opleidingsperiode in het curriculum vitae (cv) van de kandidaat
  5. Ga bij twijfel na of de onderwijsinstelling bestaat of bestaan heeft in de genoemde periode
  6. Controleer of naam en geboortedatum hetzelfde zijn als die op het cv en het identiteitsbewijs
  7. Bedenk dat een cijferlijst met meerdere onvoldoendes niet bij een geldig diploma zal horen
  8. Let op vreemde fluctuaties in cijfers (bijvoorbeeld een hoog cijfer voor de ene vreemde taal en een laag cijfer voor een andere vreemde taal): een 3 is gemakkelijk te veranderen in een 8, een 5 in een 6, en een 4 in een 9
  9. Vraag de kandidaat bij afkortingen van vakken op de cijferlijst waar deze voor staan (ook al weet u het antwoord zelf)

DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) werkt aan een Centraal diplomaregister. Hierin kunnen mensen hun eigen diploma’s bekijken en er een uittreksel van downloaden. U kunt als werkgever niet rechtstreeks in het diplomaregis­ter kijken, maar wel de sollicitant vragen een gecertificeerd pdf-bestand te sturen. → duo.nl/diplomaregister

 

CHECK 3:

 

Bestudeer cv, vraag referenties

Uit een curriculum vitae kan veel worden opgemaakt. Vraag goed door hierop tijdens sollicitatiegesprekken.

 

  1. Vraag door over (betaalde) nevenactiviteiten zoals bestuursfuncties, omdat er sprake kan zijn van belangenverstrengeling
  2. Let op hiaten in het cv en vraag naar de reden
  3. Probeer na te gaan of een minder geslaagde werkervaring (bijvoorbeeld ontslag in de proeftijd) wordt verdoezeld (soms wordt daarvoor de gewerkte periode wat opgerekt en de datum van de indiensttreding bij de volgende werkgever juist wat naar voren gehaald)
  4. Vraag ook door op privéactiviteiten omdat die kunnen impliceren dat iemand zich in een risicovol milieu begeeft of in een milieu dat de organisatie imagoschade kan toebrengen
  5. Doe telefonisch navraag over de kandidaat bij vorige werkgevers, docenten of besturen, de zogeheten referenten. Zo kunt u feitelijke gegevens controleren, bijvoorbeeld of de sollicitant inderdaad nog werk­zaam is bij een andere werkgever. Uiteraard is veel informatie subjectief: een sollicitant zal vooral positief gestemde referenten doorgeven. Voor referenties gelden gedragsregels die onder meer zijn opgenomen in de sollicitatiecode van de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement en Organisatieontwik­keling (NVP).→ nvp-plaza.nl
  6. Stem altijd af met de sollicitant: respecteer het als die geen toestemming geeft om contact op te nemen met een bepaalde referent
  7. Vraag referenten alleen om informatie die direct verband houdt met de functie
  8. Bespreek de verkregen informatie altijd met de sollicitant

 

Doe telefonisch navraag over de kandidaat bij vorige werkgevers, docenten of besturen, de z

ogeheten referenten. Zo kunt u feitelijke gegevens controleren, bijvoorbeeld of de sollicitant inderdaad nog werkzaam is bij een andere werkgever. Uiteraard is veel informatie subjectief: een sollicitant zal vooral positief gestemde referenten doorgeven. Voor referenties gelden gedragsregels die onder meer zijn opgenomen in de sollicitatiecode van de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement en Organisatieontwikkeling (NVP).→ nvp-plaza.nl

 

CHECK 4:

Zoek op internet

Via zoekmachines als Google en wieowie.nl kunt u veel te weten komen over mensen. Ze publiceren zakelijke en persoonlijke gegevens via Twitter of Facebook, schrijven blogs of laten reacties achter op fora. Dit betekent niet zonder meer dat die informatie klopt, of relevant is voor de beoordeling van iemands geschiktheid voor de functie. Ga er dus terughoudend mee om en meld het de sollicitant als u online verkre­gen informatie bij de selectieprocedure gebruikt. Dit staat ook in de code van de NVP (zie check 3).

  1. Zet in Google voor- en achternaam tussen aanhalingstekens om letterlijke tekst te zoeken. Dat levert meer specifieke resultaten op
  2. Vervang de voornaam door de voorletter en zoek nog eens, bijvoorbeeld “J. Verburg”
  3. Ga ook globaal de vrienden en contacten na die uit de zoekopdracht naar voren komen; ook die informatie kan bruikbaar zijn

Er staan ook allerlei registers online die u kunt raadplegen. Zie ‘Extra instrumenten en bronnen’ verderop in deze uitgave.

 

CHECK 5:

Kondig screening aan in vacaturetekst

 

Meld al in de vacaturetekst dat de kandidaat tijdens de sollicitatieprocedure gescreend gaat worden. Dit kan kwaadwillenden afschrikken. Bijvoorbeeld “Voor indiensttreding dient een Verklaring Omtrent het Gedrag te worden overgelegd” of “Een persoonsonderzoek kan deel uitmaken van de selectie-procedure”. Ook kunt u integriteit als één van de functievereisten opnemen.

 

identiteitsdocumenten en beknopte informatie over beveiligingskenmerken. → prado.consilium.europa.eu

(Bron: Overheid)

 

Huren? Zo krijg je de beste voorwaarden

Zorg dat je niet te veel betaalt of aan slechte voorwaarden vastzit
Wil je een bedrijfspand of kantoorruimte huren? Zorg ervoor dat je niet te veel betaalt en voorkom ongewenste bepalingen in je huurcontract. Deze tips helpen je bij het onderhandelen.

Met wie heb je te maken?

Met een huurcontract voor een pand of ruimte ga je een serieuze verbintenis aan, vaak voor langere tijd. Probeer voordat je de onderhandelingen ingaat te achterhalen met wie je te maken hebt. Wat is het belang van de makelaar, belegger of projectontwikkelaar? Er is vaak veel geld mee gemoeid. Om sterk in je schoenen te staan kun je je laten bijstaan door een juridisch-, bouwkundig- of huisvestingsadviseur.

Onderhandelen

Over het huurcontract en de prijs valt altijd te onderhandelen. Hoe groter de oppervlakte, hoe meer voordeel je eruit kan halen. Maar ook bij kleinere panden kun je behoorlijk besparen als je op de volgende punten let:
  • Huurvrije periode. Je kunt onderhandelen over een huurvrije periode. Deze kan uiteen lopen van een maand bij een kortlopend contract, tot soms wel twee jaar bij een langlopend contract. Maar pas op, een huurvrije periode levert niets op als de huurprijs die daarna moet worden betaald veel hoger is dan marktconform.
  • Prijs-kwaliteit. Huur je het pand kaal, ligt er vloerbedekking, moeten er tussenwandjes komen, et cetera? Een lage huurprijs is weinig waard als je zelf moet opdraaien voor het schilderen, aanleggen van brandvoorziening en airconditioning. Waar moet in geïnvesteerd worden en is dit in verhouding met de huurprijs? Het kan soms een stuk goedkoper zijn als de ruimte ‘compleet af’ wordt gehuurd.
  • Leeg opleveren? Hoe moet het pand worden achtergelaten bij vertrek? Moet het leeg opgeleverd worden of teruggebracht in de oude staat? Dit is heel belangrijk om te weten voordat je gaat investeren in aanpassingen aan het pand. Het kan veel kosten opleveren als het pand na je vertrek in oude staat hersteld moet worden.
  • Servicekosten. Zijn de servicekosten bij de huurprijs inbegrepen en zo niet, hoe worden ze dan verrekend? Betaal je vooruit, zijn het vaste kosten? Je zult niet de eerste zijn die zich rot schrikt van de eindafrekening.
  • Flexibiliteit Is het mogelijk om ruimte erbij te huren, of ruimte af te stoten? Het kost veel geld om een nieuwe ruimte te huren of te blijven huren met onderbezetting. En kun je tussentijds opzeggen en op welke termijn?
  • Vergunningen. Zijn alle benodigde vergunningen er? Als een pand lang leeg heeft gestaan, moet er bijvoorbeeld een legionella- en asbestvrij-verklaring zijn. De verhuurder kan zeggen dat alles in orde is, maar later blijkt er asbest in het pand te zitten. De verhuurder heeft meldplicht, maar de huurder heeft ook vraagplicht. Als er niet naar gevraagd is, wie is er dan verantwoordelijk?
  • Oppervlakte Er wordt soms gesjoemeld met de oppervlakte. Deze moet in het contract staan volgens de NEN2580-norm. Er is onderscheid in BVO (Bruto Vloeroppervlak), NVO (Netto Vloeroppervlak) en VVO (Verhuurbaar Vloeroppervlak). Dit verschil kan in sommige gevallen flink oplopen. Een aantal onderdelen van een gebouw mogen niet als verhuurbaar vloeroppervlak aangemerkt worden. Denk aan technische ruimtes, lift/trappenhuis en kijk ook naar de verrekening van algemene ruimtes, zoals de entree en ontvangstbalie.

(Bron: MKB Servicedesk)

Lage ontslagvergoeding accepteren omdat faillissement dreigt?

Moet je een lagere ontslagvergoeding accepteren uit vrees dat je bedrijf failliet gaat? De adviezen van twee arbeidsrechtadvocaten.

Als werknemer kun je niet zo maar ontslagen worden. In vrijwel alle gevallen moet een ontslag worden getoetst door een onafhankelijke partij. De werkgever kan een ontslagvergunning aanvragen bij het UWV, of deze kan zich de kantonrechter vragen de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Er zijn echter ook situaties waarin die toetsing niet nodig is. Eén daarvan is ontslag met “wederzijds goedvinden”. In dat geval gaat de werknemer vrijwillig akkoord met zijn of haar ontslag. In veel gevallen staat daar wel een ontslagvergoeding tegenover. Wanneer het echter slecht gaat met een bedrijf, kan een werkgever een vergoeding aanbieden die relatief laag is, met het argument dat er niet meer geld in het laatje zit.

Als werknemer sta je vervolgens voor de keus: moet je een onredelijk lage ontslagvergoeding accepteren? Of bij de werkgever blijven terwijl die je eigenlijk niet meer kan betalen en misschien zelfs failliet zal gaan? Twee arbeidsrechtadvocaten geven advies.

Mag een werkgever een werknemer vragen om akkoord te gaan met een  beperkte ontslagvergoeding omdat faillissement dreigt?

‘Ja dat mag’, zegt arbeidsrechtadvocaat Floris Asscher van Pellicaan Advocaten. ‘Werkgever en werknemer kunnen samen afspreken onder welke voorwaarden ze uit elkaar gaan. Meestal wordt wat betreft de ontslagvergoeding uitgegaan van wat een rechter bij een ontbindingsprocedure zou toekennen, maar niet altijd. En ook als de werkgever de kantonrechter vraagt om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, kan hij tijdens deze procedure een beroep doen op zogenaamde “habe nichts of habe wenig”-uitzondering. De werkgever voert in dat geval aan dat deze weinig tot geen financiële middelen heeft om een ontslagvergoeding te betalen. Als de situatie inderdaad dusdanig ernstig is, kan de rechter dat verweer honoreren.’

Wanneer is het slim om als werknemer een lagere #ontslagvergoeding te accepteren?
(Bron: Intermediair.nl)

‘Of een werkgever een vergoeding moet betalen en zo ja welke, hangt met name af van de ontslagroute die hij kiest’, zegt arbeidsrechtadvocaat Liesbeth van Duyneveldt-Franken. ‘Bij een ontslagvergunning van het UWV hoeft immers helemaal geen vergoeding te worden betaald. De kantonrechter ontbindt op kortere termijn maar kent doorgaans wel een vergoeding toe gebaseerd op de kantonrechtersformule. Een zeer slechte financiële situatie bij de werkgever kan daarbij wel een argument zijn om de vergoeding naar beneden bij te stellen.’

Wanneer is het slim om als werknemer een beperkte ontslagvergoeding te accepteren?

Asscher: ‘Op het moment dat je weet dat je binnen afzienbare tijd ergens anders aan de slag kan, kun je overwegen met wederzijds goedvinden weg te gaan. In een dergelijk geval kan je vaak ook goed afspraken maken over het laten vervallen van beperkende bedingen zoals het concurrentiebeding.

Van Duyneveldt-Franken: ‘Voor een werknemer is het soms lastig te bepalen wanneer het slim is om een lagere vergoeding te accepteren. Werknemers hebben immers vaak weinig inzicht in de financiële situatie en vooruitzichten van hun werkgever. Moet je dan het verhaal van je werkgever dat hij echt niet een hogere vergoeding kan betalen zonder meer geloven? Het in ieder geval goed om te overwegen wat er kan gebeuren als je de aangeboden vergoeding afwijst.

Heeft je werkgever voldoende grond om een ontslagvergunning aan te vragen bij UWV? Dan zal hij behalve een slechte financiële situatie ook moeten kunnen aantonen dat jij op grond van het afspiegelingsbeginsel als eerste voor ontslag in aanmerking komt. Aan de andere kant dreigt eventueel daadwerkelijk faillissement. Als het zover komt, word je met een korte opzegtermijn door de curator ontslagen en krijg je helemaal geen vergoeding. Als daadwerkelijk faillissement dus een reëel risico is, kan het inderdaad verstandig zijn een lagere vergoeding te accepteren om in ieder geval nog iets te krijgen.

Om een goede beslissing te nemen moet je dus op zoek naar informatie. Vraag cijfers op bij je werkgever of kijk het na in de gepubliceerde cijfers bij de Kamer van Koophandel.’

Wanneer niet?

Asscher: ‘Als de werkgever echt bijna failliet is. Dan is het de vraag of je een eventueel overeengekomen ontslagvergoeding nog wel krijgt, of dat je in de situatie belandt waarin je maar moet kijken of er nog iets uit de boedel over blijft. In dat geval kan ook overwogen worden juist niet in te stemmen met beëindiging: mocht de werkgever inderdaad failliet gaan, dan wordt de loondoorbetalingsverplichting voor een periode overgenomen door het UWV Werkbedrijf. De curator zal dan doorgaans opzeggen en daarbij een opzegtermijn van maximaal zes weken hanteren.

In dat geval heb je in elk geval voor de duur van deze zes weken enige zekerheid. Houd er wel rekening mee dat als de werkgever daadwerkelijk failliet wordt verklaard, het nog wel even kan duren voordat het UWV de aanmeldingen heeft verwerkt en de betalingen ook daadwerkelijk uitvoert.’

Moet je een lagere #ontslagvergoeding accepteren uit vrees dat je bedrijf failliet gaat?

Krijg je WW na een ontslag met wederzijds goedvinden?

Van Duyneveldt-Franken: ‘Ja dat is geen probleem. Zo lang je aan de voorwaarden voldoet om een WW-uitkering te krijgen, dus een bepaald minimum arbeidsverleden hebt, kun je gewoon een uitkering aanvragen na een beëindiging van je dienstverband met wederzijds goedvinden. Let er wel op dat uit de tekst van de beëindigingsovereenkomst duidelijk blijkt dat het initiatief om tot een beëindiging te komen door de werkgever is genomen.’

Asscher: ‘Duidelijk moet dus zijn dat het initiatief bij de werkgever lag. Verder mag er geen sprake zijn van verwijtbare werkloosheid, bijvoorbeeld door een gedraging die anders ontslag op staande voet had opgeleverd. Ten slotte heeft het de voorkeur dat de opzegtermijn in acht wordt genomen.’

Wanneer kun je je als werknemer na ontslag met wederzijds goedvinden beroepen op “dwaling”?

Asscher: ‘Als de werkgever voor het tekenen van de overeenkomst onjuiste inlichtingen heeft verstrekt over de ernst van de financiële situatie, zodanig dat de werknemer de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou hebben getekend. Een beroep op “dwaling” wordt in de praktijk echter niet snel gehonoreerd.’

Van Duyneveldt-Franken: ‘Een eventueel beroep op dwaling is vaak lastig en kan een langdurige en kostbare procedure worden. Daarbij zal dan ook een rol spelen in hoeverre je als werknemer zelf enig onderzoek hebt gedaan en of je juridische hulp hebt ingeschakeld.’

Afspraken over uw bewaarplicht

Als ondernemer bent u wettelijk verplicht uw administratie zeven jaar te bewaren. Soms geldt zelfs een langere fiscale bewaartermijn, maar wist u dat u met de Belastingdienst ook afspraken kunt maken over een kortere bewaartermijn?

Fiscale bewaarplicht
Hoe lang u de administratie moet bewaren hangt af van het belang dat de Belastingdienst hecht aan de verschillende onderdelen van de administratie. Bepaalde onderdelen van uw administratie worden aangemerkt als basisgegevens. Deze moet u in ieder geval zeven jaar bewaren. Denk aan het grootboek en de voorraad-, crediteuren-, debiteuren-, inkoop-, verkoop- en loonadministratie.
Deze bewaarplicht geldt ook voor computerprogramma’s en bestanden. Besluit u om digitale bestanden in een andere vorm te gaan bewaren, dan stelt de Belastingdienst hieraan bijzondere eisen.

Let op! In verband met de btw-herzieningstermijn moet u de gegevens van onroerende zaken, zoals bijvoorbeeld het bedrijfspand, tien jaar bewaren.

Afspraken met de Belastingdienst
Het is mogelijk om met de Belastingdienst afspraken te maken over een kortere bewaartermijn dan zeven jaar. Dat kan alleen voor zover het overige gegevens betreft. Ook is het mogelijk om met de Belastingdienst afspraken te maken over welke gegevens u nu precies moet bewaren, tot op welk detailniveau en in welke vorm. Met name in de volgende situaties is het maken van afspraken belangrijk:
bij een faillissement;
bij het staken van een onderneming;
na een belastingcontrole.

Tip: De Belastingdienst legt de afspraken die met u worden gemaakt over een kortere bewaartermijn, de vorm waarin u gegevens bewaart en/of het detailniveau schriftelijk vast. Zo weet u precies hoe lang en op welke manier u bepaalde zaken moet bewaren.
(Bron: Schuiteman)

Het bepalen van je tarief hoeft niet moeilijk te zijn

Bereken hier wat jij minimaal moet vragen
Het is een vraag waar iedere zzp’er mee worstelt: hoe bepaal ik mijn tarief? Je wilt jezelf niet uit de markt prijzen door te hoog te gaan zitten, maar je wilt ook weer niet te weinig vragen voor jouw vakmanschap. De meeste zzp’ers blijken toch vrij laag in te zetten en dat is niet nodig. Door een aantal stappen te doorlopen kun je duidelijk vaststellen wat jouw minimale tarief moet zijn.
Zelfstandigen verdienen gemiddeld ruim 21.000 euro per jaar, zo blijkt uit recent onderzoek van Panteia/EIM. Dat is ruim onder het modale jaarsalaris van 32.500 euro. Zzp’ers gaan gelukkig wel steeds meer verdienen. Uit een ander onderzoek, uitgevoerd door Hoofdkraan, blijkt dat zelfstandigen nu zo’n 29 procent meer verdienen dan een jaar geleden. Het gemiddelde uurtarief is omhoog gegaan van 42 euro naar 54 euro. Zelfstandigen in Zeeland blijken het het best bekeken te hebben. Zij krijgen gemiddeld 61 euro per uur. De Limburgers komen er daarentegen een stuk slechter van af. Daar verdient een zzp’er gemiddeld 42 euro per uur. In de Randstad ligt het gemiddelde rond de 54 euro.
Om te bepalen wat jij minimaal per uur moet verdienen moet je jezelf een aantal vragen stellen:
1. Wat was je laatstverdiende salaris?
2. Wat verdient iemand die hetzelfde werk doet in loondienst?
Probeer in te schatten hoeveel loon je zou moeten krijgen als werknemer op basis van je ervaring en leeftijd. Tel daarbij 8 procent vakantiegeld en de werkgeverslasten op. Werkgeverslasten bedragen zo’n 25 procent van het brutoloon. Dat betekent dat een werkgever zo’n 3.750 euro kwijt is aan een werknemer die 3.000 bruto verdient. 750 euro gaat naar sociale premies en dergelijken.
Een gemiddelde werkmaand telt 21,67 dagen. Wanneer je 3.750 euro deelt door het aantal uren in zo’n werkmaand kom je uit op ruim 21,50 euro per uur. Dit verdubbel je en dan kom je uit op jouw uurtarief: 43 euro. De rekensom is dan: brutoloon + vakantiegeld x 1,25 : (21,67×8=173,36) = uurtarief in loondienst x 2 = uurtarief zzp’er. Maar, 43 euro is misschien wel te weinig.
3. Wat is het gemiddelde tarief in jouw branche?
Misschien vragen collega-zzp’ers een stuk meer dan 43 euro per uur. Probeer erachter te komen wat zij verdienen. Dit kun je ze natuurlijk direct vragen, maar je kunt ook contact opnemen met branche-organisaties en -verenigingen.
4. Wat zijn je uitgaven en kosten?
Uitgaven zijn eenmalig. Denk aan dingen die je niet regelmatig aanschaft voor je onderneming, zoals een ladder of een softwareprogamma. Kosten zijn terugkerend, denk bijvoorbeeld aan je huur en verzekeringen. Bereken of het tarief dat je hebt berekend, dekkend is wanneer je je kosten en uitgaven er vanaf trekt.
5. Hoe groot is de opdracht?
Heb je een grote opdracht binnengesleept die je voor een forse periode een omzetgarantie geeft? Dan kun je de opdrachtgever belonen door een korting te geven op je tarief. Zo komt hij de volgende keer sneller bij je terug.
Al met al kom je waarschijnlijk op een tarief uit dat ongeveer twee keer zo hoog is als het salaris van iemand in loondienst. Dat lijkt veel, maar is het niet. Bedenk dat de opdrachtgever alleen betaalt voor de uren waarin je productief bent en ze hebben niet te maken met ontslagregels, doorbetaling bij ziekte en vakantiedagen. Bovendien moet jij zelf je pensioen regelen en je verzekeren tegen onder andere arbeidsongeschiktheid. Schat jezelf dus niet te laag in!
(Bron: ZZP Servicedesk)

Alcohol verkopen (via webwinkel)

Verkoopt u alcohol in uw winkel? Of schenkt u alcohol in uw café of restaurant? De regels hiervoor staan in de Drank- en Horecawet. De wet maakt verschil tussen:

  • drank met minder dan 15% alcohol, zoals bier en wijn (inclusief port en sherry, ook wanneer het alcoholpercentage hoger is dan 15%);
  • sterke drank met 15% alcohol of meer.

Als u sterke drank verkoopt, hebt u een drank- en horecavergunning of slijterijvergunning nodig. Uw personeel moet ook aan bepaalde eisen voldoen.

Aan wie mag u alcohol verkopen?

U mag alleen alcohol verkopen aan jongeren boven de 18 jaar. Daarom moet u de leeftijd van een jongere controleren. U mag ook geen drank verkopen aan jongeren via mensen die ouder zijn dan 18 jaar. Wordt u binnen 1 jaar 3 keer betrapt op het verkopen van alcohol aan jongeren onder de leeftijdsgrens? Dan kunt u een (tijdelijk) verbod op de verkoop van alcoholhoudende drank krijgen.

Hoe controleert u de leeftijd van jongeren?

Vraag naar het identiteitsbewijs om de leeftijd vast te stellen. Dat hoeft niet als een jongere duidelijk ouder is dan 18 jaar. Hang de regels aan wie u wel en aan wie u niet mag verkopen goed zichtbaar op in uw zaak.

Waaraan moet uw personeel voldoen?

Als u bier, wijn, port of sherry schenkt of sterke drank verkoopt, moeten uw personeelsleden 16 jaar of ouder zijn. Uw leidinggevenden zijn minimaal 21 jaar. In uw zaak moet altijd een leidinggevende aanwezig zijn. Deze leidinggevende staat op uw vergunning.

(Bron: Antwoord voor bedrijf